Trots en nederigheid

Overdenking

Op de redactie van Vlaams opiniemagazine Tertio hangt een spreuk: “We leggen de lat hoog, zodat je er makkelijker onderdoor kan.” De lat hoog leggen: dat klink niet altijd prettig. Maar wat zou er gebeuren als er een CEO zou binnenwandelen die zou zeggen: “We gaan de lat eens flink laag leggen”? In een wereld boordevol concurrentie belooft dat weinig goeds.

We zijn allemaal opgegroeid in een wereld waarin er maar één de wiskunde-olympiade of de marathon kan winnen. Wil je de top bereiken, dan moet je dus zorgen dat je altijd net een stapje beter bent dan de anderen. Het Lucasevangelie leert ons dat dat in de tijd van Jezus al zo is. Want Jezus vertelt een parabel die helemaal inspeelt op het concurrentiedenken.

Voorbeeld in kennis

De gelijkenis van de Tollenaar en de Farizeeër (Lucas 18:9-14) is een knap staaltje vertelkunst. Jezus zet twee figuren in scherp contrast tegen elkaar af. Twee mannen gaan naar de tempel om te bidden. De één is een tollenaar. In onze tijd zou je dat kunnen vergelijken met een deurwaarder of een belastingambtenaar (maar dan nog een beetje erger, want Israëlitische tollenaars inden belastingen voor de Romeinse bezetters).

Dan de ander. Dat is een joodse Schriftgeleerde. Binnen het christendom hebben de Schriftgeleerden en de Farizeeën een negatieve bijklank gekregen, maar in de tijd van Jezus genoten ze veel aanzien bij het volk. [1] Voor de toehoorders van Jezus is de context duidelijk: een Schriftgeleerde en een tollenaar zijn allebei welgestelde heren, maar terwijl de één staat voor rechtschapenheid en rechtvaardigheid, valt van de ander weinig goeds te verwachten.

Wending

Maar dan keert Jezus die werkelijkheid om. Radicaal. De Schriftgeleerde, de crème de la crème van de Israëlitische samenleving, blijkt plots de onrechtvaardige. Die wending wordt duidelijk in zijn gebed dat Jezus beschrijft.

‘God, ik dank u dat ik niet zo ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten.’

Zelfingenomen

Je zou je kunnen afvragen: wie bidt nu zoiets? Het gebed lijkt nogal zelfingenomen en arrogant, elke zin is doorspekt met het woordje “ik”. Toch waren zulke gebeden in die tijd niet ongebruikelijk.[2] Vergelijk het maar eens met dit gebed uit de Dode Zeerollen:

 “Ik prijs u, Heer, omdat u mijn lot niet hebt laten vallen in de gemeenschap van het bedrog en mijn deel niet gesteld hebt in de kring van de huichelaars.” (1QHa 15:34)

Er is niettemin een belangrijk verschil tussen dit gebed en dat van de Farizeeër. In bovenstaande versie is het nog altijd God die de bidder in staat stelt om goed te leven. Ook trekt die laatste geen scheidslijn van: ik ben goed en de ander is fout. De Schriftgeleerde doet dat wel. Hij is zo overtuigd van zijn eigen grootsheid, dat hij met zijn woorden zelfs God denkt te kunnen imponeren: “Kijk eens Heer, hoe goed ik ben!”

Uiterlijkheden

Wat een contrast met het gebed van de tollenaar! Want die durft nauwelijks naar de hemel op te kijken, slaat zich op de borst en zegt: ‘God, wees mij, zondaar, genadig.’ Wie van de twee is uiteindelijk de rechtvaardige? Jezus is duidelijk:

Ik zeg u: deze (de tollenaar) ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere; want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.”

Ongetwijfeld is de Schriftgeleerde ooit goed begonnen, maar naarmate zijn verstand zich vulde met kennis, raakte zijn hart verwijderd van de essentie. Nauwlettend begon hij zich te focussen op elk detail van de Levitische wet. Hij probeerde elke mogelijke overtreding uit te zuiveren. Alles moest correct zijn, alles moest kloppen. Uiteindelijk nemen die rigide uiterlijkheden hem zo in beslag, dat hij de liefde – die de essentie en de vervulling is van de Wet – uit het oog verliest.

In plaats van zijn naaste lief te hebben, sluit deze Schriftgeleerde mensen uit. Hij deelt de wereld op in zondaren en rechtvaardigen. Zichzelf beschouwt hij als het toppunt van rechtvaardigheid.

Hiërachie

Jezus is niet de enige die zich tegen zo’n houding keert. We lezen al in Jesaja 65:5:

“Er is een geslacht dat rein is in zijn eigen ogen, en toch niet gewassen is van zijn vuilheid. Deze zijn een rook in mijn neus, een vuur dat de hele dag brandt.”

De Schriftgeleerden schrikken er in de tijd van Jezus niet voor terug om elkaar de meest hoogdravende bijnamen te geven, zoals ‘De heilige’, ‘Licht van Israël’, ‘de heerlijkheid der wet’, ‘uitroeier van de bergen’.[3] God heeft hen inderdaad veel kennis toevertrouwd. Maar ze gebruiken die kennis niet langer om het volk, maar zichzelf te verheffen. Zo ontstaat een hiërarchie met een elite aan de top, en het ‘plebs’ onderaan de voet. De Schriftgeleerden beschrijven het gewone volk als ‘vervloekt’ omdat zij de wet niet kennen[4] en noemen hen ‘mensen van de aarde’ en ‘lege regenbakken’[5]

Machtsmisbruik

Daar waar elitevorming ontstaat, ligt machtsmisbruik op de loer. De mens die zichzelf als norm neemt, en die niet langer beseft dat hij aan God verantwoording moet afleggen, verkeert in de gevarenzone. Een paar recente voorbeelden: de tragische dood van Sanda Dia, veroorzaakt door de studentenvereniging Reuzegom; het machtsmisbruik dat naar buiten kwamen via #Metoo en de kerkelijke misbruikschandalen, die onherstelbare schade aanrichtten. Zowel aan de geloofwaardigheid van kerk als aan de levens van slachtoffers.

De Farizeeër in ons

Veel hoogmoed en machtsmisbruik haalt het nieuws niet. Toch is onze samenleving er op alle niveaus van doordrongen. Tijdens vergaderingen schuiven mensen zichzelf naar voren, ze werken met de ellenbogen, energiebedrijven maken woekerwinsten ten koste van noodlijdende gezinnen.

Elitevorming schuilt trouwens niet alleen in de hoogste echelons van de samenleving. Ze zit ook in ons. Wij zijn de Farizeeër in dit verhaal, telkens als we denken dat wij boven de ander staan. Omdat we meer gestudeerd hebben, omdat we een hoger inkomen hebben, omdat wij op ‘de juiste’ politieke partijen stemmen, omdat we beter dan onze buurman weten hoe alles werkt in dit land. Of omdat wij nu eenmaal veel minder domme keuzes maken dan een ander.

Laten we we eerlijk zijn: zo’n Farizeese houding is voor jezelf best prettig. Want door jezelf af te zetten tegen de ander, ga je je tijdelijk beter voelen. Maar uiteindelijk creëer je geen win-win. Want door jezelf groter te maken, maak je een ander een kopje kleiner.

“Dimming someone else’s light won’t make yours shine any brighter.”

Quote, auteur onbekend

 Het licht van een ander uitdoven, zal dat van jou niet helderder doen schijnen. Misschien denk je nu: “Ja, maar dat is wel hoe onze samenleving werkt.  Wie niet bereid is zijn tanden te laten zien en voor zijn plekje te vechten, verliest.” Dat is inderdaad precies zoals het is. Maar opvallend aan Jezus is dat Hij die gebruikelijke orde telkens weer omkeert. En dat Hij ons, zijn volgelingen, uitdaagt om hetzelfde te doen.

“Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.” (14, cf. Mattheüs 23:12)

Wat is er zo verkeerd aan trots? Trots brengt scheiding teweeg tussen mensen. De hoogmoed zegt: “Ieder voor zich, en God voor ons allen.” Maar dat is niet de boodschap van het evangelie. Die zien we belichaamd in de nederige tollenaar.

De tollenaar is een onrechtvaardige. Dat weet hij zelf maar al te goed. [6] Als de tollenaar zich naar de tempel begeeft, durft hij niet eens op te kijken naar de hemel. En eenmaal door Gods heiligheid omringd, wordt hij zich plots bewust van alle wandaden die hij heeft begaan. Hij had zich natuurlijk nog kunnen rechtvaardigen. De tollenaar had kunnen zeggen: “Ik moet toch mijn gezin toch kunnen onderhouden?” Maar in tegenstelling tot de Schriftgeleerde doet hij geen enkele poging om God te imponeren. Nee, hij buigt zich het hoofd en zegt: “God, wees mij zondaar genadig.”

En de tollenaar ontvangt genade.

Vallen en weer opstaan

Twee mensen, de tollenaar en de Farizeeër, verbeelden samen de grillige realiteit van dit leven. De tollenaar legt de lat laag, de Farizeeër legt de lat hoog. Maar hoe hoog we de lat ook optrekken, Gods normen zijn altijd hoger. De Eeuwige overstijgt ons altijd.

Zowel de tollenaar als de Farizeeër leiden een leven van wandelen, struikelen, vallen en weer opstaan. Zo goed en kwaad als het gaat. Net als wij. Ook wij maken fouten, we zeggen soms dingen waar we spijt van krijgen, maken de meest onhandige keuzes. Maar dat is het bijzondere van het Evangelie: God kent ons. En Hij neemt ons zoals we zijn, want die onvolmaakte realiteit is het vertrekpunt waar God ons tegemoetkomt. In plaats van ons een torenhoge hemelse meetlat op te leggen, zond God ons Zijn Zoon Jezus Christus, in de gestalte van een mens, om voor ons onvolmaakte mensen de weg te openen naar de ware vrijheid.

Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid” (2 Korintiërs 12:9)

Zelfs al struikelen we duizendmaal, telkens als we gevallen zijn, reikt Christus ons de hand om ons weer op te richten. Wie bereid is die hand te vatten, mag in volle vrijheid in Zijn voetsporen wandelen, lerend en groeiend, stap voor stap sterker.

We zijn allemaal geroepen. Niet om het volmaakte leven te leiden, maar om volwaardig mens te zijn. In alle vrijheid, en in liefde en verbondenheid met de Eeuwige en met elkaar.

Gods genade is ons genoeg. Amen

Dit is de tekst van de preek van zondag 23 oktober 2022 in de Christusgemeente aan de Bexstraat in Antwerpen.

Foto door Lukas op Pexels.com

[1] Joodse Oudheden 13.298; 18.15, zie ook de schrijver Flavius Josephus; De Hebreeuwse woorden Jashar (rechtschapen man) en Tsaddik (rechtvaardige) drukken uit dat de Schriftgeleerden erudiete heren waren die de hoogste idealen nastreefden. Ze golden als voorbeeld in kennis en levenswandel.

[2] zie bijvoorbeeld: Tosefta Berachot 6:18; Babylonische Talmud Berachot 28b.

[3] Debijbel.nl

[4] Johannes 7:49

[5] Lucas 5:32, Lucas 7:34, zie ook voetnoot 3.

[6]Tollenaars hadden het imago van rovers en moordenaars, en ook Lucas plaatst ze in de categorie ‘zondaren, zie: Lucas 5:27-32; 15:1-7; 19:1-10.

Gelijkenis van de Verloren Zoon

Overdenking

Een vader had twee zonen. Laten we vandaag eens stilstaan bij een gelijkenis van Jezus in Lucas 15, die zo begint. Een gelijkenis is een verhaal om een diepere werkelijkheid te illustreren. Een kort verhaal dat uitdaagt en je aan het denken zet.

Het begint als Jezus tegenover morrende mensen staat. “Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat Hij zich inlaat met zondaars en met hen aan tafel zit?’”, vragen de Schriftgeleerden en Farizeeën zich af. Ze spelen graag op safe. Je hebt vast wel eens zulk soort mensen ontmoet, of misschien herken je jezelf in hen. Het zijn correcte mensen, geen detail ontgaat ze. Vernieuwing of innovatie zijn niet aan hen besteed. Nee, zij zien zichzelf als hoeders van de traditie. Ridders van de status quo.

Maar dan Jezus. Iemand die er qua Schriftkennis één van hen is, maar die totaal andere keuzes maakt. Hoe kan dat? Zou Hij zijn kostbare tijd niet beter besteden dan aan moordenaars, criminelen, mensen van losse zeden? De Schriftgeleerden en Farizeeën vinden het onbegrijpelijk. Zelf menen ze hun succes te hebben verdiend door hard te werken, binnen de lijntjes te kleuren en met de juiste mensen om te gaan.

Drie gelijkenissen

Hun gemopper is niet rechtstreeks tot Jezus gericht, maar Hij vangt het wel op. En Jezus begint een verhaal te vertellen. Drie gelijkenissen maar liefst. Drie verhalen – in de Bijbel het getal van de volheid – over iets dat verloren is.

  • Stel je voor dat je honderd schapen hebt en er raakt er eentje zoek. Zo begint het eerste verhaal. Zou je dan niet net zo lang zoeken tot je dat ene schaap teruggevonden had? (Lucas 15:3-7)
  • Een vrouw had tien muntstukken. En opnieuw is er grote vreugde als de vrouw eindelijk dat ene muntstuk teruggevonden heeft. Dat is het tweede verhaal (Lucas 15:8-10).
  • Een vader had twee zonen. Zo begint het derde verhaal. Daar gaat Jezus dieper op in. Er is niet alleen een feest van vreugde als de vader zijn verloren zoon teruggevonden heeft, maar ook een open einde. Zal de oudste zoon nog wel binnenkomen? (Lucas 15:11-32)

Pelgrims

Een vader had twee zonen. Kort voordat de wereldberoemde schilder Rembrandt stierf, vereeuwigde hij de gelijkenis van de verloren zoon uit Lucas 15 in zijn wereldberoemde schilderij ‘De terugkeer van de verloren zoon’.

Priester Henry Nouwen beeldde dat schilderij af op zijn boek Eindelijk thuis. “De terugkeer van de verloren zoon’ verbeeldde voor hem hoe er altijd weer een weg is terug naar huis, zelfs al raak je nog zover van je hemelse Vader verwijderd. Een mooie betekenis, maar misschien denken we daarbij eerst aan anderen. Aan de zondaars, aan hen die duidelijk buiten de lijntjes van de maatschappij. kleuren En misschien zeg je dan wel: “Zij hebben dat nodig; zij hebben vergeving nodig en het gevoel dat God hen ondanks alles liefheeft.”

Natuurlijk, dat is hoe je naar de gelijkenis van de verloren zoon kunt kijken. Maar dan is het alsof we van een afstandje een schilderij bekijken: we komen er zelf niet in voor. Het gaat over anderen die zijn afgedwaald en de weg naar huis weer teruggevonden hebben. Maar zijn wij in dit leven misschien ook pelgrims? Zoekend en tastend naar wat waar en waardevol is, naar zin en betekenis voor dit leven?

Als we naar het schilderij van Rembrandt kijken, zien we drie mensen op de voorgrond staan. Een oude vader die zijn zoon liefdevol omhelst. Rechts van hem staat zijn oudste zoon, die kijkt vanaf een afstandje toe. Alsof het alleen maar draait om de vader en de verloren zoon en niet om hem. Maar dat is maar schijn. Terwijl de oudste zoon daar van een afstandje toekijkt, is hij ook betrokken in het verhaal van de ‘Terugkeer van de verloren zoon’.

Uit de sleur breken

Een vader had twee zonen. De jongste ging naar de vader toe en zei: “Vader, geef me het deel van de erfenis waar ik recht op heb.” Dat lijkt alsof hij zegt: “Papa, voor mij besta je niet meer, geef me mijn geld en ik ben weg.” Nogal cru, maar in het oude Israël lag dat anders. Het was gebruikelijk dat de oudste zoon de boerderij overnam en recht had op twee derde deel van de bezittingen van zijn vader. De jongste zoon kreeg een derde en kon dat opvragen als hij volwassen werd.

Maar dat vermogen was wél bedoeld om er een toekomst van op te bouwen. Deze jongeman had andere plannen. Hij had het thuis wel gezien, en verlangde naar avontuur en plezier. Daarom vertrok hij naar een ver land. Ergens ver van de regels van het ouderlijk huis, waar hij ongestoord de bloemetjes kon buitenzetten.

Pas als hij alles verloren is, komt hij tot inkeer. Dan pas ziet hij hoe relatief en leeg alle dingen waren die hij gezocht had, en hoe alleen hij achtergebleven is. Tot overmaat van ramp breekt er een hongersnood uit in dat verre, vreemde land. De jongeman stapt naar een varkensboer en vraagt of hij de varkens mag hoeden. Hij komt terecht in een varkensstal, waar hij zich voedt met de schillen die voor de dieren worden neergeworpen. Wat kan een mens diep zinken.

Overkomt dat ons ook niet weleens, dat we denken dat het elders beter is? Juist het vertrouwde kan je opbreken. Sleur. Je leeft al jaren met dezelfde partner die je door en door kent, je doet steeds maar weer opnieuw dezelfde job, de huishoudelijke taken stapelen zich op, je leeft in een wijk waar je dag in dag uit dezelfde gezichten ziet. Wees eerlijk: wie koestert er niet stiekem af en toe het verlangen om buiten de lijntjes te kleuren? Uit de sleur te breken? Misschien die oudste zoon, die op een afstandje staat toe te kijken terwijl zijn vader zijn broer omhelst, ook wel. En misschien is hij ten diepste een beetje jaloers.

Louter vreugde

Foto door cottonbro op Pexels.com

Een vader heeft twee zonen. De oudste ploegt op het land. Hij doet zijn plicht, staat vroeg op en werkt totdat de zon ondergaat. Dag in dag uit. De jongste zit intussen eenzaam tussen de varkens. Hij hoort het knorren van zijn maag, ziet hoe de regen neerdaalt op het land. En hij denkt aan thuis. In gedachten hoort hij de stemmen en het gelach van zijn familie. Hij ziet het plaatje waar hij ooit in thuishoorde, maar waar hij zichzelf nu buiten heeft geplaatst.

Gezeten tussen de varkens, als de stilte is neergedaald, overziet deze zoon zijn leven. Hij denkt terug aan thuis, waar zelfs de dagloners van zijn vader het beter hebben dan hij. Dan voelt hij een diep berouw. “Ik heb gezondigd tegenover de hemel en tegenover mijn vader”, beseft deze zoon. Ik heb een fout gemaakt.

Daarmee eindigt ons verhaal niet. Als je beseft dat je fout bent geweest, kun je bij de pakken gaan neerzitten. Maar daar wordt niemand beter van. Nee, deze zoon zegt ook: “Ik zal opstaan.” En dat is wat hij doet. Hij staat op en gaat naar huis. Terwijl deze jongen op weg gaat, denkt hij aan zijn vader. En aan het verhaal dat hij hem wil vertellen. “Papa, het spijt me. Ik begrijp het als je kwaad bent. Als je mij niet langer als je zoon wilt hebben, laat me dan je dagloner zijn. Weer bij je mogen wonen is voldoende.”

Als deze jongen thuiskomt, valt hij bijna om van verbazing. Zijn vader staat op de uitkijk. Elke dag opnieuw heeft die oude man daar gestaan, in de verte starend en wachtend op zijn verloren zoon. Op het moment dat ze elkaar in de armen vallen, is er niets dan vreugde.

Werknemer van de Vader

Een vader heeft twee zonen. De oudste keert terug van het land, moe van het werken. In de verte hoort hij muziek en dans. Een feest, en nog wel in het huis van zijn vader! Wat valt daar te vieren? De oudste zoon is een beetje geïrriteerd. Terwijl hij al die tijd met zijn voeten in de modder heeft gestaan, hebben anderen blijkbaar plezier.

De oudste zoon voelt zich miskend. Ondergewaardeerd voor alles wat hij al die jaren heeft bijgedragen. Tegen zijn vader zegt hij: “Al jaren werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u heeft mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.”

Rembrandt beeld op zijn schilderij de oudste zoon af als een afstandelijke man, zijn handen samengevouwen op zijn buik. Hij hoort er niet bij en toch weer wel, want het licht dat op de vader en zoon valt, valt ook op hem.

Met deze oudste zoon is het al net als met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Hij weet haarscherp te benoemen waar een ander de fout ingaat. Die zoon van u. Alsof het niet om zijn broer gaat! Het hart van de oudste zoon zit zo vol plichtsgevoel, maar hij mist iets. Bij het zien van die warme omhelzing gaat er een steek van jaloezie door zijn hart. Hij voelt zich geen zoon, maar een werknemer van de Vader.

Zijn geliefde kind

Een vader heeft twee zonen. En nadat hij de jongste heeft omhelsd, heet hij ook de andere welkom thuis. “Mijn jongen”, zegt hij tegen de oudste zoon, “jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. We kunnen toch niet anders dan feestvieren en vrolijk zijn, want we zijn weer samen. Je broer was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.”

Deze goede vader staat symbool voor God Zelf. En tegelijk weerspiegelt de gelijkenis van de verloren zoon ook hoe Jezus naar de Farizeeën en Schriftgeleerden kijkt. Met liefde en ontferming. God houdt van de mensen die een correct en plichtsgetrouw leven leiden, maar ook van de mensen die openlijk fouten maken en misstappen begaan. Van theologen, atheïsten en zinzoekers. Van de preciezen die eerst de gebruiksaanwijzing van een product lezen, en van de vrijbuiters die vrolijk aan de slag gaan. Van binnenvetters en flap-uits, van analytische boekhouders en flamboyante kunstenaars. Iedereen maakt fouten, en iedereen is nodig. Samen vormen we één geheel.

In wie heeft u zichzelf herkend, in de Farizeeërs en Schriftgeleerden of in de zondaar? In de jongste of de oudste zoon? Misschien herkende u zich ook wel in meerdere rollen.

We worden door de gelijkenis van de verloren zoon ook uitgenodigd om ons te identificeren met de Vader. Want zoals God Zich ontfermt over mensen die ver van huis zijn afgedwaald, zo ontfermt Hij zich ook over ons. En zoals Hij de plichtsgetrouwe zoon met “mijn jongen” aanspreekt, zo mogen ook wij weten dat God niet primair geïnteresseerd is in onze daden of verdiensten, maar in wie wij ten diepste zijn. Gods geliefde kinderen, dat zijn wij. En zo mogen we ook anderen in onze armen sluiten. Of ze nu trouwe zoons zijn of dwalende pelgrims, op zoek naar een warm thuis. Amen.

iStock

Dit is de preek over “De gelijkenis van de verloren zoon” voor de Oecumenische Tentdienst tijdens de Gildefeesten in Sluiskil, (Zeeuws-Vlaanderen, NL) op zondag 11 september 2022.

Geroepen om het juiste spoor te gaan

Een tijdje geleden waren de Nederlandse Spoorwegen op zoek naar personeel. Overal door steden hingen billboards met stralende mensen. Daaronder het bijschrift: “Opeens weet je het, je wordt conducteur.” De campagne, die als geen ander toont dat roeping een kwestie is van het juiste spoor vinden, werd een succes.

De Nederlandse Spoorwegen zetten het begrip ‘roeping’ op ludieke wijze weer in het zonnetje. Toch hoef je niet bij de spoorwegen te gaan werken om de juiste aansluiting te vinden. Vandaag staan we stil bij twee Bijbelteksten: Lucas 14:25-33 en Deuteronomium 30:15-20. Daarin laten zowel Jezus als Mozes hun licht schijnen op wat ‘roeping’ precies betekent.

De kern van roeping

Het Lucasevangelie beschrijft hoe Jezus, nadat Hij een sabbatsmaaltijd heeft bezocht, verder trekt. Een grote mensenmenigte volgt Hem. En terwijl ze samen op weg gaan, vertelt Jezus hen wat het betekent om hem te volgen. Hij spreekt niet van wonderen, bijzondere gaven of van een bepaald spiritueel niveau dat je bereikt moet hebben om Zijn leerling te kunnen zijn. Nee, Zijn boodschap is verrassend simpel: “Neem je kruis op en volg Mij.”

Dat beeld stemt overeen met de boodschap van Mozes in Deuteronomium. De eerste roeping van het volk Israël is niet een wonderlijk inzicht of het bekleden van een positie. Nee, het is de keuze voor een ‘goddelijke’ levenswandel. De keus om naar Gods geboden te leven, heeft wel gevolgen voor je beroepsleven. Het kan betekenen dat je priester of dominee wordt, maar ook dat je als heftruckchaffeur aan je collega’s de liefde van Christus laat zien. Of gewoonweg dat je er bent voor mensen die je nodig hebben.

Fulltime pelgrim

In zijn boek Fulltime Pelgrim beschrijft Bert Roebben het leven met Christus als een fulltime pelgrimstocht. Je gaat vol vertrouwen op weg, maar je weet nooit waar die weg je zal brengen. Het spoor van Christus volgen is een levenswandel vol uitdagingen en verrassingen. Je kunt die alleen maar stapje voor stapje gaan. In het vertrouwen dat we, zelfs al struikelen we nog zo vaak, door Gods genade altijd weer worden opgericht.

Maar de beslissing om dat spoor te volgen, is geen vrijheid-blijheid. Sommige predikers op YouTube beloven dat als we maar genoeg bidden en geld overmaken aan hun kerk, we automatisch gezond, gelukkig en rijk zullen zijn. Het zogenaamde ‘welvaartsevangelie’. Maar dat is slechts het halve verhaal. Het navolgen van Christus kan inderdaad grote vreugde en zegen geven, maar soms kost het ook offers. In het Lucasevangelie is Jezus daar eerlijk over.

Foto door Sassu anas op Pexels.com

Vijf aspecten van roeping

Een pelgrim (letterlijk of figuurlijk) die besluit met Christus op weg te gaan, moet dus goed voorbereid aan zijn of haar tocht beginnen. Welke bagage zou je echt in je rugzak moeten hebben? In deze Bijbelstudie zullen we kort stilstaan bij vijf aspecten van pelgrimage: luisteren, gaan, loslaten, durven & vertrouwen, loon.

1. Luisteren

In het Mattheüsevangelie zegt Jezus:

“Maar als jullie bidden, trek je dan in huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader die in het verborgene is.”

Mattheüs 6:6

Gebed is de motor van roeping. De buitenwereld kan overweldigend zijn; berichtjes, sociale media en het nieuws vragen continu onze aandacht. Roeping begint echter bij het buitensluiten van de buitenwereld, het opzoeken van de stilte of de natuur. Het is door ons hart en onze gedachten volledig op God te richten, dat er relatie ontstaat; dat Hij tot ons hart kan spreken; dat we Zijn stem kunnen verstaan. In de stilte mogen we Hem alles vragen. We mogen onze diepste zorgen en noden bij Hem brengen, of vragen of Hij wil openbaren wat Zijn wil is met ons leven.

2. Gaan

“De oogst is groot, maar er zijn te weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heer van de oogst dat Hij arbeiders stuurt om de oogst binnen te halen.”

Lucas 10:1-2

Elon Musk beseft dat er arbeidskrachten nodig zijn, daarom creëert hij robots. God had dat al veel eerder kunnen doen. Hij had een planeet kunnen maken met humanoids die feilloos Zijn wil uitvoerden. Dan zouden er geen oorlogen zijn geweest, maar liefde zou ook niet oprecht zijn. God heeft de blijmoedig gever lief (2 Kor. 9:7-8), daarom koos Hij ervoor de mens een vrije wil te geven.

Die vrije wil houdt in dat alles niet op voorhand vastligt. In Deuteronomium 30:15-20 lezen we dat God de mens zowel het goede als het kwade voorhoudt. De keuze is aan ons. Ja, er is wel degelijk een masterplan voor jouw en mijn leven, maar daar moeten we wel vanuit een oprecht verlangen in willen stappen. Gods liefde dwingt niet; we mogen uit liefde en vrijheid ‘ja’ zeggen.

3. Loslaten

“Wie Mij volgt maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan mijn leerling niet zijn. Wie zijn kruis niet draagt en op mijn weg niet volgt, kan mijn leerling niet zijn.”

Jezus in Lucas 14:15-27

‘Hé maar Jezus, wat zegt U nu?”, denk je nu misschien. In sommige vertalingen wordt het Griekse woord misei dat hier is vertaald als ‘breekt met’, zelfs weergegeven als ‘haat’. Als je je familieleden niet haat, kun je Mijn leerling niet zijn.

Is dit een Bijbelse oproep om je familie te haten of te verstoten? Dat is niet erg waarschijnlijk, want even verderop, in de Romeinenbrief, lezen we: “Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen.” (Rom. 12:18-19) Maar vrede is niet altijd de realiteit. Ook vandaag zijn die woorden van Jezus een troost aan al die mensen wereldwijd die vandaag worden vervolgd om hun geloof.

Het woord misei heeft dan ook meerdere betekenissen. Hier had het beter kunnen worden vertaald met ‘minder liefhebben’, ‘van minder waarde achten’. Jezus heeft het over een hartsgesteldheid waarbij je God de eerste plek toekent. Zelfs als dat betekent dat je dierbaren je niet meer kunnen volgen, en dat je door hen wordt verworpen.

Dat is ook waarom Jezus in het Lucasevangelie vraagt: “Weet je wel zeker dat je Mij wilt volgen? Dat je bereid bent all the way te gaan? Bereid je goed voor, neem geen overhaaste beslissingen.” Zowel Jezus als Mozes stellen het nogal zwart-wit. Of je gaat er volledig voor, of je kunt Mijn leerling niet zijn. Maar zo is het ook met een pelgrimsroute. Het is onmogelijk om die slechts een beetje te wandelen. Je blijft thuis of je zwaait je vertrouwde wereld uit en gaat op pad.

Foto door Ketut Subiyanto op Pexels.com

4. Durven en vertrouwen

Een man die zijn vrouw had verloren, besloot schoon schip te maken. Op een dag vertrok hij vanuit Maarssen te voet naar Santiago de Compostella, nadat de dominee hem zijn zegen had meegegeven. Deze man had geen idee wat hij onderweg tegen zou komen. Maar hij besloot zijn angst te overwinnen. Want hij begreep dat die sprong in het diepe, het achterlaten van je vertrouwde wereld, hem ten diepste zou verbinden met de Eeuwige. En dat was wat Hij het liefst wilde.

Wie met God wil wandelen, moet vertrouwen dat de Eeuwige met ons op pad gaat en onze weg leidt. Ons geloof wordt beproefd op de momenten dat wij onze zekerheden achterlaten, maar dat zijn ook de momenten dat we kunnen groeien en stap voor stap sterker worden.

5. Loon

Roeping is niet primair een functie, en daarom zitten er niet direct een mooi contract en goede arbeidsvoorwaarden aan vast. Maar God belooft: “De arbeider is zijn loon waard” (Lucas 10:7) en “Als God zo goed zorgt voor de bloemen, die vandaag in het veld staan en morgen weg zijn, zal Hij dan niet nog veel beter voor u zorgen?” (Mattheüs 6:30) Als we ervoor kiezen Gods pad te volgen, dan mogen we erop vertrouwen dat Hij voor ons zal zorgen.

Ga met God (en Hij zal met je zijn)

Het juiste spoor volgen begint niet bij een wonder of een functie. Het begint bij relatie. Bij de keus voor een levenswandel in overgave en in diepe verbondenheid met God. Onvoorwaardelijk, of het nu regent of de zon schijnt, of we nu tijden van voorspoed kennen of van gebrek. Of we nu door anderen worden geliefd of gehaat. Roeping is steeds opnieuw, zoals in een huwelijk, zeggen: “Hier ben ik, ik kies voor Jou”.

God heeft de mens gemaakt als relationele wezens; om in een verbond steeds opnieuw naar Hem te verlangen – en Hij naar de mens. Dat is ten volle leven van binnenuit. Het is zelfs meer dan een pelgrimstocht, je zou het kunnen vergelijken met een innige dans door het leven.

Dat neemt niet weg dat er momenten kunnen komen dat we voor de offertafels van de Eeuwige zullen staan. Het overkwam Bert Roebben toen hij zijn familieleden vaarwel kuste om te voet op een lange pelgrimsreis te gaan. En het overkwam mij toen ik onlangs op mijn werk, als journalist bij Tertio, ontslag nam om het spoor van dominee te kunnen gaan volgen. Het loslaten van mijn dierbare collega’s voelt als rouw.

In het lied Blessed Be Your Name zingt Matt Redman: “There’s pain in the offering”. Er is pijn in het offeren. Als jij op dit moment verlies ervaart of rouw, weet dan dat God met je meevoelt. Maar je mag ook weten dat Hij ons een grotere prijs in het vooruitzicht stelt. Zelfs al zijn ons verdriet en onze vertwijfeling nog zo groot, het einde zal vreugde zijn. In het Mattheüsevangelie belooft Jezus:

“Een ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen.”

Mattheüs 19:29

Ga met God en Hij zal met je zijn! In dat vertrouwen mogen we op weg gaan, het onbekende tegemoet. Amen.

Dit is de tekst van de preek door drs. Kelly Keasberry op 4 september 2022 in de protestantse kerk VPKB Denderleeuw (B).

Kies eens voor de laatste plaats

Onlangs werd mij gevraagd een bruiloft te streamen. Met laptop zat ik pontificaal op de voorste rij. Dat voelde al onwennig, maar helemaal toen de dominee kwam vragen: “Zit de geluidstechnicus niet meestal helemaal achteraan?” Dat klopte. En eigenlijk had ik maar één excuus om de voorste rij te kiezen: het snoertje dat ik op mijn laptop moest aansluiten, was te kort om door te trekken. Hoogstwaarschijnlijk waren er die dag geen Farizeeërs in de kerk, want behalve het bruidspaar en ik zat er verder niemand vooraan.

In het Lucasevangelie lezen we hoe de Schriftgeleerden en de Farizeeërs er werkelijk alles aan doen om de voorste stoelen te bemachtigen. Jezus ziet dat, en Hij geeft Zijn toehoorders een wijze raad mee.

“Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd op een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, en dan moet uw gastheer tegen hem zeggen: ‘Sta uw plaats aan hem af’. Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen.

Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zou kunnen zeggen: ‘Kom toch dichterbij!’ Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aan tafel aanligt.”

Lucas 14:8-10

Trots

De trots van de Farizeeën blijkt uit hun ijver om de voornaamste plaatsen aan tafel te bemachtigen. Jezus merkt dat op en waarschuwt ertegen door middel van een omgekeerde moraal:

“Wie zichzelf verhoogt, zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.”

Lucas 14:11, Mattheüs 23:12

Zo’n moraal klinkt prachtig, maar er valt vandaag wel wat tegenin te brengen. Ga maar na. Wat gebeurt er als je in de coulissen gaat zitten? Niemand die je ziet. Je krijgt geen 10.000 volgers op Instagram door onzichtbaar te zijn. Net zomin als je respect krijgt door als CEO je directeursstoel af te staan aan de schoonmaker. Voor wie hogerop wil komen, geldt het adagium: “Fake it until you make it“. Daarom leren we al vroeg om nette kleding aan te te trekken, je tanden en schoenen te poetsen, mondig en assertief te zijn.

De omgekeerde moraal waarmee Jezus ons telkens weer verrast, voelt in een competitieve omgeving wat ongemakkelijk. Zijn lessen contrasteren in de regel met de wetten van deze wereld. Daardoor lijkt het veeleer in je nadeel om ze te volgen, alsof je jezelf in het vlees snijdt.

Lesje in nederigheid

De Farizeeën en de Schriftgeleerden zijn voortdurend bezig met de vraag wie van hen de belangrijkste is. De vooraanstaande wetgeleerden en Farizeeën die Jezus voor een maaltijd hebben uitgenodigd, houden Hem nauwlettend in de gaten om te kijken of Hij iets verkeerds zal zeggen. Ze zijn erop uit om Hem te laten struikelen, zodat ze zichzelf boven Jezus kunnen plaatsen. Maar in plaats van zich te laten intimideren, leert Hij hen een lesje in nederigheid.

Interessant is de manier waarop Jezus dat doet. Hij had kunnen volstaan met de mensen regels opleggen. Hij had kunnen zeggen: “Ga daar achteraan zitten, want dan ben je de meest nobele!” Maar dan zou het erg druk worden op de achterste rij, want daar zouden de strebers zich verzamelen. Daarmee zou het elitaire denken niet zijn opgelost, het zou zich alleen hebben verplaatst.

Nee, het onderwijs van Jezus gaat nog een stap verder. Hij legt de Farizeeën niet slechts regels op, maar brengt hen bewustwording bij. “Denk je eens in wat een afgang het is als je jezelf op de voorgrond plaatst, en dan door de buitenwereld naar de achtergrond wordt verdreven”, spiegelt Hij hen voor. Zo’n beschamend scenario kun je gelukkig voorkomen, namelijk door een nederige plek te kiezen. Des te groter je vreugde als je door anderen naar voren wordt gehaald.

Uit de schaduw

In een samenleving waar alles draait om de profilering van het “ik”, hebben veel mensen het gevoel dat ze in de schaduw staan en niet worden gehoord of gezien. Als we meedoen aan die jacht op een plekje in de spotlights, leidt dat alleen maar tot meer individualisme en uitsluiting. Maar als we het aandurven om in de voetsporen van Jezus te wandelen, dan kunnen we een belangrijk verschil maken.

Wie zichzelf op de voorgrond plaatst, ontvangt zijn loon al in deze wereld. Maar wie anderen uit de duisternis tevoorschijn haalt, mag uitzien naar een grotere verwachting. De God die alles ziet, en die alle harten doorgrondt, zal je ervoor belonen.

Meer lezen?

Foto door Shihab Nymur op Pexels.com

Een ongemakkelijke Boodschap

Wie gelooft er niet graag in mooie dromen? Maar sommige Bijbelteksten kunnen je een ronduit ongemakkelijk gevoel geven. Wat te doen als het Verhaal waarin Jezus en de profeten ons oproepen te geloven, snijdt en schuurt? Een overdenking naar aanleiding van Jeremia 23:23-29 en Lucas 12:49-56.

Wat heb je de afgelopen nacht gedroomd? Misschien kun je je alles nog levendig herinneren, of misschien is de droom vervlogen. In de tijd van de Bijbelse profeet Jeremia werd er grote waarde gehecht aan dromen. “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, riepen de valse profeten. Met succes lieten ze zich raadplegen door het volk. Maar de profeet Jeremia waarschuwt voor hun praktijken. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo.

Sommige dromen zijn bedrog

Jeremia is niet de enige. In het Mattheüsevangelie waarschuwt ook Jezus voor de valse profeten. “Aan de vruchten herkent men de boom”, stelt Hij. En de vruchten die deze boodschappers voortbrengen, zijn wrang. Ze spiegelen de mensen grote dromen voor, maar wie erop vertrouwt, raakt alleen maar verder van God verwijderd.

Niet elke droom is betrouwbaar. Dromen komen in vele gedaanten:

  • Wensdenken. Mensen die zich groter voordoen dan ze zijn, of die graag in luchtkastelen geloven, doen aan wishful thinking.
  • Psychologische processen. Dromen kunnen een afspiegeling zijn van wat zich in ons onderbewustzijn afspeelt, zoals psychiater Sigmund Freud aantoonde.
  • Mijmeringen. Soms dromen we wat weg. Mijmeren helpt om tijdelijk even aan de grillige werkelijkheid te ontsnappen.
  • Manipulatie. Droombeelden kunnen manipulatief zijn. De profeten roepen: “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, maar intussen verkondigen ze hun eigen verzinsels.

Profetische dromen

Toch ontkent Jeremia niet dat dromen wel degelijk profetisch kunnen zijn; boodschappen van God. Maar om het verschil te weten, moet je ze wel eerst toetsen. De profeet geeft een duidelijke richtlijn mee.

Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie mijn woorden kent, geeft mijn woorden betrouwbaar weer. Wat heeft stro met graan gemeen? – spreekt de HEER. Is mijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? – spreekt de HEER.

Jeremia 32:28-29

Ziedaar het grote verschil tussen de valse profeten en de ware profeten. De eerste verkondigen hun eigen verzinsels, terwijl de laatste hun dromen toetsen aan Gods woorden. Jeremia vergelijkt de valse profetieën met stro, en de betrouwbare met koren. Stro is dor en droog en levert niets op; koren is in staat zich te verspreiden, te vermeerderen en leven voort te brengen. Gods woorden zijn vruchtbaar en missen hun impact niet. Ze zijn verterend en louterend als een vuur, en in staat alles te overwinnen wat aards is, zelfs dat wat het meest stevig en ondoordringbaar lijkt (vgl. Hebreeën 4:12).

Foto door Pixabay op Pexels.com

God van dichtbij én van ver

Krachtige materie dus. Zijn we ons eigenlijk wel bewust van de kracht van Gods woorden in ons leven? Hoe vaak lopen we niet op tegen muren? Tegen mensen, structuren of situaties die we niet kunnen veranderen? En wanneer zwoegen we niet om dingen op eigen kracht voor elkaar te krijgen? Of we voelen ons verantwoordelijk voor dingen die we eigenlijk zouden mogen overdragen.

Soms lijkt het misschien alsof God zich alleen met grote zaken bezighoudt, en alsof we voor de kleine dingen zelf verantwoordelijk zijn. Maar met vier vragen zet de profeet Jeremia ons aan het denken.

“Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg? Zou iemand zich zó ver van Mij kunnen verbergen dat Ik hem niet zou zien? zegt de Heer. Ik ben toch overal in de hemel en overal op de aarde? zegt de Heer.”

Jeremia 23:23-24

Een heerser die alleen dichtbij is, ziet de details van je werk of leven, maar het totaalplaatje ontgaat hem. Een heerser die alleen van ver regeert, overziet het geheel, maar wat je vandaag gaat doen laat hem koud. De Eeuwige openbaart zich in Jeremia als een God van dichtbij én van ver. “Ben Ik niet overal, vervul Ik niet de hemel en de aarde?” God is zowel geïnteresseerd in de details van ons leven als in the big picture.  

Als God overal is, als Zijn kracht hemel en aarde vervult en Hij alle leven in stand houdt en alle planeten op hun plek, dan is er simpelweg niets dat voor Hem verborgen kan blijven. Zelfs de overleggingen van ons hart zijn Hem bekend.

Juist daarom ziet Hij wat er in het hart is van de valse profeten. Juist daarom is Hij in staat hun verborgen motieven te ontmaskeren. Die profeten vertellen de mensen wat ze graag willen horen en geloven, maar intussen doen ze hen met hun verzinsels Gods naam vergeten.

Gods Vuur

Wie van ons hoort er niet graag goed nieuws? Zeker in tijden van klimaatverandering, coronacrisis en dreigende oorlogen is een opbeurend woord wel zo fijn. Dat verklaart ook waarom de feel-good-profeten zo geliefd zijn. Ze vertellen wat de mensen graag willen horen. Maar in het Lucasevangelie gooit Jezus het over een totaal andere boeg.

“Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde!”, zegt Jezus tegen zijn leerlingen en de menigte. Met dat “vuur” verduidelijkt Jezus enerzijds dat Hij gekomen is om op aarde Gods licht te ontsteken, dat de duisternis verlicht en dat al het verborgene onthult. Anderzijds verwijst het vuur ook naar een belofte van Jezus aan de vooravond van Zijn dood. Jezus beloofde toen dat God zijn heilige Geest naar de aarde zou sturen om de gelovigen krachtig bij te staan. Met Pinksteren gaat die belofte in vervulling. De heilige Geest wordt afgebeeld als “vurige tongen” die neerdaalden op de hoofden van de apostelen. Aangestoken door dat vuur van God, begonnen ze Hem te prijzen en in vreemde talen te spreken.

Tot zover het goede nieuws. Want Jezus zegt ook dat Hij in hevige spanning verkeert omwille van een doop die Hij moet ondergaan, en dat Hij liever zou willen dat het achter de rug was. Er zal geen water maar bloed vloeien; Jezus beseft dat Hij zal moeten lijden aan het kruis. Niet bepaald zalvende woorden van rust en vrede! Maar ook voor de mensen heeft Hij geen goed nieuws: “Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen maar het zwaard” (Matt. 10, 34-39, zie ook Lucas 12:52-53).

Foto door Mehmet Turgut Kirkgoz op Pexels.com

Haaks op de wereld

Wat is dat, preekt Jezus hier geweld? Roept Hij op tot verdeeldheid? Nee, Jezus’ woorden zijn veeleer een waarschuwing: “Wéét wat je te wachten staat, dit is de realiteit”. De aard van de godsdienst die Jezus brengt, is zuiver, vredelievend en liefdevol; maar dat maakt ook dat die boodschap haaks staat op deze wereld. Het wandelen in de voetsporen van Jezus kan enerzijds een diepe vreugde geven die al het aardse te boven gaat. Anderzijds is het geen feel-good-religion. Het evangelie is ook confronterend. Het snijdt en het schuurt. De zuiverheid die Jezus voorstaat is zo vaak strijdig met de trots en de begeerten van mensen.

In tijden van kerkverlating en secularisatie voelt dat soms ongemakkelijk. Wat moet je vandaag nog met zo’n boodschap? Wie leeft er graag in onmin met zijn familie? Wie wordt er graag verworpen of vervolgd? Maar waar naar de kerk gaan vroeger de norm was, behoor je als gelovige in Noordwest-Europa nu tot een minderheid. De tijd is gekomen dat ook wij, als zeggen in God te geloven, iets uit te leggen hebben. En “andersheid” roept soms heftige reacties op.

Geen vrede maar het zwaard

Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Mattheüs 10:34

Die ongemakkelijke woorden van Jezus zijn voor miljoenen christenen wereldwijd de dagelijkse realiteit. Soms zelfs letterlijk. In Afghanistan bijvoorbeeld, waar duizenden christenen executie vrezen onder het regime van de Taliban. Dit jaar voert dat land voor het eerst de Ranglijst Christenvervolging 2022 aan. Nummer twee op de ranglijst is het Noord-Korea van Kim Jong-un, die geen “andere goden” naast zich duldt, laat staan boven zich. Daarna volgen respectievelijk Somalië, Libië en Jemen. In al die landen betalen christenen een hoge prijs voor hun geloof.

Die ongemakkelijke realiteit roept een vraag op. Wat hebben wij vandaag, in het comfortabele westen, over voor ons geloof? Welke prijs zijn we bereid te betalen? Of bewaren we ons geloof liever voor achter de voordeur, om buiten toch maar zo normaal mogelijk te lijken?

Ruim tien jaar geleden werkte ik bij Vluchtelingenwerk in Utrecht. Een collega vroeg me: “Kelly, ben jij eigenlijk wel een moderne meid?” Haar vraag maakte duidelijk hoe ze christenen zag: als conservatieve mensen die niet meer van deze tijd zijn. Ook media maken nogal eens een karikatuur van de kerk. Als wij een geheim maken van ons geloof, dan zullen we de wereld nooit het tegendeel kunnen bewijzen. We zullen onze medemensen nooit de kracht, de sprankeling van ons geloof kunnen tonen. En dat terwijl psychiaters als Dirk De Wachter de noodklok luiden over de zingevingscrisis waaronder veel mensen vandaag gebukt gaan.

Weersvoorspellingen

Jezus is in zijn rede niet mild voor de menigte. Als die mensen de wolken zien opkomen in het westen, weten ze precies dat er regen op komst is. En wanneer de wind uit het zuiden komt, bereiden ze zich voor op hitte. Die tekenen kunnen ze feilloos duiden. Maar Jezus is niet onder de indruk van hun kennis: “Huichelaars, het uiterlijke aanzien van de aarde en de lucht weten jullie te onderzoeken, maar hoe komt het dan dat jullie deze speciale tijd niet weten te onderzoeken?”

De materiële wereld duiden is voor deze mensen geen enkel probleem. Maar de geestelijke tekenen, daar gaan ze aan voorbij. Vandaag zouden we misschien zeggen dat sommige mensen nu eenmaal geen religie-gen hebben, of teveel kennis hebben opgedaan om nog langer in spirituele zaken te geloven. Maar nee, Jezus is onverbiddelijk. Huichelaars! Blijkbaar is er hier sprake van informatie die bewust wordt genegeerd.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Ontkenning

“Als ik niet geloof dat het coronavirus bestaat”, vroeg een vrouw me eens, “kan ik er dan ook niet ziek van worden?” Ontkenning grenst soms aan wishful-thinking. Het is dan een copingmechanisme; een manier van omgaan met een ongemakkelijke en grillige werkelijkheid. Zowel de valse profeten als de toehoorders van Jezus leven in ontkenning. “Als ik ervoor kies om niet in God te geloven, of om sommige domeinen van mijn leven voor Hem af te schermen, dan hoef ik ook geen rekenschap aan Hem af te leggen”, houden ze zichzelf voor.

Een illusie, als we de Bijbel mogen geloven.

“Wie zou zich voor Mij kunnen verbergen? Vervul Ik niet hemel en aarde?” klinken vandaag onverminderd de woorden in Jeremia. Voor wie graag verstoppertje met God speelt, zijn die woorden onheilspellend. Een tegendraads verhaal dat maar al te vaak strijdig is met de dromen waar we graag zelf zo in geloven. En wie van ons speelt er niet graag eens verstoppertje met God? Zijn er in ons leven geen domeinen die we liever voor onszelf houden?

God wil ons vuur zijn

Maar dat is wat de Bijbel zo verwonderlijk maakt: juist in die ongemakkelijke boodschap ligt het goede nieuws.

Diezelfde God, die alles omvat en alles ziet, ziet ook de noden en zorgen van ons hart aan. Hij ziet ons echt, ten diepste zoals wij zijn. Voorbij de maskers die we proberen op te houden. Die God wil ons Vuur zijn. Een vuur dat verwarmt en dat in ons een passie doet ontspringen. Een vlam die ons leven vernieuwt, verlicht en loutert. God wil het koren op de akker van ons leven zijn, dat alles vruchtbaar maakt, dat zich vermeerdert en verspreidt met de wind. Hij wil de hamer zijn in onze handen die de rots vermorzelt; onze kracht die ons in staat stelt om zelfs de hardste en schijnbaar onmogelijke situaties te overwinnen.

De God die hemel en aarde vervult, wil ook jouw en mijn hart vervullen. Hij is niet te ver weg om nabij te kunnen zijn.

Wie die uitnodiging aanneemt en ernaar leeft – voor hem of haar mag die ongemakkelijke boodschap die zo vaak haaks staat op de wereld, tot een kracht zijn. Psalm 46 belooft:

“God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet, als wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. (..) De HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob.”

Psalm 46:2-3,8

Sommige dromen zijn bedrog, maar Gods beloften houden tot in eeuwigheid stand. Amen.

Foto door Oleksandr Pidvalnyi op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek die op 14 augustus 2022 door drs. Kelly Keasberry werd gehouden in de Protestantse Gemeente van Axel (Zeeuws-Vlaanderen).

Volg Mij

Teksten: 1 Koningen 19, 19-24; Lucas 9, 51-62

De Marokkaanse student Brahim Saadoun zit momenteel in de dodencel van Donetsk. Toen Russische legers Oekraïne binnenvielen, voelde hij zich geroepen om het land waar hij studeerde, te beschermen. Hij nam de Oekraïense nationaliteit aan en meldde zich bij het leger. Nu is Brahim krijgsgevangene in een zelfverklaarde staat die de doodstraf heeft ingesteld. Je geroepen voelen tot iets groters dan jijzelf, kan prachtig zijn. Maar ook gevaarlijk. Aan het woord “roeping” hangt maar al te vaak een prijskaartje. We staan vandaag stil bij twee verhalen in de Bijbel, die daarvan getuigen.

De roep van Elisa

Het Bijbelboek 1 Koningen vertelt hoe Elisa door de profeet Elia geroepen wordt. Als Elisa achter een span ossen aanloopt, nadert Elia hem en werpt zijn mantel rond zijn schouders. Een woordeloze roep, soft & gentle. De jonge Elisa begrijpt het gebaar, en hij zegt: “Laat mij mijn vader en moeder kussen, en dan zal ik met u meegaan”. In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst lezen we dat Elia antwoordt: “Ga terug, want wat doe ik je aan?” De betekenis van die woorden is vermoedelijk: “Doe maar, want eigenlijk vraag ik teveel van je”.

Elisa keert terug. Hij neemt afscheid, slacht de ossen, roostert ze op het hout van hun juk en voedt er zijn knechten mee. Terwijl Elia geduldig wacht, verbrandt Elisa alle schepen achter zich. Dan is hij klaar om te gaan.

Drie roepingen door Jezus

In het Lucasevangelie is het Jezus die roept. En nu krijgen we drie roepingsscenario’s te zien. Drie personen krijgen elk afzonderlijk de kans om Hem te volgen.

  • De eerste persoon zegt tegen Jezus: “Ik zal u volgen, waar Gij ook heen gaat”. Maar Jezus waarschuwt hem: “De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten“.
  • Tegen persoon nummer twee zegt Jezus: “Volg Mij”. Maar die antwoordt: “Heer, laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begraven”. Jezus zegt: “Laat de doden hun doden begraven; maar gij, ga heen en verkondig het rijk Gods”.
  • Nummer drie zegt: “Ik zal U volgen, Heer, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten”. Tegen hem zegt Jezus: “Wie de hand aan de ploeg slaat maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het rijk Gods“.

Waar Elia nog bereid was Elisa tegemoet te komen, lijkt Jezus aanzienlijk minder geneigd tot compromissen. Hij geeft hier achtereenvolgens drie boodschappen. Wie Mij volgt moet bereid zijn af te zien van zijn comfortabele hoofdkussen, van de begrafenis van zijn vader, van het afscheid van zijn familie en zijn roots. De brandende vraag waarmee we achterblijven: waarom krijgt Elisa wel de kans om de zaken netjes af te ronden, en de discipelen van Jezus niet? 

Foto door Daniel Watson op Pexels.com

Het belang van wortels

Op die vraag kunnen we twee antwoorden geven. Het eerste heeft alles te maken met het belang van wortels. Afstamming, familie en roots vervullen in het Oude Testament een cruciale rol. De uitputtende geslachtsregisters in het Oude Testament getuigen ervan. Je bent waar je vandaan komt, je identiteit hangt samen met je familie; met het volk en de bloedlijn waaruit je geboren bent. Elia, die zelf ook uit die traditie afkomstig is, begrijpt en respecteert dat. Hij lijkt zich bewust te zijn van de prijs die de roeping kost. Daarom zegt hij: “Ga terug, want wat doe ik je aan?”

Des te opvallender is dat Jezus – notabene zelf van joodse afkomst – rigoureus breekt met die traditie. In het Nieuwe Testament lijken wortels niet langer van tel. De apostel Paulus gaat er prat op voor de joden een jood te zijn en voor de Grieken een Griek (1 Kor. 9:20). Jezus gaat zelfs zover te zeggen dat “als iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader, moeder, vrouw, kinderen en broers en zussen, ja zelfs zijn eigen leven, dan is Hij Mij niet waardig” (Lucas 14:26-27). Dat is nogal scherp gesteld, maar het Griekse woord  μισέω (miséo) dat door veel Nederlandse vertalingen met “haat” wordt vertaald, kan ook worden vertaald als: van ondergeschikt belang achten. En dan is de bedoeling duidelijk.

Waar het Oude Testament staat voor joodse afstamming van het volk van Abraham, Isaac en Jacob, staat het Nieuwe voor een meer fluïde identiteit. Dat is verklaarbaar. Jezus breidde het heil uit van een homogeen joods volk naar een multi-etnische ekklesia, een kerkgemeenschap. En dan kunnen de verschillen tussen joden en Grieken voor conflicten en polarisatie zorgen. Door je wortels en identiteit niet in je afkomst, maar in Christus te vinden, kun je een brug slaan naar de ander. Zo ontstaat er gemeenschappelijke grond op basis waarvan je elkaar kunt vinden en ondanks de verschillen een nieuwe familie kunt vormen.

Discipelschap is geen lachertje

Maar er is meer. Jezus maakt tevens duidelijk dat het discipelschap geen lachertje is. Elisa is een jood van geboorte en hij wordt geroepen door een joodse profeet en wonderdoener. Zijn volk en familie kunnen trots op hem zijn. Maar Jezus? Die is een weg gegaan die bij het thuisfront op weinig goedkeuring kan rekenen. De prijs is hoog. Hij wordt Hij door mensen van Zijn eigen volk uitgespuwd. Velen begrijpen niet langer waar Hij mee bezig is.

Wat als Jezus nu gehecht zou zijn geweest aan zijn zachte hoofdkussen? Wat als Hij zou zijn gehecht aan de goedkeuring van zijn volk, aan dat warme en veilige thuisgevoel? Wat als Hij de ontheemding zou hebben geschuwd? Dan zou je deze tekst nu niet lezen. Onze skyline, ons denken, onze muziek en kunst… zelfs onze jaartelling zou er zonder Christus anders hebben uitgezien.

Foto door Nextvoyage op Pexels.com

Christendom light

We geloven vandaag maar al te graag in een christendom light. Het moet allemaal niet te zwaar worden, toch? Niet te moeilijk. Het mag niet teveel kosten, een muntje in de collectezak is prima, maar verder…

Wat als Jezus vandaag tegen ons zou zeggen: “Volg Mij?” Of wat als je, net als Brahim in Donetsk, in een situatie belandt die letterlijk alles van je vraagt, meer dan je hoofdkussen – zelfs je eigen leven?

In het welvarende westen zijn we gewend aan een relatief comfortabel leven. Onze koelkast is gevuld, we streven naar comfortabele en energiezuinige huizen, naar een elektrische auto voor iedereen. En we plannen onze agenda’s vol. Totdat de coronacrisis en de oorlog in Oekraïne aanbraken, dachten velen dat rampen ons niet meer konden overkomen. We gaan er gemakkelijk vanuit dat het leven zich naar onze wetten zal gedragen.

Als het goede kwaad wordt en het kwade goed

Maar wat als op een dag de wereld die zo vertrouwd leek, faliekant de verkeerde kant op gaat? Wat als het goede kwaad wordt, en het kwade goed? Het overkwam de Nederlandse schrijfster Corrie ten Boom (1892-1983). Zij zag hoe tijdens de Tweede Wereldoorlog al haar vertrouwdheden van hun sokkel vielen. Hoe hoogwaardigheidsbekleders, die stelden de vooruitgang van hun volk na te streven, miljoenen onschuldigen simpelweg “elimineerden”. Dat alles in naam van een gecorrumpeerde en dodelijke ideologie.

Wat als je in zo’n wereld gehecht bent aan je hoofdkussen, en aan de goedkeuring van je familie, je volk, je leiders?

Ook vandaag zegt Jezus tegen u en mij: volg Mij. Wat betekent het voor ons om Hem te volgen? Om zout en licht te zijn in een wereld die breekt? Wat moeten we van onszelf opgeven, en op welk vlak moeten we lef tonen, durf laten zien? Waar moeten we mee breken, en wat moeten we voeding geven en versterken? Hoe zouden we kunnen groeien in het volgen van Hem?

Achter de voordeur

Foto door Suzy Hazelwood op Pexels.com

In een cultuur die steeds individualistischer en seculierder wordt, zal het ons misschien steeds meer gaan kosten om Jezus te volgen. Om anders te durven zijn. Dan heb je iets uit te leggen. Waarom ga jij naar de kerk? Waarom doe jij wat je doet? Het is allemaal niet zo vanzelfsprekend meer. Misschien zelf een beetje gek en dwaas, om te vertellen dat jij “nog” gelooft. Ik herinner me dat een collega van Vluchtelingenwerk oooit vroeg: “Ben jij eigelijk wel een moderne meid?” Dat geeft de perceptie al weer. Wie gelooft, is een beetje achterlijk. Niet meer van deze tijd. 

Wie zit er te wachten op zo’n imago? Er zijn vandaag veel anonieme christenen. En toegegeven: normaal doen kan wel zo comfortabel zijn. Het voorkomt lastige vragen en maakt dat je gemakkelijker wordt aanvaard. Maar als niemand meer bereid is de prijs van de ontheemding te betalen, dan verstomt ons getuigenis. Dan klinken er geen verhalen meer die haaks op deze wereldse werkelijkheid staan. Dan durven we geen stelling meer in te nemen tegen onrecht. Dan zingen we het niet langer uit uit liefde voor onze God. Dan worden we onzichtbare gelovigen, enkel nog gelovig achter de voordeur. Kleur- en zoutloze christenen. En dat is precies wat de tijdsgeest wil. Geloven doe je maar thuis.

Maar als Jezus zegt: “Volg Mij”, is dat dan alleen achter de voordeur? Dan is onze weg niet erg lang, tenzij we een heel groot huis hebben, natuurlijk. Grote kans dat je levenspad verder voert. Via de straat en je dorp of stad naar collega’s, familieleden, buren, vrienden, de vluchtelingen in je omgeving, de mensen in nood. 

Eeuwigheidsperspectief

Foto door Andrei Tanase op Pexels.com

Volg Mij. Durven wij dat elke dag opnieuw te doen? Durven we de prijs te betalen van het anderszijn? Zijn we bereid ons zachte hoofdkussen op te offeren? Om onze mening te worden gehekeld of uitgelachen? Om de onderste weg te gaan? Alleen dan kun je een ware discipel zijn, is de ongemakkelijke boodschap uit het Lucasevangelie.

Wees gerust, de kans is groot dat God niet al die dingen van ons zal vragen. We hebben zo allemaal onze dagelijkse uitdagingen, onze vraagstukken, problemen, zorgen en vreugde. De een leidt een comfortabeler leven dan de ander. En terwijl de een geluk ervaart, gaat de ander door diepe dalen heen. Maar middenin die complexe werkelijkheid zegt Christus ook vandaag tegen ieder van ons: “Volg Mij”. En we mogen onszelf, elk in onze eigen situatie, de vraag stellen wat het betekent om Hem te volgen. 

Hoe kunnen we in onze specifieke situatie een volgeling van Jezus zijn? Hoe kunnen we Hem navolgen op ons werk of in onze studie, in de rij voor de bakker, in het contact met die moeilijke buur, wanneer een familielid voor de zoveelste keer belt? In onze relatie, in de opvoeding van de kinderen? Hoe kunnen we Hem navolgen in onze houding tegenover anderen, in alles wat we doen en zeggen? 

Jezus waarschuwt: aan discipelschap hangt een prijskaartje. Je moet de kosten en baten van tevoren goed tegen elkaar afwegen. Dat is verstandig. Maar het levert ook veel op. Wie bereid is Christus achterna te gaan, heeft een anker in deze woelige wereld. De dingen in het leven zullen nooit meer zonder betekenis zijn. Alle puzzelstukjes vallen binnen een eeuwigheidsperspectief. Zoals Corrie ten Boom ooit zei: “Nu zien we nog de losse draadjes, maar straks zullen we het gehele kunstwerk overzien”.

Het pad van de Liefde

Christus vraagt veel van ons, maar Hij geeft nog oneindig veel meer terug. Hij gaf zichzelf. Volledig, voor ons, u en mij. Is dat niet meer waard dan uw hoofdkussen? De wetenschap dat we gekocht en betaald zijn door Zijn kostbaar dierbaar bloed, is genoeg om uit te breken in gejuich. Wie Christus volgt, gaat de weg van de Liefde. Het pad van de dingen van eeuwigheidswaarde. Een bevrijdende liefde in woord en daad, die blijft nagalmen in ons leven en in dat van de generaties die na ons komen. 

Gaat met mij mee op weg en laten we Hem volgen. Met hart en ziel. En vol overgave, wetende dat ons een grote beloning te wachten staat. Amen.

Deze preek werd gehouden in de protestantse gemeente Sluiskil-Sas van Gent-Philippine op zondag 26 juni 2022.

Foto door Brett Jordan op Pexels.com

Palmpasen

Met Palmpasen vieren christenen de intocht van Jezus in Jeruzalem. Lucas 19, 29-40 wordt vaak gelezen als een schattig Bijbelverhaal, waarin Jezus op een ezeltje rijdt en iedereen met palmtakken zwaait. Maar dat verandert als we het verhaal zouden vertalen naar de nieuwe tijd. Dan wordt het ineens een vreemde en opmerkelijke vertelling, die diepgaand aan het denken zet.

Aan de voet van de Olijfberg lagen in de tijd van Jezus twee dorpen: Bethfagé en Bethany. De betekenis van de naam van die dorpen belooft weinig goeds: Bethfagé betekent “huis van onrijpe vijgen”; Bethany staat voor “huis van ellende”.

Als Jezus en Zijn discipelen die dorpen bereiken, zegt Hij tegen Zijn discipelen: “Ga erheen, je zult er een vastgebonden veulen vinden op wie nog nooit iemand gezeten heeft”. Een maagdelijk rijdier, zeker in de huizen van onrijpe vijgen en van ellende is dat geen vanzelfsprekend bezit.

Sint-Joost-ten-Node

Hebben we in België misschien ook zo’n “huis van ellende”? Statistisch gezien komt Sint-Joost-ten-Node het meest in de buurt. Dat dorp – de kleinste en meest dichtbevolkte gemeente van België – scoort nummer één op de ranglijst van armste gemeenten. Nog net geen kwart van de belastingplichtigen declareert er nul als belastbaar inkomen en slechts 3 procent meer dan 50.000 euro. [1]

Foto door Nordic Overdrive op Pexels.com

Stel nu dat Jezus tegen Zijn discipelen zegt: “Ga naar Sint-Joost-ten-Node, je zult daar een cabrio aantreffen waar nog nooit iemand in gereden heeft”. De leerlingen gaan op weg en wonderwel zien ze de auto staan. Er staan nul kilometers op de teller en de wagen staat op de handrem, maar de sleutels steken in het slot. Alsof die auto op hen heeft staan wachten.

Zijn woorden weerkaatsen in hun binnenste: “Maak het los en  breng het. En als iemand jullie vraagt: ‘Waarom maak je het los?’ Dan zeg je: ‘Omdat de Heer het zelf nodig heeft’”. (Omdat de Heer er zelf zaken mee behoeft te doen, staat er eigenlijk in de Griekse grondtekst)

Juist als de leerlingen plaatsnemen en de sleutel in het slot willen omdraaien, zien ze de eigenaar van de auto aankomen. “Wat doen jullie daar?” vraagt hij. “Waarom starten jullie mijn auto?” De mannen antwoorden: “De Eigenaar heeft hem nodig”.  

Peperduur horloge

Het voorval roept herinneringen op aan een recent incident waarbij de Vlaamse bouwpromotor Bart Versluys werd overvallen door twee mannen. Ze ontworstelden hem zijn horloge, een peperdure Richard Mille van 350.000 euro. Wat gebeurt er dan? Er wordt geld uitgeloofd voor de beslissende tip. De politie komt in actie, camerabeelden worden bekeken. Versluys geeft strijdvaardig te kennen dat hij nooit zal buigen voor “zulk gespuis” en peperdure horloges zal blijven dragen.

De discipelen gebruikten geen pepperspray. Al evenmin vermeldt de tekst iets over een vechtpartij of zelfs maar over een woordenwisseling. Nee, de tactiek is simpel: “De Heer heeft het nodig”. Zijn ze er meteen mee weg? Probeert de eigenaar hen nog tegen te houden? Kijkt hij gelaten toe hoe zijn geliefde vervoermiddel in de verte verdwijnt? Of voelt hij zich vereerd? We zullen het vermoedelijk nooit weten, want de tekst zegt er niets over.

Separatisten

Het voertuig wordt voorgereden tot bij Jezus. De bijrijder stapt uit, opent het portier en de leerlingen bedekken Zijn zetel met de colberts van hun kostuum, zodat Jezus wat zachter kan zitten. Terwijl de auto zijn weg vervolgt, spreidden de discipelen hun colberts, mantels en jassen uit over het wegdek.

In de verte ziet een menigte Hem al aankomen en begint met luide stem God te prijzen voor alle machtige werken die zij hebben gezien. “Gezegend is de Koning die komt in de Naam van de Heer, vrede in de hemel en glorie in het allerhoogste!”, scanderen ze.

Maar tussen de menigte staan ook wat Farizeeërs. Pharisee is afgeleid van het Aramese woord peras, wat verdelen en scheiden betekent. Sommige Bijbelcommentaren stellen dat de Farizeeërs separatisten waren. Ze zorgden voor maatschappelijke polarisering, maar zagen dat zelf anders: zij beschouwden zichzelf als een bevoorrechte elite die zich had afgescheiden van de zonde. En dus zeggen ze tegen Jezus: “Leraar (meester), berisp uw discipelen!”

  • De discipelen noemen Jezus Koning die komt in de Naam van de Heer, en ze loven Hem.
  • De Farizeeën noemen Jezus leraar, en ze geven hem orders.

Dat toont meteen al dat hier sprake is van een verschil in visie. De discipelen ontwaren iets goddelijks in Jezus, ze erkennen Hem als een gezondene. De Farizeeën zien Hem als niet meer dan een leraar, en ze menen op gelijke voet te staan. Mogelijk vinden ze al die ophef zelfs wat overdreven. Zijn ze afgunstig? Ook zij weten immers veel over de Thora, en moet je zien wat voor eer Hij krijgt! Het mooiste vervoermiddel wordt voor Hem geregeld, iedereen spreidt de duurste jassen uit over de grond en wat een lof wordt Hem toegezwaaid. Die man lijkt warempel God wel!

Hoeksteen

Maar in plaats van zich tot Zijn leerlingen te richten, richt Jezus zich tot hen.  Tot de Farizeeën. “Ik zeg je dat als zij hun mond zouden houden, de stenen het zouden uitschreeuwen!”, antwoordt Hij. De stenen schreeuwen het uit, omdat ze weten wie hun hoeksteen is: de steen die door de bouwlieden werd afgekeurd.

Als ze Hem zien, dan ontspringt in hun hart een diepe vreugde. Ze kunnen zich niet langer inhouden, want daar nadert hun Koning, hun Heer.. Jezus! Ze loven God,  omdat ze voelen dat in en door Hem, de Schepper van hemel en aarde hen nabij is.

Die vreugde wordt door de Farizeeën niet gedeeld. Zij bekijken de situatie vanuit een totaal ander perspectief. Dat brengt ons bij twee verschillende manieren waarop je kunt kijken naar dit verhaal.

  • Door natuurlijke ogen. Nabij de Olijfberg stuurde Jezus twee handlangers erop uit om in een naburig dorp een vervoersmiddel te ontvreemden. In dat gestolen vervoersmiddel rijdt hij nu richting Jeruzalem. Tijdens zijn rit liet hij zich omringen door neergeworpen jassen van zijn volgers. Enkele hooggeplaatste Farizeeërs spreken van een “massapsychose”, en constateren dat de sekteleider in korte tijd duizenden mensen heeft weten te beïnvloeden.
  • Door geestelijke ogen. Jezus ging op weg naar Jeruzalem. Terwijl Hij van de Olijfberg vertrok, werd de Schepper van hemel en aarde op talrijke manieren geprezen: door de eigenaar van een rijtuig, die besefte dat al het bestaande toebehoort aan de Eeuwige.
    • Door de mensen die bereid waren hun dure mantels af te staan.
    • Door de mensen die uitbraken in vreugde, en die de God van hemel een aarde prezen.
    • Door allen die Jezus palmtakken toewuifden.
    • Door allen die Hem erkenden als Koning en vredevorst.
    • Door allen die Hem verwelkomden in naam van de Eeuwige.
Foto door Pixabay op Pexels.com

Polarisering van wereldbeelden

Farizeeën betekent, zoals we zagen: “scheiden” en “verdelen”. Hier zien we de polarisering van wereldbeelden ontstaan. De Farizeeën interpreteren de gebeurtenissen door de lens van menselijke kennis, moraal en materie. Ze bekijken de wereld horizontaal. Door die lens bezien wordt alles wat ze zien, onzin. Het klopt niet met de feiten, ze kunnen er geen betekenis aan ontlenen.

De discipelen kijken door de lens van de goddelijke wijsheid; van het bovennatuurlijke, immateriële en Oneindige. Ze bekijken de wereld verticaal (of holistisch). Door die lens bezien krijgt alles wat ze waarnemen, zin en betekenis.

Als de discipelen Jezus zien rijden, verliest alle materie op slag zijn glans. Zelfs het duurste achten ze vuilnis, ze werpen het vol blijdschap aan Zijn voeten neer. Ze beseffen dat de mens al het aardse slechts in bruikleen heeft. Die offers, dat is maar een kleine voorafspiegeling van wat komen gaat.

Grootste offer

Want de toekomende werkelijkheid is nog veel grootser. Jezus zal nog zoveel meer geven dan de duurste cabrio of het chicste horloge. Straks met Goede Vrijdag en Pasen gedenken we een overweldigend heilsverhaal. Iets dat de natuurlijke orde van deze wereld volledig op zijn kop zet.

Jezus gaf zichzelf over voor ons. Voor u en voor mij, omdat Hij ons zo oneindig liefheeft. Hij legde Zijn heerlijkheid, Zijn luister, Zijn kleed, vrijwillig af. Hij gaf Zichzelf aan ons. Uit liefde was Hij bereid de onderste, donkerste, meest grillige en eenzame weg te gaan. Maar de dood heeft niet het laatste woord gekregen.

“Gezegend is de Koning die komt in de Naam van de Heer, vrede in de hemel en glorie in het allerhoogste!”, klinkt het door alle tijden, natiën en culturen heen.

Foto door Scott Webb op Pexels.com

De palmtakken die worden gezwaaid met Palmpasen, staan in de Grieks-Romeinse traditie symbool voor overwinning. We leven toe naar de vreugde van Pasen, in blijdschap over wat komen gaat. Hoe groot en overweldigend het lijden van deze wereld ook is, het houdt niet eeuwig stand. De weg van Jezus voert via het kruis naar de overwinning.

Vandaag nodigt Hij u en mij uit om met Hem mee te reizen. Om je niet te laten overrompelen door de hopeloosheid om je heen, maar je ogen op de sterren gericht te  houden. Het leed van deze wereld duurt niet voor eeuwig, met Pasen vieren we het feest van de opstanding. Dan gedenken we een Leven dat niet te vernietigen is, een Liefde die nooit loslaat.

Foto door Arvind shakya op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek die op Palmpasen 2022 werd gehouden in de Rabotkerk in Gent.


[1] 22,8 procent, cijfers 2018

Wie zeg jij dat Ik ben?

“Wie zeggen de mensen dat Ik ben?”

Jezus (Marcus 8, 27)

Filosofen, sociologen, historici, theologen, niet-gelovigen en verschillende religies: allemaal denken ze een antwoord te hebben op die vraag. Velen zien Jezus als te subliem, té goddelijk, teveel Christus Koning, te onbereikbaar, te abstract, te weinig betrokken. Weer anderen reduceren Hem tot Zijn louter sociale aspect: een profeet van God, een groot humanist, een strijder, een revolutionair, een moralist, (maar) te sentimenteel, te klein, verstoken van impact.

Foto door Drigo Diniz op Pexels.com

Vervormd beeld

Al deze verklaringen zijn niets dan een vervormd beeld van Jezus Christus. Velen zagen de kracht van zijn wonderen, hoe Hij zich aan de mensen gaf en voorzag in hun noden, hoe Hij hen genas. Toch projecteerden ze zonder de Schriften te onderzoeken hun mening op Jezus, zelfs zodanig dat zij Hem tot koning wilden maken.

Jezus kwam niet om hen van voedsel te voorzien (hoewel Hij dat vaak deed), Hij kwam niet om hen te genezen van al hun lichamelijke ziekten (hoewel Hij dat vele malen deed). De missie van de Messias was om de mensen van hun zonden te verlossen door Zijn plaatsvervangende dood aan het kruis.

“En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?”

Jezus (Marcus 8, 29)

Hoe meer tijd je met iemand doorbrengt, des te beter leer je hem kennen en kun je een nauwkeurige beschrijving geven van hoe hij in elkaar steekt. Natuurlijk leert de Bijbel ons wie Jezus is; menigten volgden Hem, maar er was altijd een hechtere groep. Zijn discipelen en natuurlijk zijn apostelen sliepen bij Hem, ze aten met Hem, ze voeren met Hem; ze kenden Hem van dichtbij en zagen Zowel Zijn goddelijkheid als Zijn menselijkheid.

Ernstig confronterend

Na vele jaren werden op het Concilie van Chalcedon (451) de volledige goddelijkheid én de volledige menselijkheid van Jezus Christus erkend. Dat houdt in:

  • Waarlijk God en waarlijk mens;
  • De vleesgeworden God, verbonden met deze werkelijkheid, met Zijn voeten op de grond;
  • Een Jezus die tegelijkertijd openstaat naar de Vader en naar de mens;
  • Een Jezus die Zich ernstig confronterend opstelde jegens de religieuze gebruiken en de status quo van Zijn tijd.

Christus kwam niet naar de aarde om ons gelukkig te maken, maar om ons te redden van eeuwige verdoemenis, van de dood. Hij kwam om te betalen voor onze zonden; de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen. Hij is de Messias Verlosser die door de Vader gezonden is. Dát is de correcte gedachte over Jezus. Dát is hoe Hij Zichzelf aan ons introduceerde.

“Het evangelie gaat niet over het reciteren van de juiste geloofsbelijdenis, maar over het ontmoeten van een Persoon.”

Sigfrido Hernández

Hij leeft echter mee met onze problemen, onze pijnen, ons verdriet en ons lijden, Hij ervaart eveneens onze beperkte menselijkheid en is aanwezig. Het evangelie gaat niet over het reciteren van de juiste geloofsbelijdenis, maar over het ontmoeten van een Persoon.

Discipel zijn

Ons getuigenis toont wie Christus voor ons is. Mijn getuigenis verraadt mijn manier van kijken naar het leven; de dingen die mij van mijn stuk brengen, wat me raakt.

  • Word ik geraakt door de dingen die het hart van God raken?
  • Probeer ik Zijn koninkrijk van gerechtigheid te laten gebeuren in elke handeling; in alles wat ik doe?
  • Als mensen mij zien, kunnen ze dan Christus zien?
  • Stel ik onrecht aan de kaak, waar het ook vandaan komt?

Of zijn wij in het geheim volgelingen van Jezus, zoals sommige gouverneurs en Farizeeën waren in de tijd van Jezus?

Ja broeders en zusters, discipel zijn van Jezus heeft een prijs. Op onze levensweg liggen niet altijd zonnige dagen in het verschiet, er zijn ook dagen van sterke storm. Dagen waarop we samen met Jezus naast de armen moeten staan; naast de weduwe en de wees, om onrecht aan de kaak stellen, waar het ook vandaan komt. Onze reactie op de realiteit waarin we leven, toont wie wij zeggen dat Jezus is.

Misschien ken je het verhaal van de gelovigen in Antiochië wel. Ze werden christenen genoemd; dat wil zeggen: kleine christussen. Hun leven toonde Christus, en anderen konden het zien.

Dit is onze uitdaging, vandaag in het hier en nu: om met daden en handelingen te laten zien wie Jezus Christus voor mij is – de Zoon van de levende God. Moge God ons daarbij helpen, zodat we elke dag van ons leven Zijn liefde en Zijn gerechtigheid laten zien.

Foto door Mikhail Nilov op Pexels.com

Deze tekst werd geschreven door ds. Sigfrido Hernández uit El Salvador en in het Nederlands vertaald door Kelly Keasberry. De preek is tweetalig Spaans-Nederlands voorgedragen op 20 februari 2022 in protestantse kerk De Brabantse Olijfberg in Antwerpen.

Meer lezen?

  • Marcus 8, 27-30
  • Lucas 9, 18-21