De kracht van elkaar lasten dragen
De vroege ochtendzon scheen door de ramen, ijs lag over het gazon. Het was nog veel te koud om mijn bed uit te komen, dus ik checkte mijn mail. Zo kwam ik bij deze tekst van Paulus:
“Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf.” (Galaten 6:2-3, NBV)
Vannacht was ik, na mijn administratie op de valreep bij mijn boekhouder te hebben ingediend, om één uur naar bed gegaan. Vandaag wachtten er weer een volle wasmachine en een lange werkdag. Mijn eerste gedachte: “Dit is precies een tekst die ik niet nodig heb.” Maar onze eerste gedachte is niet altijd de juiste. Zo’n eerste gedachte is vaak een gedachte van weerstand, omdat een bepaalde Bijbeltekst raakt aan iets dat we liever buiten willen houden.

Pauzeren en reflecteren
Een oefening die ik deze maand probeer te doen, is te pauzeren. Waarom is pauzeren belangrijk? Door zo nu en dan een kleine pauze te nemen en driemaal diep in- en uit te ademen, kunnen we dingen laten bezinken. We geven ruimte aan de stilte en de stem van de Geest om tot ons te spreken. En dan kan er na die eerste gedachte zowaar een tweede opkomen.
Die kwam er. Het was dat zachte stemmetje in me, dat me uitnodigde om deze tekst nu eens niet als een draai om de oren te lezen. Want waarom zou de Eeuwige een drukbezette moeder van vier zoons, die hooguit zes uurtjes per nacht slaapt, een draai om de oren willen geven? Aha, dat was dus mijn weerstand: een draai om de oren krijgen. “Paulus, ik heb het al zo druk, en dan kom jij ook nog eens met zo’n tekst aanzetten.”
Maar toen kwam dus die tweede gedachte, noem het een ingeving. En die nodigde me uit om de tekst eens helemaal anders te lezen.
Lasten dragen of laten dragen?
“Draagt elkanders lasten.” We lezen dat soms als een bevel om de lasten van anderen te dragen. En als we al veel lasten op onze schouders hebben, kan zo’n tekst hard binnenkomen. Alsof we nog méér op onze schouders moeten laden, totdat we helemaal gebukt gaan onder het leed van deze wereld. Alsof het nooit genoeg is.
En dan nog die zin: “Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf.” Dat klinkt niet erg vriendelijk. Alsof we vooral niet moeten denken dat we iets zijn, en daarom maar zoveel mogelijk met ons mee moeten torsen. Nu worstel ik weleens vaker met de apostel Paulus, maar wellicht komt dat omdat we elkaar niet zo goed begrijpen. Paulus heeft nog nooit in de schoenen van een drukbezette moeder gestaan. Onze leefwerelden verschillen nogal, in alle opzichten. Maar die zachte stem in mijn binnenste nodigde me uit om eens helemaal anders te kijken naar die tekst in Galaten.

Wie droeg mijn lasten? Liet ik eigenlijk wel toe dat anderen mijn lasten konden dragen? Hulp vragen, ontdekte ik laatst in een poll, is voor veel mensen een van de moeilijkste dingen. We willen graag nodig zijn; anderen vooral niet het gevoel geven dat we het niet aankunnen. Of sterk zijn voor onze medemensen, niemand tot last zijn. “Ik doe dat wel even.” Hoor je het jezelf zeggen? Maar voor je het weet, heb je enorme lasten op je schouders geladen.
En ook dat is een vraag die de tekst ons voorhoudt: laten wij eigenlijk wel toe dat anderen een stukje van onze lasten dragen? Want als we dat niet doen, als we het allemaal alleen doen, dan is er feitelijk geen sprake van een samen. Dan vormen we geen echte gemeenschap. En dat is precies het principe wat Paulus met deze tekst in gedachten had: gemeenschapsvorming. Samen het lichaam van Christus zijn, ofwel: samen sterk voor het betere werk.
Het loslaten van het ego
En dan dat lastige staartje van de tekst: als we denken dat we iets zijn wat we niet zijn, dan bedriegen we onszelf. Misschien is dat wel die spiegel waar we niet altijd in willen kijken. Want wat maakt het nu écht zo moeilijk om hulp te vragen, te delegeren of taken te verdelen? Het antwoord is misschien niet altijd zo altruïstisch als we graag denken. Het heeft dikwijls wel degelijk met het ego te maken.
Waarom ik die wasmachine zelf uitruimde in plaats van het aan een ander te vragen? Stiekem toch omdat ik vond dat ik dat nu eenmaal het beste en het snelste kon. En misschien ook wel omdat ik Hotel Mama toch graag wat comfortabel wil houden, zodat het leven dat ik heb voortgebracht niet te snel uitvliegt. Wie wil er niet nodig en onvervangbaar zijn?
Juist daarom heeft Paulus een punt. Niet als een veeg uit de pan voor drukbezette mensen, maar juist als positieve aanmoediging. Durf te delegeren. Wees niet bang om hulp te vragen en kwetsbaar te zijn. Want als je anderen de kans geeft om taken van je over te nemen, draag je bij aan een wereld van veerkracht en verbinding.

Samen sterk
Door elkaars lasten te dragen, laat je allereerst zelf los wat te veel is. Zo ontstaat ruimte om je aandacht te richten op je prioriteiten. Ten tweede geef je anderen de kans om te groeien in dienstbaarheid en verantwoordelijkheid, en gezegend te worden voor wat ze voor een ander doen. En last but not least: het dragen van elkaars lasten is een kernprincipe van samen een lichaam zijn. Een tijdloze wijsheid, die ongetwijfeld vandaag wat burn-outs zou kunnen schelen.
Vandaag nodig ik je uit om stil te staan bij de lasten die je draagt. Welke van deze lasten horen echt bij jou, en welke zou je kunnen delen met anderen? Misschien is er iemand in je omgeving die je graag zou willen helpen, maar die terughoudend is tot jij de deur opent. En kijk ook om je heen: wiens last zou jij vandaag met een klein gebaar kunnen verlichten?
Elkaars lasten dragen is geen last, maar een kans voor verbinding! Wanneer we de lasten over elkaars schouders verdelen, maken we onze collectieve last een stukje lichter. ♡


Geef een reactie