Danken, zelfs als het regent

Er zijn van die dagen dat je beter in je bed kunt blijven. Het weer is guur, de straten glanzen van de regen, verkleumde mensen verzamelen zich in de bushaltes en metrostations. Kortom, de perfecte gelegenheid om je over te geven aan de nationale hobby: mopperen over het weer. Kan het ook anders? Jazeker! Het joodse gebed Ashrei inspireert tot een zonnige mindset, zelfs als de temperaturen beneden het vriespunt dalen.

Bérenice kwam dit najaar vanuit een ver Afrikaans land naar België om te studeren. Tot voor kort had ze nog nooit een trui gedragen. Nu verstopt ze haar hoofd in een gebreid exemplaar met col, en klappertandt: “Is het hier altijd zo koud?”. Op haar vingers telt ze de maanden tot aan de zomer. “Dat de temperaturen gaan stijgen is hoopvol, maar het duurt wel nog een half jaar. “

Foto door Christina Morillo op Pexels.com

Ashrei

Ook mensen die van jongs af aan truien dragen, tellen de dagen. De koude decemberregen haalt in vrijwel niemand het beste boven. En dus klagen we wat af. Over de koude, over de regen, over de natte bladeren op straat, over de lucht die maar niet wil opklaren. En in stilte dromen we van paradijselijke oorden waar het leven zoveel beter lijkt.

Toen ik me tegenover rabbijn Lody van de Kamp over de regen beklaagde, herinnerde hij me aan het Ashrei, een lofzang die bestaat uit Psalm 145 en uit delen van Psalm 84 en 144. Elke regel begint met een letter van het Hebreeuwse alfabet in alfabetische volgorde. Aangenomen wordt dat het Ashrei het vroegste alfabetische acrostichongebed is. Het spreekt van Gods grootheid, mededogen en macht.

Gelukkig zijn zij

Ashrei is een Hebreeuws woord dat “gelukkig zijn zij” betekent. Het is het eerste woord van Psalm 84:5, dat als volgt luidt: “Gelukkig zijn zij die in Uw huis wonen, altijd prijzen zij U”.

Het Ashrei speelt als gebed een belangrijke rol in de joodse liturgie. De Talmoed stelt dat iedereen die drie keer per dag het Ashrei reciteert, zeker is van het leven in de komende wereld (Ber. 4b). Om die reden wordt het twee keer voorgelezen in de ochtenddienst, evenals aan het begin van de middagdienst.

Drie sleutelconcepten

In zijn boek Every Person’s Guide to Jewish Prayer merkt rabbijn Ronald Isaacs op dat drie sleutelconcepten ten grondslag liggen aan het Ashrei:

  • Mensen zijn gelukkig als ze dicht bij God zijn.
  • God geeft om de armen en onderdrukten.
  • God beloont goed gedrag en straft het kwade.
Foto door Deva Darshan op Pexels.com

Als de regen met bakken uit de hemel stort, kun je mopperen over het slechte weer. Maar je kunt er ook voor kiezen extra dankbaar te zijn dat je een dak boven je hoofd hebt. Verreweg de meeste mensen kiezen voor het eerste, maar Van der Kamps schoonvader deed dat niet. Hij doorbrak de moppercultuur door te zeggen: “Gelukkig zijn zij die in een huis wonen…”

Daarmee refereerde hij aan de woorden van koning David in Psalm 145. Het zijn woorden van hoop, woorden van lof, woorden die je optillen boven de omstandigheden. Belangrijk om te weten is dat het leven David lang niet altijd meezat. Zijn lofliederen en dankgebeden zijn dan ook meer dan slechts een reactie op succeservaringen of kortstondige momenten van euforie.

Emotiecultuur

We leven in een emotiecultuur die ons aanmoedigt onze gevoelens te zien als het gevolg van de omstandigheden. Davids lof- en dankliederen zijn echter veeleer het gevolg van een keus. Ook in de Filippenzenbrief van de apostel Paulus is blijdschap veeleer een wilsbeslissing dan een gevoel:

“Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.”

Filippenzen 4:4-7 NBG51

In de Bijbel is de mens meer dan het slachtoffer van de omstandigheden, of een speelbal van zijn of haar emoties. Vreugde en aanbidding komen opvallend vaak voort uit de keus om ondanks narigheid Gods grootheid te blijven zien. Om onophoudelijk te blijven danken voor het goede, en daar je aandacht op te richten. Want alles waar je je aandacht op richt, groeit.

Wie driemaal per dag Psalm 145 reciteert, oefent zich in dankbaarheid. Daarmee eer je niet alleen God, maar creëer je ook in je eigen hart ruimte om gefocust te raken op de goede dingen in je leven. Gelukkig zijn zij die de dankbaarheid in hun hart dragen, als de zon schijnt én als het regent.

Foto door cottonbro op Pexels.com

Gepubliceerd door Kelly Keasberry

Kelly Keasberry (1975) studeerde theologie aan de Universiteit Utrecht, gevolgd door Wereldreligies & Interreligieuze Dialoog en Journalistiek, beide aan de KU Leuven. Ze werkt als journalist voor het Vlaamse christelijke opinieblad Tertio en gaat als freelance predikant voor binnen diverse kerken in België en Nederland. Samen met haar man Joost en vier zonen woont ze in Antwerpen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: