Grenzen stellen om ruimte te krijgen

Er zijn van die dagen dat alles en iedereen aan je lijkt te trekken. Een overvolle mailbox, duizend-en-één klusjes, verschillende mensen die je allemaal tegelijk nodig hebben. Grenzen stellen is niet altijd gemakkelijk. Als je net zoals ik bent uitgerust met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, dan denk je al snel: “Ach, dat doe ik wel even.” Maar een grenzeloos leven kan uiteindelijk je dromen in de weg staan.

Mozes ontving de Tien Geboden niet zomaar. Die tien heldere leefregels tonen dat het goede niet als door een wonder uit de hemel komt neerdalen, maar dat we er bewust tijd en ruimte voor moeten vrijmaken. Bijvoorbeeld door wekelijks een rustdag in te lassen. Met andere woorden: grenzen stellen! Vind jij dat soms ook zo lastig? Drie doorleefde tips om de regie over je leven te bewaken en te doen wat je écht graag wilt doen.

1. Creëer de juiste atmosfeer om te kunnen floreren

Na een drukke werkweek bereidde ik me voor op een zondag als gastpredikant. Qua voorbereiding stonden de preek, de liturgie, de powerpoint en het muziekteam als een huis. We rekenden dan ook helemaal op een mooie dienst.

Mis gegokt, bleek al snel. Tijdens de preek werd een baby in de zaal onrustig. Hoe meer de ouders hun best deden om het kindje op zijn gemak te stellen, hoe luider het protesteerde. Wat doe je dan? Als ik er iets van zou zeggen, riskeerde ik dat de jonge ouders zich ongemakkelijk en misschien zelfs afgewezen zouden voelen. Ik besloot dus de preek te vervolgen. Maar hoe hard ik er ook aan trok, ik slaagde er niet in om verbinding met het publiek tot stand te brengen. Gezichten straalden ergernis uit, mensen draaiden ongemakkelijk heen en weer op hun stoel. De flow was vervlogen.

Misschien herken je wel zo’n situatie. Soms bereiden we de dingen tot in de puntjes voor, maar vergeten we het belangrijkste: de atmosfeer die we nodig hebben om te kunnen floreren. Als gastpredikant zag ik stilte als iets vanzelfsprekends; ik stelde me er nooit vragen bij. Pas toen de stilte werd doorbroken, besefte ik hoe cruciaal rust is om je boodschap te kunnen overbrengen.

Iedereen heeft bepaalde omstandigheden nodig om het beste van zichzelf te kunnen geven. Door je daarvan bewust te zijn, voorkom je dat situaties je overvallen. Je kunt dan van tevoren de juiste atmosfeer creëren, daar afspraken over maken en tijdig je grenzen stellen.

2. Houd je bordje overzichtelijk

Hoe mooi je planning er ook uitziet, soms nemen de omstandigheden een loopje met onze agenda. Vandaag was ik vastbesloten om aan mijn studie te werken, maar alsof de duvel ermee speelde regende het verzoeken en berichten. Kun je niet even een berichtje schrijven? Op je bureau ligt nog een factuur. En wow, een interessant gastcollege! Er kijk, daar is zoonlief met een diepe scheur in zijn broek. Dat kan zo niet langer, er moet vandaag nog een nieuwe worden gekocht.

Herkenbaar? Voor je het weet ben je met alles en nog wat bezig, maar niet met datgene wat je je had voorgenomen. Zeker als je net als ik bijna alles leuk en interessant vindt! Dan laad je al snel teveel op je bordje, waardoor je het overzicht verliest en niet toekomt aan zaken die een langere adem vergen. Versnippering en uitstelgedrag: het blijven gemene beestjes.

Maar er is ook goed nieuws: zulke dagen zijn een uitgelezen kans om je nee-spier te oefenen. Nee zeggen is niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Als je als kind vooral hebt geleerd om gehoorzaam te zijn en te doen wat er van je verwacht wordt, kan het woordje “nee” een hele opgave zijn. Beloofd is beloofd: hoe vaker je het zegt, hoe natuurlijker het gaat aanvoelen. Je nee-spier trainen is zoiets als fitness; oefening baart kunst. Je hoeft je er ook niet schuldig over te voelen. Door nee te zeggen tegen de dingen die je niet wilt doen, creëer je ruimte om ja te zeggen tegen de dingen die je wél wilt doen. En dat is uiteindelijk in het belang van iedereen!

3. Negeer je intuïtie niet

We zijn ons er niet altijd van bewust, maar overal waar mensen samenkomen, spelen persoonlijke grenzen een rol. In de media duiken geregeld verhalen op van persoonlijke grenzen die zijn overschreden. Legendarisch zijn de woorden “het spijt me, Matthijs!” Ze werden uitgesproken door een geknielde geluidstechnicus van het Nederlandse tv-programma De Wereld Draait Door. Na een technische fout werd de man door zijn baas, presentator Matthijs van Nieuwkerk, letterlijk op de knieën gedwongen.

Van Nieuwkerk gedroeg zich als een stoomwals die zijn eigen personeel verpletterde, maar hij kon jarenlang zijn gang gaan. Er zijn veel dynamieken die machtsmisbruikers in de kaart spelen:

  • Slachtoffers bevriezen (een normale stressreactie bij een aangrijpende gebeurtenis);
  • Er is sprake van een significant machtsverschil;
  • De situatie is plotseling en overweldigend;
  • Personeelsleden zijn zich onvoldoende bewust van hun persoonlijke rechten en grenzen;
  • Er is een toxische bedrijfscultuur ontstaan (de spreekwoordelijke kikker in opwarmend water).

Grensoverschrijdend gedrag schendt meer dan je persoonlijke ruimte. Het is een aanval op wie je ten diepste bent. Slachtoffers worden uit hun evenwicht gebracht; ze worden onzeker en zoeken al snel de fout bij zichzelf. Dat geldt ook voor de werknemers van Van Nieuwkerk. In plaats van kritische vraagtekens te stellen bij het gedrag van hun leidinggevende, legden ze de fout bij zichzelf: “Had ik iets kunnen doen om deze woedeuitbarsting te voorkomen?” Schaamte- en schuldgevoelens zijn een normale stressreactie, maar daarom nog niet terecht.

“Zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg.” Met die woorden beschrijft koning David een eeuwenoude dynamiek (psalm 32:2). Zolang we zwijgen, houden we de situatie in stand. Het gezwel wordt niet aangepakt en de ziekte kan blijven voortwoekeren en schade aanrichten in het lichaam.

In 2008 verlieten mijn gezin en ik een evangelische gemeente. Vele jaren hadden we er gediend, totdat we na de implementatie van een gemeentegroeimodel uit Bogota alles zagen veranderen. De warme en hechte geloofsgemeenschap veranderde in een hiërarchische pyramidestructuur. De focus verschoof van mensen naar aantallen, van geloven naar werken, van dienstbaarheid naar onderwerping en autoriteit. De pastor ambieerde een stadion te vullen, maar spoedig werd duidelijk dat er aan die ambitie een menselijk prijskaartje hing.

Als er iets is dat ik toen geleerd heb, is het dit: negeer je intuïtie niet! Dat niet-pluisgevoel kan zomaar een belangrijk signaal zijn. Vaak denken we dat we alleen staan met onze twijfels en vragen, maar maken andere mensen intussen dezelfde worsteling door. Als één persoon de moed vindt om het niet-pluisgevoel te verwoorden, kan dat zomaar dé stap naar verandering zijn.

Grenzen stellen is niet altijd makkelijk, maar samen sta je sterker.

Foto door Julian Jagtenberg op Pexels.com

Dansen voor Jezus

Als de temperaturen stijgen, gaat het bloed sneller stromen. Het perfecte moment voor een spannende vraag. Hoe staat het met uw passie voor Jezus? Het afgelopen seizoen ontving ik berichtjes van verontruste mede-theologen, variërend van filmpjes van een genezingsdienst met de Nederlandse evangelist Jan Zijlstra tot doopdiensten in een jacuzzi en megakerk Mozaiek. Stellingname gewenst, begreep ik.

Wil je als ‘weldenkende’ theoloog niet worden geschaard in het kamp van homohaters, fundi’s, complotdenkers en Trump-aanhangers, dan is het zaak je tijdig af te keren van de evangelische beweging. Ik had natuurlijk kunnen beweren dat God niet meer geneest. Dat jongeren die spontaan “hun hart aan Jezus geven”, gebukt gaan onder een vlaag van verstandsverbijstering. En dat megakerken wel bolwerken moeten zijn van machtsmisbruik en manipulatie. Welke twintiger wandelt er immers nog vrijwillig een kerk binnen?

Illusie van vanzelfsprekendheid

Daarmee zouden de gemoederen zijn gerustgesteld. Maar zwoele zomers doen wonderlijke dingen met mensen. Aangemoedigd door een glaasje sangria gingen mijn gedachten terug naar de kerkdiensten waar ik het afgelopen jaar was voorgegaan. De doorsnee bezoeker behoorde tot de jeugd van zo’n 60 jaar geleden. Stoffige kleedjes en schilderijen vertegenwoordigden statige dominees uit een ver verleden. Mannen in zwarte toga die met rechte rug en witte boord de kudde hadden geleid. Antieke orgelpijpen persten psalmen uit, zware houten kansels strekten zich uit boven een afnemend aantal hoofden, vergeelde liedboeken lagen opengeslagen bij Psalm 119. Een enkele vergrijsde dissident kuchte.

Van een controversiële beweging is de kerk goeddeels veranderd in een baken van traditie en nostalgie. Verstedelijkte dorpen, een multiculturele samenleving, digitalisering, klimaatproblematiek, jongeren met smartphones: onder veel kerktorens lijkt de moderne wereld van een andere orde. Enerzijds is dat mindful, anderzijds heeft dat geleid tot wereldvreemdheid. Te lang koesterden kerken de illusie van vanzelfsprekendheid. Menend dat ze, te midden van de woedende stormen van de tijd, voor altijd een onveranderlijk anker zouden kunnen blijven.

Foto door RODNAE Productions op Pexels.com

Eigentijdse sprankeling

Afgelopen zondag nadat ik een kerkdienst was voorgegaan, sprak een dame me aan. De preek had ze goed en pakkend gevonden, zei ze. Maar ze had toch ook een flinke drempel moeten trotseren, want: “als ik hier binnenkom, is het alsof ik 65 jaar terugga in de tijd”.

Bij navraag bleek de dame afkomstig uit een evangelische gemeente. En ja, ze was fan van Mozaiek, “want daar sprankelt alles. De muziek, de preek, de livestreams… ” Maar ze kwam er niet voor de entourage, haastte ze zich te zeggen. Eigentijdse sprankeling, dat is simpelweg een manier om God eer te geven. Want als de liefde voor God op eigentijdse wijze sprankelt en schittert, dan raakt dat het hart van jonge mensen. In zulke kerken klinkt een liefdestaal die zij begrijpen en waarin zij zich kunnen uiten.

Zingevingscrisis

Psychologen als Dirk De Wachter en Jim van Os waarschuwen dat jongere generaties gebukt gaan onder een zingevingscrisis. Toch slagen veel traditionele kerken er niet in de taal van jonge mensen te spreken. Kerken als Mozaiek doen dat wel. Welke seculiere jongere krijgt vandaag nog de oude berijming van Psalm 119 uit zijn keel geperst? Wie begrijpt de tale Kanaäns?

Verandering is altijd griezelig. Zeker als de kerk in crisis verkeert, grijpen we graag terug op het oude. Op dat wat vertrouwd is. Maar als we niet oppassen wordt niet God, maar de traditie heilig.

Het boek Samen Jong van Sabine van der Heijden, Vincenza La Porta en Jan Wolsheimer is in dat opzicht een wake-upcall. Moderne jongeren gaan niet naar de kerk omdat ze vroeger de Heidelbergse catechismus uit hun hoofd moesten leren. Ze gaan niet omdat ze gedoopt zijn of omdat hun ouders toevallig katholiek of protestant waren. En wie twijfelt kan gerust zijn: moderne jongeren komen zelfs niet voor spektakel, hippe bands of multimedia. Want wie dat zoekt, vindt ruimschoots zijn gading op Tomorrowland.

Spontane en ongeveinsde liefde

Nee, het op onderzoek gebaseerde beeld in Samen Jong is duidelijk: de duizenden jongeren die op zondag naar evangelische megakerken komen, komen bovenal uit passie voor Jezus en Zijn boodschap. Jawel, voor dat ongemakkelijke Verhaal dat al ruim 2.000 jaar onze weldenkende geesten uitdaagt.

Als evangelische gemeentes erin slagen dat Bijbelse verhaal sprankelend en eigentijds te verkondigen, dan wekt dat bij traditionele kerken verwondering en stiekem ook een beetje jaloezie. Maar laten we wel wezen: beter dan elkaar te verketteren, kunnen we van elkaar leren. Jongeren die met duizenden staan te dansen voor Jezus of die zich laten dopen in een jacuzzi, dagen ons uit om terug te keren naar die spontane en ongeveinsde liefde waarmee ons gezamenlijke Verhaal begint.

“Zij zullen in de ouderdom nog vrucht dragen, fris en groen zullen zij zijn”, belooft Psalm 92:15 aan al wie geplant is in “het huis van de Heer”. De kerk bestaat al ruim 2.000 jaar, een tijd waarin het christendom voortdurend anticipeerde op een wereld in verandering. In plaats van vrees mag dat best een beetje vertrouwen wekken. Het wordt hoog tijd dat we het stof van ons afkloppen, en dat we samen de uitdaging aangaan om weer fris en sprankelend te zijn.

Foto door Michelle Leman op Pexels.com

Een verkorte versie van deze tekst is te vinden in het Nederlands Dagblad van 21 juli 2022.

Een andere wereld

Een prominent orgel verheft zich boven houten kerkbanken, her en der zitten wat grijze hoofden. Het orgel zet de aanvangspsalm in, links vooraan begint een heer te kuchen. De dominee schraapt zijn keel en brengt het votum en de groet ten gehore.

Plots zie ik mezelf weer zitten in de godsdienstles, een seculier opgevoed meisje dat per toeval op een reformatorische school verzeild raakte. Woorden als ‘het Oude Testament’, ‘Genesis’ of ‘Kanaän’ klonken duur en plechtig, maar ik had het lef niet mijn vinger op te steken en te vragen wat ze betekenden.

Cultuurkloof

Orgelmuziek, psalmen in oude berijmingen, de tale Kanaäns: dat alles weerspiegelt een cultuur die insiders een prettig gevoel van verbondenheid geeft in een onzekere wereld. Maar het blijft een andere cultuur. Als seculier moet je wel verdraaid veel moed hebben om zo’n wereld binnen te stappen.

Laatst hoorde ik een kerklid zeggen: ‘De jongere generatie moet maar accepteren dat de kerk saai is. Dat vonden wij vroeger ook, maar het hoort erbij op zondag.’ Ze klonk als een fossiel uit de oudheid. Jonge mensen swipen, klikken en surfen. Als ze op zoek zijn naar een onderwerp over zingeving, vinden ze in een oogwenk duizend pakkende filmpjes op YouTube.

De cultuurkloof met de kerk is in het leven van veel jonge mensen een breuk geworden. En nee, niet omdat ze te lui zijn om op zondag hun bed uit te komen of omdat ze niets van het evangelie willen weten. Jonge mensen blijven bovenal weg omdat ze in een andere wereld leven. Een wereld die het brein traint in snel schakelen en selecteren in plaats van naar lange preken te luisteren. Een wereld ook, die spreekt in pakkende quotes en sms-taal, en die oude psalmberijmingen op orgelmuziek niet langer aanvoelt als een melodie om je diepste liefde in uit te drukken.

Innovatieve vormen van kerk-zijn

Des te bevreemdender is de berusting die in kerken heerst. Veel mensen hebben zich verzoend met de gedachte dat ze vroeg of laat het licht zullen uitdoen. Weer anderen hebben water bij de wijn gedaan, zoveel zelfs dat de vele woorden op de kansel alleen nog maar minder zeggen. Maar zo’n verwaterd evangelie geeft jonge generaties alleen maar minder reden om hun bed uit te komen.

Is God soms veranderd? Nee, maar de wereld is dat wel. Dat vraagt om nieuwe en innovatieve vormen van kerk-zijn en gemeenschapsopbouw, zodat we Hem opnieuw de eer kunnen geven die Hem toekomt. Om moderne liederen, pakkende tienminutenpreken, sociale en multimedia. En om een hernieuwde en bruisende samenwerking tussen oude teksten en het leven van vandaag.

Ik droom nog altijd van de kerk waar ik als jong meisje blij en zonder enige schroom zou binnenhuppelen. Het nieuwe jaar is een uitgelezen kans om die te gaan bouwen.

Foto door Josh Sorenson op Pexels.com

Deze column verscheen op 15 december 2021 in het Nederlands Dagblad.

Voor mensen zonder QR-code dreigt de uitsluiting

In de zomer van 2020 droomden we nog van een nieuw normaal. Een wereld waarin je weer kunt feesten, omhelzen, kerstdiners organiseren en festivals bezoeken. En we dachten dat als we allemaal maar een beetje ons best deden, die wereld snel zou komen. Een illusie, blijkt nu. Er bestaat geen wereld post-corona, simpelweg een wereld mét corona. Nu de cijfers opnieuw stijgen, kwam in België de verplichte vaccinatie op tafel.

Federaal minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) en zijn Waalse collega Christie Morreale (PS) lanceerden maandag het idee van een verplichte QR-code voor iedere burger. Maar omdat geen enkel ander land vooralsnog bereid is zover te gaan, parkeerden de politici hun plannen voorlopig in de ijskast.

Verplichte vaccinatie

Voor ziekenhuis- en zorgpersoneel wordt vaccinatie wel verplicht. “Wij vragen om in een wet op te nemen dat alle mensen die in de zorg werken zich verplicht moeten laten vaccineren”, zei Margot Cloet, topvrouw van Zorgnet-Icuro aan VRT NWS. Wie twijfelt, krijgt twee tot drie maanden de tijd om daarover na te denken, “maar als mensen zich dan nog niet laten vaccineren, willen we dat ze ontslagen worden.”  De federale regering bereikte inmiddels een akkoord over de verplichting, die ingaat in januari 2022.

Foto door Gustavo Fring op Pexels.com

Prangende ethische vragen

Voor de verplichte vaccinatie van zorgmedewerkers is misschien nog wel iets te zeggen, maar Vandenbroucke gaat graag nog een stapje verder. Hij vindt dat er een verplichte vaccinatie moet komen voor iedereen. In vier landen – Indonesië, Turkmenistan, Tadzjikistan en Micronesië – is dat al het geval. Hoewel zo’n verplichting ertoe kan bijdragen dat het coronavirus aan kracht verliest, roept zoiets prangende ethische vragen op. Want wat doen we met de lichamelijke integriteit van burgers? En wat met ‘vaccinweigeraars’? Opsluiten of bestraffen is wat drastisch, maar een veroordeling tot paria is minstens zo effectief.

In die grijze zone zitten we eigenlijk al. Voor de ongevaccineerde medemens sluiten er steeds meer deuren. Hoewel ik er zelf bewust voor heb gekozen mij volledig te laten vaccineren, ken ik tal van mensen die evenzoveel redenen meenden te hebben om dat niet te doen. Een groep die nu dreigt tot de paria’s van de samenleving te gaan behoren.

Hellend vlak

De jaarlijkse kasteelfeesten in Ekeren, een evenement dat altijd voor iedereen toegankelijk was, kenmerkte zich dit jaar voor het eerst door dranghekken en beveiliging. Een besloten feestje voor mensen met QR-code. Wie er geen had, werd tegengehouden. Hetzelfde gebeurt aan restaurantdeuren, bij sportclubs, bij feestjes van de scouting. Zonder QR-code geen feestjes meer, geen restaurantbezoek, geen festivals of sportactiviteiten. Het zijn de franjes van het leven die dan verdwijnen. “Dat is toch allemaal voor onze veiligheid?” vraagt u zich misschien af. Natuurlijk. Maar er speelt ook iets anders. Met de verplichte QR-code is er een elektronisch uitsluitingsmechanisme geactiveerd, dat gemakkelijk tot een hellend vlak kan leiden.

Wie meent dat het zo’n vaart niet zal lopen, kan alvast een kijkje nemen in China. Kerkgangers moeten er hun bezoek registreren; bewoners van de deelprovincie Xinjiang hebben een QR-code naast de voordeur zodat veiligheidsagenten kunnen controleren of alle rekeningen betaald zijn, 170 miljoen bewakingscamera’s monitoren en registreren de bewegingen van alle burgers. Puntensystemen maken dat je bij “ongewenst” gedrag, zoals te vaak naar de kerk of moskee gaan, burgerrechten verliest. Een te laag saldo maakt dat je als ouder niet kunt kiezen naar welke school je je kind wilt sturen.

“Ik denk dat we China scherp in de gaten moeten houden, want het is de toekomst van de religieuze onderdrukking”, waarschuwde voormalig religiegezant van de VS Sam Brownback dit voorjaar.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Beheersingsdrang

In Nederland is bijna 85 procent van de 18-plussers gevaccineerd, en ook in België geldt dat voor de grote meerderheid. Bij zo’n vaccinatiegraad zou je verwachten dat de herd immunity, waarvan ooit zo enthousiast werd gesproken, is bereikt. Maar het beeld ligt complexer, getuige de gevaccineerden en ongevaccineerden die samen de ziekenhuisbedden vullen. We hebben te maken met een ongrijpbaar virus dat niet meer zal verdwijnen, en waarmee we zo goed en kwaad als het gaat zullen moeten leren leven.

Het coronavirus weerspiegelt de fundamentele onbeheersbaarheid die eigen is aan het leven zelf. Het confronteert ons met een werkelijkheid waarvoor we in het westen al de ogen gesloten hadden: de mens is klein, kwetsbaar en sterfelijk. Het leven is minder maakbaar dan we dachten; het noodlot treft ons allemaal.

Die fundamentele onbeheersbaarheid maakt in sommige politici blijkbaar een krachtige tegenreactie los. Niet in de vorm van acceptatie of synergie, maar van een nóg sterkere drang om te beheersen. Om dat virus, dat zich voor geen gat laat vangen, er toch onder te krijgen. Om de mensen die zich onttrekken aan vacccinatiecampagnes, informatie en sensibiliserende woorden, er dan maar toe te dwingen. Je kunt je afvragen of die beheersingsdrang nog wel in het teken staat van het oorspronkelijke doel: veiligheid. Of is ze bezig een doel op zich te worden?

Pro- en antivaxxers

Brenda mag de sportclub van haar kinderen niet meer binnen, Ed verliest binnenkort mogelijk het recht om zijn zieke dochter te bezoeken. Eline en Marc worden geweigerd in restaurants, want vanuit hun antroposofische levensovertuiging staan ze kritisch tegenover vaccins. “Laat je vaccineren”, krijgen ze herhaaldelijk te horen, “dan is het toch zo opgelost?” Maar deze mensen kunnen niet; ze willen niet, wat hen tegenhoudt is het gewetensbezwaar. Het wringt bij hen dat een overheid mensen kan dwingen iets in hun lichaam te spuiten dat ze niet vertrouwen.

In het boek Kroongetuige getuigt Saraygul Sauytbay hoe Oeigoerse vrouwen in de Chinese deelstaat Xinjiang naar ‘heropvoedingskampen’ worden gestuurd en een verplicht vaccin krijgen dat hen onvruchtbaar maakt. Maar nee, zeggen wij, zo’n vaart zal het bij ons niet lopen. Wie zich niet laat vaccineren, ziet spoken.

Dat spook is naar alle waarschijnlijkheid niet het coronavaccin op zich. Maar als een samenleving uiteen dreigt te vallen in pro- en antivaxxers – een tweedeling die steeds meer tot polarisatie leidt – dan is wel degelijk de geest uit de fles. Vrijheid is een democratisch burgerrecht dat we doorlopend moeten koesteren en bewaken, en dat we als burgers samen vormgeven. De uitdaging is om daarbij uiteenlopende standpunten te respecteren, en ons af te vragen wat de reële impact is van het totaal aan verschillende keuzes die we maken; keuzes die elk afzonderlijk voortvloeien uit democratische vrijheid.

Dat vrijheid hand in hand gaat met verantwoordelijkheid, is evident. Enerzijds houdt dat in dat we alle zeilen moeten bijzetten in onze strijd tegen de pandemie; anderzijds dat we als burgers ook de verantwoordelijkheid hebben de democratie te bewaken door te voorkomen dat beheersing en controle een doel op zich worden. Op de dag dat QR-scanners de ingang naar kerk en supermarkt versperren, leidt onze samenleving aan een zwaardere ziekte dan het coronavirus.

Foto door Kevin Malik op Pexels.com

Massagraven in Canada. Toch niet in Gods naam?

Bruce Allan (60) leeft met beelden die hem blijven achtervolgen. Als de dag van gisteren herinnert hij zich hoe de grootste pestkop van het Lejac-internaat in Canada angstig wegkroop als “de pedofiel” binnenkwam. Een dag later maakte de jongen een einde aan zijn leven. Steeds meer Canadese heropvoedingsinternaten geven hun duistere geheimen prijs: 215 anonieme graven bij een katholieke kostschool, 715 in een prairiegehucht, 182 in de bossen van Brits-Columbia.

De Inuit-gemeenschap in Canada – ook wel First Nations genaamd – wordt getekend door een groot onrecht. Inheemse moeders gaven, verleid met het perspectief van gratis onderwijs en een toekomst voor hun kinderen, hun zonen en dochters af. Maar de droom mondde uit in een nachtmerrie. Toen de kinderen niet terugkeerden van school, groeide het angstige voorgevoel dat de gemeenschap haar verloren kinderen nooit meer terug zou zien.

Knagende angst

Zo’n nachtmerrie is gewoonlijk te gruwelijk om te geloven. Liever getroostten ouders zich met de gedachte dat de schoolcarrière van hun inmiddels volwassen kinderen succesvol was verlopen; dat zijn hun wortels wellicht waren vergeten en elders een succesvol bestaan hadden opgebouwd. Maar zelfs die illusie volstond niet om de knagende angst weg te nemen. Een angst die lange tijd geen woorden kreeg, maar die de levens van honderden families tekende.

“In 2007 stond ik bij de school van mijn vader, waar nu 215 graven zijn gevonden,” getuigt Bruce Allan in De Volkskrant. “Toen al voelde ik de energie van de gestorven kinderen. Overlevenden wezen naar de plaats waar de doden werden begraven. We hebben zo lang gewacht op bevestiging van wat we altijd al wisten. De vondst is vooral een klap voor degenen die ons niet geloofden. Nu ze de graven met hun eigen ogen zien, kunnen ze er niet meer omheen.”

Zieltjes winnen

Toen de Franse en Britse kolonisten aan het eind van de 15de eeuw aankwamen in Canada, leek het contact met de oorspronkelijke bewoners vreedzaam te verlopen. Beide volkeren vonden elkaar in de pelshandel, en middels verdragen werd er een samenlevingsregeling getroffen tussen de nieuwkomers en de inheemsen.

Pas toen de First Nations de economische ontwikkeling van de Britse en Franse kolonisten in de weg stonden, kwam daar verandering in. De Europeanen hadden landbouwgrond nodig, dus werd assimilatie ingezet als “oplossing voor het indianenprobleem”. De taak werd uitbesteed aan katholieke, protestantse en anglicaanse kerken. Die dat overigens graag deden, in de hoop zieltjes te kunnen winnen onder de “heidense” volkeren.

Assimilatiebeleid

Lange tijd ging Canada prat op haar humane assimilatiebeleid. Waar de Amerikanen de Indianen zonder pardon uitmoordden, kregen de Inuit-kinderen immers gratis onderwijs. De kostscholen hadden tot doel de kinderen op te voeden tot “beschaafde witte burgers”. Een heropvoeding waarbij hun lange haar werd afgeknipt, inheemse tradities moesten wijken voor christelijke gebeden en westers denken. Dat alles niet zelden onder zware lijfstraffen, ontberingen, ernstige ziekten en zelfs seksueel misbruik.

Toen in 1903 een medicus van het Bureau Indiaanse Zaken alarm sloeg over het sterftecijfer van 69 procent in sommige internaten, werd hij ontslagen. De overlijdens werden goedgepraat met het argument dat de inheemsen nu eenmaal zwak waren en snel aan tuberculose en andere infectieziekten bezweken. In 1944 was het dichter Wallace Robb die opnieuw de noodklok luidde. Het was hem opgevallen dat de kampen waar de Inuit-kinderen verbleven, verdacht veel weg hadden van de concentratiekampen van de nazi’s. Veel gehoor vond hij niet. Het zou tot 1996 duren voordat het laatste heropvoedingsinternaat de deuren sloot.

Kaïn en Abel

Een vraag die blijft kwellen is: hoe is zoiets in Godsnaam mogelijk? In het Bijbelboek Genesis lezen we hoe Kaïn na de moord op zijn broer in het veld staat. “Waar is je broer Abel?”, vraagt Jahweh, “Wat heb je gedaan? Hoor, het bloed van je broer roept tot Mij van de aardbodem!” Toen Bruce Allan op de graven van 215 kinderen stond, voelde hij hun energie. Ook hun bloed riep vanuit de aardbodem, hun zielen weigerden te rusten totdat er gerechtigheid had plaatsgevonden.

Kaïn antwoordde: “Ik weet het niet, ben ik soms mijn broeders hoeder?” Evenzo antwoordden ook de Canadese regering en de kostscholen: “Wij weten van niets, zijn wij soms verantwoordelijk voor de zwakke weerstand en de wilde inborst van deze kinderen?” Noch Kaïn, noch de geestelijken in de kostscholen waren bereid de ander als hun broeder te zien; als een naaste die zij zouden kunnen liefhebben. In plaats daarvan ontmenselijkten zij hen, ze reduceerden hen tot rivalen, tot vijanden van hun eigen vermeende superioriteit. Halve wilden, zo noemden de geestelijken van de kostscholen de Inuit-kinderen.

Mea culpa

Hoe kon zoiets in Godsnaam gebeuren? Dat is een vraag die mij als christen kwelt. Een vraag die mijn geloof andermaal onder druk zet, die mij doet worstelen, die mij misschien zelfs ongewild tot medeverantwoordelijke maakt. Hoewel paus Franciscus royaal zijn medeleven betuigde, onthield hij zich van excuses. Omdat er ook protestanten zoals ik bij dit verhaal betrokken zijn, voel ik mij geroepen dat wel te doen. Mea culpa, mea culpa, mea culpa.

Als dit in Gods Naam gebeurd is, waar waren wij dan mee bezig toen we 2.000 jaar lang vroom en vrolijk kerkje speelden? Misbruikschandalen, machtsmisbruik, onaantastbaar leiderschap, kolonialisme, honderden dode kinderen in massagraven in Canada. Welke spoken zitten er nog meer onder het tapijt? De lijst lijkt alsmaar aan te zwellen.

Stad op vergoten bloed

Gelukkig ben ik niet de enige die worstelt. Vanmorgen werd ik getroffen door een hartenkreet van de profeet Habakuk. Staand op de wachtpost en uitkijkend over de vestingwal brengt hij de ongerechtigheid van de Chaldeeën bij God. Dan krijgt hij een visioen, waarin de daden van dat volk in niet mis te verstane bewoordingen worden veroordeeld.

“Wee hem die op winstbejag uit is voor zijn huis, om zijn nest in de hoogte te bouwen, om zich te redden uit de greep van het kwaad! U hebt schande voor uw huis beraamd. Door vele volken uit te roeien, hebt u tegen uw leven gezondigd, want de steen schreeuwt vanuit de muur, en de balk antwoordt erop vanuit het houtwerk.

Wee hem die een stad met vergoten bloed bouwt, die een stad op onrecht grondvest!

Habakuk 2, 10-12

Wat verbindt Kaïn en de Chaldeeën vandaag met koloniale regimes? Elk van hen bouwde zijn steden op vergoten bloed. Hun zelfzuchtige ambities reikten tot in de hemel, gesymboliseerd door gebouwen, wolkenkrabbers en pracht en praal. Maar zoals het bloed van Abel schreeuwt vanuit de aarde, schreeuwen de stenen vanuit de muur en de balk antwoordt vanuit het houtwerk. Want ook dat is wat Habakuk verduidelijkt: de mens heeft weliswaar een vrije wil gekregen, maar dat betekent niet dat hij ongestraft zijn gang kan gaan. Hij oogst wat hij zaait. Zijn daden keren tot hem terug en komen op hem neer; hetzij goed hetzij kwaad.

Harteloze heerser

Etnische volkeren die hun heiligdommen in rook zagen opgaan, kinderen die een tragische dood stierven, mensen die werden beroofd van de grond van hun voorouders. Toch niet in Gods naam? Helaas wel. Al die weerzinwekkende daden gebeurden in naam van een god die zich verbindt met etnocentrisme en rassentheorieën; een god die zich thuis voelt in patriarchale machtsstructuren en hiërarchieën; een god die gelooft dat het doel de middelen heiligt, die zich verheugt over het bloed van onschuldige kinderen. Die harteloze god is de macht achter de bommengordels, het brein achter bloedstollende aanslagen en genocides – de Moloch van deze wereld, dat is hij.

Zou hij de enige god zijn, dan was ik nu atheïst. Sterker nog: ik zou er een goddeloos genoegen in hebben geschept zijn iconen, symbolen en heilige boeken te verbranden en met een grote boog om zijn heiligdommen heen te lopen. Maar omdat protesteren een protestant nu eenmaal in het bloed zit, maak ik bezwaar tegen die god. Tegen deze Moloch.

Niet mijn God

Ja, u hoort het goed. Ik protesteer tegen deze harteloze heerser! Want ik geloof nadrukkelijk in een God die Liefde is; die oproept niet te doden maar elkaar lief te hebben en te vergeven, die stelt dat in de liefde de gehele wet is vervuld. Ik geloof in een God die bereid was naar de Aarde te komen en in de gestalte van Jezus Christus Zijn liefde voor de mensheid te openbaren. Een God ook, die geen dodenoffers vraagt, maar in plaats daarvan Zelf het offer werd.

Ik protesteer, want die God was het niet die de graven delfde waar honderden onschuldige kinderen in verdwenen. Waar was Hij dan wel? Hij was in het angstige hart van de jongen die wegkroop voor zijn beul. Hij was in de tranen van de moeders die in onzekerheid leefden over het lot van hun kinderen, in de jeugdige dromen die bruut werden afgebroken, in de kromgebogen oude Inuit die uitkijkend over de einder verlangde nog eenmaal de glimlach van zijn kleinzoon te zien. En terwijl Hij verbleef op al die plaatsen, stierf Hij duizenden malen telkens opnieuw.

Heer, vergeef ons onze schulden.

Harteloos christendom

Een ontwikkeling die de wereld raakt, is de opkomst van een harteloos christendom. Vlaams Belang-partijvoorzitter Tom Van Grieken stelt het blanke en het christendom op één lijn, de hardvochtige Hongaarse premier Victor Orbán noemt zich de “meest christelijke en dus meest Europese der Europeanen”. Dat zijn nog maar enkele voorbeelden.

Niet alleen onder rechtse politici, maar ook in kerken grijpt het harteloze christendom om zich heen. De wereld lijkt te wemelen van de zelfverklaarde “Bijbelgetrouwe” christenen die hun hand er niet voor omdraaien anderen te demoniseren. De vijand, dat zijn de linkse politici, de liberalen, homo’s, vrouwelijke predikanten, de elite, andersgelovigen of -denkenden, atheïsten, evolutionisten. De Franse filosoof Jean-Paul Sartre zei het al: “L’enfer, c’est les autres“. De hel, dat zijn de anderen.

Atheïsten

Toen theoloog Rob Allaert zich in een discussie afvroeg hoe je atheïst wordt, antwoordde historicus Jan De Zutter: “Voor het godsbeeld dat er werd ingeramd op de scholen en in de kerken, mogen katholieken wel enige verantwoordelijkheid nemen. Je kweekt de atheïsten die je verdient. Het helpt ook niet als vandaag massagraven met inheemse kinderen ontdekt worden in Canada, nadat de afgelopen jaren duidelijk werd dat priesters, paters en nonnen tienduizenden kinderen seksueel misbruikt hebben. Ik neem het handjevol integere katholieken dat ik ken, niets kwalijk. Maar het is uiteraard wel een feit, dat ertoe bijdraagt dat veel mensen – geheel en al terecht – gillend weglopen en atheïst worden.”

“Je kweekt de atheïsten die je verdient.”

Jan De Zutter

Omdat België een katholiek land is, focuste De Zutter zich op katholieken. Maar dat wil natuurlijk natuurlijk niet zeggen dat andere christenen geen olie op het atheïstische vuur gooien. De voorbije maanden sprak ik enkele gedesillusioneerde ex-leden van een megakerk in het Nederlandse Utrecht, die door hun leiders onder druk waren gezet om de coronamaatregelen te negeren en een stem uit te brengen op de extreemrechtse partij Forum voor Democratie. Voor hun verhaal, bedenkingen of gedachten was geen enkele aandacht, laat staan respect. Toen deze mensen gedesillusioneerd de kerk verlieten, verloren ze nagenoeg al hun vrienden en geliefden. Er zat niets anders op dan hun verlies in stilte te dragen. Als ik me een harteloos christendom moet voorstellen, is dat een schoolvoorbeeld.

In de rede over de laatste dingen voorspelde Jezus dat wanneer de wetteloosheid toeneemt, bij velen de liefde zal bekoelen. Een duidelijke tekst, maar het probleem is dat die bij veel christenen niet direct oproept tot zelfreflectie. Hoe vaak menen gelovigen niet God aan hun zijde te hebben? De liefdelozen en de wettelozen, dat zijn toch vooral de anderen. De ongelovigen, of op zijn minst degenen met wie we het niet eens zijn.

Grootste gebod

Toen een wetgeleerde Jezus vroeg: “Meester, wat is het grote gebod in de wet?”, antwoordde Jezus het volgende:

“Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod.

Het tweede gebod is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.

Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de profeten staat.”

Mattheüs 22, 37-40

Wat maakt dat het christendom na 2.000 jaar in het Westen zo snel aan geloofwaardigheid verliest? Het zijn niet alleen de ontdekkingen van de wetenschap, want hoewel de wetenschap verklaart hoe dingen werken, plaatst religie de wereld in een zingevingsperspectief en verklaart waartoe ze werken. Religie en wetenschap hoeven elkaar niet te bijten; religie en moderniteit evenmin. Nee, de kloof die zich aftekent, is van een andere orde.

Farizeïsme in een nieuw jasje

Het oprukkende cultuurchristendom en fundamentalisme getuigen van een diepe kloof tussen enerzijds religieuze ideologie, en anderzijds een christelijke spiritualiteit, door liefde werkende. Toen ik als 18-jarige religieuze zoeker voor het eerst kennismaakte met het christendom, was ik mij nog niet bewust van die tweedeling. Evenmin wist ik van de veelheid aan kerken, bewegingen en theologieën. In mijn naïviteit meende ik dat het aanvaarden van het kruisoffer van Jezus Christus volstond om de mens voorgoed te verbinden met Gods universele liefde.

Niets blijkt minder waar. We kunnen met onze mond belijden dat Jezus onze Heer is, terwijl ons hart verre van Hem is. In dat geval verschillen we nauwelijks van de Schriftgeleerden en Farizeeën. Hun brein liep over van religieuze kennis en theorieën, maar die kennis was nooit naar hun hart gezakt. En in plaats van haar te delen tot opbouw van de wereld en hun naaste, gebruikten de Farizeeën die kennis om hun trots te voeden en er anderen mee de loef af te steken. Ze waren er meesters in anderen langs de meetlat van het eigen gelijk te leggen, maar ze vergaten om lief te hebben.

Bijna-doodervaring

Ene Ankie S. vertelde me over haar bijna-doodervaring. Voorheen was ze net als veel andere christenen bezig geweest met het naleven van een religie en ideologie. Tijdens haar bijna-doodervaring zag ze plots dat uitgerekend gelovigen die beter hadden moeten weten – Jezus had voor hen immers Gods Liefde belichaamd – met kille en veroordelende harten door het leven waren gegaan. Na hun dood werden deze mensen getroffen door het oordeel dat ze over anderen hadden uitgestort.

Woorden als messteken, uit de context gerukte Bijbelteksten, manipulatie en machtsmisbruik: dat alles ligt op de loer als christenen zich focussen op de letter, terwijl ze voorbijgaan aan de ware essentie van Gods onderricht: liefde.

“De liefde vergaat nimmermeer, maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben, tongen, zij zullen verstommen, kennis, zij zal afgedaan hebben.

Zo blijven dan: geloof, hoop en liefde, maar de meeste van deze is de liefde.”

1 Corinthiërs 13

Als de Bijbel ons iets wil leren, dan is het bovenal dat God liefde is; een Liefde die ook op Aarde het laatste woord moet (en zal) krijgen. Dát is een christendom dat ook vandaag niets aan zeggingskracht verloren is. Een spiritualiteit die niet verdeelt maar verbindt; die niet vernietigt of verwondt, maar heelt en herstelt; niet heerst maar dient.

Het is tijd om onze ideologieën te begraven en weer in de voetsporen van Jezus te treden.

Foto door Rodolfo Clix op Pexels.com

Meer lezen?

  • Een goede studie over de Liefde in Romeinen 13 is hier te vinden.
  • Corinthiërs 13 (over de liefde).
  • Mattheüs 22 (rede over de laatste dingen).
  • Tertio over radicaal rechts en cultuurchristendom.
  • Webinar Christendom en radicaal rechts van Universitair Centrum Sint-Ignatius Antwerpen (UCSIA) in samenwerking met Tertio.

Het is de toon die de muziek maakt

Hoe duidelijk je ook denkt te communiceren, je boodschap komt helemaal anders over. Herkenbaar? Toneelschrijver George Bernard Shaw zie ooit: “Het grootste probleem in communicatie is de illusie dat het heeft plaatsgevonden”. Daar kunnen we aan toevoegen dat ook een neutrale luisteraar een illusie is. Elke boodschap gaat door een krachtig filter. Mensen horen daardoor vaak niet wat je zegt, maar wat ze zelf nodig hebben.

Zou iedereen in je omgeving een getinte zonnebril dragen, dan zou waarschijnlijk niemand het opmerken als je een witte blouse droeg. Door roze glazen oog je shirt roze; door oranje glazen oogt het oranje en door blauwe glazen blauw. Vanzelfsprekend, toch? Maar we zijn vaak verrast als mensen ons op de een of andere manier verkeerd begrijpen. Als ze in onze boodschap iets heel anders zien of verstaan dan wij hadden bedoeld. Dan vergeten we iets belangrijks: het menselijk waarnemingsfilter is krachtiger dan welke zonnebril dan ook.

De organist

Een organist bespeelde al vele jaren het kerkorgel in een dorpskerk. Bij het verschijnen van het nieuwe dienstrooster ontdekte hij dat hij minder vaak aan de beurt was dan andere organisten. Een pijnlijke gedachte welde in hem op: “Ze vinden mij niet goed genoeg meer. Ze willen mij eruit werken”. Zonder dat hij het besefte, werd die gedachte een filter. Elk woord, elke daad van de kerkenraadsleden, ging door de bril van zijn angstige vermoeden. Stuk voor stuk werden het “zie je wel!”-ervaringen.

Tot op een dag de bom barstte. De organist schreef een lange brief aan de kerkenraad waarin hij zijn ongenoegens uitte. Daarin schreef hij ook dat hij zou vertrekken, nog voordat iemand de kans kreeg hem eruit te gooien. Nooit zouden de witte toetsen nog worden beroerd door deze begaafde musicus; de kerk en het orgel bleven verbouwereerd achter.

Achter elke interpretatie schuilt een behoefte

Effectief communiceren betekent niet alleen dat we verantwoordelijkheid nemen voor wat we zeggen, maar ook voor welke toon we aanslaan. Willen we de juiste toon vinden, dan zullen we moeten anticiperen op de luisterfilters van onze naaste. De meest effectieve manier om die te bepalen, is inzicht te krijgen in zijn of haar behoeften of belangen.

“Behoeften zijn de energie van het leven – de fundamentele motivatie voor alle gedrag. Achter elke handeling schuilt een honger om behoeften te vervullen.”

Marshall Rosenberg

Marshall Rosenberg werkte wereldwijd als vredestichter voordat hij het Centre for Nonviolent Communication oprichtte. Het centrum richt zich op een communicatie die de broederschap tussen mensen ondersteunt en die conflicten probeert op te lossen. Op wereld- of op (inter)nationaal niveau, maar ook in familierelaties of op het werk. De centrale gedachte van Rosenberg is dat mensen niet horen wat er wordt gezegd, maar wat ze nodig hebben. Achter elke (mis)interpretatie schuilt een behoefte.

Negen fundamentele menselijke behoeften

Rosenberg gaat ervanuit dat mensen negen fundamentele basisbehoeften hebben. Dat zijn de basisfilters waardoor ze geneigd zijn te luisteren.

  • Genegenheid
  • Creatie
  • Recreatie
  • Vrijheid
  • Identiteit
  • Begrip
  • Participatie
  • Bescherming
  • Levensonderhoud

Dat betekent dat een simpele boodschap als “Jij hoeft aankomende zondag niet op het orgel te spelen” op verschillende manieren kan worden gehoord, afhankelijk van wat mensen motiveert.

Iemand die begrijpend luistert, kan horen dat een collega door privéomstandigheden graag wil ruilen (ook al heb je dat niet gezegd).

Iemand die door de filter creatie luistert, denkt misschien dat er een speciale themadienst op het programma staat (ook al is die niet aangekondigd).

Iemand die wordt gedreven door identiteit, kan horen dat hij wordt weggezet omdat hij blijkbaar overbodig is geworden (zelfs al liet niemand dat doorschemeren).

De simpele uitspraak “Jij hoeft zondag niet te spelen”, kan dus worden gehoord als “een collega heeft persoonlijke problemen/is ziek”, “er staat vast een ander soort dienst op het programma” of “ik ben niet belangrijk genoeg voor ze”, afhankelijk van het filter dat de luisteraar erop nahoudt. Zelfs al communiceer je dus nog zo straight forward, menselijke gevoeligheden kunnen communicatie tot een waar mijnenveld maken. Met deze drie tactieken kun je je gelukkig een hoop ellende besparen.

1. Spreken in iemands luisteren

Aangezien de perceptie van anderen al snel jouw reputatie kan worden, is het raadzaam niet alleen verantwoordelijkheid te nemen voor hoe je communiceert, maar ook voor hoe je boodschap overkomt op de luisteraar.

Als je mensen goed kent, kun je soms een indruk krijgen van het filter waardoor ze luisteren. Is je collega een gevoelig type dat bij vlagen gebukt gaat onder melancholie? Dan kan het handig zijn je verzoek daarop af te stemmen. Hetzelfde geldt voor een type dat gericht is op macht en identiteit. Dat samenspel wordt het spreken in iemands luisteren genoemd.

2. Vragen staat vrij

Niet altijd is duidelijk of onze boodschap is overgekomen, dus soms kunnen we er maar beter gewoon naar vragen. In het begin is dat misschien even wennen, maar het voorkomt dat een simpele vraag of opmerking een eigen leven gaat leiden.

3. Verklaar

Door duidelijk je motivatie uit te leggen, weet de luisteraar wat er achter jouw vraag of verzoek zit. Een heldere uitleg verkleint de kans dat hij of zij er een onjuiste interpretatie aan zal geven. Als je een film wilt zien kun je natuurlijk de afstandsbediening opeisen, maar je kunt ook zeggen: “Mag ik nu even switchen? Er komt om 20.00 uur een film die ik niet graag wil missen”.

Echokamer van de behoefte

Spreken in iemands luisteren, vragen en uitleggen zijn drie strengen van het drievoudig snoer dat effectieve communicatie heet. Het vereist wat oefening, maar als je eenmaal de slag te pakken krijgt kun je het ook omdraaien. Door open vragen te stellen (“Wat bedoel je daarmee?”) kun je proberen te achterhalen wat de spreker motiveert.

Neutrale luisteraars zullen wel altijd een illusie blijven. Maar door inzicht te krijgen in het luisterfilter van de ander, kun je in elk geval voorkomen dat woorden gaan ronddolen in de echokamer van andermans behoeften. C’est le ton qui fait la musique.

Is er leven voorbij de gesloten kerkdeuren?

Kerkverlater Inge Bosscha groeide op in een protestantse kerk. Geheel volgens het boekje was ze netjes getrouwd en deed ze haar best om haar man onderdanig te zijn. Zelfs als dat betekende dat hij haar sloeg. Maar toen ze in verwachting raakte, begonnen kerkelijke leringen te wringen. Want daar waar Liefde had moeten wonen, draaide het toch vooral om dogma’s en macht.

Lange tijd dacht Inge Bosscha dat de klappen die ze kreeg, haar schuld waren. Misschien moest ze gewoon nog harder haar best doen om een goede en dienstbare echtgenote te zijn. Of ze maakte zichzelf wijs dat het toch wel goed was, dat haar man bij haar zo zichzelf kon zijn.

Dikke vinger in de pap

Pas tijdens haar zwangerschap kwam Bosscha tot het besef dat ze haar kind niet in zo’n situatie wilde laten opgroeien. Ze trok aan de alarmbel, maar vond nauwelijks gehoor. Veel kerkleden plaatsten vraagtekens bij haar verhaal. Mishandeling gold in de kerk als legitieme reden om te scheiden, maar dan wel op voorwaarde dat de kerkenraad unaniem besliste dat daar sprake van was.

Als de dag van gisteren herinnert Bosscha zich hoe een ouderling haar opzocht in het opvanghuis waar ze verbleef. Gerieflijk liet hij zich achterover zakken in de enige stoel in haar kamertje. En nadat ze nog maar een paar zinnen had gezegd, schamperde hij dat dit “gewoon ruzies met handtastelijkheden” waren en dat “dit in elk huwelijk voorkomt”. Uiteindelijk besliste de kerkenraad dat er niet of nauwelijks sprake was van mishandeling. “Ik mocht niet scheiden”, blikt Bosscha terug.

Baken van liefde

Inmiddels is ze gescheiden. Niet alleen van haar man met losse handjes, maar ook van de kerk. Met haar website Dogmavrij strijdt Bosscha tegen machtsstructuren en dogma’s die mensen ervan belemmeren zichzelf te zijn. Haar verhaal werpt een tragisch licht op de kerk, een gemeenschap die ontstond om Gods liefde in de wereld te verkondigen en te verspreiden. En het roept het de vraag op wat er van die oorspronkelijke bezieling over is.

  • Sommige kerken zijn verworden tot paleizen van pracht en praal.
  • Sommige kerken zijn verworden tot machtsbolwerken.
  • Weer andere kerken zijn verworden tot zuilen van conservatieve ideeën, “de “joods-christelijke cultuur” of een politieke kleur.

Tempel van Gods Geest

Dat kerkdeuren tijdens de coronacrisis gesloten bleven, was voor veel gelovigen een trap tegen het zere been. Maar gesloten deuren nodigen ook uit tot reflectie. Is het kerkgebouw nog wel primair de plaats waar het allemaal moet gebeuren? In de brief van de apostel Paulus aan de Korinthiërs vinden we twee veelzeggende citaten:

“Weet u niet, dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God is heilig, en deze tempel bent u.”

1 Korinthe 3, 16-17

“Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?”

1 Korinthe 6, 19

Het woord “tempel” wordt in de Van Dale beschreven als “een aan God of aan de goden gewijd gebouw met beelden en een altaar”. En die tempel, dat ben je in eerste instantie zelf. Niet de kerk, maar ons hart is de allereerste plek waar God wil wonen.

Brood en wijn

Veel gelovigen maken zich druk om het vervallen van de communio, of het avondmaal. Maar ze vergeten dat Christus ons elke dag, elk moment uitnodigt om met Hem aan tafel te gaan. Om de wereld te verzaken en te komen tot het altaar van Zijn liefde. Een liefde die bedoeld is om ons te voeden en te worden uitgedeeld, zoals wijn die wordt geschonken en het brood dat men breekt.

Betekent dat dat we de kerk kunnen missen als kiespijn? Absoluut niet. Het samenkomen, samen vieren en delen is een vitale dimensie van het menszijn, die in onze individualistische samenleving jammerlijk ondergesneeuwd is geraakt. Niet voor niets zegt Jezus: “Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden” (Mattheüs 18, 20).

Idealen worden sterker als ze worden gedeeld; krachten nemen toe naarmate ze worden gebundeld. Kerkzijn is zoveel meer dan een preek op de zondagmorgen. Maar werkelijke vernieuwing begint bij ons. De ekklesia zoals we die aantreffen in het Bijbelboek Handelingen, was geen gebouw maar een gemeenschap van veranderde harten. Kwamen die mensen samen, dan ontstond er een bezieling die de kracht had om de samenleving diepgaand te transformeren.

Levende stenen

Hoe staat het eigenlijk met ons hart? Hebben we het goede niet al te zeer buiten onszelf gezocht? Als we voor gesloten deuren komen te staan, kunnen we gaan mopperen en klagen. Maar we kunnen er ook voor kiezen de deuren van ons hart weer eens wagenwijd open te gooien. Als we dat massaal doen, banen we samen na corona de weg voor iets nieuws. Want een kerk die alleen uit bakstenen bestaat, kan geen stand houden. De ware ekklesia is opgetrokken uit levende stenen, en die stenen zijn wij.

De kerk van het Grote Gelijk

Geen mooier beroep dan de religiejournalistiek. Maar actie wekt reactie. Tijdens een wandeling ontmoette ik een grijze heer die zich begon te beklagen over de vele brieven die hij naar Tertio had gestuurd. Vergeefse moeite. Twee collega’s weigerden namelijk in te zien “dat de drie-eenheid een gedateerde theologie is, en dat je niemand meer in de kerk krijgt als je die niet overboord werpt”.

Moraalridder

Steeds vaker betrap ik mijzelf op een diepe zucht. Want het is maar de vraag of dat is wat we nodig hebben: nog meer getheologiseer. Geloven lijkt onderhand een practicum voor intellectuelen. Hoe vaak hebben we het Lichaam niet al ontleed? De losse onderdelen onderzocht, benoemd, doordacht? Theologie blijft een interessante oefening. Maar iedere chirurg zal je kunnen vertellen dat als je te diep in een lichaam snijdt, het leven eruit verdwijnt.

Drie klonen van Jezus

Niet lang geleden begon theoloog Rob Allaert een draadje over de drie-eenheid. Hij postte een kunstwerk met drie klonen van Jezus, met daarbij het bijschrift: “Twee vraagjes aan mijn trinitaire vrienden. Wanneer jullie straks in de hemel vertoeven, zullen jullie dan drie goddelijke personen kunnen groeten? En, hoe zal de Vader zich tonen? Als een menselijke en gekroonde man?”

Die vraag was chargerend bedoeld, begreep ik. Drie klonen van Jezus: is dat waar je op uitkomt als je probeert het wonder van de incarnatie te verankeren in dogma’s en schema’s? Er moest wel sprake zijn van een tragisch misverstand. In vele wereldreligies heeft God zich immers in verschillende gedaanten geopenbaard, zodat de mens in staat is iets van zijn grootheid te begrijpen.

Hindoeïsme

Het Westerse denken in tegenstellingen bepaalt niet alleen hoe wij naar dogma’s kijken, maar ook naar religies. Tussen monotheïstische religies en polytheïstische religies worden vaak scherpe scheidslijnen getrokken. Maar is dat onderscheid tussen één- en meergodendom wel zo absoluut? Ook veel hindoes geloven in een oppergod die zich op meerdere manieren openbaart (de hindoeïstische triniteit):

  • Brahma als God de Schepper;
  • Vishnoe als God de Onderhouder;
  • Shiva als God de Transformerende Entiteit.

Dualisme en holisme

Binnen het christendom zou je zulke openbaringen als volgt kunnen voorstellen:

  • God de Vader als het verheven Al Dat Is;
  • God de Zoon in een zowel menselijke als goddelijke gestalte;
  • God de heilige Geest als Zijn werkzame kracht op aarde.

Theologen die de kerk willen bevrijden van de drie-eenheid, getuigen bovenal van een Westers dualistisch denken. Dat is geënt op tegenstellingen: twee tegengestelde beweringen kunnen niet tegelijkertijd waar zijn. Het getal één kan niet gelijk zijn aan drie. In meer holistische, Oosterse manieren van denken daarentegen, kunnen waarheden perfect in harmonie naast elkaar bestaan. Uitgangspunt is niet of-of, maar en-en.

Om sommige mysteriën te doorgronden, kan het helpen te begrijpen dat de Bijbel in een meer Oosterse context is ontstaan. Het getal drie is bijvoorbeeld niet toevallig. Dat getal symboliseert de volheid: alle naturen zijn verschillend van aard, en toch Eén.

Deur open voor het mysterie

Meditatiegoeroe Andy Puddicombe van Headspace vertoefde jarenlang in een boeddhistisch klooster in Tibet. Daar leerde hij een simpele, maar krachtige meditatietechniek: neem in gedachten wat je het meest waardeert in je leven. Voor mij is dat de dankbaarheid onderdeel te zijn van een groter geheel; een ultieme Liefde die ons overweldigt, overstijgt en toch omvat. Als je je leven binnen zo’n kader kunt plaatsen, verdampen toevalligheden. Liefde wordt een doel om voor te leven.

“De christen van de toekomst zal een mysticus zijn of hij zal niet zijn”, zei de Duitse filosoof Karl Rahner. Het tasten naar kennis, wetenschap en wijsheid is een oefening die het leven zin en jeu geeft. Maar onvolkomen is ons kennen en weten. De toekomst is niet aan de Kerk van het Grote Gelijk, laat ons de deur openzetten voor het mysterie. En toch vooral weer kleine mensen durven zijn.

Geloven in een wereld in verandering

Alles verandert. “Alles stroomt”, zei de Griekse filosoof Heraclitus. Je stapt nooit twee keer in dezelfde rivier, want als je voor de tweede maal je voet in het water steekt, zal de rivier niet langer hetzelfde zijn. Alles is voortdurend in beweging en ontwikkeling. Soms baart ons dat zorgen. Want er zijn dingen die we koesteren, herinneringen die we het liefst voor altijd zouden bewaren.

Voor wie zijn (of haar) geboortedorp of -stad al een tijdje heeft verlaten, zal het een herkenbaar scenario zijn. Elke keer dat je er terugkeert, doet alles minder vertrouwd aan. Karakteristieke huizen en oude eiken zijn verdwenen, appartementencomplexen en winkels zijn verrezen. Een van de weinige herkenningspunten is de oude kerk, die vastberaden haar spits opricht boven een wereld in verandering.

Verloren strijd

Het omgaan met verandering is niet altijd eenvoudig. Veranderingen kunnen ons uit balans brengen. Ze kunnen maken dat we krampachtig aan de dingen vast proberen te houden, dat we alles onder controle willen houden. Maar dat levert stress op en is meestal een verloren strijd. “Alles stroomt”, zei de Griekse filosoof Heraclitus. Panta rhei.

Sterven en geboren worden

De zalm is een bijzonder dier. Zalmen leven in grote scholen en zwerven uit door vele wateren. Tijdens hun leven kunnen ze een lengte bereiken van wel 150 cm. Opvallend is dat zalmen uiteindelijk terugkeren naar de plaats waar hun leven begon. Daar zullen ze paren, eitjes leggen en vervolgens binnen een week sterven. Na hun dood vormt hun lichaam een vruchtbare broedkamer voor de jonge vissen, en is het een grote bron van voedsel binnen het ecosysteem. De zalm sterft letterlijk om leven te geven.

Die natuurlijke cyclus van sterven en geboren worden, vinden we ook terug in het Johannesevangelie.

“Indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.”

Johannes 12, 24

Ook de profeet Jesaja zet in op een hoopvol “verandermanagement”:

“Denk niet aan de dingen van vroeger, let niet op de dingen van het verleden. Zie, Ik maak iets nieuws. Nu zal het ontkiemen. Zult u dat niet weten? Ja, Ik zal een weg aanleggen in de woestijn, rivieren in de wildernis.”

Jesaja 43, 18-19

Dat klinkt allemaal prachtig natuurlijk, maar het is geen sinecure om je dromen, plannen, vertrouwde routines of plekken te zien sterven. Afscheid doet pijn. En dit is het voornaamste probleem met verandering: je ziet wel wat er verdwijnt, maar niet wat er ontstaat. Het nieuwe is nog niet geboren. En voor zover het al wel zichtbaar is, heeft het zijn dienst nog niet bewezen. Logisch dus dat je je afvraagt: “Kan het nieuwe wel zo goed zijn als het oude? Is verandering altijd een verbetering?”

Fraters in Vught

Voor het glossymagazine Klooster bezocht ik een communiteit in het Noord-Brabantse Vught, waar de fraters eeuwenlang lief en leed hadden gedeeld. Maar met het veranderen van de tijden sloten zich geen nieuwe fraters meer bij de orde aan, en de aanwezige broeders werden ouder. Veel mensen zien met lede ogen toe hoe oude tradities verdwijnen. “Hoe moet dat nu met de kerk?”, vroeg een oudere dame zich bezorgd af, “wie zal er na corona nog een kerkgebouw binnenstappen? Zal er dan nog wel geloof over zijn in de samenleving?”

Het oude klooster in Vught bruist vandaag weer van het leven. Het rusthuis voor oudere fraters werd in 2001 omgedoopt tot Kloosterhotel ZIN. Het biedt gastvrijheid aan rustzoekers die willen bijkomen van het jachtige bestaan. Het kloosterritme is nog altijd leidend. Als ’s morgens de bel gaat, verzamelen de gasten zich voor de ochtendmeditatie die wordt geleid door een oude frater. Een andere frater verzorgt intussen het biologische ontbijt – iets wat hij al 20 jaar doet. Tussen de moestuinen en kippenrennen staat een atelier, waar de inwonende kunstenares aan haar creaties werkt. Een monastieke plek die ooit ten dode opgeschreven leek, is op een wonderlijke manier tot leven gekomen.

Terug naar huis

Het is niet altijd gemakkelijk om vaarwel te zeggen tegen het oude. Sterven blijft een pijnlijk proces, afscheid nemen evenzeer. Maar pas wanneer we onze gehechtheid loslaten aan dat wat is en aan dat wat was, kunnen we oog hebben voor dat wat komen zal. Het water stroomt, en dat geldt ook voor het Levende Water, zoals Jezus in Johannes 7, 37-39 de heilige Geest omschrijft.

Zalmen balanceren op de cadans van het leven. Ze laten zich meedrijven met het water, in het vertrouwen dat de stroom hen altijd terug naar huis zal brengen. En dat, als het oude sterft, er altijd weer iets nieuws ontstaat.