Tijdens een wandeling passeerden mijn man en ik een familie met drie kleine kinderen. Een van de jongetjes had iets ontdekt in een boom: een appel.
‘Opa, die wil ik!’ Met een stok probeerde de jongen de vrucht uit de boom te slaan. Maar hoe hij ook reikte, de stok was te kort. Opa wilde wel even helpen. Hij nam de stok over, maar waarschuwde zijn kleinzoon eerst.
Die appel zag er misschien mooi en verleidelijk uit, maar eigenlijk kon hij beter nog even blijven hangen. ‘Appels moeten rijpen’, zei opa. ‘Als je ze te vroeg plukt, zijn ze zuur. Maar als je ze wat langer de tijd geeft, worden ze heerlijk zoet.’
Het jongetje was niet overtuigd. Hij wilde die appel. Niet morgen of volgende week, maar nú.
Opa haalde uit met de stok. De appel viel met een plof op de grond.
Terwijl we verder liepen, vroeg ik me af hoe groot de kans was dat die appel na één zure hap ergens in de struiken zou belanden. Zijn kans om zoet te worden, was in ieder geval verkeken.

Alles en wel nu
Leren wachten is misschien wel een van de moeilijkste lessen van een mensenleven.
We kennen vast allemaal wel het verlangen naar iets wat nog niet binnen handbereik ligt. Een resultaat waarop we hopen. Een deur die maar niet opengaat. Werk dat nog geen vruchten lijkt af te werpen. Een gebed waarop geen antwoord lijkt te komen. Liefde, erkenning, herstel, verandering.
Herkennen we onszelf niet allemaal weleens in dat jongetje? Ik wil het nu.
Ons verlangen wordt er in deze tijd niet bepaald minder op. We leven in een cultuur waarin bijna alles onmiddellijk beschikbaar moet zijn. Vandaag besteld, morgen in huis. Eén klik en we kijken, kopen, luisteren of eten wat we willen. Wachten voelt al snel als tijdverlies.
De band Queen zong het jaren geleden al treffend: I want it all, and I want it now.
Maar niet alles wat waardevol is, laat zich versnellen.
De wijsheid van de boer
De natuur beweegt op het ritme van de seizoenen. Daaraan herinnert ook de Jakobusbrief, wanneer mensen uitzien naar Gods gerechtigheid:
‘Denk eens aan de boer die blijft wachten op de kostbare opbrengst van zijn land, tot de regens van najaar en voorjaar zijn gevallen.’ (Jakobus 5:7)
Wat een mooi beeld. Want wachten betekent niet dat er niets gebeurt. Onder de grond kan van alles gaande zijn, ook al zien wij daar nog niets van.
Een boer weet dat. Hij kan zaaien, de grond verzorgen, onkruid verwijderen en doen wat nodig is. Maar hij kan niet aan een kiemplantje trekken om het sneller te laten groeien. Op een bepaald moment moet hij het zaad uit handen geven en het toevertrouwen aan de aarde, de regen en de zon. Aan processen die zich grotendeels aan zijn invloed onttrekken.
Misschien is dat wel het moeilijkste aan wachten: erop vertrouwen dat niet alles wat groeit meteen zichtbaar hoeft te zijn.

Daar zit iets kwetsbaars in. Want wachten betekent dat je niet alles onder controle hebt. Je weet nog niet wat de oogst zal zijn. Misschien valt die tegen. Misschien gebeurt er onderweg iets onverwachts.
En toch zaai je.
Misschien is dat wel wat geduld van ons vraagt: doen wat binnen ons bereik ligt, en daarna accepteren dat niet alles wat we doen meteen vrucht draagt. Dat er een tijd komt waarop we moeten loslaten wat we zelf niet kunnen afdwingen.
Prediker zegt het al: voor alles is een tijd. Er is een tijd om te planten en een tijd om te oogsten. Maar tussen die twee momenten ligt iets wat we gemakkelijk vergeten: tijd om te groeien.
De herfst kent geen haast
Juist in deze bijzondere maand onthult de natuur waar gestage groei toe kan leiden. De herfst is een seizoen van overvloed. Bomen dragen appels, peren en kastanjes, druivenranken hangen vol vrucht. Pompoenen zorgen voor kleur en smaak, terwijl pastinaak, prei en knolselder rustig verder groeien.
Wat een rijkdom! En niets van dat alles is gisteren begonnen.
Aan iedere appel die nu rijp uit een boom valt, gingen maanden vooraf van bloesem en bestuiving, regen en zonlicht. Van groeien zonder haast.
Zelf vind ik dat een van de mooiste kanten van de herfst. Terwijl wij onszelf voortdurend opjagen en het liefst vandaag resultaat zien van wat we gisteren begonnen, trekt de natuur zich daar weinig van aan. Een appel laat zich niet opjagen. Gras groeit niet harder wanneer je eraan trekt.
En misschien mogen wij soms ook even leren wachten, en genieten van wat er is.
Denk je eens in wat een rust het brengt als niet ieder verlangen onmiddellijk hoeft te worden vervuld. Als niet ieder zaadje dat we hebben gezaaid, meteen moet ontkiemen. Soms is er nog niets te zien, terwijl er diep onder de oppervlakte van alles gebeurt.
Dus mocht je deze week weer eens het gevoel krijgen dat alles sneller moet, kijk dan eens naar buiten. Naar de kastanjes op de grond, de pompoenen in de winkel of die laatste appels tussen de bladeren. En denk dan nog eens aan dat jongetje met zijn stok.
Sommige dingen worden nu eenmaal lekkerder als je ze de tijd geeft.
Zelf ga ik vandaag pompoensoep maken, een van mijn favoriete herfstgerechten. Wil je meegenieten, klik dan op de link voor het recept 😉
Ik wens je een stralende nieuwe week toe!


Geef een reactie