Deze zondag bevindt zich in een tijd dat de wereld feestviert. Vorige week werden Wereldhumanismedag en de midzomerfeesten gevierd, en vanaf dinsdag zullen miljarden moslims het islamitisch Offerfeest vieren.
Het is opmerkelijk dat de kerk voor een zondag die ingeklemd zit tussen wereldfeesten geen spannende naam heeft bedacht. Op mijn oecumenisch leesrooster staat simpelweg ‘twaalfde zondag door het jaar’. Toch zegt die naam meer dan je misschien zou denken. Het getal twaalf staat in de Bijbel voor volheid. Er zijn twaalf maanden in een jaar, twaalf stammen van Israël, twaalf discipelen van Jezus, twaalf poorten van het nieuwe Jeruzalem.
Voor alles is een tijd
In dat opzicht kun je zeggen dat vandaag de zondag van de volheid aangebroken is. Na een seizoen van inspanning staan we voor ontspanning: de zomervakantieperiode. Scholieren leveren hun boeken in, studenten ontvangen de uitslag van hun examens, vakantiekoffers staan klaar voor de reis. Zelfs het bedrijfsleven schakelt een tandje lager. Dit is een periode om af te kicken van alle adrenaline in je bloed en weer wat ademruimte te krijgen. De maat van het gedane werk is vol.
“Voor alles is een tijd”, zegt Prediker (hoofdstuk 3). In onze prestatiemaatschappij is de balans vaak zoek. Het lijkt alsof er voor sommige dingen helemaal geen tijd is, en voor andere dingen juist altijd tijd. Een voorbeeld? Het is altijd tijd om hard te werken, te presteren en het beste van jezelf te geven. Altijd tijd om jezelf op te offeren, plichtsgetrouw te zijn. Maar wanneer leren we dat het tijd is om lief voor jezelf te zijn, nee te zeggen, voldoende rust te nemen of de smartphone even op stil te zetten?
Op het prikbord van mijn vorige werkgever hing een briefje: “We leggen de lat graag zo hoog mogelijk, want dan kun je er gemakkelijker onderdoor.” Op zich hoeft een hoge lat geen probleem te zijn; het kan geen kwaad om jezelf zo af en toe uit te dagen. Maar als de lat nooit een tandje lager mag, dan hebben we wél een probleem. Veel mensen kampen vandaag met burn-outs, chronische stress of perfectionisme. Weer anderen gaan gebukt onder voortdurende zelfkritiek. Ze hebben het gevoel dat ze nooit genoeg doen, of dat hun inspanningen nooit volstaan – het kan immers altijd beter. En meer.
Zorgen voor anderen begint bij zelfzorg
Voor alles is een tijd – dat geldt met name voor zelfzorg. Enkele maanden geleden gaf ik met mijn collega’s van de pastorale dienst een lezing over spiritualiteit in het ziekenhuis. Er zaten allerlei mensen in de zaal, van artsen tot verpleegkundigen, psychologen en vrijwilligers. Toen het woord ‘zelfzorg’ viel, gebeurde er iets in de zaal. Mensen veerden op in hun stoel, waren plots één en al aandacht. In sommige ogen glinsterde een traan.
Een paar maanden later viel dat woord opnieuw tijdens een training brandveiligheid. Een van de deelnemers was een zeer toegewijde verpleegkundige. Ze zei: “Ik heb toch zo’n moeite met dat je eerst voor jezelf moet zorgen en jezelf in veiligheid moet brengen. Ik vind dat zo egoïstisch.” De brandveiligheidsexpert bevestigde dat juist zorgmedewerkers dat vaak heel moeilijk vinden. Ze hebben voor hun job gekozen om voor anderen te zorgen. “Maar”, zei hij, “om anderen te kunnen redden, moet je eerst jezelf in veiligheid brengen.”
Zorgen voor anderen begint bij zelfzorg. Hoe gemakkelijk gaan we daar niet aan voorbij? Veel mensen geven zich voortdurend leeg. Ze rennen zichzelf voorbij, proberen aan ieder verzoek te voldoen en alle ballen in de lucht te houden. Totdat.. ze opbranden en niets meer te geven hebben. Het batterijtje is leeg.
Kom tot Mij
Wat een verademing is dan de boodschap van Jezus in het Mattheüsevangelie: “Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” (Mattheüs 11:28) Jezus beperkte zich niet alleen tot woorden, Hij voegde ook zelf de daad bij het woord. In de evangeliën zien we voortdurend dat Jezus de mensenmenigten achter zich laat om de stilte op te zoeken, zodat Hij tijd door kan brengen in Gods aanwezigheid, hernieuwde rust kan vinden en inspiratie kan opdoen.
“Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” Die oproep van Jezus in het Mattheüsevangelie is een uitnodiging om te komen zoals we zijn, met alle dingen die we misschien liever zouden verbergen: onze slapeloze nachten, onze stress en zorgen, ons verdriet, onze misstappen, schaamte en desillusie. Jezus zegt: “Kom tot Mij, en breng die dingen naar het altaar.”
Jezus gaat zelfs nog een stap verder. Hij nodigt ons niet alleen uit om onze vermoeidheid en lasten aan Hem over te geven; Hij belooft ook dat we daarvoor beloond zullen worden. “Kom tot Mij allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal U rust geven.” We zien hier een drievoudig principe: kom, laat los en ontvang. Dat is zelfzorg in een notendop.
Heb jezelf lief
Geven vanuit een leeg hart – wie heeft daar geen ervaring mee? We maken overuren om dingen af te ronden, gaan door zelfs als het batterijtje leeg is, zeggen ja tegen dingen waar we eigenlijk nee tegen zouden moeten zeggen. En we noemen dat altruïsme of opofferingsgezindheid. Heel nobel allemaal. Maar is dat ook wat God van ons verlangt?
Als de farizeeën Jezus vragen naar het grootste gebod in de joodse wet, antwoordt Jezus: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.” (Mattheüs 22:34-40)
Heb je naaste lief zoals jezelf. Het staat er zwart-op-wit en wordt in de Bijbel nog vele malen aangehaald. Een duidelijke boodschap, maar dikwijls vergeten we het tweede deel van de zin: heb jezelf lief. Terwijl het om een wederkerig principe gaat: om je naaste lief te kunnen hebben, moet je ook jezelf liefhebben. Die twee horen samen, het één kan niet zonder het ander.
Kwetsbare kelken
Zelfzorg, dat is ook goed voor je lichaam zorgen. De apostel Paulus beschrijft ons lichaam als kwetsbaar aardewerk, ontworpen om te worden gevuld met de overweldigende kracht van Gods Geest. (2 Kor. 4:7) Maar dat is allerminst vanzelfsprekend. In de gebroken wereld waarin we leven, worden we voortdurend geconfronteerd met allerlei negativiteit, stress, zorgen, leed en doemdenken. Ook die dingen kunnen we in dat aardewerken vat werpen. Als je dat maandenlang doet, kom je op een dag op een punt dat de kelk helemaal vol zit, en er geen plaats meer over is voor Gods kracht en liefde.
Dat is waarom Jezus zegt: “Kom tot Mij. Geef die last over aan Mij, laat het er maar uitstromen. Want Ik ben gekomen om al jouw lasten te dragen; Ik vang alle tranen van de wereld op in een kelk die geen bodem kent. En dan kan Ik je weer vullen met Mijn Geest en Mijn vrede.”
Zo’n ‘zondag van de volheid’, eigenlijk moesten we die een ereplekje geven. Want dit is een tijd om onze volle rugzak even op de grond te zetten en te zeggen: “Het is genoeg, de maat is vol.” Dit is de tijd om de mallemolen voor even tot stilstand te brengen; een tijd om te genieten, te reflecteren, samen te zijn met je geliefden en weer door frisse ogen naar het leven te kijken. En bovenal is dit een tijd om terug te gaan naar de Bron van alle leven. Zodat dat lege kannetje weer gevuld kan worden. Want alleen dan hebben we deze wereld werkelijk iets te schenken.
Geniet van een verkwikkende zomerperiode en zorg goed voor jezelf 💚

Dit is de preektekst van zondag 25 juni 2023 in de Protestantse Kerk van Denderleeuw.

Geef een reactie