Angst voor de hel – is dat nu echt nodig?

Laten we het vandaag eens hebben over een gewaagd onderwerp: de hel. Angst voor de hel is een schrikbeeld waarmee vele generaties christenen zijn grootgebracht. Een van hen is auteur en schrijver Logan Barone. Het idee dat hij mensen moest redden van de hel, was lange tijd zijn voornaamste drijfveer om te evangeliseren. Een diepgaande studie over de hel leidde echter tot bevrijdende inzichten.

“Toen ik God ging dienen en betrokken werd bij evangelisatiewerk, was de hel de belangrijkste drijfveer voor evangelisatie om mensen te redden” getuigt Barone op YouTube. Evangeliseren voelde voor hem als een must, aangezien hij stellig geloofde dat iedereen die Jezus niet beleed als Redder en Verlosser, voor eeuwig naar de hel zou gaan. Dat was immers wat de pastor zei; zo werd het van de kansel gepredikt.

Tijdens zijn eerste jaar op de Bijbelschool begon er echter iets te wringen. Hoe kan een God die liefde is, mensen naar de hel sturen? En wat is het nut van een eeuwigdurende straf, als je nooit meer de kans krijgt om iets te leren? Barone begon zich ernstige vragen te stellen bij het begrip ‘hel’. Dat leidde tot een studie van vier jaar, waarna hij uiteindelijk alles losliet dat hem over de hel was geleerd. In zijn afstudeerscriptie noemt hij drie inzichten die ertoe hebben geleid dat zijn gedachten over de hel volledig zijn veranderd. “Het loslaten van dit denken was het meest bevrijdende wat ik in mijn leven heb ervaren”, getuigt Barone.

Foto door Pixabay op Pexels.com

De hel in vier woorden

Het eerste inzicht dat Barones gedachten over de hel veranderde, is dat het concept ‘hel’ als plaats van eeuwige bewuste kwelling voor zondaars en ongelovigen eigenlijk nergens in de Bijbel terug te vinden is. Dat dit idee in de westerse wereld toch grond aan de voeten kreeg, hangt grotendeels samen met de Bijbelvertalingen die we gebruiken. De Bijbel is een canon van oude teksten die niet geschreven zijn in het Nederlands of Engels, maar in het Hebreeuws, Grieks en Aramees. Klassieke talen die aanzienlijk rijker zijn aan woorden en betekenisnuances dan onze moderne talen. Barone ontdekte dat waar Engelstalige Bijbels consequent over ‘hel’ spreken, de grondteksten maar liefst vier verschillende woorden gebruiken. Geen van die woorden duidt op een plaats van ‘eeuwige bewuste kwelling’ in het hiernamaals. De lezer wordt daardoor gemakkelijk op het verkeerde been gezet. Hoewel een moderne Bijbel de indruk wekt dat het woord ‘hel’ altijd naar hetzelfde concept verwijst, zijn de grondteksten minder eenduidig. Dit zijn de vier woorden die in de Bijbel met ‘hel’ worden vertaald: Sheol, Gehenna, Hades en Tartares. We zullen ze één voor één even doornemen.

Sheol

Het enige Hebreeuwse woord dat als hel wordt vertaald is ‘Sheol’, wat ‘plaats van de doden’ betekent. Dat woord duikt geregeld op in de Hebreeuwse Bijbel, bij christenen beter bekend als het Oude Testament. Wat is sheol precies? In de Joodse traditie bestaan daar verschillende opvattingen over. Veelvoorkomend is het idee dat Sheol een tijdelijke toestand is waar alle zielen heengaan na de fysieke dood, ongeacht hun geloof, gedrag of manier van leven. Sheol wordt vaak beschreven als een duistere en stille plek, waar de zielen van de overledenen een schimmig bestaan leiden. Later ontwikkelde de Joodse traditie het geloof in een toekomstige fysieke opstanding, waarbij de rechtvaardigen uit Sheol zouden opstaan en de ongelovigen zouden ophouden te bestaan.

Hoewel het Hebreeuwse woord Sheol dus vaak met ‘hel’ wordt vertaald, is er niets dat op een ziedende vuurpoel van eeuwige vernietiging wijst. Sheol duidt bovenal op een soort onderwereld waar zielen naartoe gaan na de dood. Geen plaats van straf of beloning, maar eerder een neutrale toestand, een staat van afgescheidenheid van het aardse leven.

Gehenna

Het tweede woord dat met ‘hel’ is vertaald, is Gehenna. Jezus gebruikte dat woord in de Synoptische EvangeliĂ«n. Gehenna is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse woord ‘Ge Hinnom’ of het ‘dal van Hinnom’, dat verwijst naar een bestaande vallei buiten de stad Jeruzalem. Wat was dat voor plaats? Daarover komen we meer te weten dankzij de profeet Jeremia. Die beschrijft het ‘dal van Hinnom’ als de plaats waar sommige IsraĂ«lieten hun kinderen offerden aan de heidense god Moloch (7:31-32), een praktijk die uiteraard zeer in strijd was met de wil van God. Jeremia spreekt de volgende woorden uit over deze plaats:

Daarom, zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer het Tofeth genoemd zal worden, of dat van de zoons van Hinnom, maar Moorddal.

Jeremia 19:6


Ook de boodschap in het vers daarna liegt er niet om. De offerpraktijken aan Moloch zullen een vloek brengen over de IsraĂ«lieten die zulke daden begaan, alsmede over het dal waar het bloed van onschuldige kinderen wordt vergoten. Op die specifieke plek zal de raad van Juda en Jeruzalem verijdeld worden, de IsraĂ«lieten zullen er vallen in het zwaard van hun vijanden; hun lichamen zullen wilde dieren tot prooi zijn. Het ‘dal van Gehenna’ verwerd tot een plaats van de vloek; een dal van onheil en vernietiging.

Een krachtige metafoor

Ook voor joden uit de tijd van Jezus was dat dal van Hinnom een krachtige metafoor. Het Gehenna, dat was de plaats waar de dode lichamen van geëxecuteerde misdadigers werden gedumpt om samen met het vuilnis te worden verbrand. Een dal net buiten de stad, waar lichamelijke dood, destructie en duisternis vrij spel kregen.

Waarom was die metafoor zo krachtig? De vernietiging en verbranding van het lichaam, dat was voor een jood in de eerste eeuw zo ongeveer het ergste wat je kon overkomen. De meeste joden geloofden immers in de opstanding van het lichaam, waarbij het lichaam weer verenigd zou worden met de ziel. De vernietiging van het lichaam zou betekenen dat het lichaam niet kon worden opgewekt op de laatste dag. Wie dus niet fatsoenlijk begraven werd, zou worden geworpen in het ‘vuur van Gehenna’ zonder hoop op een opstanding.

Eeuwige straf in MattheĂŒs

Waar komt dan het idee vandaan van de ‘hel’ als letterlijke plek van eeuwige kwelling? Een passage die vaak wordt aangehaald om dat concept te ondersteunen, zijn de woorden van Jezus in het Marcusevangelie:

Maar als iemand een van deze kleinen die geloven, aanleiding tot zonde geeft, het zou beter voor hem zijn als men hem een molensteen om de hals deed en in zee wierp. Dreigt uw hand u aanleiding tot zonde te geven, hak ze af; het is beter voor u verminkt het leven binnen te gaan dan in het bezit van twee handen in de hel te komen, in het onblusbaar vuur. Het is beter voor u kreupel het leven binnen te gaan dan in het bezit van twee voeten in de hel te worden geworpen. Het is beter voor u met één oog het Rijk Gods binnen te gaan dan in het bezit van twee ogen in de hel te worden geworpen, waar hun worm niet sterft en het vuur niet gedoofd wordt.

Marcus 9:43-48

De Nederlandse vertaling vermeldt hier driemaal ‘hel.’ In de Griekse grondtekst staat echter iets anders: daar lezen we ‘Gehenna’ of ‘dal van Hinnom’.

Als we uitgaan van de oorspronkelijke Griekse tekst, krijgen de woorden van Jezus een andere betekenis. We zien dan dat hij zich uitdrukt in hyperbolische taal om zijn punt te verduidelijken: het is beter een hand of voet af te hakken of een oog uit te rukken, als die je tot zonde zouden brengen, dan dat je volledige lichaam in het dal van Gehenna wordt geworpen waar “hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust.” (Marcus 9:48).
Met die woorden verwijst Jezus naar iets dat de joden in zijn tijd maar al te goed weten: het dal van Gehenna symboliseert het schrikbeeld van de zonde. Wie kwaad doet, zoals de Israëlieten in de tijd van Jeremia deden door hun kinderen aan Moloch te offeren, stelt zich onder de vloek. Zonde kan ertoe leiden dat je gehele lichaam in Gehenna geworpen wordt om te worden vernietigd. Aangezien je dan geen deel kon hebben aan de opstanding, maakte dat direct duidelijk waarom je onrecht tegen elke prijs moet vermijden.

Bij het lezen van teksten mogen we niet vergeten dat Jezus niet in eerste instantie sprak tegen eenentwintigste eeuwse christenen. Hij sprak tegen de joden en Grieken van zijn tijd, mensen met in veel opzichten een gedeeld wereldbeeld. Het concept van de ‘hel’ als de eeuwig brandende vuurpoel zoals wij dat kennen, was toen nog allesbehalve evident.

Sommige Joodse schriftgeleerden uit de tijd van de Tweede Tempel begonnen Gehenna uit te leggen als metafoor voor een soort loutering in het hiernamaals. Dat is vooral te danken aan de apocalyptische literatuur in het Boek van Henoch, een oude Joodse tekst die teruggaat tot de derde eeuw voor Christus. Toch verwees zelfs die metaforische uitleg niet naar het idee van een eeuwige bewuste kwelling. De hel werd vooral gezien als een plaats van tijdelijke loutering. Het idee was dat zielen die niet in harmonie met Gods goedheid en gerechtigheid hadden geleefd, uiteindelijk weer zouden worden verzoend met hun ultieme Bron.

Dat Jezus met zijn woorden naar het boek Henoch verwijst, is niet erg aannemelijk – temeer omdat hij dat nergens anders doet. Wel verwijst Jezus in zijn redevoeringen meermaals naar de profeet Jeremia (Matt. 16:14, Lucas 19:46-Jer. 7:11). We mogen er dus vanuit gaan dat Jezus met het woord ‘Gehenna’ duidt op het dal buiten Jeruzalem, de plek van vernietiging waar Jeremia over spreekt. En dat hij daarmee appelleert aan een krachtig schrikbeeld uit het gedeelde verhaal van de IsraĂ«lieten. De hel als eeuwige vuurpoel – dat is een concept dat we nergens in het Nieuwe Testament terugvinden.

Hades

Het derde woord dat wordt vertaald met ‘hel’ is het woord ‘Hades‘, wat ‘het rijk van de doden’ betekent. In de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, wordt Hades gebruikt als vertaling van het Hebreeuwse Sheol. Hades is een begrip dat oorspronkelijk afkomstig is uit de Griekse en Romeinse mythologie. Dat Nieuwtestamentische schrijvers het soms ook gebruiken, toont hoe diep geworteld het was in de context van die tijd.

Het gebruik van Hades in het Nieuwe Testament weerspiegelt de complexe realiteit van een oude mediterrane wereld, waarin ideeën en geloofsovertuigingen vaak werden gedeeld en een wisselwerking aangingen met verschillende culturen en religies. Maar in tegenstelling tot het christelijke concept van de hel, gold Hades niet als een plaats van eeuwige straf voor zondaars. Mensen dachten daarbij eerder aan een bestemming in het hiernamaals voor alle zielen, ongeacht hoe ze hadden geleefd of geloofd.

Tartares

Het vierde woord voor hel is ‘Tartares.’ We vinden dat slechts eenmaal terug in de hele Bijbel. Het wordt gebruikt om het soort rijk te beschrijven waar engelen naartoe werden gestuurd tot de dag des oordeels. Net als Hades is ook dit woord afkomstig uit de Griekse mythologie.

Net als de drie eerdere woorden die vertaald zijn met ‘hel’, verwijst dit woord al evenmin naar een plaats van eeuwige bewuste kwelling in het hiernamaals. Bij het bestuderen van de woorden voor ‘hel’ wordt vooral duidelijk dat we ze moeten begrijpen en interpreteren in de context van de tijd, de cultuur en religieuze overtuigingen van hun tijd.

Een eeuwigdurend vuur

Is er dan niets in het Nieuwe Testament dat duidt op een straf, kwelling of vuur? Toch wel – zij het in relatieve zin. Het woord ‘ion’ of ‘ionius’ verwijst in de Griekse grondteksten naar de lengte van een straf, de kwelling of het vuur. In de eerste eeuw, toen de Nieuwtestamentische geschriften werden geschreven, duidde dat echter niet op ‘eeuwig’. Ion verwees vooral naar een bepaalde tijd of periode, niet naar een duur van oneindigheid.

Foto door Trinity Kubassek op Pexels.com

Schapen en bokken

In MattheĂŒs 25 vertelt Jezus een gelijkenis waarin de schapen van de bokken worden gescheiden. Hij wijst daarmee op het belang van mededogen en zorg voor anderen. Met het Laatste Oordeel verzamelt Jezus de schapen aan zijn rechterhand. Zij gaan naar een bepaalde plaats. De bokken, aan zijn linkerhand verzameld, worden tot een andere plaats veroordeeld omdat ze Jezus niet hebben herkend in mensen in nood.

De meeste vertalingen spiegelen ons vervolgens voor dat de ‘bokken’ op die plaats een eeuwige straf zullen ondergaan. Het Griekse woord voor ‘eeuwig’ is echter ‘ionius’. En zoals we zagen, betekent ionius niet noodzakelijkerwijs ‘voor eeuwig en altijd’, maar kan het ook betrekking hebben op een bepaalde periode. Het Griekse woord voor ‘straf’ is ‘colossus’, maar dat kan eveneens ‘discipline’ of ‘rechtzetting’ betekenen.

Het woord ‘colossus’ werd door de oude Grieken vergeleken met het snoeien of bijwerken van een boom, zodat de boom kan bloeien. De term die in MattheĂŒs 25:46 vertaald wordt met eeuwige straf, ‘colossus ionius‘, kan dus ook verwijzen naar een periode van snoei of loutering die uiteindelijk zal resulteren in verbetering, herstel, groei en bloei.

Drie visies van de vroege kerk

Iets anders dat maakte dat Barone anders over de hel ging denken, was diepgaande studie van de kerkgeschiedenis. Daardoor ontdekte hij dat er drie verschillende visies zijn op het hiernamaals:

  • Universeel herstel. Deze visie houdt in dat uiteindelijk de gehele mensheid weer tot, en in God zal worden hersteld.
  • Annihilationisme of voorwaardelijke onsterfelijkheid. Deze visie houdt in dat zondaars na hun dood vernietigd worden en zullen ophouden te bestaan.
  • Eeuwige bewuste kwelling.

“Toen ik hiervan hoorde, was ik verbijsterd, want niemand had mij ooit verteld dat de kerk daarover drie verschillende visies heeft”, getuigt Barone. Hij wist niet beter of er was er slechts één – die van de hel als eeuwige straf voor zondaars en voor alle mensen die tijdens hun korte leven op aarde Jezus niet hebben aangenomen als hun Redder en Verlosser.

Universeel herstel

Dat is inderdaad wat veel christenen er vandaag onder verstaan. Toch was dat niet de algemene visie van de vroege kerk. In de eerste vijf eeuwen na Christus was de visie van de grote meerderheid van de vroege kerkvaders en theologen die van ‘universeel herstel’, in de zin van allesomvattend en volkomen herstel. Dat is wat zelfs de meest vooraanstaande, vroege kerkvaders en theologen geloofden en leerden. Onder hen bevinden zich Origines van AlexandriĂ«, Gregorius van Nissa, Clemens van AlexandriĂ«, Theodore van Tarsus, Theodorus van Mopsuestia en Evagrius van Pontus.

Het geloof in universeel herstel houdt in dat God uiteindelijk de hele mensheid zal tot terugvoeren tot Zichzelf, door Jezus Christus, die de gehele mensheid vertegenwoordigt en op mystieke wijze de gehele mensheid in zich heeft opgenomen (of ingesloten) in zijn dood, graf en opstanding, resulterend in het herstel van alle dingen.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Jodendom: teshuva en tikkun olam

Dat het jodendom niet aan proselitisme doet, is niet zo verwonderlijk als we beseffen dat ook het jodendom geen eeuwige hel leert. De nadruk ligt meer op de verantwoordelijkheid en de gevolgen van onze daden in dit leven. Veelvoorkomend is het geloof dat er na de dood een proces van reiniging en genezing plaatsvindt voor de ziel, net zoals dat onder de vroege kerkvaders gemeengoed was. Joden geloven dat God rechtvaardig is en dat er gerechtigheid zal zijn voor zondaars, maar de nadruk ligt meer op het concept van teshuva (berouw) en tikkun olam (het herstellen van de wereld) om spirituele vervulling te bereiken.

De uitvinding van de hel

Hoe is dan te verklaren dat bij christenen wel het idee ontstond van een plaats van eeuwige afscheiding en verdoemenis? Tertullianus was de eerste kerkvader die daarmee kwam. Maar de kerkvader die het concept van de ‘hel’ als plaats van eeuwige en bewuste kwelling verder uitwerkte en verfijnde, is Augustinus.

We kennen Augustinus vandaag als een van de meest invloedrijke theologen in de westerse kerkgeschiedenis. Weinig mensen weten echter dat Augustinus een theologische handicap had. Hij kon geen Grieks lezen. Augustinus groeide op in een Latijn sprekende omgeving in Algerije, wat maakte dat hij moeilijkheden ondervond bij de uitleg van Nieuw-Testamentische geschriften. Vermoedelijk bracht dat Augustus ertoe om het ‘Colossus Ionis’ in MattheĂŒs 25:46 te lezen als ‘eeuwige straf’, in plaats van als een periode van correctie en snoei die leidt tot verbetering en herstel van de ziel.

Daarmee introduceerde Augustinus een visie die in de vroege kerk van de eerste vijf eeuwen allerminst gangbaar was. Ook zelf gaf Augustinus toe dat er in zijn tijd heel wat mensen waren die niet geloofden in ‘eeuwige kwelling’. Niettemin wist hij die notie tot gemeengoed te maken. Augustinus’ nadruk op eeuwige straf bracht in de harten van de gelovigen een gevoel van beklemming en angst teweeg, iets dat een belangrijke rol speelde in het vormgeven van het gedrag en de moraal van individuen binnen de christelijke gemeenschap.

Sterk machtsinstrument

Terwijl de kerk zich ontwikkelde tot een gevestigd instituut, werd de dreiging van hel en verdoemenis een krachtig instrument van controle en gezag. Kerkleiders begonnen die existentiĂ«le angst te gebruiken als middel om invloed op de kerkgemeenschap uit te oefenen. Diezelfde angst werkte ook als afschrikmiddel voor mensen die vragen stelden over de leringen of doctrines van de kerk. Daarbij kwam nog dat mensen die afweken van de ‘rechte weg’ als ketters konden worden gebrandmerkt. Als er maar één ‘rechte weg’ bestaat, en als iedereen die die weg niet volgt of onderweg ergens struikelt, voor eeuwig in de brandende vuurpoel wordt geworpen, wie durft dan nog zelf zijn/haar eigen pad te zoeken? Toch is dat wat de apostel Paulus opdraagt:

Onderzoekt alle dingen en behoud het goede.

1 Tessalonicenzen 5:21

Stel je een kind voor dat zelf op onderzoek mag uitgaan. Althans, dat is wat haar ouders haar voorspiegelen. Maar als het meisje in haar onbevangenheid achter een vlinder aan dartelt en een kronkelend pad kiest, zijn haar ouders woedend. Wat is vrijheid dan? Niet meer dan een illusie.

Maar… God stuurt mensen niet naar de hel. Toch?

Een argument dat vaak wordt aangehaald, is dit: “God stuurt mensen niet naar de hel, maar mensen kiezen er zelf voor om naar de hel te gaan omdat ze Jezus afwijzen.”

Een vraag die dat oproept: is er wel sprake van bewuste afwijzing, of kiezen sommige mensen er gewoon voor om een ander pad te volgen? Je kunt immers met evenveel overtuiging als moslim geboren zijn, of als boeddhist of humanist het goede proberen te doen voor je medemensen. En dan nog: stel dat mensen inderdaad om welke reden dan ook niets met de kerk te maken willen hebben – kiezen ze er dan ook voor eeuwige kwelling en marteling?

Dan nog een tweede vraag. Als God liefde is, en die liefde naar een gelovig antwoord verlangt, waarom zou God dan een realiteit creëren waarin mensen die ervoor kiezen om die liefde niet te beantwoorden, een verschrikkelijke straf te wachten staat? Hoe kan de liefde werkelijk zichzelf zijn, als er niet een vrije keus bestaat?

Daarmee samen hangt onze derde vraag. Als God verlangt naar een innige relatie met ieder van ons, maar tegelijk een ultimatum stelt dat een ieder die Gods liefde afwijst, eeuwig naar de verdoemenis gaat, wat zegt dat dan over de aard van die relatie? Hoe kan God intiem omgaan met mensen die liefde veinzen, maar die vooral naar de kerk gaan en hun gebeden opzeggen uit angst voor straf? Zegt de Bijbel immers zelf niet:

Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.

1 Johannes 4:18

Geen ontsnapping mogelijk

Het begrip van de hel heeft vele generaties in de ban gehouden van angst. Het vooruitzicht van oplaaiende vlammen en eeuwige kwelling heeft kinderen uit de slaap gehouden, mensen doen zwijgen over kerkelijke misstanden, machthebbers in de kaart gespeeld. En ook vandaag zijn mensen soms nog bang om te sterven. Om hun laatste adem uit te blazen en zich over te geven in de handen van de Eeuwige. Want wie weet wat hen dan wacht… Ook voor mij als ziekenhuispastor is dat vreselijk om te zien.

God is liefde. We lezen het op vele plaatsen, onder meer in het Johannesevangelie. God is de Alpha en de Omega – het Begin en het Einde. Alomvattend, alwetend, de creatieve en drijvende kracht en levensadem achter al het bestaande. Als het inderdaad zo is dat God alle dingen weet en doorgrondt – zou God dan niet van tevoren weten dat miljarden zielen een gruwelijk einde zouden vinden in een plaats van eeuwige kwelling, waaruit geen ontsnappen mogelijk is?

Hoe zou een God die liefde is, zo’n realiteit kunnen scheppen?

En nog iets: hoe zouden de ‘ware’ gelovigen in de hemel volmaakt gelukkig kunnen zijn en God kunnen prijzen, in het besef dat hun dierbaren intussen in de hel de meest gruwelijke folteringen ondergaan?

Beeld van God als opofferende liefde

Het onderzoek van Barone maakt dat hij na vier jaar weer gerust kon slapen. Het begrip van de hel dat sinds Augustinus in de kerk ontstond, is niet terug te vinden in de Bijbel. En eigenlijk is dat zo vreemd niet. Wie een logische, rationele of ethische verklaring wil vinden voor het concept van de hel als plaats van eeuwige, bewuste kwelling, moet van goede huizen komen. En al evenmin vertoont het gelijkenis met de aard van God zoals die in en door Jezus wordt geopenbaard.

Het christendom leert ons dat Jezus naar de aarde kwam om ons het ware hart van God te tonen. Jezus weerspiegelt het volmaakte beeld van God dat bestaat uit opofferende liefde, eeuwige barmhartigheid, grenzeloze genade, rijkelijke vergeving en een gerechtigheid die herstel en genezing brengt. Mahatma Gandhi noemde het onderwijs van Jezus zelfs een praktische gids tot wereldvrede: keer op keer leidt Jezus ons weg van vergelding en wraak, in de richting van verzoening en herstel.

Het is dus niet zo vreemd dat in de tijd dicht bij Jezus – de eerste vijf eeuwen van de vroege kerk – de overgrote meerderheid van de kerkvaders en theologen geloofde in een God van heling en herstel. Niet in een wraaklustige God die er op uit is zondaars onbarmhartig en voor eeuwig en altijd te straffen, maar op een God wiens genade en liefde zich uitstrekken tot in het oneindige. Zelfs tot in het leven na dit leven. Een God die zich verheugt over de mensen die zijn liefde beantwoorden, maar die zich met evenzoveel liefde uitstrekt naar de zielen die – om welke reden dan ook – die liefde afwijzen.

Zoals we zagen, wordt het woord ‘colossus’ door de oude Grieken vergeleken met het snoeien van een boom, zodat de takken opnieuw kunnen bloeien. Evenzo verwijst de term ‘colossus ionius‘ in MattheĂŒs 25 naar een periode van snoei of loutering, waardoor opnieuw de mogelijkheid wordt geschapen voor herstel en bloei.

Stel dat dat het ultieme doel van alles teshuva is, of tikkun olam – heling en herstel van gebrokenheid, en van onze relatie met de Eeuwige. Soms dansend over een rechte weg, soms via omwegen of kronkelige paden, soms hebben we redding nodig uit de ranken van het onkruid dat ons heeft verstrikt, of uit de duistere poelen die ons verzwelgen en naar de bodem trekken, en waaruit geen terugkeer mogelijk lijkt.

Hoe vaak struikelen wij niet? Hoe bevrijdend is het om erop te mogen vertrouwen dat het God is die redt. God die er niet op uit is om ons te vernietigen, maar om uiteindelijk alle leven weer te doen terugkeren tot het hart van de Vader. Zelfs dat van de verloren zoons en dochters die koppig hun eigen weg zijn gegaan.

Zouden we onze Schepper dan in dat alles niet nog meer kunnen liefhebben, nog oneindig veel meer? Want juist daar waar we geroepen zijn om in alle vrijheid onze vrees af te leggen, ontstaat ruimte voor de Liefde. Mét hoofdletter L.

Foto door Michelle Leman op Pexels.com

Comments

2 responses to “Angst voor de hel – is dat nu echt nodig?”

  1. […] van “de waarheid”. Sommigen zien dat zelfs als een zaak van leven of dood, hemel of hel. Het is van belang te beseffen dat die sterke overtuigingen voortkomen uit een diepe emotionele […]

  2. […] door angst. Groepsdruk, machtsmisbruik en manipulatie, vrees voor een wraakzuchtige God, de angst voor de hel – het zijn maar al te vaak ontwrichtende ervaringen. Als dat herkenbaar is, kan het heilzaam […]

Geef een reactie

Ontdek meer van Geworteld Geloven

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder