Vandaag duiken we in het bijzondere verhaal van Hanna en haar zoon Samuel. Dit Bijbelverhaal dat draait om profetie en gebed, leert ons niet alleen over de kracht van vragen, maar ook over het juiste hart om te ontvangen.
Het is een veelgestelde vraag: “Waarom zou ik moeten bidden? God weet toch wel wat ik nodig heb?” Natuurlijk mogen we ervan uitgaan dat onze Schepper ons door en door kent. Toch is het belangrijk dat we vragen.
Twee obstakels voor ontvangen
Wat is het belang van vragen? De algemene brief van Jacobus zegt daar het volgende over:
‘Vanwaar al die strijd en al die conflicten in uw midden? Vloeien ze hier niet uit voort: uit uw hartstochten, die in alle delen van uw lichaam strijd voeren? U verlangt naar iets en krijgt het niet. U benijdt anderen en beijvert u om dingen te bemachtigen en kunt ze niet krijgen. U maakt ruzie en voert strijd, maar u krijgt niet, omdat u niet bidt. U bidt wel, maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt, met het doel het in uw hartstochten door te brengen.’
Jacobus 4:1-3
Jacobus noemt twee obstakels die ons kunnen belemmeren om Gods volle zegeningen over ons leven te kunnen ontvangen:
- We krijgt niet omdat we niet bidden.
- We bidden wel, maar ontvangen niet, omdat we verkeerd bidden, met het doel het in onze hartstochten door te brengen.
Laten we deze obstakels even vasthouden, en nu naar het Bijbelboek Samuel gaan.
De smeekbede van Hannah
We kennen Samuel ongetwijfeld als een grote profeet die twee Bijbelboeken vult. Maar zijn verhaal begint niet bepaald als een succesformule. Integendeel: zijn moeder Hannah is aanvankelijk een kinderloze vrouw die gebukt gaat onder haar onvervulde verlangen naar een baby.
Hannah’s verhaal herinnert ons eraan dat elk leven momenten van machteloosheid kent. In onze moderne samenleving praten we gemakkelijker over het plannen van geboorten dan over een onvervulde kinderwens. Maar machteloosheid is van alle tijden. Hannah houdt onze samenleving tevens een spiegel voor, door te tonen wat onbegrip vanuit de omgeving kan doen. De honende woorden van Pennina – de andere vrouw van Hanna’s man Elkana – maken de wond alleen maar dieper.
Als de familie tijdens een maaltijd vergaderd is, is voor Hannah de grens bereikt. Ze staat op, gaat naar het heiligdom en bidt een bijzonder gebed, waarin ze smeekt om een zoon en belooft hem aan God te wijden:
‘HEER van de hemelse machten, ik smeek u, heb toch oog voor mijn ellende. Denk aan mij, uw dienares, vergeet mij niet. Schenk mij een zoon, dan schenk ik hem voor zijn hele leven aan u: nooit zal zijn haar worden afgeschoren.’
1 Sam. 1:18
Priester Eli ziet haar bidden, maar mist de empathie om haar diepere emoties te begrijpen. Hij ziet Hannah’s lippen bewegen terwijl er geen geluid uit haar mond komt, dus veronderstelt hij dat ze dronken is. Pas als Hannah uitlegt dat ze een diepbedroefde vrouw is, erkent hij haar oprechtheid. Dan spreekt Eli een krachtige priesterlijke zegen over haar uit: “Ga dan heen in vrede. De HEER zal u geven waar u om hebt gevraagd.” Hannah’s gebed wordt verhoord. Haar zoon noemt ze Samuel (שְׁמוּאֵל), wat betekent: ‘naam van God’, of ‘God heeft gehoord’.
Bidden maakt een verschil
Samuel is geboren nadat zijn moeder om een kind gevraagd heeft. Veel mensen krijgen kinderen, en veel mensen krijgen kinderen zonder te bidden. Dus wat is hiervan de betekenis?
Deze tekst inspireert ons om te geloven dat bidden wel degelijk een verschil maakt. Iedereen ontvangt, maar de zegen waarvoor je bidt, kan uitgroeien tot de grootste der profeten. Samuel vult twee boeken van de Bijbel, die tot op vandaag miljoenen mensen inspireren.
Of de Schepper niet wist dat Hannah naar een kind verlangde? Ongetwijfeld wel. Maar als we vragen, gebeurt er iets met ons. Dan worden we ontvankelijker. Dan worden we als het vat waarin de zegen kan indalen en zich kan nestelen.

Laten we nu even teruggaan naar de twee obstakels die we zagen in de brief van Jacobus. Als we niet bidden, daalt de zegen misschien wel neer, maar we merken het niet op. En als we verkeerd bidden, dat wil zeggen, als we primair gericht zijn op het bevredigen van onze aardse hartstochten en verlangens in plaats van op de Gever, dan missen we de juiste mindset om te ontvangen.
Ontvankelijkheid is dus de sleutel. Door ontvankelijkheid te beoefenen, creëren we een vruchtbare bedding voor de zegen. Elke zegen is te vergelijken met een zaadje dat als het gevoed wordt, kan uitgroeien tot een krachtige boom. Maar we moeten ons wel openstellen om die te ontvangen.
Verander goedheid in zoetheid
Hannah (חַנָּה, haar naam betekent ‘gunst’ of ‘genade’) wilde niet alleen ontvangen, maar ook het zaadje dat ze ontving maximaal laten gedijen. Ze legde een gelofte af om haar zoon aan God op te dragen, zodat hij kon uitgroeien tot een groot profeet en een licht voor de wereld zou zijn. Hannah verlangde niet alleen naar herstel van haar onvruchtbaarheid, maar door het herstel van haar onvruchtbaarheid wilde ze bijdragen aan het herstel van de wereld.
Ook wij mogen vertrouwen hebben, net zoals Hannah. Zelfs als God ons hart volkomen kent, mogen we vragen waar we naar verlangen. Want vragen veronderstelt een relatie tussen Gever en ontvanger. Door te vragen openen wij onze harten, en effen we het pad naar vernieuwing en herstel. Om met de chassidische rabbijn Manis Friedman te spreken:
“Al het goede komt van God, en het is aan ons om goedheid om te zetten in zoetheid.”
Laat het ons primaire verlangen zijn God de eer te geven door alles wat wij ontvangen. Een goede nieuwe week toegewenst!

Deze blog is gebaseerd op het eerste deel van de preek op 21 januari 2024 in de protestantse kerk ‘De Opstandingskerk’ (VPKB) in Aalst. Het tweede deel volgt!

Geef een reactie