Waarom laat God het toe?

Als God goed is, waarom gebeuren er dan zoveel slechte dingen in de wereld? Bij het zien van het nieuws kun je je zulke vragen gaan stellen. Terwijl voor Bill Gates of Steve Jobs de rode loper uitligt, sterven in Oekraïne onschuldige kinderen door de oorlog. In de tijd van David worstelde tempelmusicus Asaf ook met zulke vragen. In Psalm 73 schrijft hij:

“God is goed voor Israël, voor de mensen die hem trouw zijn. Toch was ik bijna bij Hem weggegaan. Bijna ging het mis met mij. Want ik was jaloers op slechte mensen. Steeds zag ik hoe gelukkig zij zijn.”

Gedesillusioneerd

Asaf geeft het eerlijk toe. Hij was gedesillusioneerd. Jarenlang deed hij hard zijn best om een goede levenswandel te leiden, maar elke dag opnieuw werd hij getroffen door ellende, terwijl het juist met egoïstische en hebzuchte mensen goed ging.

“Ze zijn nooit ziek, ze zien er altijd gezond uit. Ze hebben geen zorgen en pijn, en lijden niet, zoals andere mensen.”

Witte boorden

Waarom laat God het toe dat slechte mensen succes hebben? Dat thema komt ook naar voren in de profetie van Amos. De profeet richt zich tegen de mensen die naar de normen van deze wereld gemeten rijk zijn. De mensen voor wie elke dag een nieuwe kans is op succes; een mogelijkheid om nog meer winst te maken, de productie te verhogen, te outsourcen of te mikken op menselijk kapitaal. Wie komen er bij ons in gedachten als we aan die tekst denken? Ik denk dan aan de wereld van witte boorden en maatkostuums.

De dienaren van het fortuin lijken nobele mensen. Hun leven weerspiegelt de glans van het succes. Ze geven exorbitante feestjes en zeggen: “Het kan God niets schelen. Hoe zou God het weten? Hij ziet het niet!” Terwijl ze burgers opdragen hun ecologische voetafdruk te verminderen, vliegen ze in privéjets de wereld over. En als het armageddon losbreekt, hebben zij hun schuilkelders al klaar. Ze lijken zich niet te bekommeren om de daklozen die in de metrostations in Brussel een slaapplaats proberen te vinden, of om de 40 procent van de Vlaamse gezinnen die al niet meer rondkomt door de stijgende energiefactuur.

Foto door Yasin Gu00fcndogdu op Pexels.com

Sabbat

In de tijd van Amos en Asaf bestond die tegenstelling ook al. Asaf worstelt ermee. Waarom laat God het toe dat het goed gaat met mensen die slechte dingen doen? Is God dan niet rechtvaardig?  Mozes houdt het volk Israël in het Bijbelboek Deuteronomium de zegen en de vloek voor. Maar het lijkt wel alsof de zegen aan de kant is van de mensen die geen boodschap hebben aan Zijn geboden en gerechtigheid. Dat stemt Asaf boos en bitter. Alsof God zijn pogingen niet ziet om rechtvaardig te leven en Gods geboden (613 in totaal!) te onderhouden. Asaf voelt zich bitter en miskend.

De mensen die zich niets van God aantrekken, dragen smetteloze klederen, maar van binnen zijn ze trots en hooghartig. Asaf geeft een paar kenmerken: ze ogen zorgeloos, alles gaat hen voor de wind, ze scheppen op, en bereiken wat ze willen, desnoods met geweld. En Amos schrijft over deze witte boordjes in de tijd van Israël: ze zijn de sabbat en de nieuwe maan moe. “Wanneer zal die nutteloze rusttijd overgaan?”, vragen ze zich af.

Maar de sabbat is juist het hoogtepunt van de week! Ingesteld om de vruchten te plukken van het werk dat je gedaan hebt. Om je lichaam rust te geven, tijd te besteden aan je dierbaren en de Allerhoogste te bedanken voor al het goede dat Hij gedaan en gegeven heeft.

Maar nee, voor de mensen die op winst jagen, is de rustdag niet heilig. Zij komen pas op weekdagen tot leven. In de tempel van God voelen ze zich als een vis op het droge. Onrustig. En daar gaan hun gedachten uit naar alles dat nog moet gebeuren. Zakendoen, winst maken, werknemers aandrijven.

Foto door cottonbro op Pexels.com

God of de mammon?

Amos en Asaf komen met twee polariserende teksten aanzetten. Een onderscheid tussen goede en slechte mensen. En tegelijk tussen arm en rijk, tussen onderdrukte en machtige. Dat is ongemakkelijk. Ligt het niet wat genuanceerder? Moet je per se in een tiny house wonen om een goed mens te zijn, kan dat niet ook een villa? En laten we eerlijk zijn: zijn er in sociale woonwijken niet ook vreselijke types te vinden?

Jezus werpt licht op die tegenstelling:

“Geen enkele knecht kan twee heren dienen, hij zal de ene haten en de andere liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen en de mammon.”

Lucas 16:13

Mammon betekent in het Hebreeuws: geld, eigendom, winst of rijkdom. Oorspronkelijk had het een neutrale betekenis, maar in latere joodse bronnen wordt die betekenis steeds negatiever. In de Bijbel komt het viermaal voor, steeds in de woorden van Jezus:

  •  In Mattheüs 6:24 en Lucas 16:13 lijkt Jezus mammon te zien als een kwade kracht waar je slaaf van kunt worden, of zelfs als een god die je kunt dienen.
  • In Lucas 16:9-11 gaat het over de valse mammon. De mammon wordt ‘vals’ genoemd, omdat bezit en geld vaak op een onrechtvaardige manier verkregen worden. Maar Jezus moedigt zijn leerlingen aan om geld juist te gebruiken om anderen lief te hebben, en op die manier God te dienen.

Niet het geld, maar de geldzucht is de wortel van alle kwaad.

Dat is een belangrijke nuance, die we niet vaak genoeg kunnen onderstrepen. Niet het geld, maar de geldzucht is de wortel van alle kwaad. Dat is ook wat Jezus met Zijn gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester beklemtoont. Het is niet verkeerd om te ondernemen, winst te maken, handel te drijven. Zelfs niet om daarin slim te werk te gaan. Wij zijn allemaal onderdeel van het economische systeem waarin we leven; we draaien erin mee en halen er ons brood uit. Om een goed leven te kunnen leiden, is het niet nodig om zoals David Thoreau in Walden in een hutje in de wildernis te gaan wonen.

Jezus daagt ons zelfs een beetje uit: we mogen vrienden maken met behulp van de onrechtvaardige mammon. Alleen we moeten ervoor waken dat we die mammon gaan dienen. Geld mag niet het hoogste doel van ons leven worden.

Foto door Kuncheek op Pexels.com

Met twee maten meten

De kernvraag van deze boodschap is: waar ligt je hart? De Israëlieten waarover Amos en Asaf spreken, hebben de schijn van vroomheid, maar hun levenswandel verraadt hun hartsgesteldheid. Ze bedriegen de mensen met wie ze handeldrijven. Ze geven te weinig koren voor hun geld, of ze manipuleren de weegschaal. Daaruit blijkt een zelfzucht die contrasteert met Gods barmhartigheid en rechtvaardigheid. Maten met twee meten is God een gruwel, de Bijbel benadrukt dat meermaals.[1]  

Het is duidelijk dat de ene zonde de andere uitlokt. Asaf verwoordt het als volgt: “Slechte mensen zijn trots. Ze voelen zich sterker dan anderen. Onrecht vinden ze heel gewoon. Ze hebben het veel te goed en vinden zichzelf geweldig.”

Niet iedereen kan president van Amerika worden.

Trots staat altruïsme en compassie in de weg. Trotse mensen voelen zich niet verantwoordelijk voor de ander, want ze denken dat ze hun succes aan zichzelf hebben verdiend. En dat de ander, als hij maar genoeg zijn best had gedaan, ook zo had kunnen leven. Een kapitale misvatting. Niet iedereen heeft dezelfde startpositie in het leven. Niet iedereen kan president van Amerika worden. Daar waar we neerkijken op anderen, prevaleert het oordeel en ontbreekt de empathie.

Een Amerikaans spreekwoord zegt: “Don’t judge a man until you have walked a mile in his shoes.” Oordeel niet over iemand totdat je een mijl in zijn schoenen hebt gewandeld.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Opgeslokt

De rijke Israëlieten tegen wie Amos zich richt, benadelen niet alleen de armen en kijken op hen neer. Zij slokken de behoeftige op ( שָׁאַף ) Zoals hedendaagse postbedrijven die hun bezorgers 60 cent per pakketje betalen en hen lange werkweken laten draaien, of energiebedrijven die grote winsten maken over de ruggen van gezinnen en kleine bedrijven die van hen afhankelijk zijn. Opslokken betekent dat je compleet wordt ingelijfd door de uitbuitende structuren van deze wereld. De opgeslokten hebben geen stem, geen beslissingsmacht, geen zeggenschap. Hun levensadem wordt hen afgesneden.

De onrechtvaardigen slokken de behoeftige op, maar uiteindelijk ook zichzelf. Hun hart raakt verduisterd. En daarmee nemen de maatschappelijke ongelijkheid en ongerechtigheid in de wereld toe. Dat is waarom Jezus zo waarschuwt tegen het dienen van de mammon. Laatst las ik het boek “Uitgebuit” van Emiel Woutersen over wantoestanden binnen de Nederlandse arbeidsmarkt. Als je dat zo leest, ga je Asaf vanzelf begrijpen. Hoe eerlijk is deze wereld? Waar is God met Zijn gerechtigheid?

Maar Asaf blijft niet steken in zijn vertwijfeling. Aan het einde van de psalm slaat zijn toon om. “Toen ik er boos en bitter over was, dat het zo goed met hen gaat,  was ik een grote dwaas. Ik was als een dier zonder verstand”, schrijft hij.

God is rechtvaardig

Hé, denk je nu waarschijnlijk, wat is er met Asaf gebeurd? In dat proces neemt hij ons gelukkig ook mee. Asaf is Gods heiligdom binnengegaan. Hij heeft tijd met God doorgebracht, en is zo tot het inzicht gekomen dat rechtvaardigheid zal zegevieren. En dat de slechte daden die mensen verrichten, uiteindelijk op henzelf neerkomen. Geen onrecht blijft onopgemerkt, geen gejammer en geschreeuw ongehoord. God hoort de stem van de arme.[2]

Wat Asaf ontdekt heeft is dit: zelfs al is de wereld nog zo onrechtvaardig en doen mensen nog zulke slechte dingen, God is rechtvaardig. Het is door mensen dat Hij een rechtvaardige samenleving wil bewerkstelligen. Wij zijn Zijn handen en voeten op aarde! Wij mensen zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, rechtvaardigheid is ook onze roeping. Maar sommige mensen weigeren aan die roeping gehoor te geven. De staat waarin deze wereld verkeert, is daarmee niet zozeer een afspiegeling van Gods gerechtigheid, maar veeleer van de collectieve hartsgesteldheid van bijna 8 miljard mensen.

Wat een verbolgenheid lezen we daarover in de profetie van Amos! Alsof God de optelsom van het verdriet en de pijn van de opgeslokten voelt, doet Hij zijn gerechtigheid oprijzen als een rivier, als de vloed van Noach, die de hele wereld overstroomde, als de Rode Zee waardoor Farao en de Egyptenaren werden verzwolgen.

Asaf komt uiteindelijk tot een verhelderende conclusie. Het grootste succes dat je in je leven kunt bereiken, zijn niet rijkdom, macht of status. Nee, het is het voorrecht om altijd dichtbij God te mogen leven. “Wie heb ik in de hemel behalve U? Ook op aarde verlang ik niets anders dan U. Zelfs als ik zou sterven, bent U alles voor mij. U bent de rots onder mijn voeten. Voor eeuwig bent U alles voor mij”, besluit hij. En dat is ook waartoe Jezus ons vandaag inspireert. Niemand kan twee heren dienen. Er kan er immers maar Eén de Goede Herder zijn. Amen.

Foto door Binti Malu op Pexels.com

[1] Leviticus 19:35-36, Spreuken 20:23, Deuteronomium 25:13, Mattheüs 7:2

[2] Exodus 22:21-24

Dit is de tekst van de preek van 18 september in Protestantse Kerk William Tyndale -Silo in Vilvoorde.

Eeuwige rijkdom

De afgelopen week reisde paus Franciscus naar Canada, waar hij namens de katholieke kerk zijn excuses aanbood aan de inheemse gemeenschap. Tijdens een emotionele ceremonie werden 4.000 kinderen geëerd die de internaten niet overleefden. Instituten die deze inheemse kinderen hadden moeten heropvoeden tot “nette Canadese burgers”. Maar die hen beroofden van hun cultuur, hun familie, hun identiteit en soms zelfs hun leven.

De wereld blijft achter met een pijnlijke vraag. Hoe kon geestelijk, lichamelijk en soms ook seksueel misbruik daar op zo’n grote schaal plaatsvinden? Hoe is het mogelijk dat mensen zich massaal te buiten gaan aan ontmenselijking van de ander? En bovenal… in naam van God?

Het antwoord is…. macht.

De kostscholen in Canada waren een groots opgezet regeringsbeleid, waarbij de katholieke kerk 60 procent van de internaten in handen had. Goed leiderschap is nodig in een samenleving. Maar als macht een systeem wordt waarbinnen mensen hun kritisch denken uitschakelen en er geen hogere moraal prevaleert, dan kan er van alles misgaan.

Seksschandalen

Niet alleen in ons vermogen tot volgen, maar ook in ons vermogen tot leiden schuilt een gevaar. We geloven graag in leiders die met frisse idealen de politiek, de kerk of een bedrijf binnenstappen en die ook jaren later nog altijd verrassend “gewoon” zijn gebleven. Veel leiders beginnen inderdaad zo. Maar als je eenmaal in een bepaald systeem zit, kan het soms knap lastig zijn om moreel zuiver te blijven.

“Macht is het ultieme afrodisiacum”, zei de nationale veiligheidsadviseur van Richard Nixon en Henry Ford. Dankzij de hashtag #metoo gingen de misstappen van veel machtige mannen viraal. Toch gaan ook vrouwen niet vrijuit. Naarmate zij vaker machtige posities bekleden, scoren ook de leading ladies vaker met wangedrag de krantenkoppen. Bij het misbruik van de inheemse bevolking van Canada waren ook vrouwen betrokken.

Foto door Anete Lusina op Pexels.com

Zeven hoofdzonden

De Nederlandse psycholoog Jaap van Ginneken schreef het boek “Verleidingen aan de top”. Daarin stelt hij dat mensen met macht een bovenmatige neiging hebben om te ontsporen. Ik citeer:

“De werkelijkheid is dat hun psychologie ingrijpende veranderingen ondergaat naarmate ze dichter bij de top van de sociale piramide komen en daar langer blijven.

Ze omringen zich met ja-zeggers en proberen kwaadsprekers op een zijspoor te rangeren.

Ze beginnen te geloven in hun eigen bijzondere kwaliteiten en voorbestemming, en weigeren in te zien dat ze geleidelijk steeds meer toegeven aan de zeven verleidingen of hoofdzonden.”

Jaap van Ginneken

Hij noemt de Zeven Hoofdzonden. Dat brengt ons bij het christendom. De Zeven Hoofdzonden, in de zesde eeuw opgesteld door paus Gregorius I, zijn gebaseerd op de Bijbelse moraal. Ze zijn het tegenovergestelde van de zeven kardinale deugden. In onderstaand rijtje vermelden we ze alle zeven. Telkens eerst de zonde, dan de deugd.

  • Lust – kuisheid
  • Gulzigheid – matigheid
  • Hebzucht – liefdadigheid
  • Gemakzucht – tucht
  • Gramschap – verdraagzaamheid
  • Afgunst – tevredenheid
  • Trots – bescheidenheid

In het Bijbelboek Prediker blikt koning Salomo terug op zijn gloriejaren als heerser, waarin hij het leven leidde waar velen van dromen. “Ik heb mezelf ondergedompeld in de vrolijkheid van de wijn”, geeft hij toe. En hij ondernam megalomane projecten; bouwde wat hij maar bedenken kon. Hij kocht slaven en slavinnen en liet ook hun kinderen als slaaf voor hem werken. En Salomo voegt eraan toe: “Ik heb goud en zilver opgestapeld en in de rijkdom gedeeld van koningen en landen, ik heb zangers en zangeressen aangesteld en het genot geproefd van vele, vele vrouwen”.

Geld, seks en macht

De “magische driehoek” van geld, seks en macht is verleidelijk. Misschien moet dat ons ook niet verbazen. Wie genoeg geld heeft, hoeft zich niet elke dag voort te slepen naar een baas die hij niet graag ziet, maar kan zelf orders uitdelen. Wie aandacht krijgt van vele potentiële liefdespartners, voelt zich jong, begeerlijk en zelfs onsterfelijk. En wie genoeg macht bezit, kan in een vingerknip de juiste mensen mobiliseren en dingen voor elkaar krijgen.

Een van de grootste drijfveren van de mens, meende de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche, is de Wille zur Macht. Het machtsverlangen. Niets anders dan een natuurlijk overlevingsmechanisme, meende Nietzsche. Als je dat op zijn beloop laat, zullen de sterken overleven en de zwakken uiteindelijk het onderspit delven. Dat Darwinistische wereldbeeld tekent ook de beruchte uitspraak van Marianne Zwagerman aan het begin van de coronacrisis. Ze noemde ouderen “dor hout” dat als eerste gekapt wordt. De survival of the fittest kent geen genade.

“Slavenmoraal”

De Bijbel is in dat opzicht een beetje een vreemd boek. Want in het Mattheüsevangelie roept Jezus op om naakten te kleden, de hongerigen te voeden, de zieken te verzorgen, de gevangenen op te zoeken. En de apostel Paulus leert door zijn lijden heen dat kracht zich pas ten volle openbaart in zwakheid. “Pas als ik zwak ben, ben ik sterk”, concludeert hij (2 Corinthiërs 12:9-10). Kortom: in plaats van het sterke te laten winnen, roept de Bijbel op om het zwakke te versterken.

Nietzsche had daar maar weinig mee. Hij noemde dat een “slavenmoraal”, je reinste anti-moraal. En ook vandaag zijn er veel mensen die godsdienst zien als een systeem van regeltjes en wetjes van een kosmische heerser die de mens zijn pleziertjes niet gunt. Maar is dat wel zo? Zou God er echt op uit zijn om ons onze levensvreugde te ontnemen?

Machtssysteem

Eerst even een spannende vraag. Waarom werden in naam van het christendom kinderen ontheemd, bij hun ouders weggeplukt, mensen tot slaaf gemaakt en kruistochten gevoerd?

Het antwoord is even eenvoudig als ontnuchterend.

In plaats van een boodschap van Liefde te zijn, was de leer van Mozes en Christus verknoopt geraakt met een menselijk machtssysteem.

Van Ginneken zei het al: daar waar godsdienst of een ideologie worden herleid tot een machtssysteem, gebeurt er iets met mensen.

Onderzoek naar de rol van Adolf Eichmann tijdens de Tweede Wereldoorlog bewijst dat je helemaal geen onmens hoeft te zijn om onmenselijke daden te begaan. Onderzoekers hadden gehoopt in hem het ultieme kwaad te zien, maar Eichman bleek een brave huisvader die bovenal gewoon zijn werk deed. Het ultieme kwaad schuilde in een groter systeem; een systeem waarin Eichman niet meer dan een radartje was geweest. Waarden werden niet langer bevraagd; de macht was een doel op zich geworden. “Aan de vruchten zul je de boom herkennen”, waarschuwt Jezus.

Tien geboden

We worstelen wat af met die Wille zur Macht. Onze Maker wéét dat. Hij kent ons door en door, Hij weet hoe wij zijn. En juist daarom gaf Hij ons een krachtig richtsnoer mee in de vorm van de Tien Geboden, hier in rijmvorm geschreven:

Bovenal bemin één God.

Zweer niet ijdel, vloek noch spot.

Heilig steeds de dag des Heren.

Vader, moeder zult gij eren.

Dood niet, geef geen ergernis.

Doe nooit wat onkuisheid is.

Vlucht het stelen en bedriegen,

ook de achterklap en ’t liegen.

Wees steeds kuis in uw gemoed

En begeer nooit iemands goed.

Tien Geboden

Salomo verkeerde jarenlang in het centrum van de macht. Hij zou zich op de borst kunnen slaan, want overal waar hij kijkt, herinneren parken, huizen en kastelen aan zijn heerschappij. En toch: als hij achteraf ergens prat op gaat, dan is dat op het feit dat hij ondanks alles zijn wijsheid niet is verloren. Die doet hem nu inzien dat “het allemaal maar lucht en najagen van wind was. Het had geen enkel nut onder de zon”.

Foto door Amit Thakral op Pexels.com

Hoed je voor de hebzucht

Hoeveel mensen denken vandaag niet dat macht en rijkdom hen gelukkig zullen maken? Reclames spelen daar handig op in door ons voor te spiegelen dat we overal recht op hebben. De keerzijde is dat veel mensen vandaag kampen met gevoelens van minderwaardigheid. Nu de energieprijzen stijgen, blijft luxe voor steeds meer mensen onbereikbaar. Alleen al in Nederland heeft 45 procent van de huishoudens vandaag moeite om rond te komen. Hoe maakbaar is ons leven?

“Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht,” waarschuwt Jezus zijn volgelingen (Lucas 12:13-21), “want ook al heeft een mens nog zoveel, zijn leven bezit hij niet”. En hij vertelt een gelijkenis over een rijk man met een luxeprobleem: onvoldoende ruimte om zijn voorraden op te slaan. De man breidt zijn onroerend goed uit zodat hij zijn kapitaal erin onder kan brengen. Dan zegt hij tegen zichzelf: “Je hebt vele goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet drink en vermaak je.” De man waant zich volkomen veilig in zijn eigen imperium.

Maar dan zegt God:

“Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen? Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet voor God.”

Lucas 12:21-22

Is het slecht om rijk of machtig te zijn? Niet per se. Rijkdom maakt het leven makkelijker en zorgt dat je meer kunt geven. Macht opent deuren, waardoor je in deze wereld ook een positieve invloed kunt ontketenen. Dingen om dankbaar voor te zijn. God vraagt ons niet om als kluizenaars te leven, we mogen genieten van het goede dat God geeft.

Maar de Bijbel roept ons ook op te beseffen dat aardse schatten relatief zijn. We zijn zonder iets in het leven gekomen, en kunnen er ook niets uit meenemen. Geld is onderhevig aan inflatie; aardse schatten vergaan. Macht kent vele valstrikken, en zelfs het meest zinderende liefdesleven kan uitmonden in een eenzame oude dag. Dat alles brengt koning Salomo tot de conclusie: “Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer” (Spreuken 1:7; 9:10-12).

Elke dag rijker

Zijn leven mag jou en mij vandaag ook inspireren. Wat is er kostbaarder dan te investeren in de dingen van eeuwigheidswaarde? “De wijsheid zal je beschermen, door haar lief te hebben, zal zij je bewaren”, belooft Salomo. En die wijsheid begint… bij het kennen van onze Schepper, die hemel en aarde gemaakt heeft!

Laat het onze grootste vreugde zijn tijd door te brengen in eerbied voor de Eeuwige, ons te verdiepen in Zijn geboden en de diepste waarden van Gods hart te leren kennen. Wie zo leeft, wordt beschermd tegen vele valstrikken. Zo iemand wordt van binnen elke dag rijker.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek op 31 juli 2022 in de Protestantse Gemeente Hoek (Zeeuws-Vlaanderen). De kerkdienst is ook online te bekijken.

Wijs en waardevol investeren

De ene brooddoos is de andere niet. Dat blijkt uit een fotoreportage van Lieve Blanquaert onlangs in De Morgen. Ze bezocht drie Gentse scholen en vroeg leerlingen hun brooddozen te openen. Zo ontstond een bonte verzameling foto’s. Sommige brooddozen zijn gevuld met verse broodjes van de bakker, omzoomd met druiven of komkommer. Andere bevatten slechts wat verkruimelde koekjes. “Soms is de koelkast thuis een beetje leeg”, bekent de 12-jarige Adinda.

Een foto toont de brooddoos van de 13-jarige Sarah. Zij moet haar schooldag zien door te komen met wat paprikachips. “Wij hebben niet veel eten thuis”, zegt Sarah. “Ik voel ook geen honger. Wanneer ik opsta, eet ik niets. Soms drink ik een glas water. De eerste hap eet ik ’s middags. Dan krijg ik een boterham van een vriendin. Ik weet dat het ongezond is om niets te eten, maar ik heb nooit honger en het is sterker dan mezelf. Ik wil ook graag heel mager blijven. Er is wel altijd voedsel tekort. Soms eet ik een appel of een komkommer.”

Foto door Katerina Holmes op Pexels.com

Contrast

Mager blijven, dat is Sarahs ideaal. Waarom zou dat zijn? Grote kans dat het haar niet om een schoonheidsideaal te doen is, maar dat Sarah haar ouders niet tot last wil zijn. Door letterlijk zo min mogelijk ruimte in te nemen, vraagt zij niets van hen wat ze niet kunnen betalen. Welke impact zal dat hebben op de rest van haar leven? De 13-jarige Sarah is een van de vele tragische voorbeelden van hoe armoede je leven kan tekenen.

Het contrast met de leefwereld van de superrijken kan nauwelijks groter zijn. Onlangs werd bekend dat 1.200 Belgen verdachte fiscale constructies hebben in belastingparadijzen, de zogenaamde Pandora Papers. Maar er is niets nieuws onder de zon, want al in 2015 kwamen de Panama Papers boven water. Video-opnamen van de gevangen Russische oppositieleider Aleksej Navalny tonen de exorbitante rijkdom van onder andere oud-president Demitri Mededev. Villa’s, ondergrondse ijshockeystadions, wijngaarden, wagenparken. In zo’n wereld lijken lege brooddozen eindeloos ver weg.

Zelfverrijking

Jezelf verrijken ten koste van de ander, het is een thema dat de menselijke geschiedenis doortrekt. Welke eeuw we ook onder de loep nemen, altijd stuiten we wel op voorbeelden van schandalen, zwendel of uitbuiting. Zelfverrijking is blijkbaar een neiging die diep in de mens geworteld zit. Een overlevingsdrang van the survival of the fittest. Achter de menselijke hebzucht schuilt het idee van schaarste: er is niet genoeg voor iedereen, dus als ik pak wat ik pakken kan, dan ben ik in ieder geval verzekerd van een goed bestaan.

Maar wat zegt de Bijbel daarover? Is ons economische model ook God’s Economy? In het Bijbelboek Deuteronomium bepleit Mozes een kijk op zaken die misschien zal verbazen.

Sabbatsjaar

Denk je eens in: je gaat naar de bank, want je hebt het huis van je dromen gezien en je wilt weten of je dat kunt betalen. Een financieel adviseur ontvangt je, slaat aan het rekenen en zegt: “Je hebt 270.000 euro aan hypotheek nodig en over een looptijd van 20 jaar betaal je 1,25 procent rente”. Dat is de normale gang van zaken, nietwaar? Tenzij Mozes je financieel adviseur is.

Want dit is wat Mozes tegen de Israëlieten zegt: “Elke zeven jaar moeten jullie degenen die bij je in het krijt staan, al hun schulden kwijtschelden”. Wat houdt dat concreet in? Het betekent dat als je bij de bank 270.000 euro leent en zes jaar lang keurig je maandelijkse termijnen hebt voldaan, je daarna plots een telefoontje krijgt. “Meneer of mevrouw, wij hebben goed nieuws voor u. Dank u voor de afbetaling, u hebt genoeg betaald. De rest van de hypotheek mag u vergeten; het huis is vanaf nu voor u.”

Foto door Thirdman op Pexels.com

Dat is een nogal onalledaagse manier van bankieren. Toch brengt Mozes dat als een cruciaal spiritueel principe achter de manier waarop de Israëlieten hun economie vormgeven. Het getal zeven staat in de Bijbel symbool voor de volheid, zeven jaar is de cyclus van het sabbatsjaar. Mozes belooft dat als het volk zes jaar werkt en winst maakt, en het zevende jaar alles aan de Eeuwige overdraagt, het door God Zelf gezegend zal worden.

“U zult over vele volken leningen verstrekken, maar zelf hoeft u niet te lenen. U zult over veel volken macht uitoefenen, maar zij niet over u.”

Deuteronomium 15, 6

Slaaf

Opmerkelijk is dat de wortel van het Hebreeuwse woord dat hier voor “lenen” wordt gebruikt, nauw verbonden is met de term “slaaf”. En dat is ook waar de wijze koning Salomo voor waarschuwt:

“Een rijke heeft macht over armen; wie leent, is een slaaf van wie uitleent.”

Spreuken 22, 7

Voor veel mensen is dat bittere realiteit. Juist op momenten dat het leven niet loopt zoals je had gepland, kan een lening aantrekkelijk lijken. Je koopt die wasmachine op afbetaling, en voor een klein bedrag per maand extra kun je er nog een tv bij nemen. Een nieuwe wereld opent zich en plotseling lijken de mogelijkheden eindeloos. Maar dan komen de facturen, en voor je het weet ben je zeven jaar later nog altijd spullen aan het afbetalen die inmiddels versleten zijn.

Foto door Tima Miroshnichenko op Pexels.com

Loonbeslag

Mijn vader werkte op de salarisadministratie van een grote verfproducent, zijn broer – mijn oom – was deurwaarder. Terwijl de één loonbeslagen moest uitvoeren, haalde de ander op gerechtelijk bevel huizen leeg. Beide zagen de mens in zijn grootste financiële kwetsbaarheid. En wat opviel: de grootste problemen deden zich meestal niet voor in sociale huurwoningen.

Opvallend vaak waren het de mensen met een luxe levensstijl. Zij leken alles te hebben: een dure auto, een mooi huis, driemaal per jaar een luxe vakantie. Voor de ogen van de wereld leken deze mensen rijk en succesvol. Maar vorderde de bank zijn geld terug, dan stortte hun leven als een kaartenhuis in elkaar. De levensstijl van deze mensen was niet gebouwd op wat zij hadden, maar op wat zij zo graag wilden zijn.

De buitenwereld zag de luxe, maar niet hoe deze mensen ’s nachts wakker lagen, zich afvragend hoe zij met het ene gat het andere konden dichten. Tot er onherroepelijk een moment kwam dat het niet meer lukte. Dan kwam de bank met een grote naald en prikte de zeepbel door. Wie ben je dan nog? Wat blijft er over als alles waarop je je identiteit had gebouwd, als zand onder je wegglijdt?

“Wie leent, is de slaaf van wie uitleent”, waarschuwt koning Salomo. Dat is nu precies waarom die algemene kwijtschelding zo belangrijk is; dat systeem voorkomt dat binnen het volk Israël de één teveel macht krijgt over het leven van de ander. Mozes voegt daar nog aan toe dat je niet berekenend mag denken: “het jaar van de kwijtschelding komt eraan”, en dan zes jaar lang alles voor jezelf mag houden. Als de Israëlieten een arme tegenkomen, moeten ze diep in de buidel tasten en alles geven wat die arme nodig heeft.

Foto door Jimmy Chan op Pexels.com

Jezus’ visie op economie

In het Marcusevangelie komt ook Jezus met een visie op economie. Maar terwijl we Jezus in het christendom meestal associëren met verlossing van de strikte wetten van Mozes, hanteert Hij hier regels die nog veel strenger zijn….

Een man komt bij Jezus en vraagt: “Goede meester, wat kan ik doen om het eeuwig leven te beërven?” Jezus begint de geboden op te sommen. Hij zegt: “Je kent de geboden: niet doden, niet echtbreken, niet stelen, niet vals getuigen, niemand tekort doen, je vader en moeder eren”, waarop de man antwoordt dat hij die vanaf zijn jeugd heeft onderhouden. Maar dan kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:

“Een ding ontbreekt je: verkoop alles wat je bezit en geef het aan de armen, en daarmee zul je een schat bezitten in de hemel. Kom dan terug en volg mij.”

Marcus 10, 17-30

Waar de Israëlieten in Deuteronomium konden volstaan met een “algemene kwijtschelding”, vraagt Jezus hier plotseling alles. Geen 1/7 deel, maar de volle 100 procent. Niks geen genade zou je zeggen, de prijs is alleen maar hoger geworden.

Vergankelijke dingen

Hoe kan dat nu? Willen we dat begrijpen, dan moeten we dieper stilstaan bij de man om wie het gaat. Deze man is opgegroeid met de Mozaïsche wet en hij houdt zich braaf aan allerlei regeltjes. Maar Jezus kijkt dieper en ziet hoe het met zijn hart gesteld is. Het leven van deze man is niet geworteld in Gods Liefde, maar gebouwd op materie, op status, rijkdom en succes. Op vergankelijke dingen. Zijn identiteit is er zelfs zodanig mee verweven, dat hij ten diepste hoopt dat Jezus juist dat niet van hem zal vragen. Want dat is niet de prijs die hij wenst te betalen.

Je rijkdom zal je uiteindelijk niet redden, dat is wat Jezus hier duidelijk maakt. Veel mensen geloven dat de werkelijkheid louter uit materie bestaat. Als dat zo is, en als ons leven op aarde louter toeval is en geen hoger doel dient, lijkt het logisch om zoveel mogelijk materie te vergaren. Om rijkdommen te verzamelen en te genieten zolang je leeft. Dat is ook wat de superrijken in de Pandorapapers doen. Maar zelfs als je bankrekening volloopt, kan je hart pijnlijk leeg blijven.

Foto door Redrecords u00a9ufe0f op Pexels.com

Kies voor wat blijft

Door de eeuwen heen klinkt dezelfde waarschuwing: menslief, waarom steek je al je energie toch zo graag in het vergaren van rijkdom en bezit, dingen die uiteindelijk verloren gaan en die je niet kunt meenemen, terwijl je ook kunt investeren in het koninkrijk van God? In de ontwikkeling van je ziel, in het groeien in liefde en in gerechtigheid? Die dingen neem je mee en zullen voor eeuwig blijven.

In een wereld van Pandora- en Panamapapers dagen Mozes en Jezus ons uit tot een ander economisch bewustzijn. Om onszelf niet weerspiegeld te zien in de glanzende billboards van de commercie, maar daar op dat plein in de stad, waar de bedelaar zit. En in die school in Gent, waar dat meisje met schaamte haar lege brooddoos opent.

Laten wij juist in zulke situaties het verschil maken. Want door de bedelaar wat geld en onze glimlach te schenken, verlichten wij niet alleen zijn last maar ook onze eigen ziel. En door de brooddoos te vullen van een hongerig kind, voeden wij tevens ons eigen hart. Want zoals de joodse filosoof Emmanuel Levinas benadrukt: wij zijn allemaal verbonden. Het is in het aangezicht van de ander, dat wij telkens opnieuw onszelf zien.

Verlang jij ook naar een eeuwig rendement? Tel je zegeningen, en investeer in wat werkelijk wijs en waardevast is!

Foto door fauxels op Pexels.com

Meer lezen?

  • Deuteronomium 15, 1-11
  • Marcus 10, 17-31

Deze tekst is gebaseerd op de preek van zondag 10 oktober 2021 in protestantse kerk De Brabantse Olijfberg aan de Lange Winkelstraat in Antwerpen. Preken zijn online te bekijken via YouTube.