Bekering: het klinkt soms wat zwaar of veroordelend. Misschien zie je een evangelist op een zeepkist voor je, of iemand met een opgeheven vingertje die vertelt hoe je moet leven. In onze maatschappij van vrijheid en diversiteit is ‘bekering’ geen modewoord; we zeggen graag: leven en laten leven. Het roept associaties met verplichting op, maar zou zo’n ommekeer ook bevrijdend kunnen zijn?
Deze eerste zondag van deze lente begint met Lucas 13:1-19. Een passage waarin Jezus oproept tot bekering, maar hij gaat verder dan dat. Hij houdt ons een spiegel voor door vier voorbeelden te geven van menselijk gedrag. Daarmee schetst Jezus meteen wat bekering – metanoia in de Griekse grondtekst (13:3) – echt betekent en waarom het zo belangrijk is. De bekering waar Jezus het over heeft, draait niet om het aannemen van een religie. Hoewel die opvatting in de loop der eeuwen is ontstaan, verwijst metanoia vooral naar een diepgaande verandering van hart; het omarmen van een nieuw perspectief. En ja, wat sluit er nu beter aan bij een nieuwe lente?
Vier voorbeelden van menselijk gedrag in Lucas 13:1-19
Laten we eerst eens stilstaan bij de vier menselijke neigingen die Jezus in Lucas 13 noemt. Daarna zullen we ontdekken wat metanoia in dit perspectief voor ons kan betekenen.
1. Victim blaming
Lucas 13:1 begint met een aangrijpend verhaal. Mensen delen met Jezus het nieuws over hoe de Romeinse bestuurder Pontius Pilatus een groep Galileeërs vermoordde, terwijl zij in de tempel hun offers brachten. Hun bloed vermengde zich met dat van de offerdieren. Dan vraagt Jezus aan hen: “Denken jullie dat deze Galileeërs grotere zondaars waren dan anderen?” Hiermee raakt hij aan een menselijke neiging: de tendens om slachtoffers verantwoordelijk te houden voor hun lot.
Dit mechanisme van victim blaming creëert een gevoel van schijnveiligheid. Door de schuld aan de slachtoffers toe te schrijven, lijkt het alsof zo’n tragedie ons niet kan overkomen. Jezus doorbreekt dit patroon. Hij wijst zijn leerlingen op hun ingebakken neiging om onrecht te rationaliseren, zodat er ruimte ontstaat om dit om te buigen naar begrip en medeleven.

2. Lijden als straf voor de zonde
Jezus verwijst vervolgens naar de instorting van de toren van Siloam, waarbij achttien mensen om het leven kwamen. Opnieuw stelt hij een indringende vraag: “Denken jullie dat zij schuldiger waren dan anderen?” Door zijn toehoorders uit te dagen tot reflectie, wil hij een populaire gedachte in de Romeinse samenleving ontkrachten: namelijk dat lijden per definitie een straf voor zonde is.
Lijden als straf: met die gedachte worstelen ook vandaag nog altijd veel mensen. In mijn jaren als ziekenhuispastor hoorde ik de steeds weer terugkerende vraag: “Waarom overkomt mij dit?” Als je een slechte diagnose hebt gekregen, is het begrijpelijk dat je jezelf die vraag stelt. Maar als er iemand is die toont dat het kwade zelfs de beste mensen kan overkomen, dan is het Jezus zelf wel. Tegenslag gaat aan geen enkele deur voorbij. De vraag is niet waarom het ons overkomt, maar hoe we omgaan met de uitdagingen van het leven.
3. Productiviteitsdenken
Daarna vertelt Jezus de gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom. De eigenaar wil de boom omhakken omdat hij geen vruchten draagt. Maar de wijngaardenier pleit voor geduld: “Laat hem nog een jaar staan, dan zal ik hem verzorgen, en als hij daarna geen vrucht draagt, mag je hem omhakken.”
Hier raakt Jezus aan een herkenbaar thema: de menselijke neiging om alles te beoordelen op basis van productiviteit. Klinkt dat niet actueel? In onze samenleving wordt iets of iemand vaak afgemeten aan zijn economisch nut. Werkgevers monitoren de productiviteit van hun werknemers, scholieren worden afgerekend op basis van eindtermen. Maar is er ook genoeg aandacht voor hun welzijn? Het is cruciaal te beseffen dat groei tijd, zorg en aandacht vergt. De wijngaardenier ziet niet alleen het potentieel van de boom, maar ook wat er nodig is om hem tot bloei te brengen.
4. Genezing op de sabbat
Na drie voorbeelden toont Jezus dat het belangrijk is om het woord om te zetten in daden. Hij geneest een kromgebogen vrouw op de sabbat, maar daar is de leider van de synagoge het duidelijk niet mee eens. Hij spreekt de menigte toe: “Er zijn zes dagen om te werken, kom dan om genezen te worden, en niet op de sabbat!” Jezus gaat daar tegenin: “Huichelaars! Op sabbat geven jullie je dieren water, maar deze dochter van Abraham, die zoveel lijdt, zou niet bevrijd mogen worden?”
Hier botst de regel-georiënteerde denkwijze met compassie. Jezus leert dat regels bedoeld zijn om het leven te dienen, niet andersom. Wanneer regels boven liefde worden gesteld, verliezen ze hun betekenis.
Vier menselijke neigingen voor het voetlicht
Laten we dit nog eens samenvatten. In deze tekst staan vier menselijke neigingen die Jezus voor het voetlicht brengt:
- Het slachtoffer de schuld geven
- Lijden zien als straf
- Nutsdenken en objectivering
- Regelgebaseerd oordelen
Wat hebben deze vier denkwijzen gemeen? Alle vier zijn ze verbonden met oordelen. In al deze situaties oordelen mensen over elkaar zonder de intenties achter het gedrag van de ander te begrijpen. Hoe vaak gebeurt dat vandaag niet? Maar dat is niet zonder risico. Wanneer we ons laten leiden door oordeel, versimpelen we de complexe realiteit en doen we geen recht aan het unieke verhaal van de ander.
Oordeel gaat vaak gepaard met kwaadspreken
Een oordeel komt zelden alleen. Het gaat vaak hand in hand met roddel of kwaadsprekerij. Misschien heb je zelf wel eens zo’n situatie ervaren, waarin je geconfronteerd werd met laster en beschuldigingen. Op zulke momenten is het waardevol om jezelf af te vragen: gaat dit verhaal echt over mij? Zegt het iets over wie ik werkelijk ben? Vaak is het antwoord nee. Het is belangrijk te beseffen dat de mensen die oordelen of kwaadspreken vaak worstelen met hun eigen onzekerheden. Ze projecteren die gemakkelijk op anderen. De Bijbel herinnert ons eraan om voorzichtig te zijn met dit gedrag.
“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt; want met het oordeel, waarmede gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden, en met de maat, waarmede gij meet, zal u gemeten worden. Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet?” (Mattheüs 7:1-6)
Waarom is het zo belangrijk om niet te oordelen? Heel simpel: omdat woorden kracht hebben. In Genesis zien we hoe Gods woorden scheppend zijn; ze geven vorm aan de werkelijkheid. De Schepper hoeft slechts te spreken: “Er zij licht,” en er is licht. (Genesis 1:3-5) Het Bijbelboek Genesis vertelt ook dat we naar Gods evenbeeld zijn geschapen. Dat betekent dat ook onze woorden scheppende kracht bezitten. We hebben de keus tussen zegen en vloek, maakt Mozes duidelijk – en dat geldt ook voor de impact van onze woorden. (Deuteronomium 28)

De vijgenboom in Jezus’ parabel begint pas te bloeien wanneer de eigenaar zijn gewoonte van negatief spreken achter zich laat. Op het moment dat iemand zich over de boom ontfermt en zich afvraagt wat hij nodig heeft om te bloeien, kan er een transformatie plaatsvinden. Op dezelfde manier kunnen wij het beste in onze omgeving activeren. We hebben de kracht om met onze woorden anderen tot bloei te brengen en het mooiste in hen tevoorschijn te toveren.
Maar het omgekeerde is ook waar. De slachtoffers van Pilatus en de toren van Siloam ondergingen een tragisch lot. Maar in plaats van compassie te tonen, zeiden sommige mensen: “Goddank zijn wij niet zoals zij.” Deze mindset wordt door de profeet Ezechiël aangeduid als ‘hart van steen‘. Maar Ezechiël voegt er meteen hoopvol aan toe dat God harten van steen kan omvormen tot harten van vlees. Tot harten die niet oordelen, afwijzen of roddelen, maar die vol zijn van de vruchten van de Geest. En dat is precies wat onze wereld zo dringend nodig heeft: een beweging naar empathie en begrip.
De essentie van bekering
Daarmee zijn we aangeland bij de essentie van bekering in Lucas 13. Jezus roept op tot bekering, en hij illustreert dat met vier voorbeelden van gedrag waarvan we ons mogen afkeren. Het Griekse woord dat wordt gebruikt is ‘metanoia.’ De betekenis daarvan gaat verder dan alleen spijt hebben van je daden. Het gaat vooral over een diepgaande transformatie van hart. Bekering kan ook wel worden vertaald als ‘ommekeer’, of als het maken van een U-bocht.
Waarvan moeten we ons dan omkeren? Het antwoord lijkt helder: van de ‘zonde.’ Maar wat betekent dat nu echt? Het Griekse woord voor zonde, ‘hamartia‘, betekent letterlijk ‘je doel missen’. Wanneer ons hart verhard is als steen, verliezen we de essentie van de Torah en het Evangelie uit het oog: heb God lief boven alles en je naaste zoals jezelf (Lucas 10:27). Om echt te kunnen liefhebben, hebben we een hart van vlees nodig; een hart dat in staat is tot compassie en mede-lijden. Alleen op die manier kunnen we diepe verbindingen maken, zowel met onszelf als met de wereld om ons heen.

Dat is waarom Jezus ons herinnert aan metanoia: verander je hart. Onze harten kunnen soms aanvoelen als steen. We worden vaak gedreven door egoïsme en het verlangen onszelf te verheffen boven anderen, of we proberen het kwaad buiten onszelf te houden en wijzen met de vinger. Maar in zijn wijsheid toont Jezus ons vier voorbeelden. Hij laat zien dat het Koninkrijk begint met een hart dat zich laat veranderen. Bekering betekent je toevertrouwen aan de Bron. Het betekent je openstellen voor de verlossende weg die je hart van steen kan omvormen tot een hart van vlees.
Metanoia als weg naar overvloedig leven
Er is al zoveel oorlog en polarisatie; deze wereld snakt naar vrede en verbinding. Op de plekken waar egoïsme de overhand lijkt te hebben, kan onbaatzuchtige naastenliefde ons samenbrengen en een wereld van verschil maken. Jezus biedt ons hier een verlossende weg aan; een weg die ons naar een overvloedig leven kan leiden. Laten we die U-bocht maken en niet langer genoegen nemen met een hart van steen – laten we kiezen voor een hart dat de waarheid zoekt. Een hart dat aandacht heeft voor het verhaal achter iedere mens, dat leest tussen de regels en luistert naar de woorden die niet worden uitgesproken. Een hart dat niet denkt in termen van zelfzuchtig gewin, maar bereid is om te geven. Dat zelfs de meest kwijnende boom een kans biedt. Kortom: een hart van vlees.
Metanoia. Is dat geen prachtig woord om dit nieuwe seizoen mee te beginnen? Het klinkt niet streng of hard, maar fris als een lentebloem. Dit is een tijd van verandering. Een kans om het verleden los te laten—onze oordelen, negatieve overtuigingen, frustraties, haat en jaloezie. Laten we de tijd nemen om ons hart te onderzoeken. Dit is het moment om de bries van verandering te omarmen en volmondig “ja” te zeggen tegen de Geest: verander mijn hart.
Gebed
Goede en barmhartige God, U die de harten van steen vervangt door harten van vlees. Help ons om te breken met het oordelen, om anderen te zien zoals U hen ziet. Vervul ons met Uw licht, zodat we een verandering in deze wereld kunnen zijn. Niet door angst of oordeel, maar door de overwinnende kracht van de liefde. Amen.
Dit is de preektekst van zondag 23 maart 2025 in de Protestantse Gemeente Hoek.

Geef een reactie