Kom zoals je bent

Een jonge politicus vertelde me over zijn religieuze ervaring, een wonderlijke gebeurtenis die alles in zijn leven in een nieuw perspectief had geplaatst. “Maar wat nu?”, vroeg hij zich af. “Ik ben homo. Als ik voor God een roeping wil vervullen, kan ik dan wel blijven zoals ik ben?”

Van een theologiestudent kreeg ik een soortgelijke vraag. Als katholiek had hij zich aangemeld voor een protestantse opleiding. Nu was hij bezorgd over zijn werkkansen. Een professor had hem het advies gegeven protestant te worden, maar daarvoor was zijn traditie hem te lief.

Zware lasten

Twee verschillende levens, maar beide worden deze mensen gedreven door enerzijds het verlangen om God te dienen, anderzijds door twijfel over hun status quo. Moet ik mijn leven veranderen? Ben ik voor God wel acceptabel zoals ik ben? Moet ik hetero worden, protestant, of…

Achter hun vragen schuilt het idee dat er zoiets bestaat als de ideale gelovige; het prototype van de mens die voor God acceptabel is. Helaas ben ik heel wat geestelijke leiders tegengekomen die hun uiterste best deden om mensen dat te laten geloven. In hun streven naar morele en leerstellige zuiverheid legden ze hun volgelingen zware lasten op. Er moest van alles aan hun leven veranderen wilden zij acceptabel zijn voor God.

Knellende jas

Die vermeende nadruk op “morele zuiverheid” is in werkelijkheid nogal eens een streven naar uniformiteit. En uniformiteit wordt maar al te vaak een jas die niet past. Een harnas dat knelt en pijnlijke striemen trekt. Een last waaronder gelovigen gebukt gaan, zich afvragend of zij ooit wel goed genoeg kunnen zijn.

Hokjesdenken is menselijk. Duidelijke categorieën als goed-slecht, waar-onwaar, katholiek-protestant, maken de wereld overzichtelijk en beheersbaar. Maar uit vele Bijbelverhalen blijkt, dat Gods gedachten hoger zijn.

Mozes die een moord pleegde, ging als een van de grootste profeten de geschiedenisboeken in. En keer op keer keert ook Jezus de gangbare orde radicaal om. Het religieuze establishment is verbaasd als Hij de Samaritaanse vrouw een stem geeft, als Hij de steniging van een overspelige voorkomt door te zeggen: “Wie zonder zonde is werpe de eerste steen”, als Hij de Schriftgeleerden nietsontziend terechtwijst omdat hun hoofd vol religieuze wetten en kennis zit, maar hun hart verstoken is van elk spoor van liefde en empathie. Terwijl juist dat is waar het werkelijk om draait. “De eersten zullen de laatsten zijn”, zegt Jezus.

In plaats van mensen in een knellende jas te wringen, nodigt Jezus hen uit hun lasten af te leggen en te komen zoals ze zijn. Zichzelf te zijn, hun hart te openen voor de glorie van God en daardoor nog meer en mooier zichzelf te worden. Wie op die uitnodiging ingaat, ondergaat een diepgaande transformatie van hart.

Uniek en waardevol

“Jij bent waardevol”, zegt Jezus vandaag ook tegen jou en mij. En elke dag opnieuw nodigt Hij ons uit: “Kom zoals je bent”. De mensen die Zijn uitnodiging ontvangen en omarmen, zijn dikwijls niet de mainstream. De types die Jezus rond Zijn voeten verzamelde, wekten nogal eens verbazing. Maar het waren juist de gebrokenen van hart die verlossing nodig hadden, uit wie de ware grootsheid geboren kon worden. En het waren juist de paradijsvogels, die in staat waren de gangbare orde te bevragen.

God houdt van je zoals je bent, maar teveel om je zo te laten. Als we ja zeggen tegen het genadeoffer van Jezus Christus, is dat het begin van een unieke weg die Hij met ons gaat. Zijn liefde wekt in ons het verlangen Zijn wil te doen, open te bloeien en te groeien in volmaaktheid. Om te breken met liefdeloosheid, met slechte gewoontes en destructieve gedragspatronen, en om vrucht te dragen voor Zijn koninkrijk. Dat is een proces dat niet door anderen valt af te dwingen, maar een unieke relatie van hart tot hart.

Of je nu homo, hetero, protestant, katholiek of eeuwige twijfelaar bent: Gods uitnodiging aan ons allen is “Kom zoals je bent”. Als Christus je zo geroepen heeft, is dat omdat je door Hem volledig en onvoorwaardelijk bent aanvaard. Niet omdat je perfect bent (want niemand is dat), maar omdat je een hart hebt dat zich openstelt voor Zijn Liefde. En Liefde vindt altijd een weg.

Mozes, moordenaar of heilige?

Zoeken we in de Bijbel naar een toonbeeld van succes, dan is Mozes een van de eerste namen die komt bovendrijven. Mozes schopte het tot een van de belangrijkste profeten in het jodendom en christendom. Verwarrend, vindt Piet. Hij legde me een vraag voor: “Mozes was een moordenaar, en toch zag hij God. Hoe kan dat nu?”

Het verhaal van Mozes voert terug naar het oude Egypte. De Israëlieten zwichten onder slavernij, onder dwang laat de Farao ze de steden Pitom en Raämses bouwen. Maar het joodse volk blijkt veerkrachtiger dan gedacht, en de Farao schrikt van de snelheid waarmee hun aantal toeneemt.

Blakende baby

Dat brengt hem op een idee. Hij gebiedt twee Hebreeuwse vroedvrouwen op om alle jongetjes te doden die er onder de Israëlieten worden geboren. Maar de vroedvrouwen verzinnen een list om onder dat gebod uit te komen. Dat brengt de Farao opnieuw op een idee. Hij draagt het volk op om alle pasgeboren jongetjes in de Nijl te gooien.

Dan wordt Mozes geboren, een blakende baby die aanvankelijk door zijn moeder in huis wordt verstopt. Maar ze realiseert zich dat ze het kind niet altijd voor de buitenwereld zal kunnen verbergen. Dan krijgt ze een idee. Ze legt de baby in een mandje van papyrus en verbergt dat tussen het riet langs de Nijl, waar de dochter van de farao passeert. “Toevallig” treft die de baby langs de waterkant aan. Daar staat ook een meisje – Mirjam, het zusje van Mozes – en de prinses vraagt: “Wat zal ik met hem doen?” Mirjam raadt haar aan de baby bij een voedster onder te brengen – niemand minder dan Mozes’ moeder. Zo kan hij bij haar blijven tot zijn toekomst aan het Egyptische hof.

Niet volmaakt

Dat het wonderlijke samenspel van “toevalligheden” in Mozes’ leven duidt op een hoger plan, betekent niet dat Mozes volmaakt is. Integendeel, hij lijkt nogal een kort lontje te hebben. Als hij op volwassen leeftijd een bezoek aan zijn volk brengt, is hij onaangenaam verrast over hoe de Israëlieten door de Egyptenaren worden onderdrukt. Bij het zien van een Egyptenaar die een Joodse man slaat, ontsteekt Mozes in woede. Hij haalt uit en doodt de Egyptenaar. Nu is het Farao’s beurt om kwaad te zijn. Hij is vastbesloten Mozes met zijn leven te laten betalen voor de dood van de Egyptenaar.

Voor Mozes zit er niets anders op dan naar Midjan te vluchten, waar hij trouwt en uiteindelijk zijn roeping zal vinden. Dat gebeurt als Mozes voor een brandende braamstruik komt te staan, waar een anonieme goddelijke macht zich openbaart als Jahweh, en zegt het geweeklaag van de Israëlieten te hebben gehoord. Mozes ontvangt de profetie dat God de Israëlieten uit slavernij zal bevrijden, en dat Hij hen zal leiden naar een veilig land.

Gij zult niet doden

Om terug te keren bij de vraag van Piet: hoe kan God nu een moordenaar uitkiezen om een van de grootste profeten van de christelijke en joodse heilsgeschiedenis te worden? Had Hij niet iemand met een mooier cv kunnen vinden? Door de roeping van Mozes zou je haast nog denken dat Jahweh de moord op op de Egyptenaar goedkeurt. Maar daar kan geen sprake van zijn, want de Tien Geboden die Hij later aan Mozes zal geven, zijn duidelijk: “Gij zult niet doden”.

Hoewel het verleidelijk is de wereld te willen opdelen in overzichtelijke categorieën van goed en slecht, heilig en onheilig, is de werkelijkheid vaak complexer dan ons lief is. In de Bijbel is dat niet anders.

  • Petrus verloochende zijn leraar en beste vriend Jezus;
  • Elia was depressief en wenste dat hij dood was;
  • David ging vreemd en vermoordde de man van zijn minnares;
  • Noach was dronken;
  • Abraham was een leugenaar;
  • Mozes pleegde een moord.

Dat maakt de Bijbel zo complex en intrigerend. Soms bemoedigen de verhalen, de andere keer krijgen we een ongemakkelijke spiegel voorgehouden, een derde keer worstel je met vragen. Maar één ding is zeker: steeds opnieuw toont de Bijbel ons door de levensverhalen van onvolmaakte mensen heen hoe God kan werken; hoe onmetelijk groot Zijn liefde en genade zijn. De verhalen confronteren ons niet alleen met Gods glorie, maar ook met een mens die verlossing nodig heeft. Soms nog het meest van zichzelf.

Hoopvol verhaal

Dat zelfs de moordenaar in Exodus 3 een nieuwe kans krijgt, maakt dat het Bijbelverhaal een hoopvolle wending neemt. En niet alleen voor Mozes. Bedenkelijke “heiligen” als Petrus, Elia en David, Noach en Abraham houden ons een spiegel voor: hoe ver je ook bent weggezakt en zelfs al maak je er nog zo’n potje van, God verlaat ons niet. Hij zoekt geen perfecte mensen, maar verloren, ontspoorde mensen die het allemaal niet meer zo goed weten. Het is juist door zulke mensen heen, dat God Zijn glorie kan tonen.

Foto door Lay Low op Pexels.com

Wijs en waardevol investeren

De ene brooddoos is de andere niet. Dat blijkt uit een fotoreportage van Lieve Blanquaert onlangs in De Morgen. Ze bezocht drie Gentse scholen en vroeg leerlingen hun brooddozen te openen. Zo ontstond een bonte verzameling foto’s. Sommige brooddozen zijn gevuld met verse broodjes van de bakker, omzoomd met druiven of komkommer. Andere bevatten slechts wat verkruimelde koekjes. “Soms is de koelkast thuis een beetje leeg”, bekent de 12-jarige Adinda.

Een foto toont de brooddoos van de 13-jarige Sarah. Zij moet haar schooldag zien door te komen met wat paprikachips. “Wij hebben niet veel eten thuis”, zegt Sarah. “Ik voel ook geen honger. Wanneer ik opsta, eet ik niets. Soms drink ik een glas water. De eerste hap eet ik ’s middags. Dan krijg ik een boterham van een vriendin. Ik weet dat het ongezond is om niets te eten, maar ik heb nooit honger en het is sterker dan mezelf. Ik wil ook graag heel mager blijven. Er is wel altijd voedsel tekort. Soms eet ik een appel of een komkommer.”

Foto door Katerina Holmes op Pexels.com

Contrast

Mager blijven, dat is Sarahs ideaal. Waarom zou dat zijn? Grote kans dat het haar niet om een schoonheidsideaal te doen is, maar dat Sarah haar ouders niet tot last wil zijn. Door letterlijk zo min mogelijk ruimte in te nemen, vraagt zij niets van hen wat ze niet kunnen betalen. Welke impact zal dat hebben op de rest van haar leven? De 13-jarige Sarah is een van de vele tragische voorbeelden van hoe armoede je leven kan tekenen.

Het contrast met de leefwereld van de superrijken kan nauwelijks groter zijn. Onlangs werd bekend dat 1.200 Belgen verdachte fiscale constructies hebben in belastingparadijzen, de zogenaamde Pandora Papers. Maar er is niets nieuws onder de zon, want al in 2015 kwamen de Panama Papers boven water. Video-opnamen van de gevangen Russische oppositieleider Aleksej Navalny tonen de exorbitante rijkdom van onder andere oud-president Demitri Mededev. Villa’s, ondergrondse ijshockeystadions, wijngaarden, wagenparken. In zo’n wereld lijken lege brooddozen eindeloos ver weg.

Zelfverrijking

Jezelf verrijken ten koste van de ander, het is een thema dat de menselijke geschiedenis doortrekt. Welke eeuw we ook onder de loep nemen, altijd stuiten we wel op voorbeelden van schandalen, zwendel of uitbuiting. Zelfverrijking is blijkbaar een neiging die diep in de mens geworteld zit. Een overlevingsdrang van the survival of the fittest. Achter de menselijke hebzucht schuilt het idee van schaarste: er is niet genoeg voor iedereen, dus als ik pak wat ik pakken kan, dan ben ik in ieder geval verzekerd van een goed bestaan.

Maar wat zegt de Bijbel daarover? Is ons economische model ook God’s Economy? In het Bijbelboek Deuteronomium bepleit Mozes een kijk op zaken die misschien zal verbazen.

Sabbatsjaar

Denk je eens in: je gaat naar de bank, want je hebt het huis van je dromen gezien en je wilt weten of je dat kunt betalen. Een financieel adviseur ontvangt je, slaat aan het rekenen en zegt: “Je hebt 270.000 euro aan hypotheek nodig en over een looptijd van 20 jaar betaal je 1,25 procent rente”. Dat is de normale gang van zaken, nietwaar? Tenzij Mozes je financieel adviseur is.

Want dit is wat Mozes tegen de Israëlieten zegt: “Elke zeven jaar moeten jullie degenen die bij je in het krijt staan, al hun schulden kwijtschelden”. Wat houdt dat concreet in? Het betekent dat als je bij de bank 270.000 euro leent en zes jaar lang keurig je maandelijkse termijnen hebt voldaan, je daarna plots een telefoontje krijgt. “Meneer of mevrouw, wij hebben goed nieuws voor u. Dank u voor de afbetaling, u hebt genoeg betaald. De rest van de hypotheek mag u vergeten; het huis is vanaf nu voor u.”

Foto door Thirdman op Pexels.com

Dat is een nogal onalledaagse manier van bankieren. Toch brengt Mozes dat als een cruciaal spiritueel principe achter de manier waarop de Israëlieten hun economie vormgeven. Het getal zeven staat in de Bijbel symbool voor de volheid, zeven jaar is de cyclus van het sabbatsjaar. Mozes belooft dat als het volk zes jaar werkt en winst maakt, en het zevende jaar alles aan de Eeuwige overdraagt, het door God Zelf gezegend zal worden.

“U zult over vele volken leningen verstrekken, maar zelf hoeft u niet te lenen. U zult over veel volken macht uitoefenen, maar zij niet over u.”

Deuteronomium 15, 6

Slaaf

Opmerkelijk is dat de wortel van het Hebreeuwse woord dat hier voor “lenen” wordt gebruikt, nauw verbonden is met de term “slaaf”. En dat is ook waar de wijze koning Salomo voor waarschuwt:

“Een rijke heeft macht over armen; wie leent, is een slaaf van wie uitleent.”

Spreuken 22, 7

Voor veel mensen is dat bittere realiteit. Juist op momenten dat het leven niet loopt zoals je had gepland, kan een lening aantrekkelijk lijken. Je koopt die wasmachine op afbetaling, en voor een klein bedrag per maand extra kun je er nog een tv bij nemen. Een nieuwe wereld opent zich en plotseling lijken de mogelijkheden eindeloos. Maar dan komen de facturen, en voor je het weet ben je zeven jaar later nog altijd spullen aan het afbetalen die inmiddels versleten zijn.

Foto door Tima Miroshnichenko op Pexels.com

Loonbeslag

Mijn vader werkte op de salarisadministratie van een grote verfproducent, zijn broer – mijn oom – was deurwaarder. Terwijl de één loonbeslagen moest uitvoeren, haalde de ander op gerechtelijk bevel huizen leeg. Beide zagen de mens in zijn grootste financiële kwetsbaarheid. En wat opviel: de grootste problemen deden zich meestal niet voor in sociale huurwoningen.

Opvallend vaak waren het de mensen met een luxe levensstijl. Zij leken alles te hebben: een dure auto, een mooi huis, driemaal per jaar een luxe vakantie. Voor de ogen van de wereld leken deze mensen rijk en succesvol. Maar vorderde de bank zijn geld terug, dan stortte hun leven als een kaartenhuis in elkaar. De levensstijl van deze mensen was niet gebouwd op wat zij hadden, maar op wat zij zo graag wilden zijn.

De buitenwereld zag de luxe, maar niet hoe deze mensen ’s nachts wakker lagen, zich afvragend hoe zij met het ene gat het andere konden dichten. Tot er onherroepelijk een moment kwam dat het niet meer lukte. Dan kwam de bank met een grote naald en prikte de zeepbel door. Wie ben je dan nog? Wat blijft er over als alles waarop je je identiteit had gebouwd, als zand onder je wegglijdt?

“Wie leent, is de slaaf van wie uitleent”, waarschuwt koning Salomo. Dat is nu precies waarom die algemene kwijtschelding zo belangrijk is; dat systeem voorkomt dat binnen het volk Israël de één teveel macht krijgt over het leven van de ander. Mozes voegt daar nog aan toe dat je niet berekenend mag denken: “het jaar van de kwijtschelding komt eraan”, en dan zes jaar lang alles voor jezelf mag houden. Als de Israëlieten een arme tegenkomen, moeten ze diep in de buidel tasten en alles geven wat die arme nodig heeft.

Foto door Jimmy Chan op Pexels.com

Jezus’ visie op economie

In het Marcusevangelie komt ook Jezus met een visie op economie. Maar terwijl we Jezus in het christendom meestal associëren met verlossing van de strikte wetten van Mozes, hanteert Hij hier regels die nog veel strenger zijn….

Een man komt bij Jezus en vraagt: “Goede meester, wat kan ik doen om het eeuwig leven te beërven?” Jezus begint de geboden op te sommen. Hij zegt: “Je kent de geboden: niet doden, niet echtbreken, niet stelen, niet vals getuigen, niemand tekort doen, je vader en moeder eren”, waarop de man antwoordt dat hij die vanaf zijn jeugd heeft onderhouden. Maar dan kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:

“Een ding ontbreekt je: verkoop alles wat je bezit en geef het aan de armen, en daarmee zul je een schat bezitten in de hemel. Kom dan terug en volg mij.”

Marcus 10, 17-30

Waar de Israëlieten in Deuteronomium konden volstaan met een “algemene kwijtschelding”, vraagt Jezus hier plotseling alles. Geen 1/7 deel, maar de volle 100 procent. Niks geen genade zou je zeggen, de prijs is alleen maar hoger geworden.

Vergankelijke dingen

Hoe kan dat nu? Willen we dat begrijpen, dan moeten we dieper stilstaan bij de man om wie het gaat. Deze man is opgegroeid met de Mozaïsche wet en hij houdt zich braaf aan allerlei regeltjes. Maar Jezus kijkt dieper en ziet hoe het met zijn hart gesteld is. Het leven van deze man is niet geworteld in Gods Liefde, maar gebouwd op materie, op status, rijkdom en succes. Op vergankelijke dingen. Zijn identiteit is er zelfs zodanig mee verweven, dat hij ten diepste hoopt dat Jezus juist dat niet van hem zal vragen. Want dat is niet de prijs die hij wenst te betalen.

Je rijkdom zal je uiteindelijk niet redden, dat is wat Jezus hier duidelijk maakt. Veel mensen geloven dat de werkelijkheid louter uit materie bestaat. Als dat zo is, en als ons leven op aarde louter toeval is en geen hoger doel dient, lijkt het logisch om zoveel mogelijk materie te vergaren. Om rijkdommen te verzamelen en te genieten zolang je leeft. Dat is ook wat de superrijken in de Pandorapapers doen. Maar zelfs als je bankrekening volloopt, kan je hart pijnlijk leeg blijven.

Foto door Redrecords u00a9ufe0f op Pexels.com

Kies voor wat blijft

Door de eeuwen heen klinkt dezelfde waarschuwing: menslief, waarom steek je al je energie toch zo graag in het vergaren van rijkdom en bezit, dingen die uiteindelijk verloren gaan en die je niet kunt meenemen, terwijl je ook kunt investeren in het koninkrijk van God? In de ontwikkeling van je ziel, in het groeien in liefde en in gerechtigheid? Die dingen neem je mee en zullen voor eeuwig blijven.

In een wereld van Pandora- en Panamapapers dagen Mozes en Jezus ons uit tot een ander economisch bewustzijn. Om onszelf niet weerspiegeld te zien in de glanzende billboards van de commercie, maar daar op dat plein in de stad, waar de bedelaar zit. En in die school in Gent, waar dat meisje met schaamte haar lege brooddoos opent.

Laten wij juist in zulke situaties het verschil maken. Want door de bedelaar wat geld en onze glimlach te schenken, verlichten wij niet alleen zijn last maar ook onze eigen ziel. En door de brooddoos te vullen van een hongerig kind, voeden wij tevens ons eigen hart. Want zoals de joodse filosoof Emmanuel Levinas benadrukt: wij zijn allemaal verbonden. Het is in het aangezicht van de ander, dat wij telkens opnieuw onszelf zien.

Verlang jij ook naar een eeuwig rendement? Tel je zegeningen, en investeer in wat werkelijk wijs en waardevast is!

Foto door fauxels op Pexels.com

Meer lezen?

  • Deuteronomium 15, 1-11
  • Marcus 10, 17-31

Deze tekst is gebaseerd op de preek van zondag 10 oktober 2021 in protestantse kerk De Brabantse Olijfberg aan de Lange Winkelstraat in Antwerpen. Preken zijn online te bekijken via YouTube.

Alles wat je hartje begeert?

Een wereld van grenzeloze vrijheid, wie wil daar niet graag in geloven? Reclames beloven ons dat we alles kunnen hebben wat ons hartje begeert, gewoon omdat we het waard zijn. Maar worden we daar uiteindelijk wel gelukkiger van? De profeet Maleachi uit het Oude Testament heeft ons vandaag verrassend veel te vertellen.

Alles hebben wat je hartje begeert, het is een droom waar marketeers hun voordeel mee doen. Reclameboodschappen triggeren menselijke verlangens als rijkdom, macht, de eeuwige jeugd, een plezierig en zorgeloos bestaan. Dat die verlangens van alle tijden zijn, zien we in het Bijbelboek Maleachi. De tempel is herbouwd en veel Israëlieten zijn teruggekomen uit ballingschap. “Alles wordt beter”, denken ze. En ze beginnen te feesten, het leven te vieren, de mannen verliezen hun hart aan vreemde vrouwen en verlaten de echtgenote van hun jeugd.

Toverwoord

Vrijheid. Dát is wat de Israëlieten willen; dat is wat hun hart begeert. En de cultuur rondom hen fluistert hen in: “Wat kan er mis zijn met een verliefdheid?”, “Laat al die zure moraalridders maar praten, je leeft tenslotte maar één keer”, en: “God ziet het wel door de vingers”. De vrijheid om te doen wat je wilt, om aan niemand verantwoording te hoeven afleggen, zelfs niet aan je eigen geweten – hoe goed kan dat voelen.

Vrijheid, is dat ook niet een van onze diepste dromen? Nederland heeft een Form voor Vrijheid en Democratie, de aanhangers van Willem Engel zeggen te strijden voor de vrijheid, de woke-beweging en de regenboogvlag doen op hun manier hetzelfde.

Die focus op vrijheid komt niet uit de lucht vallen. Al sinds de Franse Revolutie is vrijheid een van onze toverwoorden: Liberté, Egalité, Fraternité – vrijheid, gelijkheid, broederschap. En laten we wel wezen: je hoeft je maar te verdiepen in de levens van mensen die om hun mening of geloof worden vervolgd, om te beseffen hoe onmisbaar vrijheid is om jezelf te kunnen zijn; om het leven te kunnen leiden waar je altijd van droomde. Geen werkelijke democratie zonder vrijheid. Maar vrijheid die geen grenzen kent – ongelimiteerde vrijheid – moeten we dat eigenlijk wel willen?

Foto door Pixabay op Pexels.com

Verbinding met de hemel

De Israëlieten in het Bijbelboek Maleachi brengen offers in de tempel, maar tot hun schrik ontdekken ze dat hun geschenken niet worden aanvaard. Ze bedekken het altaar met tranen, ze schreeuwen het uit: “Heer, waarom aanvaardt U ons offer niet? Waarom lijkt de hemel van koper? Waarom is het alsof U niet langer naar ons omziet?”

Deze mensen hebben alles nagejaagd wat hun hartje begeert, maar eenmaal voor het altaar komen ze tot de ontdekking dat hun hart leeg is gebleven. Er is er maar Eén die het werkelijk vullen kan. En die Ene geeft niet thuis. “Waarom is onze verbinding met de hemel zo slecht?” vragen ze zich vertwijfeld af.

Gelukkig haakt God niet af bij een slechte verbinding. Wat we door de hele Bijbel heen zien, is dat Hij Zijn netwerkbeheerders stuurt om hemelse verbindingsproblemen op te lossen. In het Bijbelboek Maleachi is dat niet anders. De naam Maleachi betekent “mijn boodschapper, mijn engel”. En de profeet doet die naam eer aan. Met zijn heldere boodschap dringt hij direct door tot de kern.

Verbond(enheid)

“Hebben wij allen niet één en dezelfde Vader”, vraagt Maleachi, “heeft niet dezelfde God ons geschapen?” Dat hij in familietermen praat, is veelzeggend. Als de Eeuwige, de Bron van alle leven onze Vader is, dan maakt dat alle mensen tot broeders en zusters. Door die bril bekeken is het Verbond dat God met Mozes sloot, geen wet van regeltjes om de mensen in hun vrijheid te beperken. Het Verbond – de naam zegt het al – is bovenal een verzegeling van de onderlinge verbondenheid van de mensenfamilie.

Het is juist dat Verbond, dat de Israëlieten hebben verbroken. Deze mannen storten wel tranen op het altaar omdat hun offers niet worden aanvaard, maar de tranen van hun echtgenotes zien ze niet. De vrouwen die de prijs betaalden voor de “vrijheid” van hun mannen; die werden bedrogen, achtergelaten en wiens levens in scherven uiteenvielen. Ja, deze mannen hebben alles uit het leven gehaald wat hun hartje begeert, maar dat is niet het juiste. Het is niet wat Gods hart begeert.

Foto door Liza Summer op Pexels.com

Meer dan ontrouw

Omdat het jodendom via de moederlijke lijn wordt doorgegeven, plegen deze Israëlieten meer dan echtelijke ontrouw. Terwijl ze hun eigen echtgenotes nageslacht ontzeggen, verwekken ze kinderen bij vreemde vrouwen. Kinderen die niet langer als joden zullen opgroeien. Wat aanvoelt als verliefdheid en passie, kan de ondergang van een volk betekenen.

“Speel niet met je leven en gedraag je niet langer trouweloos”, drukt Maleachi de Israëlieten op het hart. Daarmee zet hij de essentie van vrijheid weer even in de verf: ze is als een bloem die niet zonder morele bedding kan. Vrijheid gaat hand in hand met verantwoordelijkheid.

Hoe verleidelijk het is om je focus verkeerd te leggen, blijkt ook uit het Nieuwe Testament. De Schriftgeleerden en de Farizeeën gaan voor het imago van de onfeilbare intellectueel. Maar Jezus doorziet hen. Hij zegt: “Jullie lijken op gewitte graven, maar van binnen ben je vol doodsbeenderen en onreinheid”. De bewoners van Laodicea gaan dan weer voor rijkdom, status en prestige. Maar Johannes doorziet hen. Hij zegt: “Jullie zeggen dat je rijk bent, dat je alles hebt wat je wilt en niets meer nodig hebt. Jullie beseffen niet hoe ongelukkig je bent; hoe armzalig, blind, berooid en naakt”.

Wie ben je als niemand kijkt?

In een wereld van reclames, clicks en likes is identiteit een keuze geworden. Je shopt een imago bij elkaar door de juiste kleren te kiezen, een dure auto te kopen of rond te strooien met glanzende visitekaartjes. Maar de Bijbelse profeten herinneren ons telkens weer aan iets belangrijks: God kijkt verder dan de oppervlakte. Zijn blik reikt dieper dan dat zorgvuldig opgepoetste buitenkantje. Hij ziet wie je bent.

Hij ziet de influencer met 100.000 volgers op Instagram die ’s nachts huilt van eenzaamheid; de man die in een dure auto zijn uitzichtloze bestaan probeert te ontvluchten; de vrouw die het perfecte gezin lijkt te hebben, maar zich al jaren niet gezien of gehoord voelt. De tiener die vele vrienden heeft, maar die zich aan niemand werkelijk toevertrouwt.

Voor het oog van de wereld kun je een succes zijn. Maar wie ben je als niemand kijkt? Achter de wereldse schitter schuilt dikwijls een wereld van gebrokenheid, van mensen die in alle eenzaamheid door de diepste dalen gaan. Ontbreekt het hen aan geloof? Nee, het probleem is eerder dat het in onze wereld en in onze kerken zo vaak ontbreekt aan liefde.

Foto door Keira Burton op Pexels.com

Verleg je focus

Palliatief verpleegkundige Bronnie Ware deed in 2013 onderzoek naar The Ten Regrets, de tien dingen die mensen op hun sterfbed het meest betreuren. Dit zijn ze:

  • Had ik me maar niet zoveel zorgen gemaakt.
  • Had ik maar de moed gehad om het leven te leiden dat ik wilde, in plaats van dat wat anderen van mij verwachtten.
  • Had ik mijzelf maar toegestaan om wat gelukkiger te zijn.
  • Had ik maar wat meer tijd doorgebracht met familie en goede vrienden.
  • Had ik mijzelf maar wat meer vertrouwd.
  • Had ik die vreselijke job maar eerder verlaten.
  • Had ik mijn werkelijke dromen en ambities maar nagejaagd.
  • Had ik maar wat meer vergeven.
  • Had ik maar beseft dat het oké is om je zelf lief te hebben, jezelf te aanvaarden.
  • Had ik maar wat vaker liefde verkozen boven angst.

Wat opvalt aan de Ten Regrets, is dat verbondenheid een hoofdrol speelt. Verbondenheid lijkt het laatste te zijn dat op ons sterfbed nog telt, met onszelf, met anderen en met de Ultieme Liefde die God is. Jezus maant ons daarom in het Mattheüsevangelie:

“Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen. Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen. Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.”

Mattheüs 6, 19-20

Zorg dat je niet zo in beslag wordt genomen door dagelijkse zorgen en beslommeringen, dat je de meest waardevolle dingen in het leven misloopt. Verleg je focus!

“Maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding?

Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen?

Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. Zoek eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij.”

Jezus in Mattheüs 6, 25-33

Met het volk Israël komt uiteindelijk alles weer goed. Het krijgt alsnog alles wat hun hartje begeert. Maar er heeft een verandering van mindset plaatsgevonden: ze hebben de switch gemaakt van een zelfzuchtig vrijheidsstreven naar een vrijheid in verantwoordelijkheid. En omdat verbondenheid met God nu hun hoogste hartsverlangen is, kan Hij hen ook al het andere toevertrouwen.

Foto door Hassan OUAJBIR op Pexels.com

Deze tekst is gebaseerd op de preek van zondag 3 oktober 2021 in Protestantse Gemeente Sluiskil-Philippine-Sas van Gent.