⊠zoals religie je die voorspiegelt?
Dat was de prikkelende vraag waarmee Marianne Bijlsma, initiatiefneemster van Vaderhart, Love & Grace, haar lezers uitdaagde. Niet omdat ze plots atheĂŻst was geworden, maar omdat ze kritische vraagtekens had gekregen bij het geloof van haar jeugd. Vragen die niet altijd welkom waren. Begrijpelijk, want ze kunnen ontwrichtend werken.
En toch: wie zulke vragen durft toe te laten en ze omarmt als onderdeel van een persoonlijk ontwikkelingsproces, ontdekt soms niet een kleiner, maar juist een groter beeld van onze Schepper.
Ultieme realiteit
Nadat ze een tijdlang niets meer van me had gehoord, stuurde Marianne me een berichtje. Mogelijk vroeg ze zich af of ik nog leefde. Ik had me namelijk een tijdje teruggetrokken in een veilige cocon, onontbeerlijk om tot rust te komen.
Ze had een heel ontwikkelingsproces doorgemaakt, vertelde ze. Of ik eens een kijkje wilde nemen op haar Facebookpagina?
Vier scherpe vragen over God
Ik had duidelijk iets gemist. In een recente post viel ze met de deur in huis door haar volgers vier scherpe vragen voor te leggen:
- Geloof jij nog in een God in de hemel, een onsterfelijk wezen in de lucht die de wereld van bovenaf regeert?
- Een God die losstaat van de mensheid en van buiten naar binnen kijkt?
- Een God die wij tevreden moeten houden om in zijn gunst te blijven?
- Een God die ongelovigen straft met eeuwige kwelling in de hel?
Zelf bekende Marianne haar geloof in die âGodâ te zijn verloren. Dat wil zeggen, in het godsbeeld dat haar met de paplepel was ingegoten: een hemelse heerser aan wie persoonlijke en menselijke eigenschappen worden toegeschreven.

Waarom geloofstwijfel heel gezond kan zijn
Wat betekent âGodâ eigenlijk voor mij? Kan ik nog wel met het traditionele godsbeeld van vroeger door één deur? Het kan spannend zijn om jezelf zulke vragen te stellen. Want als je één kaart onderuit trekt, stort dan niet het hele kaartenhuis in? Geloofstwijfel ligt nu eenmaal gevoelig. Vaak wordt gedacht dat het een hellend vlak is, een afglijdende schaal naar atheĂŻsme of zelfs nihilisme.
Toch hoeft twijfel niet te betekenen dat je geloof verdwijnt. Integendeel: het kan juist leiden tot ontwikkeling en groei. Vooral wanneer twijfel niet gepaard gaat met het afwijzen van geloof, maar met de zoektocht naar nieuwe, meer persoonlijke invullingen ervan. In plaats van de geloofsbelijdenis van anderen te reproduceren, kan het ons aanzetten om onze eigen geloofsbelijdenis te formuleren.
Het verlossende woord
Voor Marianne leidde haar periode van geloofstwijfel uiteindelijk tot deze overtuiging:
âIk geloof dat in het centrum van alle dingen een ultieme realiteit bestaat: de bron van al wat leeft, inclusief onszelf. Een realiteit die wij ervaren in diepe vrede, harmonie, mededogen, goedheid, verbondenheid, vreugde en schoonheid.
Je zou kunnen zeggen dat Jezus over âGodâ sprak als âVaderâ, niet omdat God een man in de hemel was, maar omdat Hij die ultieme realiteit aanwees die wij ervaren als LIEFDE.
Ik geloof: âGod is liefde.ââ

Onder de troostboom
Na het lezen van haar woorden maakte ik een wandeling en streek neer onder een oude wilgenboom. Ik noem hem mijn âtroostboomâ. Zijn takken hangen neer als een sluier, een magische plek waaronder je even kunt verdwijnen.
Ik dacht terug aan vroeger, aan hoe ik als klein meisje ronddwaalde in een groot bos. Ik groeide niet kerkelijk op, maar de bomen waarvan de takken hoog boven mij samenbogen, leken op een kathedraal. Ik stelde me God voor als een man met een baard, een beetje zoals Sinterklaas. Was Hij misschien rooms-katholiek, zoals mijn moeder?
De kerk zelf vond ik hoog en eng: daar leek God groot en streng. Nee, ik hield meer van de God die op een landschap van witte wolken woonde en telkens even naar me glimlachte als de zon doorbrak.
Nu, veertig jaar later, en inmiddels als theoloog, zat ik onder de wilg.
En ik vroeg me af: hoe zou mijn eigen geloofsbelijdenis vandaag klinken?
Toen welden deze woorden in me op:
Geloofsbelijdenis
Ik geloof in de Eeuwige,
wiens adem mijn gezicht streelt als ik over de velden wandel,
die de takken doet ruisen en de vogels zachtjes wiegt in de wind.
Die hemel en aarde vervult,
alles draagt en in stand houdt,
de kosmos doet uitdijen
en planeten en sterren hun baan geeft.
Zo onmetelijk groot,
zo onbevattelijk aanwezig en alomtegenwoordig â
en toch ademend door ons.
Jaren van theologie hebben me geen sluitend dogma gegeven
om God te kunnen bevatten.
Zelfs jaren van kerkgang hebben me niet de sleutel gegeven
tot ware godsdienst.
Maar als ik wandel,
het uitroep naar de hemel,
mijn huid laat kussen door de regen,
of mediteer onder de wilgenboom,
dan, plots, voel ik die liefde zo ontroerend dichtbij.
Een liefde die door muren heen breekt.
Een liefde die zich uitstrekt,
naar mij â juist op mijn meest kwetsbare momenten.
Een liefde die ziet, voelt, hoort,
tast, omarmt en troost.
Een liefde die is.
En als ik dan vraag:
âHoe komt het dat ik U zo dichtbij voel?â
dan antwoordt ZHij:
âOmdat Ik er ben.
Ik was.
En Ik zal er zijn.
Altijd.â

Hoe zou jouw persoonlijke geloofsbelijdenis eruit zien? âš

Geef een reactie