Onlangs belandde ik in een vurige discussie over religie. Mijn gesprekspartner leek niet echt onder de indruk van mijn specialisatie in interreligieuze dialoog. Hij vroeg zich af hoe dat te rijmen viel met het christendom, aangezien er toch maar één weg de ware kan zijn. Hij vond zelfs dat ik misleid was. Hoewel ik respect had voor zijn standpunt, kon ik het niet laten om een beetje ironisch te reageren – en dat maakte hem alleen maar bozer.
Zijn boosheid leek echter niet alleen op mij gericht te zijn; het leek alsof zijn uitbarsting werd aangedreven door een overschot aan ongefundeerde aannames. Hij beschuldigde me ervan dat mijn religieuze tolerantie slechts gebaseerd was op emoties, en bleef maar hameren op het idee dat ik de Bijbel moest bestuderen. Ik verzekerde hem dat ik als theoloog toch echt wel regelmatig door de Bijbel blader; zelfs door de grondteksten. En over emotie gesproken – waar kwam die onverwachte woede vandaan?
Aannames zijn niet onschuldig
Het is begrijpelijk dat het moeilijk is om niet meteen te oordelen op basis van wat we denken en verwachten. Maar laten we eerlijk zijn, vaak blijken dingen toch anders te zijn dan ze op het eerste gezicht lijken. Wanneer nemen we eigenlijk de tijd om anderen echt te leren kennen? Te vaak geven we snelle, rationele antwoorden in plaats van de compassie te tonen die soms nodig is.
Aannames zijn menselijk, maar zeker niet onschuldig. Ze werken als troebele lenzen die onze kijk op de wereld vertroebelen. Om de waarheid helder te kunnen zien, moeten we erkennen dat er vuil op de lens zit en deze zorgvuldig schoonvegen.
Voor mijn gesprekspartner was ik slechts een object dat overtuigd moest worden van zijn wereldbeeld. Maar in alle eerlijkheid, hoe vaak ben ik zelf niet schuldig geweest aan diezelfde neiging tot bekeringsijver?
De hel, dat zijn de anderen
Jean-Paul Sartre schreef eens: “l’enfer, c’est les autres” – de hel, dat zijn de anderen. Een gewetensvraag: zouden de anderen voor ons ook de hemel kunnen zijn? Wat als we simpelweg God boven alles zouden liefhebben en onze naaste als onszelf, zoals de Bijbel ons leert? Dat vergt echter werk aan de winkel. In dat geval moeten we niet eerst de anderen veranderen, maar onszelf. Naastenliefde vraagt om een grondhouding van openheid en nieuwsgierigheid, om de moed om verschillen te overbruggen en onze blinde vlekken onder ogen te zien.
Vandaar die passie voor interreligieuze dialoog. Laten we eerlijk zijn, een overbodige luxe is het niet. Alleen door met open armen de diepgaande complexiteit van het leven te omarmen en de ware schoonheid ervan te zien, kunnen we werkelijk groeien, zowel als individuen als samenleving. In een wereld die voortdurend uitdagingen kent en waar strijd aan de orde van de dag is, is er een dringende behoefte aan verbinding en samenwerking. Als we vasthouden aan ons eigen gelijk, zal er weinig vooruitgang worden geboekt.
Vrede is een keuze
Dat is precies waarom voormalig Amerikaans president Ronald Reagan benadrukte dat vrede niet altijd betekent dat we het eens moeten zijn. Vrede is een krachtige keuze die niet afhangt van de sterkste argumenten of van de juiste geloofsovertuiging, maar diep van binnen begint – in je eigen hart.
“Vrede is niet de afwezigheid van conflict, het is het hanteren van conflict op een vreedzame wijze.”
Ronald Reagan
Na een eindeloze stroom van argumenten die mijn gesprekspartners gelijk moesten bewijzen, was ik er klaar mee. Ik wenste hem uit de grond van mijn hart alle zonnestralen, dubbele regenbogen en klavertjes vier die het universum te bieden heeft.


Geef een reactie