Water is essentieel voor het leven. Zonder water geen mensen, geen bomen, geen dieren, geen oogst, geen nieuw leven. Maar water heeft ook een keerzijde. Wat als datgene wat ons leven geeft, plots een gevaar wordt?
Dat spanningsveld loopt als een rode draad door de Bijbel heen. Water geeft leven, maar confronteert ons ook met onze grenzen. Wij kunnen niet zonder water, en tegelijk laat het zich nooit volledig door ons temmen.
Zonder water geen leven
Actueler dan ooit, zou je kunnen zeggen. We zijn gewend geraakt aan het idee dat de natuur tot op zekere hoogte maakbaar is. We leggen dijken aan, bouwen dammen, pompen grondwater op en bestrijden hitte met airconditioning. Tot er iets gebeurt — een overstroming, extreme droogte, een bosbrand — en we opnieuw ontdekken: wij zijn niet de meesters van de elementen.
Water herinnert ons eraan dat wij mensen niet boven de schepping staan, maar er deel van uitmaken. Ons eigen lichaam bestaat voor meer dan de helft uit water. Zonder regen zou ons voedsel niet groeien; zonder rivieren en oceanen zou het leven zoals wij dat kennen, eenvoudigweg niet kunnen bestaan. Maar datzelfde water kan buiten zijn oevers treden en ons iedere illusie van controle ontnemen.
Water zegt tegen ons: jij bent een schepsel, niet de Schepper.

En misschien is dat wel precies waar Bijbels vertrouwen begint. Niet bij de illusie dat we alles onder controle kunnen krijgen, maar bij de ontdekking dat het oké is om niet alles onder controle te hóeven hebben.
Wanneer Jona zinkt
In het boek Jona lezen we over een profeet die naar Nineve moet gaan, een stad berucht om haar geweld en onrecht. God zendt hem om de inwoners te waarschuwen. Maar Jona ontvlucht zijn opdracht. Hij vlucht precies de andere kant op, aan boord van een schip naar Tarsis.
En dan begint het te stormen.
Opvallend genoeg doet in dit verhaal de hele schepping mee: er is wind, er is zee, er is een grote vis. Later groeit er een wonderboom, verschijnt er een worm en steekt opnieuw een verzengende wind op. Eigenlijk beweegt alles in dit kosmische kunstwerk mee… behalve Jona.
Uitgerekend de profeet die de stem van zijn Schepper zou moeten verstaan, verzet zich. Alsof het boek onze menselijke vanzelfsprekendheid op zijn kop zet: wij denken graag dat wij weten wat er moet gebeuren en proberen de wereld naar onze hand te zetten. Maar hier lijkt de schepping Gods stem soms beter te verstaan dan de profeet zelf.

Jona daalt af. Naar het schip, naar het ruim, de zee in en uiteindelijk naar de buik van het zeedier. Steeds dieper zinkt hij, tot hij alle controle verliest. En pas in de diepste krochten van de aarde, begint hij te bidden; als een mens die alle vaste grond is kwijtgeraakt.
Misschien herkennen we daar iets van onze eigen ervaringen in. Soms gaan we door diep water: door verlies of ziekte, door zorgen om iemand van wie we houden, door zelftwijfel of onzekerheid over de toekomst. Waar bent U, God?
De diepte als plaats van ommekeer
Juist dat dieptepunt blijkt voor Jona een plaats van ommekeer. De grote vis, op het eerste gezicht een angstaanjagend monster, wordt niet zijn ondergang maar zijn redding. Drie dagen en nachten verblijft Jona in het donker, ergens tussen dood en leven, tot de vis hem uitspuwt op het droge.
Niet toevallig wordt de buik van de vis wel vergeleken met een baarmoeder: een donkere, afgesloten ruimte waaruit nieuw leven kan verrijzen. Wie zich in zo’n staat bevindt, wordt teruggeworpen op zichzelf. Je kunt nergens meer heen. Alles wat vroeger werkte, lijkt zijn kracht te hebben verloren.
En juist in die staat bidt Jona tot God.
De diepte wordt zo een plaats van inkeer. Niet omdat lijden op zichzelf goed of noodzakelijk zou zijn. En ook niet omdat Jona na drie dagen plots een volmaakt ander mens is. Het vervolg van het verhaal laat zien dat hij nog genoeg te leren heeft. Maar er verandert wel iets: Jona komt opnieuw op het droge en krijgt opnieuw de kans zijn roeping te beantwoorden.
Inkeer wordt ommekeer.
Niet alles wat ons overweldigt, vernietigt ons. Soms ontstaat er juist als we opboksen tegen de grenzen van onze mogelijkheden, ruimte voor een volgende stap: een nieuwe weg naar groei en herstel.

Een hele stad komt in beweging
Jona gaat alsnog naar Nineve, en zijn boodschap resoneert in de harten van de bewoners. Ze keren zich af van geweld en onrecht, gedreven door een verlangen naar rechtvaardigheid.
Opmerkelijk genoeg worden ook de dieren betrokken bij de rouw van de stad. We lezen er misschien gemakkelijk overheen, maar ook voor hen wordt een periode van vasten en inkeer afgekondigd. Dit detail sluit wonderlijk aan bij de rest van het boek. Wind, zee, vis, plant, worm, mensen en dieren: de hele levendige wereld komt samen in dit verlossende verhaal.
Koudwatervrees
Het verhaal van Jona is dat van een levende gemeenschap die zich omkeert van recht naar onrecht, en van vernietiging naar herstel. En waar begon de verandering? Niet bij een heldhaftige profeet, maar bij een kwetsbare mens die worstelt en weer bovenkomt.

Misschien herkennen we die strijd. Je staat voor een opdracht die te groot voor je lijkt. Het leven duwt je in een richting die oncomfortabel is. Of je staat voor een uitdaging waarvoor je het liefst zou wegvluchten.
Theologie studeren in Utrecht
Zelf herinner ik me nog als de dag van gisteren hoe ik voor de deur stond van de theologische faculteit in Utrecht. Mijn mentor van de hogeschool had gezegd: “Ik zie een theoloog in je. Ik adviseer je om naar de universiteit te gaan en theologie te studeren.”
Maar niemand van mijn familie had ooit aan de universiteit gestudeerd. En ik dacht: wat doe ik hier? Op deze plaats hoor ik natuurlijk niet.
Alles in mij wilde rechtsomkeert maken voor een uitdaging die te groot voor mij leek. Maar iets in mij besloot door te zetten. Ik zei tegen mezelf: als ik over drie maanden weer buiten sta, kan ik altijd nog zeggen dat ik het in elk geval geprobeerd heb.
De plek van de uitdaging bleek de juiste plek.
Koudwatervrees is normaal. We weten niet altijd waar we uitkomen wanneer we een stap zetten in onbekend water. Maar soms blijkt juist de plek waarin we worden ondergedompeld, achteraf vruchtbare grond te zijn.
Vertrouwen in diep water
Jona’s verhaal vertelt niet dat alles wat ons overkomt een reden heeft. Sommige stormen zijn echt verwoestend, en sommige verliezen blijven voor altijd. Vertrouwen betekent niet dat we gevaar, verdriet of angst kleiner moeten maken dan ze zijn.
Maar het verhaal vertelt ons wel iets anders.
Zelfs in de diepte is er Iemand tot wie Jona roepen kan. Zelfs wanneer hij geen vaste grond meer onder zijn voeten voelt, is hij niet buiten Gods bereik.
Misschien is dat wel de diepste vorm van vertrouwen: niet geloven dat er nooit een storm zal komen, maar weten dat de storm niet het laatste woord heeft.
Als mensen trekken we soms door donkere dalen heen. Maar zelfs daar, in de diepten, kan er iets van Gods licht doordringen. En ervaren we zowaar dat het water ons draagt.


Geef een reactie