Harteloos christendom

Een ontwikkeling die de wereld raakt, is de opkomst van een harteloos christendom. Vlaams Belang-partijvoorzitter Tom Van Grieken stelt het blanke en het christendom op één lijn, de hardvochtige Hongaarse premier Victor Orbán noemt zich de “meest christelijke en dus meest Europese der Europeanen”. Dat zijn nog maar enkele voorbeelden.

Niet alleen onder rechtse politici, maar ook in kerken grijpt het harteloze christendom om zich heen. De wereld lijkt te wemelen van de zelfverklaarde “Bijbelgetrouwe” christenen die hun hand er niet voor omdraaien anderen te demoniseren. De vijand, dat zijn de linkse politici, de liberalen, homo’s, vrouwelijke predikanten, de elite, andersgelovigen of -denkenden, atheïsten, evolutionisten. De Franse filosoof Jean-Paul Sartre zei het al: “L’enfer, c’est les autres“. De hel, dat zijn de anderen.

Atheïsten

Toen theoloog Rob Allaert zich in een discussie afvroeg hoe je atheïst wordt, antwoordde historicus Jan De Zutter: “Voor het godsbeeld dat er werd ingeramd op de scholen en in de kerken, mogen katholieken wel enige verantwoordelijkheid nemen. Je kweekt de atheïsten die je verdient. Het helpt ook niet als vandaag massagraven met inheemse kinderen ontdekt worden in Canada, nadat de afgelopen jaren duidelijk werd dat priesters, paters en nonnen tienduizenden kinderen seksueel misbruikt hebben. Ik neem het handjevol integere katholieken dat ik ken, niets kwalijk. Maar het is uiteraard wel een feit, dat ertoe bijdraagt dat veel mensen – geheel en al terecht – gillend weglopen en atheïst worden.”

“Je kweekt de atheïsten die je verdient.”

Jan De Zutter

Omdat België een katholiek land is, focuste De Zutter zich op katholieken. Maar dat wil natuurlijk natuurlijk niet zeggen dat andere christenen geen olie op het atheïstische vuur gooien. De voorbije maanden sprak ik enkele gedesillusioneerde ex-leden van een megakerk in het Nederlandse Utrecht, die door hun leiders onder druk waren gezet om de coronamaatregelen te negeren en een stem uit te brengen op de extreemrechtse partij Forum voor Democratie. Voor hun verhaal, bedenkingen of gedachten was geen enkele aandacht, laat staan respect. Toen deze mensen gedesillusioneerd de kerk verlieten, verloren ze nagenoeg al hun vrienden en geliefden. Er zat niets anders op dan hun verlies in stilte te dragen. Als ik me een harteloos christendom moet voorstellen, is dat een schoolvoorbeeld.

In de rede over de laatste dingen voorspelde Jezus dat wanneer de wetteloosheid toeneemt, bij velen de liefde zal bekoelen. Een duidelijke tekst, maar het probleem is dat die bij veel christenen niet direct oproept tot zelfreflectie. Hoe vaak menen gelovigen niet God aan hun zijde te hebben? De liefdelozen en de wettelozen, dat zijn toch vooral de anderen. De ongelovigen, of op zijn minst degenen met wie we het niet eens zijn.

Grootste gebod

Toen een wetgeleerde Jezus vroeg: “Meester, wat is het grote gebod in de wet?”, antwoordde Jezus het volgende:

“Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod.

Het tweede gebod is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.

Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de profeten staat.”

Mattheüs 22, 37-40

Wat maakt dat het christendom na 2.000 jaar in het Westen zo snel aan geloofwaardigheid verliest? Het zijn niet alleen de ontdekkingen van de wetenschap, want hoewel de wetenschap verklaart hoe dingen werken, plaatst religie de wereld in een zingevingsperspectief en verklaart waartoe ze werken. Religie en wetenschap hoeven elkaar niet te bijten; religie en moderniteit evenmin. Nee, de kloof die zich aftekent, is van een andere orde.

Farizeïsme in een nieuw jasje

Het oprukkende cultuurchristendom en fundamentalisme getuigen van een diepe kloof tussen enerzijds religieuze ideologie, en anderzijds een christelijke spiritualiteit, door liefde werkende. Toen ik als 18-jarige religieuze zoeker voor het eerst kennismaakte met het christendom, was ik mij nog niet bewust van die tweedeling. Evenmin wist ik van de veelheid aan kerken, bewegingen en theologieën. In mijn naïviteit meende ik dat het aanvaarden van het kruisoffer van Jezus Christus volstond om de mens voorgoed te verbinden met Gods universele liefde.

Niets blijkt minder waar. We kunnen met onze mond belijden dat Jezus onze Heer is, terwijl ons hart verre van Hem is. In dat geval verschillen we nauwelijks van de Schriftgeleerden en Farizeeën. Hun brein liep over van religieuze kennis en theorieën, maar die kennis was nooit naar hun hart gezakt. En in plaats van haar te delen tot opbouw van de wereld en hun naaste, gebruikten de Farizeeën die kennis om hun trots te voeden en er anderen mee de loef af te steken. Ze waren er meesters in anderen langs de meetlat van het eigen gelijk te leggen, maar ze vergaten om lief te hebben.

Bijna-doodervaring

Ene Ankie S. vertelde me over haar bijna-doodervaring. Voorheen was ze net als veel andere christenen bezig geweest met het naleven van een religie en ideologie. Tijdens haar bijna-doodervaring zag ze plots dat uitgerekend gelovigen die beter hadden moeten weten – Jezus had voor hen immers Gods Liefde belichaamd – met kille en veroordelende harten door het leven waren gegaan. Na hun dood werden deze mensen getroffen door het oordeel dat ze over anderen hadden uitgestort.

Woorden als messteken, uit de context gerukte Bijbelteksten, manipulatie en machtsmisbruik: dat alles ligt op de loer als christenen zich focussen op de letter, terwijl ze voorbijgaan aan de ware essentie van Gods onderricht: liefde.

“De liefde vergaat nimmermeer, maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben, tongen, zij zullen verstommen, kennis, zij zal afgedaan hebben.

Zo blijven dan: geloof, hoop en liefde, maar de meeste van deze is de liefde.”

1 Corinthiërs 13

Als de Bijbel ons iets wil leren, dan is het bovenal dat God liefde is; een Liefde die ook op Aarde het laatste woord moet (en zal) krijgen. Dát is een christendom dat ook vandaag niets aan zeggingskracht verloren is. Een spiritualiteit die niet verdeelt maar verbindt; die niet vernietigt of verwondt, maar heelt en herstelt; niet heerst maar dient.

Het is tijd om onze ideologieën te begraven en weer in de voetsporen van Jezus te treden.

Foto door Rodolfo Clix op Pexels.com

Meer lezen?

  • Een goede studie over de Liefde in Romeinen 13 is hier te vinden.
  • Corinthiërs 13 (over de liefde).
  • Mattheüs 22 (rede over de laatste dingen).
  • Tertio over radicaal rechts en cultuurchristendom.
  • Webinar Christendom en radicaal rechts van Universitair Centrum Sint-Ignatius Antwerpen (UCSIA) in samenwerking met Tertio.

Dans van ware aanbidding

Met het zand onder onze blote voeten liepen we over het Texelse strand. De strakblauwe hemel werd doorkruist door de witte vleugels van zeemeeuwen. Mijn tenen ontweken de schelpjes – ze heten niet voor niets scheermesjes, zei Joost – en kwamen in aanraking met het water. Het was zo’n dag zoals je die normaal alleen in films ziet. Omdat ik me volmaakt gelukkig voelde, dankte ik God in het diepst van mijn gedachten.

“Met heel mijn hart wil ik U verheerlijken”, zei ik. En toen gebeurde er iets wat ik niet had verwacht. Een zachte stem in mijn hoofd antwoordde: “Maar Ik wil ook jou verheerlijken”. Het was alsof de zinderende zomerzon op het strand explodeerde en uiteenbarstte in tienduizenden goudkorrels. En helderder dan de hemel boven me, begon mij iets te dagen.

Geen eenrichtingsverkeer

Waarom wil God door ons aanbeden worden? Heeft een volmaakte God onze offers wel nodig; is Hij uit op zijn eigen eer en glorie? Die vragen hielden me lange tijd bezig. Maar die dag, op het strand van Texel, besefte ik plots dat God niet zonder meer door ons aanbeden wil worden. Wat Hij werkelijk zoekt, is ware aanbidding.

“Maar de tijd komt nu en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en in waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is geest, en wie hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid.”

Johannes 4, 23-24

Ware aanbidding is allerminst een synoniem voor eenrichtingsverkeer. Het is veel meer dan een god verheerlijken die zich verborgen houdt; die zich niet om de mens bekommert, maar volmaakt gelukkig is in zijn eigen paradijs. Een afstandelijke kosmische heerser die zich pas laat gelden als hemel en hel in zicht komen.

Liefdesbrief

Terwijl ik met mijn voeten door een stroompje van zeewater waadde, begon het antwoord op mijn vragen me plots te dagen.

Als wij God met onze woorden en daden verheerlijken, scheppen we ruimte in ons hart en in ons leven waar Hij met zijn Geest kan wonen. Onze aanbidding is een uitnodiging. Een liefdesbrief met de geur van wierook, die opstijgt naar de hemel. En als de Eeuwige zich gewaar wordt van een hart dat zich volkomen naar Hem uitstrekt, nadert Hij tot de mens om daarin te wonen.

Dan tilt Hij ons op, neemt ons in Zijn armen en doet ons uitstijgen boven de omstandigheden. Ja, de Eeuwige tilt ons zelfs uit boven wie wij zelf zijn. Boven onze natuurlijke beperkingen, boven onze kleingeestigheid, boven onze twijfels en angsten. Hij neemt ons mee in een dans en geeft ons de kracht om onze beperkte menselijkheid te ontstijgen. Om elke dag een beetje meer op Hem te gaan lijken. Steeds meer smelten onze harten samen, steeds meer worden we Eén. En zo, op die manier, verheerlijkt God ook ons.

Dat is de (ca)dans die begint met ware aanbidding.

Foto door Hernan Pauccara op Pexels.com

Glimlach als wapen tegen de grimmigheid

Een oudere dame haast zich naar de metro. Eenmaal binnen ploft ze opgelucht neer en lijkt ze zich te ontspannen, totdat ze ontdekt dat het voertuig stil blijft staan. Ze kijkt onrustig om zich heen, vangt mijn blik. Dan ziet ze haar kans schoon. “Het is altijd hetzelfde met De Lijn!”, fulmineert ze. Met elk woord dat naar buiten rolt, lijkt haar woede toe te nemen. Vastberaden staat ze op, recht haar rug. “Nu zal ik ze eens zeggen wat ik ervan denk!”

Met ferme passen beent ze naar voren. Dat de bestuurder ditmaal geen onbenaderbare man in een cabine is, lijkt haar even van haar stuk te brengen. Want voorin de metro staat een grijzende heer in wit overhemd, die haar vriendelijk toelacht. Maar ze herstelt zich, recht opnieuw haar rug. “Wat heeft dit te betekenen?”, roept ze. “Ach mevrouw, ik vrees dat ik er net zo weinig controle over heb als u”, antwoordt de chauffeur. “Er is een metro vastgelopen; we kunnen niet ondergronds totdat het voertuig is weggesleept. Het gaat zeker drie kwartier duren. Ik zit hier ook nog wel even vast, maar u kunt het beste de bus hiernaast nemen.” Ze aarzelt even, wenst de chauffeur sterkte en haast zich de bus in.

Mensen met verhalen

Omdat het openbaar vervoer in Antwerpen plat ligt, dreigt het geplande interview in de soep te lopen. Tenzij ik een taxi vind. “Stap in”, zegt de chauffeur even later, wanneer ik opgelucht het portier open. “Waar kan ik u heen brengen?” Terwijl mijn lichaam zich ontspant, draait hij de snelweg op en begint te vertellen. Al vanaf zijn achttiende zit hij achter het stuur; lijnbussen, taxi’s… noem het maar op en hij heeft het bestuurd. Het leukste? De vrijheid en alle mensen die hij ontmoet. Mensen met verhalen.

“Ben jij hier geboren?”, vraagt hij, verwonderd over het gemak waarmee ons gesprek zich ontvouwt. Vlamingen zijn over het algemeen nogal gesloten, vindt de chauffeur. Zelf is hij geboren in Marokko en getogen in Rotterdam. Sinds 20 jaar woont hij in het Antwerpse, wat een aanvankelijk een cultuurshock was. Maar des te groter is de winst als mensen loskomen; als hij dan toch de juiste snaar weet te raken. Dan komen de verhalen: over de wijk waar ze zijn opgegroeid, over de politiek, over familie, vrienden of huisdieren. “Je hebt een gave”, constateer ik. “Mensen stappen bedrukt jouw taxi binnen en komen er vrolijk weer uit.” Hij bevestigt. En voegt er dan glimlachend aan toe: “Als ze de rekening hebben overleefd”.

Klein wonder

Terwijl ik even later toekijk hoe het taxibusje de hoek om verdwijnt, moet ik denken aan een spreuk van Salomo: “Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend woord wekt de toorn op”. Op één dag ontmoette ik twee chauffeurs die op een bijzondere manier de kracht van dat principe beseffen. Gidsen in de verkeersjungle van een anonieme stad, die voor even samen met hun gasten op weg gaan.

De metro en de taxi zijn de plaatsen waar een klein wonder gebeurt. Frustratie stuit op een begripvolle glimlach, stress op vriendelijkheid en een luisterend oor. En dan, als mensen hun wapens eenmaal hebben laten zakken, kruisen levens en verhalen elkaar. Voor even raken ze aan elkaar en ontstaat er synergie. Dat is hoe een vriendelijk woord de grimmigheid tot bedaren brengt.

Foto door Elena Saharova op Pexels.com

De kunst van het loslaten

Wat is er fijner dan een stiltemoment aan het begin van een drukke dag? Maar dan, juist als ik mijn ogen wil sluiten, valt me iets op. Er ligt een liniaal op de grond. Iets in me wil opschieten om het ding op te pakken, en snel. Want linialen horen niet op de grond. Als die meetlat weer netjes op het bureau ligt, kan ik me ontspannen. Breathe, maan ik mezelf. Want wat klopt er eigenlijk niet: een liniaal op de grond, of de stress die je kunt ervaren bij het zien ervan?

Er zijn meer van die gemene stress-triggers. Als je een file nadert, is dat een objectief feit. Maar omdat die file ons verhindert op tijd te komen, spreken we van “oponthoud”. Daarin schuilt een waardeoordeel: het verkeer op snelwegen behoort door te rijden. Want oponthoud betekent dat onze agenda wordt belemmerd, dat we de dingen niet onder controle hebben, dat we vol ergernis achter het stuur zitten te wachten totdat we eindelijk weer gas kunnen geven.

Betekenisgeving

In het Vlaamse opinieblad Tertio (23/06/21) zegt de Nederlandse denker des vaderlands Paul van Tongeren het volgende:

“Wij ervaren de werkelijkheid altijd in betekenissen zoals mooi, lelijk, goed of slecht, interessant of saai. We kunnen niet anders dan betekenis horen, voelen, zien of ruiken. We worden aangesproken door die betekeniservaring. Tegenwoordig spreken we vaak over betekenisgeving.”

Paul van Tongeren

Een liniaal hoort niet op de grond te liggen. Dat is betekenisgeving. Is de vloer wel bezaaid met kleren of voorwerpen, dan noemen we dat “rommel”. En niet iedereen is van nature begiftigd met het talent van de kunstschilder Jan Steen, die in een huishouden vol rondslingerende voorwerpen pure esthetiek kon zien.

Een huishouden, geschilderd door Jan Steen (1626-1679)

De meeste mensen willen geen “huishouden van Jan Steen”. Het woord “rommel” heeft immers een negatieve connotatie: het betekent dat je je leven niet onder controle hebt, een gedachte die stress oplevert en die je adrenalineniveau de hoogte in jaagt.

Dat is ook waarom opruimcoaches een goed belegde boterham verdienen: in een jachtige en onvoorspelbare wereld willen we maar wat graag in control zijn, of in elk geval het gevoel hebben dat we dat zijn. Niets is fnuikender dan een fikse berg kleren op de grond, een niet-opgeruimde eettafel, files, tandpasta op de spiegel of zelfs maar… een rondslingerende liniaal.

Onze stress is grotendeels opgebouwd uit vele kleine en grote betekenisgevingen over hoe het hoort, over wat goed of fout is; over hoe de wereld, of wijzelf, eruit zouden moeten zien. Is die betekenisgeving negatief, dan roept dat dito gevoelens op. Dat schept perspectief, nietwaar? Want als veel stress voortkomt uit een negatieve betekenisgeving, dan kunnen we die veranderen.

Accepteer wat je niet veranderen kunt

Vrijwel niemand was zo drukbezet als Leo Habets. Nadat een bekeringservaring zijn leven radicaal op zijn kop had gezet, voelde hij een diepgaand verlangen om het evangelie door middel van de christelijke media door te geven. Habets was directeur van de christelijke stichting Agapè, initiatiefnemer van de evangelisatie-actie “Er is hoop” waaraan meer dan 300 Nederlandse kerken deelnamen, medeoprichter van de evangelische krant Uitdaging, spreker, schrijver en vader van drie dochters.

Tweeënzeventig zou hij nu geweest zijn. Ware het niet dat hij op woensdag 2 januari 2019 na een ziekbed van twee jaar stierf aan de gevolgen van darmkanker. Een van zijn boeken, 12 Levenslessen uit de Bijbel, staat nog altijd in mijn boekenkast. Een inspirerende gids door het leven die ik kocht tijdens een workshop waar Habets een van de sprekers was. Zijn levensmotto maakte een diepe indruk op me:

“Verander wat je niet accepteren kunt en accepteer wat je niet veranderen kunt.”

Leo Habets

Een verrassend simpele boodschap waar we tegelijk zo vaak de mist mee ingaan. Hoe gemakkelijk is het niet je eigen invloed te veronachtzamen? Die liniaal had ik gemakkelijk van de grond kunnen oprapen en op het bureau leggen. Probleem opgelost.

Laat los

Maar er zijn veel meer dingen in het leven die we niet kunnen veranderen, en dan verliezen we energie en innerlijke vrede door ons er druk over te maken. Ergernis achter het stuur zal de file niet oplossen; frustratie over het weer zal de regen niet tot stilstand brengen; je opwinden over de gruwelijke ornamenten in de tuin van de buurman zal zijn smaak niet veranderen.

Dit is een les die Leo Habets me leerde: hoe bevrijdend is het, om niet alles in de hand te hoeven hebben. Om te kunnen loslaten wat je niet veranderen kunt. Zelfs al wordt je illusie van een gestroomlijnd leven verstoord door een liniaal op de grond, verder blijft de wereld verrassend hetzelfde. De zon gaat op, de vogels fluiten, wolken pakken zich samen als voorbode van de regen. Je kunt eens diep ademhalen of je druk maken, de wereld draait intussen gewoon door. Als dat geen bevrijdende gedachte is.

Foto door Victor Freitas op Pexels.com

Hoop

Ken je dat gevoel dat het je allemaal een beetje teveel wordt? Je ziet het journaal, je leest de krant, je kijkt om je heen en ziet zoveel verdriet en moedeloosheid. Zoveel woede en agressie, je ligt er wakker van.

Sonja van Santen

Op 27 mei vond de tweemaandelijkse vergadering van de Antwerpse commissie-Stadspredikant plaats. We spraken er met elkaar over hoe zwaar het is voor veel mensen. Behalve de pandemie die ons allemaal treft, hebben mensen al zoveel zorgen en is het zoeken om het hoofd boven water te houden. Het was goed om met elkaar die zorgen te delen en elkaar te bemoedigen.

Ook ik had het lastig die week. De zorgen en problemen om mij heen zijn groot. Er zijn geen pasklare antwoorden op alle vragen. En toch moeten we doorgaan, toch hebben we het nodig om naar elkaar te blijven omzien. Op zulke momenten ga ik vaak een wandeling maken. Even mijn hoofd leegwandelen, zeg ik dan. Zo ook die morgen.

Anderhalf uur stevig doorstappen, mijn gedachten duikelen over elkaar heen. Chaos in mijn hoofd. Zachtjesaan wordt het wat rustiger. Ik zie weer het groen om mij heen, ik hoor weer de vogels zingen. En dan staat daar een bankje, zoals er zoveel in een park staan. En op dat bankje ligt een steen. Mooi beschilderd en met het woord ‘Hoop’ erop. Zomaar één woordje. Maar dat woordje HOOP komt bij mij binnen. Raakt mij aan. Ik heb even op dat bankje gezeten met die steen in mijn hand. ‘Dank u Heer. Dank U voor deze bemoediging’.

Foto door Rene Asmussen op Pexels.com

Dit artikel werd geschreven door Sonja van Santen namens de Commissie Stadspredikant voor de kerkbladen De Band en de Kapelbode van de Verenigde Protestantse Kerk van België.

Waarom je soms zo heftig reageert

Een schijnbaar onschuldige opmerking brengt je plotseling van streek. Je hartslag stijgt, je wordt woedend, klapt dicht of ligt nachtenlang wakker. Herkenbaar? In zo’n geval is je geestelijke achillespees geraakt. We hebben zo allemaal wel onze kwetsbaarheden. Soms is een tikje al genoeg om je geestelijke immuunsysteem in overdrive te zetten.

Een Indische man deed hard zijn best om zich als Hollander te gedragen. Hij ergerde zich aan zijn familie, die naar zijn oordeel te Aziatisch was. De vrouwen kwetterden te luid als ze over de markt liepen, ooms en tantes kwamen steevast een kwartier later dan afgesproken op zijn verjaardag en uit hun keukens walmde niet de geur van naar spruitjes, maar van knoflook en trassi. Niemand wist van zijn ergernis. Totdat op een dag, toen zijn familie voor de zoveelste keer “te laat” voor zijn deur stond, de bom barstte.

Triggers

Er was maar een klein zetje nodig om de geestelijke achillespees van deze man te triggeren. Bang om er niet bij te horen, paste hij zich voortdurend aan. Zijn familie deed dat minder, waardoor de omgang met hen zijn angst versterkte. We hebben zo allemaal onze triggers, en die hangen samen met onze gevoeligheden.

  • Mensen die vroeger zijn gepest, blijven vaak levenslang gevoelig voor afwijzing. Afwijzing is dan je achillespees.
  • Werd je als kind over het hoofd gezien of verwaarloosd, dan doe je misschien alles om bij anderen in het oog te springen. Genegeerd worden is je achillespees.
  • Werd je vroeger in de steek gelaten, dan heb je mogelijk moeite met loslaten. Verlating is je achillespees.
  • Was jouw rapport nooit goed genoeg? Dan kost het nu misschien moeite om niet te kritisch op jezelf te zijn. Falen is je achillespees.

Het leven laat niemand ongemoeid. Tijdens het opgroeien lopen we allemaal wel krassen en deuken op. Sommige kwetsuren genezen, andere laten littekens achter. Onze geestelijke achillespees is een verborgen kwetsuur waarvan je je misschien niet bewust bent, maar die kan opspelen als hij geraakt wordt. Dat hoeft niet hard te zijn; soms is een duwtje al genoeg.

Secretaresse Judith kreeg opdracht van haar baas “een klusje” voor hem te doen. Een paar dagen later diende ze haar ontslag in. De reden? Ze vertikte het om nog langer door hem te worden vernederd. De baas, zich van geen kwaad bewust, ontdekte veel te laat dat Judith het woord “klusje” anders had geïnterpreteerd dan hij het bedoelde.

Woorden die je wereldbeeld doen wankelen

Veel mensen zijn zich niet bewust van hun kwetsbare plekken. Jarenlang leiden ze hun leven en wanen ze zich succesvol, totdat iemand plots een foute opmerking maakt. Niet zomaar een onhandige opmerking, maar één die inslaat als een bom. Woorden die dieper lijken te snijden dan alle andere vormen van feedback; die je plots doen twijfelen aan alles wat je bent en denkt te zijn. Woorden die je wereldbeeld doen wankelen.

Hoe is dat mogelijk? Hoe kan één opmerking zo’n impact hebben dat je er dagenlang naar van bent? Heel simpel: er is een trigger geraakt. Het oude litteken scheurt open, en kijk, daar is die oerwond van onzekerheid weer; van afwijzing of falen. Vers als de dag van gisteren.

Angst

Belangrijk om te beseffen, is dat onze heftige gevoelens niet de werkelijkheid representeren. De familie van de Indische man kwam niet laat uit onverschilligheid, maar uit culturele gewoonte. Evenmin gaf de baas opdracht tot “klusjes” omdat hij zijn secretaresse wilde vernederen. Beide deden gewoon wat ze deden; ze waren zich van geen kwaad bewust.

Onze geestelijke achillespees zegt vooral veel over onszelf, over ons verleden, over wie wij vroeger waren en wie we nu (niet) willen zijn. Maar bovenal houdt onze geestelijke achillespees verband met angst. De angst om door de mand te vallen, om niet geliefd te zijn, er niet bij te horen, niet te worden gezien of door anderen verlaten. Daarom reageren we zo heftig. Ons geestelijke immuunsysteem zet zich op scherp om de indringer – degene die kwetst – uit alle macht te verdrijven.

Liefde

Is daar iets aan te doen, zul je je misschien afvragen. Gelukkig wel! De Bijbel reikt een belangrijk handvat aan: het tegengif voor angst is liefde.

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

1 Johannes 4, 18

Het probleem is niet wat de ander zegt, maar je reactie daarop. Een overreactie ontstaat wanneer angst, pijn en onzekerheid de boventoon voeren. Wanneer je niet langer handelt uit liefde, maar oude kwetsuren het roer hebben overgenomen.

Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht.

Efeze 6, 10

Krachtig in de Heer zijn, wil zeggen: krachtig staan in Zijn liefde, want God is liefde. Waarom ben je zo gefocust op wat de ander zegt, dat je je eigen unieke kracht niet langer ziet? Dat je vergeet jezelf lief te hebben uit te gaan van wat jij te bieden hebt? De oplossing is niet te gaan twijfelen aan jezelf, maar een eigen unieke geluid en stem te gaan ontwikkelen.

Belangrijk signaal

Je gevoel is niet de waarheid, maar wel degelijk een belangrijk signaal. Wordt je geestelijke achillespees getriggerd? Beschouw het maar als een knipoog om weer verbinding te maken met de Bron van alle leven en in je kracht te gaan staan. Want zelfs al maak jij duizend fouten, van jou is er maar één. Word niet een van de velen, maar maak jezelf onmisbaar! Alleen zo kunnen we de wereld een stukje mooier maken.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Geloven: een goddelijke uitdaging

Geloven in deze tijd is een goddelijke uitdaging. Religies hebben niet altijd meer de beste papieren. Hoe vaak worden ze niet geassocieerd met geweld of terrorisme? Weer anderen beweren dat geloven achterhaald is, dat de wetenschap uiteindelijk alle antwoorden wel zal vinden.

Geheel onbegrijpelijk zijn die gedachtegangen niet. De geschiedenis leert inderdaad dat waar religies vervlochten raken met politieke ideologieën en een totalitair systeem worden, het vaak gruwelijk misgaat. En als je de Bijbel louter leest als wetenschappelijke encyclopedie om de volledige werkelijkheid te verklaren, verzand je al snel op een dood spoor.

De zekerheid der dingen die men hoopt

“Wat betekent geloven voor jou?” Dat is de vraag die ik onlangs voorgelegd kreeg door het magazine Maria van de montfortianen. Een spannende, maar ook wezenlijke vraag. In een wereld vol onbegrip en misverstanden zet ze ons weer even stil bij waar geloven nu werkelijk om draait. In de Hebreeënbrief, meestal toegeschreven aan de apostel Paulus, staat het zo verwoord:

“Het geloof nu is de zekerheid der dingen die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.”

Hebreeën 11, 1

De woorden “zekerheid” en “bewijs” maken het wat lastig. We associëren die al snel met wetenschappelijke bewijzen. Maar net zo min als de wetenschap kan bewijzen dat God bestaat, kan ze bewijzen dat God niet bestaat. Dat betekent dus dat wetenschappers meestal een soort wetenschappelijk agnosticisme omarmen: de vraag of er een hogere macht bestaat laten ze buiten beschouwing; daarover kunnen ze geen uitspraken doen.

Maar Paulus verwijst niet naar studies, rapporten of wiskundige formules. Nee, hij heeft het over een ander soort bewijs: een innerlijke zekerheid.

Zekerheid en bewijs

De zekerheid van wat men hoopt duidt op de innerlijke overtuiging van een hoop die nog geen werkelijkheid is. Een realiteit die nog niet voor ogen is. Hoe kun je daar dan zo zeker van zijn? Omdat je met heel je hart gelooft dat die hoop op een dag werkelijkheid zal worden. Je proeft de tekenen ervan; je ziet het voor je, je leeft er als het ware naartoe.

Het bewijs der dingen die men niet ziet verwijst naar onze innerlijke belevingswereld. Soms voelt hoop die nog niet tastbaar is, ver weg. Dan wandelen we schijnbaar alleen over onze pelgrimsroute en lijkt onze weg bezaaid met stenen. Maar op andere momenten komt die hoop ons plotseling heel dichtbij Dan is het net alsof we plots een knipoog van boven krijgen. En dan vatten we weer moed om onze weg te vervolgen.

Hoop doet leven

Een oudere dame stuurde me een foto van een kleurrijke zwerfsteen. Die ochtend had ze zichzelf gedwongen een wandeling te maken in het stadspark van Antwerpen. Door de coronacrisis had de vrouw zich al vele maanden afgesneden gevoeld van haar dierbaren, en steeds vaker vroeg ze zich af of het nog zin had haar bed uit te komen. Tot ze tijdens haar wandeling op een houten bankje die steen zag liggen. Ze bukte zich en maakte een foto. HOOP, stond er in fraaie letters op de steen geschilderd. Letters die haar plots deden beseffen wat ze dreigde te verliezen: het geloof in een wereld van hierna-beter.

Pelgrimsroute

Geloven is verder kijken dan wat voor ogen is. Geloven plaatst je wereld in een ander perspectief. Het opent je ogen om verder te zien dan de materiële werkelijkheid; het opent je hart om te omarmen wat nog niet zichtbaar is. De apologeet C.S. Lewis verwoordt het als volgt:

“Ik geloof in het christendom zoals ik geloof dat de zon is opgekomen – niet alleen omdat ik het zie, maar omdat ik daardoor al het andere zie.”

C.S. Lewis

Geloven gaat dieper dan weten of bewijzen; het is een manier van zien. En juist daarom laat het zich maar moeilijk achter de voordeur terugdringen. Geloven is geen passieve hobby maar een werkwoord. Het is als een persoonlijke pelgrimsroute. Een weg van ernstig zoeken, soms van blijdschap en hoop, soms van beproevingen en twijfel, maar altijd een pad van een toewijding dat zich vertaalt in Liefde. Want hoe klein(geestig) wij mensen soms ook zijn, er is iets groters waarnaar wij op weg zijn.

Foto door Charl Durand op Pexels.com

Het is de toon die de muziek maakt

Hoe duidelijk je ook denkt te communiceren, je boodschap komt helemaal anders over. Herkenbaar? Toneelschrijver George Bernard Shaw zie ooit: “Het grootste probleem in communicatie is de illusie dat het heeft plaatsgevonden”. Daar kunnen we aan toevoegen dat ook een neutrale luisteraar een illusie is. Elke boodschap gaat door een krachtig filter. Mensen horen daardoor vaak niet wat je zegt, maar wat ze zelf nodig hebben.

Zou iedereen in je omgeving een getinte zonnebril dragen, dan zou waarschijnlijk niemand het opmerken als je een witte blouse droeg. Door roze glazen oog je shirt roze; door oranje glazen oogt het oranje en door blauwe glazen blauw. Vanzelfsprekend, toch? Maar we zijn vaak verrast als mensen ons op de een of andere manier verkeerd begrijpen. Als ze in onze boodschap iets heel anders zien of verstaan dan wij hadden bedoeld. Dan vergeten we iets belangrijks: het menselijk waarnemingsfilter is krachtiger dan welke zonnebril dan ook.

De organist

Een organist bespeelde al vele jaren het kerkorgel in een dorpskerk. Bij het verschijnen van het nieuwe dienstrooster ontdekte hij dat hij minder vaak aan de beurt was dan andere organisten. Een pijnlijke gedachte welde in hem op: “Ze vinden mij niet goed genoeg meer. Ze willen mij eruit werken”. Zonder dat hij het besefte, werd die gedachte een filter. Elk woord, elke daad van de kerkenraadsleden, ging door de bril van zijn angstige vermoeden. Stuk voor stuk werden het “zie je wel!”-ervaringen.

Tot op een dag de bom barstte. De organist schreef een lange brief aan de kerkenraad waarin hij zijn ongenoegens uitte. Daarin schreef hij ook dat hij zou vertrekken, nog voordat iemand de kans kreeg hem eruit te gooien. Nooit zouden de witte toetsen nog worden beroerd door deze begaafde musicus; de kerk en het orgel bleven verbouwereerd achter.

Achter elke interpretatie schuilt een behoefte

Effectief communiceren betekent niet alleen dat we verantwoordelijkheid nemen voor wat we zeggen, maar ook voor welke toon we aanslaan. Willen we de juiste toon vinden, dan zullen we moeten anticiperen op de luisterfilters van onze naaste. De meest effectieve manier om die te bepalen, is inzicht te krijgen in zijn of haar behoeften of belangen.

“Behoeften zijn de energie van het leven – de fundamentele motivatie voor alle gedrag. Achter elke handeling schuilt een honger om behoeften te vervullen.”

Marshall Rosenberg

Marshall Rosenberg werkte wereldwijd als vredestichter voordat hij het Centre for Nonviolent Communication oprichtte. Het centrum richt zich op een communicatie die de broederschap tussen mensen ondersteunt en die conflicten probeert op te lossen. Op wereld- of op (inter)nationaal niveau, maar ook in familierelaties of op het werk. De centrale gedachte van Rosenberg is dat mensen niet horen wat er wordt gezegd, maar wat ze nodig hebben. Achter elke (mis)interpretatie schuilt een behoefte.

Negen fundamentele menselijke behoeften

Rosenberg gaat ervanuit dat mensen negen fundamentele basisbehoeften hebben. Dat zijn de basisfilters waardoor ze geneigd zijn te luisteren.

  • Genegenheid
  • Creatie
  • Recreatie
  • Vrijheid
  • Identiteit
  • Begrip
  • Participatie
  • Bescherming
  • Levensonderhoud

Dat betekent dat een simpele boodschap als “Jij hoeft aankomende zondag niet op het orgel te spelen” op verschillende manieren kan worden gehoord, afhankelijk van wat mensen motiveert.

Iemand die begrijpend luistert, kan horen dat een collega door privéomstandigheden graag wil ruilen (ook al heb je dat niet gezegd).

Iemand die door de filter creatie luistert, denkt misschien dat er een speciale themadienst op het programma staat (ook al is die niet aangekondigd).

Iemand die wordt gedreven door identiteit, kan horen dat hij wordt weggezet omdat hij blijkbaar overbodig is geworden (zelfs al liet niemand dat doorschemeren).

De simpele uitspraak “Jij hoeft zondag niet te spelen”, kan dus worden gehoord als “een collega heeft persoonlijke problemen/is ziek”, “er staat vast een ander soort dienst op het programma” of “ik ben niet belangrijk genoeg voor ze”, afhankelijk van het filter dat de luisteraar erop nahoudt. Zelfs al communiceer je dus nog zo straight forward, menselijke gevoeligheden kunnen communicatie tot een waar mijnenveld maken. Met deze drie tactieken kun je je gelukkig een hoop ellende besparen.

1. Spreken in iemands luisteren

Aangezien de perceptie van anderen al snel jouw reputatie kan worden, is het raadzaam niet alleen verantwoordelijkheid te nemen voor hoe je communiceert, maar ook voor hoe je boodschap overkomt op de luisteraar.

Als je mensen goed kent, kun je soms een indruk krijgen van het filter waardoor ze luisteren. Is je collega een gevoelig type dat bij vlagen gebukt gaat onder melancholie? Dan kan het handig zijn je verzoek daarop af te stemmen. Hetzelfde geldt voor een type dat gericht is op macht en identiteit. Dat samenspel wordt het spreken in iemands luisteren genoemd.

2. Vragen staat vrij

Niet altijd is duidelijk of onze boodschap is overgekomen, dus soms kunnen we er maar beter gewoon naar vragen. In het begin is dat misschien even wennen, maar het voorkomt dat een simpele vraag of opmerking een eigen leven gaat leiden.

3. Verklaar

Door duidelijk je motivatie uit te leggen, weet de luisteraar wat er achter jouw vraag of verzoek zit. Een heldere uitleg verkleint de kans dat hij of zij er een onjuiste interpretatie aan zal geven. Als je een film wilt zien kun je natuurlijk de afstandsbediening opeisen, maar je kunt ook zeggen: “Mag ik nu even switchen? Er komt om 20.00 uur een film die ik niet graag wil missen”.

Echokamer van de behoefte

Spreken in iemands luisteren, vragen en uitleggen zijn drie strengen van het drievoudig snoer dat effectieve communicatie heet. Het vereist wat oefening, maar als je eenmaal de slag te pakken krijgt kun je het ook omdraaien. Door open vragen te stellen (“Wat bedoel je daarmee?”) kun je proberen te achterhalen wat de spreker motiveert.

Neutrale luisteraars zullen wel altijd een illusie blijven. Maar door inzicht te krijgen in het luisterfilter van de ander, kun je in elk geval voorkomen dat woorden gaan ronddolen in de echokamer van andermans behoeften. C’est le ton qui fait la musique.

Altijd een weg terug naar de Vader

De Leuvense studentenvereniging Reuzengom stond bekend als hét netwerk voor de toekomstige elite. Sanda Dia wilde er maar wat graag bij horen. Maar dat werd hem uiteindelijk fataal. Erbij willen horen, wie kent dat verlangen niet? Maar zolang er mensen bestaan, bestaat er afwijzing. Jefta uit het Bijbelboek Rechters weet er alles van.

Het woord “rechter”, mag vandaag een deftige bijklank hebben; Jefta is eigenlijk een selfmade man. Hij is verwerkt nadat zijn vader de bloemetjes buiten heeft gezet met een prostituee. Omdat zijn halfbroers willen voorkomen dat hij een deel van de erfenis krijgt, verdrijven ze hem tot buiten de stad Gilead.

Het zwarte schaap

Jefta is het zwarte schaap van de familie; een schandvlek die zorgvuldig wordt toegedekt. Om in de banlieue te kunnen overleven, sluit hij zich aan bij een bende. Maar als Gilead wordt bedreigd door de Ammonieten, weet het stadsbestuur hem plots weer te vinden. Jefta aarzelt, maar dan ruikt hij kansen. Mogelijkheden om te studeren kreeg hij niet, maar in vechten heeft hij zich in elk geval kunnen bekwamen. Wie weet ligt daar zijn toekomst wel.

Als het leven je vele malen verworpen heeft, droom je ervan eindelijk iemand te zijn. Om te worden gezien. Wat zou het heerlijk zijn als de wereld zou moeten toegeven dat ze zich in je hadden vergist. Dat is ook de droom van Jefta. Het bendelid wordt een legerleider, en met succes. Met Gods hulp verslaat hij de Ammonieten. Maar op één ding heeft Jefta niet gerekend.

Hoge bomen vangen veel wind. Door zijn overwinning is duidelijk geworden dat Jefta meer is dan de wilde distel waar mensen hem voor hielden. Hij is een robuuste eik waar je niet omheen kunt. De Efraïmieten, een naburig volk, branden van afgunst. “Waarom heb je ons niet gevraagd om mee op te trekken tegen de Ammonieten?”, verwijten ze hem. “Nu zullen we jouw huis met jou erin verbranden.”

Afwijzing en verwerping

Misschien herken je wel iets van Jefta in jezelf. Je hebt je ingespannen om iets goeds teweeg te brengen, maar je inzet wordt niet gewaardeerd. Misschien stond je jarenlang dag in dag uit voor iedereen klaar, maar vond je omgeving dat alleen maar vanzelfsprekend. Mogelijk herken je dat gekwetste kind in jezelf, dat niet werd gehoord of gezien. Dat niet de kansen kreeg waarnaar het verlangde.

De geschiedenis leert dat mensen die langdurig vervolgd of vernederd worden, zichzelf vaak gaan zien door de ogen van hun vervolgers. Ze internaliseren de boodschappen die ze krijgen.

Nog voordat de Tweede Wereldoorlog losbarstte, werden joden in campagnes geportretteerd als ongedierte. Dat leidde tot een collectief minderwaardigheidscomplex; ook veel joden begonnen zichzelf te zien als een minderwaardige soort, als mensen die er eigenlijk niet mochten zijn.

Ontmenselijking

Elke verwerping, hoe subtiel ook, is een vorm van ontmenselijking. Ontmenselijking kent verschillende stadia, en zoals we allemaal weten kan het einde bijzonder tragisch zijn.

Ook Jezus kan daarvan getuigen. Net als Jefta geeft hij alles wat hij heeft. Hij gaat zelfs zodanig op in zijn rol als rabbi, dat hij vergeet te eten. Maar juist als de uitputting haar tol begint te eisen, duikt de antagonist op in het verhaal. Jezus krijgt bezoek van de Schriftgeleerden en de Farizeeën; de elite onder het Joodse volk. Maar ze zijn niet gekomen om hun kennis te verrijken. Nee, ze nemen Hem onder vuur. Ze noemen hem een charlatan. En dat hij mensen van het kwaad bevrijd, is volgens hen hét teken dat hij zelf door het kwaad is bezeten. “Beëlzebul huist in deze man!”, roepen ze (de naam Beëlzebul betekent “heer van de demonen”).

Waar Jefta een doodsbedreiging kreeg, wordt ook Jezus persoonlijk aangevallen. De Schriftgeleerden en Farizeeën proberen Hem met een drogreden in diskrediet te brengen. Maar zal dat lukken? Jezus confronteert hen met hun eigen kromme redenering. “Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven?”, vraagt hij. “Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is kan dat rijk geen stand houden.”

Zonde tegen de heilige Geest

Dan waarschuwt Jezus hen. Alle zonden die mensen begaan, zelfs alle godslasteringen die ze hebben uitgesproken, zullen hen worden vergeven. Behalve één: de lastering tegen de heilige Geest.

Belangrijk om in gedachten te houden, is dat die uitspraak primair gericht is tegen de Farizeeën en de Schriftgeleerden. Tot de geleerden van Israël die na vele jaren van studie de Mozaïsche wet en de profeten op hun duimpje kennen. Die door God Zelf aangesteld zijn om het volk te onderwijzen en richting te geven.

Maar wat is er van ze geworden? In het Mattheüsevangelie omschrijft Jezus deze elite als witgekalkte graven, mooi van buiten maar van binnen vol dorre doodsbeenderen en onreinheid (Mattheüs 23, 27-32). Aanzien en prestige, daar draait het hen om. In plaats van mensen te dienen, laten zij zich dienen. Ze bekleden de eerste plaatsen bij maaltijden en in de synagoge, onderdrukken het volk en buiten het uit (Marcus 3, 20-35). Over charlatans gesproken! De werkelijke charlatans, dat zijn deze Schriftgeleerden en de Farizeeën.

Niet God heeft deze mensen verworpen, maar zij Hem. Hun harten, die ooit Zijn liefde hebben gekend, zeggen nu: “Ik weet wie U bent, en ik wil U niet”. Deze leraren, die zo’n belangrijke taak toevertrouwd hadden gekregen, laten zich niet langer leiden door de heilige Geest. Ze laten zich nog enkel leiden door hebzucht, trots en egoïsme. De Schriftgeleerden veroordelen Jezus, maar bovenal zichzelf (Hebreeën 6, 4-6).

Hoop en troost

Voel je je soms verworpen of verlaten? Weet dat je niet de enige bent. Ook Jefta, Jezus en zelfs de heilige Geest kennen die ervaring. De pijn die je overspoelt als je liefde wordt afgewezen, als je wordt gepest, als je integriteit in twijfel wordt getrokken, als je inspanningen over het hoofd worden gezien of zelfs ontkend. Afwijzing doet pijn. Maar voor al wie verwond door het leven gaat, is er troost. Jezus is naar de wereld gekomen om zichzelf voor ons over te geven. Voor u, voor jou en mij.

Aan het kruis op Golgotha maakte hij de grootst mogelijke verwerping door. Voor even wérd hij de afwijzing, maar hij verbrak de banden van pijn. Jezus is opgestaan om te tonen dat de haat nooit het laatste woord krijgt.

Zo mogen ook wij verrijzen. Zelfs al slaat het leven ons nog zo hard, zelfs al worden we nog zo moedeloos, zelfs al lijkt het soms alsof we rondtasten door het donker. Weet dan, dat je van waarde bent. Weet dat je leeft, omdat de Eeuwige je reeds lang heeft gewild. Na een hobbelige levensweg mocht Jefta de stad binnengaan. De poorten openden zich voor hem; de bastaard werd binnengehaald als een verloren zoon. Door Jezus Christus, in de Heilige Geest is er altijd een weg terug naar de Vader.

Dit is de tekst van de preek van zondag 6 juni 2021 in protestantse kerk De Wijngaard te Antwerpen.

Meer lezen?

  • Richteren 12, 1-6
  • Marcus 3, 20-35
  • Mattheüs 23, 27-32
  • Hebreeën 6, 4-6

De brede of de smalle weg

Na een lange lockdown herleven de Antwerpse straten en terrassen. Mijn oog valt op een lange stoet mensen voor de deur van luxemerk Louis Vuitton. Ze dragen stijlvolle zonnebrillen en stralen een tijdloos geduld uit. Velen zijn waarschijnlijk van heinde en verre gekomen om hun felbegeerde tas te bemachtigen. Plots dringt een vraag zich op: “Koop je zo’n tas nu vooral voor jezelf of voor anderen?”

Eenmaal thuis ben ik het voorval weer glad vergeten. Totdat ik een paar nachten later word getroffen door een levendige droom.

De prijsvraag

Stel je een sfeervolle winkelboulevard voor op een zomeravond. De atmosfeer zindert nog na van de warmte, etalages lonken en mensen in luchtige kleding lopen af en aan. Onder hun armen dragen ze papieren tassen met kleurrijke logo’s en de nieuwste mode. Je bevindt je in een stad waar het perfecte leven verkrijgbaar lijkt, waar jonge mensen geluk uitstralen en succes. Winkeletalages en neonreclames fungeren als wegwijzers in de duisternis, dure auto’s blinken op de parkings, voetstappen worden voortgejaagd door het verlangen niets te willen missen.

In de verte dringt een mensenmenigte zich samen rond een vrouw met een microfoon. Bij nader inzien blijkt het een promotiedame die een prijsvraag houdt. Een kalende vijftiger met een buikje dringt zich naar voren. Hij houdt een kaartje omhoog en roept: “Ik weet het antwoord!” De promotiedame, een jonge vrouw met glanzende bruine haren en een parelende glimlach, steekt hem haar microfoon toe.

De man steekt het kaartje de lucht in, zo hoog als hij maar kan. Er staan drie letters op: EGO. “Dat is goed!”, roept de vrouw. En ze roept het om, zodat de hele winkelstraat het kan horen: “Deze meneer heeft de prijsvraag gewonnen!” De man wordt uitgenodigd op een groot podium, waar hij dat ego stralend omhoog blijft houden. Camera’s flitsen, een grote prijs wordt hem in zijn handen gedrukt. Bijna ongemerkt druipen de verliezers af. Ze verdwijnen in de nacht, een voor een.

Dan word je aangetrokken door een smalle steeg tussen de winkelpanden. Het blijkt te voeren naar een achterafstraatje parallel aan de brede winkelboulevard. Er is niemand te zien, op een kromgebogen oudere dame na, die een boodschappenwagentje achter zich aan trekt. Haar vermoeide gezicht licht op als ze eindelijk een voorbijganger ziet. Even later sterft het geratel van de wielen weg in de verte. Een volmaakte stilte daalt neer, geflankeerd door het zwakke schijnsel van de straatlantaarns.

Charlotte Reihlen (Idee)/Paul Beckmann (Ausführung)

De brede weg

Grote schaduwen achtervolgen je, en plots word je je bewust van het geluid van je voetstappen. Vanaf een muur lonkt een affiche met de tekst:

“Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg die velen volgen, en de brede poort waardoor velen naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.”

Mattheüs 7, 13-14

Het zijn de woorden van Jezus in de Bergrede. Zijn gelijkenis van de brede en de smalle weg is door de eeuwen heen op vele kunstwerken verbeeld. De brede weg is vergelijkbaar met een drukke winkelboulevard. Er heerst een gezellige drukte. “Laten we eten, drinken en vrolijk zijn!”, is het motto. Op de brede weg valt altijd wel iets te winnen, iets na te jagen, roem te vergaren. Uithangborden voeren langs luxemerken, casino’s en excellente restaurants.

Verlangen we niet allemaal naar een prettig en comfortabel leven zonder al teveel pijn of offers? Reclames en opgepoetste foto’s op sociale media spelen in op dat verlangen. Ze houden ons voor dat het perfecte leven haalbaar is, als we maar het juiste product kopen. En misschien leveren die dingen ook wel tijdelijk geluk op. Maar als alles wat je opbouwt materieel en tijdelijk is, kan er een moment komen waarop je alles weer verliest. Waarop je berooid achterblijft. De weg van het ego, van de hebzucht en het egoïsme kan uiteindelijk een dwaalspoor blijken.

De smalle weg

De smalle weg is lastiger te vinden. Er hangen geen grote neonreclames, dus het vereist een aandachtige geest om die weg te zien. Het is dat nauwe straatje achteraf, daar waar je je soms pijnlijk bewust wordt van je eigen schaduw en voetstappen.

Foto door Daan Wijngaard op Pexels.com

En ai, wat een moeilijke weg is dat. De smalle weg is bezaaid met stenen waarover je kunt struikelen. Het is niet de route waarop het ego centraal staat, maar juist het verliezen ervan. De smalle weg daagt ons uit om zelf kleiner te worden, zodat Christus in ons groter kan worden. Ze voert langs dorstigen, vreemdelingen, armen en zieken. En telkens worden we uitgenodigd om iets van onszelf te verliezen, zodat we licht en liefde voor hen kunnen zijn.

Langs de smalle pelgrimsroute worden we achtervolgd door onze schaduwen, en soms moeten we de confrontatie met hen aan. En hoe vaak struikelen we niet? Dan komen we keihard onszelf tegen, krabbelen we weer overeind, kloppen het stof van onze kleren en gaan verder. Soms alleen door het donker, biddend om verlichting; soms ook ontmoeten we anderen voor wie wij een lantaarn mogen zijn.

“God houdt van je zoals je bent, maar teveel om je zo te laten.”

Christelijk spreekwoord

De smalle weg is die van de donkere cocon, waardoor de rups moet reizen om een vlinder te worden. Shortcuts zijn er niet, maar de Bijbel belooft dat wie bereid is deze weg te gaan, uiteindelijk grote vreugde en vrede zal kennen.

Eeuwige vreugde

Met een dagje shoppen of een mooie handtas is niets mis. Zulke dingen kunnen het leven leuker en fijner maken. Maar omdat bezittingen vergankelijk zijn, kunnen ze ons alleen maar een tijdelijke vreugde geven. Christus waarschuwt om je hart er niet op te zetten. Hij belooft ons een eeuwige vreugde die nimmer zal vergaan of verbleken. Wie in die vreugde investeert, komt niet bedrogen uit.

Een bekende pelgrim op de smalle weg is Franciscus van Assisi (1181-1226). Hij leidde een sober leven waarin hij zich volledig richtte op het zoeken en dienen van God. De Franciscaner kloosterorde bestaat tot op de dag van vandaag. Franciscus van Assisi liet een prachtig gebed na, dat ook ons kan helpen op ons levenspad. Het inspireert om niet je ego te zoeken, maar bovenal een geschenk voor anderen te zijn.

Gebed van Franciscus van Assisi

Heer, maak mij een instrument van Uw vrede.
Laat mij liefde brengen waar haat heerst,
laat mij vergeven wie mij beledigde,
laat mij verzoenen wie in onmin leven,
laat mij geloof brengen aan wie twijfelt,
laat mij waarheid brengen aan wie dwaalt,
laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt,
laat mij licht brengen aan wie in duisternis is,
laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.

Laat mij niet zoeken getroost te worden, maar te troosten,
niet begrepen te worden, maar te begrijpen,
niet bemind te worden, maar te beminnen.
Want het is toch door te geven, dat men ontvangt
door te verliezen, dat men vindt
door te vergeven, dat men vergiffenis ervaart
door te sterven, dat men verrijst tot het eeuwige leven. Amen
.

Bovenste deel van het oudste portret van Franciscus van Assisi, een muurschildering van Sacro Speco in Subiaco.