Compassie als manier van leven

Barmhartigheid, dat was eeuwenlang de kern van het monastieke leven van de fraters in Vught. Maar dat woord zegt steeds minder mensen iets. Daarom werd het vervangen door “compassie”. Het is rond die term dat jonge professionals en de oude fraters elkaar weten te vinden in Kloosterhotel Zin. Compassie als visie: niet alleen goed voor innovatieve projecten, maar ook voor je leven.

Ruim een maand geleden bezocht ik het kloosterhotel. Het monastieke leven had er wonderlijke nieuwe wegen gevonden. Bedrijfstrainingen in een hypermodern auditorium worden doorbroken door het onveranderde ritme van de kloosterbel. Driemaal daags verzamelen de gasten zich in de kapel voor de meditaties, die nog altijd worden geleid door een oude frater. Managers en ondernemers sluiten hun ogen, en voor even lijkt de jachtige 24-uurseconomie ver weg.

Effecten van meditatie

Je hoeft geen frater of monnik te zijn om de positieve veranderingen van meditatie te ervaren. De Belgische topneuroloog Steven Laureys doet al jaren onderzoek naar de effecten ervan meditatie op de hersenen. Hij plaatste onder meer het brein van meditatie-expert Matthieu Riccard onder de scanner. Wat bleek: Riccard wist zijn gedachtestroom op commando nagenoeg volledig stil te leggen. Ook werd bij hem het hoogste geluksniveau ooit gemeten.

Zelf werd ik tijdens een retraite in het klooster van Orval door een economiestudent gewezen op de meditatie-app Headspace. “Die app heeft mijn leven gered”, getuigde hij. De student vertelde over het eenzame eerste jaar van zijn studie, toen hij op een kamer woonde in een vreemde stad. Elke dag als hij naar buiten keek, leek de wereld somberder en grauwer. Vele vragen kwelden hem. “Waarom doe ik eigenlijk wat ik doe? Ben ik deze studie gaan volgen omdat mijn ouders dat zo graag wilden? Maar wie ben ik dan zelf?” Ledige dagen regen zich aaneen, nachten zonder slaap. Elke dag verloor zijn leven een stukje zin en betekenis.

Op het dieptepunt van zijn bestaan, toen de duisternis alle visie leek te hebben verzwolgen, ontmoette deze student een oude vriend. Ze raakten in gesprek en de vriend vertelde hem over zijn dagelijkse meditaties. Hij getuigde wat een weldaad het was om elke dag te beginnen en te eindigen met een momentje voor jezelf. Momenten van rust, die hem hadden geleerd de destructieve gedachten buiten te sluiten en zijn hart te vullen met compassie.

Baas over je eigen gedachten

Aanvankelijk reageerde de economiestudent sceptisch. “Ik ben niet gelovig en het klonk me allemaal wat zweverig in de oren”, gaf hij toe. Maar omdat de gedachte hem niet losliet, besloot hij het toch te proberen. “De rest is history,” zei hij. “Mijn gedachten stonden op het punt met me aan de haal te gaan, en ik was ervan overtuigd dat ze de werkelijkheid waren. Maar toen ik begon te mediteren, werd ik me ervan bewust dat ik baas kon zijn over mijn eigen gedachten. Zorgvuldig leerde ik de slechte gedachten uit te sluiten, en de goede de ruimte te geven.” Het duurde niet lang of er ontstond opnieuw ruimte in zijn binnenste. Donkere wolken maakten plaats voor compassie, visie en hoop.

Geconfronteerd met compassie

Het verhaal van de economiestudent is een van de bijzondere getuigenissen die me zijn bijgebleven. Meditatie wordt al vele eeuwen in kloosters over de hele wereld gepraktiseerd, en kan een enorme hulp zijn bij het omarmen van een compassievolle levensstijl. Maar weinig goede dingen komen zonder uitdagingen.

Vaak denken we aan “compassie” als iets waar we zelf van vervuld willen worden; iets dat we aan anderen willen geven. Maar als je je toelegt op compassie, kan dat ook maken dat je geconfronteerd wordt met de compassie van anderen. Het klinkt misschien een beetje gek om van een confrontatie te spreken. Want hé, zul je misschien zeggen, compassie is toch iets prettigs? Zeker, maar het evengoed een uitdaging zijn.

Ontvangen

Compassie is namelijk niet alleen iets dat je mag geven, maar ook ontvangen. Veel mensenlevens zijn getekend door innerlijke kwetsuren. We zijn afgewezen, hebben harde woorden te verduren gekregen, of misschien was jij op school het mikpunt van spot en pesterijen. Voor een gewond mens kan de confrontatie met goedheid moeilijker zijn dan die met strengheid, hardheid of kritiek. Tegen die laatste dingen heb je je immers leren wapenen. Maar geconfronteerd met pure goedheid, kan het plots gebeuren dat je met lege handen staat.

  • Je krijgt een onverwachts compliment.
  • Je hebt een fout gemaakt en je leidinggevende reageert geduldig en empathisch.
  • De wiskundeleraar komt naast je zitten en helpt je bij het maken van de sommen.
  • Er wordt zonder oordeel geluisterd naar jouw verhaal.
  • Je bent ziek en iemand komt langs om voor je te zorgen.
  • Je hebt honger en iemand deelt zijn eten met je.
  • Je hebt het koud en iemand biedt je zijn warme jas aan.

Op zulke momenten worden we geconfronteerd met de goedheid van anderen. En dan ontdekken we wat compassie werkelijk is: het ontvangen van een onverdiende gunst. Goedheid werkt ontwapenend. Maar dat vereist wel dat we onze wapens laten zakken. Compassie toelaten helpt om ook zelf een milder mens te worden.

Door en door geliefd

Compassie opent onze ogen voor de betekenis van Jezus’ kruisoffer. Hij opende de deur naar een Liefde die ons onvoorwaardelijk omarmt, zelfs als we fouten maken. Zelfs al zeggen we steevast de verkeerde dingen, maken we er een potje van en struikelen we duizend keer.

Gods universele goedheid vraagt niet dat we volmaakte mensen zijn. Wel daagt die goedheid ons uit compassie als levensvisie te omarmen. En ervan uit te delen en te ontvangen, in het vertrouwen dat we door en door geliefde mensen zijn.

Geloven in een wereld in verandering

Alles verandert. “Alles stroomt”, zei de Griekse filosoof Heraclitus. Je stapt nooit twee keer in dezelfde rivier, want als je voor de tweede maal je voet in het water steekt, zal de rivier niet langer hetzelfde zijn. Alles is voortdurend in beweging en ontwikkeling. Soms baart ons dat zorgen. Want er zijn dingen die we koesteren, herinneringen die we het liefst voor altijd zouden bewaren.

Voor wie zijn (of haar) geboortedorp of -stad al een tijdje heeft verlaten, zal het een herkenbaar scenario zijn. Elke keer dat je er terugkeert, doet alles minder vertrouwd aan. Karakteristieke huizen en oude eiken zijn verdwenen, appartementencomplexen en winkels zijn verrezen. Een van de weinige herkenningspunten is de oude kerk, die vastberaden haar spits opricht boven een wereld in verandering.

Verloren strijd

Het omgaan met verandering is niet altijd eenvoudig. Veranderingen kunnen ons uit balans brengen. Ze kunnen maken dat we krampachtig aan de dingen vast proberen te houden, dat we alles onder controle willen houden. Maar dat levert stress op en is meestal een verloren strijd. “Alles stroomt”, zei de Griekse filosoof Heraclitus. Panta rhei.

Sterven en geboren worden

De zalm is een bijzonder dier. Zalmen leven in grote scholen en zwerven uit door vele wateren. Tijdens hun leven kunnen ze een lengte bereiken van wel 150 cm. Opvallend is dat zalmen uiteindelijk terugkeren naar de plaats waar hun leven begon. Daar zullen ze paren, eitjes leggen en vervolgens binnen een week sterven. Na hun dood vormt hun lichaam een vruchtbare broedkamer voor de jonge vissen, en is het een grote bron van voedsel binnen het ecosysteem. De zalm sterft letterlijk om leven te geven.

Die natuurlijke cyclus van sterven en geboren worden, vinden we ook terug in het Johannesevangelie.

“Indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.”

Johannes 12, 24

Ook de profeet Jesaja zet in op een hoopvol “verandermanagement”:

“Denk niet aan de dingen van vroeger, let niet op de dingen van het verleden. Zie, Ik maak iets nieuws. Nu zal het ontkiemen. Zult u dat niet weten? Ja, Ik zal een weg aanleggen in de woestijn, rivieren in de wildernis.”

Jesaja 43, 18-19

Dat klinkt allemaal prachtig natuurlijk, maar het is geen sinecure om je dromen, plannen, vertrouwde routines of plekken te zien sterven. Afscheid doet pijn. En dit is het voornaamste probleem met verandering: je ziet wel wat er verdwijnt, maar niet wat er ontstaat. Het nieuwe is nog niet geboren. En voor zover het al wel zichtbaar is, heeft het zijn dienst nog niet bewezen. Logisch dus dat je je afvraagt: “Kan het nieuwe wel zo goed zijn als het oude? Is verandering altijd een verbetering?”

Fraters in Vught

Voor het glossymagazine Klooster bezocht ik een communiteit in het Noord-Brabantse Vught, waar de fraters eeuwenlang lief en leed hadden gedeeld. Maar met het veranderen van de tijden sloten zich geen nieuwe fraters meer bij de orde aan, en de aanwezige broeders werden ouder. Veel mensen zien met lede ogen toe hoe oude tradities verdwijnen. “Hoe moet dat nu met de kerk?”, vroeg een oudere dame zich bezorgd af, “wie zal er na corona nog een kerkgebouw binnenstappen? Zal er dan nog wel geloof over zijn in de samenleving?”

Het oude klooster in Vught bruist vandaag weer van het leven. Het rusthuis voor oudere fraters werd in 2001 omgedoopt tot Kloosterhotel ZIN. Het biedt gastvrijheid aan rustzoekers die willen bijkomen van het jachtige bestaan. Het kloosterritme is nog altijd leidend. Als ’s morgens de bel gaat, verzamelen de gasten zich voor de ochtendmeditatie die wordt geleid door een oude frater. Een andere frater verzorgt intussen het biologische ontbijt – iets wat hij al 20 jaar doet. Tussen de moestuinen en kippenrennen staat een atelier, waar de inwonende kunstenares aan haar creaties werkt. Een monastieke plek die ooit ten dode opgeschreven leek, is op een wonderlijke manier tot leven gekomen.

Terug naar huis

Het is niet altijd gemakkelijk om vaarwel te zeggen tegen het oude. Sterven blijft een pijnlijk proces, afscheid nemen evenzeer. Maar pas wanneer we onze gehechtheid loslaten aan dat wat is en aan dat wat was, kunnen we oog hebben voor dat wat komen zal. Het water stroomt, en dat geldt ook voor het Levende Water, zoals Jezus in Johannes 7, 37-39 de heilige Geest omschrijft.

Zalmen balanceren op de cadans van het leven. Ze laten zich meedrijven met het water, in het vertrouwen dat de stroom hen altijd terug naar huis zal brengen. En dat, als het oude sterft, er altijd weer iets nieuws ontstaat.