Nooit te klein om grote dingen te doen

Een nieuw jaar staat voor de deur. Meestal is dat een tijd van verwachting en goede voornemens. Dit jaar ligt dat voor veel mensen wat anders. Is het niet een oncontroleerbaar virus dat onze plannen op losse schroeven zet, dan wel een wereld die steeds meer onbestuurbaar lijkt. In zo’n wereld slaat bij veel mensen de machteloosheid toe. Of zouden we heel misschien toch het verschil kunnen maken?

Nadat Elias en zijn familie hun land waren ontvlucht, kwamen ze terecht in een sociale huurwoning. In de ogen van velen waren ze een model-vluchtelingengezin. Elias begon als zelfstandige en al vrij snel stroomden de opdrachten binnen; na een moeilijke start lachte het leven hem toe.

Polarisatie

Tot die bewuste avond. Elias wandelde over het station, toen een groep jongens “Merry Christmas” begon te roepen. Maar hij was in gedachten verzonken, dus hij antwoordde niet. Plots hoorde hij roepen: “Jood!” Van wat er vervolgens gebeurde, herinnert hij zich weinig meer. Behalve dat hij op de grond lag; zijn bril gebroken en zijn gezicht deed pijn.

“Helemaal onbegrijpelijk is het niet”, reageerde iemand. “Kijk wat er in Israël gebeurt. Kijk hoe Palestijnen uit hun huizen worden gezet. Kijk hoe Netanjahu bezig is, kijk hoe polarisatie de mensen tot op het bot verdeelt, zou daar iets anders uit kunnen voortkomen dan haat?”

Elias betaalde die nacht in december de prijs voor een giftige onderstroom die samenlevingen doortrekt en die mensen, volkeren, talen en naties tot op het bot verdeelt.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Zal er ooit vrede komen? Dat is waarschijnlijk ook de vraag die het volk Israël zich stelde in de tijd van de profeet Micha. Het was de achtste eeuw voor Christus en Israël werd aangevallen door de Assyriërs. Een groot deel van de inwoners van Samaria werd in ballingschap afgevoerd. Maar ook de latere ballingschap van de stammen Juda en Benjamin lag al in het verschiet.

Realist

Veel mensen maken zich druk over het lot van de wereld. Toen ik eens over “hoop” preekte, zei iemand: “Ik wil het graag geloven; het klinkt te mooi om waar te zijn. Maar ik ben een realist. De meeste politici zijn niet te vertrouwen en zijn er alleen maar op uit hun eigen zakken te vullen. En de meeste mensen handelen puur uit egoïsme. “

Oprechte politici daargelaten, heeft macht inderdaad nogal eens een aantrekkingskracht op personen met zelfzuchtige motieven. Dat is een patroon dat de geschiedenis kleurt, en dat we ook door de Bijbel heen voortdurend tegenkomen:

  • Wie stond David naar het leven en was vastbesloten hem te doden? Koning Saul.
  • Wie gaf na de geboorte van Jezus opdracht tot de kindermoord? Koning Herodes de Grote.
  • Wie gaf uiteindelijk de opdracht voor de executie van Jezus Christus? De Romeinse prefect Pontius Pilatus.
Foto door Akil Mazumder op Pexels.com

Be the change

De realiteit is inderdaad vaak allesbehalve een wereld van rozengeur en maneschijn. Toch valt er van een realisme dat zich focust op de macht en dat de eigen verantwoordelijkheid minimaliseert, weinig heil te verwachten. Waarom? Een parabel om dat te illustreren:

Twee mensen komen aan het eind van hun leven aan de hemelpoort. Ze krijgen allebei de vraag om hun goede daden in te leveren.

De eerste overhandigt een keurig lijstje. De aartsengel kijkt en zegt:  “Goed gedaan, de aarde is een donkere plaats maar je hebt je hart niet laten verduisteren maar het licht aangestoken waar dat ook maar kon. Ga in tot het feest van de Eeuwige”.

Dan komt de tweede. Die rolt een lang papier uit. Daarop staan niet zijn eigen daden vermeld, maar alle misstappen van machthebbers en politici. “Zo, kijk eens!”, zegt hij tegen de engel. “Dit zijn de mensen die de aarde hadden moeten veranderen, en zij hebben het niet gedaan!”

De engel neemt het papier aan, maar tot de verbazing  van de man scheurt hij het door midden. Dan kijkt hij op en vraagt: “En wat heb jij zelf gedaan om de wereld een stukje mooier te maken?”

parabel

Het is heel menselijk op te kijken naar hoge bomen. Maar verandering begint in de Bijbel meestal in het klein. Bij een nietig zaadje, dat gemakkelijk over het hoofd wordt gezien, maar een enorme groeikracht in zich draagt. Be the change you want in this world, zei Mahatma Ghandi. God heeft deze wereld handen en voeten gegeven, en die handen en voeten, dat zijn wij.

In Micha begint de verandering bij een klein en nietig volk. In de Targum, een vrije, interpreterende vertaling van het Oude Testament in het Aramees, lezen we:

“En jij, Bethlehem Efrata, te klein was je om geteld te worden onder de duizenden van het huis van Juda; uit jou zal voor Mij de Messias uitgaan, om over Israël machthebber te zijn, en wiens naam reeds in de dagen van weleer werd genoemd.”

Micha 5,1 (vertaling door Atze Landman)

De joden zien in het kind dat wordt aangekondigd, en dat het vervallen huis van David zal herbouwen, een belofte van de komst van de Messias. Christenen zien de tekst als een voorafspiegeling van de geboorte van Jezus Christus, over wie in Efeziërs 2:14 vermeld staat: “Want hij is onze vrede”.

Gemeenschappelijk voor beide volkeren is het geloof in een Messias die, ondanks alle spanningen op aarde, een bron van vrede en verzoening zal zijn voor allen die in Hem geloven. Gemeenschappelijk is ook, dat die vrede klein begint.

Foto door Marcus Aurelius op Pexels.com

Magnificat

Het Lucasevangelie vertelt hoe Maria tijdens haar zwangerschap van Jezus, het loflied Magnificat uitspreekt.

Hoog verheft nu mijn ziel de Heer, verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser, Zijn keus viel op zijn eenvoudige dienstmaagd, van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.

Wonderbaar is het wat Hij mij deed, de Machtige, groot is Zijn Naam! Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen voor ieder die Hem erkent.

Hij doet zich gelden met krachtige arm, vermetelen drijft hij uiteen, machtigen haalt Hij omlaag van hun troon, eenvoudigen brengt Hij tot aanzien; behoeftigen schenkt Hij overvloed, maar rijken gaan heen met lege handen.

Hij trekt zich Zijn dienaar Israël aan, Zijn milde erbarming indachtig; zoals Hij de vaderen heeft beloofd, voor Abraham en zijn geslacht voor altijd.

magnificat

Slavenmoraal

Het Magnificat bevat diverse verwijzingen naar een maatschappelijke orde die wordt omgekeerd: machtigen worden van de troon gestoten, eenvoudigen krijgen aanzien, behoeftigen krijgen overvloed.

De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche kon zich vreselijk opwinden over die, zoals hij het noemde, “slavenmoraal” van het christendom. Want een lijdende, stervende man aan het kruis als symbool, welke godsdienst verzint zoiets? En dat voortdurende appel op zorg voor de zwakken? Nietzsche noemde het een “antimoraal”, want in strijd met de natuurlijke evolutie van de mens; de survival of the fittest.

Maar juist in die onverwachte baby van twee hoogbejaarde ouders school een enorme groeikracht. En zes maanden na de geboorte van Johannes de Doper kwam Jezus, al even onverwacht; een omstreden kind, een baby zonder gehuwde ouders; een kind zonder babykamer of zelfs maar een dak boven zijn hoofd. Uitgerekend Hij groeide uit tot de basis van 2.000 jaar christendom, de grootste godsdienst wereldwijd met nog altijd 2,2 miljard volgelingen.

Kracht in zwakheid

Zeg eens eerlijk: denk jij ook weleens dat je ergens te klein of te onbeduidend voor bent? Hoe vaak zeggen we niet: “Nee hoor, dat kan ik niet”, of: “Laat dat maar over aan iemand anders, die dat beter weet”. Maar de Bijbel zegt: juist als je zwak bent, ben je sterk, “de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid”.

Maria was een eenvoudige dienstmaagd, Johannes de Doper een kleine baby; Jezus een vluchtelingenkind in armoede. Zij allen maakten een groot verschil. Dat alles toont dat overweldigend leven niet bij een reusachtige boom begint, maar bij dat ene kleine zaadje.

Foto door Nita op Pexels.com

Omgaan met verschillen

Intussen leven we nog altijd in een wereld waar niet iedereen ‘s avonds veilig over straat kan. Waar kinderen worden gepest, mensen met een handicap worden afgewezen, waarin uitsluiting dreigt voor wie op de  een of andere manier niet aan de norm voldoet. Waar de verschillen die ons hadden kunnen verrijken, worden uitvergroot en tegenover elkaar geplaatst.

Zal er in zo’n wereld ooit vrede zijn? Zowel Micha als Lucas leren ons dat haat en oorlog niet het laatste woord krijgen. Dat juist de aardedonkere nacht de setting is waar het Licht krachtig kan doorbreken. En dat Gods liefde zich niet beperkt tot een toekomend heil, maar dat wij – jij en ik – daar vandaag al een kiem van in ons dragen.

Meer dan een anonieme kracht

Grote dingen beginnen klein en kwetsbaar, dát is het Koninkrijk van God. Als we wandelen in de geest van Christus, moeten we niet de fout maken te min over onszelf te denken. Heb je ooit een steentje in het water gegooid, dan heb je vast ontdekt dat een minimale kiezelsteen de rivier significant kan veranderen. Evenzo kan het zwakste schijnsel een donkere kamer verlichten, en kan zelfs het kleinste vlammetje een bos in brand zetten.

De Bijbel toont bovenal een God die zoveel meer is dan slechts een anonieme kracht in het universum. Het Nieuwe Testament verhaalt hoe Hij in Jezus Christus op een zeer persoonlijke manier naar ons toe is gekomen. Door mens te worden en mee te lijden met Zijn schepping, werd Zijn overweldigende liefde openbaar. Zou een God die Liefde is, niet geraakt worden als een onschuldige jongen in elkaar wordt geslagen? Zou Hij niet om jongeren rouwen in wiens harten haat en radicalisme heeft postgevat, zoals een Vader om zijn kind?

De reden dat God zo geduldig blijft, zwijgend in Zijn liefde, misschien zijn wij dat wel. Zolang er nog altijd mensen zijn die in staat zijn het verschil te maken; idealisten en hervormers die de kiem van de Liefde in zich dragen, is de wereld niet verloren. Zolang er mensen zijn die het Licht van Christus in hun hart blijven dragen en uitdragen, is er hoop.

Wat als één jongen het lef had gehad om op te staan voor Elias? Wat als hij, elk gevaar trotserend, een vuist had durven maken voor broederschap? De wereld zou er vandaag toch een tikkeltje mooier hebben uitgezien.

Wat anderen ook zeggen, je bent nooit te klein om grote dingen te doen.

Foto door fauxels op Pexels.com

Meer lezen?

  • Micha 5, 1-6
  • Lucas 1, 39-80

Deze preek voor de vierde zondag van Advent werd geschreven voor de Protestantse Kerk te Vilvoorde op 18 december 2021.

Een andere wereld

Een prominent orgel verheft zich boven houten kerkbanken, her en der zitten wat grijze hoofden. Het orgel zet de aanvangspsalm in, links vooraan begint een heer te kuchen. De dominee schraapt zijn keel en brengt het votum en de groet ten gehore.

Plots zie ik mezelf weer zitten in de godsdienstles, een seculier opgevoed meisje dat per toeval op een reformatorische school verzeild raakte. Woorden als ‘het Oude Testament’, ‘Genesis’ of ‘Kanaän’ klonken duur en plechtig, maar ik had het lef niet mijn vinger op te steken en te vragen wat ze betekenden.

Cultuurkloof

Orgelmuziek, psalmen in oude berijmingen, de tale Kanaäns: dat alles weerspiegelt een cultuur die insiders een prettig gevoel van verbondenheid geeft in een onzekere wereld. Maar het blijft een andere cultuur. Als seculier moet je wel verdraaid veel moed hebben om zo’n wereld binnen te stappen.

Laatst hoorde ik een kerklid zeggen: ‘De jongere generatie moet maar accepteren dat de kerk saai is. Dat vonden wij vroeger ook, maar het hoort erbij op zondag.’ Ze klonk als een fossiel uit de oudheid. Jonge mensen swipen, klikken en surfen. Als ze op zoek zijn naar een onderwerp over zingeving, vinden ze in een oogwenk duizend pakkende filmpjes op YouTube.

De cultuurkloof met de kerk is in het leven van veel jonge mensen een breuk geworden. En nee, niet omdat ze te lui zijn om op zondag hun bed uit te komen of omdat ze niets van het evangelie willen weten. Jonge mensen blijven bovenal weg omdat ze in een andere wereld leven. Een wereld die het brein traint in snel schakelen en selecteren in plaats van naar lange preken te luisteren. Een wereld ook, die spreekt in pakkende quotes en sms-taal, en die oude psalmberijmingen op orgelmuziek niet langer aanvoelt als een melodie om je diepste liefde in uit te drukken.

Innovatieve vormen van kerk-zijn

Des te bevreemdender is de berusting die in kerken heerst. Veel mensen hebben zich verzoend met de gedachte dat ze vroeg of laat het licht zullen uitdoen. Weer anderen hebben water bij de wijn gedaan, zoveel zelfs dat de vele woorden op de kansel alleen nog maar minder zeggen. Maar zo’n verwaterd evangelie geeft jonge generaties alleen maar minder reden om hun bed uit te komen.

Is God soms veranderd? Nee, maar de wereld is dat wel. Dat vraagt om nieuwe en innovatieve vormen van kerk-zijn en gemeenschapsopbouw, zodat we Hem opnieuw de eer kunnen geven die Hem toekomt. Om moderne liederen, pakkende tienminutenpreken, sociale en multimedia. En om een hernieuwde en bruisende samenwerking tussen oude teksten en het leven van vandaag.

Ik droom nog altijd van de kerk waar ik als jong meisje blij en zonder enige schroom zou binnenhuppelen. Het nieuwe jaar is een uitgelezen kans om die te gaan bouwen.

Foto door Josh Sorenson op Pexels.com

Deze column verscheen op 15 december 2021 in het Nederlands Dagblad.

Danken, zelfs als het regent

Er zijn van die dagen dat je beter in je bed kunt blijven. Het weer is guur, de straten glanzen van de regen, verkleumde mensen verzamelen zich in de bushaltes en metrostations. Kortom, de perfecte gelegenheid om je over te geven aan de nationale hobby: mopperen over het weer. Kan het ook anders? Jazeker! Het joodse gebed Ashrei inspireert tot een zonnige mindset, zelfs als de temperaturen beneden het vriespunt dalen.

Bérenice kwam dit najaar vanuit een ver Afrikaans land naar België om te studeren. Tot voor kort had ze nog nooit een trui gedragen. Nu verstopt ze haar hoofd in een gebreid exemplaar met col, en klappertandt: “Is het hier altijd zo koud?”. Op haar vingers telt ze de maanden tot aan de zomer. “Dat de temperaturen gaan stijgen is hoopvol, maar het duurt wel nog een half jaar. “

Foto door Christina Morillo op Pexels.com

Ashrei

Ook mensen die van jongs af aan truien dragen, tellen de dagen. De koude decemberregen haalt in vrijwel niemand het beste boven. En dus klagen we wat af. Over de koude, over de regen, over de natte bladeren op straat, over de lucht die maar niet wil opklaren. En in stilte dromen we van paradijselijke oorden waar het leven zoveel beter lijkt.

Toen ik me tegenover rabbijn Lody van de Kamp over de regen beklaagde, herinnerde hij me aan het Ashrei, een lofzang die bestaat uit Psalm 145 en uit delen van Psalm 84 en 144. Elke regel begint met een letter van het Hebreeuwse alfabet in alfabetische volgorde. Aangenomen wordt dat het Ashrei het vroegste alfabetische acrostichongebed is. Het spreekt van Gods grootheid, mededogen en macht.

Gelukkig zijn zij

Ashrei is een Hebreeuws woord dat “gelukkig zijn zij” betekent. Het is het eerste woord van Psalm 84:5, dat als volgt luidt: “Gelukkig zijn zij die in Uw huis wonen, altijd prijzen zij U”.

Het Ashrei speelt als gebed een belangrijke rol in de joodse liturgie. De Talmoed stelt dat iedereen die drie keer per dag het Ashrei reciteert, zeker is van het leven in de komende wereld (Ber. 4b). Om die reden wordt het twee keer voorgelezen in de ochtenddienst, evenals aan het begin van de middagdienst.

Drie sleutelconcepten

In zijn boek Every Person’s Guide to Jewish Prayer merkt rabbijn Ronald Isaacs op dat drie sleutelconcepten ten grondslag liggen aan het Ashrei:

  • Mensen zijn gelukkig als ze dicht bij God zijn.
  • God geeft om de armen en onderdrukten.
  • God beloont goed gedrag en straft het kwade.
Foto door Deva Darshan op Pexels.com

Als de regen met bakken uit de hemel stort, kun je mopperen over het slechte weer. Maar je kunt er ook voor kiezen extra dankbaar te zijn dat je een dak boven je hoofd hebt. Verreweg de meeste mensen kiezen voor het eerste, maar Van der Kamps schoonvader deed dat niet. Hij doorbrak de moppercultuur door te zeggen: “Gelukkig zijn zij die in een huis wonen…”

Daarmee refereerde hij aan de woorden van koning David in Psalm 145. Het zijn woorden van hoop, woorden van lof, woorden die je optillen boven de omstandigheden. Belangrijk om te weten is dat het leven David lang niet altijd meezat. Zijn lofliederen en dankgebeden zijn dan ook meer dan slechts een reactie op succeservaringen of kortstondige momenten van euforie.

Emotiecultuur

We leven in een emotiecultuur die ons aanmoedigt onze gevoelens te zien als het gevolg van de omstandigheden. Davids lof- en dankliederen zijn echter veeleer het gevolg van een keus. Ook in de Filippenzenbrief van de apostel Paulus is blijdschap veeleer een wilsbeslissing dan een gevoel:

“Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.”

Filippenzen 4:4-7 NBG51

In de Bijbel is de mens meer dan het slachtoffer van de omstandigheden, of een speelbal van zijn of haar emoties. Vreugde en aanbidding komen opvallend vaak voort uit de keus om ondanks narigheid Gods grootheid te blijven zien. Om onophoudelijk te blijven danken voor het goede, en daar je aandacht op te richten. Want alles waar je je aandacht op richt, groeit.

Wie driemaal per dag Psalm 145 reciteert, oefent zich in dankbaarheid. Daarmee eer je niet alleen God, maar creëer je ook in je eigen hart ruimte om gefocust te raken op de goede dingen in je leven. Gelukkig zijn zij die de dankbaarheid in hun hart dragen, als de zon schijnt én als het regent.

Foto door cottonbro op Pexels.com