Het misverstand Maria

De maagd Maria: ik kom haar vrijwel dagelijks tegen. Ze kijkt toe vanuit een nis aan de overkant, waakt prominent over de kaarsjes van de kapel naast mijn huis. Zo op het eerste gezicht lijkt Maria het toonbeeld van onschuld. Toch is ze al eeuwenlang onderwerp van controverse. Als protestant wist ik jarenlang niet wat ik aanmoest met Maria, tot een bijzondere droom. Maar laat ik beginnen bij het begin.

De ontkerkelijking is niet aan het ooit zo katholieke Vlaanderen voorbijgegaan, maar Maria houdt moedig stand. Het kapelletje naast ons huis, waar mijn man en ik enkele jaren geleden de zorg voor kregen, trekt een bont gezelschap van bezoekers. Naast katholieken komen er Oekraïens-orthodoxe vluchtelingen, seculiere jongeren, schuilende wandelaars en fietsers, geschiedenisliefhebbers en spirituele zoekers. Soms zelfs een enkele dame met hoofddoek of heer met keppel. Maria heet elke bezoeker glimlachend welkom, zelfs de dronkaard die zijn lege bierfles naar haar beeld kegelt.

Medeverlosseres

Waarom zou een protestants gezin een vergeten Mariakapel tot leven wekken? Die vraag kregen we de afgelopen jaren meer dan eens. Begrijpelijk, want Maria is al eeuwenlang onderwerp van controverse. Terwijl katholieken haar in de middeleeuwen tot medeverlosseres verhieven, sloegen protestanten haar beelden tijdens de Beeldenstorm (1566) aan stukken. De storm is wat tot bedaren gekomen, maar nog altijd niet uitgewoed. Op zekere dag trof ik een verfrommeld briefje aan op het altaar van de kapel. Het bleek een waarschuwing tegen afgoderij. Met een verwijzing naar de Tien Geboden in Deuteronomium 5:8-11 wees de schrijver op het oudtestamentische verbod op het maken van beelden, en het neerknielen daarvoor.

Dat je niet moet knielen voor een beeld, zullen veel katholieken beamen. Maar hoe zit het eigenlijk met Maria? Toen het katholicisme zich wereldwijd verspreidde, verruilden veel inheemse godsdiensten hun moedergodin voor Maria. Mogelijk is het een diepmenselijke behoefte om het heilige een vrouwelijk gezicht te geven. Na de Beeldenstorm bleven protestanten achter met louter God de Vader en de Zoon.

Maar zo makkelijk geeft de “Moeder Gods” zich blijkbaar niet gewonnen. Al op mijn eerste werkdag als pastoraal medewerker wachtte Maria me op voor de kapel van het ziekenhuis. Trots stond ze op haar sokkel, en wees ze bezoekers de weg naar het verborgen heiligdom.

Een leven van interactie

Beelden zijn maar beelden, uiteraard. Maar vannacht droomde ik plots dat ze voor me stond, niet langer als beeld maar als jonge vrouw van vlees en bloed. Dit was mijn kans om een vraag te stellen! En dus vroeg ik haar hoe ze tijdens haar aardse leven had geleefd. Had ze veel gebeden of had ze gewoon haar dagelijkse dingen gedaan? Maria bleek een mens te zijn geweest zoals vele mensen. Ze had geen uren per dag in gebed doorgebracht, bekende ze. Haar dagen waren gevuld met alledaagse dingen, maar met een verschil: haar hart was voortdurend afgestemd geweest op de Eeuwige.

Toen ik wakker werd uit die bijzondere droom, realiseerde ik me dat gebed geen momentopname is, maar veeleer een mindset. We kunnen ons tevreden stellen met een halfuurtje bidden of mediteren per dag, maar we kunnen er ook voor kiezen ons leven een onophoudelijk gebed te laten zijn. Dat gebeurt wanneer we voortdurend in interactie leven met de Eeuwige. Maria, zo begreep ik, leidde zo’n leven. Ze had zich bereid getoond Gods weg te volgen, zelfs als het pijn deed. Zelfs als het betekende dat ze een zwangerschap moest dragen die haar in opspraak zou brengen, een kind zou baren in een stal en uiteindelijk – de schrik van elke moeder! – haar bloedeigen zoon zou zien sterven aan een kruis. Maria raakte niet verbitterd, maar bleef trouw aan haar diepste intenties. Ondanks alles.

Zonen en dochters van Maria

Als we stilstaan bij de verhalen van Advent en Kerst, kunnen we opnieuw niet om Maria heen. Hoe meer ik haar ontmoet, hoe meer ik begin te grijpen wat het betekent om haar eer te geven. Want ja, ook protestanten kunnen Maria vereren. Maar niet door haar op te sluiten in gestolde beelden of in de geschiedenis. We kunnen de moeder van Jezus eren door in haar voetsporen te treden. Want Christus wil niet alleen door Maria leven, maar in en door ieder van ons. Als wij bereid zijn Hem in ons hart te verwelkomen en in deze wereld geboren te laten worden; als wij een leven leiden van voortdurende interactie met de Eeuwige, dan zijn wij waarlijk zonen en dochters van Maria.

Foto door Juan Carlos Leva op Pexels.com

Hoe de Augustijnenkerk uit Brussel verdween

Aan een pleintje in Elsene, omzoomd door bomen, ligt de Heilige Drievuldigheidskapel. Het kerkje stamt uit de 19de eeuw, maar de gevelstenen ademen een langere geschiedenis. 373 jaar lang waren ze onderdeel de Augustijnenkerk, tot die moest wijken voor het huidige De Brouckèreplein. Een eervolle reconstructie.

Brusselse bouwlieden verzamelen zich in 1620 op een grondgebied langs de Zenne. Het project dat hen wacht, is een kerkgebouw in barokstijl, naar ontwerp van architect Jacob Franquart. De Augustijnenkerk wordt de thuisbasis van de augustijnen, een kloosterorde die naar de regel van Augustinus leeft en sinds 1589 in Brussel gevestigd is. De bouwlocatie maakt deel uit van een grondgebied dat – met wat hulp van aartshertogin Isabella – aan de orde toegewezen is. 

Medische kliniek

Het project vergt een lange adem. Maar liefst 22 jaar moeten de augustijnen geduld hebben voordat de kerk op 1 november 1642 door aartsbisschop Boonen kan worden ingewijd. De Augustijnenkerk blijft anderhalve eeuw lang in handen van de kloosterorde, tot de Franse bezetting daar in 1797 een einde aan maakt. De bezetters verdrijven de orde uit de Augustijnenkerk en vormen het gebouw om tot een medische kliniek. Dat is ook de plek waar in 1815 de gewonden van de Slag bij Waterloo worden verzorgd. 

Protestantse tempel

Onder het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden breken nieuwe tijden aan. De protestantse koning Willem I (1772-1843) verblijft met zijn hofhouding en familie jaarlijks zes maanden in Brussel. Tijdens dat verblijf wil hij een Nederlandstalige protestantse kerkdienst kunnen bijwonen. De  keuze valt op de Augustijnenkerk. Omdat protestanten in het katholieke zuiden hun samenkomstgebouwen dan nog geen “kerk” mogen noemen, wordt het gebouw in 1816 heringericht als “tempel” van de Protestantse Kerk van Brussel. Een jaar later – op 27 maart 1817 – wordt Willem Alexander er gedoopt, de kleinzoon van Willem I die later als Willem III de troon zal bestijgen. De verbondenheid van koning en kerk zorgt voor een opleving van het Belgische protestantisme.

Laatste eredienst

De heropleving van de Augustijnenkerk is echter geen lang leven beschoren. De eredienst van zondag 21 augustus 1830 wordt onverwacht de laatste. Buiten de kerkmuren woedt het vuur van de Belgische Revolutie. Als revolutionairen kans zien om de kerk binnen te dringen, richten ze een spoor van vernieling aan. Dominee Pauw ontvlucht de kerk en de gemeente wordt uiteengeslagen. Het kerkgebouw functioneert nog enkele decennia als concertzaal en expositieruimte. De Franse componist Hector Berlioz voert er in 1842 een aantal van zijn composities uit.

Sloop en demontage

De wereld staat intussen niet stil. Het stadsbestuur heeft ambitieuze plannen voor de stad Brussel. Onderdeel daarvan is de overwelving van de rivier de Zenne, waarbij ook het gebied rond de kerk onder handen wordt genomen. Tussen 1867 en 1871 vindt de aanleg van de Anspachlaan plaats, die wordt doorgetrokken tot aan de gevel van de Augustijnenkerk. Het gebouw dient vanaf 1875 als postkantoor. Zeventien jaar lang kunnen Brusselaars er terecht voor al hun brieven, postpakketjes en postzegels.

In 1893 valt dan toch het doek voor de Augustijnenkerk. Koning Leopold II ziet geen ruimte meer voor het barokke bouwwerk binnen het stadsontwikkelingsplan van Brussel. Een moderne stad heeft een open ruimte nodig, meent de Belgische koning. Op de plek waar eeuwenlang gelovigen samenkwamen, vergaderen zich nu slopers. De Augustijnenkerk gaat tegen de vlakte om plaats te maken voor het De Brouckèreplein. 

Tastbare sporen

Is de Augustijnenkerk daarmee uit Brussel verdwenen? Niet helemaal. Verdeeld over de Belgische hoofdstad zijn nog altijd tastbare sporen te vinden van het kerkgebouw dat ooit het huidige De Brouckèreplein sierde. De gevelstenen van de Heilige Drievuldigheidskapel, de zijaltaren in de Sint-Joostkerk en de naturalistische preekstoel van Mar de Vos (1697) in de Zavelkerk: stuk voor stuk herinneren ze aan een vergane glorie.

Het huidige de Brouckèreplein in Brussel, de plaats waar tot 1893 de Augustijnenkerk stond. Bron: Wikipedia

Bronnen

  • Harry Sinnaghel, Module “Geschiedenis van het Belgisch Protestantisme”, Syllabus FPTR 2022-2023, blz 73.
  • Protestantse Kerk van Brussel, De geschiedenis van de Protestantse Kerk Brussel. Het ontstaan van de gemeente.
  • Bruzz, Samenleving, Verloren verleden. De Brusselse augustijnen, 4 maart 2005.
  • Wikipedia met verwijzing naar: Charles Terlinden, Histoire du Temple des Augustins et de l’église de la Sainte-Trinité, Gembloux, 1964; Henri Van Havermaet, Souvenirs d’un vieux Bruxellois. Le Temple des Augustins à Bruxelles, Alliance typographique, 1890; Alexandre Henne en Alphonse Wauters, Histoire de la ville de Bruxelles, vol. III, Brussel, 1845, p. 549-553.