Het zondebokmechanisme en demoniseren: Bijbelse perspectieven

Laten we het vandaag eens hebben over iets wat we allemaal wel eens meemaken: beschuldigingen. Wie kent niet dat gevoel van onterecht beschuldigd worden? En eerlijk is eerlijk, soms maken we zelf ook wel eens de fout om anderen vals te beschuldigen. Beschuldiging is zo oud als de mensheid. Ook in de Bijbel vinden we dat thema duidelijk terug.

Als we terugkeren naar het prilste begin – het boek Genesis – dan vinden we daar Adam en Eva, levend in een paradijs waar de dood nog nooit had toegeslagen. God had hen gewaarschuwd: “Als je van de verboden vrucht eet, zul je zeker sterven.” Maar hoe konden zij, in hun volmaakte wereld, begrijpen wat sterven betekent? Adam en Eva werden nieuwsgierig naar het onbekende; aangetrokken door de mogelijkheid van een vrije keuze. De vrije wil, die ons tot mens maakt, bracht Adam en Eva ertoe om van de vrucht te eten, waardoor ze kennis verwierven van goed en kwaad.

Schaamte

Het allereerste teken van hun ontwakende bewustzijn was de schaamte die hen overviel bij het besef van hun naaktheid. Adam en Eva probeerden zich te verbergen voor God, die hen oorspronkelijk in volmaakte harmonie had geschapen. Toen God vroeg: “Adam, waar ben je?” antwoordde Adam: “Ik hoorde uw donder in de tuin en voelde angst, want ik ben naakt, en daarom heb ik mij verscholen.” (Genesis 3:9-10) Op het moment dat God vervolgens vroeg: “Hoe weet je dat je naakt bent? Heb je misschien van de vrucht gegeten die ik je verboden heb?” gebeurde er iets opmerkelijks. Adam wees Eva als schuldige aan: “Die vrouw die u mij gegeven hebt, heeft mij van de vrucht laten eten, en dus heb ik gedaan.” Eva wees op haar beurt naar de slang die haar verleid had.

Zondebokmechanisme

Beschuldigingen, ze blijven ons achtervolgen, al sinds het prilste begin. Hoe vaak zoeken mensen niet een zondebok om hun fouten te verdoezelen, in plaats van gewoon eerlijk toe te geven dat ze het verkeerd hebben? Op Jom Kipoer, de Grote Verzoendag, had het volk Israƫl een ritueel waarbij ze een zondebok kozen en alle zonden van de gemeenschap daarop laadden, om die vervolgens de woestijn in te sturen. (Leviticus 16)

Het zondebokmechanisme is al zo oud als de mensheid. Maar eigenlijk is dat ook wel logisch. Het is gewoon makkelijk om een zondebok te vinden voor alles wat er misgaat. Door een gezamenlijke vijand aan te wijzen, proberen we het kwaad buiten onszelf te houden. Dan hoeven we niet onder ogen te zien dat we zelf ook tekortschieten, en kunnen we de schuld afschuiven. In dat opzicht is het verhaal van Adam en Eva een spiegel waarin we onszelf ook vandaag kunnen herkennen.

Demoniseren

Ditzelfde principe zien we terug in het leven van Jezus. In het Marcusevangelie (3:20-35) lezen we hoe de Schriftgeleerden hem beschuldigen van het uitdrijven van demonen door de kracht van Beƫlzebub. Willen we de ernst van die beschuldiging begrijpen, dan moeten we weten waar die naam voor staat.

In de tijd van Jezus was BeĆ«lzebub een spotnaam voor de BaƤl, een godheid die werd vereerd door de KanaƤnieten, Filistijnen en andere volken in de regio. De Hebreeuwse naam BeĆ«lzebub (Ba’al-ZəbĆ»b) betekent letterlijk “heer van de vliegen”. In joodse en christelijke tradities werd BeĆ«lzebub getransformeerd tot het symbool van het kwaad. Ironisch genoeg gebruikten de Schriftgeleerden juist deze naam om Jezus te demoniseren. Daaruit blijkt wel dat ze de kracht van de heilige Geest in hem niet erkenden en zijn werk beschouwden als een manifestatie van demonische krachten.

Foto door Thierry Fillieul op Pexels.com

Het gevaar van gesloten harten

Jezus confronteert de Schriftgeleerden met de absurditeit van hun beschuldigingen en vraagt hen hoe de ene satan de andere kan uitdrijven. Want een rijk dat tegen zichzelf verdeeld is, kan geen standhouden. (Marcus 3:22-30) Daarmee wijst hij op de ongerijmdheid van hun redenering en benadrukt het gevaar van hun gesloten harten.

Maar dat is nog lang niet alles, want daarop volgt een verontrustende waarschuwing tegen het begaan van de zonde tegen de heilige Geest.

“Voorwaar, Ik zeg u: Alle zonden zullen aan de mensen vergeven worden, ook alle godslasteringen die zij uitgesproken hebben, maar als iemand lastert tegen de Heilige Geest, krijgt hij in eeuwigheid geen vergiffenis; hij is bezwaard met een eeuwig blijvende zonde.ā€ Dit zei Hij, omdat ze zeiden: ā€œEr huist een onreine geest in Hem.” (Marcus 3:28-30)

Het concept van een onvergeeflijke zonde heeft door de eeuwen heen aanzienlijke angst gezaaid. Het is geen aangename tekst; zo’n boodschap waar je maar liever snel aan voorbij zou gaan. Menig predikant bladert hier even door. Maar toch: er is een vraag die blijft hangen. Want waarom zei Jezus dit? Was hij gewoon verontwaardigd en overdreef hij daarom een beetje, of is zit er meer in? Laten we onderzoeken wat de diepere betekenis hiervan kan zijn.

De zonde tegen de heilige Geest

De originele tekst van het Marcusevangelie is geschreven in het Grieks. Het woord voor “zonde” kan ook worden vertaald als “je doel missen”. Mensen die zich keren tegen de heilige Geest, missen hun doel. Zo iemand laat Gods adem niet toe in zijn leven. Ze sluiten zich als het ware af van de levengevende kracht van onze Schepper in de wereld.

Het draait niet om een eenmalige daad, maar om een hartgesteldheid waarbij de mens zich krachtig verzet tegen zijn Maker en Bron. Zelfs als God alle overtredingen van de wereld zou willen vergeven, is iemand met een verhard hart niet in staat om ook maar iets goeds te ontvangen. Hij is als een vrucht met een harde, dikke schil die ervoor kiest om in de donkere aarde te blijven liggen; daar waar het Licht niet tot hem kan doordringen. Misschien zou God het wel kunnen, maar uit liefde heeft hij zich teruggetrokken om de menselijke vrije wil te respecteren. Daarom sluit zo iemands hart zich af van Gods goedheid en genade.

Jezus’ waarschuwing was niet gericht tegen de onwetenden, maar tegen degenen die absoluut beter hadden moeten weten: de Schriftgeleerden. Dag in dag uit waren deze mensen bezig met heilige kennis, en toch leek het hen niet te raken. Integendeel: toen zij geconfronteerd werden met Gods kracht, wezen zij die af als een demonische manifestatie. Geloofden zij diep in hun harten dat alleen een demon machtig genoeg zou kunnen zijn om wonderen te verrichten? Dit is niet zomaar een klein geloof; het is een totale ontkenning van de kracht van de levengevende Geest die alles op aarde bezielt en inspireert.

De Schriftgeleerden bevonden zich op een doodlopend spoor, blind voor de essentie. Het maakte niet uit hoeveel teksten ze doorvorsten, ze leefden in afgescheidenheid van hun Bron, niet in staat om te geloven dat de Schepper van hemel en aarde tot ook maar iets in staat zou kunnen zijn. Jezus vatte de beschuldiging niet persoonlijk op. Hij zag de staat waarin zij verkeerden, en hij confronteerde hen met de consequenties van hun hartstgesteldheid. Als ze de weg van de afwijzing en beschuldiging zouden blijven bewandelen, dan zouden ze steeds verder afdwalen van hun Bron.

Het is van cruciaal belang te beseffen dat God altijd bereid is om vergeving te schenken. Het is niet zozeer dat God niet wil vergeven, maar eerder dat we ons vrijwillig moeten openstellen voor Zijn glorie en onvoorwaardelijke liefde. Zijn genade wacht op ons, klaar om ons te omarmen zodra we ervoor kiezen om ons hart te openen.

Terughoudend in ons oordeel

Terug naar ons thema: beschuldigen en beschuldigd worden. Dit is een intrinsiek onderdeel van de wereld waarin we leven. Wanneer we de teksten van vandaag bekijken, worden we aangemoedigd om mild en terughoudend te zijn in ons oordeel.

Adam en Eva wezen naar elkaar, maar ze namen geen verantwoordelijkheid voor hun eigen daden. Op dezelfde manier wezen de Schriftgeleerden naar Jezus, maar ze beseften niet dat degene die ze als een handlanger van satan beschouwden, weleens het grootste geschenk kan zijn. Jezus kwam tot hen als een kanaal van Gods licht en liefde.

Als er iets is waarvan ik hoop dat je het zult onthouden, is het wel dit. Wij zijn slechts stipjes in een overweldigend universum, onderdeel van een verbazende en verrassende wereld, waar de dingen niet altijd zijn wat ze lijken. De Geest is in staat om zo oneindig veel meer te doen dan wij beseffen, en te werken op talloze en verrassende manieren. Dat is waarom de Bijbel zegt:

“Oordeel niet, en jullie zullen niet geoordeeld worden; veroordeel niet, en jullie zullen niet veroordeeld worden; vergeef, en jullie zullen vergeven worden.” (Lucas 6:37)

Laat ons streven naar een samenleving waar we elkaar niet veroordelen, maar ondersteunen. Laten we het licht van God in elkaar erkennen en met vereende krachten werken aan een wereld van vrede en gerechtigheid.

Dit is een uitgebreide versie van de overdenking in de oecumenische viering van AZ Monica, zondag 9 juni 2024.


Comments

Geef een reactie

Ontdek meer van Geworteld Geloven

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder