De overweldigende kracht van Pinksteren

Pinksteren, voor veel mensen zijn het twee vrije dagen. Wat weinig mensen weten, is dat achter dat feest een bijzonder verhaal schuilgaat. Een verhaal dat ons ook vandaag veel kan leren over de levengevende kracht van de heilige Geest.

Vijftig dagen na Pasen zijn de leerlingen van Jezus samen in een huis. Ogenschijnlijk een ochtend als vele andere. Maar dan gebeurt er iets bijzonders. Vanuit de hemel klinkt een geraas alsof er een storm opsteekt. De windvlaag doortrekt het huis. En plots zien de leerlingen tongen van vuur, kleine vlammen die zich verspreiden boven ieder van hen.

Vreemde talen

Overweldigd door dat wonder voelen de leerlingen een kracht over zich komen, en ze kunnen niet langer zwijgen. Hun lippen openen zich en uit hun mond rollen vreemde en onbekende woorden. Wartaal, zo lijkt het, maar niets is minder waar. Het is vijftig dagen na Pasen en speciaal voor de feestdagen zijn er joden uit alle uithoeken der aarde naar Jeruzalem gekomen. Ze passeren het huis en horen tot hun grote verbazing hun eigen talen weerklinken! “Hoe kan dat nu?”, zegt de een tegen de ander, “dat zijn toch mannen uit Galilea? Hoe kan het dan dat zij onze talen spreken, en nog andere talen ook?”

Het is nogal een waslijst waar de joodse bezoekers van Jeruzalem vandaan komen: Parthië, Medië, Elam, Mesopotamië, Judea, Capadocië, Pontus, Asia, Frygië, Pamfylië, Egypte, de streek van Cyrene in Libië, Kreta, Abilië…. En toch horen ze allemaal in hun eigen taal de grootse daden van God weerklinken.

Teveel zoete wijn

“Ja maar, dat is onmogelijk!”, roepen de joden. Naarstig gaan ze op zoek naar verklaringen. Want zo’n fenomeen komt toch zeker niet uit de lucht vallen? Daar moet wel een verklaring voor zijn. “Ze hebben gewoon teveel zoete wijn gedronken”, merken een paar mannen schamper lachend op.

Maar dan staan de twaalf apostelen op en neemt Petrus het woord. “Mannen van Israël, inwoners en bezoekers van Jeruzalem, luister! Wij zijn helemaal niet dronken, zoals u denkt. De dag is nog maar net begonnen, het is pas negen uur. ” En hij verwijst naar de profeet Joël, die al lang geleden voorspelde dat God zijn Geest over alle mensen zou uitstorten.

Ruach

Ook de profeet Ezechiël deed een soortgelijke voorspelling. In een visioen zag hij een dal vol dode beenderen. Ze vertegenwoordigden het verbannen volk Israël, dat geen hoop meer had. Maar toen zag Ezechiël tot zijn ontsteltenis hoe de benen zich weer aaneenregen, en er een wind kwam opzetten die de botten weer levensadem in blies. Wind, adem en geest: in het Hebreeuws komen ze samen in het woord ruach. “Ik zal jullie Mijn adem geven zodat jullie weer tot leven komen”, profeteert Ezechiël.

Opgesloten binnen kerkmuren

“Geloof is privé”, reageerde een man nadat ik een online preek had gedeeld op sociale media. “Bewaar dat voor tussen de vier kerkmuren.” Maar gelukkig bestaat er nog altijd geen wet die verbiedt om datgene wat ons ten diepste bezielt, met anderen te delen. Stel je een wereld voor zonder christelijke media, online kerkdiensten, overdenkingen, Bijbelstudies, meditaties en ontmoetingsplaatsen op sociale media. Wie zou nog begrijpen wat er in kerken gebeurt? Wie zou nog het verlangen voelen binnen te stappen in die parallelle wereld, die volledig losgesneden is van het dagelijkse leven? Vooroordelen over religie zouden gretig om zich heen grijpen, zonder nog tegenwicht te krijgen. En “veilig” opgesloten binnen de kerkmuren, zou de vlam van het evangelie uitdoven. De kerk wordt dan vanzelf een sterfhuisconstructie.

Pinksteren is een feest dat ons eraan herinnert dat het ook anders kan en mag. Wie door het vuur van het geloof gegrepen is, hoeft zich niet te schamen. Zoals de wind bedoeld is te waaien en vuur om te branden, zo is ook het leven bestemd om te worden doorgegeven. De apostelen worden voor gek versleten, voor onnozele dronkaards die buiten zinnen zijn. Voor mensen die je niet serieus moet nemen. Maar ze zijn hun verstand niet verloren; ze zijn simpelweg gegrepen door iets dat hun verstand te boven gaat. Door een hogere werkelijkheid die hen in vuur en vlam zet.

Griezelige gebouwen

Pinksteren is voor mij meer dan een verhaal. Het feest werd werkelijkheid toen ik als jongvolwassene een christelijk ontmoetingsweekend bezocht. Tijdens een gezamenlijk gebed werd ik overweldigd door een kracht die met geen pen te beschrijven is. Talen, culturen en natiën verbleekten; er leek nog slechts één taal te bestaan, de taal van overgave en van een hartgrondig “ja”. Voorheen had ik me op vele manieren beziggehouden met spiritualiteit en met het paranormale. Maar dit was anders dan alles wat ik kende. De ervaring deed mijn wereld daveren op haar grondvesten. Alles wat voorheen zo zeker had geleken, moest worden herzien. Dit, het verhaal van Pinksteren, was meer dan een droog verhaal uit een stoffig boek. Het was echt.

Als kind had ik kerken maar griezelige gebouwen gevonden. Groot, somber en donker als roggenbrood torenden ze uit boven de stad. “Daar woont God”, had mijn atheïstische schoolmeester schamper lachend opgemerkt. En we begrepen het allemaal: een God die zich opsloot in zulke onheilspellende gebouwen, moest al even onheilspellend zijn. Toen mijn moeder eens voorstelde de St. Bonifatiuskerk van haar jeugd binnen te gaan, was ik opgelucht de zware deur gesloten aan te treffen. “Gristenen”, zo zei mijn leraar, dat waren zure en onverdraagzame mensen die anderen de wet voorschreven en dreigden met hel en verdoemenis.

Christenen, dat waren mensen die de hond op je afstuurden als je op zondagmorgen postzegels kwam verkopen. Christenen, dat waren vreugdeloze mensen met strakke gezichten die op zondag hele noten uit zware orgels persten. Christenen waren meisjes die een rok moesten dragen en op zondag de Bijbel moesten lezen. Mijn leraar was dan ook des duivels toen mijn beste vriendin aangaf naar een christelijk atheneum te zullen gaan. “Leerlingen van een openbare school horen daar niet thuis!”, brieste hij, en zijn ogen schoten vuur. Ik had niet de moed te zeggen dat ik ook naar het Blaise Pascal College zou gaan.

Religiehaat

De zinderende religiehaat van mijn schoolmeester maakte me evenwel nieuwsgierig. “Als hij zegt dat het allemaal een sprookje is”, dacht ik, “waarom maakt dat sprookje hem dan zo kwaad? Een verzinsel schuif je toch gewoon achteloos terzijde?” Vanaf dat moment was ik vastbesloten op zoek te gaan naar antwoorden.

Wat ik toen onmogelijk kon beseffen, is hoe levensveranderend de kracht van het Evangelie kan zijn. Een kracht die zo vaak onzichtbaar blijft omdat ze is opgesloten in kerkgebouwen; gestold in dogma’s, leerstellingen, gewoontes of tradities. De kerk blijft dan een gebouw, een instituut uit een ver verleden. En misschien was dat ook wel hoe mijn schoolmeester het zag. Hij zag vooral een autoritair instituut dat hem zijn levensvreugde had willen ontnemen. Maar hoe anders ging het eraan toe bij de eerste gemeente in Handelingen! De discipelen kwamen wel tussen vier muren samen, maar de enorme kracht die hen overweldigde konden zij onmogelijk voor zichzelf houden. Het was een brandend vuur in hen, dat wel moest worden gedeeld. Geen somberheid maar vreugde. Een vreugde groter dan die van wijn.

Vruchten van de Geest

“Ik zal jullie Mijn adem geven; en jullie zullen herleven”, belooft de profeet Ezechiël. Pinksteren confronteert ons met de transformerende kracht van het Evangelie. Met een Liefde die ons opnieuw in vuur en vlam wil zetten. Die ons in beweging zet om betere mensen te zijn. Zelfs in tijden van gesloten kerken houdt die belofte nog altijd stand. Mensen die de heilige Geest ontvangen hebben, zijn veranderde mensen die niet langer gehoorzamen aan hun oude natuur, maar die de vruchten van de Geest uitdragen. De geschiedenis herbergt vele verhalen van mensen die zo’n keerpunt in hun leven hebben meegemaakt. “Aan hun vruchten zul je ze herkennen”, stelt de Bijbel. Dit zijn de vruchten van de Geest, zoals ze beschreven staan in het Bijbelboek Galaten (5, 22):

  • Liefde
  • Blijdschap
  • Vrede
  • Lankmoedigheid
  • Vriendelijkheid
  • Goedheid
  • Trouw
  • Zachtmoedigheid
  • Zelfbeheersing

Klinkt dat als een besloten club van moraalridders die gekant zijn tegen de wereld? Nee, het zijn toch vooral moderne mensen die de moed hebben die wereld te transformeren. De Geest spoort ons aan om “nee” te zeggen tegen zelfzuchtige genoegens, en een hartgrondig “ja” tegen Hem. Om onze wortels uit te strekken naar het Levende Water, vrucht te dragen en de wereld een stukje mooier te maken. Pinksteren is zoveel meer dan een feest. Het begint elke ochtend opnieuw. Bij het openzetten van de deur van ons hart, de eerste tempel waar Gods Geest wil wonen.

Meer lezen?

  • Handelingen 2
  • Ezechiël 37
  • Galaten 5, 22

Gepubliceerd door Kelly Keasberry

Kelly Keasberry (1975) studeerde theologie aan de Universiteit Utrecht, gevolgd door Wereldreligies & Interreligieuze Dialoog en Journalistiek, beide aan de KU Leuven. Ze werkt als journalist voor het Vlaamse christelijke opinieblad Tertio en gaat als freelance predikant voor binnen diverse kerken in België en Nederland. Samen met haar man Joost en vier zonen woont ze in Antwerpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: