Het is vakantieperiode, en de zon laat eindelijk haar gezicht zien! Een mooie gelegenheid om eens stil te staan bij het thema reizen in de Bijbel.
Het zesde hoofdstuk van het Marcusevangelie neemt ons mee naar de dag waarop Jezus zijn twaalf discipelen uitzendt de wijde wereld in. Een inspirerend verhaal dat veel vertelt over de kracht van loslaten en vertrouwen op je missie.
Een opvallend voorschrift
Als de discipelen eropuit worden gestuurd, hebben ze geen makkelijke taak voor de boeg. Ze zijn groepen om de helende en transformerende kracht van God te verspreiden in de wereld. Dan komt Jezus ook nog met een opvallend voorschrift: neem geen buidel, geen brood en geen geld in de gordel mee. Wat mag er dan wel mee? Eigenlijk alleen het hoognodige: sandalen aan hun voeten, en de kleding en het ondergoed dat ze al dragen.
Toch is het essentieel dat de leerlingen wel iets bij zich hebben, namelijk de staf. Met dit voorschrift plaatst Jezus zich in de traditie van Mozes, die ook geroepen was om met de staf op weg te gaan. Deze staf symboliseert de verticale verbinding tussen hemel en aarde, en het vertrouwen dat God tijdens de tocht zal voorzien, aangezien al het goede voortvloeit uit de Bron des Levens, zoals het manna dat neerdaalde in de woestijn de Israëlieten voedde tijdens hun tocht.
Drie belangrijke thema’s
Als Jezus zijn discipelen uitzendt, bereidt hij ze voor op een nieuwe episode in hun leven. In de manier waarop Jezus hen voorbereidt op de uitdagingen die hen te wachten staan, kunnen we drie thema’s onderscheiden: wees alert op de signalen, omarm het avontuur van onderweg zijn en wees moedig genoeg om je eigen pad te volgen. Laten we nu elk van deze punten eens goed bekijken.
1. Let op de signalen

Jezus legt aan zijn discipelen uit: op jullie pad zul je twee soorten huizen vinden. Allereerst huizen waar je warm ontvangen wordt, waar jouw gaven welkom zijn en waar de mensen aandachtig naar je luisteren. Blijf daar zolang als je nodig acht. In deze huizen zul je geestelijke voeding brengen, en zij zullen ook jou voeden. Maar er zullen ook andere huizen zijn: huizen waar je niet welkom bent, waar jouw boodschap genegeerd wordt.
Deze huizen kunnen een ware uitdaging zijn. Kennen wij ook zulke huizen in ons leven? Het kan werk zijn waar je niet wordt gewaardeerd, familieleden die je liever zien gaan dan komen, plaatsen waar je je altijd teveel voelt, mensen die over je roddelen of je hooguit tolereren. En als we zulke huizen in ons leven herkennen, dan weten we vast ook wel hoeveel energie ze kosten. Het is gemakkelijk om dan je staf uit het oog te verliezen, de missie waarmee je gekomen bent.
Als je een plek vindt waar je je welkom voelt, ervaar je een warme en ondersteunende omgeving waarin je kunt groeien en bloeien. Aan de andere kant, wanneer je je niet welkom voelt, kan dat een gelegenheid zijn om te reflecteren over de woorden van Jezus. Als we onszelf de schuld geven, kostbare tijd verspillen aan ongeschikte mensen en afgeleid raken van onze echte bestemming, dan blijft de negatieve sfeer aan ons kleven. Daarom adviseert Jezus: let op de tekenen. Verspil je energie niet in een ongeschikte omgeving. Stel jezelf de vraag: bevind ik me wel op de juiste plek? Als dat niet het geval is, schud dan tijdig het stof van je voeten, en zelfs dat stof zal getuigen van jouw aanwezigheid.
2. Geniet van het onderweg zijn

We moeten niet vergeten om te genieten van de reis. Dat is een belangrijke les die we uit vakanties kunnen halen, maar het geldt ook voor onze levensreis. Je zou kunnen denken dat de discipelen een zware reis tegemoet gaan onder het motto ‘geen buidel, geen brood en geen geld in de gordel.’ Alle dingen die ons normaal gesproken een beetje grip op het leven geven, moeten ze immers achterlaten. Dat klinkt behoorlijk Spartaans. Maar juist in het vertrouwen dat de reis voor zichzelf zorgt, ligt het grootste plezier besloten. De pelgrim die zo op pad gaat, kan maximaal genieten van wat anderen geven. Van hun gaven, hun gastvrijheid en hun liefde. Want juist die dingen ga je extra waarderen als je niet kunt vertrouwen op je eigen voorzieningen en bezittingen, wanneer je als reiziger afhankelijk bent van anderen.
3. Vertrouw op de weg

Het pad van de pelgrim onthult zich stap voor stap, wat soms moeilijk kan zijn. We hebben vaak de neiging om graag het hele traject te willen overzien en onze reizen tot in de puntjes te plannen. Pelgrimeren is per definitie onvoorspelbaar. Je weet niet welke mensen je zult ontmoeten, waar je hartelijk ontvangen zult worden en waar niet. Ook weet je niet waar je de volgende nacht zult doorbrengen, wat je zult eten, welke boeiende gesprekken je zult voeren en met wie. Maar juist hierin ligt de kracht van vertrouwen: in het loslaten van de last, het brood en het geld in de gordel. Hoe vaak gaan we niet op pad met een zware rugzak vol zorgen en spullen die we denken nodig te hebben? Voor de pelgrim wordt alles wat hij vasthoudt onderweg een last. Loslaten kan dan verlichting brengen.
Vertrouwen op de weg is een uitdaging, maar het is geruststellend om te weten dat je niet alleen bent. De discipelen werden in tweetallen uitgezonden, en samen met hun Schepper vormen ze een drievoudig snoer. Waarom is het zo belangrijk om samen te zijn? De Bijbel benadrukt dit herhaaldelijk. Al in Genesis lezen we dat God na de schepping van Adam zegt: “Het is niet goed dat de mens alleen is.” (Genesis 2:18). En in het Mattheüsevangelie staat: “Waar twee of meer verzameld zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden.” (Mattheüs 18:20)
Samen sta je sterker. Als de één struikelt of valt, kan de ander hem weer overeind helpen. Mensen zijn sociale wezens, gehardwired om verbinding te zoeken met elkaar. God is de ultieme schenker van goede gaven, maar die gaven bereiken ons vaak genoeg door mensen heen. En dat niet alleen, we zijn ook aan elkaar gegeven, zodat we elkaar tot steun en vrienden kunnen zijn. Dat is eigenlijk best bijzonder, zeker als we door grote uitdagingen gaan. Dit is waarom het “niet goed” is dat de mens alleen is – je hoeft geen enorm netwerk vol vrienden te hebben, maar hoe fijn is het om op zijn minst één vriend, partner of familielid te hebben, een reismaatje op de weg, aan wie je alles kunt toevertrouwen en bij wie zelfs je diepste dromen veilig zijn. Samen herinner je elkaar aan het doel van de weg, ook als er één even van het pad afwijkt.
Geroepen om tot zegen te zijn
Jezus stuurt zijn leerlingen eropuit, twee-aan-twee, met weinig meer dan elkaar, een stok, sandalen en schone onderbroeken. Hun nobele missie is om mensen te genezen, te helpen en tot inkeer te brengen, altijd met respect voor de keuzes van anderen. Ze streven ernaar om gastvrije huizen te vinden, waar zij geloven dat ze ware wonderen kunnen verrichten: ons verhaal vertelt van boze geesten die worden uitgedreven en zieken die worden genezen door hun zalvende handen.
Wat een prachtige betekenis schuilt er in het verhaal van de leerlingen die boze geesten uitdreven met de macht die ze van Jezus hadden ontvangen over de onreine geesten. In de Griekse grondtekst wordt het woord voor ‘geest’ aangeduid als pneumaton, wat zowel wind als adem kan betekenen, en verwijst naar een actieve kracht in de wereld. Het onderscheid zit hem in het bijvoeglijk naamwoord, waarbij Gods Geest als heilig wordt beschouwd, terwijl hier wordt gesproken over onreine en onheilige krachten. Deze krachten houden mensen klein, belemmeren hen om te worden wie ze zouden moeten zijn en houden hen gevangen. Het bevrijden van mensen van zulke ondermijnende krachten zorgt ervoor dat zij volledig in Gods licht konden staan. Dat weerspiegelt de zegeningen die de discipelen brengen. Overal waar ze door de mensen worden verwelkomd, brengen ze ommekeer en herstel. Het is zoals Mozes die met zijn staf op een rots slaat, waaruit water opwelt: overvloedig leven, zelfs uit de hardste en meest weerbarstige plekken.
De impact van dit alles op ons
Wij zijn allemaal reizigers op de grote weg van het leven. Vandaag staan we voor een belangrijke vraag: waar stellen we ons vertrouwen in? Vaak denken we aan onze portemonnee, ons eten en het geld in onze zak. Maar wat als we uitgedaagd worden om afscheid te nemen van onze bezittingen, ons eten, onze smartphone met al onze bankapps en creditcards, en al onze zekerheden? Wat als we dit alles moeten inruilen voor een onzeker avontuur?
We lezen misschien inspirerende verhalen over vertrouwen op een staf, maar stel je voor dat je daar staat met alleen een staf, een setje ondergoed, een jas, en sandalen, en verder niets. Een staf is op zichzelf maar een object. De staf van Mozes was geen slimme gadget of magisch wondermiddel. De kracht ligt niet in de staf zelf, maar in wat hij symboliseert: de verbinding tussen hemel en aarde, en vertrouwen op God als de ultieme gever die zijn goedheid van boven naar beneden laat stromen en het land laat bloeien. Jezus moedigt ons aan: “Gewoon gaan.” Alles waarop we normaal vertrouwen, is uiteindelijk relatief.
Vol vertrouwen je eigen pad volgen
Vandaag hebben we ingezoomd op drie essentiële zaken: wees scherpzinnig genoeg om de subtiele aanwijzingen in je omgeving te herkennen, ervaar het plezier van de reis zelf en beschik over de vastberadenheid en moed om onvermoeibaar je eigen pad te volgen.
Ook wij staan voor de uitdaging om na de zomervakantie weer op weg te gaan, om nieuwe keuzes te maken en nieuwe wegen te vinden. Waarop vertrouwen wij? Op onze buidel, ons brood, of ons geld in de gordel? Of vertrouwen we op die staf? En als we eenmaal gaan, durven we dan te genieten van het onderweg zijn? Kunnen we ja zeggen tegen iemand die ons hulp aanbiedt, en oprecht dankbaar zijn voor de mensen en zegeningen om ons heen?
Dan is er de moed om je eigen weg te volgen. Of liever gezegd: Gods weg voor ons leven, want ik geloof dat die – als we goed luisteren en tijd nemen voor bezinning – in ons hart staat geschreven. Op wie concentreren wij ons? Op de huizen die ons niet verwelkomen, op de mensen die mogelijk negatief over ons denken of onze levensweg niet begrijpen, of concentreren we ons op onze missie en gaan we daar waar we welkom zijn? Er is een Engels spreekwoord dat zegt: “Do not go where you are tolerated, go where you are celebrated.” We kunnen niet alles in het leven kiezen, maar we hebben wel invloed op onze omgeving. We hebben allemaal onze gaven en talenten gekregen, en het is belangrijk een omgeving te vinden die ons aanmoedigt en voedt. Alleen dan kunnen we uitgroeien tot krachtige mensen die niet alleen in goddelijke autoriteit durven staan, maar die ook een verschil maken door heling en herstel te brengen.
Durf jij die pelgrim te zijn die het verschil maakt?
Je hoeft maar één pelgrim tegen te komen op je pad om levenslang het verschil te ervaren. Zo iemand die je iets meegeeft dat je nooit meer vergeet. De vraag voor vandaag is: hebben wij de moed om zo iemand te zijn? Durven wij de staf op te nemen die ons gegeven is? Durven wij de sandalen aan te trekken, die symbool staan voor de bereidheid om Gods weg te gaan en gehoor te geven aan onze persoonlijke missie? Misschien is dit de tijd om gehoor te geven aan die droom die al zo lang in ons leeft; aan dat stille verlangen in ons hart, of die innerlijke lokroep om een bijzonder project te starten. Durven wij te luisteren? Durven wij te gaan?
Durven wij die persoon te zijn die iemand onderweg ontmoet en die een groot verschil maakt? Elke reis begint bij één stap, en de beslissende stap is vertrouwen. Sta op, neem je staf, trek je sandalen aan, en ga met moed en vertrouwen op weg. De wereld wacht op jouw unieke bijdrage, en geloof het of niet: jij hebt alles in je om een zegen te zijn! 🔆

Dit is de tekst van de preek van zondag 21 juli 2024 in de protestantse kerk van Hasselt.

Geef een reactie