Over zaaien, waken en onderscheiden
Mijn vader zei vaak: “Onkruid vergaat niet.” En hij had gelijk. Onkruid is taai. Veerkrachtig. Soms zelfs verrassend mooi. Maar wie een tuin heeft — of zelfs maar een balkon of een pot met basilicum — weet: onkruid groeit waar je het niet wilt. Tussen de tegels, in de dakgoot, of midden in je zorgvuldig aangelegde perk.
Als je het zijn gang laat gaan, overwoekert het alles. En toch… misschien kunnen we iets leren van het onkruid in ons leven.
Jezus en de tuin van het Koninkrijk
In Mattheüs 13 vertelt Jezus een gelijkenis over een akker waarin goed zaad is gezaaid — maar ’s nachts komt de tegenstander die onkruid tussen het graan strooit.
Wanneer de planten opkomen, groeit het goede en het slechte naast elkaar.
De knechten willen het onkruid eruit trekken, maar de heer van het veld zegt:
“Laat ze samen opgroeien tot de oogst.”
Een verrassende keuze.
Waarom grijpt hij niet meteen in?
Jezus gebruikt het beeld van de tuin als metafoor voor het Koninkrijk van de hemel. Het goede zaad staat voor mensen en daden die leven brengen.
Het slechte zaad — angst, verdeeldheid, haat — wil het goede verstikken.
Maar het onderscheid is niet altijd zo helder als we misschien graag zouden willen.

Het verschil tussen een bloem en onkruid is een oordeel
Een tante leerde me:
“Het verschil tussen een bloem en onkruid is een oordeel.”
Soms blijkt iets wat waardeloos leek, bij nader inzien waardevol. En omgekeerd.
We zijn allemaal mensen met een verhaal. We dragen littekens, onzichtbare wonden, collectieve pijn en diepe onzekerheden met ons mee. Niemand komt als een blanco blad ter wereld.
Iedereen draagt iets van onkruid in zich. Denk maar aan die momenten waarop je net iets te veel ruimte innam — waardoor een ander in de schaduw kwam te staan.
Of misschien herken je het in een ander: die buurvrouw of dat familielid dat altijd commentaar heeft op de tuin van een ander, maar intussen vergeet haar eigen plantjes water te geven.
Sommige mensen lijken telkens opnieuw beddingen op te zoeken waar ze niet geplant zijn. Herkenbaar?
Potentie om te bloeien
We hebben allemaal de neiging om te overwoekeren — om zelf het middelpunt te willen zijn, zonder ruimte te laten voor de ander. Of we putten de aarde uit waarin we staan, door veel te nemen en weinig terug te geven.
Maar dat is slechts het halve verhaal. We hebben óók de potentie om te bloeien. Ons bestaan is geen toeval. Jij bent hier geplant met een bedoeling — op deze plek, in deze tijd, tussen de mensen die je dagelijks ontmoet.
En dat vraagt iets van ons.
Geroepen tot bewust tuinieren
In Genesis 2:15 staat:
“God, de HEER, bracht de mens in de tuin van Eden om die te bewerken en erover te waken.”
We zijn geroepen tot zorg. Tot verantwoordelijkheid. Niet om passief toe te kijken, maar om bewust te kiezen wat we in onze innerlijke tuin laten groeien.
Dat brengt ons bij de kernvraag van de gelijkenis die Jezus deelde:
Wat doe je met het onkruid? Wat laat je groeien?
Welke kiemen geef je water en voeding — en welke ranken kun je maar beter loslaten?
Drie soorten tuiniers
Er zijn grofweg drie manieren waarop we kunnen omgaan met het onkruid in onze levenstuin.
1. De onkruidverdelger
Deze tuinier is vastberaden. Hij ziet overal onkruid en wil het onmiddellijk vernietigen. Met een tank Roundup op zijn rug trekt hij door het leven: “Dit is fout. Dat moet eruit. Die mens deugt niet.”
Zo kijkt hij naar de wereld, en vaak ook naar zichzelf.

En ja, er is ruimte voor correctie, voor berouw. Maar wie zich alleen nog focust op wat misgaat, vergeet het goede te voeden. Zonder water verdrogen ook de bloemen.Een tuin die alleen op verdelging is gericht, wordt een kale, uitgeputte vlakte.
2. De al te tolerante tuinier
Deze tuinier vertegenwoordigt precies het omgekeerde. Hij vindt alles mooi. Alles mag blijven. Dat klinkt tolerant en vredelievend, maar er ligt een valkuil op de loer: zonder grenzen raakt het goede verstikt.
De Japanse duizendknoop is sterk en zijn toppen zijn voedzaam, maar als je hem de ruimte geeft, overwoekert hij alles.
Zo is het ook met de tuin van ons leven. Zeg je overal ja op, dan blijft er niets over dat werkelijk vrucht kan dragen.
Onze tijd kent haar eigen vormen van onkruid: informatie-overload, constante prikkels, eindeloze ruis. Maar ook: mensen die lasten dragen die niet van hen zijn. Ze geven zich weg tot er niets overblijft. Voel jij je ook vaak te verantwoordelijk, terwijl anderen hun rommel over jouw schutting gooien? Dan is het tijd om stil te staan bij een eenvoudige maar wezenlijke vraag:
Wat hoort echt thuis in mijn leven?
Wat is liefdevol gezaaid — en wat is ongemerkt binnengeslopen?

3. De tuinier met onderscheidingsvermogen
De derde tuinier tot slot, gaat te werk met onderscheidingsvermogen. Hij weet: deze tuin is niet van mij. Ik ben slechts de knecht. Hij oordeelt niet te snel, maar stelt vragen: “Waarom groeit dit onkruid op deze akker?” En vervolgens: “Heer, wat wilt U dat ik doen zal?”
Deze tuinier beseft dat goed en kwaad soms naast elkaar groeien — in één wereld, in één leven, één hart.
Hij laat zich niet leiden door angst, maar door wijsheid. Zelfs het onkruid is niet altijd nutteloos. Het daagt het goede zaad uit om sterker te worden. Om zich niet te laten overwoekeren. En om, juist in deze donkere wereld, geur en kleur te verspreiden.
De kracht van de zorgvuldige tuinier is dat hij niet alleen naar de bodem kijkt, maar ook naar de hemel. En dat hij erop vertrouwt dat, terwijl hij zijn deel van de arbeid verricht, de Grote Tuinman het volledige landschap overziet en beheert.
In wie herken jij jezelf?
Herken jij jezelf in de verdelger?
In de iets te tolerante tuinier?
Of juist in de knecht die luistert en wacht?
Deze gelijkenis nodigt uit tot geestelijk onderscheidingsvermogen. Niet om snel te oordelen, maar om bewust te leven.
Te leren herkennen wat vrucht draagt —
en wat dat verhindert.
En bovenal: om te vertrouwen op de Bron. Te luisteren naar die zachte stem vanbinnen. Om met liefde te verzorgen wat leeft, en los te laten wat verstikt.
Want ja — het leven is grillig. Niet alles groeit zoals we hoopten. En het grote Masterplan zal ons niet altijd duidelijk zijn.
Maar wie zich openstelt voor de Stem van de Tuinman, mag leren: zelfs tussen het onkruid kan iets moois opbloeien.
Liefde. Genade. De zachte kracht die deze wereld zo dringend nodig heeft.
Laten wij daarom niet ophouden de goede zaden te cultiveren.
Amen.

Dit was de overdenking in Kapel De Olijftak in Brasschaat op zondag 3 augustus 2025.

Geef een reactie