Een ochtendritueel van onderscheiding
Indonesië — het land waar mijn vader werd geboren — is een land van geuren en geluiden. Vooral in de vroege ochtend, wanneer de natuur zachtjes ontwaakt, valt één geluid telkens weer op: het vegen.
Daar waar de natuur overvloedig is, dwarrelt voortdurend van alles neer: bladeren, bloemen, zaden, dorre takken, zand en aarde. En dus begint elke nieuwe dag met het ritme van bezemstreken. Niet achteloos, maar toegewijd. Langs tuinen, opritten en wegen, waar vaak oudere mannen met krachtige armbewegingen hun werk doen. Shkggg, shkggg. Het is een geluid dat moeilijk na te bootsen is, maar dat elke ochtend trouw terugkeert.
Het vegen zet me stil.
Vegen is de ruimte bewaken
In het Nederlands kennen we de uitdrukking: ‘de bezem erdoor halen’. Meestal betekent dat: orde op zaken stellen. Maar daar, op Indonesische bodem, krijgt die uitdrukking een diepere betekenis. De vegers lijken hun taak niet te doen uit ergernis over de rommel die telkens terugkomt, maar uit zorg en aandacht. Ze vegen niet omdat het moet, maar omdat ze de ruimte bewaken waarin het leven zich kan ontvouwen.
Halen wij eigenlijk ook wel eens de bezem door ons leven?
En dan bedoel ik niet: even oppervlakkig je straatje schoonvegen, of de rommel wegmoffelen onder het bed. Zo’n schoonmaak is vooral gericht op de buitenkant — het oogt netjes, maar het vuil blijft bestaan. Wat ik bedoel, is iets anders: vegen als daad van onderscheid. Wat hoort er thuis in onze innerlijke tuin? Wat mag weg? Welke dorre bladeren belemmeren het zicht? Over welke stenen struikelen we telkens opnieuw, alsof ze onlosmakelijk bij ons leven horen?

Soms raken we zo gewend aan het vuil op ons pad, dat we het als normaal gaan beschouwen. Als onvermijdelijk. Of zelfs als deel van wie we zijn.
Maar misschien zijn we minder machteloos dan we denken.
Een oefening in fijngevoeligheid
Terug van het ontbijt valt mijn oog op de bezem, leunend tegen de muur. Een eenvoudig maar krachtig instrument. Niet bedoeld om eindeloos over te filosoferen, maar om te gebruiken.

De bezem als symbool nodigt uit tot dagelijkse onderscheiding. Wat dient mijn leven? Wat ligt er in de weg? Wat mag blijven? Wat mag zachtjes weggeveegd worden?
‘De bezem erdoor’ betekent niet: radicaal alles wegvagen. Integendeel. Het schoonhouden van je levenspad is een oefening in fijngevoeligheid. In bewust kiezen. Het is een uitnodiging om elke dag opnieuw te beginnen met een heldere blik — niet belast door het stof van gisteren. Want, zoals Jezus zegt: Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen zorgen. (Mattheüs 6,34)
Elke ochtend even stilstaan
Misschien zouden we er een ritueel van kunnen maken. Elke ochtend even stilstaan. Geen grote, zware oefening, maar een klein moment van bezinning.
Stel jezelf bijvoorbeeld drie vragen:
- Wat mag er vandaag uit mijn leven verdwijnen?
- Welk afval ligt er in mijn tuin dat daar niet thuishoort — misschien door anderen over de schutting gegooid, in de vorm van schuld of schaamte?
- Hoe effen ik vandaag mijn weg, zodat er ruimte ontstaat voor nieuwe groei?
Vegen hoeft niet lang te duren. Soms zijn vijf minuten bezinning al genoeg. En wie weet — misschien wordt je levenspad niet alleen schoner, maar ook lichter om te bewandelen.
Warme groet,
Kelly 🧹🍃

Geef een reactie