“Onze geest is sterker”

Redding uit Wang Cheong House: het verhaal van William Li (40)

Zeven torenflats in vuur en vlam, fakkels tegen een zwarte horizon. De hartverscheurende beelden uit Hongkong van 26 november 2025 gingen de wereld rond: het Wang Fuk Court, zeven van de acht appartementsgebouwen in renovatie, veranderde binnen luttele minuten in een verwoestende vuurzee. Via bamboesteigers, plastic netten en piepschuim verspreidde het vuur zich van blok naar blok, waardoor talloze bewoners hun leven verloren. Een van de overlevenden, William Li (40), deelde zijn aangrijpende verhaal in de South China Morning Post. Zijn woorden roepen een fundamentele vraag op: wat blijft er nog overeind als alles om je heen in vlammen opgaat?

“Op de dag van het incident was ik thuis aan het rusten. Direct nadat ik mijn vrouw had gebeld om haar te waarschuwen voor de brand, wisselde ik van kleren en maakte me klaar om de deur uit te gaan. Maar op het moment dat ik de deur opendeed, werd alles zwart. De rook slokte me op. Ik probeerde het zaklampje van mijn telefoon aan te zetten, maar kon mijn hand niet uitsteken. Ik kon niet ademen! Ik deed de deur weer dicht en ging meteen terug naar binnen. Ik voelde me overweldigd.

De uitslaande brand in de torenflats van Wang Fuk Court © AM730/Wikimedia Commons

Gevangen in een vagevuur

Toen ik opnieuw met mijn vrouw sprak, was ze in tranen. Ik vroeg haar: “Kan ik ontsnappen als ik via de nooddeur naar de lobby ren?” Ze zei dat de lobby veranderd was in een zee van vuur.
Op dat moment wist ik dat mijn laatste uitweg afgesneden was. Ik zat gevangen in dit vagevuur dat mijn huis was geworden. Er zat niets anders op dat machteloos af te wachten, in hoop op redding.

Ik probeerde rustig te blijven en verzamelde alle handdoeken die ik in huis kon vinden. Plots hoorde ik geschreeuw in de gang buiten het appartement. Ik nam een natte handdoek en stormde zonder aarzelen naar buiten. Nog geen tien seconden later traanden mijn ogen onophoudelijk, mijn keel brandde. Ik wist meteen: als ik die mensen niet uit de gang kreeg, zouden ze dit niet overleven.
Ik tastte langs de muur, en riep: “Kom hier!” Toen voelde ik een lichaam. Ik trok hen (een koppel) meteen naar binnen. Ik voelde opluchting — ik was niet meer alleen.
Maar minder dan een minuut in de gang was al te veel. Het was alsof de rook me volledig omringde.

Ik gaf het stel handdoeken en water. Ze waren beide mager en droegen slippers — onmogelijk om zo te vluchten. Ik trok hen sokken en schoenen aan, gaf hen een broek en een warme muts. “Als het écht niet anders kan, springen we uit het raam”, zei ik. “Dat moet kunnen!”
Ik probeerde hen te kalmeren, zei dat ze even moesten liggen en dat ze zich geen zorgen moesten maken: “We gaan niet sterven.”

Als elke controle wegvalt

Daarna zat ik stil bij het raam, terwijl ik door het glas naar buiten keek. Ik zag ontelbare brandende resten, als zwarte sneeuwvlokken, vermengd met vonken die uit de lucht dwarrelden. Als een wanhopige regen. Het was verstikkend om naar te kijken.

De Wang Fuk Court torenflats, omringd door bamboesteigers en ingepakt met brandbare plastic netten. De ramen waren ten tijde van de brand afgedekt met piepschuimplaten. © Waydwaid/Wikimedia Commons

Er zijn zoveel dingen in het leven waar we geen controle over hebben. De samenloop van onze lotsbestemming, de op- en neerwaartse beweging van het leven, het verlies van geliefden. Maar ik dacht altijd dat ik tenminste mijn eigen lichaam kon sturen—waar ik heen ging, welke stappen ik zette. Dat ik in de laatste minuut in elk geval nog kon vechten voor mijn leven.
Maar zelfs dat laatste stukje controle werd me dit keer meedogenloos afgenomen door de brand.

Leef ik? Ga ik sterven? Die ultieme vraag was nog nooit zo concreet geweest. En het antwoord lag niet in mijn handen.

Ik pakte mijn telefoon en belde de mensen die belangrijk voor me zijn. Mijn moeder in het buitenland belde me zodra ze het nieuws hoorde. Ik zei kalm tegen haar: “Maak je geen zorgen. De brandweer is me aan het helpen. Het komt goed. Ik ga nu ophangen.”
Toen de lijn wegviel, vulden mijn ogen zich met tranen. Het voelde alsof ik een klein beetje afscheid nam van het leven.

Brand in Wang Fuk Court: redding door de brandweer

De explosies bleven maar komen. Voor mijn ogen stond alles in brand. Ik dacht dat ik hier voor altijd zou blijven. Maar toen zag ik brandweerlieden bij het raam.

Brandweerauto’s verzamelen zich bij Wang Fuk Court voor een reddingsactie. @ Samson Ng/Wikimedia Commons

Ik bleef zwaaien met mijn zaklamp aan. Rond vier uur merkte een brandweerman me op. Ze waren bezig met een reddingsplan, zei hij. Ik wist dat ze alles zouden doen om ons te redden, en dat ik geduld moest hebben totdat ze me in veiligheid konden brengen.

Dat wachten — die totale machteloosheid — was verstikkender dan de rook. Ik kon alleen maar zitten.

Het stel kreeg ondertussen last van benauwdheid. We zaten tenslotte al uren vast, zonder frisse lucht.
Tot 18 uur. Toen kwam de brandweer met de ladder naar ons raam en zeiden dat ze ons één voor één naar beneden zouden brengen. De vrouw wilde dat ik eerst ging, maar ik zei:
“Ik ben iets sterker, ik kan het nog even volhouden. Gaan jullie eerst.”

Afscheid nemen van Wang Cheong House

Ze vroeg me goed voor haar man te zorgen en hem door het raam te helpen. Daarna ging ze naar beneden. Toen zij allebei veilig waren, bleef ik weer alleen achter in dit huis.

Ik keek rond en dacht: Wat kan ik eigenlijk meenemen…?
Het eten dat nu verspild is.
De modelauto die ik ’s nachts geolied had.
De limited edition super-alloy die ik met plezier verzameld had.
Luxemerken…
Het speelgoed waar de kinderen zo dol op waren…
De dingen die veel betekenden voor mijn vrouw…
Alles wilde ik meenemen. Maar niets kon ik meenemen.

Ik verspilde kostbare minuten door nog rond te kijken — alsof ik afscheid nam van mijn thuis. Het enige dat ik uiteindelijk nog wilde was de brandweerlieden bedanken, die hun leven riskeerden om ons te redden.

Wat de brand in Wang Fuk Court mij leerde over vergankelijkheid

Nu word ik in het ziekenhuis geobserveerd. Toen ik hoorde dat ik naar huis mocht, had ik haast om te gaan… maar toen het meisje me vroeg waarom ik zo snel weg wilde, schudde ik slechts mijn hoofd.
Kan ik eigenlijk nog wel naar huis?

Deze brute brand heeft me geleerd: ten overstaan van de vergankelijkheid zijn we nooit de heersers. We zijn slechts tijdelijke, kwetsbare reizigers. Maar al zijn de tijden zwaar, onze geest is sterker. Laten we helen en samen opnieuw opbouwen.”

Ga yao, pangyao.
(vrij vertaald: “Hou vol, vrienden.”)

Vrijwilligers bieden steun aan de slachtoffers van de brand in Tai Po, Hongkong © 中国新闻社 – Wikimedia Commons

William Li (40) werd op woensdag 26 november gered uit Wang Cheong House, een van de woontorens van Wang Fuk Court. Voor deze blog maakte ik een Nederlandse vertaling van zijn verhaal, dat hij eerder deelde op zijn facebookaccount.


Comments

Geef een reactie

Ontdek meer van Geworteld Geloven

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder