Het was koud maar helder, dus ik besloot een wandelingetje te maken. Het grindpad van natuurreservaat De Oude Landen, vlak bij mijn huis, lag vol plassen. Geen terrein voor wie slecht ter been is, zou je denken. Toch had een ouder drietal – twee vrouwen en een man – het erop gewaagd. Gearmd liepen ze daar, als een licht kromgebogen ketting. Zo trotseerden ze de plassen en slalomden ze langs de kuilen en de Schotse Hooglanders, druk met elkaar in gesprek.
Ik moest denken aan Prediker 4:12:
“Een drievoudig snoer wordt niet snel verbroken.”
Ouder worden of ziek zijn is niet altijd makkelijk. Zeker niet in een individualistische samenleving die de nadruk legt op zelfredzaamheid. Wat doe je als de dagelijkse dingen niet meer vanzelf gaan? Sommige mensen raken geïsoleerd. Maar dit drietal liet zich duidelijk niet kisten. Ze begrepen iets wezenlijks: samen sta je sterker dan alleen.
Ze waren als drie in elkaar gevlochten strengen, twee dames en een heer. Toen een grote koe opkeek vanuit de struiken, schaterden ze als pubers. “Hoppa!”, riep de oude man, en ze dansten over een plas.
Zo hielden ze elkaar vast in de herfst van het leven, terwijl om hen heen de bladeren vielen. Sterker nog: samen dansten ze over een veelkleurig tapijt. Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken. Wat in kwetsbaarheid wordt geboren, blijkt soms pure levenskunst.

Deze overdenking werd geschreven voor Maandblad Reveil.

Geef een reactie