Het gebeurde voor een zaal vol mensen tijdens een lezing over ecotheologie. Toen ik het woord ‘hoop’ liet vallen, schoot er meteen een hand omhoog. “Hoop? Is dat niet wat naïef,” vroeg een man. Zijn buurvrouw knikte instemmend. Hoop was een doekje voor het bloeden, een paracetamol tegen het leed van deze wereld. Ze waren niet de enigen die zo dachten.
Vandaag wil ik samen met jullie verkennen: Is hoop nog realistisch? Of is het slechts een illusie om onszelf te beschermen tegen de rauwe werkelijkheid?
Hoop als illusie
We leven in een tijd waarin het nieuws gevuld is met oorlog, dreiging, verlies en onrecht. De pijn van de wereld raakt aan onze eigen pijn. Het is begrijpelijk dat mensen de moed verliezen. Wie durft nog hoop te hebben, zonder zichzelf voor de gek te houden?
De schrijver Arnon Grünberg worstelde jarenlang met dat vraagstuk. Als kind van Holocaust-overlevenden wilde hij de hoop ontmaskeren als illusie, als naïef zelfbedrog. En inderdaad: hoop kan verlammend zijn, als ze ons verblindt voor het kwaad en het lijden om ons heen.

Maar wat is hoop eigenlijk? Is het vluchten in een droomwereld, zoals de man die jarenlang blijft wachten op een verlaten perron, op een geliefde die nooit meer komt? Of is hoop iets diepers — een innerlijke kracht die sterker is dan pijn en teleurstelling?
Realisme: de schaduwen onder ogen zien
Realisme is niet hetzelfde als pessimisme. Realisme betekent dat je naast het licht ook de schaduwen van het leven durft te zien. Het is het besef dat de wereld niet louter goed is; dat mensen tot het slechtste in staat zijn, maar ook tot het beste. Dat het kwaad zich manifesteert, maar niet het laatste woord heeft.
Ik lees momenteel het boek De verborgen narcist van Hans Peter Roel. Loskomen uit de greep van een toxische relatie — of dat nu je met partner is, je baas of een familielid — vraagt om realisme.

Laatst sprak ik een man over het taboe op huiselijk geweld, zeker bij mannelijke slachtoffers. Hij vertelde hoe hij op het punt had gestaan te trouwen. Alles was in kannen en kruiken. Maar nog voor de huwelijksdag begon zijn partner hem te slaan. “Het is de stress,” hield hij zichzelf voor. “Misschien haar moeilijke jeugd.” Hij deed zijn uiterste best om begrip te tonen, maar het werd niet beter. Uiteindelijk besefte hij: het was ijdele hoop dat zij zou veranderen. De kans was groter dat dit huwelijk hém zou breken.
Soms vraagt overleven om loslaten en zelfbescherming, hoe pijnlijk dat ook is. Toch is hoop meer dan naïef optimisme. Het is een diepe, innerlijke kracht die zelfs in donkere realiteit kan standhouden.
Geloof in een zinvolle uitkomst
Václav Havel, auteur en voormalig Tsjechisch president, zei ooit:
“Hoop is niet de overtuiging dat iets goed zal aflopen, maar de zekerheid dat iets zinvol is, wat de uitkomst ook mag zijn.”
Die hoop is geen luchtkasteel. Ze wortelt in het besef van wat is — met alle pijn en chaos die daarbij horen.
De Bijbel sluit daarbij aan:
- “De hoop maakt niet beschaamd” (Romeinen 5:5)
- De profeet Jeremia spreekt van een hoopvolle toekomst (Jeremia 29:11)
- De profeet Jesaja zegt dat hoop kracht en vleugels geeft, en voorkomt dat je oververmoeid raakt (Jesaja 40:31)
- Psalm 119 vergelijkt hoop met een beschermend schild rond je leven.
Dit is hoop die diepgeworteld is in de aardse realiteit, maar tegelijkertijd verbonden met een hogere werkelijkheid — die van onze Schepper. De hoop die niet gelooft dat geweld en vernietiging het laatste woord krijgen. Die zich uitstrekt naar een groter visioen, naar hogere waarden, naar een ethiek die soms haaks op de logica van deze wereld staat. Niet omdat wij als mensen zo goed zijn, maar omdat we geloven dat God dat is.
Onvervulde hoop maakt het hart ziek
We kennen allemaal momenten van teleurstelling. Tijdens het schrijven van deze preek dacht ik aan de film The Rapture (1991) van Michael Tolkin. Misschien heb je hem wel gezien. Een vrouw, Sharon, sluit zich aan bij een religieuze groep die gelooft dat het einde der tijden nabij is. Ze breekt met haar oude leven, raakt alles kwijt en wacht op de opname. Maar het verwachte moment gaat voorbij. Er gebeurt niets. Wat volgt is diepe twijfel, wanhoop en morele verwarring.

Spreuken 13:12 waarschuwt: “Langgerekt hopen maakt het hart ziek.” The Rapture laat zien dat hoop pijn kan doen. Onrealistische hoop kan je hart breken. Maar er is ook hoop die leven geeft.
Hoop met open ogen
De hoop waar de Bijbel over spreekt, roept ons op om te blijven staan in de harde werkelijkheid. Niet als vlucht, maar als een vuur dat brandt te midden van het donker.
Jezus bracht die hoop — een hoop die niet blind was voor lijden, maar er middenin stond. Jezus doorstond wanhoop en verlies, en bleef vertrouwen op Gods liefde. Dat is hoop met open ogen.
De realiteit kan geweld in de Bijbel
“Waarom staat er zoveel geweld in de Bijbel”, vragen mensen soms. De Bijbel is geen sprookjesboek. De Bijbel laat zien hoe licht en donker samengaan. Hoe recht en onrecht naast elkaar bestaan. Het is niet alleen een boek over God, maar ook over de menselijke conditie. Een boek waarin het onkruid samen opgroeit met de tarwe, de verrader zit in de kring van apostelen, en moordenaar en rechtvaardige samen aan het kruis hangen.
Ook wij worden uitgedaagd ons te verhouden tot dat spanningsveld. Om ‘pelgrims van de hoop’ te zijn, zoals paus Franciscus het noemde. Samen op weg door een wereld die breekt. Dat is realistisch — en tegelijkertijd geen hopeloos avontuur.
Jezus zegt in Mattheüs 6: “Maak je geen zorgen over je leven: wat je zult eten of aantrekken. Kijk naar de vogels, de bloemen — zij zaaien niet, maaien niet, en toch zorgt God voor hen. Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid.”
Die woorden zijn geen clichés. Ze nodigen uit tot vertrouwen — niet tot een leven uit angst, maar vanuit een diepe verbondenheid met de Schepper en de schepping.
Vertrouwen in de chaos
“Ik kan het niet uitstaan als de dominee zegt: je moet gewoon vertrouwen”, zei een man ooit tegen me. Hij vond het zo’n dooddoener. Alsof het simpel is, alsof vertrouwen net zo vanzelfsprekend is als het licht aandoen of je belastingformulier invullen. Maar vertrouwen laat zich niet afdwingen. Vertrouwen is durven geloven dat, juist midden in de chaos, de contouren van een hoger plan zichtbaar worden. Dat Iets of Iemand ons draagt.
Misschien mogen we zelfs nog verder gaan dan geloven alleen. Wat als we werkelijk durven zeggen: hineni — hier ben ik? Wat als we ons hart openstellen voor een werkelijkheid die ons overstijgt? Dan wordt geloof meer dan weten — het wordt ervaren. En die geloofservaring vertaalt zich naar ons handelen. Geloven wordt doen. De hemelse hoop blijft dan niet als iets abstracts boven deze wereld hangen. Ze krijgt gestalte in de werkelijkheid, door mensen heen.
Innerlijk vuur
Beleven en belichamen: dat is hoop in haar puurste vorm. Niet naïef of wereldvreemd, maar als bron van kracht. Hoop tilt ons op, boven onze omstandigheden uit. Want ja, het leven is gebroken. Er is pijn, verlies, verborgen tranen. Maar… het morgenlicht kleurt de hemel. Bloemen bloeien, zelfs tussen scheuren in het asfalt.

Hoop is het innerlijke vuur van de Geest dat in mensenharten blijft branden, ook als het stormt. Soms voel je dat vuur niet. Soms ga je gebukt onder een zware last, een schaduw die het licht wegduwt. Dat mag er zijn. Hoop betekent niet dat je je pijn moet verstoppen.
Dorothee Sölle zei het treffend:
“Geloof is niet het uitsluiten van wanhoop, maar het dragen van hoop te midden van wanhoop.”
En soms, als je zelf niet meer kunt, draagt die hoop jou.
Weefsel van genade
Is dat zweverig? Integendeel. Denk maar eens terug aan die momenten waarop er iets gebeurde dat te bijzonder was om toeval te zijn. Die toevallige ontmoeting precies op het juiste moment. Dat appje toen je het niet meer zag zitten. Die onverwachte samenloop die achteraf een patroon blijkt te vormen — een weefsel van genade.
Hoop is geen vlucht. In het ziekenhuis waar ik werkte als pastor zag ik het keer op keer: gebroken mensen die opbloeiden omdat iemand hen eraan herinnerde wie ze zijn. Soms is dat genoeg. Iemand die je ziet, die naast je zit, die met je bidt. Samen het hart richten op een werkelijkheid die sterker is dan angst, sterker dan dood.
Hoop is niet passief. Het is geen dooddoener van: je moet gewoon vertrouwen. Hoop ziet de werkelijkheid met open ogen aan, maar gelooft tegelijkertijd dat conflict, vernietiging en vervuiling niet het laatste woord mogen krijgen. Hoe klein ook, we kunnen nog altijd iets doen.
Zoals Maarten Luther naar verluidt ooit zei:
“Zelfs al zou de wereld morgen vergaan, dan plantte ik vandaag nog een appelboom.”
In de islamitische Hadith staat iets soortgelijks, vertelde een Turkse kennis me: plant een boom, en elke keer dat iemand van de zoete vruchten eet, zul je hiervoor gezegend worden. Zelfs tot in eeuwigheid.
Is dat geen prachtige illustratie van de hoop?
De moed niet verliezen
Leven uit vertrouwen betekent: de moed niet verliezen. Jij bent geen toeval. Jouw bestaan heeft betekenis. Liefde is geen verdienste — liefde is de Bron. En die liefde stroomt. Voor jou. Zelfs als je struikelt of verdwaalt.
Dat is genade: Jij bent gezien. Jij bent geliefd. En dat is genoeg om te doen wat Jezus deed: op te staan te midden van een gebroken wereld. En om te blijven liefhebben, zelfs alsof elke dag je laatste is.
Amen.
Dit is de preek van drs. Kelly Keasberry, Prorestantse Gemeente de Verbinding, Breskens, 29 juni 2025

Geef een reactie