Waarom liet Jezus zich dopen?

De doop van Jezus: het is een merkwaardig verhaal. Want waarom laat Jezus zich dopen? Tijdens de kerkdienst van 8 januari 2023 in de protestantse kerk van Leuven stonden we stil bij die vraag.

In het derde hoofdstuk van het Mattheüsevangelie lezen we hoe Johannes optreedt in de woestijn. Hij verkondigt aan iedereen die het maar horen wil: “Bekeert u, want het Koninkrijk van de hemel is nabij gekomen!” Een uitnodiging die door velen dankbaar wordt aangegrepen. Ze komen naar hem toe en laten zich dopen in de Jordaan.

Zich bekeren, dat is de diepere betekenis van de doop. In de grondtekst wordt het Griekse woord metanoeite gebruikt. Dat betekent zoveel als een ommekeer maken, een verandering van mindset waarbij je het oude achterlaat en de innerlijke mens zich vernieuwt en een transformatie ondergaat.

Je moet je leven veranderen

Du mußt dein Leben ändern. Het is de beklijvende slotzin van een gedicht van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke. Je moet je leven veranderen. Niet zomaar voortleven op de automatische piloot, niet klakkeloos doen wat iedereen doet; niet handelen zoals iedereen verwacht, netjes binnen de lijntjes kleuren, conventioneel, zeker en stabiel, maar kleurloos en allesbehalve spannend. Want grijze muizen schrijven geen geschiedenis. 

Je moet je leven veranderen. Dat is de essentie van bekering, en dat is ook waar Johannes op doelt. En hij wijst ook de richting waarin die verandering moet plaatsvinden. De mens, geneigd als hij is om zijn eigen agenda, verlangens en genoegens na te jagen, moet tot inkeer komen en zich weer verzoenen met zijn Bron, de God van vrede, van liefde en van gerechtigheid.

De weg voorgegaan

Dat brengt ons terug bij de vraag aan het begin: waarom laat Jezus zich dopen? Dat is toch niet nodig? Wat zou het voor zin hebben om tegen de Zoon van God te zeggen dat Hij zijn leven moest veranderen, als dat leven al helemaal in lijn ligt met de wil van de Vader? Toch ondergaat Jezus de doop, samen met een menigte van zondaars, tollenaars, farizeeën, sadduceeën, soldaten, schuinsmarcheerders. Zuiver als Hij is, gaat Hij met deze mensen het water in.

Johannes weigert aanvankelijk om Jezus te dopen. Begrijpelijk, maar Jezus staat erop. Dit is de weg, Hij wil ons voorgaan. In alles. In onze verzuchtingen, in ons lijden, in onze angsten, onze gebroken harten en dromen, onze zoektochten in het leven, in onze momenten van vreugde, onze ziekten, onze twijfels… Ja, ook in de doop. En daarom, uit liefde voor ons, doet Jezus iets wat Hij eigenlijk helemaal niet zou hoeven te doen. Doet u dat ook weleens? Doet u soms dingen die u eigenlijk helemaal niet hoeft te doen, uit liefde voor uw naasten?

Door de doop te ondergaan, wordt Jezus één met de mensen die Hem volgen. Hij toont hen: kijk, dit is de weg die je moet gaan; dit is de stap die je leven in positieve zin kan veranderen, dit is waar verzoening met God begint. Een oude mens gaat ten onder in het watergraf, een nieuwe mens verrijst en wordt herboren. Als Jezus uit het water oprijst, bevestigt God die stap door te zeggen: “Kijk, dit is Mijn Zoon in wie Ik welbehagen heb.”

De doop: meer dan gestolde traditie

Vlak voor Zijn hemelvaart zal Jezus Zijn apostelen opdragen: “Ga op weg en maak alle volkeren tot Mijn leerlingen, door hen te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, en hen te leren dat ze zich moeten houden aan alles dat Ik u opgedragen heb.” Het jodendom kent 613 mitswot, maar Jezus herleidt al die wetten tot de essentie: “Heb God lief boven alles, en heb je naaste lief zoals jezelf.” In dat liefdesgebod is de gehele wet vervuld.

Het verhaal van de doop van Jezus is ook ons verhaal, als we net als Hij gedoopt zijn. Over de doop verschillen de meningen, en door de geschiedenis heen zijn er heel wat kerken op gescheurd. In evangelische kerken is de volwassendoop een uitingsvorm van bekering. Van de keuze om het oude leven achter zich te willen laten en de Schepper in alles te willen volgen. In protestantse en katholieke kerken waar de kinderdoop gangbaar is, wordt de lijn doorgetrokken naar het Oude Testament en het Verbond van God met Abraham en zijn nageslacht. De doop is dan een opname in de kerkelijke gemeenschap; kinderen die gedoopt zijn, krijgen hun plaats binnen Gods Verbond met mensen.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Zoals mensen verschillen, verschillen ook onze opvattingen over de doop. Maar welke visie we ook voorstaan, het is belangrijk om te beseffen dat de doop veel meer is dan een familiefeestje of een gestolde traditie. Voor de mensen die bij Johannes de doop ondergaan, staat de gang door het water aan de vooravond van een nieuw begin. Ze staan op uit het water als schonere mensen; ze laten het vuil van de wereld achter zich, ze zijn klaar om in harmonie met God te leven.

Selfie-cultuur

En Jezus? Aan wie zou Hij denken als Hij daar in de Jordaan staat? Zeer waarschijnlijk denkt Hij niet aan zichzelf. Niet aan alle mogelijke woorden, fouten, tekortkomingen of alles waar Hij maar reiniging van zou nodig hebben. Nee, op dat ene bijzondere moment, daar schouder aan schouder met Johannes, denkt Hij misschien wel aan ons. Aan u en mij. 

We leven vandaag in een selfie-cultuur. Woorden als zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfsturing zijn codewoorden geworden. Veel mensen denken eerst aan zichzelf, dan pas aan anderen.

  • CEO’s denken aan zichzelf wanneer ze torenhoge bonussen eisen.
  • Wereldleiders denken aan zichzelf wanneer ze jonge generaties opofferen aan een uitzichtloze oorlog, enkel en alleen bedoeld om hun rijk en hun macht te vergroten.
  • Snelheidsduivels denken aan zichzelf wanneer ze door hun “sportieve rijstijl” de levens van anderen op het spel zetten.
  • Pestkoppen denken aan zichzelf als ze anderen het leven zuur maken.
  • Werknemers die met hun ellebogen werken maar intussen hun collega’s naar de zijlijn verdringen, denken aan zichzelf.

Save yourself first. Soms kan dat nuttig zijn. Wanneer je een vliegtuigramp moet overleven, moet je eerst aan jezelf denken om anderen in veiligheid te kunnen brengen. Maar als wij door ons welbegrepen eigenbelang anderen vertreden, vertrappen of vermorzelen, dan is het tijd voor een ommekeer. Dan moeten wij ons leven veranderen. 

Soms is het tijd om opnieuw op zoek te gaan naar het spiegelbeeld van Jezus in het rimpelende water van ons leven. Heb God lief boven alles, en jezelf als je naaste, dat is de weg die Hij ons wijst.

Geen succesverhaal

Hoeveel mannen en vrouwen staan er vandaag in uw omgeving voor grote uitdagingen? Mensen die lijden onder ziekte, eenzaamheid of somberheid. Jongeren en ouderen die het leven niet meer zitten. Die moegestreden, opbotsen tegen de grenzen van hun kunnen. Maar die in deze samenleving nauwelijks gehoor vinden. Misschien zijn wij het zelf wel.

Onze samenleving leven stelt vaak hoge eisen, en velen van ons groeien op met de hoogste verwachtingen. Veel mensen hebben hun visitekaartjes paraat, want iedereen vraagt wat je doet. Maar hoeveel mensen vragen hoe het met je gaat? En hoeveel mensen zijn er bereid om werkelijk te luisteren naar je verhaal, zelfs al is dat geen succesverhaal maar een verhaal onder tranen?

Johannes de Doper is een geestelijke krachtpatser. In zijn ruwe mantel van kameelhaar heeft hij het uiterlijk van een nobele wilde. Hij houdt zich staande in de onherbergzame woestijn van Juda waar hij zich voedt met sprinkhanen en wilde honing. Johannes is een man van sterke meningen en een krachtig optreden. Toch is uitgerekend hij het, die zegt: “Na mij komt Hij die sterker is dan ik. Ik ben niet waardig om mij te bukken en de riemen van Zijn sandalen los te maken.”

Tegenover Jezus beseft Johannes zijn ontoereikendheid. Dat is ook waarom hij aanvankelijk weigert om Jezus te dopen. Jezus ziet echter zijn aarzeling, en Hij zegt: “Laat het nu zijn.” 

Laat het nu zijn. Laat het nu zijn dat de wil van God gebeurt, laten we niet wachten om in de rivier te stappen, om die weg te gaan, om de juiste stroom te volgen; laten we niet wachten om ons leven te veranderen. Laat het nu zijn. Het juiste moment van ommekeer is niet morgen, maar nu. Want wie weet wat de dag van morgen zal brengen?

Gezamenlijke weg

Laat het nu zijn. Ook dat is de weg die Jezus ons wijst. En Hij voegt er nog iets aan toe: laat het samen zijn. Want door zich te laten dopen, toont Hij dat verzoening met de Allerhoogste geen individueel gebeuren is. Jezus was perfect in staat geweest zichzelf te dopen. Maar op dat cruciale moment daar in het water van de Jordaan, vertrouwde Hij zichzelf aan Johannes toe. Daarmee toont Jezus ons dat geloven een weg is die je samen gaat, in verbintenis met elkaar en met de christelijke gemeenschap. 

Het verhaal van de doop van Jezus is ook ons verhaal. Zoals God tegen Jezus zegt: dit is Mijn zoon in Wie Ik een welbehagen heb, zo heeft God een welbehagen in ons. Ook in ons herkent Hij zijn zoons en dochters, en Hij aanschouwt ons met liefde. Liefde kan niet op zichzelf blijven bestaan, maar verlangt wederkerigheid. Het is daarom dat God voor ons de weg heeft gebaand.

Weg van leven

“Kom je mee?”, klinkt het ook vandaag. Gods liefde dwingt niet, maar nodigt uit. Zijn wij bereid om die uitnodiging te aanvaarden? Om de weg te gaan die Christus ons wijst? En meer nog: zijn we bereid om ons door die weg te laten veranderen? Allen die gedoopt zijn, zijn door de doop met Christus bekleed, leert Paulus in de Galatenbrief (3:27).

De bedoeling van de doop is dat we steeds meer op Christus gaan lijken. Dat we veranderde mensen worden die Zijn glorie weerspiegelen. Niet langer mensen die hun eigen grote gelijk uitschreeuwen en die anderen vertrappen of vertreden. Niet langer mensen die zichzelf lief hebben boven God en anderen. Niet langer mannen en vrouwen in besmeurde en gescheurde klederen, die het leven ondergaan in plaats van werkelijk van binnenuit te leven. We zijn uitgenodigd de weg door het water te gaan. De weg die naar leven en verandering leidt, en naar verzoening met onze Maker.

Du mußt dein Leben ändern. Geen gebod of bevel, maar wat een prachtige uitnodiging.

Foto door Johannes Plenio op Pexels.com

Trots en nederigheid

Overdenking

Op de redactie van Vlaams opiniemagazine Tertio hangt een spreuk: “We leggen de lat hoog, zodat je er makkelijker onderdoor kan.” De lat hoog leggen: dat klink niet altijd prettig. Maar wat zou er gebeuren als er een CEO zou binnenwandelen die zou zeggen: “We gaan de lat eens flink laag leggen”? In een wereld boordevol concurrentie belooft dat weinig goeds.

We zijn allemaal opgegroeid in een wereld waarin er maar één de wiskunde-olympiade of de marathon kan winnen. Wil je de top bereiken, dan moet je dus zorgen dat je altijd net een stapje beter bent dan de anderen. Het Lucasevangelie leert ons dat dat in de tijd van Jezus al zo is. Want Jezus vertelt een parabel die helemaal inspeelt op het concurrentiedenken.

Voorbeeld in kennis

De gelijkenis van de Tollenaar en de Farizeeër (Lucas 18:9-14) is een knap staaltje vertelkunst. Jezus zet twee figuren in scherp contrast tegen elkaar af. Twee mannen gaan naar de tempel om te bidden. De één is een tollenaar. In onze tijd zou je dat kunnen vergelijken met een deurwaarder of een belastingambtenaar (maar dan nog een beetje erger, want Israëlitische tollenaars inden belastingen voor de Romeinse bezetters).

Dan de ander. Dat is een joodse Schriftgeleerde. Binnen het christendom hebben de Schriftgeleerden en de Farizeeën een negatieve bijklank gekregen, maar in de tijd van Jezus genoten ze veel aanzien bij het volk. [1] Voor de toehoorders van Jezus is de context duidelijk: een Schriftgeleerde en een tollenaar zijn allebei welgestelde heren, maar terwijl de één staat voor rechtschapenheid en rechtvaardigheid, valt van de ander weinig goeds te verwachten.

Wending

Maar dan keert Jezus die werkelijkheid om. Radicaal. De Schriftgeleerde, de crème de la crème van de Israëlitische samenleving, blijkt plots de onrechtvaardige. Die wending wordt duidelijk in zijn gebed dat Jezus beschrijft.

‘God, ik dank u dat ik niet zo ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten.’

Zelfingenomen

Je zou je kunnen afvragen: wie bidt nu zoiets? Het gebed lijkt nogal zelfingenomen en arrogant, elke zin is doorspekt met het woordje “ik”. Toch waren zulke gebeden in die tijd niet ongebruikelijk.[2] Vergelijk het maar eens met dit gebed uit de Dode Zeerollen:

 “Ik prijs u, Heer, omdat u mijn lot niet hebt laten vallen in de gemeenschap van het bedrog en mijn deel niet gesteld hebt in de kring van de huichelaars.” (1QHa 15:34)

Er is niettemin een belangrijk verschil tussen dit gebed en dat van de Farizeeër. In bovenstaande versie is het nog altijd God die de bidder in staat stelt om goed te leven. Ook trekt die laatste geen scheidslijn van: ik ben goed en de ander is fout. De Schriftgeleerde doet dat wel. Hij is zo overtuigd van zijn eigen grootsheid, dat hij met zijn woorden zelfs God denkt te kunnen imponeren: “Kijk eens Heer, hoe goed ik ben!”

Uiterlijkheden

Wat een contrast met het gebed van de tollenaar! Want die durft nauwelijks naar de hemel op te kijken, slaat zich op de borst en zegt: ‘God, wees mij, zondaar, genadig.’ Wie van de twee is uiteindelijk de rechtvaardige? Jezus is duidelijk:

Ik zeg u: deze (de tollenaar) ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere; want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.”

Ongetwijfeld is de Schriftgeleerde ooit goed begonnen, maar naarmate zijn verstand zich vulde met kennis, raakte zijn hart verwijderd van de essentie. Nauwlettend begon hij zich te focussen op elk detail van de Levitische wet. Hij probeerde elke mogelijke overtreding uit te zuiveren. Alles moest correct zijn, alles moest kloppen. Uiteindelijk nemen die rigide uiterlijkheden hem zo in beslag, dat hij de liefde – die de essentie en de vervulling is van de Wet – uit het oog verliest.

In plaats van zijn naaste lief te hebben, sluit deze Schriftgeleerde mensen uit. Hij deelt de wereld op in zondaren en rechtvaardigen. Zichzelf beschouwt hij als het toppunt van rechtvaardigheid.

Hiërachie

Jezus is niet de enige die zich tegen zo’n houding keert. We lezen al in Jesaja 65:5:

“Er is een geslacht dat rein is in zijn eigen ogen, en toch niet gewassen is van zijn vuilheid. Deze zijn een rook in mijn neus, een vuur dat de hele dag brandt.”

De Schriftgeleerden schrikken er in de tijd van Jezus niet voor terug om elkaar de meest hoogdravende bijnamen te geven, zoals ‘De heilige’, ‘Licht van Israël’, ‘de heerlijkheid der wet’, ‘uitroeier van de bergen’.[3] God heeft hen inderdaad veel kennis toevertrouwd. Maar ze gebruiken die kennis niet langer om het volk, maar zichzelf te verheffen. Zo ontstaat een hiërarchie met een elite aan de top, en het ‘plebs’ onderaan de voet. De Schriftgeleerden beschrijven het gewone volk als ‘vervloekt’ omdat zij de wet niet kennen[4] en noemen hen ‘mensen van de aarde’ en ‘lege regenbakken’[5]

Machtsmisbruik

Daar waar elitevorming ontstaat, ligt machtsmisbruik op de loer. De mens die zichzelf als norm neemt, en die niet langer beseft dat hij aan God verantwoording moet afleggen, verkeert in de gevarenzone. Een paar recente voorbeelden: de tragische dood van Sanda Dia, veroorzaakt door de studentenvereniging Reuzegom; het machtsmisbruik dat naar buiten kwamen via #Metoo en de kerkelijke misbruikschandalen, die onherstelbare schade aanrichtten. Zowel aan de geloofwaardigheid van kerk als aan de levens van slachtoffers.

De Farizeeër in ons

Veel hoogmoed en machtsmisbruik haalt het nieuws niet. Toch is onze samenleving er op alle niveaus van doordrongen. Tijdens vergaderingen schuiven mensen zichzelf naar voren, ze werken met de ellenbogen, energiebedrijven maken woekerwinsten ten koste van noodlijdende gezinnen.

Elitevorming schuilt trouwens niet alleen in de hoogste echelons van de samenleving. Ze zit ook in ons. Wij zijn de Farizeeër in dit verhaal, telkens als we denken dat wij boven de ander staan. Omdat we meer gestudeerd hebben, omdat we een hoger inkomen hebben, omdat wij op ‘de juiste’ politieke partijen stemmen, omdat we beter dan onze buurman weten hoe alles werkt in dit land. Of omdat wij nu eenmaal veel minder domme keuzes maken dan een ander.

Laten we we eerlijk zijn: zo’n Farizeese houding is voor jezelf best prettig. Want door jezelf af te zetten tegen de ander, ga je je tijdelijk beter voelen. Maar uiteindelijk creëer je geen win-win. Want door jezelf groter te maken, maak je een ander een kopje kleiner.

“Dimming someone else’s light won’t make yours shine any brighter.”

Quote, auteur onbekend

 Het licht van een ander uitdoven, zal dat van jou niet helderder doen schijnen. Misschien denk je nu: “Ja, maar dat is wel hoe onze samenleving werkt.  Wie niet bereid is zijn tanden te laten zien en voor zijn plekje te vechten, verliest.” Dat is inderdaad precies zoals het is. Maar opvallend aan Jezus is dat Hij die gebruikelijke orde telkens weer omkeert. En dat Hij ons, zijn volgelingen, uitdaagt om hetzelfde te doen.

“Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.” (14, cf. Mattheüs 23:12)

Wat is er zo verkeerd aan trots? Trots brengt scheiding teweeg tussen mensen. De hoogmoed zegt: “Ieder voor zich, en God voor ons allen.” Maar dat is niet de boodschap van het evangelie. Die zien we belichaamd in de nederige tollenaar.

De tollenaar is een onrechtvaardige. Dat weet hij zelf maar al te goed. [6] Als de tollenaar zich naar de tempel begeeft, durft hij niet eens op te kijken naar de hemel. En eenmaal door Gods heiligheid omringd, wordt hij zich plots bewust van alle wandaden die hij heeft begaan. Hij had zich natuurlijk nog kunnen rechtvaardigen. De tollenaar had kunnen zeggen: “Ik moet toch mijn gezin toch kunnen onderhouden?” Maar in tegenstelling tot de Schriftgeleerde doet hij geen enkele poging om God te imponeren. Nee, hij buigt zich het hoofd en zegt: “God, wees mij zondaar genadig.”

En de tollenaar ontvangt genade.

Vallen en weer opstaan

Twee mensen, de tollenaar en de Farizeeër, verbeelden samen de grillige realiteit van dit leven. De tollenaar legt de lat laag, de Farizeeër legt de lat hoog. Maar hoe hoog we de lat ook optrekken, Gods normen zijn altijd hoger. De Eeuwige overstijgt ons altijd.

Zowel de tollenaar als de Farizeeër leiden een leven van wandelen, struikelen, vallen en weer opstaan. Zo goed en kwaad als het gaat. Net als wij. Ook wij maken fouten, we zeggen soms dingen waar we spijt van krijgen, maken de meest onhandige keuzes. Maar dat is het bijzondere van het Evangelie: God kent ons. En Hij neemt ons zoals we zijn, want die onvolmaakte realiteit is het vertrekpunt waar God ons tegemoetkomt. In plaats van ons een torenhoge hemelse meetlat op te leggen, zond God ons Zijn Zoon Jezus Christus, in de gestalte van een mens, om voor ons onvolmaakte mensen de weg te openen naar de ware vrijheid.

Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid” (2 Korintiërs 12:9)

Zelfs al struikelen we duizendmaal, telkens als we gevallen zijn, reikt Christus ons de hand om ons weer op te richten. Wie bereid is die hand te vatten, mag in volle vrijheid in Zijn voetsporen wandelen, lerend en groeiend, stap voor stap sterker.

We zijn allemaal geroepen. Niet om het volmaakte leven te leiden, maar om volwaardig mens te zijn. In alle vrijheid, en in liefde en verbondenheid met de Eeuwige en met elkaar.

Gods genade is ons genoeg. Amen

Dit is de tekst van de preek van zondag 23 oktober 2022 in de Christusgemeente aan de Bexstraat in Antwerpen.

Foto door Lukas op Pexels.com

[1] Joodse Oudheden 13.298; 18.15, zie ook de schrijver Flavius Josephus; De Hebreeuwse woorden Jashar (rechtschapen man) en Tsaddik (rechtvaardige) drukken uit dat de Schriftgeleerden erudiete heren waren die de hoogste idealen nastreefden. Ze golden als voorbeeld in kennis en levenswandel.

[2] zie bijvoorbeeld: Tosefta Berachot 6:18; Babylonische Talmud Berachot 28b.

[3] Debijbel.nl

[4] Johannes 7:49

[5] Lucas 5:32, Lucas 7:34, zie ook voetnoot 3.

[6]Tollenaars hadden het imago van rovers en moordenaars, en ook Lucas plaatst ze in de categorie ‘zondaren, zie: Lucas 5:27-32; 15:1-7; 19:1-10.

Geroepen om het juiste spoor te gaan

Een tijdje geleden waren de Nederlandse Spoorwegen op zoek naar personeel. Overal door steden hingen billboards met stralende mensen. Daaronder het bijschrift: “Opeens weet je het, je wordt conducteur.” De campagne, die als geen ander toont dat roeping een kwestie is van het juiste spoor vinden, werd een succes.

De Nederlandse Spoorwegen zetten het begrip ‘roeping’ op ludieke wijze weer in het zonnetje. Toch hoef je niet bij de spoorwegen te gaan werken om de juiste aansluiting te vinden. Vandaag staan we stil bij twee Bijbelteksten: Lucas 14:25-33 en Deuteronomium 30:15-20. Daarin laten zowel Jezus als Mozes hun licht schijnen op wat ‘roeping’ precies betekent.

De kern van roeping

Het Lucasevangelie beschrijft hoe Jezus, nadat Hij een sabbatsmaaltijd heeft bezocht, verder trekt. Een grote mensenmenigte volgt Hem. En terwijl ze samen op weg gaan, vertelt Jezus hen wat het betekent om hem te volgen. Hij spreekt niet van wonderen, bijzondere gaven of van een bepaald spiritueel niveau dat je bereikt moet hebben om Zijn leerling te kunnen zijn. Nee, Zijn boodschap is verrassend simpel: “Neem je kruis op en volg Mij.”

Dat beeld stemt overeen met de boodschap van Mozes in Deuteronomium. De eerste roeping van het volk Israël is niet een wonderlijk inzicht of het bekleden van een positie. Nee, het is de keuze voor een ‘goddelijke’ levenswandel. De keus om naar Gods geboden te leven, heeft wel gevolgen voor je beroepsleven. Het kan betekenen dat je priester of dominee wordt, maar ook dat je als heftruckchaffeur aan je collega’s de liefde van Christus laat zien. Of gewoonweg dat je er bent voor mensen die je nodig hebben.

Fulltime pelgrim

In zijn boek Fulltime Pelgrim beschrijft Bert Roebben het leven met Christus als een fulltime pelgrimstocht. Je gaat vol vertrouwen op weg, maar je weet nooit waar die weg je zal brengen. Het spoor van Christus volgen is een levenswandel vol uitdagingen en verrassingen. Je kunt die alleen maar stapje voor stapje gaan. In het vertrouwen dat we, zelfs al struikelen we nog zo vaak, door Gods genade altijd weer worden opgericht.

Maar de beslissing om dat spoor te volgen, is geen vrijheid-blijheid. Sommige predikers op YouTube beloven dat als we maar genoeg bidden en geld overmaken aan hun kerk, we automatisch gezond, gelukkig en rijk zullen zijn. Het zogenaamde ‘welvaartsevangelie’. Maar dat is slechts het halve verhaal. Het navolgen van Christus kan inderdaad grote vreugde en zegen geven, maar soms kost het ook offers. In het Lucasevangelie is Jezus daar eerlijk over.

Foto door Sassu anas op Pexels.com

Vijf aspecten van roeping

Een pelgrim (letterlijk of figuurlijk) die besluit met Christus op weg te gaan, moet dus goed voorbereid aan zijn of haar tocht beginnen. Welke bagage zou je echt in je rugzak moeten hebben? In deze Bijbelstudie zullen we kort stilstaan bij vijf aspecten van pelgrimage: luisteren, gaan, loslaten, durven & vertrouwen, loon.

1. Luisteren

In het Mattheüsevangelie zegt Jezus:

“Maar als jullie bidden, trek je dan in huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader die in het verborgene is.”

Mattheüs 6:6

Gebed is de motor van roeping. De buitenwereld kan overweldigend zijn; berichtjes, sociale media en het nieuws vragen continu onze aandacht. Roeping begint echter bij het buitensluiten van de buitenwereld, het opzoeken van de stilte of de natuur. Het is door ons hart en onze gedachten volledig op God te richten, dat er relatie ontstaat; dat Hij tot ons hart kan spreken; dat we Zijn stem kunnen verstaan. In de stilte mogen we Hem alles vragen. We mogen onze diepste zorgen en noden bij Hem brengen, of vragen of Hij wil openbaren wat Zijn wil is met ons leven.

2. Gaan

“De oogst is groot, maar er zijn te weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heer van de oogst dat Hij arbeiders stuurt om de oogst binnen te halen.”

Lucas 10:1-2

Elon Musk beseft dat er arbeidskrachten nodig zijn, daarom creëert hij robots. God had dat al veel eerder kunnen doen. Hij had een planeet kunnen maken met humanoids die feilloos Zijn wil uitvoerden. Dan zouden er geen oorlogen zijn geweest, maar liefde zou ook niet oprecht zijn. God heeft de blijmoedig gever lief (2 Kor. 9:7-8), daarom koos Hij ervoor de mens een vrije wil te geven.

Die vrije wil houdt in dat alles niet op voorhand vastligt. In Deuteronomium 30:15-20 lezen we dat God de mens zowel het goede als het kwade voorhoudt. De keuze is aan ons. Ja, er is wel degelijk een masterplan voor jouw en mijn leven, maar daar moeten we wel vanuit een oprecht verlangen in willen stappen. Gods liefde dwingt niet; we mogen uit liefde en vrijheid ‘ja’ zeggen.

3. Loslaten

“Wie Mij volgt maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan mijn leerling niet zijn. Wie zijn kruis niet draagt en op mijn weg niet volgt, kan mijn leerling niet zijn.”

Jezus in Lucas 14:15-27

‘Hé maar Jezus, wat zegt U nu?”, denk je nu misschien. In sommige vertalingen wordt het Griekse woord misei dat hier is vertaald als ‘breekt met’, zelfs weergegeven als ‘haat’. Als je je familieleden niet haat, kun je Mijn leerling niet zijn.

Is dit een Bijbelse oproep om je familie te haten of te verstoten? Dat is niet erg waarschijnlijk, want even verderop, in de Romeinenbrief, lezen we: “Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen.” (Rom. 12:18-19) Maar vrede is niet altijd de realiteit. Ook vandaag zijn die woorden van Jezus een troost aan al die mensen wereldwijd die vandaag worden vervolgd om hun geloof.

Het woord misei heeft dan ook meerdere betekenissen. Hier had het beter kunnen worden vertaald met ‘minder liefhebben’, ‘van minder waarde achten’. Jezus heeft het over een hartsgesteldheid waarbij je God de eerste plek toekent. Zelfs als dat betekent dat je dierbaren je niet meer kunnen volgen, en dat je door hen wordt verworpen.

Dat is ook waarom Jezus in het Lucasevangelie vraagt: “Weet je wel zeker dat je Mij wilt volgen? Dat je bereid bent all the way te gaan? Bereid je goed voor, neem geen overhaaste beslissingen.” Zowel Jezus als Mozes stellen het nogal zwart-wit. Of je gaat er volledig voor, of je kunt Mijn leerling niet zijn. Maar zo is het ook met een pelgrimsroute. Het is onmogelijk om die slechts een beetje te wandelen. Je blijft thuis of je zwaait je vertrouwde wereld uit en gaat op pad.

Foto door Ketut Subiyanto op Pexels.com

4. Durven en vertrouwen

Een man die zijn vrouw had verloren, besloot schoon schip te maken. Op een dag vertrok hij vanuit Maarssen te voet naar Santiago de Compostella, nadat de dominee hem zijn zegen had meegegeven. Deze man had geen idee wat hij onderweg tegen zou komen. Maar hij besloot zijn angst te overwinnen. Want hij begreep dat die sprong in het diepe, het achterlaten van je vertrouwde wereld, hem ten diepste zou verbinden met de Eeuwige. En dat was wat Hij het liefst wilde.

Wie met God wil wandelen, moet vertrouwen dat de Eeuwige met ons op pad gaat en onze weg leidt. Ons geloof wordt beproefd op de momenten dat wij onze zekerheden achterlaten, maar dat zijn ook de momenten dat we kunnen groeien en stap voor stap sterker worden.

5. Loon

Roeping is niet primair een functie, en daarom zitten er niet direct een mooi contract en goede arbeidsvoorwaarden aan vast. Maar God belooft: “De arbeider is zijn loon waard” (Lucas 10:7) en “Als God zo goed zorgt voor de bloemen, die vandaag in het veld staan en morgen weg zijn, zal Hij dan niet nog veel beter voor u zorgen?” (Mattheüs 6:30) Als we ervoor kiezen Gods pad te volgen, dan mogen we erop vertrouwen dat Hij voor ons zal zorgen.

Ga met God (en Hij zal met je zijn)

Het juiste spoor volgen begint niet bij een wonder of een functie. Het begint bij relatie. Bij de keus voor een levenswandel in overgave en in diepe verbondenheid met God. Onvoorwaardelijk, of het nu regent of de zon schijnt, of we nu tijden van voorspoed kennen of van gebrek. Of we nu door anderen worden geliefd of gehaat. Roeping is steeds opnieuw, zoals in een huwelijk, zeggen: “Hier ben ik, ik kies voor Jou”.

God heeft de mens gemaakt als relationele wezens; om in een verbond steeds opnieuw naar Hem te verlangen – en Hij naar de mens. Dat is ten volle leven van binnenuit. Het is zelfs meer dan een pelgrimstocht, je zou het kunnen vergelijken met een innige dans door het leven.

Dat neemt niet weg dat er momenten kunnen komen dat we voor de offertafels van de Eeuwige zullen staan. Het overkwam Bert Roebben toen hij zijn familieleden vaarwel kuste om te voet op een lange pelgrimsreis te gaan. En het overkwam mij toen ik onlangs op mijn werk, als journalist bij Tertio, ontslag nam om het spoor van dominee te kunnen gaan volgen. Het loslaten van mijn dierbare collega’s voelt als rouw.

In het lied Blessed Be Your Name zingt Matt Redman: “There’s pain in the offering”. Er is pijn in het offeren. Als jij op dit moment verlies ervaart of rouw, weet dan dat God met je meevoelt. Maar je mag ook weten dat Hij ons een grotere prijs in het vooruitzicht stelt. Zelfs al zijn ons verdriet en onze vertwijfeling nog zo groot, het einde zal vreugde zijn. In het Mattheüsevangelie belooft Jezus:

“Een ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen.”

Mattheüs 19:29

Ga met God en Hij zal met je zijn! In dat vertrouwen mogen we op weg gaan, het onbekende tegemoet. Amen.

Dit is de tekst van de preek door drs. Kelly Keasberry op 4 september 2022 in de protestantse kerk VPKB Denderleeuw (B).

Een ongemakkelijke Boodschap

Wie gelooft er niet graag in mooie dromen? Maar sommige Bijbelteksten kunnen je een ronduit ongemakkelijk gevoel geven. Wat te doen als het Verhaal waarin Jezus en de profeten ons oproepen te geloven, snijdt en schuurt? Een overdenking naar aanleiding van Jeremia 23:23-29 en Lucas 12:49-56.

Wat heb je de afgelopen nacht gedroomd? Misschien kun je je alles nog levendig herinneren, of misschien is de droom vervlogen. In de tijd van de Bijbelse profeet Jeremia werd er grote waarde gehecht aan dromen. “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, riepen de valse profeten. Met succes lieten ze zich raadplegen door het volk. Maar de profeet Jeremia waarschuwt voor hun praktijken. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo.

Sommige dromen zijn bedrog

Jeremia is niet de enige. In het Mattheüsevangelie waarschuwt ook Jezus voor de valse profeten. “Aan de vruchten herkent men de boom”, stelt Hij. En de vruchten die deze boodschappers voortbrengen, zijn wrang. Ze spiegelen de mensen grote dromen voor, maar wie erop vertrouwt, raakt alleen maar verder van God verwijderd.

Niet elke droom is betrouwbaar. Dromen komen in vele gedaanten:

  • Wensdenken. Mensen die zich groter voordoen dan ze zijn, of die graag in luchtkastelen geloven, doen aan wishful thinking.
  • Psychologische processen. Dromen kunnen een afspiegeling zijn van wat zich in ons onderbewustzijn afspeelt, zoals psychiater Sigmund Freud aantoonde.
  • Mijmeringen. Soms dromen we wat weg. Mijmeren helpt om tijdelijk even aan de grillige werkelijkheid te ontsnappen.
  • Manipulatie. Droombeelden kunnen manipulatief zijn. De profeten roepen: “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, maar intussen verkondigen ze hun eigen verzinsels.

Profetische dromen

Toch ontkent Jeremia niet dat dromen wel degelijk profetisch kunnen zijn; boodschappen van God. Maar om het verschil te weten, moet je ze wel eerst toetsen. De profeet geeft een duidelijke richtlijn mee.

Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie mijn woorden kent, geeft mijn woorden betrouwbaar weer. Wat heeft stro met graan gemeen? – spreekt de HEER. Is mijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? – spreekt de HEER.

Jeremia 32:28-29

Ziedaar het grote verschil tussen de valse profeten en de ware profeten. De eerste verkondigen hun eigen verzinsels, terwijl de laatste hun dromen toetsen aan Gods woorden. Jeremia vergelijkt de valse profetieën met stro, en de betrouwbare met koren. Stro is dor en droog en levert niets op; koren is in staat zich te verspreiden, te vermeerderen en leven voort te brengen. Gods woorden zijn vruchtbaar en missen hun impact niet. Ze zijn verterend en louterend als een vuur, en in staat alles te overwinnen wat aards is, zelfs dat wat het meest stevig en ondoordringbaar lijkt (vgl. Hebreeën 4:12).

Foto door Pixabay op Pexels.com

God van dichtbij én van ver

Krachtige materie dus. Zijn we ons eigenlijk wel bewust van de kracht van Gods woorden in ons leven? Hoe vaak lopen we niet op tegen muren? Tegen mensen, structuren of situaties die we niet kunnen veranderen? En wanneer zwoegen we niet om dingen op eigen kracht voor elkaar te krijgen? Of we voelen ons verantwoordelijk voor dingen die we eigenlijk zouden mogen overdragen.

Soms lijkt het misschien alsof God zich alleen met grote zaken bezighoudt, en alsof we voor de kleine dingen zelf verantwoordelijk zijn. Maar met vier vragen zet de profeet Jeremia ons aan het denken.

“Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg? Zou iemand zich zó ver van Mij kunnen verbergen dat Ik hem niet zou zien? zegt de Heer. Ik ben toch overal in de hemel en overal op de aarde? zegt de Heer.”

Jeremia 23:23-24

Een heerser die alleen dichtbij is, ziet de details van je werk of leven, maar het totaalplaatje ontgaat hem. Een heerser die alleen van ver regeert, overziet het geheel, maar wat je vandaag gaat doen laat hem koud. De Eeuwige openbaart zich in Jeremia als een God van dichtbij én van ver. “Ben Ik niet overal, vervul Ik niet de hemel en de aarde?” God is zowel geïnteresseerd in de details van ons leven als in the big picture.  

Als God overal is, als Zijn kracht hemel en aarde vervult en Hij alle leven in stand houdt en alle planeten op hun plek, dan is er simpelweg niets dat voor Hem verborgen kan blijven. Zelfs de overleggingen van ons hart zijn Hem bekend.

Juist daarom ziet Hij wat er in het hart is van de valse profeten. Juist daarom is Hij in staat hun verborgen motieven te ontmaskeren. Die profeten vertellen de mensen wat ze graag willen horen en geloven, maar intussen doen ze hen met hun verzinsels Gods naam vergeten.

Gods Vuur

Wie van ons hoort er niet graag goed nieuws? Zeker in tijden van klimaatverandering, coronacrisis en dreigende oorlogen is een opbeurend woord wel zo fijn. Dat verklaart ook waarom de feel-good-profeten zo geliefd zijn. Ze vertellen wat de mensen graag willen horen. Maar in het Lucasevangelie gooit Jezus het over een totaal andere boeg.

“Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde!”, zegt Jezus tegen zijn leerlingen en de menigte. Met dat “vuur” verduidelijkt Jezus enerzijds dat Hij gekomen is om op aarde Gods licht te ontsteken, dat de duisternis verlicht en dat al het verborgene onthult. Anderzijds verwijst het vuur ook naar een belofte van Jezus aan de vooravond van Zijn dood. Jezus beloofde toen dat God zijn heilige Geest naar de aarde zou sturen om de gelovigen krachtig bij te staan. Met Pinksteren gaat die belofte in vervulling. De heilige Geest wordt afgebeeld als “vurige tongen” die neerdaalden op de hoofden van de apostelen. Aangestoken door dat vuur van God, begonnen ze Hem te prijzen en in vreemde talen te spreken.

Tot zover het goede nieuws. Want Jezus zegt ook dat Hij in hevige spanning verkeert omwille van een doop die Hij moet ondergaan, en dat Hij liever zou willen dat het achter de rug was. Er zal geen water maar bloed vloeien; Jezus beseft dat Hij zal moeten lijden aan het kruis. Niet bepaald zalvende woorden van rust en vrede! Maar ook voor de mensen heeft Hij geen goed nieuws: “Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen maar het zwaard” (Matt. 10, 34-39, zie ook Lucas 12:52-53).

Foto door Mehmet Turgut Kirkgoz op Pexels.com

Haaks op de wereld

Wat is dat, preekt Jezus hier geweld? Roept Hij op tot verdeeldheid? Nee, Jezus’ woorden zijn veeleer een waarschuwing: “Wéét wat je te wachten staat, dit is de realiteit”. De aard van de godsdienst die Jezus brengt, is zuiver, vredelievend en liefdevol; maar dat maakt ook dat die boodschap haaks staat op deze wereld. Het wandelen in de voetsporen van Jezus kan enerzijds een diepe vreugde geven die al het aardse te boven gaat. Anderzijds is het geen feel-good-religion. Het evangelie is ook confronterend. Het snijdt en het schuurt. De zuiverheid die Jezus voorstaat is zo vaak strijdig met de trots en de begeerten van mensen.

In tijden van kerkverlating en secularisatie voelt dat soms ongemakkelijk. Wat moet je vandaag nog met zo’n boodschap? Wie leeft er graag in onmin met zijn familie? Wie wordt er graag verworpen of vervolgd? Maar waar naar de kerk gaan vroeger de norm was, behoor je als gelovige in Noordwest-Europa nu tot een minderheid. De tijd is gekomen dat ook wij, als zeggen in God te geloven, iets uit te leggen hebben. En “andersheid” roept soms heftige reacties op.

Geen vrede maar het zwaard

Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Mattheüs 10:34

Die ongemakkelijke woorden van Jezus zijn voor miljoenen christenen wereldwijd de dagelijkse realiteit. Soms zelfs letterlijk. In Afghanistan bijvoorbeeld, waar duizenden christenen executie vrezen onder het regime van de Taliban. Dit jaar voert dat land voor het eerst de Ranglijst Christenvervolging 2022 aan. Nummer twee op de ranglijst is het Noord-Korea van Kim Jong-un, die geen “andere goden” naast zich duldt, laat staan boven zich. Daarna volgen respectievelijk Somalië, Libië en Jemen. In al die landen betalen christenen een hoge prijs voor hun geloof.

Die ongemakkelijke realiteit roept een vraag op. Wat hebben wij vandaag, in het comfortabele westen, over voor ons geloof? Welke prijs zijn we bereid te betalen? Of bewaren we ons geloof liever voor achter de voordeur, om buiten toch maar zo normaal mogelijk te lijken?

Ruim tien jaar geleden werkte ik bij Vluchtelingenwerk in Utrecht. Een collega vroeg me: “Kelly, ben jij eigenlijk wel een moderne meid?” Haar vraag maakte duidelijk hoe ze christenen zag: als conservatieve mensen die niet meer van deze tijd zijn. Ook media maken nogal eens een karikatuur van de kerk. Als wij een geheim maken van ons geloof, dan zullen we de wereld nooit het tegendeel kunnen bewijzen. We zullen onze medemensen nooit de kracht, de sprankeling van ons geloof kunnen tonen. En dat terwijl psychiaters als Dirk De Wachter de noodklok luiden over de zingevingscrisis waaronder veel mensen vandaag gebukt gaan.

Weersvoorspellingen

Jezus is in zijn rede niet mild voor de menigte. Als die mensen de wolken zien opkomen in het westen, weten ze precies dat er regen op komst is. En wanneer de wind uit het zuiden komt, bereiden ze zich voor op hitte. Die tekenen kunnen ze feilloos duiden. Maar Jezus is niet onder de indruk van hun kennis: “Huichelaars, het uiterlijke aanzien van de aarde en de lucht weten jullie te onderzoeken, maar hoe komt het dan dat jullie deze speciale tijd niet weten te onderzoeken?”

De materiële wereld duiden is voor deze mensen geen enkel probleem. Maar de geestelijke tekenen, daar gaan ze aan voorbij. Vandaag zouden we misschien zeggen dat sommige mensen nu eenmaal geen religie-gen hebben, of teveel kennis hebben opgedaan om nog langer in spirituele zaken te geloven. Maar nee, Jezus is onverbiddelijk. Huichelaars! Blijkbaar is er hier sprake van informatie die bewust wordt genegeerd.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Ontkenning

“Als ik niet geloof dat het coronavirus bestaat”, vroeg een vrouw me eens, “kan ik er dan ook niet ziek van worden?” Ontkenning grenst soms aan wishful-thinking. Het is dan een copingmechanisme; een manier van omgaan met een ongemakkelijke en grillige werkelijkheid. Zowel de valse profeten als de toehoorders van Jezus leven in ontkenning. “Als ik ervoor kies om niet in God te geloven, of om sommige domeinen van mijn leven voor Hem af te schermen, dan hoef ik ook geen rekenschap aan Hem af te leggen”, houden ze zichzelf voor.

Een illusie, als we de Bijbel mogen geloven.

“Wie zou zich voor Mij kunnen verbergen? Vervul Ik niet hemel en aarde?” klinken vandaag onverminderd de woorden in Jeremia. Voor wie graag verstoppertje met God speelt, zijn die woorden onheilspellend. Een tegendraads verhaal dat maar al te vaak strijdig is met de dromen waar we graag zelf zo in geloven. En wie van ons speelt er niet graag eens verstoppertje met God? Zijn er in ons leven geen domeinen die we liever voor onszelf houden?

God wil ons vuur zijn

Maar dat is wat de Bijbel zo verwonderlijk maakt: juist in die ongemakkelijke boodschap ligt het goede nieuws.

Diezelfde God, die alles omvat en alles ziet, ziet ook de noden en zorgen van ons hart aan. Hij ziet ons echt, ten diepste zoals wij zijn. Voorbij de maskers die we proberen op te houden. Die God wil ons Vuur zijn. Een vuur dat verwarmt en dat in ons een passie doet ontspringen. Een vlam die ons leven vernieuwt, verlicht en loutert. God wil het koren op de akker van ons leven zijn, dat alles vruchtbaar maakt, dat zich vermeerdert en verspreidt met de wind. Hij wil de hamer zijn in onze handen die de rots vermorzelt; onze kracht die ons in staat stelt om zelfs de hardste en schijnbaar onmogelijke situaties te overwinnen.

De God die hemel en aarde vervult, wil ook jouw en mijn hart vervullen. Hij is niet te ver weg om nabij te kunnen zijn.

Wie die uitnodiging aanneemt en ernaar leeft – voor hem of haar mag die ongemakkelijke boodschap die zo vaak haaks staat op de wereld, tot een kracht zijn. Psalm 46 belooft:

“God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet, als wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. (..) De HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob.”

Psalm 46:2-3,8

Sommige dromen zijn bedrog, maar Gods beloften houden tot in eeuwigheid stand. Amen.

Foto door Oleksandr Pidvalnyi op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek die op 14 augustus 2022 door drs. Kelly Keasberry werd gehouden in de Protestantse Gemeente van Axel (Zeeuws-Vlaanderen).

Wie zeg jij dat Ik ben?

“Wie zeggen de mensen dat Ik ben?”

Jezus (Marcus 8, 27)

Filosofen, sociologen, historici, theologen, niet-gelovigen en verschillende religies: allemaal denken ze een antwoord te hebben op die vraag. Velen zien Jezus als te subliem, té goddelijk, teveel Christus Koning, te onbereikbaar, te abstract, te weinig betrokken. Weer anderen reduceren Hem tot Zijn louter sociale aspect: een profeet van God, een groot humanist, een strijder, een revolutionair, een moralist, (maar) te sentimenteel, te klein, verstoken van impact.

Foto door Drigo Diniz op Pexels.com

Vervormd beeld

Al deze verklaringen zijn niets dan een vervormd beeld van Jezus Christus. Velen zagen de kracht van zijn wonderen, hoe Hij zich aan de mensen gaf en voorzag in hun noden, hoe Hij hen genas. Toch projecteerden ze zonder de Schriften te onderzoeken hun mening op Jezus, zelfs zodanig dat zij Hem tot koning wilden maken.

Jezus kwam niet om hen van voedsel te voorzien (hoewel Hij dat vaak deed), Hij kwam niet om hen te genezen van al hun lichamelijke ziekten (hoewel Hij dat vele malen deed). De missie van de Messias was om de mensen van hun zonden te verlossen door Zijn plaatsvervangende dood aan het kruis.

“En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?”

Jezus (Marcus 8, 29)

Hoe meer tijd je met iemand doorbrengt, des te beter leer je hem kennen en kun je een nauwkeurige beschrijving geven van hoe hij in elkaar steekt. Natuurlijk leert de Bijbel ons wie Jezus is; menigten volgden Hem, maar er was altijd een hechtere groep. Zijn discipelen en natuurlijk zijn apostelen sliepen bij Hem, ze aten met Hem, ze voeren met Hem; ze kenden Hem van dichtbij en zagen Zowel Zijn goddelijkheid als Zijn menselijkheid.

Ernstig confronterend

Na vele jaren werden op het Concilie van Chalcedon (451) de volledige goddelijkheid én de volledige menselijkheid van Jezus Christus erkend. Dat houdt in:

  • Waarlijk God en waarlijk mens;
  • De vleesgeworden God, verbonden met deze werkelijkheid, met Zijn voeten op de grond;
  • Een Jezus die tegelijkertijd openstaat naar de Vader en naar de mens;
  • Een Jezus die Zich ernstig confronterend opstelde jegens de religieuze gebruiken en de status quo van Zijn tijd.

Christus kwam niet naar de aarde om ons gelukkig te maken, maar om ons te redden van eeuwige verdoemenis, van de dood. Hij kwam om te betalen voor onze zonden; de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen. Hij is de Messias Verlosser die door de Vader gezonden is. Dát is de correcte gedachte over Jezus. Dát is hoe Hij Zichzelf aan ons introduceerde.

“Het evangelie gaat niet over het reciteren van de juiste geloofsbelijdenis, maar over het ontmoeten van een Persoon.”

Sigfrido Hernández

Hij leeft echter mee met onze problemen, onze pijnen, ons verdriet en ons lijden, Hij ervaart eveneens onze beperkte menselijkheid en is aanwezig. Het evangelie gaat niet over het reciteren van de juiste geloofsbelijdenis, maar over het ontmoeten van een Persoon.

Discipel zijn

Ons getuigenis toont wie Christus voor ons is. Mijn getuigenis verraadt mijn manier van kijken naar het leven; de dingen die mij van mijn stuk brengen, wat me raakt.

  • Word ik geraakt door de dingen die het hart van God raken?
  • Probeer ik Zijn koninkrijk van gerechtigheid te laten gebeuren in elke handeling; in alles wat ik doe?
  • Als mensen mij zien, kunnen ze dan Christus zien?
  • Stel ik onrecht aan de kaak, waar het ook vandaan komt?

Of zijn wij in het geheim volgelingen van Jezus, zoals sommige gouverneurs en Farizeeën waren in de tijd van Jezus?

Ja broeders en zusters, discipel zijn van Jezus heeft een prijs. Op onze levensweg liggen niet altijd zonnige dagen in het verschiet, er zijn ook dagen van sterke storm. Dagen waarop we samen met Jezus naast de armen moeten staan; naast de weduwe en de wees, om onrecht aan de kaak stellen, waar het ook vandaan komt. Onze reactie op de realiteit waarin we leven, toont wie wij zeggen dat Jezus is.

Misschien ken je het verhaal van de gelovigen in Antiochië wel. Ze werden christenen genoemd; dat wil zeggen: kleine christussen. Hun leven toonde Christus, en anderen konden het zien.

Dit is onze uitdaging, vandaag in het hier en nu: om met daden en handelingen te laten zien wie Jezus Christus voor mij is – de Zoon van de levende God. Moge God ons daarbij helpen, zodat we elke dag van ons leven Zijn liefde en Zijn gerechtigheid laten zien.

Foto door Mikhail Nilov op Pexels.com

Deze tekst werd geschreven door ds. Sigfrido Hernández uit El Salvador en in het Nederlands vertaald door Kelly Keasberry. De preek is tweetalig Spaans-Nederlands voorgedragen op 20 februari 2022 in protestantse kerk De Brabantse Olijfberg in Antwerpen.

Meer lezen?

  • Marcus 8, 27-30
  • Lucas 9, 18-21

Altijd een weg terug naar de Vader

De Leuvense studentenvereniging Reuzengom stond bekend als hét netwerk voor de toekomstige elite. Sanda Dia wilde er maar wat graag bij horen. Maar dat werd hem uiteindelijk fataal. Erbij willen horen, wie kent dat verlangen niet? Maar zolang er mensen bestaan, bestaat er afwijzing. Jefta uit het Bijbelboek Rechters weet er alles van.

Het woord “rechter”, mag vandaag een deftige bijklank hebben; Jefta is eigenlijk een selfmade man. Hij is verwerkt nadat zijn vader de bloemetjes buiten heeft gezet met een prostituee. Omdat zijn halfbroers willen voorkomen dat hij een deel van de erfenis krijgt, verdrijven ze hem tot buiten de stad Gilead.

Het zwarte schaap

Jefta is het zwarte schaap van de familie; een schandvlek die zorgvuldig wordt toegedekt. Om in de banlieue te kunnen overleven, sluit hij zich aan bij een bende. Maar als Gilead wordt bedreigd door de Ammonieten, weet het stadsbestuur hem plots weer te vinden. Jefta aarzelt, maar dan ruikt hij kansen. Mogelijkheden om te studeren kreeg hij niet, maar in vechten heeft hij zich in elk geval kunnen bekwamen. Wie weet ligt daar zijn toekomst wel.

Als het leven je vele malen verworpen heeft, droom je ervan eindelijk iemand te zijn. Om te worden gezien. Wat zou het heerlijk zijn als de wereld zou moeten toegeven dat ze zich in je hadden vergist. Dat is ook de droom van Jefta. Het bendelid wordt een legerleider, en met succes. Met Gods hulp verslaat hij de Ammonieten. Maar op één ding heeft Jefta niet gerekend.

Hoge bomen vangen veel wind. Door zijn overwinning is duidelijk geworden dat Jefta meer is dan de wilde distel waar mensen hem voor hielden. Hij is een robuuste eik waar je niet omheen kunt. De Efraïmieten, een naburig volk, branden van afgunst. “Waarom heb je ons niet gevraagd om mee op te trekken tegen de Ammonieten?”, verwijten ze hem. “Nu zullen we jouw huis met jou erin verbranden.”

Afwijzing en verwerping

Misschien herken je wel iets van Jefta in jezelf. Je hebt je ingespannen om iets goeds teweeg te brengen, maar je inzet wordt niet gewaardeerd. Misschien stond je jarenlang dag in dag uit voor iedereen klaar, maar vond je omgeving dat alleen maar vanzelfsprekend. Mogelijk herken je dat gekwetste kind in jezelf, dat niet werd gehoord of gezien. Dat niet de kansen kreeg waarnaar het verlangde.

De geschiedenis leert dat mensen die langdurig vervolgd of vernederd worden, zichzelf vaak gaan zien door de ogen van hun vervolgers. Ze internaliseren de boodschappen die ze krijgen.

Nog voordat de Tweede Wereldoorlog losbarstte, werden joden in campagnes geportretteerd als ongedierte. Dat leidde tot een collectief minderwaardigheidscomplex; ook veel joden begonnen zichzelf te zien als een minderwaardige soort, als mensen die er eigenlijk niet mochten zijn.

Ontmenselijking

Elke verwerping, hoe subtiel ook, is een vorm van ontmenselijking. Ontmenselijking kent verschillende stadia, en zoals we allemaal weten kan het einde bijzonder tragisch zijn.

Ook Jezus kan daarvan getuigen. Net als Jefta geeft hij alles wat hij heeft. Hij gaat zelfs zodanig op in zijn rol als rabbi, dat hij vergeet te eten. Maar juist als de uitputting haar tol begint te eisen, duikt de antagonist op in het verhaal. Jezus krijgt bezoek van de Schriftgeleerden en de Farizeeën; de elite onder het Joodse volk. Maar ze zijn niet gekomen om hun kennis te verrijken. Nee, ze nemen Hem onder vuur. Ze noemen hem een charlatan. En dat hij mensen van het kwaad bevrijd, is volgens hen hét teken dat hij zelf door het kwaad is bezeten. “Beëlzebul huist in deze man!”, roepen ze (de naam Beëlzebul betekent “heer van de demonen”).

Waar Jefta een doodsbedreiging kreeg, wordt ook Jezus persoonlijk aangevallen. De Schriftgeleerden en Farizeeën proberen Hem met een drogreden in diskrediet te brengen. Maar zal dat lukken? Jezus confronteert hen met hun eigen kromme redenering. “Hoe kan de ene satan de andere uitdrijven?”, vraagt hij. “Wanneer een rijk innerlijk verdeeld is kan dat rijk geen stand houden.”

Zonde tegen de heilige Geest

Dan waarschuwt Jezus hen. Alle zonden die mensen begaan, zelfs alle godslasteringen die ze hebben uitgesproken, zullen hen worden vergeven. Behalve één: de lastering tegen de heilige Geest.

Belangrijk om in gedachten te houden, is dat die uitspraak primair gericht is tegen de Farizeeën en de Schriftgeleerden. Tot de geleerden van Israël die na vele jaren van studie de Mozaïsche wet en de profeten op hun duimpje kennen. Die door God Zelf aangesteld zijn om het volk te onderwijzen en richting te geven.

Maar wat is er van ze geworden? In het Mattheüsevangelie omschrijft Jezus deze elite als witgekalkte graven, mooi van buiten maar van binnen vol dorre doodsbeenderen en onreinheid (Mattheüs 23, 27-32). Aanzien en prestige, daar draait het hen om. In plaats van mensen te dienen, laten zij zich dienen. Ze bekleden de eerste plaatsen bij maaltijden en in de synagoge, onderdrukken het volk en buiten het uit (Marcus 3, 20-35). Over charlatans gesproken! De werkelijke charlatans, dat zijn deze Schriftgeleerden en de Farizeeën.

Niet God heeft deze mensen verworpen, maar zij Hem. Hun harten, die ooit Zijn liefde hebben gekend, zeggen nu: “Ik weet wie U bent, en ik wil U niet”. Deze leraren, die zo’n belangrijke taak toevertrouwd hadden gekregen, laten zich niet langer leiden door de heilige Geest. Ze laten zich nog enkel leiden door hebzucht, trots en egoïsme. De Schriftgeleerden veroordelen Jezus, maar bovenal zichzelf (Hebreeën 6, 4-6).

Hoop en troost

Voel je je soms verworpen of verlaten? Weet dat je niet de enige bent. Ook Jefta, Jezus en zelfs de heilige Geest kennen die ervaring. De pijn die je overspoelt als je liefde wordt afgewezen, als je wordt gepest, als je integriteit in twijfel wordt getrokken, als je inspanningen over het hoofd worden gezien of zelfs ontkend. Afwijzing doet pijn. Maar voor al wie verwond door het leven gaat, is er troost. Jezus is naar de wereld gekomen om zichzelf voor ons over te geven. Voor u, voor jou en mij.

Aan het kruis op Golgotha maakte hij de grootst mogelijke verwerping door. Voor even wérd hij de afwijzing, maar hij verbrak de banden van pijn. Jezus is opgestaan om te tonen dat de haat nooit het laatste woord krijgt.

Zo mogen ook wij verrijzen. Zelfs al slaat het leven ons nog zo hard, zelfs al worden we nog zo moedeloos, zelfs al lijkt het soms alsof we rondtasten door het donker. Weet dan, dat je van waarde bent. Weet dat je leeft, omdat de Eeuwige je reeds lang heeft gewild. Na een hobbelige levensweg mocht Jefta de stad binnengaan. De poorten openden zich voor hem; de bastaard werd binnengehaald als een verloren zoon. Door Jezus Christus, in de Heilige Geest is er altijd een weg terug naar de Vader.

Dit is de tekst van de preek van zondag 6 juni 2021 in protestantse kerk De Wijngaard te Antwerpen.

Meer lezen?

  • Richteren 12, 1-6
  • Marcus 3, 20-35
  • Mattheüs 23, 27-32
  • Hebreeën 6, 4-6