Vandaag is geen gewone zondag, het is de laatste zondag van de Paasperiode. Deze zondag wordt vaak het ‘vergeten kind’ of het ‘weeskind’ onder de zondagen genoemd, omdat Jezus is vertrokken en de heilige Geest nog niet is gekomen. Maar juist de meest vormende levenslessen worden soms onderschat. Zo is het ook met deze zondag!
Zoals we weten, had Jezus twaalf trouwe discipelen. Laten we nu even de tijd nemen om ons voor te stellen in welke staat zij zich bevinden. De tijd tussen de Hemelvaart van Jezus en de uitstorting van de Heilige Geest is voor hen een periode van rouw, verlating en innerlijke duisternis. Nadat ze hun leermeester verloren zijn, staan ze voor de taak om een nieuwe richting in hun leven te vinden. De staat van de discipelen lijkt op die van het volk van Mozes toen ze rondzwierven door de verlatenheid van de woestijn. Alles wat ze kunnen zien, is wat er achter hen ligt.
Woeste leegte
Vaak weten we heel goed wat we achterlaten. Maar hoe kunnen we weten wat ons te wachten staat? Wanneer het vertrouwde van ons wegvalt, en alles waar we aan gehecht waren – of dat nu positief of negatief was – worden we geconfronteerd met het grote onbekende. Die woeste leegte, waaruit nieuw leven moet ontstaan.
De woestenij is als een chaos, en de leegte als een leeg canvas. Wat doe je wanneer plotseling alles mogelijk lijkt? Waar zet je de eerste stap? Wanneer je naar de wildernis kijkt, zou je kunnen denken: “Er is geen pad,” of je zou kunnen denken: “Alles is pad.” Juist wanneer de mogelijkheden eindeloos zijn, weten we niet waar we moeten beginnen. Keuzestress, noemen we dat ook wel. Dat kan verlammend werken.

De rol van de hogepriester
Juist in zo’n situatie heb je iemand nodig die kan helpen om dwars door de zandkorrels van je leven heen weer een weg te zien. Voor de Israëlieten in het Oude Testament vervult Mozes die rol. In Exodus lezen we hoe hij het volk wegleidt uit Egypte, drie maanden lang door de woestijn tot aan de berg Sinaï, ook wel Horeb. Dan lijkt het alsof hij daar even besluit om de berg op te gaan. Maar dat verhaal krijgt een diepere dimensie als we beseffen dat de berg Horeb ongeveer 2.285 meter hoog is. Dus na een maandenlange trektocht door de woestijn waagt Mozes zich aan een flinke klim. Waarom doet hij dat?
Mozes ging de berg op, maar niet om van het uitzicht te kunnen genieten of om even zijn verantwoordelijkheid te kunnen ontvluchten. Nee, hij ging de berg op om advies te vragen aan de Allerhoogste. Hij wilde het beste voor zijn mensen, zelfs als kostte hem dat al zijn kracht. De berg symboliseert hoe Mozes bemiddelt tussen hemel en aarde, zoals een hogepriester dat deed in de toenmalige Joodse traditie. De hogepriester was verantwoordelijk voor het contact tussen het volk en God, door offers te brengen en te bidden voor vergeving en zegeningen.

Het hogepriesterlijk gebed
We zien die rol ook terug bij Jezus in Johannes 17 van het Nieuwe Testament, een tekst die juist daarom het hogepriesterlijk gebed wordt genoemd. Het is een van de meest intense en diepgaande gebeden van Jezus die in de evangeliën te vinden zijn. Het vindt plaats tijdens het Laatste Avondmaal, net voordat Jezus wordt gearresteerd en gekruisigd.
Jezus bidt:
“Ik heb hen uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben. Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben.” (1 Johannes 17:14-16)
Deze passage beklemtoont dat Jezus’ volgelingen in de wereld zijn, maar niet van de wereld. Het Griekse woord voor ‘wereld’ in de oorspronkelijke tekst is ‘kosmos’ en verwijst naar de natuurlijke ordening der dingen. Het woord ‘gehaat’ kan ook betekenen: ‘minder liefhebben’ of ‘van mindere waarde achten’. Mensen die hogere idealen koesteren in plaats van met de menigte mee te gaan, worden vaak afgewezen of niet begrepen. Jezus benadrukt echter dat de wereld hen juist daarom nodig heeft. Daarom bidt hij dat zijn discipelen niet uit de wereld weggenomen worden, maar beschermd blijven tegen het kwade.
Vervolgens bidt Jezus:
“Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden. En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid.” (Johannes 17:17-19)
Het woord heiliging betekent dat iemand apart gezet is om een specifiek doel te vervullen. Jezus onderscheidde zich van de mainstream, en hij vraagt ook aan zijn volgelingen om anders te zijn en te leven volgens de waarheid van de Torah. Verder breidt Jezus zijn gebed uit van zijn discipelen naar iedereen die in hem gelooft door het Woord, en hij bidt dat allen één mogen zijn. Dit is een diepgaand gebed voor eenheid.
“Opdat zij allen één zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad.” (Johannes 17:21)
Tijd van reflectie
Op de avond voor zijn dood sprak Jezus deze woorden uit. Vandaag is het de zogenaamde ‘weeszondag’ van Pasen. Dit is de dag waarop de discipelen zich in een spreekwoordelijke woestijn bevinden, met Jezus’ woorden nog nagalmend in hun harten en gedachten. Het is een tijd van reflectie, waarin ze zich afvragen wat ze met deze woorden moeten doen. Hoe kunnen ze de erfenis die hij in hen tot leven heeft gebracht; de zaden die in hun harten zijn ontkiemd, tot leven brengen in deze wereld?
Stel je voor: daar sta je dan, en voor je voeten lonkt de woestenij. Alleen, met die geliefde stem nog weerklinkend in je binnenste. Wie zal je richting geven? Waar moet je de eerste stap zetten? Die introspectie is precies waarom juist deze zondag zo belangrijk is. Juist nu worden de discipelen uitgedaagd te geloven dat ze niet voor altijd afhankelijk zijn van Jezus’ fysieke aanwezigheid; niet altijd de kinderen aan de voet van de berg, wachtend tot de hogepriester terugkeert om hen de weg te wijzen.
Nee, ze worden aangemoedigd om diep van binnen de goddelijke vonk te ontdekken. Om op te staan uit hun machteloze positie en te geloven dat ze alles kunnen doen wat Jezus hen heeft voorgedaan, getoond en onderwezen. Het is niet genoeg om in een hemelse Verlosser te geloven; ze moeten ook in zichzelf geloven, dat Christus in hen leeft en zij in hem, en dat zij een verschil kunnen maken in de wereld door actief de eenheid met de Allerhoogste te zoeken.
Momenten van ommekeer
Afscheid nemen kan pijnlijk zijn, dat weten we allemaal maar al te goed. Vooral wanneer we afscheid moeten nemen van dierbaren, die een bron van richting, steun en inspiratie zijn geweest. Wanneer zoiets gebeurt, kunnen we ons stuurloos voelen, verloren. Waar moeten we naartoe? Het is alsof de grond onder onze voeten is weggeslagen en we alleen nog maar die uitgestrekte woestijn zien.
Maar Jezus is niet in het lichaam gebleven; zelfs niet in het graf. Wat hij heeft gegeven, moet worden verspreid over de wereld, zodat het kan groeien, wortel kan schieten en vrucht kan dragen. Het kan niet op zichzelf blijven, net zoals graan niet op zichzelf kan blijven, want dan zal het geen vrucht dragen. Het moet sterven om nieuw leven voort te brengen. Dit is de cyclus van het leven en van alles wat bestaat.
Het hogepriesterlijk gebed is meer dan een gebed alleen; het is tevens een oproep aan de discipelen om hun ware potentieel te omarmen. Niet langer moeten zij zichzelf zien als volgelingen aan de voet van de berg, maar als moedige pioniers die in staat zijn even grote hoogten te bereiken als hun leermeester.
Zulke momenten van ommekeer komen in ieders leven voor. We herinneren ze ons vast wel. Denk maar terug aan je jeugd, aan je moeder die je leerde lopen, aan je vader die je hielp tijdens het fietsen, of aan de juf die je leerde zwemmen. Je vertrouwde op die warme hand die je vasthield, maar toen liet die hand plotseling los. Plots werd je in het diepe gegooid en moest je het zelf doen. Op dat moment moest je vertrouwen op de goddelijke vonk diep vanbinnen, in plaats van op de kracht van degene die je vasthield.
Voorbereiding op Pinksteren
Het hogepriesterlijk gebed van Jezus kondigt niet alleen een afscheid aan, maar bereidt ook voor op Pinksteren, op de komst van de heilige Geest. Het is tevens een oproep aan ons. Hoe denken wij over onszelf? Zie je jezelf als een afgestorven deel van het graan, dat alleen maar op de grond ligt en geen invloed heeft? Geloof je dat alle dingen om je heen simpelweg gebeuren en dat je slechts een product van het toeval bent? Of ben je in staat te geloven dat ook jij Gods opstandingskracht in je draagt?
Kijk naar buiten, de lente is van oudsher het feest van de opstandingskracht. Niemand hoeft de bomen te vertellen dat ze moeten uitlopen, niemand hoeft de bloemen in de velden te bevelen om tevoorschijn te komen, de vogels om elkaar te vinden, hun liefdesliederen in te zetten en nesten te bouwen in de hoogte. Is dat toeval? Nee, dat alles gebeurt niet voor niets. Alles wat in de geestelijke wereld bestaat, wordt weerspiegeld in de natuur. Daarom worden we tijdens ons leven telkens opnieuw herinnerd aan wederopstanding zodra we de natuur zien uitspruiten, elke lente weer, als een nooit eindigende cyclus.

Belichaming van de opstandingskracht
In het christendom is Jezus de ultieme belichaming van de opstandingskracht. Hij staat niet alleen op uit de dood en regeert over verlies en dood – wat symbool staat voor de continuïteit van het leven – maar weerspiegelt tevens een krachtige boodschap over Gods liefde voor de mensheid.
Zelfs wanneer we ons verloren voelen, gevangen in duisternis, niet in staat om het licht te vinden, of wanneer onze ogen pijn doen van alle tranen die we hebben vergoten, kan God het allemaal dragen. Daarom staat er geschreven: “In mijn zwakheid ben ik sterk.” (2 Korintiërs 12:10) Als we zelfs maar een fractie van het totale menselijke lijden in de wereld zouden ervaren, zou het ons volledig verpletteren. Maar we hebben een machtige God die al onze lasten kan dragen zonder te buigen, barsten of breken. Een Schepper die geraakt wordt door onze tranen, die de pijn van verbannen kinderen voelt als de zijne, maar die in zijn oneindige liefde alles kan bevatten. En die in staat is om zelfs uit de ogenschijnlijke dood nieuw leven te doen ontstaan.
Jezus weerspiegelt dat. Toen hij in een menselijk lichaam was, werd hij volledig gebroken. Hij kon niet blijven bestaan terwijl hij de last van het aardse lijden droeg. Hij was als het graan dat zijn vorm verloor en stierf. Maar hij stond weer op. Niets op aarde was sterk genoeg om hem voor altijd te breken.
Uitgestoken hand
Ziedaar de krachtige boodschap van deze zondag, die soms wat onterecht het ‘vergeten kind’ van Pasen wordt genoemd. Want juist vandaag mogen we gedenken wat Jezus de wereld beloofde:
“Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u.” (Johannes 14:18)
Zelfs als we mensen verliezen die ons zo dierbaar zijn, en zelfs als we achterblijven met gebroken dromen, en heen en weer geslingerd worden tussen hoop en wanhoop, en niet weten hoe we moeten opstaan – juist dan mogen we vertrouwen dat er Iemand is die ons ten diepste kent. Iemand die bereid is alles voor ons te geven. Iemand met een liefde die krachtig genoeg is om alle lasten te dragen, ons te bevrijden en volheid van leven te geven.
Bakens van licht
Ook vandaag strekt Gods liefde zich naar ons uit. Laten we ons focussen op wat werkelijk van waarde is en de Geest verwelkomen om ons hart, ziel en gedachten te verlichten. Laten we opstaan en vastberaden onze weg vervolgen, in het besef dat we een machtige Hogepriester hebben die ons overvloedig zijn kracht, glorie en genade schenkt. Vanuit die innerlijke zekerheid kunnen we niet alleen zelf verrijzen, maar ook anderen helpen om dat te doen en stralende bakens van licht te worden in een wereld die smacht naar liefde en hoop.
Moge de glorie van God met ons zijn, elke dag van ons leven. Amen.

Dit is de preek van zondag 12 mei 2024 in de protestantse kerk van Menen.

Geef een reactie