Een weekend in de abdij van Affligem
In de keuken treffen zoon Thimo en ik hem voor het eerst: dom Johannes. Een jonge monnik van in de dertig, met een imposante baard. Toch is dat niet het eerste wat opvalt. Vooral de glans in zijn ogen blijft ons bij. Samen met prior Franco (83) en abt Jan (101) vormt hij de kern van de abdij Affligem, een klooster dat al bijna duizend jaar bestaat.
Dat hij ooit zou intreden, was allerminst vanzelfsprekend. Dom Johannes, toen nog Kevin De Cubber, studeerde economie. Toen hij in 2012 voor het eerst in Affligem kwam, zat hij in een moeilijke periode.
“Het jaar voordien was een vriend uit het leven gestapt. Ook mijn opa, die mij samen met mijn oma grotendeels had opgevoed, was overleden. Ik snapte het allemaal even niet meer en voelde de behoefte om me af te zonderen”, vertelt hij aan Otheo.
Wat begon als een toevluchtsoord in een moeilijke periode, groeide langzaam uit tot een roeping. Het klooster raakte hem. Hij voelde zich opgenomen in een groter geheel. Vooral de paaswake maakte diepe indruk.

Van financiële winst naar duurzaam geluk
Na het behalen van zijn master economie stond hij voor een keuze. “Tot 2011 zag ik mijn toekomst heel klassiek: een goede baan, een mooie auto, een gezin. Maar door wat er gebeurde, besefte ik dat ik mijn geluk ergens anders moest zoeken. Mijn grootouders waren op een eenvoudige manier gelukkig. Dat leek mij meer iets om na te streven.”
De lokroep van het kloosterleven gaf uiteindelijk de doorslag. Tijdens een viering viel het licht door de glasramen naar binnen. “Toen wist ik ineens: hier hoor ik thuis.”
Met zijn intrede koos hij bewust niet voor carrière of materieel succes, maar voor een leven van gemeenschap, gebed en zingeving.

Waarom zou je monnik worden?
Toen De Cubber in 2023 intrad in de abdij van Affligem, reageerde niet iedereen begripvol. “Eeuwig leven? Wie wil dat nu, en dan ook nog zo lang?” Sommigen maakten er een grap van.
Wat hem vooral verbaasde, was dat ook academici soms opvallend oppervlakkig reageerden. “Ze studeren in Leuven, amuseren zich, en de rest zien ze later wel. Ik veroordeel dat niet, want ik was zelf ook zo. Mijn opleiding economie vertrok vanuit een utilitaristische logica: geld verdienen, een huis kopen… Ik was zelfs autofan. En nu bezit ik helemaal niets. Dat is me overkomen.”
Wanneer ik hem vraag of hij als econoom de financiën van de abdij beheert, schudt dom Johannes resoluut zijn hoofd. “Nee, met geld houd ik me niet meer bezig. Daar heb ik bewust afstand van genomen.”
Kerkklokken bedienen vanaf de smartphone
Toch staat ook de abdij niet stil. Moderne monniken hebben wifi én een smartphone. Niet alleen om bereikbaar te zijn, maar zelfs om de kerkklokken op afstand te bedienen.
De wifi kwam er tijdens de coronaperiode. “Toen hebben we een inhaalbeweging gemaakt. Studeren zonder internet is vandaag bijna onmogelijk.”
Toch blijft niet de technologie, maar het ritme van gebed, arbeid en stilte het hart van het kloosterleven. En het uitgangspunt dat alles waarover de broeders beschikken, ten dienste staat van de gemeenschap.

Leven als gave
Na een inspirerend weekend in Affligem nemen we afscheid: negen protestantse dames en een heer. Buiten ruist de wind door de bomen en golft het graan over de akkers.
Drie monniken bewonen nog altijd een abdij die in bijna een millennium geschiedenis ademt. Een businessplan of royaal renovatiebudget is er niet. Kapitaalkrachtige sponsors evenmin. De twaalf broeders die er nog waren toen Johannes intrad, zijn inmiddels teruggevallen tot drie. Hun toekomst is onzeker, hun vertrouwen niet.
Onwillekeurig denk ik aan de woorden van Jezus uit het Evangelie van Mattheüs:
“Kijk naar de vogels in de lucht: zij zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in schuren; en toch voedt uw hemelse Vader voedt ze. Gaat u ze niet ver te boven?”
Misschien is dat wel de grootste les die de abdij Affligem mij meegaf: dat een mens uiteindelijk niet leeft van wat hij bezit, maar van wat hij in dankbaarheid leert te ontvangen.


Geef een reactie