Zijn alle mensen broeders?
De discussie rond David de Vos legde de afgelopen weken een diepe kloof bloot binnen christelijk Nederland: wie mag zich eigenlijk een kind van God noemen? Achter de felle woorden en theologische strijd schuilt een veel urgenter verhaal — over broederschap, muren, angst en de vraag wat liefde vandaag van ons vraagt.
Als er iemand een zware week achter de rug heeft, dan is het David de Vos wel. Nadat de Nederlandse evangelist bekendmaakte dat hij na 22 jaar stopt met zijn stichting Go and Tell, trok er een digitale storm over hem heen. Niet zozeer omdat hij stopt, maar omdat hij evangelisatie niet langer als noodzakelijk ziet. Waar David ooit overtuigd was dat iedereen Jezus persoonlijk als verlosser moet aannemen om gered te worden – een centrale leerstelling in de evangelische wereld – gelooft hij nu dat Gods genade groter is dan individuele keuzes.
Zoals hij het tegenwoordig formuleert: alle mensen zijn kinderen van God.
Mini-reformatie
Zelfs onder het bericht dat ik hierover op Facebook deelde, barstte een mini-reformatie los. Christenen van allerlei denominaties raakten met elkaar in discussie. De een zwaaide met Bijbelteksten, de ander met rationele argumenten. Woorden als ‘misleiding’ en ‘dwaalleer’ vlogen over en weer, terwijl anderen fulmineerden tegen benauwende intolerantie. David zelf had een foto gedeeld waarop hij zijn statement – Alle mensen zijn kinderen van God – op een kerkdeur timmerde. Om de associaties met Maarten Luther kun je onmogelijk heen. Maar dit keer lagen er geen 95 stellingen onder vuur, maar hijzelf.

De hamvraag: wie zijn er kinderen van God?
Je hoeft het niet met iemand eens te zijn om hem zijn spirituele zoektocht te gunnen. Toch kwamen er oprechte vragen voorbij. Een evangelische voorganger vroeg zich af hoe bijbels het is om te zeggen dat alle mensen kinderen van God zijn. Een vrouw vreesde dat David eenvoudig van evangelisatietactiek was veranderd: dat hij nu een ander ‘evangelie’ verspreidt: het door haar gevreesde universalisme.
Oprechte vragen die terecht worden gesteld. Uiteindelijk gaat het niet langer over David zelf, maar over een veel fundamentelere kwestie: wie zijn er eigenlijk kinderen van God? Ben je dat wanneer je Christus aanneemt als je persoonlijke Verlosser? Wanneer je de ‘juiste’ religie aanhangt? Wanneer je in een God gelooft? Of ben je een kind van God omdat je überhaupt mens bent, geschapen naar het evenbeeld van je Schepper? Of omdat goddelijke liefde en genade universeel zijn — iets waar we ons alleen maar bewust van hoeven te worden?
Er bestaan vele antwoorden, vele meningen. En het opmerkelijke aan zo’n discussie is altijd: iedereen beroept zich op de Bijbel, maar iedereen doet dat vanuit een eigen hermeneutiek. De vraag is niet alleen wat er staat, maar vooral hoe we teksten lezen — en waarom.

Gesloten gemeenschappen die muren bouwen
De afgelopen tijd zag ik verschillende filmpjes die me raakten. Video’s van leden van de kerk van Maasbach die moesten breken met hun familie en vrienden. Niet omdat er conflict was, maar omdat ze niet meer naar de kerk gingen, of naar een andere kerk. Ex-leden van De Deur die getuigen hoe de geloofsgemeenschap (meer dan 4500 kerken wereldwijd) tot in het kleinste detail je leven bepaalt. Gesloten gemeenschappen waar grensbewaking een deugd werd en elke andere stem verdacht.
Daar, in die smalle ruimte, kan het warm en zeker voelen. Maar het is ook een echokamer: een bubbel waar het eigen gelijk nooit meer wordt uitgedaagd. De wereld wordt kleiner. En God soms ook.
Is dat werkelijk omdat Gods liefde zo beperkt zou zijn? Of verlangen we in chaotische tijden vooral naar duidelijkheid, naar een heilige orde waarin we precies weten wie binnen en wie buiten staat? Maar wat ooit veilig voelde, blijkt vaak schijnveiligheid. Dat is de pijnlijke ontdekking van de mensen die de achterdeur van zo’n gesloten gemeenschap wisten te vinden.
Fratelli Tutti: twee talen over één mensheid
Terwijl ik me neervlijde in de bioscoopstoelen van de Antwerp International Protestant Church, zinderde een vraag na: waarom moet het ‘kindschap van God’ een strijd om bijbelteksten worden? Ik dacht aan Fratelli Tutti, de encycliek van paus Franciscus, waarin hij schrijft dat alle mensen broeders en zusters zijn. Een zin die in evangelische oren al snel klinkt als universalisme, maar in de katholieke traditie een heel ander register opent.
Hoe dat komt? Beide groepen vertrekken vanuit verschillende registers. Protestants-evangelische christenen spreken vaak soteriologisch: wie is er gered? Wie deelt in het zoonschap door Christus en de Geest? Teksten als Johannes 1:12 en Romeinen 8 worden als kader aangehaald.
Franciscus spreekt antropologisch: alle mensen dragen de imago Dei, zijn door God gewild, hebben dezelfde oorsprong (vgl. Genesis 1:27 en Handelingen 17). Dat overstijgt de grenzen van religies. Waar moslims spreken over de umma (wereldwijde moslimgemeenschap) en christenen over de Kerk, benadrukt Franciscus dat broederschap niet eindigt bij de muren rondom de eigen tuin. Een rechtvaardige wereld begint waar we in iedere naaste onze zuster of broer leren zien.
Het gaat dus om twee verschillende betekenislagen. En soms spreken discussies elkaar alleen tegen omdat ze stiekem over twee verschillende registers gaan.

Een ogenblik van helderheid
Soms kun je eindeloos herkauwen op theologische vraagstukken, en dan plots geraakt worden door iets simpels. Iets recht uit het hart. Dat overkwam me vandaag. Pieter en Ineke, een echtpaar dat in Burkina Faso een ziekenhuis heeft gesticht, waren te gast. Pieter stond bij het keyboard. Hij speelde een lied dat hij zelf had geschreven: over Jezus die niet is weggegaan, maar is gebleven — daar waar mensen lijden, waar rivieren opdrogen, waar de wereld donker is. En hij sprak over zijn gemeenschap, maar ook over de onherbergzame straten daarbuiten. Daar waar hij soms een dakloze ontmoet, of een drugsverslaafde. Iemand in wie hij plots meer ziet dan een schepsel of medemens: zijn broeder.
Op dat moment leek de controverse van de voorbije week even ver weg. De vraag wie er gelijk had, verstomde. En mijn oude benauwdheid — het dualistische denken dat ik zelf ooit achter me liet — kreeg geen grip meer. In plaats daarvan voelde ik een hernieuwd verlangen: om te zoeken als een pelgrim, tastend, struikelend, liefhebbend. In het besef dat God groter is dan elke doctrine, en toch nabij genoeg om in mensenogen te kunnen sprankelen.
Tutti fratelli
Een spreekwoordelijke baksteen gleed van mijn rug. Plotseling bedacht ik: Fratelli Tutti — alle mensen zijn broeders en zusters — gaat helemaal niet over de vraag wie er gelijk heeft. Wie het juiste ticket voor de hemel heeft. Het gaat over iets veel concreters, veel fundamentelers:
Ben je bereid om in mensen die niet tot jouw groep behoren, toch je broeders en zusters te zien?
Misschien is dat wel de echte vraag van deze tijd.
Een vraag die we eindelijk moeten durven stellen.
Niet met Bijbelteksten als wapens,
maar met een naastenliefde die ontwapent
en harten opent.
Zo moge het zijn. Alle zegen en goeds voor deze week. 💚


Geef een reactie