Op weg naar een nieuw begin
“Onmiddellijk daarna werd Jezus door de Heilige Geest naar de woestijn gestuurd. Daar werd Hij veertig dagen lang door Satan op de proef gesteld. Hij was er alleen met de wilde dieren en de engelen zorgden voor Hem.” (Marcus 1:12-13)
Veertig dagen en nachten trok Jezus zich terug in de wildernis. Een periode van vasten, beproeving en zelfonderzoek die de basis vormt voor de veertigdagentijd – een tijd van bezinning en voorbereiding. Maar ook een tijd van confrontatie, want de woestijn houdt ons een spiegel voor: wie zijn we, wanneer alle zekerheden wegvallen?

De veertigdagentijd in de Bijbel
Jezus was niet de enige die door zo’n fase ging. De veertigdagentijd loopt als een rode draad door de Bijbel heen.
- Mozes verbleef veertig dagen en nachten op de berg Sinaï voordat hij de Tien Geboden ontving (Exodus 34:28).
- Het volk Israël zwierf veertig jaar door de woestijn voordat het het Beloofde Land binnenging (Deuteronomium 8:2-3).
Steeds opnieuw zien we in de Bijbel hoe het getal veertig een periode markeert van beproeving, loutering en de overgang naar iets nieuws. Laten we nu eens kijken naar het opmerkelijke decor waarin deze periode plaatsvindt.
Jezus, Mozes en de Israëlieten bevonden zich niet in een tempel, klooster of stille binnenkamer. De veertigdagentijd was voor hen geen veilige retraite, geen moment van rust om ongestoord over het leven na te denken. Nee, zij waren overgeleverd aan de wildernis—een ruige, onherbergzame plek waar de aarde niets geeft en de mens wordt blootgesteld aan de elementen. Geen vruchtbomen, geen waterbronnen, geen beschutting. Alleen jezelf en God.
De wildernis als spiegel
De wildernis is meer dan een fysieke plek; het is een spirituele werkelijkheid. Het is de ruimte waar alles wat vertrouwd is wegvalt, waar je niet kunt leunen op gewoonten, zekerheden of de steun van anderen. In de wildernis sta je oog in oog met jezelf – en met je diepste angsten.
In Markus 1:12 lezen we dat de Geest Jezus de wildernis in dreef. Daar was hij niet alleen – de tegenstander, de “opponent” (Satan), was er ook. De stem die steeds weer fluistert: “Je kunt dit niet. Geef op. Kies de makkelijke weg.” Maar Jezus hield vast aan een andere stem, de stem van God.

Ook Mozes en de Israëlieten werden beproefd. De wildernis is de ultieme test: wat leeft er werkelijk in je hart? Wie ben je als niemand kijkt, als alle externe zekerheden wegvallen? Vertrouw je nog op God wanneer het manna uitblijft en de bron lijkt te zijn opgedroogd? De Israëlieten moesten leren dat ze “niet alleen van brood leven, maar van elk woord dat uit de mond van de Heer komt” (Deuteronomium 8:3).
De wilde dieren en onze angsten
In Markus 1:13 lezen we een opvallende zin: “Hij was bij de wilde dieren.” Deze wilde dieren symboliseren niet alleen de woeste natuur, maar ook de angsten en instincten die ons van binnenuit kunnen verscheuren. Misschien herken je dat stemmetje van angst: “Dit gaat je nooit lukken. Je bent niet sterk genoeg.” Of de fluistering van verleiding: “Waarom moeilijk doen? Kies de makkelijke weg.”
Verleidingen zijn het moeilijkst te weerstaan wanneer je moe, hongerig of kwetsbaar bent. Juist dan klinken de stemmen van twijfel en gemakzucht het luidst. Dat is de grote uitdaging van de Veertigdagentijd: standhouden wanneer je het zwakst bent.
Maar Jezus gaf niet toe—hij bleef overeind. En wat nog opmerkelijker is: de wilde dieren deden hem niets. Net zoals Adam in de Hof van Eden in harmonie met de dieren leefde, was Jezus in de woestijn omringd door de natuurlijke wereld zonder ten onder te gaan. De wilde dieren erkenden hun Schepper. Zo hoeven ook onze angsten en verleidingen ons niet te overheersen. We kunnen ze onder ogen zien, zonder dat ze ons bepalen.

Onze eigen woestijntijd
Ons eigen leven kent soms ook van die wildernis-momenten. Misschien bevind je je op dit moment op een plek waar alles wat vertrouwd was, wegvalt. Misschien voel je je alleen en verlaten, zonder zicht op wat komen gaat. Of je wordt geconfronteerd met verleidingen om op te geven, om niet langer te geloven dat een nieuw begin mogelijk is.
Wat als deze woestijntijd niet alleen een beproeving is, maar ook een voorbereiding op iets nieuws? Een ruimte waarin je kunt ontdekken wie je werkelijk bent, wat er in je hart leeft? Jezus was niet alleen in de woestijn—de engelen waren er ook, om hem te dienen. Misschien zijn er in jouw leven ook tekenen van genade, juist in de moeilijkste momenten.
De veertigdagentijd nodigt ons uit om niet te vrezen voor onze eigen wildernis, maar die te zien als een plek van loutering en transformatie. Om de angsten onder ogen te komen die ons klein willen houden. En te vertrouwen dat de leegte van de wildernis niet het einde is, maar vruchtbare grond waaruit nieuw leven kan ontstaan.
Een mooie meditatie voor vandaag (Jesaja 43:19):
“Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het – heb je het nog niet gemerkt? Ik baan een weg door de woestijn, maak rivieren in de wildernis.”


Geef een reactie