Een post van ene Richard trok vandaag mijn aandacht. Volgens hem is er één les die iedere man vroeg of laat leert: ware liefde bestaat niet. Zijn ervaring? Zolang het geld blijft binnenkomen, blijft ook de liefde. Maar verliest een man zijn inkomen, dan verdwijnt zijn vrouw vanzelf.
Het was een pijnlijke conclusie, maar ook een generalisatie. Geen twee mensen of relaties zijn hetzelfde. Sommige partners blijven jarenlang trouw aan iemand die ernstig ziek is en niets meer kan teruggeven. Anderen verlaten een relatie waarin zij geen toekomst meer zien. Sommigen zoeken vooral hun eigen geluk, anderen vinden juist geluk in wederkerigheid, terwijl weer anderen lijden onder een onbeantwoorde liefde.
Liefde is een werkwoord
Niet ware liefde is een illusie, maar wel het idee dat een goede relatie altijd moeiteloos verloopt.
In het Westen beschouwen we liefde vaak als een gevoel. Liefst een blijvende romantische roes. Ooit zei een Indiër tegen me:
“In het Westen zetten jullie de pan heet op het vuur en laten de soep weer afkoelen. Bij ons zetten we de pan koud op het vuur en laten we het water langzaam warm worden.”

Die woorden zijn me altijd bijgebleven. Ook filosoof Alain de Botton stelt dat duurzame relaties niet gebouwd kunnen worden op de korte roes van verliefdheid. Ware liefde groeit, slijt in, verdiept zich en vraagt onderhoud. Liefde is een werkwoord.
Transparant zonder maskers
Misschien is dat ook wat het scheppingsverhaal wil laten zien. In Genesis 2 worden Adam en Eva aan elkaar gegeven. Volgens sommige joodse overleveringen was de mens oorspronkelijk één wezen dat door God in tweeën werd gedeeld. Twee helften die naar elkaar blijven verlangen.
Het hoofdstuk eindigt met een opmerkelijke zin:
“Beiden waren zij naakt, de mens en zijn vrouw, maar zij schaamden zich niet.”
Dat gaat over veel meer dan alleen lichamelijke naaktheid. Het beschrijft een diepgaande relatie waarin alles open en eerlijk kan zijn. Geen maskers om onszelf achter te verstoppen. Geen strategische stiltes die afstand creëren. Geen angst dat onze kwetsbaarheid tegen ons gebruikt zal worden.
Maar hoe vaak slagen we daar werkelijk in?
- We zijn gekwetst omdat onze partner onze trouwdag vergat, maar zeggen niets.
- We verlangen naar nabijheid, maar duwen de ander juist weg uit angst om afhankelijk te worden.
- We verbergen onze onzekerheden achter stoer gedrag of sarcasme.
- We hebben spijt, maar krijgen het woord sorry niet over onze lippen.
- We trekken ons zwijgend terug, terwijl we eigenlijk hopen dat de ander begrijpt wat we nodig hebben.
Wie werkelijk bemint, moet vroeg of laat ook leren zichzelf te laten kennen. Dat is misschien wel de grootste kwetsbaarheid van allemaal.

Kwetsbaarheid achter een harnas van wantrouwen
Richard geloofde uiteindelijk alleen nog maar dat vrouwen uit waren op geld. “Alle vrouwen zijn wandelende portemonnees,” schreef hij. Maar achter die harde woorden hoorde ik vooral teleurstelling. Want onder zijn woede school een intrinsiek menselijk verlangen: geliefd worden. Niet om je bezit of prestaties, maar om wie je bent.
Juist dat trof me zo aan zijn verhaal. Niet dat ik het ermee eens was, maar dat zijn pijn zo herkenbaar was.
Alleen had hij zijn kwetsbaarheid inmiddels verborgen achter een harnas van wantrouwen. En hoe dikker zo’n harnas wordt, hoe moeilijker de liefde nog een gaatje vindt om naar binnen te sijpelen.
Ware liefde: misschien begint dat niet alleen bij de vraag of de ander betrouwbaar is. Maar ook bij de moed om, ondanks al onze eerdere teleurstellingen en desillusies, een beetje naakt te durven zijn.
Zoals Adam en Eva.
Zonder schaamte.


Geef een reactie