Een wereld voorbij #metoo

De hetze tegen de Nederlandse tv-coryfee Johan Derksen markeert een nieuw tijdperk. De tijd dat besnorde heren 800.000 euro per seizoen kregen uitgekeerd om het volk wat te amuseren, en intussen konden doen wat ze willen, is overduidelijk voorbij. Terecht, want waar vrouwen niet langer als mens, maar als object worden benaderd, vallen er scherven. Toch mogen we niet vergeten dat niet alleen vrouwen worden geobjectiveerd. In het kader van #metoo klinken vele verhalen, ik zal daar het mijne aan toevoegen.

Donderdagavond. Op de faculteit kun je een speld horen vallen. De studenten zijn al weg en ook de professoren hebben het pand verlaten. Zelf blijf ik nog even, zodat ik in alle rust een deadline voor mijn werk kan halen. Terwijl ik zit te typen, zie ik uit mijn ooghoek een schim langs de ramen dralen. Dan hoor ik de deur opengaan.

Wifi-code

Een man staart me aan vanuit de deuropening. Ik schat hem ongeveer 40 jaar. Hij lijkt te aarzelen, alsof hij ergens naar op zoek is. IJlings gaan mijn gedachten: is dit een student? Spreekt hij Nederlands, Frans of Farsi? En waar kan ik hem mee helpen, wat zoekt hij precies?

“Hallo”, groet de man. “Is hier wifi?” “Daar, aan de muur”, wijs ik. Boven de projectieapparatuur hangt een code. Hij lijkt het niet te begrijpen. “Wat is het netwerk en wat is de code?” Ik sta op, wijs alles aan en leg hem uit hoe het werkt.

De man gaat zitten, pakt zijn smartphone en begint wat te tokkelen. Schijnbaar zonder veel succes; of ik niet even kan komen om hem terzijde te staan. Maar ik heb geen tijd, ik moet mijn deadline halen. “Als deze code niet werkt”, zeg ik, “dan moet je even naar het kantoor hiernaast lopen en om hulp vragen.” Waarom ik dat zeg weet ik niet; ik weet immers dondersgoed dat daar niemand zit.

Plots legt de man zijn smartphone op tafel en kijkt mij aan. “Waar woon jij?” De vraag verrast me. Waarom wil hij dat weten? Hij is duidelijk geen student, dus wat zoekt hij hier eigenlijk? Ik haal even diep adem en antwoord dan resoluut: “Ik verstrek geen privé-informatie”.

Sorry, stamelt de man, duidelijk uit het lood geslagen door mijn kordate toon. Het telefoontje rust weer in zijn hand, zie ik inmiddels. Even zit hij gedachteloos te tokkelen, dan probeert hij het opnieuw: “Wat ben jij; student? Of werk jij hier?” Ik leg mijn vinger tegen mijn lippen. Typ verder.

Foto door ANTONI SHKRABA production op Pexels.com

Vreemde handen

“Sorry”, klinkt het zacht mompelend. Geruisloos staat de man op en verlaat de kamer. Dan pas dringt het besef door hoe kwetsbaar ik was, als vrouw alleen. Mijn gedachten gaan terug naar de dag dat ik in Parijs samen met een vriendin de deur van een hotelkamer barricadeerde. Zestien waren we. We hadden zowel meubels als onze lichamen opgeworpen in de strijd tegen onze achtervolgers; mannen die hun zinnen op ons hadden gezet. De deur piepte en kraakte onder al het geweld, terwijl de muren leken te zwijgen. Ook later zouden er nog mannen komen die probeerden een deur te forceren. En ook dan zwegen de muren.

“Als een meisje misschien zegt, betekent dat ja, en als ze nee zegt, betekent dat misschien”, maakten jongens elkaar wijs. Bij wijze van weerwoord ging ik op judo, volgde lessen zelfverdediging, kocht een racefiets, hees met fitness vele kilo’s de lucht in, liep een halve marathon en leerde me te verweren. Daar waar anderen ontbreken om je te beschermen, zijn snelheid en kracht je grootste vriend, leerde ik al vroeg.

Toxische mannelijkheid

Waar vrouwen van mijn generatie zwegen en in stilte en schaamte ons kruis droegen, komen de verhalen dankzij #metoo vandaag naar de oppervlakte. Onze dochters en nichtjes pikken het niet langer. Met een ongekende heftigheid worden overtreders als Johan Derksen of Bart De Pauw aan de schandpaal genageld. Terecht, want waar vrouwen niet langer als mens, maar als object worden benaderd, vallen er scherven. Toxische mannelijkheid – de term zegt het al – is een sluipend gif in de samenleving.

Tegelijk is er iets dat me niet loslaat. Naar aanleiding van zijn boek Ik weiger te haten verwijst Geert Vervaele in Tertio naar het Bijbelse verhaal over Kaïn, die gedreven door woede en afgunst zijn broer Abel vermoordde. “God heeft er niets op tegen als we kwaad zijn”, stelt Vervaele, “maar let op wat die gevoelens met jou doen. Als je in het trauma blijft hangen, loop je het risico zelf dader te worden”.

Niet alleen vrouwen worden geobjectiveerd

Toen de vreemdeling in het faculteitsgebouw geïnteresseerd bleek in meer dan wifi, zag ik in hem een potentiële vijand. Een roofdier op zoek naar een prooi. Daarom stelde ik alles in het werk om de deur te barricaderen. Met succes, hij droop af. Net zoals de mannen in Parijs hadden gedaan. Zij vloekten, wij haalden opgelucht adem.

Maar wat als hij helemaal geen roofdier was? Wat als hij slechts een eenzame voorbijganger was, op zoek naar wat warmte, aanspraak en een kop koffie? Dan is hij donderdag tegen een pijnlijk dichte deur aan geknald. Niet alleen vrouwen worden geobjectiveerd. Als je als vrouw maar lang genoeg zelf als object behandeld bent, ga je op den duur anderen objectiveren. Zou het niet bevrijdend zijn als we niet primair man of vrouw, maar bovenal samen mens konden zijn?

Doe mij maar een wereld voorbij #metoo.

Foto door fauxels op Pexels.com

Vandaag bid ik voor de elite

“Ze rijden rond in BMW’s die ze van pappie en mammie hebben gekregen. Hun toon is pedant, hun gedrag verwend, ze denken dat ze straffeloos door het leven kunnen gaan en cultiveren daarom hun baldadige agressie. Ook vinden ze buitenlanders minderwaardige sujetten en zijn ze tot op het bot seksistisch.” Zo beschrijft de Volkskrant de leden van studentenclub Reuzegom in een recensie van het boek Sanda Dia. De Doop die leidde tot de dood. Pieter Huyberechts schreef het naar aanleiding van de dood van Sanda Dia.

Erik Buys

Enkele jaren geleden stelde een jongeman mij de vraag of ik “nog altijd met Jezus” bezig was. De jongeman in kwestie beantwoordde aan de beschrijving van de Reuzegom-leden door de Volkskrant, hoewel hij – voor zover ik weet althans – nooit tot die studentenclub heeft behoord. Niettemin was zijn houding tegenover mij en leerkrachten in het algemeen tekenend voor de mentaliteit van zijn familie en vrienden. De keuze voor beroepen of bezigheden die geen grote rijkdom en macht opleveren, verdient volgens hen vooral meewarige minachting.

Wereldbeeld

De Reuzegom-leden kunnen zich wellicht keurig, voornaam en vriendelijk gedragen; opgekuist, welopgevoed en beleefd – weliswaar binnen een snobistisch milieu. Het gaat dan ook over meer dan “normen en waarden” bij de gewelddadige ontgroeningscultuur van Reuzegom. Het gaat over het wereldbeeld en de levensvisie die ten grondslag liggen aan die cultuur. Als vanuit die context op een honende manier de vraag wordt gesteld naar de zin van bijvoorbeeld het “bezig zijn met Jezus”, dan leg ik graag de volgende reflectie voor.

Een en al liefde

Laat je je liever inspireren door een “over lijken gaand” leven dat rijkdom, macht, aanzien en genot tot doel heeft, of door een leven dat zodanig vrij is van de verslaving aan rijkdom, macht, aanzien en genot dat het één en al liefde kan zijn? Wie vanuit liefde leeft, gebruikt rijkdom en macht hoogstens als middelen om mensen tot leven te laten komen, en beschouwt aanzien en genot als mogelijke, maar niet noodzakelijke gevolgen van zijn handelen. Wie daarentegen leeft in functie van rijkdom, macht, aanzien en genot ontneemt vroeg of laat anderen en zichzelf de ruimte om volwaardig te leven.

Mensen kruisigen

Sommigen leggen zich toe op het kruisigen van anderen. Ze pesten graag. Vaak doen ze dat angstvallig om zelf niet te worden gepest, maar niet altijd: “Handjes kappen, de Congo is van ons”, zongen de Reuzegom-leden eens in het bijzijn van een zwarte, compleet onmachtige bedelaar. Ze vonden dat waarschijnlijk zeer heldhaftig van zichzelf.

Anderen weigeren om mensen te kruisigen. Ze weigeren zowel anderen als zichzelf op te offeren aan sociaal prestige. Ze komen op voor wie wordt gepest, ook al lopen ze daardoor het risico om zelf te worden gepest (of gekruisigd).

Pronken met diploma’s

Sommigen leggen zich toe op het pronken met diploma’s en rijkdom die ze eigenlijk niet zelf hebben verworven, hoewel ze doen alsof dat wel het geval is. Zonder een bataljon aan duur betaalde studiebureaus, mentoren en bijlessen was het hen niet of nauwelijks gelukt. Het belet hen niet om de mond vol te hebben van “meritocratie” en van de gedachte dat wie arm is het aan zichzelf te wijten heeft.

Anderen behalen diploma’s vanuit een oprechte interesse in mens en wereld, los van de vraag hoeveel rijkdom en prestige dat eventueel oplevert.

Creativiteit

Sommigen beschouwen het urineren op dronken gevoerde medemensen, hen laten verkleumen in een put, hen levende dieren laten eten (zoals muizen en vissen) en hen vergiftigen als een grandioze uiting van creativiteit en vriendschap.

Anderen beschouwen sport, architectuur, theater, film, muziek, schilderkunst en allerlei contemplatieve bezigheden met en voor anderen als de creatieve vrijplaatsen waarin de mens relationeel tot zichzelf kan komen.

Inzicht en wijsheid

Sommigen doen niets voor niets. Ze studeren zonder inzicht en wijsheid te verwerven, louter in functie van het veronderstelde sociale prestige dat hun beoogde beroep dient op te leveren – om later te ontdekken dat een desinteresse in de wereld het leven, ondanks alle materiële rijkdom, leeg en saai maakt. Ze scheppen een sadistisch genot in het kunnen domineren van anderen. Schoonheid herleiden ze tot de waan, de mode en het design van de dag – om eeuwig vergankelijk hip te zijn.

Anderen vinden een duurzame, troostende vreugde in een oprechte interesse voor wat waar, goed en mooi is. Ze gaan te rade bij de grote denkers en wetenschappers, en ontwikkelen ook zelf een interesse in de werkelijkheid omwille van de werkelijkheid zelf (en niet omwille van een of ander “nut”). Ze zijn vrij genoeg om op een vruchtbare manier met allerlei levensbeschouwelijke tradities aan de slag te gaan. Ze vinden vreugde in de zorg om medemensen. Ze leren geduldig te genieten van de grote “kunstenaars” (van topsporters tot poëten).

Geloven in sprookjes

De eerste groep noemt zichzelf “elite”. De tweede groep is te veel bezig met voluit te genieten van het leven om wakker te liggen van wat het betekent om tot een wereldvreemde elite te behoren.

Vandaag bid ik voor die “elite”: dat ze uit de cocon van haar narcisme mag breken en liefde mag ontdekken. Dat haar leden de realiteit van wie ze zijn uiteindelijk kunnen aanvaarden. Dat ze niet langer geloven in de sprookjes omtrent zichzelf en het leven – alsof het leven onderworpen zou zijn aan de wetmatigheden van het geweld; je hebt als mens de vrijheid om ook een andere keuze te maken.

Vandaag bid ik voor Sanda Dia, en voor onszelf. Dat zijn dood niet tevergeefs mag zijn. Dat we ons allemaal mogen bekeren tot een levenswijze waarin we, samen met anderen, tot leven kunnen komen. Dat we elkaar het leven kunnen geven in plaats van het van elkaar te ontnemen.

“In deze tijd nog?”

“Ja, ja, in deze tijd nog, nog meer dan ooit…”

Sanda Dia

Dit blogartikel werd geschreven door religiewetenschapper Erik Buys, werkzaam bij het Sint-Jozefscollege in Aalst en bestuurslid van The Colloquium on Violence and Religion (COV&R)

Leren van ouderen

Al bij de deur van het woonzorgcentrum stond de oude man te wachten. ‘Bent u er nu pas?’, gromde hij, steunend op zijn rollator. Hij loodste me mee naar een vergaderkamer. Na wat koetjes en kalfjes kwam het hoge woord eruit: hij overwoog euthanasie, of meer nog: de formulieren lagen ingevuld klaar.

Vierentachtig was hij, en broos en breekbaar. Maar wie voorbij de rimpels en de grijze haren keek, zag een glimp van de vroegere mens. De activist die zich onvermoeibaar had ingezet voor de vredesbeweging, de jongeman die zijn geliefde ten huwelijk vroeg, de vader die zijn pasgeboren kind in zijn armen hield. Liefgehad had hij, maar ook fouten gemaakt. Vandaag was zijn bestaan versmald tot het ritme van het tehuis: opstaan, wassen, pillen, eten. ‘Ik ben een kostenpost geworden voor de maatschappij’, zei de man.

Levenswijsheid

Een bekend spreekwoord zegt dat je de beschaving van een volk kunt afmeten aan hoe het met zijn jongsten en oudsten omgaat. In veel culturen brengen ouderen hun laatste levensdagen door op pleinen in de zon, of omringd door hun familie. Ze geven hun levenswijsheid door aan volgende generaties. En het contact met jongeren houdt ze jong van geest.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Dor hout

Zo niet in West-Europa, waar de generaties nagenoeg in gescheiden werelden leven. De kloof tussen jong en oud is door de coronacrisis alleen maar verder gegroeid. De Nederlandse schrijfster Marianne Zwagerman schreef aan het begin van de crisis een column waarin ze ouderen ‘het dorre hout van de samenleving’ noemde. Ze vergat dat ook zij niet voor eeuwig een soepel twijgje zal zijn.

Voor bijna iedereen komt er een dag waarop de jaren gaan tellen. Hebben we pech, dan slijten we die in eenzaamheid, snakkend naar een goed gesprek. Dan krijgen we wegens tijdgebrek een luier om en voelen we ons niet langer een mens, maar een kostenpost.

#Fuckingeenzaam

‘In onze snel vooruitgaande samenleving blijken ouderen veel moeite te hebben om de pas bij te houden’, constateert student Redmer Stamhuis uit Leeuwarden. ‘Ze worden steeds meer vergeten en gezien als een last. Wij komen allemaal net uit de quarantaine en velen van ons voelden zich toen ook erg eenzaam. Als wij blijven denken aan onze ouderen en de afstand proberen te overbruggen kunnen we juist veel van ze leren.’

Samen met enkele medestudenten van de Academie voor Popcultuur in Leeuwarden ontwikkelde hij de animatievideo #fuckingeenzaam om studenten te attenderen op het probleem. In Doesburg onstond in de kelder van complex Grotenhuys timmerwerkplaats Houtdoe, waar vijftigplussers zich creatief kunnen uitleven. En in Amsterdam gingen oud en jong vorige maand samen op speeddate in hotel Krasnapolsky. ‘Ik denk dat het voor beiden goed is om contact te hebben. Het houdt ons beiden fris’, getuigde een vrouw op leeftijd.

Van grote waarde

Goddank dringt steeds meer het besef door dat het anders kan en moet. Ouderen met hun levenswijsheid en verhalen zijn van grote waarde voor de maatschappij. De oude Antwerpenaar had maar een uurtje onverdeelde aandacht nodig om de zon weer te zien schijnen. Bij ons afscheid glansden zijn ogen, de ineengedoken gestalte richtte zich op. Een mens was wonderwel opnieuw tot leven gekomen.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Deze column verscheen in het Nederlands Dagblad van 20 april 2022.

Van lafhartigheid naar heldenmoed

In een cultuur waar positiviteit centraal staat, is lafheid een beetje taboe. “Geloof in jezelf en alles is mogelijk”, scanderen de predikers van de law of attraction op YouTube. Wie heeft nog de moed om toe te geven dat hij (of zij) af en toe een beetje laf is? Toch hoort lafhartigheid bij het menszijn. Zelfs Jezus kende, toen hij wist welk lot Hem te wachten stond, een moment van vrees. Maar juist door Zijn angsten onder ogen te zien, kon Hij een moedige beslissing nemen.

Lafhartigheid – of lafheid – kan verlammend werken. Volgens het woordenboek duidt het woord “lafheid” op de neiging om keuzes te maken die van weinig moed getuigen. Heb jij daar ook weleens last van? Dan ervaar je in je dagelijks leven misschien deze gevolgen:

  • Je wordt geplaagd door gedachten als: “Had ik maar…”
  • Je durft niet duidelijk voor je mening uit te komen
  • Je probeert iedereen te vriend te houden
  • Je twijfelt om je mond open te doen uit angst iets verkeerds te zeggen
  • Je vertoont uitstelgedrag of vindt het moeilijk tot actie over te gaan
  • Je past je aan aan je omgeving
  • Je doet soms dingen waar je niet achter staat
  • Je vraagt je vaak af: “wat zullen de mensen ervan denken?”

Doe maar normaal

Wat is de oorzaak van lafheid? Allereerst kan het te maken hebben met ons karakter. Ben je van nature een bedachtzaam mens, dan is dat een krachtige eigenschap. Maar soms kun je doorschieten in je schaduwzone: lafhartigheid. Dat is wanneer je niet meer in je kracht staat, maar stress en vrees de overhand krijgen.

Lafhartigheid kan evenzeer worden aangemoedigd door onze omgeving. Door perfectionistische ouders of leerkrachten, als je veel kritiek hebt gekregen, als er voortdurend druk op je wordt uitgeoefend of als je je staande moet zien te houden in een zeer veeleisende, onpersoonlijke en competitieve werkomgeving. In zulke situaties denk je wel drie keer na voordat je je mond opendoet.

Jammer, want lafhartigheid heeft grote gevolgen. Het belangrijkste is dat je meestal niet het leven leidt dat je zou willen leiden; dat je niet de keuzes maakt die je zou willen maken. Het is net alsof iets onzichtbaars je tegenhoudt. Dat zwarte engeltje op je linkerschouder, dat je influistert: “Doe maar normaal. Wat zouden de mensen ervan denken?” Of: “Dat idee is niet realistisch. Als je daarmee komt, verklaart iedereen je voor gek”.

Kracht, liefde en bezonnenheid

Lafhartigheid belet je te dromen, ze belemmert je een visionair te zijn. Het gevolg van het luisteren naar dat ontmoedigende stemmetje is dat alles bij het oude blijft. Ook de apostel Paulus had er vermoedelijk mee te maken. In zijn tweede brief aan Timotheüs schrijft hij het volgende:

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Schaam je er dus niet voor om van onze Heer te getuigen; schaam je ook niet voor mij, die omwille van hem gevangenzit, maar deel in het lijden voor het evangelie, met de kracht die God je geeft.

2 Timotheüs 1:7-8

Hij spreekt over een geest van lafhartigheid (pneuma deilias). Het Griekse woord pneuma betekent wind, adem of geest. Het komt 383 keer voor in de Bijbel. Meestal verwijst het naar de heilige Geest van God, maar soms ook naar onreine geesten. Met andere woorden: geesten die tegengesteld zijn aan de heilige Geest, zoals lafhartigheid tegengesteld is aan moed.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Bijbelse bezonnenheid

Betekent dat dat het verkeerd is om vrees te voelen? Of om een voorzichtig type te zijn dat niet roekeloos het roer omgooit? Integendeel!

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

Tegenover de lafhartigheid staan de eigenschappen kracht, liefde en en bezonnenheid. Het Griekse woord sōphronismou dat voor “bezonnenheid” is gebruikt, staat voor zelfbeheersing, discipline en voorzichtigheid. Dat duidt dus op een houding van doordacht en weloverwogen handelen. Om een klein misverstand uit de weg te ruimen:

  • Roekeloosheid is niet te verwarren met moed.
  • Bezonnenheid staat niet gelijk aan lafhartigheid.

Het wezenlijke verschil tussen bezonnenheid en lafhartigheid is dat lafheid wordt ingegeven door angst. Maar de bezonnenheid waar Paulus over spreekt, gaat samen met kracht en liefde. In het aloude spreekwoord “bezint eer ge begint” schuilt dus een diepe wijsheid. Sta je voor een beslissende stap in je leven? Stel jezelf eens de volgende drie vragen:

  • Is dit een wijze beslissing die bijdraagt aan het algeheel welzijn?
  • Sta ik sterk; ben ik gegrondvest in Gods Woord en in Zijn liefde?
  • Handel ik uit liefde voor God, voor mijn naasten en voor mezelf?

Witte Donderdag

Vandaag, op Witte Donderdag, gedenken we een klassiek verhaal van heldenmoed. Tijdens het Laatste Avondmaal deelde Jezus het brood en de wijn met Zijn discipelen, wetende wat voor lot Hem te wachten stond. En zelfs al wist Hij dat degene die Hem uiteindelijk zou overleveren, met Hem aan tafel zat.

Jezus had kunnen vluchten of vechten, maar Hij verkoos niet toe te geven aan de lafhartigheid. Jezus nam het moedige besluit Zijn kruis te dragen, uit liefde voor ons. Die bevrijdende Liefde mag ook vandaag voor jou en mij een bron van inspiratie zijn.

Een inspirerende Witte Donderdag!

Foto door Lukas op Pexels.com

Aanstekelijke vreugde

Heilige Maandag is de dag na Palmzondag. Vandaag gedenken we dat de Farizeeën Jezus opdroegen om de vreugdevolle lofzangen van de menigte tot zwijgen te brengen.

Toen hij op het punt stond de Olijfberg af te dalen, begon de hele groep leerlingen vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien. Ze riepen: “Gezegend hij die komt als Koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!” Enkele Farizeeën zeiden tegen Jezus: “Meester, berisp uw leerlingen”. Maar hij antwoordde: “Ik zeg u, als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen”.

Lucas 19:37-40

Toen de leerlingen Jezus zagen aankomen, werd hun hart bevangen door vreugde. Daar zagen ze hun Messias, hun Verlosser, hun hoop. Wie kent niet dat gevoel, dat je hart uitbarst in vreugde? Dat je zo blij bent dat je bijna niet kunt zwijgen? Dat kan gebeuren als je de loterij hebt gewonnen, maar ook als je goed nieuws hebt gekregen, of als je verliefd bent op iemand die jou ook ziet staan. Op zulke momenten is het even alsof de wereld met al haar zorgen ophoudt te bestaan. Je wilt dansen, je wilt zingen.

Appeltjesgroen

Ineke Amersfoort uit Den Helder haalde de kranten in Nederland nadat ze haar huis appeltjesgroen had geschilderd. Te uitbundig, vond de gemeente, en zelfs de Hoge Raad meende dat het wel iets minder mocht. Na een jarenlange juridische strijd nam Amersfoort noodgedwongen de kwast ter hand. Vanaf medio augustus 2021 is haar huis nog altijd appeltjesgroen, maar nu een tintje lichter. “Het mocht niet zo fel zijn, want dat weerkaatste zo bij de buurman”, zegt ze daarover.

Het huis van Ineke Amersfoort in Den Helder in de nieuwe kleur appeltjesgroen.

Het huis van Amersfoort mocht er vooral niet teveel uitspringen. Haar felgroene gevel was een doorn in de ogen van haar buren, die vonden dat ze zich moest aanpassen aan de norm. Omwonenden vreesden voor de waarde van hun huis, voor de uitstraling van de straat of ze stoorden zich aan de opvallende kleur.

De orde doorbroken

De zaak in Den Helder maakt duidelijk hoezeer mensen kunnen hechten aan uniformiteit en voorspelbaarheid. Vaak worden ze zich past bewust van de gangbare orde als die wordt doorbroken. Dan beginnen mensen te protesteren. De Farizeeën doen dat ook. Ze vinden dat de leerlingen van Jezus zich moeten aanpassen. Dat luide geroep en geschreeuw, dat gaat te ver. Zo de aandacht op jezelf vestigen in het openbaar is onbeschaafd, vinden ze; als je wilt schreeuwen, dan doe je dat maar thuis.

Maar Jezus reageert anders dan ze hadden gehoopt. In plaats van zijn leerlingen te berispen, zegt hij dat als zij het niet zouden uitschreeuwen van vreugde, de stenen dat zouden doen. Net zoals de bakstenen van dat appeltjesgroene huis in Den Helder. Daarmee doorbreekt Jezus niet alleen de oude norm, maar stelt hij een nieuwe. Pas je niet aan aan de grauwheid van deze wereld, maar verheug je! Spring eens uit de band, want de Koning is gekomen!

Vreugde kan aanstekelijk zijn, en deze wereld heeft het nodig. Hoeveel mensen gaan er niet terneergedrukt door het leven? Vreugde is positieve energie. Het straalt af op anderen. Een blijmoedig geloof is als zuurstof voor de wereld. En Jezus? Die kon dat alleen maar toejuichen. Zo geeft ook de apostel Paulus ons vandaag mee:

Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

Filippenzen 4:4-7

Pas je niet aan aan een sombere wereld, maar laat de vreugde van de Heer je kracht zijn!

Foto door Jill Wellington op Pexels.com

Palmpasen

Met Palmpasen vieren christenen de intocht van Jezus in Jeruzalem. Lucas 19, 29-40 wordt vaak gelezen als een schattig Bijbelverhaal, waarin Jezus op een ezeltje rijdt en iedereen met palmtakken zwaait. Maar dat verandert als we het verhaal zouden vertalen naar de nieuwe tijd. Dan wordt het ineens een vreemde en opmerkelijke vertelling, die diepgaand aan het denken zet.

Aan de voet van de Olijfberg lagen in de tijd van Jezus twee dorpen: Bethfagé en Bethany. De betekenis van de naam van die dorpen belooft weinig goeds: Bethfagé betekent “huis van onrijpe vijgen”; Bethany staat voor “huis van ellende”.

Als Jezus en Zijn discipelen die dorpen bereiken, zegt Hij tegen Zijn discipelen: “Ga erheen, je zult er een vastgebonden veulen vinden op wie nog nooit iemand gezeten heeft”. Een maagdelijk rijdier, zeker in de huizen van onrijpe vijgen en van ellende is dat geen vanzelfsprekend bezit.

Sint-Joost-ten-Node

Hebben we in België misschien ook zo’n “huis van ellende”? Statistisch gezien komt Sint-Joost-ten-Node het meest in de buurt. Dat dorp – de kleinste en meest dichtbevolkte gemeente van België – scoort nummer één op de ranglijst van armste gemeenten. Nog net geen kwart van de belastingplichtigen declareert er nul als belastbaar inkomen en slechts 3 procent meer dan 50.000 euro. [1]

Foto door Nordic Overdrive op Pexels.com

Stel nu dat Jezus tegen Zijn discipelen zegt: “Ga naar Sint-Joost-ten-Node, je zult daar een cabrio aantreffen waar nog nooit iemand in gereden heeft”. De leerlingen gaan op weg en wonderwel zien ze de auto staan. Er staan nul kilometers op de teller en de wagen staat op de handrem, maar de sleutels steken in het slot. Alsof die auto op hen heeft staan wachten.

Zijn woorden weerkaatsen in hun binnenste: “Maak het los en  breng het. En als iemand jullie vraagt: ‘Waarom maak je het los?’ Dan zeg je: ‘Omdat de Heer het zelf nodig heeft’”. (Omdat de Heer er zelf zaken mee behoeft te doen, staat er eigenlijk in de Griekse grondtekst)

Juist als de leerlingen plaatsnemen en de sleutel in het slot willen omdraaien, zien ze de eigenaar van de auto aankomen. “Wat doen jullie daar?” vraagt hij. “Waarom starten jullie mijn auto?” De mannen antwoorden: “De Eigenaar heeft hem nodig”.  

Peperduur horloge

Het voorval roept herinneringen op aan een recent incident waarbij de Vlaamse bouwpromotor Bart Versluys werd overvallen door twee mannen. Ze ontworstelden hem zijn horloge, een peperdure Richard Mille van 350.000 euro. Wat gebeurt er dan? Er wordt geld uitgeloofd voor de beslissende tip. De politie komt in actie, camerabeelden worden bekeken. Versluys geeft strijdvaardig te kennen dat hij nooit zal buigen voor “zulk gespuis” en peperdure horloges zal blijven dragen.

De discipelen gebruikten geen pepperspray. Al evenmin vermeldt de tekst iets over een vechtpartij of zelfs maar over een woordenwisseling. Nee, de tactiek is simpel: “De Heer heeft het nodig”. Zijn ze er meteen mee weg? Probeert de eigenaar hen nog tegen te houden? Kijkt hij gelaten toe hoe zijn geliefde vervoermiddel in de verte verdwijnt? Of voelt hij zich vereerd? We zullen het vermoedelijk nooit weten, want de tekst zegt er niets over.

Separatisten

Het voertuig wordt voorgereden tot bij Jezus. De bijrijder stapt uit, opent het portier en de leerlingen bedekken Zijn zetel met de colberts van hun kostuum, zodat Jezus wat zachter kan zitten. Terwijl de auto zijn weg vervolgt, spreidden de discipelen hun colberts, mantels en jassen uit over het wegdek.

In de verte ziet een menigte Hem al aankomen en begint met luide stem God te prijzen voor alle machtige werken die zij hebben gezien. “Gezegend is de Koning die komt in de Naam van de Heer, vrede in de hemel en glorie in het allerhoogste!”, scanderen ze.

Maar tussen de menigte staan ook wat Farizeeërs. Pharisee is afgeleid van het Aramese woord peras, wat verdelen en scheiden betekent. Sommige Bijbelcommentaren stellen dat de Farizeeërs separatisten waren. Ze zorgden voor maatschappelijke polarisering, maar zagen dat zelf anders: zij beschouwden zichzelf als een bevoorrechte elite die zich had afgescheiden van de zonde. En dus zeggen ze tegen Jezus: “Leraar (meester), berisp uw discipelen!”

  • De discipelen noemen Jezus Koning die komt in de Naam van de Heer, en ze loven Hem.
  • De Farizeeën noemen Jezus leraar, en ze geven hem orders.

Dat toont meteen al dat hier sprake is van een verschil in visie. De discipelen ontwaren iets goddelijks in Jezus, ze erkennen Hem als een gezondene. De Farizeeën zien Hem als niet meer dan een leraar, en ze menen op gelijke voet te staan. Mogelijk vinden ze al die ophef zelfs wat overdreven. Zijn ze afgunstig? Ook zij weten immers veel over de Thora, en moet je zien wat voor eer Hij krijgt! Het mooiste vervoermiddel wordt voor Hem geregeld, iedereen spreidt de duurste jassen uit over de grond en wat een lof wordt Hem toegezwaaid. Die man lijkt warempel God wel!

Hoeksteen

Maar in plaats van zich tot Zijn leerlingen te richten, richt Jezus zich tot hen.  Tot de Farizeeën. “Ik zeg je dat als zij hun mond zouden houden, de stenen het zouden uitschreeuwen!”, antwoordt Hij. De stenen schreeuwen het uit, omdat ze weten wie hun hoeksteen is: de steen die door de bouwlieden werd afgekeurd.

Als ze Hem zien, dan ontspringt in hun hart een diepe vreugde. Ze kunnen zich niet langer inhouden, want daar nadert hun Koning, hun Heer.. Jezus! Ze loven God,  omdat ze voelen dat in en door Hem, de Schepper van hemel en aarde hen nabij is.

Die vreugde wordt door de Farizeeën niet gedeeld. Zij bekijken de situatie vanuit een totaal ander perspectief. Dat brengt ons bij twee verschillende manieren waarop je kunt kijken naar dit verhaal.

  • Door natuurlijke ogen. Nabij de Olijfberg stuurde Jezus twee handlangers erop uit om in een naburig dorp een vervoersmiddel te ontvreemden. In dat gestolen vervoersmiddel rijdt hij nu richting Jeruzalem. Tijdens zijn rit liet hij zich omringen door neergeworpen jassen van zijn volgers. Enkele hooggeplaatste Farizeeërs spreken van een “massapsychose”, en constateren dat de sekteleider in korte tijd duizenden mensen heeft weten te beïnvloeden.
  • Door geestelijke ogen. Jezus ging op weg naar Jeruzalem. Terwijl Hij van de Olijfberg vertrok, werd de Schepper van hemel en aarde op talrijke manieren geprezen: door de eigenaar van een rijtuig, die besefte dat al het bestaande toebehoort aan de Eeuwige.
    • Door de mensen die bereid waren hun dure mantels af te staan.
    • Door de mensen die uitbraken in vreugde, en die de God van hemel een aarde prezen.
    • Door allen die Jezus palmtakken toewuifden.
    • Door allen die Hem erkenden als Koning en vredevorst.
    • Door allen die Hem verwelkomden in naam van de Eeuwige.
Foto door Pixabay op Pexels.com

Polarisering van wereldbeelden

Farizeeën betekent, zoals we zagen: “scheiden” en “verdelen”. Hier zien we de polarisering van wereldbeelden ontstaan. De Farizeeën interpreteren de gebeurtenissen door de lens van menselijke kennis, moraal en materie. Ze bekijken de wereld horizontaal. Door die lens bezien wordt alles wat ze zien, onzin. Het klopt niet met de feiten, ze kunnen er geen betekenis aan ontlenen.

De discipelen kijken door de lens van de goddelijke wijsheid; van het bovennatuurlijke, immateriële en Oneindige. Ze bekijken de wereld verticaal (of holistisch). Door die lens bezien krijgt alles wat ze waarnemen, zin en betekenis.

Als de discipelen Jezus zien rijden, verliest alle materie op slag zijn glans. Zelfs het duurste achten ze vuilnis, ze werpen het vol blijdschap aan Zijn voeten neer. Ze beseffen dat de mens al het aardse slechts in bruikleen heeft. Die offers, dat is maar een kleine voorafspiegeling van wat komen gaat.

Grootste offer

Want de toekomende werkelijkheid is nog veel grootser. Jezus zal nog zoveel meer geven dan de duurste cabrio of het chicste horloge. Straks met Goede Vrijdag en Pasen gedenken we een overweldigend heilsverhaal. Iets dat de natuurlijke orde van deze wereld volledig op zijn kop zet.

Jezus gaf zichzelf over voor ons. Voor u en voor mij, omdat Hij ons zo oneindig liefheeft. Hij legde Zijn heerlijkheid, Zijn luister, Zijn kleed, vrijwillig af. Hij gaf Zichzelf aan ons. Uit liefde was Hij bereid de onderste, donkerste, meest grillige en eenzame weg te gaan. Maar de dood heeft niet het laatste woord gekregen.

“Gezegend is de Koning die komt in de Naam van de Heer, vrede in de hemel en glorie in het allerhoogste!”, klinkt het door alle tijden, natiën en culturen heen.

Foto door Scott Webb op Pexels.com

De palmtakken die worden gezwaaid met Palmpasen, staan in de Grieks-Romeinse traditie symbool voor overwinning. We leven toe naar de vreugde van Pasen, in blijdschap over wat komen gaat. Hoe groot en overweldigend het lijden van deze wereld ook is, het houdt niet eeuwig stand. De weg van Jezus voert via het kruis naar de overwinning.

Vandaag nodigt Hij u en mij uit om met Hem mee te reizen. Om je niet te laten overrompelen door de hopeloosheid om je heen, maar je ogen op de sterren gericht te  houden. Het leed van deze wereld duurt niet voor eeuwig, met Pasen vieren we het feest van de opstanding. Dan gedenken we een Leven dat niet te vernietigen is, een Liefde die nooit loslaat.

Foto door Arvind shakya op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek die op Palmpasen 2022 werd gehouden in de Rabotkerk in Gent.


[1] 22,8 procent, cijfers 2018

De kracht van het vasten

Afgelopen vrijdag is de ramadan ingegaan. Tussen zonsopkomst en zonsondergang mogen moslims niet eten, drinken, roken of de liefde bedrijven. Dit jaar valt de ramadan deels samen met de christelijke 40-dagentijd. Christenen nemen het wat minder nauw met vasten, als ze het al doen. Juist op dat punt kunnen we van elkaar leren.

Moslims maken vandaag zo’n 7 procent van de Belgische samenleving uit. Tot een paar jaar geleden waren ze letterlijk mijn naasten. Als tijdens de ramadan de zon was ondergegaan, kon je er zeker van zijn dat er op de deur werd geklopt. “Buurvrouw, ons mama heeft couscous gemaakt! Komen jullie ook?” Diverse avonden brachten we door op de sofa langs de muur, voor een tafel met een indrukwekkende hoeveelheid lekkernijen. De geur van couscous en muntthee vulde de huiskamer. Rijk waren veel Marokkaanse families uit de buurt niet, maar door hun bewonderenswaardige vermogen om te delen, was er voor iedereen genoeg.

Niet de maag maar het hart

In Jesaja 58 gaat de profeet in op de traditie van het vasten. Vasten was voor veel Israëlieten van na de ballingschap een geestelijke oefening om dichter bij de hemel te komen; om je af te keren van de dagelijkse dingen en tot de Eeuwige te naderen. Maar het geestelijke effect waar ze op hadden gehoopt, bleef uit. In plaats van doorbraken te zien in hun persoonlijke leven, bleef de zegen uit. Wat kon het probleem zijn?

De profeet geeft een duidelijk antwoord:

Zeker, ze zoeken Mij dag aan dag, volverlangen om te ontdekken wat Ik wil (..) en ze vragen naar Mijn rechtvaardige voorschriften en ze verlangen naar Gods nabijheid.

“Waarom ziet U niet dat wij vasten en merkt U niet dat wij ons onthouden?”

Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen, omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën en vol vuur met elkaar op de vuist gaan. Als je op die manier vast, wordt je stem niet gehoord in de hemel.

Jesaja 58: 2-4
Foto door MART PRODUCTION op Pexels.com

Overgave

De essentie van het vasten is blijkbaar geen kwestie van simpelweg een geestelijke bucketlist afvinken, je eten en drinken laten staan en een somber gezicht opzetten, in de hoop weer een stapje dichter bij de hemel te zijn gekomen. Nee, vasten gaat dieper. Het is een proces van geestelijke loutering, van opoffering en overgave. Niet de maag, maar het hart moet veranderen.

Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?

Jesaja 58:6-7

Ja, zul je misschien zeggen, dat klinkt prachtig, maar probeer het maar eens. Iedereen die ooit heeft gesport op een nuchtere maag, kan het beamen: een hongerige mens is niet de meest prettige mens. Lichamelijke ontberingen zorgen voor stressreacties. Ons brein is gehardwired om daar op drie manieren op te reageren: vechten, vluchten of bevriezen.

Dat is precies waar deze tekst wringt. Niet alleen wordt de mens verondersteld om af te zien, maar ook nog eens om zich tijdens dat afzien van zijn mooiste, beste en meest nobele kant te laten zien. Het vasten waar Jesaja op doelt, druist lijnrecht in tegen onze natuur. Hoe vaak voelen we niet de neiging om ons ongenoegen af te reageren op de mensen om ons heen? Om juist in tijden van beproeving prikkelbaar te reageren? Om je dierbaren af te snauwen, die lastige collega eens goed de waarheid te zeggen; de gordijnen dicht te trekken en even niet thuis te geven?

Dan zijn er nog de verkeerde intenties die we stiekem kunnen hebben als we tijdelijk een maaltijd overslaan, of dat koekje afslaan. Vasten is namelijk fijn voor de lijn. En wat prettig is: je bespaart ook nog eens tijd als je je ontbijt overslaat. Maar om in de geest van Jesaja te blijven: dat alles is niet waar vasten om draait.

Foto door Abdullah Ghatasheh op Pexels.com

Subversief

Even terug naar mijn vroegere buren. De buurman vertrok al vroeg met zijn busje om de hele dag muren te stucen in de brandende zon. De buurvrouw bereidde de avondmaaltijd voor, de kinderen gingen naar school. Dapper droegen ze hun lot. Vroeg je hoe het ging, dan klonk het steevast: “Goed”. Het enige dat opviel, was de doodse stilte in de namiddag. Dan rustte iedereen. Pas na zonsondergang veranderde de tuin in een stukje Al Hoceima onder de Belgische sterrenhemel. Er brandden lichtjes, tot diep in de nacht klonken stemmen en gelach. “Kom binnen, kom binnen”, maanden de kinderen.

In de westerse samenleving is het vasten een beetje in onbruik geraakt. Het heeft iets ongemakkelijks. Waarom zou je jezelf vrijwillig eten en drinken ontzeggen? Sla er de behoeftenpiramide van de beroemde psycholoog Abraham Maslow maar op na. Die gaat ervanuit dat “hogere” behoeften als spirituele ontwikkeling pas aan bod komen nadat alle “lagere” behoeften vervuld zijn. Kort samengevat: pas als de maag gevuld is, komt God aan bod. Maar de subversieve logica van vasten gooit dat beeld radicaal om. Wie vast, ontzegt zich eten en drinken om zich tot het hogere te kunnen richten.

Geestelijke oefening

Precies dat is de uitdaging van het vasten. Vasten symboliseert dat de meest nobele weg niet altijd die van de maag en de onmiddellijke behoeftenbevrediging is. Vasten moedigt ons aan om onze primaire behoeften tijdelijk op te schorten. En om tijd en ruimte in ons leven vrij te maken voor gebed, meditatie en bezinning; om stil te staan bij de vraag waar het leven werkelijk om draait. Vasten is een geestelijke oefening die je kunt praktiseren tijdens de veertigdagentijd, maar ook individueel en op elk moment.

  • Wanneer je voor belangrijke levensvragen en keuzes staat
  • Wanneer je troost, steun of richting zoekt
  • Om je geestelijk leven te versterken en te verdiepen
  • Om tijd te nemen voor meditatie en gebed
  • Om solidair te zijn met mensen in armoede, honger en verdrukking
  • Als je specifieke noden of gebedspunten hebt
  • Aan de vooravond van een einde of nieuw begin

Vasten met de juiste hartsgesteldheid is een geestelijke oefening die grote zegen brengt, belooft Jesaja:

Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult spoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de Heer vormt je achterhoede. Dan geeft de Heer antwoord als je roept, als je om hulp schreeuwt, zegt Hij: ‘Hier ben Ik’.

Als je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur.

De Heer zal je voortdurend leiden, Hij zal je verkwikken in dorre streken, hij maakt je botten sterk en krachtig. Je zult zijn als een bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt.

Jesaja 58:11

De vastenmaand ramadan herinnert ons aan een waardevolle spirituele traditie, die ook het joden- en christendom doortrekt. Vasten is een periode van toewijding en geestelijke bezinning. Dat begint bij je voedsel laten staan, maar de Bijbel daagt ons uit om nog een stapje verder te gaan. Om niet alleen ons brood, maar vooral onszelf prijs te geven. Als we ernaar verlangen God te vinden, moeten we eerst bereid zijn onszelf te laten vinden. En als we hopen op Gods gerechtigheid, dan moeten we allereerst gerechtigheid brengen in de wereld om ons heen. En door anderen te bevrijden, is het dat wij ook zelf van ons juk worden bevrijd. Dát is de subversieve kracht van het vasten.

Foto door Quang Nguyen Vinh op Pexels.com

Wist je dat…

.. vasten ook nog eens heel gezond is? Tips om veilig en verstandig te vasten vind je hier.