Bomen die levendig en groen hadden moeten zijn, maar die erbij stonden alsof de herfst al ten einde was. Schepen waarvan de schroef bijna vastliep in de drooggevallen bedding van de Rijn.
Die beelden troffen me toen ik met mijn onderzoeksgroep een paar dagen doorbracht in Bingen, vlak bij de Abdij St. Hildegard. De natuur droeg, veel te vroeg en door de aanhoudende droogte, tekenen van loslaten en verlies.
Tegelijk gloorde er aan de horizon ook een ander beeld. Bloeiende wijnranken, druiventrossen, bramen, rozenbottels en kruiden. En tegen de muur van de kloosterkerk – hoe tekenend kan het zijn – een bloeiende vijgeboom.

Wanneer het beeld dat we hadden niet uitkomt
Misschien herken je het wel: je hebt een beeld gevormd van hoe iets zal verlopen. Je werkt ergens naartoe, hoopt op een bepaalde uitkomst. En dan gebeurt er iets wat ruw je verwachtingspatroon doorbreekt.
Je wordt ontslagen, een relatie verandert, of je lichaam laat je in de steek. De wereld blijkt plotseling kwetsbaarder dan gedacht.
Hoe houd je hoop in een wereld die zo grillig kan zijn?
Op mijn eerste dag als ziekenhuispastor drukte een collega me op het hart: “Iets dat je nooit mag doen, is zeggen dat het wel goed komt. Want soms komt het niet goed.”
De neiging om anderen gerust te stellen door iets positiefs te zeggen: het kan zo menselijk zijn. Maar wat als de hoop die we elkaar meegeven, valse hoop is?
Zie de rots waaruit je gehouwen bent
In Jesaja 51 biedt de profeet Jesaja troost aan de inwoners van Jeruzalem. Hij spreekt tot mensen voor wie verlies dagelijkse kost is. Tegen hen zegt hij: kijk naar de rots waaruit jullie gehouwen zijn.
Kijk naar Abraham en Sara. Kijk naar waar je vandaan komt, voel de grond onder je voeten. Je verhaal begint niet bij de puinhopen die je nu voor je ziet; je maakt deel uit van een groter verhaal.
Dan volgt de belofte van herstel:
“De Heer troost Sion. Hij biedt troost aan haar ruïnes. Hij maakt haar woestenij aan Eden gelijk, haar wildernis wordt als de tuin van de Heer.” (Jesaja 51:3)
Wat valt op? Jesaja plaatst twee beelden tegenover elkaar: de wildernis, een plek van dorheid en onvruchtbaarheid, waar dromen zijn stukgelopen, en Eden: een oord van vruchtbaarheid, overvloed en leven.
De profeet ontkent de wildernis niet om over Eden te kunnen spreken. Integendeel: de woestijn (midbar) en de dorre vlakte (aravah) zijn een realiteit waar hij expliciet woorden aan geeft.
Maar Jesaja gaat verder in zijn uitleg van deze werkelijkheid. Hij spreekt over de aarde die verslijt als een kleed (Jesaja 51:6). Dit gaat niet over klimaatverandering zoals wij dat nu begrijpen. Zijn visie is groter, zelfs kosmisch: hemel en aarde zijn tijdelijk, maar Gods redding is eeuwig en zijn gerechtigheid blijft bestaan.

En toch … misschien weerspiegelt dat beeld vandaag iets van onze werkelijkheid. In Bingen zag ik in de natuur niet alleen leven, maar ook kwetsbaarheid en verlies. Bodems raken uitgeput, biodiversiteit neemt af en bosbranden vernietigen niet alleen bomen, maar ook het leefgebied van veel dieren. Klimaatverandering verstoort ecosystemen en verandert leefgebieden, ook het onze.
Hoop is geen optimisme
Na een lezing kwam een man naar me toe.
‘Mevrouw, eigenlijk zouden we het woord hoop niet meer moeten gebruiken. Wie hoopt, sust zichzelf in slaap met een wensdroom. Zo iemand gebruikt de Bijbel als excuus om de werkelijkheid niet onder ogen te hoeven zien.’
Begrijpelijk, die bezorgdheid. Hoop wordt inderdaad maar al te gemakkelijk gebruikt als een goedkope pijnstiller. Toch maakte de Tsjechische schrijver Václav Havel een belangrijk onderscheid. Hij zei:
“Hoop is niet hetzelfde als optimisme. Het is niet de overtuiging dat iets goed zal aflopen, maar de zekerheid dat iets zinvol is, ongeacht de afloop.”
Optimisme zegt: alles komt goed. Hoop zegt: ik geloof dat het zin heeft het goede te doen, ook wanneer ik de uitkomst niet kan overzien.
Misschien zet ik mij in voor gerechtigheid, terwijl er zoveel onrecht blijft bestaan. Misschien draag ik zorg voor de aarde, ook al lijkt mijn inspanning klein. Of misschien probeer ik iemand lief te hebben, ook al krijg ik weinig terug.
En toch.
De hoop waar Jesaja over spreekt, gaat verder dan Havel’s woorden. Het is niet alleen het geloof dat ons handelen betekenisvol is, maar ook het besef dat God trouw is, zelfs als we het eindresultaat niet zien. We hoeven het einde van het verhaal niet te kennen om vandaag trouw te zijn.

Leven zonder lege handen
Ik kan niet iedere oorlog beëindigen. Ik kan niet de klimaatcrisis oplossen. Zelfs de mensen van wie ik het meeste houd kan ik niet beschermen tegen alles wat hun kan overkomen.
Maar dat betekent niet dat mijn handen leeg hoeven te blijven. Ik kan verantwoordelijkheid nemen voor het stukje wereld dat mij vandaag is toevertrouwd: voor mijn naaste, de grond onder mijn voeten en mijn omgang met mensen, dieren en de aarde.
We hoeven niet in ons eentje de wildernis in Eden te veranderen. Maar we kunnen wel wegbereiders van Eden zijn. Niet door grootse daden, maar met kleine dingen: een mens of dier liefhebben, recht doen waar mogelijk, een boom planten, iemand helpen, vergeven en opnieuw beginnen.
Zelfs al zou de vijgenboom niet bloeien, toch zullen wij hopen. Niet omdat wij het grote geheel kunnen overzien, maar omdat wij ons innig verbonden weten met de Schepper en al wat leeft.
Geniet van een mooie nieuwe week! 💚

Geef een reactie