Ecologische bekering: van consumeren naar geven

Paus Franciscus schreef in zijn encycliek Laudato Si’:

“Als we ons innerlijk verbonden voelen met alles wat bestaat, zullen soberheid en zorg spontaan ontstaan.” (LS 11)

Die woorden raken volgens Marjolein Tiemens Hulscher, bioloog en oprichter van het initiatief GroenGeloven, aan een essentiële kern. Alles is met alles verweven in een schitterend netwerk van leven.

Al onze daden, onze keuzes en de manier waarop we ons verhouden tot de wereld om ons heen, hebben een impact. Niet alleen op onszelf, maar ook op de natuur en alle schepselen die ons omringen.

Mindset van het geven

De mensheid bevindt zich op een cruciale keerpunt in haar ontwikkeling. Orthodox Patriarch Bartholomeus beschrijft deze transitie als een noodzakelijke verschuiving van consumptie naar offer. Dat gaat verder dan alleen afval scheiden en duurzaam consumeren; het vereist een diepgaande verandering in ons denken. We moeten de stap zetten van nemen naar geven, van wat wij willen naar wat goed is voor de wereld om ons heen.

Foto door Mikhail Nilov op Pexels.com

“De essentie van de crisis is ten diepste een spirituele crisis”, verduidelijkt Tiemens-Hulscher. “De belangrijkste verandering die we moeten aanbrengen is in onszelf, want anders is het alleen maar symptoombestrijding.”

Cultuurbreuk

Om wat voor verandering gaat het precies? Tiemens-Hulscher spreekt van ‘ecologische bekering’, een ommekeer die een cultuurbreuk inhoudt met de huidige consumptiementaliteit.

Daarmee snijdt de biologe een belangrijk punt van weerstand aan. Veel mensen onderschrijven het ideaal van een groenere wereld, maar niet iedereen is enthousiast om zijn levensstijl om te gooien. Duurzaamheidskwesties worden vaak gezien als beperkingen: minder genieten en meer verantwoordelijkheid nemen. Dat is niet bepaald een transitie die hardwerkende mensen opvrolijkt.

Toch kan juist de beweging van consumeren naar geven betekenisvol zijn, benadrukt Tiemens-Hulscher. “Het is deze transitie die ons uitnodigt om belangrijke vragen te stellen. Waarom zijn we hier? Wat betekent het om hier rond te lopen? Hoe kunnen we een wereld creëren die we met liefde doorgeven aan de generaties die na ons komen? Wat verstaan we onder het goede leven?” En, verwijzend naar Laudato Si’ (160): “Wat voor soort wereld willen wij met zorg doorgeven aan hen die na ons zullen komen; aan de kinderen die nu opgroeien?”

Foto door Yan Krukau op Pexels.com

Drieslag van dankbaarheid, verwondering en verbondenheid

Duurzamer leven klinkt prachtig, maar het kan een uitdaging zijn om te weten waar je moet beginnen. Elk duurzaam initiatief verdient een solide fundament, en dat geldt zeker ook voor groene spiritualiteit. Dit pad begint met een verandering van mindset, wat gevoelsmatig een flinke stap kan zijn. Tiemens-Hulscher lanceert een waardevol model dat zich richt op de drieslag van dankbaarheid, verwondering en verbondenheid. Deze drie grondwaarden vormen ook de kern van Laudato Si’, en ze kunnen als handvat dienen om een positieve impact te genereren.

Dankbaarheid

Dankbaarheid betekent het erkennen dat alles om ons heen, inclusief ons eigen leven, een kostbaar geschenk is. In zijn bezinning ‘Van God is de aarde‘ deelt theoloog Eric Borgman de gedachte dat schepping geen eenmalige gebeurtenis is, maar een voortdurend proces. Elke keer opnieuw worden we herinnerd aan Gods onmetelijke goedheid.

Volgens Borgman is de aarde geen tijdelijk geschenk dat we zomaar kunnen gebruiken. Wij, als deel van de schepping, ontvangen het leven van God.

“Als ik dat besef, ervaar ik een diepe dankbaarheid daar onderdeel van te mogen zijn. Die dankbaarheid wil ik uiten door anderen te laten delen in wat mij is toevertrouwd.” – Marjolein Tiemens-Hulscher

Verwondering

Verwondering nodigt ons uit om met een open hart en nieuwe ogen naar de schepping te kijken. Ieder schepsel, of het nu een mens, dier of plant is, draagt een intrinsieke waarde in zich, ongeacht zijn nut voor de mens. Alle levensvormen zijn met elkaar verbonden in een complex web van afhankelijkheid. De onderlinge verbondenheid binnen ons ecosysteem is niet alleen indrukwekkend, maar ook fragiel. Tiemens-Hulscher illustreert deze kwetsbaarheid met het uitsterven van het tijmblauwtje, een bekoorlijk vlindertje, in Zuid-Engeland.

Vlinder

Dat het tijmblauwtje in Zuid-Engeland uitstierf, kwam door de besmettelijke virusziekte myxomatose bij konijnen. Hoe werkte dat? Voor deze ziekte aten de konijnen graag het gras op ongecultiveerde, droge graslanden. Hierdoor bleef het gras kort en warmde de bodem overdag goed op.

Nadat de konijnenpopulatie door een virusepidemie was verminderd, groeide het gras hoger en bleef de bodem koeler. Deze verandering in het microklimaat was dodelijk voor een warmte minnende mierensoort.

Dat werd op zijn beurt het tijmblauwtje fataal. De half-volgroeide larven van het tijmblauwtje worden door deze mierensoort meegevoerd naar hun mierennest. Eenmaal opgenomen in de mierenkolonie worden de rupsjes gevoed en gekoesterd, tot het moment dat zij zich tot prachtige vlinders hebben ontwikkeld. “Konijnen weg, mieren weg, groeiplek voor de rups weg, vlinders weg”, vat Tiemens-Hulscher het proces samen.

Domino-effect

Het voorbeeld van de tijmblauwtjes illustreert het principe van ecologie: alles bestaat in onderlinge afhankelijkheid. Geen plant of dier kan op zichzelf bestaan. Als het met de ene levensvorm niet goed gaat, dan kan dat een domino-effect veroorzaken bij andere levensvormen.

“De onderlinge afhankelijkheid van de schepselen is door God gewild”, licht Tiemens-Hulscher toe. “Geen enkel schepsel heeft aan zichzelf genoeg. De zon en de maan, de ceder en het bloempje, de adelaar en de mus…. Ze bestaan slechts in onderlinge afhankelijkheid om elkaar aan te vullen, ten dienste van elkaar.”

Verbondenheid

Verbondenheid is de derde pilaar. Dat betekent meer dan alleen zorgdragen voor de natuur; het vraagt van ons dat we onszelf weer gaan ervaren als een wezenlijk onderdeel van het grotere geheel. Mensen zijn geen rentmeesters die boven de natuur staan, zoals lang werd gedacht; in plaats daarvan zijn we “bomen onder de bomen”, zoals Borgman het mooi verwoordt. Dat besef vraagt om een warme samenwerking met de aarde, in plaats van een grondhouding van controle en overheersing.

In haar verhelderende boek ‘Groene Theologie‘ belicht theoloog Trees van Montfoort de antropocentrische manier waarop de Bijbel eeuwenlang is gelezen. De ecologische crisis is volgens haar niet primair een milieuramp, maar een crisis van ons wereldbeeld. Een belangrijke oorzaak ligt in het feit dat de mens zichzelf uitriep tot kroon op de schepping, en daarbij vergat dat alle andere levensvormen medebewoners van dezelfde wereld zijn.

Maar is dat ook de weg die de Bijbel noodzakelijk wijst? Van Montfoort bestrijdt dat. Antropocentrisme weerspiegelt toch vooral onze diepgewortelde neiging om onszelf in het middelpunt te plaatsen. De Bijbelse verhalen kunnen ook op een andere manier worden gelezen. Ze bieden prachtige inzichten die ons helpen ons een breder ecologisch perspectief te omarmen. In plaats van de Bijbel te zien als een verhaal tussen God en mensen, kunnen we de Bijbel ook begrijpen als een verhaal van God en heel de wereld. Een voorbeeld is het verbond dat God sloot met Noach. Hij sloot het niet alleen met de mensheid, maar met de volledige planeet Aarde.

De aarde als partner

Het scheppingsverhaal, en in het bijzonder de zevende dag – de Sabbat – houdt de mens een spiegel voor. Het enige wat geheiligd wordt in Genesis 1 en 2 is de rustdag, niet de mens of de schepping zelf. Dat wijst ons erop dat de mens geen heerser is, maar een dienaar van Gods orde. Dat legt ons de vraag voor: welke orde willen we dienen? De orde van kapitalisme en consumentisme, of die van Gods sabbatsorde, waarin zorg, soberheid en rust centraal staan?

Foto door Tima Miroshnichenko op Pexels.com

De weg van de verbinding

Kort samengevat: ecologische bekering gaat verder dan alleen minder consumeren. Het is een oproep om ons wereldbeeld te herzien. Deze boodschap vraagt om het ontwikkelen van een levenshouding die geworteld is in de diepere waarden van dankbaarheid, verwondering en verbondenheid.

Zoals Franciscus het uitdrukte: “Wanneer we ons innerlijk verbonden voelen met alles wat bestaat, zullen soberheid en zorg vanzelf uit ons voortkomen.”

Zonnepanelen, elektrisch rijden en klimaatneutraal wonen zijn prachtig voor degenen die het zich kunnen permitteren, maar de ware revolutie die onze wereld nodig heeft, begint niet bij materieel bezit. Ware verandering begint bij bewustwording. Het is aan ons om de weg van verbinding te kiezen, met toewijding te zorgen voor onze aarde en voor de generaties die na ons komen.

Ware betekenis van het bestaan

We zijn geroepen om niet alleen te nemen, maar vooral ook om te geven. Want in die beweging van het geven ontdekken we de ware betekenis van ons bestaan, evenals de diepgaande vreugde die voortkomt uit het leven in harmonie met de Bron en de schepping.

Marjolein Tiemens-Hulscher (1964) richtte in 2013 GroenGeloven op. Ze studeerde plantenveredeling in Wageningen, is lekenvoorganger in de RK parochie Sint Maarten en voorzitter van de werkgroep Theologie, Kerk en Duurzaamheid, een initiatief van de Raad van Kerken Nederland. Voor meer informatie: www.groengeloven.com.

Meer lezen over ecotheologie?


Comments

Geef een reactie

Ontdek meer van Geworteld Geloven

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder