Ongelooflijk? Het is maar hoe je het bekijkt!

“Maar dat kán toch niet?” Dat is de vraag van Nikodemus als hij tegenover Jezus zit. In het holst van de nacht, wanneer hij zich ongezien waant, is hij naar Jezus toegegaan. Nikodemus is een man met een hoge positie, maar hij is niet gekomen om politieke zaken te bespreken. Hij wil het veeleer hebben over de wonderen die Jezus doet.

Jezus begint te vertellen over de noodzaak van wedergeboorte. Hij spreekt van de mens als nieuwe schepping, geboren uit water en Geest. Nikodemus hoort het aan, maar hij kan er helemaal niets mee. “Dat kan toch niet?”, reageert hij. “Je kunt toch maar één keer geboren worden? Hoe zou een mens ooit voor een tweede keer de moederschoot in kunnen gaan om er opnieuw uit te komen?”

Brandende braamstruik

Een soortgelijke vraag zien we bij Mozes. Als hij met de kudde van zijn schoonvader Jetro door de woestijn trekt, komt hij bij de berg Horeb. En daar ziet hij iets bijzonders. Uit een braamstruik schiet vuur op, maar de takken blijven onaangetast. “Hé, maar dat kan toch niet?” denkt Mozes. Hij besluit het vreemde natuurverschijnsel eens naderbij te gaan bekijken. Want voor zoiets moet toch een logische verklaring te vinden zijn.

Het raadsel God

De Britse natuurwetenschapper Alister McGrath bracht onlangs een nieuw boek uit: Het raadsel van God. Daarin vertelt hij over zijn bijzondere levensreis. Toen hij als veelbelovende student werd toegelaten tot een prestigieuze scheikundefaculteit in Groot-Brittannië, was hij een vurig atheïst. “Hoe is het mogelijk dat er vandaag de dag nog altijd mensen in God geloven?”, vroeg hij zich af. Want net als Nikodemus bekeek hij de wereld door de lens van de menselijke logica. Het ergerde hem dat er in een tijd dat de wetenschap alle antwoorden leek te hebben, nog altijd mensen waren die hun wereldbeeld lieten bepalen door verhalen uit het jaar nul.

Als McGrath ergens van overtuigd was, dan was het dat wetenschap en religie elkaar niet verdragen. Daarom maakte hij er een hoofdzaak van de religie te verslaan. Hij vond steun in het boek “Das Kapital”, waarin de Duitse filosoof Karl Marx religie afschrijft als “opium van en voor het volk”,  als een vijand die dringend moest worden onderworpen.

Verboden vrucht

Maar het onverwachtse gebeurde. McGrath raakte door zijn biologieliteratuur heen en begon te snuffelen op andere afdelingen van de wetenschappelijke bibliotheek. Bedekt onder een laag stof vond hij boeken van de wetenschapsfilosoof Karl Popper. Ze voelden aan als een verboden vrucht. Had Richard Dawkins immers niet gewaarschuwd voor de wetenschapsfilosofie? Had hij die geen “waarheidsverstoring” genoemd?

McGrath biechtte zijn plotselinge fascinatie op bij zijn vrienden, en ook zij waarschuwden hem: wetenschapsfilosofie, dat is tricky business. Blijf er vanaf. Maar wat we sinds het Bijbelboek Genesis weten: hoe verbodener de vrucht, hoe aantrekkelijker het wordt om ervan te proeven. Op zekere dag kon McGrath zijn nieuwsgierigheid niet langer kon bedwingen. Hij opende een boek van Popper. Een stap die niet zonder gevolgen bleef.

“Het voelde als een voelde als een intellectuele openbaring. De schellen vielen van mijn ogen. In plaats van onkundige sceptici die onnodig barrières opwierpen tegen de opmars van de wetenschap, stelden historici en filosofen alleen maar relevante vragen over de betrouwbaarheid en beperkingen van die wetenschappelijke kennis. Het was alsof de fundamenten van mijn wereld systematisch werden gesloopt.”

Alister McGrath

Het wereldbeeld van de wetenschap als overkoepelend verhaal, bleek onhoudbaar. McGrath ontdekte dat de wetenschap slechts een deel is van een veel groter en veelomvattender verhaal.

Grot van Plato

Zijn rationele geest raakte bevangen door stoutmoedige gedachten. Stel nu dat er een God bestaat, wat moet ik mij daar dan bij voorstellen? Een man met een baard op wolk sprak hem niet aan. Evenzeer weigerde hij te geloven in een verre despoot die er genoegen in schept oordeel, lijden en pijn over de wereld uit te storten. Er was maar één manier om God definitief naar het rijk der fabelen te verwijzen, bedacht McGrath. Die vereiste dat hij zich zou verdiepen in de Bijbel.

Terwijl hij begon te lezen, gebeurde er evenwel iets onverwachts. McGrath raakte gefascineerd door de menswording van Jezus Christus. Daarover schrijft hij:

“Plotseling zag ik het verband met de grot van Plato. Christus was onze grot binnengekomen en leidde ons naar een betere wereld buiten de grot door alle barrières die ons tegenhielden, uit de weg te ruimen.”

Alister McGrath

De rest is geschiedenis. Vandaag mag McGrath zich rekenen tot de bekendste apologeten ter wereld. Hij wijdde zijn levenswerk aan de uitdaging wetenschap en religie te verzoenen.

Gedifferentieerde kaarten

Een van zijn pijlers is het principe van de gedifferentieerde kaarten. Dat gaat ervanuit dat de mens geneigd is tot simplificeren; je trekt je favoriete kaart en legt die over de volledige werkelijkheid. Maar er bestaan vele kaarten: politieke, morele, geografische, wetenschappelijke, religieuze. Welke kaart je gebruikt, bepaalt wat je ziet en hoe je de werkelijkheid interpreteert.

De kaarten werden voor McGrath een onmisbare gereedschapskist bij het omgaan met complexiteit. Ze brachten hem tot het inzicht dat wetenschap en religie elkaar niet uitsluiten, maar veeleer aanvullen. De wetenschap haalt dingen uit elkaar om te zien hoe alles werkt; religieus geloof beoogt ze weer in elkaar te zetten in het juiste verband, zodat we ook kunnen zien wat ze betekenen.

Tunnelvisie

Dat is ook wat Jezus aan Nikodemus probeert uit te leggen. Wil je de dingen van God echt verstaan, dan heb je een speciale kaart nodig. Nikodemus trok de natuurlijke kaart en legde die over de werkelijkheid. Vanuit dat oogpunt bezien, had hij gelijk. Een mens kan niet voor de tweede maal de moederschoot ingaan en geboren worden. Wetenschappelijk gezien is dat onmogelijk. Maar Jezus wilde hem uitdagen een nieuwe kaart te trekken, zodat zijn begrip van de werkelijkheid zou worden verruimd.

Veel mensen doen als McGrath en Nicodemus. Ze trekken één kaart, en leggen die over de volledige werkelijkheid. Maar dat leidt gemakkelijk tot een tunnelvisie, of in het ergste geval extremisme, radicalisme, totalitarisme. Het principe van de gedifferentieerde kaarten kan ons niet alleen helpen de Bijbel te grijpen en wetenschap en religie te verzoenen, maar ook om recht te doen aan de complexe werkelijkheid.

Viruswaarheid

Een concreet voorbeeld: de coronacrisis. Als de feiten voor zich spreken, wat verklaart dan dat de Belgische viroloog Marc Van Ranst en de Nederlandse dansleraar Willem Engel, voortrekker van Viruswaarheid, lijnrecht tegenover elkaar staan? Hoe is het mogelijk dat hun Twitterruzie momenteel de Nederlandse bushokjes siert? Opnieuw zien we een kaartenspel met verschillende kaarten. Waar Van Ranst de wetenschappelijke en politieke kaart trekt, hanteert Engel juist de kaart van wantrouwen jegens wetenschappers en politici. Doordat beide een tegengestelde kaart over de werkelijkheid leggen, ontstaan er twee conflicterende geloofssystemen. Probeer dan nog maar eens een gemeenschappelijke grond te vinden.

Wedergeboorte

Het is maar hoe je het bekijkt. Dat is ook de boodschap van Jezus aan Nikodemus. Wil je het Koninkrijk van God werkelijk zien, dan heb je een nieuwe kaart nodig.

Het verhaal van Pinksteren biedt inzicht in het belang van de wedergeboorte. De mens wordt allereerst geboren vanuit het natuurlijke, en als zodanig is hij of zij geneigd vanuit het natuurlijke te leven en te denken. Hij jaagt voedsel na, persoonlijk geluk, beleving of financieel gewin. Want als alles louter materie is, en de dood het einde, dan bestaat er niets beters dan te genieten zolang je leeft. Stelt dit korte leven teleur, dan laat de natuurlijke mens dikwijls zaden van egoïsme, jaloezie, bitterheid of rivaliteit wortelschieten in zijn hart. Want wat kun je je dan bedrogen voelen!

Voor de mens die zo leeft, blijft het Koninkrijk van God onzichtbaar. Juist daarom is het nodig wederom te worden geboren. Jezus leert Nikodemus dat we niet alleen uit vlees geboren moeten worden, maar ook uit water (de doop) en de heilige Geest. Die wedergeboorte markeert een nieuw begin, een verandering van mindset waarbij al je doelen, verlangens, dromen en ideeën in een ander daglicht komen te staan. Want door geopende ogen ga je anders zien. Dan ontvouwt zich een nieuw perspectief.

Allerhoogste kaart

Dat is ook de gedachte achter Pinksteren en achter het brandende braambos. Wat voor de één dwaasheid is, is voor de ander een groot wonder. McGrath ontdekte de geestelijke kaart die zijn verdere leven en werkelijkheid zou kleuren. Terugblikkend op zijn levenswerk getuigt hij:

“Ik geloof in het christendom zoals ik geloof dat de Zon is opgegaan; niet alleen omdat ik het zie, maar omdat ik daardoor al het andere zie.”

Alister McGrath

Laten ook wij, in navolging van deze apologeet, geen genoegen nemen met minder dan de allerhoogste kaart. Laten we onze ogen openen voor een werkelijkheid die het leven kleur, glans en zin geeft, voor een verhaal dat al het tijdelijke overstijgt.

Deze preek werd op 30 mei 2021 gehouden in de Protestantse Gemeente Hoek (Nederland). De livestream is hier te bekijken.

Meer lezen?

  • Johannes 3, 1-16
  • Exodus 3, 1-6
  • Alister McGrath, Het raadsel van God, Mijn ontdekkingsreis langs wetenschap, geloof en twijfel, KokBoekencentrum 2021, 240 blz.

Bestrijd de polarisering, laat het verhaal zegevieren

“Hij is groter als ik.” Taalpuristen hebben het moeilijk, want de nieuwe versie van de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) hanteert flexibeler dan ooit de als-dan-regel. Kreeg je vroeger voor een zin als “mijn glas is voller als jouw beker” een minpunt, vandaag behoort zo’n constructie stilaan tot het nieuwe normaal. Maar het kan erger. Als iets leraren Nederlands en godsdienst uit de slaap houdt, is het wel het toenemende literalisme.

Een middelbare schoolklas kreeg de gelijkenis van de graankorrel uit het evangelie van Johannes voorgeschoteld. Achterin ging een vinger omhoog. “De analogie is wetenschappelijk onjuist”, merkte een leerling op. “Je kunt het voortplantingsproces van een tarwekorrel niet op één lijn stellen met dat van mensen. Bij de mens is sterven geen voorwaarde voor nieuw leven.” Een meisje met hoofddoek reageerde: “Het gaat om een religieuze tekst. Ik denk niet dat je zo’n tekst door een wetenschappelijke bril moet bekijken. Een parabel is een verhaal dat mensen iets wil leren, er staan er ook veel in de Koran.”

Letterlijk denken

De godsdienstleerkracht die hiervan getuigde, maakt het vaker mee. Wat opvalt, is dat moslims en poëzieliefhebbers de oude Bijbelverhalen dikwijls beter begrijpen dan leerlingen die in de kerk zijn gedoopt. Veel jongeren lezen immers geen boeken meer, maar voeden zich met snelle nieuwsberichten, YouTube-filmpjes en sociale media. Komen ze in aanraking met de oude teksten, dan nemen ze die letterlijk om ze vervolgens af te wijzen. Dat literalisme, oftewel een letterlijke tekstinterpretatie, grijpt ook onder gelovigen om zich heen.

Sociale media zijn er vol van: “Bijbelgetrouwe” christenen die oude teksten uit hun context rukken en letterlijk toepassen op de actualiteit. Ik stuitte deze week op een bonte bloemlezing aan exegeses:

  • het coronavaccin is “het teken van het Beest”;
  • joden en moslims zijn “dienaren van Baäl”;
  • journalisten, wetenschappers en politici zijn “wegbereiders voor de antichrist”;
  • vrouwelijke predikanten moeten zich bekeren van de “Izebel-geest”.

Stuk voor stuk denkbeelden van oprechte gelovigen, die menen God aan hun zijde te hebben. Tegenargumenten worden vurig getorpedeerd met Bijbelteksten die hun wereldbeeld ondersteunen. Het zorgelijke is dat dat Bijbelse literalisme gepaard gaat met een afname van verdraagzaamheid jegens andersdenkenden en -gelovigen, en niet zelden met een politieke ruk naar rechts. Meest opvallend is evenwel de groeiende stroom berichten van verwonde mensen in mijn mail- en chatbox. Mensen die de geestelijke littekens dragen van het literalisme van anderen.

Daar waar Bijbelteksten snijden en verwonden, dooft de liefde gemakkelijk uit. Dat terwijl Gods liefde de rode draad zou moeten vormen in ons gemeenschappelijke verhaal. Juist daarom hebben we een verbindende taal nodig, een taal die ruimte biedt voor de nuance, voor verschillende gezichtspunten en empathie. Een taal die niet veroordeelt of verkettert, maar die ontfermt en omarmt, zoals ook Jezus Christus deed.

Wereld van polarisatie

Het door elkaar halen van “als” en “dan” kan onmogelijk de ondergang van een cultuur betekenen. Maar wat als de verhalende dimensie verdwijnt? Wat als beeldspraak, gelijkenissen, gezegden en gedichten verbleken en letterlijke feitelijkheid als het enige grote verhaal overeind blijft staan? Dan verzanden we in een wereld van polarisatie. Een taaluniversum dat zich versmalt tot absolute tegenstellingen van waar-onwaar, goed-fout, bijbels-onbijbels, zwart of wit.

Wonen in een wereld waar elke verhalende dimensie is uitgedoofd, dat zou pas taalverloedering zijn. Hoog tijd dus om de Bijbel te (her)openen, maar ook de sprookjesboeken en de romans. Om gedichten te delen op sociale media en onze kinderen en kleinkinderen te vertellen over het verleden. En laten we in vredesnaam een kampvuur aansteken in plaats van ons te laten meeslepen in de zoveelste verhitte discussie op sociale media. Want het verhaal moet zegevieren. Alleen op die manier bewaken we de taalruimte waarin het mysterie kan plaatsvinden, alleen zo bewaren we de woorden voor dat wat aan onze zintuigen ontsnapt.

Een verkorte versie van dit artikel verscheen in het Nederlands Dagblad van 18 mei.

De overweldigende kracht van Pinksteren

Pinksteren, voor veel mensen zijn het twee vrije dagen. Wat weinig mensen weten, is dat achter dat feest een bijzonder verhaal schuilgaat. Een verhaal dat ons ook vandaag veel kan leren over de levengevende kracht van de heilige Geest.

Vijftig dagen na Pasen zijn de leerlingen van Jezus samen in een huis. Ogenschijnlijk een ochtend als vele andere. Maar dan gebeurt er iets bijzonders. Vanuit de hemel klinkt een geraas alsof er een storm opsteekt. De windvlaag doortrekt het huis. En plots zien de leerlingen tongen van vuur, kleine vlammen die zich verspreiden boven ieder van hen.

Vreemde talen

Overweldigd door dat wonder voelen de leerlingen een kracht over zich komen, en ze kunnen niet langer zwijgen. Hun lippen openen zich en uit hun mond rollen vreemde en onbekende woorden. Wartaal, zo lijkt het, maar niets is minder waar. Het is vijftig dagen na Pasen en speciaal voor de feestdagen zijn er joden uit alle uithoeken der aarde naar Jeruzalem gekomen. Ze passeren het huis en horen tot hun grote verbazing hun eigen talen weerklinken! “Hoe kan dat nu?”, zegt de een tegen de ander, “dat zijn toch mannen uit Galilea? Hoe kan het dan dat zij onze talen spreken, en nog andere talen ook?”

Het is nogal een waslijst waar de joodse bezoekers van Jeruzalem vandaan komen: Parthië, Medië, Elam, Mesopotamië, Judea, Capadocië, Pontus, Asia, Frygië, Pamfylië, Egypte, de streek van Cyrene in Libië, Kreta, Abilië…. En toch horen ze allemaal in hun eigen taal de grootse daden van God weerklinken.

Teveel zoete wijn

“Ja maar, dat is onmogelijk!”, roepen de joden. Naarstig gaan ze op zoek naar verklaringen. Want zo’n fenomeen komt toch zeker niet uit de lucht vallen? Daar moet wel een verklaring voor zijn. “Ze hebben gewoon teveel zoete wijn gedronken”, merken een paar mannen schamper lachend op.

Maar dan staan de twaalf apostelen op en neemt Petrus het woord. “Mannen van Israël, inwoners en bezoekers van Jeruzalem, luister! Wij zijn helemaal niet dronken, zoals u denkt. De dag is nog maar net begonnen, het is pas negen uur. ” En hij verwijst naar de profeet Joël, die al lang geleden voorspelde dat God zijn Geest over alle mensen zou uitstorten.

Ruach

Ook de profeet Ezechiël deed een soortgelijke voorspelling. In een visioen zag hij een dal vol dode beenderen. Ze vertegenwoordigden het verbannen volk Israël, dat geen hoop meer had. Maar toen zag Ezechiël tot zijn ontsteltenis hoe de benen zich weer aaneenregen, en er een wind kwam opzetten die de botten weer levensadem in blies. Wind, adem en geest: in het Hebreeuws komen ze samen in het woord ruach. “Ik zal jullie Mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen”, profeteert Ezechiël.

Opgesloten binnen kerkmuren

“Geloof is privé”, reageerde een man nadat ik een online preek had gedeeld op sociale media. “Bewaar dat voor tussen de vier kerkmuren.” Maar gelukkig bestaat er nog altijd geen wet die verbiedt om datgene wat ons ten diepste bezielt, met anderen te delen. Stel je een wereld voor zonder christelijke media, online kerkdiensten, overdenkingen, Bijbelstudies, meditaties en ontmoetingsplaatsen op sociale media. Wie zou nog begrijpen wat er in kerken gebeurt? Wie zou nog het verlangen voelen binnen te stappen in die parallelle wereld, die volledig losgesneden is van het dagelijkse leven? Vooroordelen over religie zouden gretig om zich heen grijpen, zonder nog tegenwicht te krijgen. En “veilig” opgesloten binnen de kerkmuren, zou de vlam van het evangelie uitdoven. De kerk wordt dan vanzelf een sterfhuisconstructie.

Pinksteren is een feest dat ons eraan herinnert dat het ook anders kan en mag. Wie door het vuur van het geloof gegrepen is, hoeft zich niet te schamen. Zoals de wind bedoeld is te waaien en vuur om te branden, zo is ook het leven bestemd om te worden doorgegeven. De apostelen worden voor gek versleten, voor onnozele dronkaards die buiten zinnen zijn. Voor mensen die je niet serieus moet nemen. Maar ze zijn hun verstand niet verloren; ze zijn simpelweg gegrepen door iets dat hun verstand te boven gaat. Door een hogere werkelijkheid die hen in vuur en vlam zet.

Griezelige gebouwen

Pinksteren is voor mij meer dan een verhaal. Het feest werd werkelijkheid toen ik als jongvolwassene een christelijk ontmoetingsweekend bezocht. Tijdens een gezamenlijk gebed werd ik overweldigd door een kracht die met geen pen te beschrijven is. Talen, culturen en natiën verbleekten; er leek nog slechts één taal te bestaan, de taal van overgave en van een hartgrondig “ja”. Voorheen had ik me op vele manieren beziggehouden met spiritualiteit en met het paranormale. Maar dit was anders dan alles wat ik kende. De ervaring deed mijn wereld daveren op haar grondvesten. Alles wat voorheen zo zeker had geleken, moest worden herzien. Dit, het verhaal van Pinksteren, was meer dan een droog verhaal uit een stoffig boek. Het was echt.

Als kind had ik kerken maar griezelige gebouwen gevonden. Groot, somber en donker als roggenbrood torenden ze uit boven de stad. “Daar woont God”, had mijn atheïstische schoolmeester schamper lachend opgemerkt. En we begrepen het allemaal: een God die zich opsloot in zulke onheilspellende gebouwen, moest al even onheilspellend zijn. Toen mijn moeder eens voorstelde de St. Bonifatiuskerk van haar jeugd binnen te gaan, was ik opgelucht de zware deur gesloten aan te treffen. “Gristenen”, zo zei mijn leraar, dat waren zure en onverdraagzame mensen die anderen de wet voorschreven en dreigden met hel en verdoemenis.

Christenen, dat waren mensen die de hond op je afstuurden als je op zondagmorgen postzegels kwam verkopen. Christenen, dat waren vreugdeloze mensen met strakke gezichten die op zondag hele noten uit zware orgels persten. Christenen waren meisjes die een rok moesten dragen en op zondag de Bijbel moesten lezen. Mijn leraar was dan ook des duivels toen mijn beste vriendin aangaf naar een christelijk atheneum te zullen gaan. “Leerlingen van een openbare school horen daar niet thuis!”, brieste hij, en zijn ogen schoten vuur. Ik had niet de moed te zeggen dat ik ook naar het Blaise Pascal College zou gaan.

Religiehaat

De zinderende religiehaat van mijn schoolmeester maakte me evenwel nieuwsgierig. “Als hij zegt dat het allemaal een sprookje is”, dacht ik, “waarom maakt dat sprookje hem dan zo kwaad? Een verzinsel schuif je toch gewoon achteloos terzijde?” Vanaf dat moment was ik vastbesloten op zoek te gaan naar antwoorden.

Wat ik toen onmogelijk kon beseffen, is hoe levensveranderend de kracht van het Evangelie kan zijn. Een kracht die zo vaak onzichtbaar blijft omdat ze is opgesloten in kerkgebouwen; gestold in dogma’s, leerstellingen, gewoontes of tradities. De kerk blijft dan een gebouw, een instituut uit een ver verleden. En misschien was dat ook wel hoe mijn schoolmeester het zag. Hij zag vooral een autoritair instituut dat hem zijn levensvreugde had willen ontnemen. Maar hoe anders ging het eraan toe bij de eerste gemeente in Handelingen! De discipelen kwamen wel tussen vier muren samen, maar de enorme kracht die hen overweldigde konden zij onmogelijk voor zichzelf houden. Het was een brandend vuur in hen, dat wel moest worden gedeeld. Geen somberheid maar vreugde. Een vreugde groter dan die van wijn.

Vruchten van de Geest

“Ik zal jullie Mijn adem geven; en jullie zullen herleven”, belooft de profeet Ezechiël. Pinksteren confronteert ons met de transformerende kracht van het Evangelie. Met een Liefde die ons opnieuw in vuur en vlam wil zetten. Die ons in beweging zet om betere mensen te zijn. Zelfs in tijden van gesloten kerken houdt die belofte nog altijd stand. Mensen die de heilige Geest ontvangen hebben, zijn veranderde mensen die niet langer gehoorzamen aan hun oude natuur, maar die de vruchten van de Geest uitdragen. De geschiedenis herbergt vele verhalen van mensen die zo’n keerpunt in hun leven hebben meegemaakt. “Aan hun vruchten zul je ze herkennen”, stelt de Bijbel. Dit zijn de vruchten van de Geest, zoals ze beschreven staan in het Bijbelboek Galaten (5, 22):

  • Liefde
  • Blijdschap
  • Vrede
  • Lankmoedigheid
  • Vriendelijkheid
  • Goedheid
  • Trouw
  • Zachtmoedigheid
  • Zelfbeheersing

Klinkt dat als een besloten club van moraalridders die gekant zijn tegen de wereld? Nee, het zijn toch vooral moderne mensen die de moed hebben die wereld te transformeren. De Geest spoort ons aan om “nee” te zeggen tegen zelfzuchtige genoegens, en een hartgrondig “ja” tegen Hem. Om onze wortels uit te strekken naar het Levende Water, vrucht te dragen en de wereld een stukje mooier te maken. Pinksteren is zoveel meer dan een feest. Het begint elke ochtend opnieuw. Bij het openzetten van de deur van ons hart, de eerste tempel waar Gods Geest wil wonen.

Meer lezen?

  • Handelingen 2
  • Ezechiël 37
  • Galaten 5, 22

Wees de verandering

De regen trotserend haastte ik me door Antwerpen. Gedachteloos wandelde ik door een metrostation, toen mijn aandacht werd getrokken door een poster aan de muur. “Be the change you want in this world.” Witte letters tegen een zwarte achtergrond. Ik herkende ze onmiddellijk als een uitspraak van Mahatma Ghandi. De Indiase politicus roept op om zelf de verandering te zijn die je in de wereld wilt zien.

De quote bleef me bij, ook tijdens het doorworstelen van mijn lijvige stapel boeken over misdaden tegen de mensheid. Elke dag ontmoet ik realisten. Mensen die zeggen: “Slaap maar lekker verder, vrede is een onrealistische droom”. Ongelijk geven kan ik ze niet. We leven in een wereld die wordt verscheurd door vijandigheden. Na twee bloedige wereldoorlogen is de vrede opnieuw ver te zoeken. Een greep uit het nieuws:

  • Tererroristische groeperingen in Afrika;
  • Massaslachtingen in Tigray;
  • Vervolgde Oeigoeren en Kazachen in China;
  • Vluchtelingen die zich verzamelen aan de grenzen van Europa;
  • Spanningen tussen Israëli’s en Palestijnen;
  • Opstanden en rellen overal in Europa.

Dit is exact de wereld die Jezus voorspelde toen Hij zei: “Want het ene volk zal opstaan tegen het andere, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbeving in verschillende plaatsen (Mattheüs 24, 7).”

Vrede als opdracht

De wereld lijkt in een kookpot te zitten die op het punt staat te overstromen en zijn inhoud prijs te geven aan de vlammen. Regeringen sturen afgezanten in een poging oorlogen te voorkomen, maar ze bereiken hooguit een adempauze die partijen de ruimte geeft zich op te maken voor de volgende strijd. De wortels van vijandschap gaan diep; eeuwenoude etnische conflicten laaien telkens weer op. In een wereld van verdeeldheden en conflict heeft vrede alle schijn tegen. Vrede is in tegenspraak met de geschiedenis, heeft de slechtste papieren, kortom: lijkt weinig zinnig om in te geloven.

Maar dat vrede geen realiteit is, neemt niet weg dat het wel degelijk een opdracht is. Mahatma Ghandi was geen christen, maar de Bergrede was een van zijn favoriete Bijbelboeken. Hij was ervan overtuigd dat Jezus daarin een revolutionaire boodschap bracht. Volkomen haaks op de realiteit, maar niettemin een praktische gids tot wereldvrede.

“Zalig de vredesrichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.”

Jezus, Mattheüs 5, 9

Als vrede werkelijk de weg is om tot Gods hart te naderen, zou het dan geen gemiste kans zijn die oproep te negeren?

Wat ons tegenhoudt, is dat we vaak geneigd zijn vrede te zien als iets groots. Als iets dat op wereldniveau moet worden beslist, of minstens door Amerika of door de Europese Unie. In dat geval wordt vrede inderdaad behoorlijk onrealistisch. De machthebbers van deze wereld hebbers hebben immers andere belangen. De dag dat ze hun wapens zullen omsmeden tot ploegijzers, zoals Jesaja profeteert, lijkt een verre droom. Maar dat neemt niet weg dat we wel degelijk gehoor kunnen geven aan de oproep een vredestichter te zijn.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Klein steentje

Vrede stichten begint niet bij machthebbers of bij wat anderen doen. Vrede stichten begint bij onszelf. Bij het besef dat de realiteit is opgebouwd uit vele grote en kleine beslissingen die mensen dagelijks nemen. En dat we binnen die grote realiteit allemaal een stukje verantwoordelijkheid hebben gekregen. Zelfs al is dat maar een steentje.

Ook wij kunnen in die complexe wereld ons steentje bijdragen. Dat begint soms al heel klein. Bij de weigering mee te gaan in wij-zijdenken, bij de beslissing open te staan voor de ander, om geweld niet te beantwoorden met geweld, maar radicaal te kiezen voor verbinding en vrede. Elke dag opnieuw. In al die kleine stapjes die we zetten.

Positieve vibes

Hoe meer mensen op hun eigen niveau vrede stichten, hoe meer het draagvlak voor polarisatie en geweld in de samenleving zal afnemen. In plaats van negatieve sentimenten te voeden, sturen we positieve en verbindende vibes de wereld in.

Jij bent het zout der aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden.

Jij bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn.

Laat je licht zo schijnen voor de mensen, dat zij jouw goede werken zien en je Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

Mattheüs 5, 13-16

De werkelijkheid is opgebouwd uit vele steentjes. Het effect van elk steentje lijkt verwaarloosbaar, maar één steentje kan een lawine in werking zetten of een stil water doen rimpelen.

Welk steentje voegen jij en ik vandaag toe? Kiezen we ervoor een realist te zijn, of de realiteit te transformeren? Strijden we tegen elkaar of voor elkaar? Sluiten we onze ogen voor de werkelijkheid, of openen we ze voor een nieuwe werkelijkheid die het waard is om in te geloven?

Durf de verandering te zijn die je wenst in deze wereld.

Meer lezen?

Op weg naar de bergtop

Een goede voorbereiding is het halve werk. In de Bijbel zien we dat principe op vele manieren terug. Neem nu de berg Sinaï. Dat is een rotsformatie in de Sinaïwoestijn van Egypte. Woeste en ledige grond die een sacrale functie moet gaan vervullen. Maar dat gebeurt niet zomaar. Voordat God er kan neerdalen, krijgt Mozes de opdracht het gebied geestelijk af te bakenen.

Eroev

Antwerpen, de stad waar ik woon, is de enige Belgische plaats met een eroev. Tussen de Schelde en station Berchem loopt een smalle draad op boomhoogte. Zo op het eerste gezicht een onschuldig touwtje. Maar schijn bedriegt. De eroev is een heilige draad, in 1902 door de joodse gemeenschap gespannen. Antwerpen is niet de enige stad met zo’n koord; ook Amsterdam en alle steden van Israël hebben er een. “Waarom bakenen orthodoxe joden hun leefomgeving af met een eroev?”, zul je je misschien afvragen. Welnu, dat doen ze om de grond aan God toe te wijden. Op de Sabbat kan de lokale joodse gemeenschap zich dan iets meer vrijheden veroorloven.

Het proces van geestelijke voorbereiding komt over de hele wereld terug in tradities. Priesters worden gewijd, ruimtes besprenkeld met wierook of wijwater, een huwelijk ingezegend. Het zijn allemaal verschillende manieren om uiting te geven aan dezelfde gedachte: een domein wordt geestelijk afgebakend en voorbereid op de functie die het moet gaan vervullen.

Heiliging

Bijna nergens wordt dat duidelijker dan op de berg Sinaï. Drie dagen voordat God op die berg neerdaalt, krijgt het volk al een waarschuwing: “Heilig je, reinig je van alle smetten van deze wereld!” En God gebiedt Mozes om rondom de voet van de berg een grens te trekken, die niemand mag overschrijden totdat het geluid van de ramshoorn klinkt.

Heiliging, dat onderwerp snijdt Jezus ook aan in het hogepriesterlijk gebed. En net als bij Mozes gaat dat over meer dan grond. De heiliging gaat primair over de relatie tussen God en mensen. Er is een kloof die moet worden overbrugd, een gapende rivier tussen het tijdelijke en het eeuwige, tussen het sacrale en het profane. Heiliging is de brug die wordt geslagen.

Mozes en Jezus zijn allebei bruggenbouwers. Toch zijn hun bruggen niet hetzelfde. De brug van Mozes is er een van lichaamsheiliging. Hij roept het volk Israël op om hun kleren te wassen en drie dagen lang af te zien van lichamelijke gemeenschap. En Jezus? “Heilig hen door Uw Waarheid”, bidt Hij. Die Waarheid, dat is Gods Woord. Jezus staat dus een reiniging voor die verder gaat dan de oppervlakte. Niet de uiterlijke, maar de innerlijke mens moet worden gezuiverd. Er is een hartsverandering nodig om tot God te naderen, een intrinsiek verlangen om Zijn wil te doen.

Laten betijen

Laatst werd ik getroffen door het verhaal van Anna De Poorter, een non die in 2016 haar eeuwige professie aflegde in een klooster in Brecht. Ze was ooit yogalerares, maar besloot na vele omzwervingen in te treden. De belangrijkste les die ze in het klooster leerde, is monastiek geduld.

“Tijd is een heel belangrijk iets. Een moeilijke boodschap, want onze cultuur is erop gericht alles zo snel mogelijk te krijgen. Nu besteld, vanavond geleverd zeg maar. Terwijl ik denk: wacht. Laat de dingen eerst betijen en kijk er morgen opnieuw naar. Vaak ziet een probleem of nood er dan al heel anders uit.”

Anna De Poorter in “Oh God”

Geestelijke voorbereiding hoeft niets groots te zijn. Geen indrukwekkend ritueel. Soms schuilt het al in het laten betijen. Er een nachtje over slapen voordat je een beslissing neemt, bidden voor een operatie, de Bijbel betrekken op een belangrijke vraag in je leven. Als we onze plannen aan God toevertrouwen, spannen we een symbolische eroev rond ons leven. Dan zeggen we tegen God: “Kijk Heer, dit gebied in mijn leven vertrouw ik toe aan U. Wilt u er Uw heerlijkheid vestigen, Uw leiding over nemen?”

In onze snelle informatiemaatschappij vergeten we maar al te gemakkelijk hoe belangrijk dat is. Als je de domeinen in je leven niet geestelijk afbakent, verlies je gemakkelijk je focus en visie. Je gedachten raken versnipperd, je verdwaalt in het grote geheel. Je oorspronkelijke bezieling wordt vertroebeld door duizend-en-één dagelijkse dingen. Binnenkomende sms-jes, sociale media, mensen die je aandacht vragen, een volle wasmachine, een lege ijskast, rondslingerende sokken. Misschien herken je het wel.

Liefde dwingt niet

Een lerares Frans droeg haar leerlingen op haar een complimenteuze mail te sturen over de inhoud van haar lessen. In het Frans, wel te verstaan. Aangezien al haar leerlingen een mooi cijfer wilden, regende het complimenten. Maar wat is zo’n lofzang waard?

  • Wat betekent liefde als je partner niet anders kan dan van je houden?
  • Wat betekent een verjaardagscadeau als je je kind 10 euro geeft en zegt: “Ga maar naar de winkel en haal een bosje bloemen voor me”?

Mozes noch Jezus getuigen van een God die de mens dwingt om Hem lief te hebben. God heeft Zijn kinderen een vrije wil gegeven; Hij respecteert hun agenda en prioriteiten. Dat is zelfs essentieel, want alleen als er ook een vrije keus bestaat, kan liefde het verschil maken. God is gentle. Hij komt op uitnodiging. Hij komt daar waar een brug is geslagen, daar waar de tafel is gedekt, daar waar twee of drie mensen samen bidden in Zijn Naam, daar waar Hij een hart vindt dat Hem volkomen is toegewijd.

Opgaan naar de berg

Willen we echt Zijn stem horen, verlang je er werkelijk naar Zijn liefde te ervaren? Willen we echt dat Hij, in een wereld vol pijn en leed, realiteit voor ons wordt? Dan moeten we opgaan naar de berg.

De Sinaïberg in de gelijknamige woestijn in Egypte is zo’n 5.000 kilometer van ons verwijderd. Toch kan ons hart als die berg zijn. Als we het heiligen en er een eroev rond spannen, kan Gods Geest er neerdalen en wonen. En dan kunnen we een toevluchtsoord zijn voor anderen, die op dit moment eenzaam ronddolen in de woestijn van het leven.

Een berg valt op. Ook wij moeten niet bang zijn om op te vallen. Heb jij soms het gevoel dat je er nooit helemaal bij hoort? Voel je je weleens ongemakkelijk omdat je anders bent dan anderen? Misschien doe je al jarenlang hard je best om je aan te passen, geen aanstoot te geven, niets verkeerds te zeggen.

Maar een berg die boven het landschap uittorent, kan niet verborgen blijven. Ook wij moeten niet bang zijn om ruimte in te nemen, om beeldbepalers te zijn in onze omgeving. Als kinderen van de Allerhoogste hebben we toegang tot een groter potentieel. We kunnen ervoor kiezen een middelmatig leven te leiden, maar we kunnen er ook voor kiezen om – met de voeten stevig gegrondvest in de Aarde – naar de hemel te reiken.

Heiliging begint bij de beslissing om elke stap in ons leven er één richting de Bergtop te laten zijn. Om elke daad, elk woord, elk gebaar, te laten plaatsvinden binnen de veilige omheining van Gods liefde. Om elke dag opnieuw een plaats te bereiden om Hem te ontmoeten.

De pelgrim die zo op pad gaat, heeft niets te vrezen. Want hoe steil de tocht soms ook mag lijken, ze wordt beloond met vele mooie vergezichten. En, last but not least: met een behouden aankomst.

Amen.

Dit was de preek van zondag 16 mei 2021 in de Evangeliekerk Dendermonde ter gelegenheid van de zevende zondag na Pasen.

Meer lezen?

  • Exodus 19, 9-20a
  • Johannes 17, 14-26

Vergroot je geestelijke voetafdruk

“Waarom luistert mijn personeel zo slecht?”, klaagde een leidinggevende. In plaats van actief bij te dragen, zaten zijn werknemers tijdens vergaderingen hun tijd uit. Ideeën werden genegeerd, plannen gesaboteerd. “Ik heb het gevoel dat ik veel druk moet uitoefenen om dingen gedaan te krijgen”, verzuchtte de manager. Maar wat hij zich niet realiseerde, was dat juist daar het probleem lag.

Veel mensen onderschatten hun invloed op anderen. Ze denken dat hun impact verwaarloosbaar is, en zetten daarom machtsmiddelen in om dingen gedaan te krijgen. Ze oefenen druk uit op mensen, dreigen met sancties, controleren, bekritiseren, kapen gesprekken, spelen politieke spelletjes, manipuleren of intimideren.

Overheersend gedrag roept verzet op

Misschien krijg je met machtsmiddelen op korte termijn nog wel gedaan wat je wilt. Maar uiteindelijk schiet zo’n aanpak zijn doel voorbij. Overheersend gedrag roept verzet op, passiviteit en terugtrekking. Mensen voelen zich dan niet gezien of gehoord. En in omgevingen waarin geen aandacht is voor de intrinsieke mens, raakt het vertrouwen vroeg of laat verstoord. Mensen komen niet tot bloei, maar trekken zich veilig terug in hun knop.

Een vrouw klaagde dat ze zo opzag tegen verjaardagen. Het samenzijn met haar familie ontaardde altijd weer in een machtsstrijd. Een gevecht om de spreektijd, dat steevast werd gewonnen door haar schoonzus. Jarenlang had zij zich bekwaamd in lange monologen zonder pauzes, zodat niemand de kans kreeg in te breken en het gesprek over te nemen. De stillere muurbloempjes zaten er intussen bij en luisterden ernaar. Of liever gezegd: ze zaten hun tijd uit. Verjaardagen waren een noodzakelijk kwaad geworden.

De onderste weg gaan

Is een gebrek aan invloed iets waar je je maar bij neer moet leggen? Moet je accepteren dat er toch niet naar je wordt geluisterd, dat anderen vooral zichzelf willen horen? Is dat wat Jezus bedoelt met Zijn oproep dat we de onderste weg moeten gaan?

Wat een gemiste kans zou dat zijn. Als je altijd maar plaatsmaakt voor anderen, betekent dat dat je je omgeving niet op een positieve manier kunt beïnvloeden. Dan laat je anderen de sfeer bepalen, ook als dat een negatieve sfeer is. En dat is nadrukkelijk niet wat Jezus bedoelt met de onderste weg gaan.

Jezus had tijdens zijn leven op Aarde wel degelijk invloed. En toen Hij opsteeg naar de hemel, gaf Hij ons de Geest om onze harten te vervullen en ons van binnenuit aan te sporen om het goede te doen. Met andere woorden: om een positieve impact te hebben op onze omgeving.

Jezus was een inspirator

We zijn geroepen om invloed te hebben. Maar niet door anderen te overstemmen, te dreigen of te dwingen. Jezus was nederig en zachtmoedig van hart. Toch is Zijn invloed tot op de dag van vandaag tastbaar aanwezig in de samenleving.

Wat was Zijn geheim? Jezus was een inspirator. Hij wist mensen ertoe te bewegen Zijn wil te doen. Hij dwong hen niet, maar overtuigde hen ervan mee te stappen in zijn verhaal. Hij bracht mensen tot het inzicht dat Gods geboden er niet zijn om het leven te beperken en te verzwaren, maar juist om leven te geven. De Indiase politicus Mahatma Ghandi noemde de Bergrede, waarin Jezus Zijn discipelen onderwijst, niet voor niets “een gids tot wereldvrede”.

Maar de essentie van ware liefde is dat ze vrijlaat. Ware liefde respecteert de unieke gedachten, aard en belevingswereld van de ander. God dwingt ons niet Hem lief te hebben of te gehoorzamen, maar gaf ons een vrije wil.

Goddelijke vibes

De verhalen die ons werden toevertrouwd, zijn door de eeuwen heen maar al te vaak verkeerd begrepen. Oude teksten werden vervormd tot politieke ideologieën. Misbruikt om de ander tot vijand te maken en geweld en oorlogen te legitimeren. Maar dat zegt meer over de menselijke machtshonger dan over de essentie van ware godsdienst.

Dit is de ware eredienst aan God: je hart openstellen voor Zijn eeuwige Liefde. Een Liefde die niet roept, maar fluistert. Die niet dwingt, maar inspireert. En die ernaar zoekt ons hart te vervullen, zodat ze zich via ons kan verspreiden naar anderen, en de samenleving diepgaand kan transformeren.

Gods liefde is een uitnodiging aan de mensheid om op een hoger niveau te gaan functioneren, niet langer als slaaf van negatieve emoties als haat, afgunst, materialisme en egoïsme, maar vervuld van goddelijke vibes als goedheid, compassie en liefde. Niet langer verblind door een jacht naar materiële zaken, maar met open ogen voor wat er werkelijk toe doet.

Gebed van Jabes

Het gebed van Jabes heeft vele generaties geïnspireerd. Het is kort en krachtig, en brengt ons streven naar impact terug tot de essentie. Dit zijn zijn woorden:

“Wil mij toch overvloedig zegenen en mijn gebied vergroten; laat Uw hand met mij zijn, weer van mij het kwade, zodat mij geen smart treft” (NKJV-vertaling: zodat ik geen smart veroorzaak) God gaf hem wat hij gevraagd had.

1 Kronieken 4, 10

Jabes vroeg om meer invloed; om de vergroting van zijn geestelijke voetafdruk. En hij kreeg wat hij had gevraagd. Wilde hij die macht en invloed voor zichzelf? Nee, hij verlangde toch vooral om in een wereld van pijn en lijden op een positieve manier het verschil kunnen maken. Maar daarvoor had hij wel een instrument nodig: invloed. Een groter gebied.

Jabes was een inspirator, net als Jezus. En ook wij kunnen het verschil maken. Ook wij zijn geroepen om het werk van Jezus voort te zetten op Aarde en invloed te hebben. Een lamp plaats je niet onder een korenmaat; een stad op een bergtop kan niet verborgen blijven. We hebben teveel mooie gaven en talenten ontvangen om het roer van ons leven zomaar uit handen te geven, om anderen de sfeer te laten bepalen.

Het is tijd om onze geestelijke voetafdruk te vergroten. Laten we opstaan en deze wereld een stukje mooier maken.

Always believe in yourself, even when others don't" | Life thoughts, Words  of comfort, Prayers for strength
Beliefnet.com

Meer lezen?

Is er leven voorbij de gesloten kerkdeuren?

Kerkverlater Inge Bosscha groeide op in een protestantse kerk. Geheel volgens het boekje was ze netjes getrouwd en deed ze haar best om haar man onderdanig te zijn. Zelfs als dat betekende dat hij haar sloeg. Maar toen ze in verwachting raakte, begonnen kerkelijke leringen te wringen. Want daar waar Liefde had moeten wonen, draaide het toch vooral om dogma’s en macht.

Lange tijd dacht Inge Bosscha dat de klappen die ze kreeg, haar schuld waren. Misschien moest ze gewoon nog harder haar best doen om een goede en dienstbare echtgenote te zijn. Of ze maakte zichzelf wijs dat het toch wel goed was, dat haar man bij haar zo zichzelf kon zijn.

Dikke vinger in de pap

Pas tijdens haar zwangerschap kwam Bosscha tot het besef dat ze haar kind niet in zo’n situatie wilde laten opgroeien. Ze trok aan de alarmbel, maar vond nauwelijks gehoor. Veel kerkleden plaatsten vraagtekens bij haar verhaal. Mishandeling gold in de kerk als legitieme reden om te scheiden, maar dan wel op voorwaarde dat de kerkenraad unaniem besliste dat daar sprake van was.

Als de dag van gisteren herinnert Bosscha zich hoe een ouderling haar opzocht in het opvanghuis waar ze verbleef. Gerieflijk liet hij zich achterover zakken in de enige stoel in haar kamertje. En nadat ze nog maar een paar zinnen had gezegd, schamperde hij dat dit “gewoon ruzies met handtastelijkheden” waren en dat “dit in elk huwelijk voorkomt”. Uiteindelijk besliste de kerkenraad dat er niet of nauwelijks sprake was van mishandeling. “Ik mocht niet scheiden”, blikt Bosscha terug.

Baken van liefde

Inmiddels is ze gescheiden. Niet alleen van haar man met losse handjes, maar ook van de kerk. Met haar website Dogmavrij strijdt Bosscha tegen machtsstructuren en dogma’s die mensen ervan belemmeren zichzelf te zijn. Haar verhaal werpt een tragisch licht op de kerk, een gemeenschap die ontstond om Gods liefde in de wereld te verkondigen en te verspreiden. En het roept het de vraag op wat er van die oorspronkelijke bezieling over is.

  • Sommige kerken zijn verworden tot paleizen van pracht en praal.
  • Sommige kerken zijn verworden tot machtsbolwerken.
  • Weer andere kerken zijn verworden tot zuilen van conservatieve ideeën, “de “joods-christelijke cultuur” of een politieke kleur.

Tempel van Gods Geest

Dat kerkdeuren tijdens de coronacrisis gesloten bleven, was voor veel gelovigen een trap tegen het zere been. Maar gesloten deuren nodigen ook uit tot reflectie. Is het kerkgebouw nog wel primair de plaats waar het allemaal moet gebeuren? In de brief van de apostel Paulus aan de Korinthiërs vinden we twee veelzeggende citaten:

“Weet u niet, dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God is heilig, en deze tempel bent u.”

1 Korinthe 3, 16-17

“Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?”

1 Korinthe 6, 19

Het woord “tempel” wordt in de Van Dale beschreven als “een aan God of aan de goden gewijd gebouw met beelden en een altaar”. En die tempel, dat ben je in eerste instantie zelf. Niet de kerk, maar ons hart is de allereerste plek waar God wil wonen.

Brood en wijn

Veel gelovigen maken zich druk om het vervallen van de communio, of het avondmaal. Maar ze vergeten dat Christus ons elke dag, elk moment uitnodigt om met Hem aan tafel te gaan. Om de wereld te verzaken en te komen tot het altaar van Zijn liefde. Een liefde die bedoeld is om ons te voeden en te worden uitgedeeld, zoals wijn die wordt geschonken en het brood dat men breekt.

Betekent dat dat we de kerk kunnen missen als kiespijn? Absoluut niet. Het samenkomen, samen vieren en delen is een vitale dimensie van het menszijn, die in onze individualistische samenleving jammerlijk ondergesneeuwd is geraakt. Niet voor niets zegt Jezus: “Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden” (Mattheüs 18, 20).

Idealen worden sterker als ze worden gedeeld; krachten nemen toe naarmate ze worden gebundeld. Kerkzijn is zoveel meer dan een preek op de zondagmorgen. Maar werkelijke vernieuwing begint bij ons. De ekklesia zoals we die aantreffen in het Bijbelboek Handelingen, was geen gebouw maar een gemeenschap van veranderde harten. Kwamen die mensen samen, dan ontstond er een bezieling die de kracht had om de samenleving diepgaand te transformeren.

Levende stenen

Hoe staat het eigenlijk met ons hart? Hebben we het goede niet al te zeer buiten onszelf gezocht? Als we voor gesloten deuren komen te staan, kunnen we gaan mopperen en klagen. Maar we kunnen er ook voor kiezen de deuren van ons hart weer eens wagenwijd open te gooien. Als we dat massaal doen, banen we samen na corona de weg voor iets nieuws. Want een kerk die alleen uit bakstenen bestaat, kan geen stand houden. De ware ekklesia is opgetrokken uit levende stenen, en die stenen zijn wij.

Vrijheid is niet vanzelfsprekend

Vandaag viert Nederland Bevrijdingsdag. Een dag waarop massaal de vlaggen uitgaan. Op 5 mei 1945 werd het land bevrijd van de Duitse bezetters. Maar wat ooit zo hard bevochten is, wordt gemakkelijk vanzelfsprekend. Reden om stil te staan bij een belangrijke vraag: wat heeft vrijheid eigenlijk te betekenen?

Toen iemand mij die vraag voorlegde, hoefde ik niet lang na te denken. Bij het horen van het woord “vrijheid” denk ik aan mijn grootvader. Hij was militair in voormalig Nederlands-Indië, op het eiland Java waar hij was geboren. Tijdens de Japanse bezetting werd hij gevangengenomen en tewerkgesteld aan de beruchte Dodenspoorlijn. De aanleg van de spoorlijn, die Thailand moest verbinden met Myanmar, zou volgens prognoses van Japanse ingenieurs minstens 5 jaar in beslag nemen. Door de massale inzet van dwangarbeiders werd de 415 kilometer lange spoorweg echter al in 16 maanden voltooid.

Oorverdovend gekerm

Als krijgsgevangene moest mijn grootvader hard werken op één kommetje rijst per dag. Wie niet hard genoeg doorwerkte, werd geslagen met de achterkant van een bajonet. Vaak tot de dood erop volgde. Opa’s ogen zagen gruwelijke taferelen. Beelden die hij ook in het veilige Nederland niet meer van zijn netvlies gewist kreeg. Zoals die keer dat hij getuige was geweest van een bomaanslag op een ziekenbarak. In allerijl was hij ernaartoe gesneld om te kijken of hij nog hulp kon bieden. Tevergeefs. De aanblik van uiteengereten lichamen en het oorverdovende gekerm zouden hem zijn leven lang bijblijven.

Onverwoestbare hoop

Uit de vele boeken over concentratiekampen die ik las, komen gruwelijke scenario’s naar voren. Maar opmerkelijk genoeg getuigen de verhalen van krijgsgevangenen ook van een onverwoestbare hoop. Juist als vrijheid afwezig is, krijgt dat woord een nieuwe betekenis. Het dromen ervan houdt mensen – soms letterlijk – op de been. Gezien vanuit een oorlogssituatie worden zelfs de simpelste dingen vrijheid: je kinderen zien opgroeien, op straat kunnen wandelen zonder angst voor schoten of gevaar, elke dag kunnen kiezen wat je wilt eten of wat je zult aantrekken.

Drang om te genezen

Ik herinner me opa als een man die medische encyclopedieën verslond. Alles wilde hij weten over de anatomie van het menselijke lichaam, over medicijnen en over de natuurgeneeskunde van de Zwitserse arts Alfred Vogel. Een intellectuele honger die getuigde van een drang om te genezen. Om de vele vernietigde lichamen die zijn ogen hadden aanschouwd, te helen. Misschien zelfs om ze ledemaat voor ledemaat weer op te bouwen, zodat ze opnieuw een stem en een gezicht zouden krijgen. Dokter Keasberry noemden we hem. “Hij heeft zijn roeping gemist”, zei oma weleens.

Boterham met hagelslag

Opa was een zwijgzame man. Hij sprak niet graag over vroeger; liever verkoos hij de kwaadaardige schimmen van het verleden te laten rusten. Toch leerde hij me veel over vrijheid. Vrijheid, dat zijn de dingen die we vandaag zo dikwijls als vanzelfsprekend voor lief nemen. Het is de beslissing op de vroege morgen een wandeling te gaan maken. De mogelijkheid je kinderen te zien opgroeien, een boterham met hagelslag te eten, te dansen in de regen of met een goed boek in bed te kruipen.

Ook vandaag kunnen miljoenen mensen op Aarde alleen maar dromen van vrijheid. Met mijn grootvader stierven de beelden op zijn netvlies. Maar zijn verhaal leeft voort. Ook vandaag inspireert het me om de waarde van al onze dagelijkse kleine en grote vrijheden in te blijven zien, en dankbaar te zijn.

Vrijheid: koester het, vier het en geef het door. Vrijheid is niet vanzelfsprekend.

Elkaar opnieuw de hand reiken

Mijn schrijftafel kijkt uit op een appartementencomplex. Het bestaat uit drie lagen van zes vakjes, achttien in totaal. In elk vakje wonen één of twee ouderen. Hooguit bij zonnig weer komt er iemand buiten, maar ook dan lijken de bewoners elkaar zoveel mogelijk te negeren, alsof ze bang zijn elkaars privacy te schenden.

Het appartementencomplex weerspiegelt de individualistische wereld van vandaag. Mensen brengen hun dagen door in gescheiden hokjes. De coronacrisis heeft dat effect nog eens vergroot. Dankzij Zoom en Teams vergaderen we zelfs letterlijk in vakjes, en slimme algoritmen zorgen ervoor dat we op basis van ons klikgedrag in filterbubbels worden gezogen. Wie niet zo af en toe zijn cookies wist, dreigt te worden opgesloten in zijn eigen gelijk.

Losse eilandjes

Vlak voor zijn dood schreef de Britse opperrabijn Jonathan Sacks het boek Moraal. De westerse switch van “wij” naar “ik” is volgens hem een ongekend experiment in de geschiedenis. Eeuwenlang leefden mensen in hechte gemeenschappen waar lief, leed en arbeid werden gedeeld. In Europa kwam daar rond 1900 verandering in. Extended families maakten plaats voor het kerngezin. Ook het aantal singles steeg. Sinds 1960 zijn de huishoudens niet alleen kleiner geworden, ze zijn ook steeds meer als losse eilandjes gaan functioneren.

De coronacrisis versterkt dat effect. Mensen zijn meer dan ooit op zichzelf teruggeworpen geraakt. Daarin schuilt een gevaar waarvan we vandaag de effecten kunnen zien. Als iedereen zich terugtrekt in zijn eigen hokje, als wereldbeelden niet langer worden uitgedaagd door andere meningen, zijn we geneigd steeds minder van elkaar te kunnen verdragen. Tegenstellingen worden dan al snel patstellingen.

Stuur uit handen geven

Lange tijd stond er een zwarte auto in mijn straat. Die vormde geregeld het decor van een scène. Een man probeerde er uit alle macht in te klimmen, terwijl zijn vrouw de autosleutels omhoog hield. Ze bleef geduldig wachten totdat hij bereid was zijn strijd op te geven. Later vertelde ze mij het verhaal. De man mocht van de dokter niet meer rijden; zijn mentale toestand liet het niet langer toe. Maar voor hem was de auto het symbool van zijn vroegere vrijheid en succes. Verworvenheden die hij niet bereid was op te geven. Het stuur uit handen geven, dat doe je niet zomaar.

Selfiecultuur

Die hang naar zelfredzaamheid is niet verwonderlijk. Al jong leren we zelfstandig, weerbaar en mondig te zijn. Eenmaal volwassen jagen we zelfontplooiing na en geven we geld uit aan trainingen self-management, of aan workshops die beloven ons in contact te brengen met ons hogere Zelf. Zo’n “selfie”-cultuur is handig zolang je in staat bent jezelf te redden. Maar wat als dat niet meer lukt? Wat als je gedwongen wordt het stuur van je leven (tijdelijk) uit handen te geven?

Veel mensen lijden aan stressklachten omdat het gevoel hebben de wereld in hun eentje te moeten besturen. Alles zelf te moeten kunnen, overal goed in zijn. Kwetsbaarheid en hulp vragen zijn toch nog een beetje taboe. En dat is jammer, want je kunt er ook anders naar kijken. In zijn eerste brief aan de Korinthiërs legt de apostel Paulus uit waarom het goed en nuttig is dat geen twee mensen hetzelfde zijn.

“God heeft aan iedereen zijn eigen, speciale plaats in het Lichaam gegeven, daar waar Hij het wil. Als we met z’n allen één lichaamsdeel zouden zijn, dan zou er toch geen Lichaam zijn? Maar nu zijn er wel veel lichaamsdelen, maar is er maar één Lichaam.

Een oog kan niet tegen een hand zeggen: ‘Ik heb jou niet nodig’. En het hoofd kan niet tegen de voeten zeggen: ‘Ik heb jullie niet nodig’. Nee, juist de delen van het lichaam die het meest kwetsbaar lijken, zijn het meest nodig.”

1 Korinthe 12, 18-22

Paulus spreekt over de gemeente als het Lichaam van Christus. In een lichaam vormen de lichaamsdelen geen losse eilandjes, maar zijn ze onderling verbonden. Wat de longen en het hart elkaar zouden afstoten? Of de voet en het been? In dat geval wordt niet alleen het lichaam disfunctioneel, maar verliezen ook de losse lichaamsdelen hun functie. Werken ze echter samen in harmonie, dan ontleent het lichaam daaraan gezondheid en kracht.

Organisch geheel

Niet alleen kerken en families zijn een lichaam. Ook de samenleving, de wereld, het ecosysteem en het universum zijn organische gehelen waar wij samen deel van uitmaken. Maar doordat we steeds meer in afgescheiden hokjes leven, zijn we ons niet altijd meer bewust van onze onderlinge verbondenheid.

Over het appartementencomplex aan de overkant drijven grijze wolken voorbij. Hoeveel mensen zouden er eenzaam zijn zonder het van elkaar te weten? Hoeveel ouderen brengen er in stilte hun dagen door, gekweld door het gevoel niets meer bij te kunnen dragen aan de maatschappij?

Persoonlijke vrijheid is een groot goed, mits die hand in hand gaat met verbondenheid. Maar we raken de kunst van het samenleven gemakkelijk verleerd. En een lichaam dat louter uit losse onderdelen bestaat, houdt geen stand.

Een spannende vraag voor vandaag: blijven we ook na corona veilig in onze hokjes zitten, of gaan we de uitdaging aan om elkaar opnieuw de hand te reiken? Juist in deze tijd heeft Paulus ons verrassend veel te vertellen.

Dankbaarheid als levenshouding

Een man sleepte zich jarenlang met tegenzin naar zijn werkgever. Toen een vriend vroeg waarom hij geen andere baan zocht, antwoordde hij: “Als ik straks met pensioen ben en in Spanje kan overwinteren, dan zal ik gelukkig zijn”. Zover kwam het echter nooit. Nog voordat de man de pensioengerechtigde leeftijd bereikte, stierf hij aan een hartaanval.

Een vrouw klaagde dat ze van haar tweelingzus vervreemd was geraakt. “Als mijn zus me eindelijk eens zou begrijpen”, zei ze, “dan zou ik me heel wat beter voelen”. Ze stak er al haar energie in om de vervreemding op te lossen. Vergeefs. Telkens als ze van een verjaardag terugkeerde, voelde ze zich gefrustreerd en onbegrepen.

Als ik maar…

Waarom gaan zoveel mensen onvoldaan door het leven? Waarom lijkt het soms alsof het geluk steevast anderen treft, maar aan jouw voordeur voorbijgaat? Een belangrijke oorzaak schuilt in ons denken. We zijn vaak geneigd te denken in “als ik maar”-constructies. Misschien herken je er wel een paar bij jezelf:

  • Als ik maar een partner heb, dan zal ik nooit meer eenzaam zijn.
  • Als ik maar een kind heb, heeft mijn leven zin.
  • Als ik maar de lotto win, dan is het gedaan met mijn zorgen.
  • Als mijn familie me maar begreep, dan zou ik gelukkig zijn.
  • Als ik maar met pensioen ben, kan ik mijn dromen waarmaken.

Frustraties ontstaan wanneer die verlangens niet worden vervuld. Veel mensen strijden en vechten, maar krijgen niet wat ze willen. De oorzaak? Hun wil richt zich op de verkeerde dingen. In plaats van te genieten van het hier en nu en te anticiperen op de mogelijkheden die God schenkt, koesteren ze onhaalbare idealen. Daardoor raken ze gefocust op wat er niet is, en verliezen ze de mooie kanten van het leven uit het oog.

Dankbaarheid als levenshouding

Hoe richten we onze wil wél op wat geluk oplevert? Uit het Nieuwe Testament, maar ook uit Spreuken en de Psalmen, komt een belangrijke sleutel naar voren.

Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Jezus Christus bewaren.

Filippenzen 4, 6-7

Wees altijd verheugd, bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat hij van u, die één is met Jezus Christus, verlangt.

1 Thessalonicenzen 5, 16-18

Het zaadje dat je leven een positieve wending kan geven, heet dankbaarheid. Daarbij gaat het niet om dankbaarheid als eenmalige daad, maar als levenshouding.

Het rotsblok vervreemding

Laten we eens terugkeren naar de vrouw aan het begin van dit verhaal. Omdat ze zich onbegrepen voelde door haar tweelingzus, ging ze gefrustreerd door het leven. De voorwaarden die ze stelde aan het geluk, werden niet vervuld.

Op een dag besloot de vrouw te gaan wandelen. Aanvankelijk werden haar gedachten beheerst door zorgen en ergernissen. Maar terwijl ze liep, merkte deze vrouw dat de donkere wolk boven haar hoofd geleidelijk oploste. De zon brak door en haar oog viel op een veld met wilde bloemen. Terwijl ze de verschillende kleuren en soorten bewonderde, begon haar iets te dagen.

“Anderen zijn niet zoals ik, en willen niet leven als ik.”

Op dat moment viel er een last van haar schouders. Ze zag dat haar levensgeluk gefocust was geweest op een onhaalbare gedachte: als mijn zus me maar begrijpt. Ze kon dat ideaal blijven koesteren, maar ze kon er ook voor kiezen het los te laten. Ze kon eveneens de beslissing nemen de vervreemding simpelweg te aanvaarden.

De vrouw besefte dat vervreemding onherroepelijk deel uitmaakte van de relatie met haar zus. De symbiose van hun jeugd had plaatsgemaakt voor twee verschillende levenspaden. Maar in plaats van het rotsblok “vervreemding” te aanvaarden, had de vrouw al haar energie gestoken in het verbrijzelen ervan. Dag na dag was ze de steen in gedachten te lijf gegaan, maar ook jaren later was ze nog geen centimeter verder gekomen.

Positieve kanten

Die dag nam de vrouw een moedige beslissing. Ze besloot dankbaar te zijn voor haar zus en voor het levenspad dat ze had gekozen. Algauw merkte de vrouw dat ze zich minder aan kleine dingen stoorde. Door het rotsblok te aanvaarden, zocht ze niet langer erkenning, maar kon ze haar zus geven wat ze zelf zo verlangde: de ruimte om vrijelijk zichzelf te zijn.

Dankbaarheid als levenshouding vereist oefening, maar brengt rust in je leven. Het leert ons niet langer gefocust te zijn op wat niet is, maar te waarderen wat is. En wie zich eenmaal richt op de positieve kanten van het leven, gaat geheid nog veel meer moois zien.

Meer lezen?

  • Klik hier voor 15 Bijbelteksten over dankbaarheid.