Een hoop die sterker is dan de dood

Eeuwigheidszondag, een beetje te vergelijken met het katholieke Allerzielen, is een protestantse feestdag waarop in veel kerken overleden dierbaren worden herdacht. Een dag om eens stil te staan bij het Bijbelboek Job. Hoewel Job wordt geplaagd werd door tegenslagen, koestert hij een verwachting die groter is dan zijn tegenslagen. Die verwachting maakt dat hij zelfs in de zwartste nacht lichtpuntjes kan blijven zien.

Het verhaal van Job speelt zich af in een ver verleden, maar dat maakt het niet minder actueel. Ook vandaag leven we nog altijd in een wereld van gebrokenheid. Tegelijk legt onze wereld voortdurend de nadruk op jeugd, maakbaarheid en groei. Sommige mensen proberen aan die norm te voldoen door uit alle macht de gebrokenheid te bestrijden. Weer anderen schuiven de gedachte aan hun eigen kwetsbaarheid liefst zo ver mogelijk weg. Begrijpelijk misschien; vergankelijkheid heeft geen sexy imago. Toch is het belangrijk dat er ook voor zulke onderwerpen ruimte blijft om te worden besproken.

Bijna-doodervaring

Na een kerkdienst klampte een weduwe mij aan. “Mag ik je iets vragen?”, vroeg ze. “Natuurlijk”, antwoordde ik. Aarzelend vroeg ze: “Geloof je in leven na de dood, of doen jullie theologen daar vandaag niet meer aan?” Deze vrouw ging gebukt onder een groot verdriet. Enkele maanden daarvoor was ze haar echtgenoot verloren. En diep in haar hart voelde en wist ze dat het haar een enorme troost zou geven als ze kon geloven dat er leven is na de dood. Maar hoewel ze al bijna haar hele leven naar de kerk ging, had ze er zelden een dominee over horen preken. Ze bleef achter met die prangende vraag: “Is er leven na de dood?” Ergens in mijn preek moet er iets geweest zijn dat haar raakte; dat haar de moed gaf om de stoute schoenen aan te trekken en naar voren te stappen.

En of ik geloof in leven na de dood! Sterker nog, ik heb zelf in 2004 een bijna-doodervaring gehad. De vraag van deze weduwe was ook voor mij een kans om de stoute schoenen aan te trekken en haar mijn verhaal te vertellen. Ze reageerde opgetogen. “Mag ik je een knuffel geven?”, vroeg ze na afloop. Regelmatig ontmoet ik haar nog, en vaak refereert ze aan ons gesprek van toen. Dan benadrukt ze hoeveel het voor haar heeft betekend. Nu kan ze geloven dat haar man naar een veilige plek is gegaan, waar hij gelukkig is.

Taboe

De dood is een beetje een taboe geworden. Een onderwerp dat we misschien liever vermijden. Als iemand langer dan een paar weken rouwt, wordt de omgeving al snel ongeduldig. Alsof er een einddatum op rouw moet staan. Dat onbegrip zorgt ervoor dat veel mensen met een verlieservaring zich in de kou voelen staan. Toch is rouw een veelvoorkomend fenomeen. Er zijn oneindig veel dingen waarom je kunt rouwen – het verlies van een geliefde, functieverlies als je na een ongeluk iets niet meer kan, het afscheid van je oude leven wanneer je naar een rusthuis moet gaan. Maar hoewel rouw veel voorkomt, is het ook door onbekendheid omgeven. Rouw wordt soms ten onrechte gelabeld als depressie, en het verdriet wordt dan behandeld met medicijnen in plaats van met een schouder om op te leunen.

Vurig verlangen

Ook Job krijgt te maken met verlies. Het gelijknamige Bijbelboek verhaalt hoe in een reeks tragische gebeurtenissen al zijn zonen en dochters om het leven komen. Job wordt niet alleen ernstig ziek en verliest al zijn bezittingen, maar ook zijn kinderen.

Er zijn van die situaties waaraan het lijkt alsof een net van schaduwen je omsluit. Job richt zijn blik naar de hemel:

“Maar ik weet dat mijn redder leeft, en hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen. Al wordt mijn huid afgestroopt, toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen. Ik zal hem aanschouwen, ik zal hem met eigen ogen zien, ik ben het die hem zie, en niet een ander. Hoe verlang ik naar dat moment!”

Job 19:25-27

Hier zit de man die alles verloren heeft, en toch brandt in zijn hart een vurig verlangen. Wat verklaart dat verlangen? Het lijkt onlogisch, onrealistisch, utopisch. In Jobs leven is het immers zo donker geworden dat hij geen hand meer voor ogen ziet. Waar is de God op wie hij vertrouwt? Job ervaart veeleer volledige verlatenheid, een situatie die doet denken aan Jezus aan het kruis. 

Maar misschien is juist dat wel de verklaring van dat verlangen: dat Job de gebrokenheid van deze wereld aan den lijve ervaart. Voor even heeft het licht zich teruggetrokken uit zijn leven, en raakt hij overgeleverd aan de krachten van ziekte, verval en destructie. Dat doet Job voelen hoe hard de wereld teshuva nodig heeft: heling en herstel. Hoe kun je anders de duisternis verlichten dan met de brandende vlam van de hoop?

Verbrijzeld en gebroken

Gebrokenheid is in het ziekenhuis waar ik werk aan de orde van de dag. Soms zelfs letterlijk, zoals de vrouw die door een auto van het zebrapad gemaaid was. Deze vrouw was van top tot teen gebroken. Verbrijzeld. Ze lag erbij als een mummie, en tussen de windsels door kon je alleen nog haar betraande blauwe ogen zien.

Als we terugkijken op ons leven, herinneren we ons vast allemaal wel momenten van gebrokenheid. Misschien voelden we ons gebroken wegens fysieke uitputting, misschien was ons hart verbrijzeld door het verlies van een geliefde, of misschien ervaren we de broosheid en breekbaarheid die komt met de ouderdom, of is onze financiële situatie fragiel. Gebrokenheid kent talloze verschijningsvormen.

Job en de rechtvaardigheidsvraag

Een vraag die ik als pastor vaak te horen krijg, is: “Waar heb ik dit aan verdiend?” Of: “Waarom zijn het juist de goede mensen die moeten lijden?” Begrijpelijke vragen. En ze zijn van alle tijden, want Job zoekt daar ook een antwoord op. Hij worstelt met de schijnbare stilte van God te midden van zijn beproevingen.

Job worstelt trouwens ook met zijn vrienden. In tijden van nood leer je je ware vrienden kennen, zoals een bekend gezegde wil. Kijken we naar Jobs vrienden, dan wordt meteen duidelijk dat je met zulke vrienden geen vijanden meer nodig hebt. Zeker omdat Job zijn vrienden tot tweemaal toe moet smeken om zich over hem te ontfermen, en hem niet te achtervolgen. (Job 19:21-22a). Sterker nog, ze zeggen tegen elkaar: “Laten we achter hem aan gaan, de wortel van het kwaad uitroeien.” (19:28)

Een pastor adviseerde me eens om het boek Job links te laten liggen. Toen ik hem vroeg waarom, antwoordde hij dat het hele boek volstond met geklaag en zelfmedelijden. Job zag hij als een voorbeeld van hoe het niet moet. Woorden hebben kracht, en door constant zijn misère te belijden zou Job zijn eigen ellende over zich hebben afgeroepen.

Woorden hebben onmiskenbaar kracht. “Dood en leven zijn in de macht der tong,” waarschuwt Spreuken 18:21. Het is goed om je woorden met zorg en wijsheid te kiezen. Maar betekent dat ook dat er geen ruimte mag zijn om de gebrokenheid van het leven te benoemen? `

Job houdt zich niet aan zulke regels. Hij maakt van zijn hart geen moordkuil. Getergd en moegestreden schreeuwt hij zijn onschuld, verdriet en onbegrip uit. Dat lucht misschien op, maar het leidt niet tot meer empathie – integendeel. In plaats van hem te helpen of te steunen, bekogelen zijn vrienden hem met de schuldvraag. Hun redenering is: er moet iets zijn wat Job misdaan heeft om dit noodlot te verdienen. We zullen de onderste steen bovenhalen en zijn zonde(n) aan het licht brengen.

Jobs vrienden gedragen zich als volleerde vijanden. Misschien niet eens met de intentie om hem te kwetsen, maar ze lijken nogal overtuigd van hun idee van rechtvaardigheid: een realiteit waarin iedereen krijgt wat hij of zij verdient. Een wereld van karma, ‘eigen schuld, dikke bult’, ‘boontje komt om zijn loontje.’ Ze lijken aanzienlijk minder bereid om zélf beoefenaars van rechtvaardigheid te willen zijn.

God blijft Dezelfde

Het spanningsveld tussen Gods rechtvaardigheid en het lijden in de wereld: dat is de rode draad in het Bijbelboek Job. Uiteindelijk brengt dat hem tot een belangrijk inzicht: zelfs al valt de wereld in duizend scherven uiteen, God blijft Eén en Dezelfde. En zelfs al doen mensen elkaar nog zoveel lijden aan, God is rechtvaardig. Altijd en overal strekt onze Maker de handen naar ons uit.

De vraag is veeleer of we ons daarvan bewust zijn. Soms worden we zo in beslag genomen door onze zorgen, angsten en verdriet, dat we die uitgestoken hand niet opmerken. Dat God ver weg lijkt. Maar in welke situatie we ons ook bevinden, geen gedachte of overlegging van ons hart is onze Maker onbekend. En zelfs al lijkt ons dal nog zo diep en onze nacht zo lang, geen enkele situatie is zonder eind. Zelfs na de langste winter breekt er een lente aan; een dag waarop alle leven weer tot bloei komt.

Voordat Jezus de aardbodem verliet, beloofde hij dat hij ons niet als weduwen en wezen zou achterlaten. Hij zou ons de Trooster geven, de heilige Geest, om voor altijd bij ons te zijn en ons tot bloei te helpen brengen.

Niet in onwetendheid achtergelaten

In kerken kunnen we zo enorm bezig zijn met allerlei tijdelijke dingen die onze aandacht vragen, dat we soms vergeten dat de grotere werkelijkheid eeuwig is. Om te begrijpen waarom we ook weer doen wat we doen, is er meer nodig dan gebouwen, stoelen, een orgel en zangbundels. Wat we nodig hebben is perspectief.

Dat is waarom Paulus zegt: “Ik wil jullie niet in onwetendheid achterlaten.” Paulus vond het belangrijk dat we hoop zouden hebben voor het leven na dit leven. Die hoop beïnvloedt niet alleen hoe we omgaan met sterven, maar ook hoe we nu in het leven staan. Paulus neemt ons mee in een visioen. Achter de muren van deze aardse realiteit wacht een andere werkelijkheid. Een wereld die nu misschien nog een onvoorstelbare droom lijkt, maar waarvan we op een dag onderdeel zullen zijn.

Hij voegt eraan toe dat we niet verdrietig hoeven te zijn over onze geliefden die zijn heengegaan. Dat klinkt misschien makkelijker gezegd dan gedaan. Maar de tekst zegt niet dat we niet verdrietig mogen zijn. Rouw is de keerzijde van de liefde. Huilde ook Jezus niet toen hij Lazarus verloor? Het is volkomen normaal om verdrietig te zijn om het verlies van iemand die veel voor je heeft betekend. Maar Paulus wijst er ook op dat ons afscheid niet definitief is; er is iets beters dat wacht.

De opstanding van nieuw leven

De opstanding van de doden weerspiegelt nieuw leven. Zoals Jezus verrezen is, zo mogen ook wij geloven dat we na de dood zullen verrijzen, en dat we met hem zullen leven. Ons aardse leven mag dan een ademtocht zijn in de eeuwigheid – we mogen vertrouwen dat we tot in alle eeuwigheid worden gedragen door Gods liefde. Zoals ook Job mocht geloven dat hij zelfs onder de donkerste sterrenhemel niet alleen was.

Dit is de dag om onze geliefden te gedenken, de ‘mensen van voorbij’ die voor altijd deel blijven uitmaken van ons verhaal. Dit is de dag om hen te eren, hun herinnering te koesteren en te vertrouwen op de belofte dat de dood niet het einde is. Laten we elkaar de hand reiken, als reizigers in een immense eeuwigheid, wetende dat zelfs de diepste winter ooit plaatsmaakt voor een lente van nieuw leven.

May unfailing Love be our comfort 🕯️

Foto door cottonbro studio op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek voor Eeuwigheidszondag in de Verenigde Protestantse Kerk van Hasselt, 26 november 2023.


Comments

Geef een reactie

Ontdek meer van Geworteld Geloven

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder