Vriendelijkheid is meer dan een oppervlakkige tandpastaglimlach

Vriendelijkheid is een van de uitwerkingen van de vrucht van de Geest, zoals de apostel Paulus ze noemt in Galaten 5:22. Maar wat als je van nature niet zo vriendelijk bent? Heeft God een voorkeur voor lieve, sociale en mensgerichte types, en komen introverte loners er bekaaid vanaf? Als je niet beter weet, zou je het haast nog denken.

Vriendelijkheid is een van de vijf persoonskenmerken van de Big Five, de populairste persoonlijkheidstheorie wereldwijd. Mensen die hoog scoren op die categorie zijn altruïstisch, sociaal en mensgericht. Vriendelijke mensen bevolken de zorg, het onderwijs of de sociale sector, daar waar ze voldoening kunnen halen uit het werken met mensen. Niet iedereen is van nature vriendelijk. Onder de laagscoorders bevinden zich Steve Jobs en Bill Gates, competitief ingestelde personen die vooral energie krijgen van het uitwerken van hun ideeën.

Hollandse directheid

Persoonlijkheidstheorieën oordelen niet: mensgericht of einzelgänger, het één is niet beter of slechter dan het ander. Je kunt je bovendien afvragen of vriendelijkheid altijd nut heeft. Wie anderen bij een marathon laat voorgaan, kan de hoofdprijs wel vergeten. In een wereld die gericht is op competitie en scoren, lijkt de brutale mens aan zet.

Bovendien speelt er nog een cultuurverschil, want niet overal zijn de mensen even vriendelijk. De voor Nederland zo typerende Hollandse directheid wordt door buitenlanders vaak als bot en onvriendelijk ervaren. Paul Wouters, adviseur voor Nederlandse en Belgische bedrijven die over de grens zaken willen doen, ziet het geregeld misgaan. Belgen gaan ‘op restaurant’ met hun Nederlandse zakenrelaties, maar de onderhandelingen lopen in de soep als de Hollander al na het voorgerecht de offerte op tafel legt. Andersom omschrijven veel Nederlanders hun zuiderburen als vriendelijk maar gesloten. Want liever dan de kaarten op tafel te gooien, bestelt de Vlaming nog een extra flesje wijn om te polsen wat voor vlees hij in de kuip heeft. Nederland heeft een contractcultuur, België een contactcultuur. Ook hier geldt: het één is niet beter dan het andere, maar het verschil zorgt soms wel voor wrijving.

Foto door August de Richelieu op Pexels.com

Innerlijke goedheid

Als onze culturele percepties van vriendelijkheid zo sterk uiteenlopen, hoe kan ze dan een universele vrucht van de Geest zijn? Daarvoor moeten we even terug naar de Bijbel. De apostel Paulus gebruikt het Griekse woord chréstotés. De betekenis daarvan gaat verder dan de oppervlakkige tandpastaglimlach die je die soms aantreft in winkels of in reclameboodschappen. Paulus doelt op een innerlijke vriendelijkheid die zich uit in daden. In die zin is vriendelijk nauw verbonden met de volgende vrucht van de Geest: ágatosúne, oftewel: goedheid.

De twee zitten zo dicht tegen elkaar aan, dat in Romeinen 11:22 chréstotés zelfs met ‘goedheid’ vertaald kan worden (NBV):

‘Houd daarom voor ogen dat God niet alleen goed is, maar ook streng. Hij is streng voor wie gevallen zijn, maar goed voor u – als u tenminste trouw blijft aan zijn goedheid, want anders wordt ook u afgekapt.’

Twee dingen vallen op. Allereest dat de chréstotés waarover het gaat, voortspruit uit relatie. Wij zijn niet goed omdat de Bijbel ons daartoe dwingt, maar omdat God dat is. Lezen we de Bijbel, drinken we Gods liefde in en brengen we tijd door bij de Bron, dan raken we doortrokken van zijn natuur. Aan de vruchten herkent men de boom.

Dan zien we nog iets anders. Die verbondenheid is niet onvoorwaardelijk. Wie niet trouw blijft aan Gods goedheid, kan worden afgekapt. Met andere woorden: als we bittere zelfzucht of haat laten ontkiemen in ons hart, raken we afgesneden van de Geest. Dan worden we als een dorre boom zonder water, die niet langer zoete vruchten voortbrengt.

Sterke bomen

Ik herinner me een christelijke leider die de vruchten van de Geest wilde afdwingen via een gemeentegroeimodel. ‘Jullie moeten méér vrucht dragen!’, riep hij vanaf het podium. Hij deed me denken aan een man die een appelboom met een zweep bewerkt. Voor zover geestelijke dwang al vruchten afwerpt, zijn ze meestal wrang.

In het verhaal over de Samaritaanse vrouw (Johannes 4:7-14) spreekt Jezus over levend water. Wie van gewoon water drinkt zal weer dorst krijgen, zegt Hij tegen de Samaritaanse vrouw bij de put. ‘Maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’

Vrucht dragen komt niet voort uit flitsende programma’s of zelfhulpboeken, maar uit verbintenis met Gods liefde. De Bijbel belooft dat als we die liefde indrinken en als we onze wortels uitstrekken naar de Bron van levend water, we vrucht zullen dragen. En dat niet alleen, ook zelf zullen we sterke bomen worden waaronder vele mensen beschutting vinden. Niet omdat we zelf zo goed of vriendelijk zijn, maar omdat onze Bron dat is. En niet door onze eigen inspanningen, maar door Hem, die tot wasdom brengt.

Foto door Kaboompics .com op Pexels.com

Dit bericht verscheen op maandag 16 augustus 2021 op de site van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap in het kader van een artikelenserie over de Vruchten van de Geest.

Gepubliceerd door Kelly Keasberry

Kelly Keasberry (1975) studeerde theologie aan de Universiteit Utrecht, gevolgd door Wereldreligies & Interreligieuze Dialoog en Journalistiek, beide aan de KU Leuven. Ze werkt als journalist voor het Vlaamse christelijke opinieblad Tertio en gaat als freelance predikant voor binnen diverse kerken in België en Nederland. Samen met haar man Joost en vier zonen woont ze in Antwerpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: