De studietijd is een periode van zowel studeren als experimenteren. Als student ontwikkel je volop je persoonlijkheid, probeer je verschillende kledingstijlen uit en verken je diverse perspectieven. The sky is the limit. Zo flaneerde ik als student religiewetenschappen door Leuven, met rode lipstick en een lange zwarte mantel.
Zwart fluwelen jas
En toen kruiste jij mijn pad, beste evangelist. Je nam niet veel moeite om te groeten. In plaats daarvan rukte je me ruw uit mijn mijmeringen, zoals je een heet hangijzer werpt naar een nietsvermoedende wandelaar. “Wat is de hoogste wet?” Ik knipperde even met mijn ogen. Om dan terug te kaatsen: “Waarom wil je dat weten?”
De man antwoordde dat Jezus de Weg, de Waarheid en het Leven is, en dat ik hem moest aannemen om niet voor eeuwig verloren te gaan. Ondertussen keek ik op mijn horloge, want mijn college moraaltheologie wachtte.
“De theologische faculteit,” riep de man uit, “dat zegt helemaal niets! Je kunt theoloog zijn en toch niet in Jezus geloven.” Geestdriftig wuifde hij het argument van mijn bekeringservaring en kerkelijke betrokkenheid weg, en begon me te ondervragen over het satanisme. Plotseling werd ik me pijnlijk bewust van mijn zwart fluwelen jas en rode lipstick.
Verleidelijk mooi
Ik was het voorval alweer bijna vergeten, tot evangelist Eduard mijn pad kruiste. Toen ik over liefde sprak, stelde hij me de vraag: “Wie is liefde?” Ik begreep precies waar hij op doelde, en er ontsproot een levendige discussie over hoe God liefde belichaamt en de Bron is waaruit alles voortkomt. Eduard vond dat mijn uitspraken over God verleidelijk mooi klonken, maar waarschuwde: “Soms lijkt het alsof een weg recht is in iemands ogen, maar uiteindelijk leidt die tot de dood.”
Tot overmaat van ramp ontdekte Eduard ook nog eens dat ik ziekenhuispastor ben. “Hoe kan dat?”, vroeg hij zich verschrikt af. “Hoe kun jij voor jezelf verantwoorden dat je iets doet waar je als vrouw niet voor ontworpen bent?” Ik legde hem uit dat de Bijbel binnen verschillende tradities op verschillende manieren uitgelegd wordt, en dat binnen sommige kerken de roeping van vrouwelijke pastores ook wordt erkend. “Dat is niet Bijbels”, oordeelde Eduard. Om even later fel te reageren op een blogpost: “Wat heeft dit met Jezus te maken?”
De druk om te evangeliseren
Evangelisten, ze kunnen zich gedragen als religieuze politie. Toch begrijp ik ze ergens wel. In onze ‘happy clappy’-tijd, toen mijn man en ik ons aansloten bij een evangelische gemeente, werd sterk de nadruk gelegd op evangeliseren. Want stel je voor dat al die mensen voor eeuwig verloren zouden gaan. De blijdschap van mijn ontluikende geloof werd bezwaard door een beklemmend gevoel. Telkens als ik op straat folders uitdeelde, voelde ik het lood in mijn schoenen. Dit was zó niet mijn ding.
De geloofsreis als pelgrimage
Een kwarteeuw later heb ik een hele ontwikkelingsreis doorgemaakt. Ik heb me verdiept in religiewetenschappen en theologie, talloze kerken en gebedshuizen bezocht, pelgrimtochten ondernomen, uiteenlopende perspectieven verkend en zelfs een bijna-doodervaring meegemaakt. Als gevolg daarvan pas ik niet makkelijk meer in een specifiek hokje. Op dit moment zou ik mezelf vooral omschrijven als een mysticus. Ik voel een diepe verbondenheid met de joods-christelijke mystieke traditie en de natuur, en blijf elke dag groeien en leren. Dat groeiproces vindt niet alleen plaats door theoretische kennis en heilige geschriften, maar ook door persoonlijke ervaringen en ontmoetingen met mensen en hun verhalen. Mijn basis is de geloofsreis als een pelgrimage, waarbij we samen onderweg zijn, ieder op zijn eigen manier. Die vrijheid is een godsgeschenk dat maakt dat we van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen versterken.
De evangelist als tochtgenoot
Onvermijdelijk kruist af en toe ook de evangelist mijn pad. Beste evangelist, mocht je dit lezen: no hard feelings. Wees gegroet als mijn medereiziger en metgezel. Omdat ik zelf ooit op dat zeepkistje heb gestaan, begrijp ik wat jou drijft. Ik begrijp waarom je oprecht bezorgd bent over mijn zieleheil. Ja, ik begrijp zelfs waarom je me voor een dienares der duisternis aanziet, want in jouw ogen ligt de wereld in de macht van het kwaad.
Maar als ik je toch iets vragen mag: wil je alsjeblieft stoppen met het ter verantwoording roepen van de wegen die ik bewandel, de betekenis die ik in Bijbelpassages vind, mijn kledingkeuzes, het werk dat ik doe, de boeken die ik lees, de woorden die ik al dan niet gebruik om het onuitsprekelijke uit te drukken, en de dingen die mij aan het huilen of aan het lachen brengen?
De dag dat ik jou ontmoette, voelde het niet als een ontmoeting vol warmte en begrip, zoals bij Jezus. Eerder als het tegendeel. Toen ik thuiskwam, was mijn innerlijke blijdschap plotseling verdrongen door een neerslachtige stemming. Ik staarde naar mijn reflectie in de spiegel. Ik, een satanist? Het kon niet waar zijn. Misschien lag het aan die jas. Ik heb hem weggestopt in een zak en sindsdien nooit meer gedragen.
In vrijheid met God op weg gaan
Maar beste evangelist, misschien is het geen toeval dat onze paden steeds weer kruisen. Ik geloof toch dat ik iets van jou kan opsteken. Keer op keer daag je me uit om te onderzoeken hoe essentieel het is om absolute vrijheid te ervaren bij het verkennen van mijn eigen geloofs- en spirituele reis. Ware liefde kan alleen gedijen wanneer we vrijelijk met God op pad mogen gaan, zonder enige vorm van externe druk of veroordeling.
Dat is de reden waarom het zo ongemakkelijk aanvoelt om door een vreemdeling op straat te worden aangesproken en beoordeeld te worden op je kleding, levenskeuzes en diepste overtuigingen. We leven immers niet in Iran. Het is altijd weer een verademing om afscheid te kunnen nemen.
No hard feelings, pal. Iedereen verdient de vrijheid die ik heb gevonden. Dus laat me je alle zegen toewensen op je levenspad. 🔆


Geef een reactie