Aanstekelijke vreugde

Heilige Maandag is de dag na Palmzondag. Vandaag gedenken we dat de Farizeeën Jezus opdroegen om de vreugdevolle lofzangen van de menigte tot zwijgen te brengen.

Toen hij op het punt stond de Olijfberg af te dalen, begon de hele groep leerlingen vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien. Ze riepen: “Gezegend hij die komt als Koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!” Enkele Farizeeën zeiden tegen Jezus: “Meester, berisp uw leerlingen”. Maar hij antwoordde: “Ik zeg u, als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen”.

Lucas 19:37-40

Toen de leerlingen Jezus zagen aankomen, werd hun hart bevangen door vreugde. Daar zagen ze hun Messias, hun Verlosser, hun hoop. Wie kent niet dat gevoel, dat je hart uitbarst in vreugde? Dat je zo blij bent dat je bijna niet kunt zwijgen? Dat kan gebeuren als je de loterij hebt gewonnen, maar ook als je goed nieuws hebt gekregen, of als je verliefd bent op iemand die jou ook ziet staan. Op zulke momenten is het even alsof de wereld met al haar zorgen ophoudt te bestaan. Je wilt dansen, je wilt zingen.

Appeltjesgroen

Ineke Amersfoort uit Den Helder haalde de kranten in Nederland nadat ze haar huis appeltjesgroen had geschilderd. Te uitbundig, vond de gemeente, en zelfs de Hoge Raad meende dat het wel iets minder mocht. Na een jarenlange juridische strijd nam Amersfoort noodgedwongen de kwast ter hand. Vanaf medio augustus 2021 is haar huis nog altijd appeltjesgroen, maar nu een tintje lichter. “Het mocht niet zo fel zijn, want dat weerkaatste zo bij de buurman”, zegt ze daarover.

Het huis van Ineke Amersfoort in Den Helder in de nieuwe kleur appeltjesgroen.

Het huis van Amersfoort mocht er vooral niet teveel uitspringen. Haar felgroene gevel was een doorn in de ogen van haar buren, die vonden dat ze zich moest aanpassen aan de norm. Omwonenden vreesden voor de waarde van hun huis, voor de uitstraling van de straat of ze stoorden zich aan de opvallende kleur.

De orde doorbroken

De zaak in Den Helder maakt duidelijk hoezeer mensen kunnen hechten aan uniformiteit en voorspelbaarheid. Vaak worden ze zich past bewust van de gangbare orde als die wordt doorbroken. Dan beginnen mensen te protesteren. De Farizeeën doen dat ook. Ze vinden dat de leerlingen van Jezus zich moeten aanpassen. Dat luide geroep en geschreeuw, dat gaat te ver. Zo de aandacht op jezelf vestigen in het openbaar is onbeschaafd, vinden ze; als je wilt schreeuwen, dan doe je dat maar thuis.

Maar Jezus reageert anders dan ze hadden gehoopt. In plaats van zijn leerlingen te berispen, zegt hij dat als zij het niet zouden uitschreeuwen van vreugde, de stenen dat zouden doen. Net zoals de bakstenen van dat appeltjesgroene huis in Den Helder. Daarmee doorbreekt Jezus niet alleen de oude norm, maar stelt hij een nieuwe. Pas je niet aan aan de grauwheid van deze wereld, maar verheug je! Spring eens uit de band, want de Koning is gekomen!

Vreugde kan aanstekelijk zijn, en deze wereld heeft het nodig. Hoeveel mensen gaan er niet terneergedrukt door het leven? Vreugde is positieve energie. Het straalt af op anderen. Een blijmoedig geloof is als zuurstof voor de wereld. En Jezus? Die kon dat alleen maar toejuichen. Zo geeft ook de apostel Paulus ons vandaag mee:

Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

Filippenzen 4:4-7

Pas je niet aan aan een sombere wereld, maar laat de vreugde van de Heer je kracht zijn!

Foto door Jill Wellington op Pexels.com

Palmpasen

Met Palmpasen vieren christenen de intocht van Jezus in Jeruzalem. Lucas 19, 29-40 wordt vaak gelezen als een schattig Bijbelverhaal, waarin Jezus op een ezeltje rijdt en iedereen met palmtakken zwaait. Maar dat verandert als we het verhaal zouden vertalen naar de nieuwe tijd. Dan wordt het ineens een vreemde en opmerkelijke vertelling, die diepgaand aan het denken zet.

Aan de voet van de Olijfberg lagen in de tijd van Jezus twee dorpen: Bethfagé en Bethany. De betekenis van de naam van die dorpen belooft weinig goeds: Bethfagé betekent “huis van onrijpe vijgen”; Bethany staat voor “huis van ellende”.

Als Jezus en Zijn discipelen die dorpen bereiken, zegt Hij tegen Zijn discipelen: “Ga erheen, je zult er een vastgebonden veulen vinden op wie nog nooit iemand gezeten heeft”. Een maagdelijk rijdier, zeker in de huizen van onrijpe vijgen en van ellende is dat geen vanzelfsprekend bezit.

Sint-Joost-ten-Node

Hebben we in België misschien ook zo’n “huis van ellende”? Statistisch gezien komt Sint-Joost-ten-Node het meest in de buurt. Dat dorp – de kleinste en meest dichtbevolkte gemeente van België – scoort nummer één op de ranglijst van armste gemeenten. Nog net geen kwart van de belastingplichtigen declareert er nul als belastbaar inkomen en slechts 3 procent meer dan 50.000 euro. [1]

Foto door Nordic Overdrive op Pexels.com

Stel nu dat Jezus tegen Zijn discipelen zegt: “Ga naar Sint-Joost-ten-Node, je zult daar een cabrio aantreffen waar nog nooit iemand in gereden heeft”. De leerlingen gaan op weg en wonderwel zien ze de auto staan. Er staan nul kilometers op de teller en de wagen staat op de handrem, maar de sleutels steken in het slot. Alsof die auto op hen heeft staan wachten.

Zijn woorden weerkaatsen in hun binnenste: “Maak het los en  breng het. En als iemand jullie vraagt: ‘Waarom maak je het los?’ Dan zeg je: ‘Omdat de Heer het zelf nodig heeft’”. (Omdat de Heer er zelf zaken mee behoeft te doen, staat er eigenlijk in de Griekse grondtekst)

Juist als de leerlingen plaatsnemen en de sleutel in het slot willen omdraaien, zien ze de eigenaar van de auto aankomen. “Wat doen jullie daar?” vraagt hij. “Waarom starten jullie mijn auto?” De mannen antwoorden: “De Eigenaar heeft hem nodig”.  

Peperduur horloge

Het voorval roept herinneringen op aan een recent incident waarbij de Vlaamse bouwpromotor Bart Versluys werd overvallen door twee mannen. Ze ontworstelden hem zijn horloge, een peperdure Richard Mille van 350.000 euro. Wat gebeurt er dan? Er wordt geld uitgeloofd voor de beslissende tip. De politie komt in actie, camerabeelden worden bekeken. Versluys geeft strijdvaardig te kennen dat hij nooit zal buigen voor “zulk gespuis” en peperdure horloges zal blijven dragen.

De discipelen gebruikten geen pepperspray. Al evenmin vermeldt de tekst iets over een vechtpartij of zelfs maar over een woordenwisseling. Nee, de tactiek is simpel: “De Heer heeft het nodig”. Zijn ze er meteen mee weg? Probeert de eigenaar hen nog tegen te houden? Kijkt hij gelaten toe hoe zijn geliefde vervoermiddel in de verte verdwijnt? Of voelt hij zich vereerd? We zullen het vermoedelijk nooit weten, want de tekst zegt er niets over.

Separatisten

Het voertuig wordt voorgereden tot bij Jezus. De bijrijder stapt uit, opent het portier en de leerlingen bedekken Zijn zetel met de colberts van hun kostuum, zodat Jezus wat zachter kan zitten. Terwijl de auto zijn weg vervolgt, spreidden de discipelen hun colberts, mantels en jassen uit over het wegdek.

In de verte ziet een menigte Hem al aankomen en begint met luide stem God te prijzen voor alle machtige werken die zij hebben gezien. “Gezegend is de Koning die komt in de Naam van de Heer, vrede in de hemel en glorie in het allerhoogste!”, scanderen ze.

Maar tussen de menigte staan ook wat Farizeeërs. Pharisee is afgeleid van het Aramese woord peras, wat verdelen en scheiden betekent. Sommige Bijbelcommentaren stellen dat de Farizeeërs separatisten waren. Ze zorgden voor maatschappelijke polarisering, maar zagen dat zelf anders: zij beschouwden zichzelf als een bevoorrechte elite die zich had afgescheiden van de zonde. En dus zeggen ze tegen Jezus: “Leraar (meester), berisp uw discipelen!”

  • De discipelen noemen Jezus Koning die komt in de Naam van de Heer, en ze loven Hem.
  • De Farizeeën noemen Jezus leraar, en ze geven hem orders.

Dat toont meteen al dat hier sprake is van een verschil in visie. De discipelen ontwaren iets goddelijks in Jezus, ze erkennen Hem als een gezondene. De Farizeeën zien Hem als niet meer dan een leraar, en ze menen op gelijke voet te staan. Mogelijk vinden ze al die ophef zelfs wat overdreven. Zijn ze afgunstig? Ook zij weten immers veel over de Thora, en moet je zien wat voor eer Hij krijgt! Het mooiste vervoermiddel wordt voor Hem geregeld, iedereen spreidt de duurste jassen uit over de grond en wat een lof wordt Hem toegezwaaid. Die man lijkt warempel God wel!

Hoeksteen

Maar in plaats van zich tot Zijn leerlingen te richten, richt Jezus zich tot hen.  Tot de Farizeeën. “Ik zeg je dat als zij hun mond zouden houden, de stenen het zouden uitschreeuwen!”, antwoordt Hij. De stenen schreeuwen het uit, omdat ze weten wie hun hoeksteen is: de steen die door de bouwlieden werd afgekeurd.

Als ze Hem zien, dan ontspringt in hun hart een diepe vreugde. Ze kunnen zich niet langer inhouden, want daar nadert hun Koning, hun Heer.. Jezus! Ze loven God,  omdat ze voelen dat in en door Hem, de Schepper van hemel en aarde hen nabij is.

Die vreugde wordt door de Farizeeën niet gedeeld. Zij bekijken de situatie vanuit een totaal ander perspectief. Dat brengt ons bij twee verschillende manieren waarop je kunt kijken naar dit verhaal.

  • Door natuurlijke ogen. Nabij de Olijfberg stuurde Jezus twee handlangers erop uit om in een naburig dorp een vervoersmiddel te ontvreemden. In dat gestolen vervoersmiddel rijdt hij nu richting Jeruzalem. Tijdens zijn rit liet hij zich omringen door neergeworpen jassen van zijn volgers. Enkele hooggeplaatste Farizeeërs spreken van een “massapsychose”, en constateren dat de sekteleider in korte tijd duizenden mensen heeft weten te beïnvloeden.
  • Door geestelijke ogen. Jezus ging op weg naar Jeruzalem. Terwijl Hij van de Olijfberg vertrok, werd de Schepper van hemel en aarde op talrijke manieren geprezen: door de eigenaar van een rijtuig, die besefte dat al het bestaande toebehoort aan de Eeuwige.
    • Door de mensen die bereid waren hun dure mantels af te staan.
    • Door de mensen die uitbraken in vreugde, en die de God van hemel een aarde prezen.
    • Door allen die Jezus palmtakken toewuifden.
    • Door allen die Hem erkenden als Koning en vredevorst.
    • Door allen die Hem verwelkomden in naam van de Eeuwige.
Foto door Pixabay op Pexels.com

Polarisering van wereldbeelden

Farizeeën betekent, zoals we zagen: “scheiden” en “verdelen”. Hier zien we de polarisering van wereldbeelden ontstaan. De Farizeeën interpreteren de gebeurtenissen door de lens van menselijke kennis, moraal en materie. Ze bekijken de wereld horizontaal. Door die lens bezien wordt alles wat ze zien, onzin. Het klopt niet met de feiten, ze kunnen er geen betekenis aan ontlenen.

De discipelen kijken door de lens van de goddelijke wijsheid; van het bovennatuurlijke, immateriële en Oneindige. Ze bekijken de wereld verticaal (of holistisch). Door die lens bezien krijgt alles wat ze waarnemen, zin en betekenis.

Als de discipelen Jezus zien rijden, verliest alle materie op slag zijn glans. Zelfs het duurste achten ze vuilnis, ze werpen het vol blijdschap aan Zijn voeten neer. Ze beseffen dat de mens al het aardse slechts in bruikleen heeft. Die offers, dat is maar een kleine voorafspiegeling van wat komen gaat.

Grootste offer

Want de toekomende werkelijkheid is nog veel grootser. Jezus zal nog zoveel meer geven dan de duurste cabrio of het chicste horloge. Straks met Goede Vrijdag en Pasen gedenken we een overweldigend heilsverhaal. Iets dat de natuurlijke orde van deze wereld volledig op zijn kop zet.

Jezus gaf zichzelf over voor ons. Voor u en voor mij, omdat Hij ons zo oneindig liefheeft. Hij legde Zijn heerlijkheid, Zijn luister, Zijn kleed, vrijwillig af. Hij gaf Zichzelf aan ons. Uit liefde was Hij bereid de onderste, donkerste, meest grillige en eenzame weg te gaan. Maar de dood heeft niet het laatste woord gekregen.

“Gezegend is de Koning die komt in de Naam van de Heer, vrede in de hemel en glorie in het allerhoogste!”, klinkt het door alle tijden, natiën en culturen heen.

Foto door Scott Webb op Pexels.com

De palmtakken die worden gezwaaid met Palmpasen, staan in de Grieks-Romeinse traditie symbool voor overwinning. We leven toe naar de vreugde van Pasen, in blijdschap over wat komen gaat. Hoe groot en overweldigend het lijden van deze wereld ook is, het houdt niet eeuwig stand. De weg van Jezus voert via het kruis naar de overwinning.

Vandaag nodigt Hij u en mij uit om met Hem mee te reizen. Om je niet te laten overrompelen door de hopeloosheid om je heen, maar je ogen op de sterren gericht te  houden. Het leed van deze wereld duurt niet voor eeuwig, met Pasen vieren we het feest van de opstanding. Dan gedenken we een Leven dat niet te vernietigen is, een Liefde die nooit loslaat.

Foto door Arvind shakya op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek die op Palmpasen 2022 werd gehouden in de Rabotkerk in Gent.


[1] 22,8 procent, cijfers 2018

De kracht van het vasten

Afgelopen vrijdag is de ramadan ingegaan. Tussen zonsopkomst en zonsondergang mogen moslims niet eten, drinken, roken of de liefde bedrijven. Dit jaar valt de ramadan deels samen met de christelijke 40-dagentijd. Christenen nemen het wat minder nauw met vasten, als ze het al doen. Juist op dat punt kunnen we van elkaar leren.

Moslims maken vandaag zo’n 7 procent van de Belgische samenleving uit. Tot een paar jaar geleden waren ze letterlijk mijn naasten. Als tijdens de ramadan de zon was ondergegaan, kon je er zeker van zijn dat er op de deur werd geklopt. “Buurvrouw, ons mama heeft couscous gemaakt! Komen jullie ook?” Diverse avonden brachten we door op de sofa langs de muur, voor een tafel met een indrukwekkende hoeveelheid lekkernijen. De geur van couscous en muntthee vulde de huiskamer. Rijk waren veel Marokkaanse families uit de buurt niet, maar door hun bewonderenswaardige vermogen om te delen, was er voor iedereen genoeg.

Niet de maag maar het hart

In Jesaja 58 gaat de profeet in op de traditie van het vasten. Vasten was voor veel Israëlieten van na de ballingschap een geestelijke oefening om dichter bij de hemel te komen; om je af te keren van de dagelijkse dingen en tot de Eeuwige te naderen. Maar het geestelijke effect waar ze op hadden gehoopt, bleef uit. In plaats van doorbraken te zien in hun persoonlijke leven, bleef de zegen uit. Wat kon het probleem zijn?

De profeet geeft een duidelijk antwoord:

Zeker, ze zoeken Mij dag aan dag, volverlangen om te ontdekken wat Ik wil (..) en ze vragen naar Mijn rechtvaardige voorschriften en ze verlangen naar Gods nabijheid.

“Waarom ziet U niet dat wij vasten en merkt U niet dat wij ons onthouden?”

Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen, omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën en vol vuur met elkaar op de vuist gaan. Als je op die manier vast, wordt je stem niet gehoord in de hemel.

Jesaja 58: 2-4
Foto door MART PRODUCTION op Pexels.com

Overgave

De essentie van het vasten is blijkbaar geen kwestie van simpelweg een geestelijke bucketlist afvinken, je eten en drinken laten staan en een somber gezicht opzetten, in de hoop weer een stapje dichter bij de hemel te zijn gekomen. Nee, vasten gaat dieper. Het is een proces van geestelijke loutering, van opoffering en overgave. Niet de maag, maar het hart moet veranderen.

Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?

Jesaja 58:6-7

Ja, zul je misschien zeggen, dat klinkt prachtig, maar probeer het maar eens. Iedereen die ooit heeft gesport op een nuchtere maag, kan het beamen: een hongerige mens is niet de meest prettige mens. Lichamelijke ontberingen zorgen voor stressreacties. Ons brein is gehardwired om daar op drie manieren op te reageren: vechten, vluchten of bevriezen.

Dat is precies waar deze tekst wringt. Niet alleen wordt de mens verondersteld om af te zien, maar ook nog eens om zich tijdens dat afzien van zijn mooiste, beste en meest nobele kant te laten zien. Het vasten waar Jesaja op doelt, druist lijnrecht in tegen onze natuur. Hoe vaak voelen we niet de neiging om ons ongenoegen af te reageren op de mensen om ons heen? Om juist in tijden van beproeving prikkelbaar te reageren? Om je dierbaren af te snauwen, die lastige collega eens goed de waarheid te zeggen; de gordijnen dicht te trekken en even niet thuis te geven?

Dan zijn er nog de verkeerde intenties die we stiekem kunnen hebben als we tijdelijk een maaltijd overslaan, of dat koekje afslaan. Vasten is namelijk fijn voor de lijn. En wat prettig is: je bespaart ook nog eens tijd als je je ontbijt overslaat. Maar om in de geest van Jesaja te blijven: dat alles is niet waar vasten om draait.

Foto door Abdullah Ghatasheh op Pexels.com

Subversief

Even terug naar mijn vroegere buren. De buurman vertrok al vroeg met zijn busje om de hele dag muren te stucen in de brandende zon. De buurvrouw bereidde de avondmaaltijd voor, de kinderen gingen naar school. Dapper droegen ze hun lot. Vroeg je hoe het ging, dan klonk het steevast: “Goed”. Het enige dat opviel, was de doodse stilte in de namiddag. Dan rustte iedereen. Pas na zonsondergang veranderde de tuin in een stukje Al Hoceima onder de Belgische sterrenhemel. Er brandden lichtjes, tot diep in de nacht klonken stemmen en gelach. “Kom binnen, kom binnen”, maanden de kinderen.

In de westerse samenleving is het vasten een beetje in onbruik geraakt. Het heeft iets ongemakkelijks. Waarom zou je jezelf vrijwillig eten en drinken ontzeggen? Sla er de behoeftenpiramide van de beroemde psycholoog Abraham Maslow maar op na. Die gaat ervanuit dat “hogere” behoeften als spirituele ontwikkeling pas aan bod komen nadat alle “lagere” behoeften vervuld zijn. Kort samengevat: pas als de maag gevuld is, komt God aan bod. Maar de subversieve logica van vasten gooit dat beeld radicaal om. Wie vast, ontzegt zich eten en drinken om zich tot het hogere te kunnen richten.

Geestelijke oefening

Precies dat is de uitdaging van het vasten. Vasten symboliseert dat de meest nobele weg niet altijd die van de maag en de onmiddellijke behoeftenbevrediging is. Vasten moedigt ons aan om onze primaire behoeften tijdelijk op te schorten. En om tijd en ruimte in ons leven vrij te maken voor gebed, meditatie en bezinning; om stil te staan bij de vraag waar het leven werkelijk om draait. Vasten is een geestelijke oefening die je kunt praktiseren tijdens de veertigdagentijd, maar ook individueel en op elk moment.

  • Wanneer je voor belangrijke levensvragen en keuzes staat
  • Wanneer je troost, steun of richting zoekt
  • Om je geestelijk leven te versterken en te verdiepen
  • Om tijd te nemen voor meditatie en gebed
  • Om solidair te zijn met mensen in armoede, honger en verdrukking
  • Als je specifieke noden of gebedspunten hebt
  • Aan de vooravond van een einde of nieuw begin

Vasten met de juiste hartsgesteldheid is een geestelijke oefening die grote zegen brengt, belooft Jesaja:

Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult spoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de Heer vormt je achterhoede. Dan geeft de Heer antwoord als je roept, als je om hulp schreeuwt, zegt Hij: ‘Hier ben Ik’.

Als je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur.

De Heer zal je voortdurend leiden, Hij zal je verkwikken in dorre streken, hij maakt je botten sterk en krachtig. Je zult zijn als een bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt.

Jesaja 58:11

De vastenmaand ramadan herinnert ons aan een waardevolle spirituele traditie, die ook het joden- en christendom doortrekt. Vasten is een periode van toewijding en geestelijke bezinning. Dat begint bij je voedsel laten staan, maar de Bijbel daagt ons uit om nog een stapje verder te gaan. Om niet alleen ons brood, maar vooral onszelf prijs te geven. Als we ernaar verlangen God te vinden, moeten we eerst bereid zijn onszelf te laten vinden. En als we hopen op Gods gerechtigheid, dan moeten we allereerst gerechtigheid brengen in de wereld om ons heen. En door anderen te bevrijden, is het dat wij ook zelf van ons juk worden bevrijd. Dát is de subversieve kracht van het vasten.

Foto door Quang Nguyen Vinh op Pexels.com

Wist je dat…

.. vasten ook nog eens heel gezond is? Tips om veilig en verstandig te vasten vind je hier.

Verwachting (Pasen)

De steen is weggerold. Ze hebben Hem meegenomen! Maria van Magdala, die al voor het ochtendgloren naar het graf was getrokken om Jezus een laatste eer te bewijzen, staat aan de grond genageld. Dan doorbreekt een stem de stilte: “Waarom huil je?” Maria kijkt op door een waas van tranen, en ziet twee gestalten in witte kleren. Ze vertelt: hij is weg, hij is verdwenen, waar is hij gebleven? “Waarom huil je?”, vraagt een andere stem.

Dat is natuurlijk de tuinman, denkt Maria. En ze zegt: “Zeg, als u Hem hebt meegenomen vertel me dan waar hij is, dan kan ik hem meenemen”. Maar dan…

Maria!

Op slag herkent ze Zijn stem. En ze roept het uit: “Rabboeni!”, Mijn meester! Het verhaal neemt onverwachts een wending.

Zwangerschap

Met welk verhaal ben jij vandaag opgestaan? Is het een verhaal van hoop en vreugde, of van verlies, verdriet of uitzichtloosheid? Wat je verhaal ook is, wij allen hebben iets belangrijks gemeen met Maria. Ergens in ons – soms aan de oppervlakte, maar soms ook weggestopt achter een steen – woont Verwachting. Toekomstdromen die nog geen gestalte hebben gekregen, vragen die nog niet zijn beantwoord, beloftes die nog niet zijn ingelost, woorden die nog niet zijn uitgesproken.

We ervaren de verwachting vaak als een gemis of leegte. Verwachting bestaat immers uit hoop die nog niet is ingevuld. Je kunt het vergelijken met een zwangerschap. Artsen zeggen: “Gefeliciteerd, u bent in verwachting”. Maar de aankomende ouders zien en voelen nog niets, en de vrouw moet door een pijnlijk proces. Iedere vrouw die barensweeën heeft doorgemaakt kan het waarschijnlijk beamen: een bevalling is een stukje sterven. Sterven aan jezelf, om nieuw leven voort te kunnen brengen. Maar daarna volgt de vreugde, want je krijgt er ook iets moois voor terug.

Omdat de verwachting nog geen gezicht heeft, zijn we soms geneigd er een negatieve betekenis aan te geven. Dan mopperen we en klagen we over wat er niet is, en over alles wat we niet kunnen en wat we niet hebben. “Wat duurt die coronacrisis toch lang hè, ongelooflijk. We kunnen alweer niet op vakantie”, of: “We hadden een paar dagen mooi weer, maar nu staan de ijsbloemen al weer bijna op het raam”. Datzelfde zien we bij Maria. Met alle reden, want er is veel om over te treuren. Dat Jezus is verdwenen uit het graf, betekent zo op het eerste gezicht een dubbel verlies. Maar dan, plots, doorbreekt haar naam de stilte.

Niet bij de doden, maar bij de levenden is Hij

Jezus leeft! Hij is opgestaan! De dood heeft verwoestend uitgehaald, maar niet overwonnen. Niet bij de doden, maar bij de levenden is Hij. Keerde Jezus tijdens zijn leven de gevestigde orde al om, nu doorbreekt hij die. Middenin een wereld van verdriet, dood en lijden is Hij opgestaan om het leven en de hoop te laten zegevieren. Hij is het Leven en de Hoop.

Bittere kruiden

Diezelfde hoop tekent het joodse Paasfeest. Tijdens de Sedermaaltijd wordt aan de hand van etenswaren aan joodse kinderen het verhaal verteld van de uittocht uit Egypte. Bittere kruiden, vaak maror maar tegenwoordig ook mierikswortel en radijs, verwijzen naar de bitterheid die de joden moesten smaken tijdens hun uittocht uit de slavernij en hun doortocht door de woestijn.

Als je zoals ik een literatuurliefhebber bent, heb je misschien de roman “Het bittere kruid” van Marga Minco wel gelezen. Ze betrekt daarin de bittere kruiden die tijdens de Sedermaaltijd worden gegeten, op het leed dat het joodse volk tijdens de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Maar meer nog schrijft Minco over “vereenzaming”, het gevoel alleen te staan in de wereld. Als je door de Shoah iedereen verloren hebt, lijkt terugkeren naar de oorlogstijd de enige manier om de doden te doen herleven, hun gezichten opnieuw te kunnen zien en hun stemmen te kunnen horen.

Op Goede Vrijdag stonden we stil bij het sterven. Bij het verlies van een dierbare dat door merg en been gaat, en dat een onaangename stilte in ons leven achterlaat. De dood lijkt zo vaak het einde. En die dood hoeft niet eens fysiek te zijn, het verlies kan zich in talrijke gedaanten voordoen. Wegen in ons leven lopen dood, een vriendschap of relatie komt ten einde, onze dierbaren maken keuzes waar we niet langer achter kunnen staan. En laten we het niet vergeten: corona. Op ieder levensmenu staan zo wel een paar bittere kruiden.

Chinese gevangenen

Kort geleden had ik de eer oud-journalist Aad Kamsteeg te mogen interviewen voor het Vlaamse opinieblad Tertio. Ik vroeg hem: “U heeft 50 jaar in de journalistiek gewerkt. Wat heeft nu het meest indruk op u gemaakt?” Zijn antwoord was: “De vervolgde christenen in China. Zelfs als ze 20 jaar in de gevangenis hadden gezeten, kwamen ze er met blijdschap uit. In het Westen vragen wij ons altijd af: waarom laat God het toe, waarom gebeuren er rampen of oorlogen? De Chinese christenen vragen niet waarom, maar waartoe. Ze vragen zich af: hoe kan God deze omstandigheden gebruiken om mij tot een beter mens te maken?”

Net als de Israëlieten gingen ook deze Chinese gevangenen door een woestijn. In een kille cel gesmeten worden omwille van je geloof, dat is een stukje sterven. Het sterven van je dromen en illusies, de plannen en ambities die je koesterde, het contact met je dierbaren. Maar op die onherbergzame plaats kwam er ook iets tot leven. Juist de beproeving, de teruggeworpenheid op zichzelf en op God, maakte dat velen geestelijk sterker uit de gevangenis kwamen dan ze erin waren gegaan.

Als de graankorrel niet sterft

Een wonder dat ons herinnert aan de woorden van Jezus in het Johannesevangelie (12, 24-25): “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen, en wie zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden tot het eeuwige leven.”

Met die woorden refereerde Jezus aan Zijn eigen sterven. Dat Pasen wordt geflankeerd door opschietende narcissen, is geen toeval. Een Molukse KNIL-militair getuigde: “Toen ik naar Nederland kwam, was het winter. Ik verwonderde me over al die bomen zonder bladeren, en vroeg me af: zijn hier alle bomen dood?” Pas later maakte hij kennis met de lente. Bomen die uitbotten en bladeren krijgen, tonen elk jaar opnieuw de opstandingskracht van het leven.

Jezus is waarlijk opgestaan

Zelfs al is de realiteit nog zo grimmig, zelfs al is de woestijn nog zo dor en zijn de kruiden nog zo bitter, God verlaat ons niet. Dát is de boodschap van Pasen. God ontfermde Zich over Maria van Magdala en over het volk Israël, en zo ontfermt Hij Zich vandaag ook over u, jou en mij.

Jezus Christus is waarlijk opgestaan. En Zijn toegestoken hand nodigt ons uit om samen met Hem op te staan. Niet langer terneergedrukt door onze omstandigheden, niet langer gekluisterd, maar vrij in onze liefde, hoop en verwachting. Uitziend naar een hierna beter. Naar een uittocht uit onze innerlijke woestijn, uit de dorre steppen van het leven, naar nieuwe dromen die ontluiken en zich ontvouwen. De dood krijgt niet het laatste woord. Altijd komt er weer een nieuwe lente, een nieuw begin.

Jezus leeft, en wie Zijn hand vat, zal met Hem leven.

Meer lezen?

  • Exodus 12, 1-28
  • Johannes 20, 1-18

Samen met de blog van Stille Zaterdag vormt dit de tekst van de preek op Paasochtend 4 april 2021 in de protestantse kerk De Ark van Sluiskil-Sas van Gent-Philippine.

Goede Vrijdag

Vandaag vieren we Goede Vrijdag. Een naam die toch wat misplaatst lijkt, want wat is er goed aan Goede Vrijdag? We gedenken immers dat Jezus Christus aan het kruis werd genageld. De Duitsers spreken van “Karfreitag” oftewel kommernisvolle Vrijdag, een naam die ogenschijnlijk beter de lading dekt. En toch… het is niet louter kommer en kwel. Hoe het goede en het treurige in elkaar kunnen overlopen, wordt wonderlijk duidelijk als we het verhaal van de kruisiging lezen.

Maria staat aan de voet van het kruis. Daar hangt haar zoon, de baby die ze tegen haar borst heeft gehouden. De jongen die aan haar hand zijn eerste stapjes zette, wiens eerste woordjes ze hoorde. De Bijbel vertelt niets over haar gevoelens, maar welke woorden zijn in staat de pijn te beschrijven die een moeder voelt als haar kind voor haar ogen wordt vermoord?

Maria’s leed valt samen met dat van vele ouders ter wereld. Met de vader student Sanda Dia, een Belgische gastarbeider uit Senegal die zo blij was zijn zoon naar de universiteit te kunnen sturen. De folteringen van zijn “studentendoop’ werden Sanda fataal. Of de moeder van Eric Garner, die in 2014 om het leven kwam bij een gewelddadige arrestatie. Zijn laatste woorden, I can’t breathe, schokten de wereld. Of anders wel de ouders van de 14-jarige Onur uit Enschede, die zelfmoord pleegde na online pesterijen.

Zoon en moeder

Maria staat aan de voet van het kruis, en er is niets dat ze kan doen. Gefolterd en bespot hebben ze haar zoon, hebberig gedobbeld om Zijn onderkleed. Nu hangt Hij daar met spijkers door zijn handen en voeten, en ze kan alleen bidden dat Zijn leed beperkt zal blijven. De tekst leest als een ooggetuigenverslag, en is schematisch opgetekend zodat je haast de indruk krijgt dat Maria met een uitgestreken gezicht heeft staan toekijken terwijl haar zoon de geest gaf. Maar wie zelf kinderen heeft, weet maar al te goed dat dat daar geen sprake van kan zijn.

De kruisiging is een moment van intens lijden. Niet in de laatste plaats ook voor Jezus, want het kruis waaraan Hij genageld is, is niets minder dan een martelwerktuig. Toch overvalt Hem op dat moment een wonderlijke tegenwoordigheid van geest. Daar ontwaart Hij Maria, aan de voet van het kruis. Naast haar staat een leerling die Hij liefheeft. En met Zijn laatste kracht zegt Hij: “Vrouw, dat is uw zoon”. En tegen die leerling: “Dat is uw moeder”.

Niet langer gaat het verhaal over Hemzelf. Jezus weet dat Zijn tijd gekomen is; Maria staat op het punt haar zoon te verliezen. En Hij weet dat als Hij gaat, er een leegte zal achterblijven in het hart en in het leven van deze vrouw. Hetzelfde geldt voor de leerling. In zijn laatste moment vervlecht Jezus deze twee levens. Hij staat Zijn rechtmatige plaats af aan de leerling. Daarom noemt Hij Maria “vrouw” en niet langer “moeder”. Want haar zoon, dat is voortaan deze jongeman. En de verlaten vriend schenkt Hij een moeder.

Geest van de Waarheid

Het is een gebeurtenis waar gemakkelijk overheen wordt gelezen. Soms lijkt ze slechts een detail in het grote verhaal van Goede Vrijdag. Toch is dit moment cruciaal, want dit is de laatste daad die Jezus voor Zijn dood verricht. Hij laat Maria niet als weduwe achter. Precies zoals Hij voor Zijn dood aan Zijn leerlingen heeft beloofd hen niet als wezen achter te laten:

“Als je mij liefhebt, houd dan aan mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de Waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en ze kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als wezen achter, Ik kom bij jullie terug.”

Johannes 14, 15-18

Door Maria een zoon te schenken, en Zijn volgelingen de heilige Geest, toont Jezus dwars door alle wanhoop heen Zijn ontferming. En dat is ook hoe Hij vandaag voor ons zorgt. Zelfs al zijn we eenzaam, we zijn niet verlaten. Zelfs in ons grootste wanhoop zijn we niet zonder hoop, en zelfs in onze grootste zorgen mogen we weten dat Gods Geest ons nabij is.

Voor wie bereid is te vertrouwen, wordt het alsnog een Goede Vrijdag.