Maandagochtend heeft de faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht aangekondigd dat de bacheloropleidingen Duits, Frans, Islam & Arabisch, Italiaans, Keltisch en Religiewetenschappen zullen sluiten. De faculteit baseert deze beslissing op financiële redenen, naar verluidt omdat dit onderwijsaanbod ‘structureel ondergefinancierd’ is.
De beslissing van de Universiteit Utrecht komt niet als een verrassing. De eerste stap werd al genomen in 2014 met het wegbezuinigen van de studie theologie. Daarmee kwam er een einde aan vierhonderd jaar van theologisch debat en studie van klassieke talen, zoals Hebreeuws en Grieks. Mijn medestudenten en ik waren de hekkensluiters. Onze stemmen, noch die van de docenten, konden opboksen tegen de financiële besluitvorming. Een schrale troost: religiewetenschappen mocht blijven. Maar niet voor lang, zo blijkt nu, want ook daar staat de bijl aan de stam.
Culturele kaalslag
De Universiteit Utrecht beroept zich op financiële keuzes, maar je kunt je afvragen hoe neutraal zulke beslissingen zijn. Assistent-professor Sven Vitse stelt zich er vragen bij:
“We weten allemaal dat deze maatregelen het gevolg zijn van bezuinigingen op hoger onderwijs die louter ideologisch gemotiveerd zijn. Dit is geen boekhoudoperatie, dit is een bewuste, politiek gemotiveerde vernietiging van culturele en wetenschappelijke infrastructuur.”
Als studenten en docenten niet massaal van zich laten horen, vreest Vitse, is de aangerichte schade nog moeilijk te herstellen.
Met het wegbezuinigen van de studies Theologie, Religiewetenschappen, Islam & Arabisch, evenals de talen Frans, Duits, Italiaans en Keltisch, gaat er een hoop kennis verloren. Critici spreken van “verarming”, “verschraling” of “culturele kaalslag.”
Bredere trend
De beslissing van de Universiteit Utrecht staat niet op zichzelf, maar past binnen een bredere trend. In tijden van financiële krapte is de eerste impuls van organisaties vaak om de budgetten voor cultuur en religie weg te snijden. Cultuur en religieuze zorg worden gezien als ‘extra’s’ in plaats van als essentiële diensten.
Financiële malaise maakt duidelijk waar de echte prioriteiten van instelingen liggen. Taal, cultuur en religie worden dan vaak als eerste van de agenda geschrapt. Wat maakt het zo verleidelijk om hierin te snijden? Wat zegt dat over de waarde die we hechten aan cultuur en zingeving in onze samenleving?

Buiten de begroting
Een eerste reden is zichtbaarheid en meetbaarheid. Organisaties zoals universiteiten, richten zich vaak op tastbare resultaten zoals opbrengst, studentenaantallen en baangarantie. Cultuur- en religiestudies komen dan bijna automatisch onderaan de lijst te staan. De resultaten die ze leveren, zijn vaak indirect, subjectief en moeilijk te kwantificeren. Gesprekken over de zin van het leven, omgaan met verlieservaringen, of het bijdragen aan vreedzame co-existentie zijn van grote maatschappelijke waarde, maar de impact daarvan is lastig te vertalen naar het format van een jaarverslag. In een cultuur waar ‘evidence-based’ werken en concrete uitkomsten centraal staan, valt cultuur al snel buiten de begroting.
Niet meer van deze tijd
Een tweede oorzaak is toenemend secularisme, met name in West-Europa. Voor veel beleidsmakers zijn religieuze en spirituele thema’s niet direct gerelateerd aan zorg, onderwijs of het bedrijfsleven; ze beschouwen religie als een privézaak. Bovendien heerst er een zekere terughoudendheid om religie een podium te bieden, uit vrees dat dit zou kunnen leiden tot uitsluiting of zelfs polarisatie. Culturele en religieuze uitingen botsen vaak op vooroordelen, zoals de overtuiging dat oude tradities “niet meer van deze tijd” zijn, of zelfs potentieel gevaarlijk.
Ironisch genoeg gaat deze vrees voorbij aan de kracht van cultuur en religie: hun unieke vermogen om mensen samen te brengen. Door religie geen podium meer te geven in de samenleving, worden vooroordelen worden niet langer uitgedaagd, en de negatieve aspecten van religie niet langer kritisch onderzocht. Zo wint religieuze ongeletterdheid terrein, en kan onbegrip tussen verschillende bevolkingsgroepen welig tieren. Een gemiste kans, zeker als je beseft dat religie en cultuur al eeuwenlang functioneren als fundamenten voor veerkracht en identiteit. Studies naar hoe religies in een pluralistische samenleving mensen kunnen verbinden, kunnen juist nu van onschatbare waarde zijn.



Moeilijk meetbare lagen van het mens-zijn
In een tijd waarin snelle resultaten en budgetbeheersing de boventoon voeren, delven zachte waarden zoals cultuur en religie het onderspit, alsof ze geen plaats hebben in de keiharde economische logica. De impact van deze domeinen is echter langdurig en subtiel, en hun rendement is niet direct in geld uit te drukken.
Wanneer we cultuur en religie louter als kostenpost beschouwen, sluiten we onze ogen voor hun unieke kracht om individuen en gemeenschappen te versterken, en duiding te geven aan de meest fundamentele menselijke ervaringen.
Kortzichtig
Volgens klinisch psycholoog Mia Leijssen (KU Leuven) maakt de geestelijke dimensie samen met de fysieke, sociale en psychische dimensie deel uit van het menszijn. Ze zijn als de vier poten van een stoel, en houden elkaar in evenwicht. Het negeren van een essentieel aspect van het menszijn is niet alleen korzichtig, maar kan op de lange termijn leiden tot hogere kosten.
De paradox is dat juist op momenten van bezuinigingen, het verlangen naar cultuur en zingeving vaak sterker tot uiting komt. In tijden van onzekerheid zoeken mensen naar houvast en betekenis, en crisissituaties leiden dikwijls tot een zoektocht naar wat werkelijk van waarde is. Als de menselijke behoefte aan zingeving genegeerd wordt, heeft dat verstrekkende gevolgen. Waar cultuur en religieuze kennis wegvallen, verschraalt de samenleving, maar ook de rijkdom van de menselijke ervaring. Zonder een talig kader, symboliek of rituelen wordt het een hele uitdaging om onze gevoelens en ervaringen te verwoorden. Een collectief gevoel van ontworteling ligt op de loer.
Neem de waarde van cultuur en religie serieus
Uiteindelijk ligt er een verantwoordelijkheid bij beleidsmakers en managers om de waarde van cultuur en religie serieus te nemen. Niet als een luxe, maar als een integraal onderdeel van de zorg en het welzijn van mensen. Het is juist deze waarde die het menselijke hart in organisaties kloppend houdt. Wanneer we rigoureus de bijl zetten in cultuur en religie, ontkennen we een fundamenteel aspect van onszelf: het deel dat zoekt naar betekenis, naar verbinding met anderen en naar antwoorden op vragen die onszelf overstijgen.

De Nederlandse vakbond FNV houdt op 14 november een grote actie tegen onderwijsbezuinigingen. Zowel medewerkers als studenten kunnen in Utrecht hun stem laten horen. Interesse? Aanmelden kan via deze link.

Geef een reactie