“De mens is de kroon op de schepping.”
Het is een uitspraak die veel christenen vertrouwd in de oren zal klinken. Maar wie de Bijbel erop naslaat, komt tot een verrassende ontdekking: deze woorden staan nergens in de Schrift.
Sterker nog, een aandachtige lezing van Genesis 1 en 2 suggereert misschien wel iets heel anders.
De komende drie jaar neem ik je mee op een groene pelgrimsreis door de Bijbel. Niet om de Bijbel opnieuw uit te vinden, maar om met frisse ogen te kijken naar bekende teksten die verrassend actueel blijken in een tijd van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies.
Laten we bij het begin beginnen!
Is de mens het hoogtepunt van de schepping?

Het eerste scheppingsverhaal in Genesis 1 beschrijft hoe God in zes dagen hemel en aarde vormt. Op de zesde dag schept Hij de mens, naar zijn evenbeeld (imago Dei).
In veel Nederlandse Bijbels eindigt Genesis 1 precies na de schepping van de mens. Sommige vertalingen plaatsen daar zelfs een tussenkopje boven, zoals ‘De kroon op de schepping’.
Op zich lijkt dat misschien logisch. Mensen zijn tenslotte als laatste geschapen. Lange tijd werd dat geïnterpreteerd als dat mensen de kroon op Gods creatie zijn; de voltooiing van de schepping. Daarbij kwam nog dat de mens een bijzondere taak en eer kreeg toebedeeld.
Ook Psalm 8 bezingt die bijzondere positie:
“U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en heerlijkheid.”
Maar is daarmee werkelijk alles gezegd?
De schepping is nog niet af
Wie de hoofdstukindeling even vergeet en de tekst gewoon doorleest, ontdekt iets opvallends.
Na de zesde dag stopt Gods scheppingswerk namelijk helemaal niet. Er volgt nog een zevende dag.
God rust van zijn arbeid. Hij zegent de sabbat en verklaart die heilig.
De hoofdstukindeling is eeuwen later toegevoegd en wekt gemakkelijk de indruk dat de schepping bij de mens haar hoogtepunt bereikt. Maar de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst vertelt een ander verhaal.
De scheppingscyclus eindigt niet bij de mens, maar bij de sabbat.
Dat is veelzeggend. Het hoogtepunt van de schepping is niet menselijke macht of productiviteit, maar rust, dankbaarheid, gemeenschap met God en ruimte voor heel de schepping om op adem te komen.

Hoe ontstond dan het idee van de ‘kroon op de schepping’?
Dat beeld is pas geleidelijk ontstaan. Aristoteles legde de basis door levende wezens in te delen naar de vermogens van hun ziel: van planten tot dieren tot de mens, die als enige over rede beschikt.
Kerkvaders als Augustinus en later Thomas van Aquino namen veel van deze filosofie over. Zo ontstond in de middeleeuwen de beroemde Great Chain of Being: een kosmische rangorde waarin ieder schepsel zijn vaste plaats had, van levenloze materie onderaan tot engelen en God bovenaan.
Van daaruit was de stap naar de gedachte dat de mens de kroon op de schepping is, niet groot meer. En eenmaal die rangorde vastgelegd, was het evenmin een grote stap om de plaats bovenaan uit te leggen als een recht om te heersen.
Van rentmeester naar heerser
Tijdens de renaissance en de Verlichting kwam de menselijke autonomie steeds meer centraal te staan. De natuur werd meer en meer gezien als iets dat onderzocht, beheerst en benut moest worden.
Die manier van denken werkt nog altijd door. We spreken over natuurlijke hulpbronnen, exploitatie en economische groei alsof de aarde in de eerste plaats een voorraadkamer voor de mens is.
Maar is dat werkelijk wat Genesis bedoelt?

Een ecologische herlezing
Wat zijn de wortels van de ecologische crisis? Hoe komt het dat we op dit punt zijn aangeland? Historicus Lynn White deed in 1967 onderzoek naar die vragen. Dat leidde tot zijn wereldberoemde essay The Historical Roots of Our Ecological Crisis (pdf).
Sindsdien woedt hierover een levendig debat. In zijn essay komt White tot een opmerkelijke conclusie: het westerse christendom, met zijn nadruk op menselijke heerschappij, heeft mede bijgedragen aan de ecologische crisis.
Veel hedendaagse theologen plaatsen daar kanttekeningen bij. Deels terecht. Want Genesis vertelt óók dat de mens uit de adamah – de vruchtbare aarde – wordt gevormd. De Hebreeuwse woorden adam (mens) en adamah (aardbodem) zijn nauw met elkaar verbonden.
Met andere woorden: de mens staat niet tegenover de natuur. Hij komt eruit voort.
Niet boven de schepping, maar erin
Genesis 1 blijft een fascinerend hoofdstuk. Misschien moeten we het niet lezen als een hiërarchische rangorde waarin de mens bovenaan staat, maar als een lofzang op de onderlinge verbondenheid van de schepping.
Kijk eens hoe de schepping wordt beschreven. Ze ontvouwt zich als een cyclus van zeven dagen. Stap voor stap brengt God orde in de chaos. Licht en duisternis, hemel en aarde, zeeën en planten, zon, maan en sterren, vissen, vogels, landdieren én de mens: alles krijgt een eigen plaats, een eigen betekenis en een eigen taak binnen het geheel. Geen enkel onderdeel staat op zichzelf; alles is met elkaar verweven.

Het is geen toeval dat de scheppingscyclus uit zeven dagen bestaat. Zeven is in de Bijbel het getal van de voltooiing. En juist daarom eindigt de schepping niet bij de mens, maar bij de sabbat. God rust van zijn werk en geniet van alles wat onder zijn hand is ontstaan.
De sabbat als kroon op de schepping
De sabbat als kroon op de schepping: wat betekent dat voor ons? De rustdag is in dat geval geen bijzaak, maar een terugkerende reminder dat de voltooiing van de schepping niet ligt in menselijke macht, maar in harmonie, rust en dankbaarheid. In een ecosysteem dat zó wonderlijk samenhangt dat leven kan ontspringen.
Dat perspectief klinkt ook door in andere religieuze tradities. De joodse traditie kent het land een sabbatsjaar toe (sjmitta). Na zes jaar bewerkt te zijn, mag het land zich verheugen in haar rust. Franciscus van Assisi bezingt in zijn Zonnelied de zon en de maan als zijn broer en zus. En islamitische soefi-mystici als Rumi zien de hele kosmos als een spiegel van Gods aanwezigheid.
In al deze tradities is de mens geen eigenaar van de aarde, maar deel van een groter geheel.
Imago Dei: zorg voor ons gemeenschappelijk huis
Misschien ligt juist daarin de diepste betekenis van het Imago Dei: beelddragers van God. Niet dat wij boven de schepping staan, maar dat wij als enige levende wezens de verantwoordelijkheid kunnen dragen om te waken over ons gemeenschappelijk huis.
De wekelijkse rustdag nodigt ons uit om daarmee stil te staan. Om onze arbeid even los te laten, dankbaar te genieten van de schoonheid die ons omringt, en ons af te vragen hoe wij de Schepper kunnen eren door zorgvuldig om te gaan met dit wonderlijke kunstwerk, waarvan wij zelf onlosmakelijk deel uitmaken.


Geef een reactie