Samen thuis

Gebedsweek voor de eenheid van christenen

Een thuis. De plek waar je woont, daar waar je huis staat. Wie verlangt er niet naar een veilige plaats onder de zon? Als je het nieuws leest, als we zien wat er in de wereld en zelfs in onze wijk gebeurt, dan is het wel zo fijn om thuis te komen. Om de deur achter je dicht te trekken en je geborgen te voelen.

Voortdurend onderweg

In het het evangelie van Mattheüs lezen we dat Jezus gaat wonen in Kafernaüm aan de oever van het meer. Een stukje tekst waar je gemakkelijk overheen leest. Vandaag gaan we daar wat dieper op in. Want wat betekent dat, dat Jezus in Kafarnaüm gaat wonen? Even verderop in het Mattheüs-evangelie (8:20) staat geschreven:

“De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan Zijn hoofd nergens te ruste leggen.”

Jezus vestigt zich blijkbaar in Kafarnaüm, maar niet om een rustig leventje te gaan leiden. Herkennen wij daar iets van? We hebben een vast plekje in deze wereld, een thuis, en toch blijft er altijd een zekere rusteloosheid in ons. We zijn voortdurend onderweg, we moeten nog zoveel dingen doen, we maken ons zorgen, over de wereld en over onszelf. Zelfs als je thuis bent, kun je ver van huis zijn.

Jezus gaat wonen in Kafarnaüm en van daaruit begint hij te preken, trekt rond door heel Galilea, treedt op als leraar, geneest de zieken en de kwalen onder het volk. En als hij dat allemaal gedaan heeft, keert hij terug naar huis (9:1 en 17:24 bv.)

Temidden van de mensen

Jezus woont in Kafarnaüm, zoals wij vandaag in Deurne, Merksem, Antwerpen, Ekeren, Schoten of waar dan ook wonen. Vier muren rond je en een dak boven je hoofd; een straatnaam, een huisnummer en een postcode. Een officieel adres, netjes geregistreerd aan het stadsloket. Temidden van de mensen heeft hij willen wonen. Uitgerekend dat maakt ons geloof zo bijzonder. Dat Gods Zoon, in de gestalte van Jezus, met ons alle facetten van het menselijk bestaan heeft willen delen.

Toch is er ook iets aan de hand met dat wonen van Jezus, want het is niet een veilige burcht in deze wereld waar je je achter je rolluiken kunt terugtrekken. Want het evangelie vertelt ook hoe mensenmassa’s samendrommen voor zijn huis, en hoe hij de één na de ander thuis ontvangt. Het huis van Jezus is een uitvalsbasis. Hij sluit de wereld niet buiten, maar de wereld loopt binnen. En wat voor wereld is dat? Kafarnaüm is een marktplaats, een centrum in de regio met een uitstekende verbindingen met de andere dorpen rond het meer. Maar ook een stad van armen, zieken, eenzamen, verschoppelingen, ongelovigen. Volgens de joden kan er weinig goeds uit Kafarnaüm komen. Ze noemen die stad spottend het “Galilea van de heidenen.”

Land van duisternis

Jezus woont temidden van de mensen, maar dat zijn niet de voornamen, de rijken en de machtigen, maar de mensen die worden veracht en op wie wordt neergekeken. Dat is opmerkelijk: de zoon van God komt in de wereld als een kind van asielzoekers, en hoewel hij voor een paleis had kunnen kiezen, gaat hij wonen in een eenvoudig dorp in Galilea. Ook het volk Israël woont in de tijd van Jesaja in een land vol duisternis. De mensen verlangen naar een thuisgevoel, naar uitgestoken handen, naar een warm welkom. Maar in plaats daarvan dolen ze rond in het duister. Overkomt ons dat soms niet ook, dat wij tasten en zoeken naar richting?

Pelgrims

Deze zondag staat in het teken van de Eenheid van de christenen. We komen allemaal uit een andere thuishaven, we hebben onze geschiedenis, onze stad of dorp, onze familie, de tradities die voor ons vertrouwd aanvoelen. Of we nu katholiek zijn, protestant, anglicaans of oosters-orthodox. Het is die levensreis van het onderweg zijn, die ons wereldwijd bindt. Vrijwel ieder van ons heeft behoefte aan vaste grond, en het is een voorrecht om te kunnen zeggen: “Dit land, deze stad, deze kerk, deze traditie is mijn thuis.” Dit is de plaats waar ik helemaal mijzelf kan zijn, waar ik tot rust kan komen.

Tegelijk blijft er in ons altijd iets van onrust. Want we zijn pelgrims, op weg naar Gods Koninkrijk door een gebroken en soms donkere wereld. De tocht kan soms zwaar en grillig zijn. Als we de lichtpuntjes uit het oog verliezen dreigen we gemakkelijk de moed te verliezen. Die uitdaging is ook wat ons bindt.

Laat je netten achter

“Laat je netten achter en volg Mij”, zegt Jezus daarom, ook tegen ons vandaag. In plaats van verstrikt te raken in de netten van deze wereld, zijn we uitgenodigd om Christus te volgen. Hij is gekomen uit liefde om ons te bevrijden. Zo mogen ook wij met elkaar op weg gaan.

Overal waar wij elkaar een warm welkom bieden, wordt hoop geboren. Daar waar wij bereid zijn het licht van Christus in elkaars ogen te zien, breekt iets door van Gods Koninkrijk. Overal waar wij elkaar niet slechts tolereren maar waarlijk liefhebben, daar maakt de donkere nacht plaats voor een thuis.

Foto door Tara Winstead op Pexels.com

Dit is de overdenking van de oecumenische viering bij AZ Monica in Deurne op 22 januari 2023.

De geboorte van een nieuwe wereld

Tweede zondag van Advent

In de tuin van een huis dat wij onlangs kochten, stond een afgekapte boomstronk. Ooit was het een magnoliaboom, zei de oude heer die er gewoond had. We begrepen niet waarom een deel van de stam overeind was blijven staan. De stronk leek immers dood en zonder leven.

Totdat er op een dag iets bijzonders te zien was aan de stronk. Een tere groene scheut baande zich dapper een weg naar buiten. Het twijgje groeide voort en doorstond de hete zomer. Vandaag staat er in onze tuin een frisse, groene magnoliaboom. Over zo’n twijgje spreekt de profeet in Jesaja 11:

“Er komt een twijgje voort uit de stronk van Isaï, en een scheut van zijn wortels komt tot bloei.” 

Bijltjesdag

Wat is een stronk? Zo op het eerste gezicht niet meer dan een boom die geveld is door de bijl of de kettingzaag. Op het moment dat Jesaja die woorden spreekt, ligt het huis van David er zo bij. Als een gevelde boom; een wortel zonder stam.

Zo kan het ook in ons leven zijn. Vijftig medewerkers van de VRT kregen de afgelopen week te horen dat ze ontslagen waren. Bijltjesdag, zegt men in Nederland weleens. We kennen ongetwijfeld allemaal van die momenten waarop het leven je een slag toebrengt. De vaste grond onder je voeten wordt tijdelijk weggeslagen.

Dat overkomt het volk Israël, het huis van David, in de tijd van (proto-)Jesaja. Rond het volk Israël valt de nacht, de Babylonische ballingschap lonkt. Alles lijkt verloren.

Levenskracht

Maar Jesaja herinnert de Israëlieten aan de levenskracht van hun wortels. Zoals de God van Israël Zijn volk ooit gered heeft, door die onbetekenende herdersjongen David, zo zal Hij opnieuw redding brengen.

De bijl kan fel toeslaan en verwonden. Maar dat is niet het einde; zelfs na Bijltjesdag komt er een nieuw begin. Alleen niet zoals je misschien zou verwachten. De hoop van Israël komt niet voort uit een invloedrijke familieboom, maar uit een kwijnende stam van Isaï. Het woord dat voor twijgje wordt gebruikt, ‘netser’, heeft dezelfde klank als het Hebreeuwse woord voor Nazarener.

Vandaag steken we de Tweede Adventskaars aan. Zoals deze kaars, zo zal ook de komende Vredevorst zijn. Zijn licht zal opgaan als een ster over de duisternis. Als Hij komt, zal de lange nacht ten einde zijn. Niet langer zullen onschuldige mensen worden verdrukt en uitgesloten, niet langer zullen er kinderen sterven van de honger terwijl de machtigen der aarde zich verrijken. Dat twijgje uit de stam van Isaï, zo teer en zo onbeduidend, zal uitgroeien tot een krachtige levensboom.

Visioen

Jesaja schildert een visioen. Hij tekent de contouren uit van een wereld waarin klein en kwetsbaar zijn niet langer een gevaar is. Het bokje, de zuigeling en het kind hebben niets meer te vrezen, want ze zijn volmaakt veilig. Het zal in geen hart meer opkomen om kwaad te doen. Jesaja schildert een wereld zonder machtswellust of ellebogenwerk, een wereld zonder oorlog of honger, waarin er een rechtvaardig plekje zal zijn voor iedereen.

Een droomwereld lijkt het, te mooi om in te geloven. Maar Advent daagt ons uit om meer te zijn dan zogenaamde ‘realisten’ die zich tevreden stellen met de status quo. Om groter te denken, hogere idealen te koesteren en toe te leven naar een werkelijkheid die alles overstijgt. Dat is waarom Jesaja zijn droom schetst. Opdat wij die in ons hart mogen sluiten, de vlam ervan levend mogen houden en het vuur door mogen geven aan volgende generaties. Zodat het licht van de hoop niet dooft.

Grote woorden

We leven vandaag in een samenleving van grote woorden. Woorden van kansen, succes, welvaart, groei, winst en vooruitgang. Soms worden dat woorden van veroordeling, als mensen niet aan die maatstaven kunnen voldoen. “Die hebben hun mislukking aan zichzelf te danken”, klinkt het dan. Maar wie zoiets beweert, vergeet iets belangrijks: we beginnen niet allemaal met een gelijke startpositie. We leven niet in een volmaakt rechtvaardige wereld.

In het ziekenhuis waar ik werk, vragen mensen weleens: “Als God rechtvaardig is, waarom gebeurt er dan zoveel onrecht?” Ik leg dan uit dat God liefde is, maar dat de liefde niet dwingt. God heeft ons een vrije wil gegeven, en de keus om elke dag opnieuw te kiezen tussen recht en onrecht, goed en kwaad. De staat van onze wereld is de afspiegeling van de kleine en grote dagelijkse keuzes die individuele mensen dagelijks maken. Als het onrecht groot is, dan is dat omdat teveel mensen volharden in zelfzuchtige keuzes die hun medemens doen lijden. We doen trouwens niet alleen het kwade, maar onthouden elkaar dikwijls ook het goede.

Hoe moeilijk blijkt het soms om “sorry” te zeggen, of simpelweg “ik houd van je.”

Mensen kunnen onrechtvaardig zijn; ze kunnen elkaar ‘de duvel aandoen’ en elkaars leven tot een hel maken. Maar zelfs al is de wereld nog zo onrechtvaardig, God blijft rechtvaardig, want zichzelf verloochenen kan Hij niet.

Nieuw begin

Als wij lijden, dan mogen we geloven dat God met ons mee lijdt. Dat Hij ten diepste onze pijn voelt en bij ons is in het donker waar wij doorheen gaan. Jesaja schildert een wereld waarin onrecht niet het laatste woord krijgt. De nacht kan nog zo donker zijn, maar aan de hemel fonkelt een nieuw begin.

Jesaja en Johannes de Doper spreken vlammende taal, en misschien worden wij daardoor verpletterd. Want wie zijn wij? Kunnen wij de asielcrisis oplossen? Kunnen wij honger en dakloosheid de wereld uit helpen? We zijn maar mensen en geen halfgoden of engelen. Allemaal hebben we onze dag weleens niet. Als je gestresst bent of gebukt gaat onder zorgen, is het moeilijk om vriendelijk te blijven. We maken allemaal fouten. Ieder van ons. En het leven vraagt soms veel van ons. 

Wij zijn maar mensen. En dat wéét God, want uit Hem komen we voort, en in Hem leven wij en bestaan wij.

Nederig en zachtmoedig

Jezus belooft in het Mattheüsevangelie (11:29):

“Neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen.”

Hier laat onze Vredevorst zich zowaar in Zijn hart kijken. Hij kwam niet uit de hemel neergedaald als een vlammende bijl om ons te verpletteren, maar als een kwetsbaar kind in de kribbe. Nederig en zachtmoedig. Jezus weet hoe het is om op deze aarde te wandelen. Hij kent onze noden, angsten en pijn. Hij liet zich er niet alleen door raken, maar zelfs door doorboren. Jezus heeft ons zodanig lief, dat Hij zich geheel en volledig voor ons overgaf.

Het is vandaag de tweede dag van Advent. Daarmee vieren we de hoop die wij verwachten. Want Jezus is niet gestorven voor eens en altijd. Zijn belofte leeft voort! Ook vandaag mogen we leven in de verwachting van een groot licht dat zal opgaan over de duisternis. En over een recht dat zal zegevieren over al het onrecht over aarde.

Nieuwe lente

Te mooi om waar te zijn? Misschien is de lente dat ook wel. En toch, als de dagen koud en donker zijn, weten we dat er ooit twijgjes aan de bomen zullen komen. Zelfs al is daar nog niets van zichtbaar. Zo mogen we ook geloven dat het Koninkrijk van God komende is. Eens zal elke traan uit onze ogen worden weggewist. Vrees en verdriet zullen nog slechts een vage herinnering zijn.

De geurige magnolia in mijn tuin laat zich niet tegenhouden. Zelfs de krachtigste bijl kon haar niet verwoesten. Zo zal het ook zijn met het Koninkrijk van God. 

Advent, dat is een feest van verwachting. Ooit komt de lange winter ten einde en zal het lente zijn op aarde. In het donker van een wereld van oorlog, strijd en honger klinken onverminderd de woorden van onze Heer:

Zie, Ik maak alle nu dingen nieuw.” Openbaringen 21:5

De kiem van een nieuwe wereld is reeds in onze harten gelegd. Laten wij de vlam van hoop en verwachting brandend houden totdat Jezus komt. •

Deze preek werd gehouden op de Tweede Zondag van advent (A-jaar) in de Geuzentempel in Roeselare.

Gelijkenis van de Verloren Zoon

Overdenking

Een vader had twee zonen. Laten we vandaag eens stilstaan bij een gelijkenis van Jezus in Lucas 15, die zo begint. Een gelijkenis is een verhaal om een diepere werkelijkheid te illustreren. Een kort verhaal dat uitdaagt en je aan het denken zet.

Het begint als Jezus tegenover morrende mensen staat. “Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat Hij zich inlaat met zondaars en met hen aan tafel zit?’”, vragen de Schriftgeleerden en Farizeeën zich af. Ze spelen graag op safe. Je hebt vast wel eens zulk soort mensen ontmoet, of misschien herken je jezelf in hen. Het zijn correcte mensen, geen detail ontgaat ze. Vernieuwing of innovatie zijn niet aan hen besteed. Nee, zij zien zichzelf als hoeders van de traditie. Ridders van de status quo.

Maar dan Jezus. Iemand die er qua Schriftkennis één van hen is, maar die totaal andere keuzes maakt. Hoe kan dat? Zou Hij zijn kostbare tijd niet beter besteden dan aan moordenaars, criminelen, mensen van losse zeden? De Schriftgeleerden en Farizeeën vinden het onbegrijpelijk. Zelf menen ze hun succes te hebben verdiend door hard te werken, binnen de lijntjes te kleuren en met de juiste mensen om te gaan.

Drie gelijkenissen

Hun gemopper is niet rechtstreeks tot Jezus gericht, maar Hij vangt het wel op. En Jezus begint een verhaal te vertellen. Drie gelijkenissen maar liefst. Drie verhalen – in de Bijbel het getal van de volheid – over iets dat verloren is.

  • Stel je voor dat je honderd schapen hebt en er raakt er eentje zoek. Zo begint het eerste verhaal. Zou je dan niet net zo lang zoeken tot je dat ene schaap teruggevonden had? (Lucas 15:3-7)
  • Een vrouw had tien muntstukken. En opnieuw is er grote vreugde als de vrouw eindelijk dat ene muntstuk teruggevonden heeft. Dat is het tweede verhaal (Lucas 15:8-10).
  • Een vader had twee zonen. Zo begint het derde verhaal. Daar gaat Jezus dieper op in. Er is niet alleen een feest van vreugde als de vader zijn verloren zoon teruggevonden heeft, maar ook een open einde. Zal de oudste zoon nog wel binnenkomen? (Lucas 15:11-32)

Pelgrims

Een vader had twee zonen. Kort voordat de wereldberoemde schilder Rembrandt stierf, vereeuwigde hij de gelijkenis van de verloren zoon uit Lucas 15 in zijn wereldberoemde schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’.

Priester Henry Nouwen beeldde dat schilderij af op zijn boek Eindelijk thuis. “De terugkeer van de verloren zoon’ verbeeldde voor hem hoe er altijd weer een weg is terug naar huis, zelfs al raak je nog zover van je hemelse Vader verwijderd. Een mooie betekenis, maar misschien denken we daarbij eerst aan anderen. Aan de zondaars, aan hen die duidelijk buiten de lijntjes van de maatschappij. kleuren En misschien zeg je dan wel: “Zij hebben dat nodig; zij hebben vergeving nodig en het gevoel dat God hen ondanks alles liefheeft.”

Natuurlijk, dat is hoe je naar de gelijkenis van de verloren zoon kunt kijken. Maar dan is het alsof we van een afstandje een schilderij bekijken: we komen er zelf niet in voor. Het gaat over anderen die zijn afgedwaald en de weg naar huis weer teruggevonden hebben. Maar zijn wij in dit leven misschien ook pelgrims? Zoekend en tastend naar wat waar en waardevol is, naar zin en betekenis voor dit leven?

Als we naar het schilderij van Rembrandt kijken, zien we drie mensen op de voorgrond staan. Een oude vader die zijn zoon liefdevol omhelst. Rechts van hem staat zijn oudste zoon, die kijkt vanaf een afstandje toe. Alsof het alleen maar draait om de vader en de verloren zoon en niet om hem. Maar dat is maar schijn. Terwijl de oudste zoon daar van een afstandje toekijkt, is hij ook betrokken in het verhaal van de ‘Terugkeer van de verloren zoon’.

Uit de sleur breken

Een vader had twee zonen. De jongste ging naar de vader toe en zei: “Vader, geef me het deel van de erfenis waar ik recht op heb.” Dat lijkt alsof hij zegt: “Papa, voor mij besta je niet meer, geef me mijn geld en ik ben weg.” Nogal cru, maar in het oude Israël lag dat anders. Het was gebruikelijk dat de oudste zoon de boerderij overnam en recht had op twee derde deel van de bezittingen van zijn vader. De jongste zoon kreeg een derde en kon dat opvragen als hij volwassen werd.

Maar dat vermogen was wél bedoeld om er een toekomst van op te bouwen. Deze jongeman had andere plannen. Hij had het thuis wel gezien, en verlangde naar avontuur en plezier. Daarom vertrok hij naar een ver land. Ergens ver van de regels van het ouderlijk huis, waar hij ongestoord de bloemetjes kon buitenzetten.

Pas als hij alles verloren is, komt hij tot inkeer. Dan pas ziet hij hoe relatief en leeg alle dingen waren die hij gezocht had, en hoe alleen hij achtergebleven is. Tot overmaat van ramp breekt er een hongersnood uit in dat verre, vreemde land. De jongeman stapt naar een varkensboer en vraagt of hij de varkens mag hoeden. Hij komt terecht in een varkensstal, waar hij zich voedt met de schillen die voor de dieren worden neergeworpen. Wat kan een mens diep zinken.

Overkomt dat ons ook niet weleens, dat we denken dat het elders beter is? Juist het vertrouwde kan je opbreken. Sleur. Je leeft al jaren met dezelfde partner die je door en door kent, je doet steeds maar weer opnieuw dezelfde job, de huishoudelijke taken stapelen zich op, je leeft in een wijk waar je dag in dag uit dezelfde gezichten ziet. Wees eerlijk: wie koestert er niet stiekem af en toe het verlangen om buiten de lijntjes te kleuren? Uit de sleur te breken? Misschien die oudste zoon, die op een afstandje staat toe te kijken terwijl zijn vader zijn broer omhelst, ook wel. En misschien is hij ten diepste een beetje jaloers.

Louter vreugde

Foto door cottonbro op Pexels.com

Een vader heeft twee zonen. De oudste ploegt op het land. Hij doet zijn plicht, staat vroeg op en werkt totdat de zon ondergaat. Dag in dag uit. De jongste zit intussen eenzaam tussen de varkens. Hij hoort het knorren van zijn maag, ziet hoe de regen neerdaalt op het land. En hij denkt aan thuis. In gedachten hoort hij de stemmen en het gelach van zijn familie. Hij ziet het plaatje waar hij ooit in thuishoorde, maar waar hij zichzelf nu buiten heeft geplaatst.

Gezeten tussen de varkens, als de stilte is neergedaald, overziet deze zoon zijn leven. Hij denkt terug aan thuis, waar zelfs de dagloners van zijn vader het beter hebben dan hij. Dan voelt hij een diep berouw. “Ik heb gezondigd tegenover de hemel en tegenover mijn vader”, beseft deze zoon. Ik heb een fout gemaakt.

Daarmee eindigt ons verhaal niet. Als je beseft dat je fout bent geweest, kun je bij de pakken gaan neerzitten. Maar daar wordt niemand beter van. Nee, deze zoon zegt ook: “Ik zal opstaan.” En dat is wat hij doet. Hij staat op en gaat naar huis. Terwijl deze jongen op weg gaat, denkt hij aan zijn vader. En aan het verhaal dat hij hem wil vertellen. “Papa, het spijt me. Ik begrijp het als je kwaad bent. Als je mij niet langer als je zoon wilt hebben, laat me dan je dagloner zijn. Weer bij je mogen wonen is voldoende.”

Als deze jongen thuiskomt, valt hij bijna om van verbazing. Zijn vader staat op de uitkijk. Elke dag opnieuw heeft die oude man daar gestaan, in de verte starend en wachtend op zijn verloren zoon. Op het moment dat ze elkaar in de armen vallen, is er niets dan vreugde.

Werknemer van de Vader

Een vader heeft twee zonen. De oudste keert terug van het land, moe van het werken. In de verte hoort hij muziek en dans. Een feest, en nog wel in het huis van zijn vader! Wat valt daar te vieren? De oudste zoon is een beetje geïrriteerd. Terwijl hij al die tijd met zijn voeten in de modder heeft gestaan, hebben anderen blijkbaar plezier.

De oudste zoon voelt zich miskend. Ondergewaardeerd voor alles wat hij al die jaren heeft bijgedragen. Tegen zijn vader zegt hij: “Al jaren werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u heeft mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”

Rembrandt beeld op zijn schilderij de oudste zoon af als een afstandelijke man, zijn handen samengevouwen op zijn buik. Hij hoort er niet bij en toch weer wel, want het licht dat op de vader en zoon valt, valt ook op hem.

Met deze oudste zoon is het al net als met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Hij weet haarscherp te benoemen waar een ander de fout ingaat. Die zoon van u. Alsof het niet om zijn broer gaat! Het hart van de oudste zoon zit zo vol plichtsgevoel, maar hij mist iets. Bij het zien van die warme omhelzing gaat er een steek van jaloezie door zijn hart. Hij voelt zich geen zoon, maar een werknemer van de Vader.

Zijn geliefde kind

Een vader heeft twee zonen. En nadat hij de jongste heeft omhelsd, heet hij ook de andere welkom thuis. “Mijn jongen”, zegt hij tegen de oudste zoon, “jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. We kunnen toch niet anders dan feestvieren en vrolijk zijn, want we zijn weer samen. Je broer was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.”

Deze goede vader staat symbool voor God Zelf. En tegelijk weerspiegelt de gelijkenis van de verloren zoon ook hoe Jezus naar de Farizeeën en Schriftgeleerden kijkt. Met liefde en ontferming. God houdt van de mensen die een correct en plichtsgetrouw leven leiden, maar ook van de mensen die openlijk fouten maken en misstappen begaan. Van theologen, atheïsten en zinzoekers. Van de preciezen die eerst de gebruiksaanwijzing van een product lezen, en van de vrijbuiters die vrolijk aan de slag gaan. Van binnenvetters en flap-uits, van analytische boekhouders en flamboyante kunstenaars. Iedereen maakt fouten, en iedereen is nodig. Samen vormen we één geheel.

In wie heeft u zichzelf herkend, in de Farizeeërs en Schriftgeleerden of in de zondaar? In de jongste of de oudste zoon? Misschien herkende u zich ook wel in meerdere rollen.

We worden door de gelijkenis van de verloren zoon ook uitgenodigd om ons te identificeren met de Vader. Want zoals God Zich ontfermt over mensen die ver van huis zijn afgedwaald, zo ontfermt Hij zich ook over ons. En zoals Hij de plichtsgetrouwe zoon met “mijn jongen” aanspreekt, zo mogen ook wij weten dat God niet primair geïnteresseerd is in onze daden of verdiensten, maar in wie wij ten diepste zijn. Gods geliefde kinderen, dat zijn wij. En zo mogen we ook anderen in onze armen sluiten. Of ze nu trouwe zoons zijn of dwalende pelgrims, op zoek naar een warm thuis. Amen.

iStock

Dit is de preek over “De gelijkenis van de verloren zoon” voor de Oecumenische Tentdienst tijdens de Gildefeesten in Sluiskil, (Zeeuws-Vlaanderen, NL) op zondag 11 september 2022.

Een wereld van verschil

In mijn vorige blogartikel hadden we het over de Farizeeërs, die erop gebrand waren om bij officiële gelegenheden de belangrijkste plekken te bemachtigen. Het kan natuurlijk ook andersom. Wat als jij diegene bent die naar de laatste plaats wordt verdreven? Dat overkwam EU-president Ursula von der Leyen toen ze vorig jaar met Charles Michel op bezoek ging bij Erdogan. In de ontvangstzaal in Ankara stonden twee stoelen: één voor Michel en één voor Erdogan. Von der Leyen koos uiteindelijk een plekje op de sofa.

Het is een beeld dat wereldwijd plaatsvervangende schaamte opriep. Daar stond Von der Leyen, aarzelend en zichtbaar uit haar evenwicht gebracht. Stel nu dat wij die gast waren voor wie geen stoel was klaargezet; die persoon die noodgedwongen genoegen moest nemen met een plekje achteraf. Wat gaat er door je heen op zo’n moment?

Sofamomenten

Misschien kun je je zo’n scenario nog wel voor de geest halen. We hebben zo allemaal wel onze sofa-momenten. Momenten waarop we worden weggeduwd, niet gehoord, over het hoofd gezien of niet op waarde geschat. En soms maken we de denkfout te geloven dat die sofa iets zegt over wie wij zijn. As je maar vaak genoeg genoegen moet nemen met het laatste plekje, ga je je vanzelf een sofa-mens voelen. De laagste in rang, te onbelangrijk om te worden gehoord.

Maar hoe zou het zijn als plotseling een belangrijke persoon – Charles Michel bijvoorbeeld – voor ons zou opstaan en zou zeggen: “Hier, neem mijn stoel maar, ik zit wel op de sofa?” Dat is de moraal waartoe Jezus ons steeds opnieuw uitdaagt:

“De laatsten zullen de eersten zijn en de eersten de laatsten.”

Mattheüs 20:16; Marcus 10:31; Lucas 13:30

Als je door iemand anders naar voren wordt gehaald, is het alsof je een boost krijgt. Plotseling word je gehoord en gezien. In plaats van een sofa-mens blijk je iemand te zijn die ertoe doet. Een uitdaging om niet alleen je positie in het leven, maar ook je zelfperceptie bij te stellen.

In mijn vorige blog schreef ik over hoe Jezus zijn toehoorders oproept om anderen ruimte te geven, en zelf voor de meest nederige plaats te kiezen. Het is opvallend hoe de Eeuwige altijd weer aan de kant staat van de mensen met weinig aanzien, die in de wereldse machtsstrijd worden verdrukt.

Foto door Kat Smith op Pexels.com

Knecht in Egypte

“Bedenk dat u zelf een knecht in Egypte bent geweest”, houdt Mozes de Israëlieten voor in het Bijbelboek Deuteronomium (24:18-22). Een radicale oproep tot empathie. Dat is waarom de Israëlieten goed moeten zijn voor vreemdelingen, weduwen en wezen. Waarom ze de rechten van mensen aan de marges van de samenleving niet mogen schenden; waarom ze aren moeten achterlaten op hun akkers, vruchten aan hun olijfbomen druiven op hun wijnvelden. Omdat ze zelf maar al te goed weten hoe het voelt om genoegen te moeten nemen met de kruimels van de samenleving.

Die hongerige, die behoeftige, wij kunnen het zelf zijn.

Zoals niets in het leven blijvend is, zo geldt dat ook voor onze positie. Wie nu directeur is, zal op een dag misschien een oudere zijn, aangewezen op de zorg en de goedheid van anderen. En wie nu nationalist is in hart en nieren, kan op een dag zomaar een vluchteling zijn. En omgekeerd. Dat is de realiteit die we gemakkelijk vergeten, en waar Mozes ons aan herinnert.

Sociale rechtvaardigheid

Veel mensen zien de Bijbel als een oud boek met een strenge en gedateerde moraal. Gods wereldorde vertegenwoordigt inderdaad geen vrijheid-blijheid. Maar dat heeft een reden: als we er alleen maar op gericht zijn onze verlangens uit te leven, dan gaat ons levensgeluk ten koste van dat van de ander. Juist daarom roepen Jezus en Mozes op tot sociale rechtvaardigheid. Tot een orde waarbij de mensen die nu de marges bekleden, naar voren worden gehaald. De goudhaantjes mogen dan weer iets naar achteren gaan zitten. Zo blijft er voor iedereen een plekje over om te stralen en om in Gods licht te leven.

Van wat een moed zou het hebben getuigd als Charles Michel was opgestaan en de enige vrouw in het gezelschap zijn stoel had aangeboden! Ursula von der Leyen is geen vreemdeling, weduwe of wees, maar op dat pijnlijke moment in Ankara vertegenwoordigde zij hen allemaal.

YouTube

Superpowers

“Laat onder u de gezindheid van Christus heersen.”

Paulus in zijn brief aan de Filippenzen, 2:3-10

Jezus Christus, die de gestalte van God had, had gemakkelijk voor zichzelf de beste plek kunnen opeisen. Hij had zelfs wereldberoemd en schatrijk kunnen worden met zijn superpowers – de kracht om mensen te genezen of wonderen te doen (dat was trouwens ook waarmee hij verzocht werd in de woestijn). Maar nee, hij koos ervoor om tot ons te komen als een vreemdeling. Als een kwetsbaar kind voor wie geen plaats was in de herberg. Ja, zelfs als een martelaar aan het kruis, zichzelf volledig verliezend uit liefde voor ons.

Waarom? Omdat hij er niet naar zocht zichzelf te onderscheiden. Jezus Christus verlangde naar verzoening en relatie, zelfs al betekende dat dat hij de prijs zou betalen van de hoogste opoffering. Tot ons, als we goed zijn voor vreemdelingen, zegt hij:

“Ik was een vreemdeling en jullie hebben Mij opgenomen.”

naar Mattheüs 25:43

Universele opdracht

De liefde van God belichamen, dat is een universele opdracht aan ons allemaal. Of het leven ons nu de voorste of de laatste plaats heeft toebedeeld. God roept ieder van ons, maar niet om gelijkvormig te worden aan een wereld van onverschilligheid, individualisme en zelfprofilering. God roept ons om juist in zo’n wereld het verschil te maken. Ook, en misschien wel juist vandaag, zegt Jezus tegen jou en mij:

“Wat gij voor de minsten hebt gedaan, hebt gij voor Mij gedaan.”

Mattheüs 25:40

Ik wens je een inspirerende nieuwe week toe!

Foto door George Pak op Pexels.com

Kies eens voor de laatste plaats

Onlangs werd mij gevraagd een bruiloft te streamen. Met laptop zat ik pontificaal op de voorste rij. Dat voelde al onwennig, maar helemaal toen de dominee kwam vragen: “Zit de geluidstechnicus niet meestal helemaal achteraan?” Dat klopte. En eigenlijk had ik maar één excuus om de voorste rij te kiezen: het snoertje dat ik op mijn laptop moest aansluiten, was te kort om door te trekken. Hoogstwaarschijnlijk waren er die dag geen Farizeeërs in de kerk, want behalve het bruidspaar en ik zat er verder niemand vooraan.

In het Lucasevangelie lezen we hoe de Schriftgeleerden en de Farizeeërs er werkelijk alles aan doen om de voorste stoelen te bemachtigen. Jezus ziet dat, en Hij geeft Zijn toehoorders een wijze raad mee.

“Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd op een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, en dan moet uw gastheer tegen hem zeggen: ‘Sta uw plaats aan hem af’. Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen.

Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zou kunnen zeggen: ‘Kom toch dichterbij!’ Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aan tafel aanligt.”

Lucas 14:8-10

Trots

De trots van de Farizeeën blijkt uit hun ijver om de voornaamste plaatsen aan tafel te bemachtigen. Jezus merkt dat op en waarschuwt ertegen door middel van een omgekeerde moraal:

“Wie zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.”

Lucas 14:11, Mattheüs 23:12

Zo’n moraal klinkt prachtig, maar er valt vandaag wel wat tegenin te brengen. Ga maar na. Wat gebeurt er als je in de coulissen gaat zitten? Niemand die je ziet. Je krijgt geen 10.000 volgers op Instagram door onzichtbaar te zijn. Net zomin als je respect krijgt door als CEO je directeursstoel af te staan aan de schoonmaker. Voor wie hogerop wil komen, geldt het adagium: “Fake it until you make it“. Daarom leren we al vroeg om nette kleding aan te te trekken, je tanden en schoenen te poetsen, mondig en assertief te zijn.

De omgekeerde moraal waarmee Jezus ons telkens weer verrast, voelt in een competitieve omgeving wat ongemakkelijk. Zijn lessen contrasteren in de regel met de wetten van deze wereld. Daardoor lijkt het veeleer in je nadeel om ze te volgen, alsof je jezelf in het vlees snijdt.

Lesje in nederigheid

De Farizeeën en de Schriftgeleerden zijn voortdurend bezig met de vraag wie van hen de belangrijkste is. De vooraanstaande wetgeleerden en Farizeeën die Jezus voor een maaltijd hebben uitgenodigd, houden Hem nauwlettend in de gaten om te kijken of Hij iets verkeerds zal zeggen. Ze zijn erop uit om Hem te laten struikelen, zodat ze zichzelf boven Jezus kunnen plaatsen. Maar in plaats van zich te laten intimideren, leert Hij hen een lesje in nederigheid.

Interessant is de manier waarop Jezus dat doet. Hij had kunnen volstaan met de mensen regels opleggen. Hij had kunnen zeggen: “Ga daar achteraan zitten, want dan ben je de meest nobele!” Maar dan zou het erg druk worden op de achterste rij, want daar zouden de strebers zich verzamelen. Daarmee zou het elitaire denken niet zijn opgelost, het zou zich alleen hebben verplaatst.

Nee, het onderwijs van Jezus gaat nog een stap verder. Hij legt de Farizeeën niet slechts regels op, maar brengt hen bewustwording bij. “Denk je eens in wat een afgang het is als je jezelf op de voorgrond plaatst, en dan door de buitenwereld naar de achtergrond wordt verdreven”, spiegelt Hij hen voor. Zo’n beschamend scenario kun je gelukkig voorkomen, namelijk door een nederige plek te kiezen. Des te groter je vreugde als je door anderen naar voren wordt gehaald.

Uit de schaduw

In een samenleving waar alles draait om de profilering van het “ik”, hebben veel mensen het gevoel dat ze in de schaduw staan en niet worden gehoord of gezien. Als we meedoen aan die jacht op een plekje in de spotlights, leidt dat alleen maar tot meer individualisme en uitsluiting. Maar als we het aandurven om in de voetsporen van Jezus te wandelen, dan kunnen we een belangrijk verschil maken.

Wie zichzelf op de voorgrond plaatst, ontvangt zijn loon al in deze wereld. Maar wie anderen uit de duisternis tevoorschijn haalt, mag uitzien naar een grotere verwachting. De God die alles ziet, en die alle harten doorgrondt, zal je ervoor belonen.

Meer lezen?

Foto door Shihab Nymur op Pexels.com

Geen veroordeling meer

De apostel Paulus zegt het zo mooi in zijn brief aan de Romeinen: “Zo is er nu dan geen veroordeling voor hen, die in Christus zijn”. Geen veroordeling meer. Het is een zinnetje waar je gemakkelijk overheen leest, zodat de woorden niet echt doordringen. Maar wat betekent het eigenlijk als je vrij bent van elke vorm van veroordeling? Als er helemaal geen oordeel meer op je leven rust?

Tijdens een receptie zat ik aan tafel met mijn collega’s. De nieuwe CEO stelde zich voor; ondanks de galmende akoestiek nam ze het woord. Haar lichaamshouding was krachtig en weloverwogen, haar verhaal ademde zowel visie als verbinding. Deze vrouw besefte duidelijk waar ze mee bezig was. Ze begreep dat ze onpopulaire maatregelen zou moeten nemen, en dat mensen haar zowel zouden liefhebben als haten. “Mijn deur staat altijd voor jullie open”, zei ze.

Engeltje en duiveltje

Mensen als deze CEO staan bloot aan dezelfde dynamieken als iedereen. Ze kennen succesmomenten maar ook teleurstellingen. En voordat hun leven een succesverhaal wordt, hebben ze al vele malen hun neus gestoten.

Succesvolle mensen kennen dezelfde innerlijke dialoog als ieder ander. Je herkent het vast wel: dat spreekwoordelijke engeltje op je ene schouder, het duiveltje op de andere – je innerlijke criticus. Het engeltje spreekt positieve woorden en helpt je sterker te worden en te groeien. Het duiveltje daarentegen, zit altijd klaar om je aan je fouten te herinneren. Om je te vertellen dat je niet goed genoeg bent, en dat je je maar beter geen illusies kunt maken, omdat het met jou toch nooit iets zal worden.

Het geheim van succesvolle mensen is dat ze geleerd hebben om naar de constructieve boodschappen te luisteren.

Intussen deed het duiveltje zijn best om me in te prenten dat ik nooit zo zou worden als deze vrouw. Vandaag had het zijn dag niet. Terwijl een straal zonlicht door de ramen viel, werd ik bevangen door een inzicht. Mensen zijn vaak hun eigen ergste vijanden. We luisteren naar dat negatieve stemmetje, we nemen het aan als de waarheid, en als we dat maar vaak genoeg doen, gaan we vanzelf geloven dat we een mislukking zijn.

Instagram-norm

“U geschiede naar uw geloof”, zegt Jezus in de Bijbel. Als we niet oppassen, weerspiegelt ons leven de leugens die we over onszelf zijn gaan geloven. Dan gaan we letterlijk gebukt onder het oordeel van onszelf of anderen, en wordt het negatieve verhaal een selffulfilling prophecy.

Ook vandaag gaan talloze mensen gebukt onder veroordeling. Misschien hebben anderen ons ingeprent dat we niet goed genoeg zijn, misschien maak je het jezelf keer op keer wijs. We trainen en diëten wat af om aan de Instagram-norm te kunnen voldoen. En niet zelden projecteren we onze normen ook op anderen. Dan vellen we een keihard oordeel over onze naaste, of we maken onszelf klein uit angst voor wat anderen van ons zullen vinden.

Kleine en grote steekjes

Toch zijn er maar weinig dingen zeker in het leven, en één daarvan is dat je fouten zult maken. Als onvolmaakte mensen schieten we allemaal tekort, maar juist daardoor gaf Christus zich over in Zijn onmetelijke liefde voor de mensheid. Opdat er geen oordeel meer zou zijn. Opdat elk obstakel tussen ons en God zou worden weggenomen. Opdat wij, onvolmaakte mensen, zouden kunnen worden aangenomen als kinderen van een God die pure en volmaakte Liefde is.

“Zo is er nu dan geen veroordeling voor wie in Christus zijn”, zegt de Bijbel.

Wat doen al die kleine en grote steekjes die wij laten vallen, er eigenlijk toe in het perspectief van de eeuwigheid? Daar in die drukke menigte, besefte ik dat al die kleine dingetjes waar wij soms zo zwaar aan tillen, niet onoverkomelijk zijn. Ook jouw en mijn leven kan een succes zijn, maar we moeten ons er wel in oefenen om naar de juiste stemmetjes te luisteren.

Goed dat jij er bent

Als je dit leest, weet dat God je oneindig lief heeft. Zelfs al zou je duizend keer je sleutels vergeten, een deuk in de dure auto van de buurman rijden of altijd te laat komen. Zelfs al heb je een kromme neus, kromme benen of zeg je steevast de verkeerde dingen. Zelfs al ben je koppig en geef je niet gemakkelijk je fouten toe. Voor wie in Christus is, is er geen veroordeling meer. Het is simpelweg goed dat jij er bent!

Foto door Min An op Pexels.com

Waarom je op tijd je zegeningen moet tellen

Tevredenheid is een deugd. In de Hebreeënbrief klinkt de wijze raad: “Laat u niet door het geld in beslag nemen. Wees tevreden met wat u hebt, want God heeft gezegd: ‘Ik zal altijd voor u zorgen, Ik zal u nooit in de steek laten’. Tevreden zijn met wat je hebt: het is soms gemakkelijker gezegd dan gedaan. Een anekdote.

Toen we in ons huidige huis kwamen wonen – een groot oud pand dat volledig opgeknapt moest worden – inventariseerden mijn vier zoons de kamers. De derde koos voor zichzelf een mooie kamer uit op de tweede verdieping. Voor de jongste bleef een kamertje op de eerste verdieping over. “Als jongste heb ik altijd de kleinste kamer”, beklaagde hij zich. En inderdaad, als er iemand de mooiste kamer van het huis had, dan was het zoon nummer drie wel.

Zacht tapijt

Maar het ging zoals het vaker gaat. De kamer die in het begin zo mooi en ruim had geleken, verloor gaandeweg zijn glans. Er zaten plinten los, de deur bleek toch wat gammel, de posters die hij aan de muur had bevestigd, lieten hun sporen na. Ook de wifi haperde net iets te vaak. “Wat als ik nu eens de zolderkamer neem?”, stelde zoonlief op een dag voor.

De zolderkamer leek hem ideaal. De dakramen aan weerszijden boden een prachtig uitzicht, aan de ene kant over de straat en aan de andere kant over de tuin. Op de vloer lag een zacht tapijt en de kamer was goed geïsoleerd, zodat hij zijn muziek luid kon zetten. Zo gezegd, zo gedaan. Zoonlief verhuisde zijn spullen naar de zolder, en de oude kamer kwam leeg te staan.

Foto door ArtHouse Studio op Pexels.com

Kelderkamer

Maar de geschiedenis herhaalde zich. De zolderkamer die aanvankelijk zo comfortabel en sfeervol had geleken, verloor zijn glans. “Het is er te heet”, klaagde mijn zoon, “onder dat schuine dak blijft de warmte veel te lang hangen”. Ook beklaagde hij zich over de drie trappen die hij moest beklimmen voordat hij eindelijk boven was. En de wifi was er zo mogelijk nóg slechter.

Op een dag floepte er een whatsappje binnen op mijn telefoon. Mijn echtgenoot liet weten dat het bed van zoonlief zojuist naar de kelder was verhuisd. Wat bleek: in mijn afwezigheid had hij met zijn jongste broer een deal gesloten. Hij zou de kelderkamer nemen, en de jongste zou de zolder krijgen. Die had daar vanzelfsprekend wel oren naar, en bood aan om mee te helpen.

“Weet je het wel zeker?”, appte ik, “is dat nu wel zo’n goed idee?” Zoonlief veegde al mijn bezwaren resoluut van tafel. De kelderkamer had alles om perfect te zijn. Stel je voor: zoveel privacy, zoveel mogelijkheden om er iets moois van te maken. Er zou een muurtje komen, een chill-bankje, een eigen deur en hij zou twee compartimenten inrichten. Nog diezelfde dag begon hij te schilderen, te timmeren en in te richten.

Schimmel

Maar voor zover de kelderruimte al glans had gehad, was die snel verdampt. Het beddengoed werd vochtig, de plank aan de muur trok krom. Op de kleding van zoonlief begonnen zich kleine zwarte spikkels af te tekenen: schimmel. Hij kreeg last van een verkoudheid die maar niet over wilde gaan, en bovendien wilde de kelder maar niet gezellig wilde worden, wat hij ook probeerde. “Je kunt hier niet in de herfst en de winter blijven”, waarschuwde ik.

Gaandeweg begon hem iets te dagen. Die kamer op de tweede etage was toch eigenlijk een prachtige kamer geweest. Maar teruggaan was geen optie meer, want er woonde nu een studente. En de zolderkamer – bij nader inzien een comfortabele en warme plek – was ingenomen door de jongste broer, die weigerde zijn stek prijs te geven.

Tevredenheid

In België en Nederland mopperen we wat af; klagen heeft iets van een nationale hobby. Van negatieve recensies op Tripadvisor tot de politiek, hun partner, de jeugd van tegenwoordig of het weer. Slechts weinigen realiseren zich hoe goed ze het eigenlijk hebben. Vaak beseffen we dat pas achteraf, als we het goede hebben prijsgegeven.

Het verhaal van mijn zoon symboliseert hoe diep ontevredenheid je kan brengen. De overtuiging dat het gras elders altijd groener is, bracht mijn zoon van de meest riante kamer van het huis tot in een vochtige en zompige kelder. Tot mijn opluchting slaapt hij nu in de voormalige kamer van zijn jongste broer, hoewel die intussen onder de nok van de dak zijn zegeningen telt.

Gelukkig is de mens die tevreden is met wat hij heeft.

Laat je inspireren door deze 13 Bijbelteksten over tevredenheid!

Foto door Eren Li op Pexels.com

De schoonheidsgeheimen van Audrey Hepburn

Tijdens haar leven kreeg de beroemde actrice Audrey Hepburn (1939-1993) herhaaldelijk de vraag naar haar schoonheidsgeheim. Ze schreef er een tekst over, die op haar begrafenis werd voorgelezen. Dit is de wijsheid die Audrey Hepburn de wereld naliet.

Om aantrekkelijke lippen te krijgen: spreek zoete woorden.

Voor een mooie blik: zoek naar de goede kant van mensen.

Voor een slank figuur: deel je eten met de hongerigen.

Voor mooi haar: laat een kind er eenmaal per dag met de vingers doorheen gaan.

Zo krijg je een mooie houding: loop rechtop, wetend dat je nooit alleen bent, want degenen die van je houden begeleiden je.

Mensen – meer dan objecten – hebben behoefte aan herstel, koestering, bemoediging, waardering en redding; geef nooit iemand op.

Onthoud dat als je een hand nodig hebt, je er twee zult vinden, aan het uiteinde van elke arm één. Bij het ouder worden zul je ontdekken waarom je twee handen hebt gekregen: één om jezelf te helpen, de tweede om anderen te helpen.

De schoonheid van een vrouw schuilt niet in de kleren die ze draagt, in haar gezicht of in haar haarstijl. De schoonheid van een vrouw wordt zichtbaar in haar ogen, want dat is de deur die opengaat naar haar hart, de bron van haar liefde. De schoonheid van een vrouw schuilt niet in haar make-up, maar de ware schoonheid in een vrouw wordt weerspiegeld in haar ziel. Het is de tederheid waarmee ze liefde geeft, de uitdrukking van haar diepste passie.

De schoonheid van een vrouw groeit door de jaren heen.

Drie Bijbelse beelden van groei

Stilstand is achteruitgang, luidt het credo. Geen wonder dat trainingen die gericht zijn op persoonlijke groei, goede zaken doen. Ook in de Bijbel is groei een belangrijk thema. Het Boek van het christendom is immers diepgaand verweven met de levens van generaties door de eeuwen heen. Groei wordt in de Bijbel meer dan eens uitgedrukt in metaforen uit de natuur. Laten we eens stilstaan bij drie verbeeldingen van groei en hun diepere betekenis.

Foto door Maria Orlova op Pexels.com

Wijnrank

“IK BEN de wijnstruik en jullie zijn de takken. Als jullie in Mij blijven en Ik in jullie blijf, zal er veel vrucht aan jullie groeien. Want zonder Mij kunnen jullie niets doen.”

1 Johannes 5, 15

Veel mensen zijn gericht op zelfverbetering. Ze volgen allerlei cursussen en trainingen, ze verslinden massa’s boeken, poetsen hun sociale mediaprofielen op. Maar niet altijd met het gewenste resultaat. Perfectie blijft vaak een verre droom, want hoeveel moeite we ook doen, we vervallen keer op keer in dezelfde fout. Hoe kan het toch zo misgaan?

In het Johannesevangelie toont Jezus dat losse wijnranken niets zijn zonder een wortel die hen voedt. Wil je werkelijk dat je leven zoete vruchten voortbrengt, dan is het cruciaal om niet langer een losse tak te blijven. Groeien gaat beter als je aangesloten bent op een geestelijke Bron. Neem elke dag de tijd om je te voeden met Gods water en zuurstof, strek je takken uit naar de hemel. Als je begint te investeren in de dingen van eeuwigheidswaarde, zal vrucht dragen niet langer een doel, maar het gevolg zijn.

Foto door Daniel Watson op Pexels.com

Boom aan waterstromen

“Maar als iemand op Mij vertrouwt, zal Ik goed voor hem zijn. Met hem zal het goed gaan. Hij lijkt op een boom die langs het water is geplant. Zijn wortels groeien tot aan de beek. Hij merkt de hitte niet eens. Zijn bladeren blijven altijd fris en groen. Als er een jaar geen regen valt, maakt hij zich geen zorgen. Er groeien altijd vruchten aan hem.”

Jeremia 17, 7-8

Wie op God vertrouwt, is als een boom geplant aan waterstromen. God is in deze metafoor de levensstroom die onze wortels voedt en die ons tot frisheid en bloei brengt. Als we onze wortels uitstrekken naar de Bron en van het levende water drinken, dan raken we ervan doordrenkt en zullen onze takken vrucht voortbrengen. Dat lijkt op de metafoor van de wijnrank, met een klein verschil: deze tekst geeft ons nog vier mooie beloften mee.

  • Veiligheid. Als er hitte komt, merkt de boom het niet (Psalm 46, 2)
  • Vernieuwing. Zijn bladeren blijven altijd fris en groen (2 Korinthe 4, 16)
  • Voorzienigheid. Als er een jaar geen regen valt, maakt hij zich geen zorgen (1 Filippenzen 4, 19)
  • Vrucht. Wie aan de waterstroom blijft, draagt altijd vrucht ( Johannes 5, 18)
Foto door Pixabay op Pexels.com

Vijgeboom en olijf

“Zelfs als de vijgenbomen niet zullen bloeien, en er geen één druif in de wijngaarden te vinden zal zijn, en we geen enkele olijf van de olijfbomen zullen kunnen oogsten, en er niets meer op de akkers zal groeien, en alle schapen uit de stallen zullen worden geroofd, en alle koeien verdwenen zullen zijn, zelfs dan zal ik tóch nog juichen over de Heer, blij jubelen over de God die voor mij zorgt.”

Habakuk 3, 17-18

In een wereld van zelfactualisatie schudt deze tekst ons wakker uit de droom. Groei is nobel en nastrevenswaardig, maar niet het hoogste doel van ons bestaan.

“De hele schepping wordt ondersteund door G’ds wil en wijsheid.”

Rabbi Tzvi Freeman (Chabad)

Zelfs al zou de wijnstok haar vrucht niet geven en zelfs al zou de boom haar groene bladeren verliezen, dan nog mogen we erop vertrouwen dat God ons leven draagt. Te beseffen dat de Eeuwige ook jou omvat en omarmt, geeft blijdschap. En elke dag opnieuw te mogen leven vanuit Zijn liefde en genade, geeft een innerlijke vrede die zelfs het meest perfecte Instagram-plaatje overtreft.

Foto door Branimir Klaric op Pexels.com

Van lafhartigheid naar heldenmoed

In een cultuur waar positiviteit centraal staat, is lafheid een beetje taboe. “Geloof in jezelf en alles is mogelijk”, scanderen de predikers van de law of attraction op YouTube. Wie heeft nog de moed om toe te geven dat hij (of zij) af en toe een beetje laf is? Toch hoort lafhartigheid bij het menszijn. Zelfs Jezus kende, toen hij wist welk lot Hem te wachten stond, een moment van vrees. Maar juist door Zijn angsten onder ogen te zien, kon Hij een moedige beslissing nemen.

Lafhartigheid – of lafheid – kan verlammend werken. Volgens het woordenboek duidt het woord “lafheid” op de neiging om keuzes te maken die van weinig moed getuigen. Heb jij daar ook weleens last van? Dan ervaar je in je dagelijks leven misschien deze gevolgen:

  • Je wordt geplaagd door gedachten als: “Had ik maar…”
  • Je durft niet duidelijk voor je mening uit te komen
  • Je probeert iedereen te vriend te houden
  • Je twijfelt om je mond open te doen uit angst iets verkeerds te zeggen
  • Je vertoont uitstelgedrag of vindt het moeilijk tot actie over te gaan
  • Je past je aan aan je omgeving
  • Je doet soms dingen waar je niet achter staat
  • Je vraagt je vaak af: “wat zullen de mensen ervan denken?”

Doe maar normaal

Wat is de oorzaak van lafheid? Allereerst kan het te maken hebben met ons karakter. Ben je van nature een bedachtzaam mens, dan is dat een krachtige eigenschap. Maar soms kun je doorschieten in je schaduwzone: lafhartigheid. Dat is wanneer je niet meer in je kracht staat, maar stress en vrees de overhand krijgen.

Lafhartigheid kan evenzeer worden aangemoedigd door onze omgeving. Door perfectionistische ouders of leerkrachten, als je veel kritiek hebt gekregen, als er voortdurend druk op je wordt uitgeoefend of als je je staande moet zien te houden in een zeer veeleisende, onpersoonlijke en competitieve werkomgeving. In zulke situaties denk je wel drie keer na voordat je je mond opendoet.

Jammer, want lafhartigheid heeft grote gevolgen. Het belangrijkste is dat je meestal niet het leven leidt dat je zou willen leiden; dat je niet de keuzes maakt die je zou willen maken. Het is net alsof iets onzichtbaars je tegenhoudt. Dat zwarte engeltje op je linkerschouder, dat je influistert: “Doe maar normaal. Wat zouden de mensen ervan denken?” Of: “Dat idee is niet realistisch. Als je daarmee komt, verklaart iedereen je voor gek”.

Kracht, liefde en bezonnenheid

Lafhartigheid belet je te dromen, ze belemmert je een visionair te zijn. Het gevolg van het luisteren naar dat ontmoedigende stemmetje is dat alles bij het oude blijft. Ook de apostel Paulus had er vermoedelijk mee te maken. In zijn tweede brief aan Timotheüs schrijft hij het volgende:

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van hem gevangenzit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft.

2 Timotheüs 1:7-8

Hij spreekt over een geest van lafhartigheid (pneuma deilias). Het Griekse woord pneuma betekent wind, adem of geest. Het komt 383 keer voor in de Bijbel. Meestal verwijst het naar de heilige Geest van God, maar soms ook naar onreine geesten. Met andere woorden: geesten die tegengesteld zijn aan de heilige Geest, zoals lafhartigheid tegengesteld is aan moed.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Bijbelse bezonnenheid

Betekent dat dat het verkeerd is om vrees te voelen? Of om een voorzichtig type te zijn dat niet roekeloos het roer omgooit? Integendeel!

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

Tegenover de lafhartigheid staan de eigenschappen kracht, liefde en en bezonnenheid. Het Griekse woord sōphronismou dat voor “bezonnenheid” is gebruikt, staat voor zelfbeheersing, discipline en voorzichtigheid. Dat duidt dus op een houding van doordacht en weloverwogen handelen. Om een klein misverstand uit de weg te ruimen:

  • Roekeloosheid is niet te verwarren met moed.
  • Bezonnenheid staat niet gelijk aan lafhartigheid.

Het wezenlijke verschil tussen bezonnenheid en lafhartigheid is dat lafheid wordt ingegeven door angst. Maar de bezonnenheid waar Paulus over spreekt, gaat samen met kracht en liefde. In het aloude spreekwoord “bezint eer ge begint” schuilt dus een diepe wijsheid. Sta je voor een beslissende stap in je leven? Stel jezelf eens de volgende drie vragen:

  • Is dit een wijze beslissing die bijdraagt aan het algeheel welzijn?
  • Sta ik sterk; ben ik gegrondvest in Gods Woord en in Zijn liefde?
  • Handel ik uit liefde voor God, voor mijn naasten en voor mezelf?

Witte Donderdag

Vandaag, op Witte Donderdag, gedenken we een klassiek verhaal van heldenmoed. Tijdens het Laatste Avondmaal deelde Jezus het brood en de wijn met Zijn discipelen, wetende wat voor lot Hem te wachten stond. En zelfs al wist Hij dat degene die Hem uiteindelijk zou overleveren, met Hem aan tafel zat.

Jezus had kunnen vluchten of vechten, maar Hij verkoos niet toe te geven aan de lafhartigheid. Jezus nam het moedige besluit Zijn kruis te dragen, uit liefde voor ons. Die bevrijdende Liefde mag ook vandaag voor jou en mij een bron van inspiratie zijn.

Een inspirerende Witte Donderdag!

Foto door Lukas op Pexels.com