Ik bid niet langer voor vrede

“Op het randje van oorlog,

met één voet er al in,

bid ik niet langer voor vrede:

ik bid voor wonderen.

Ik bid dat stenen harten zullen plaatsmaken voor tederheid,

dat kwaadaardige intenties zullen veranderen in genade;

dat alle soldaten die al aan de frontlinie staan

worden verdreven van de wegen van het gevaar,

en dat heel de wereld verbaasd

op haar knieën zal vallen.

Ik bid dat alle gepraat over God

een ruggengraat zal aannemen;

dat het zal opstaan, zijn kleed van ontrouw afwerpen

en opnieuw wandelen in zijn krachtige waarheid.

Ik bid dat heel de wereld zich zal vergaderen

om brood en wijn te delen.

Sommigen zeggen dat er geen hoop is,

Maar dan heb ik altijd geapplaudisseerd voor de heilige dwazen

die nooit lijken te verzaken aan het schandaal van ons geloof:

dat we door God geliefd zijn,

en dat we elkaar werkelijk kunnen liefhebben.

Ik bid niet langer voor vrede,

Ik bid voor wonderen.”

Ann Weems (1934-2016) vertaling: Kelly Keasberry

Ann Weems was een Amerikaans schrijver, spreker en aanbiddingsleider. Na haar overlijden in 2016 liet ze de wereld diverse boeken en gedichtenbundels na, waaronder Kneeling in Jerusalem, Kneeling in Bethlehem en de bestseller Psalms of Lament.

Wie zeg jij dat Ik ben?

“Wie zeggen de mensen dat Ik ben?”

Jezus (Marcus 8, 27)

Filosofen, sociologen, historici, theologen, niet-gelovigen en verschillende religies: allemaal denken ze een antwoord te hebben op die vraag. Velen zien Jezus als te subliem, té goddelijk, teveel Christus Koning, te onbereikbaar, te abstract, te weinig betrokken. Weer anderen reduceren Hem tot Zijn louter sociale aspect: een profeet van God, een groot humanist, een strijder, een revolutionair, een moralist, (maar) te sentimenteel, te klein, verstoken van impact.

Foto door Drigo Diniz op Pexels.com

Vervormd beeld

Al deze verklaringen zijn niets dan een vervormd beeld van Jezus Christus. Velen zagen de kracht van zijn wonderen, hoe Hij zich aan de mensen gaf en voorzag in hun noden, hoe Hij hen genas. Toch projecteerden ze zonder de Schriften te onderzoeken hun mening op Jezus, zelfs zodanig dat zij Hem tot koning wilden maken.

Jezus kwam niet om hen van voedsel te voorzien (hoewel Hij dat vaak deed), Hij kwam niet om hen te genezen van al hun lichamelijke ziekten (hoewel Hij dat vele malen deed). De missie van de Messias was om de mensen van hun zonden te verlossen door Zijn plaatsvervangende dood aan het kruis.

“En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?”

Jezus (Marcus 8, 29)

Hoe meer tijd je met iemand doorbrengt, des te beter leer je hem kennen en kun je een nauwkeurige beschrijving geven van hoe hij in elkaar steekt. Natuurlijk leert de Bijbel ons wie Jezus is; menigten volgden Hem, maar er was altijd een hechtere groep. Zijn discipelen en natuurlijk zijn apostelen sliepen bij Hem, ze aten met Hem, ze voeren met Hem; ze kenden Hem van dichtbij en zagen Zowel Zijn goddelijkheid als Zijn menselijkheid.

Ernstig confronterend

Na vele jaren werden op het Concilie van Chalcedon (451) de volledige goddelijkheid én de volledige menselijkheid van Jezus Christus erkend. Dat houdt in:

  • Waarlijk God en waarlijk mens;
  • De vleesgeworden God, verbonden met deze werkelijkheid, met Zijn voeten op de grond;
  • Een Jezus die tegelijkertijd openstaat naar de Vader en naar de mens;
  • Een Jezus die Zich ernstig confronterend opstelde jegens de religieuze gebruiken en de status quo van Zijn tijd.

Christus kwam niet naar de aarde om ons gelukkig te maken, maar om ons te redden van eeuwige verdoemenis, van de dood. Hij kwam om te betalen voor onze zonden; de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen. Hij is de Messias Verlosser die door de Vader gezonden is. Dát is de correcte gedachte over Jezus. Dát is hoe Hij Zichzelf aan ons introduceerde.

“Het evangelie gaat niet over het reciteren van de juiste geloofsbelijdenis, maar over het ontmoeten van een Persoon.”

Sigfrido Hernández

Hij leeft echter mee met onze problemen, onze pijnen, ons verdriet en ons lijden, Hij ervaart eveneens onze beperkte menselijkheid en is aanwezig. Het evangelie gaat niet over het reciteren van de juiste geloofsbelijdenis, maar over het ontmoeten van een Persoon.

Discipel zijn

Ons getuigenis toont wie Christus voor ons is. Mijn getuigenis verraadt mijn manier van kijken naar het leven; de dingen die mij van mijn stuk brengen, wat me raakt.

  • Word ik geraakt door de dingen die het hart van God raken?
  • Probeer ik Zijn koninkrijk van gerechtigheid te laten gebeuren in elke handeling; in alles wat ik doe?
  • Als mensen mij zien, kunnen ze dan Christus zien?
  • Stel ik onrecht aan de kaak, waar het ook vandaan komt?

Of zijn wij in het geheim volgelingen van Jezus, zoals sommige gouverneurs en Farizeeën waren in de tijd van Jezus?

Ja broeders en zusters, discipel zijn van Jezus heeft een prijs. Op onze levensweg liggen niet altijd zonnige dagen in het verschiet, er zijn ook dagen van sterke storm. Dagen waarop we samen met Jezus naast de armen moeten staan; naast de weduwe en de wees, om onrecht aan de kaak stellen, waar het ook vandaan komt. Onze reactie op de realiteit waarin we leven, toont wie wij zeggen dat Jezus is.

Misschien ken je het verhaal van de gelovigen in Antiochië wel. Ze werden christenen genoemd; dat wil zeggen: kleine christussen. Hun leven toonde Christus, en anderen konden het zien.

Dit is onze uitdaging, vandaag in het hier en nu: om met daden en handelingen te laten zien wie Jezus Christus voor mij is – de Zoon van de levende God. Moge God ons daarbij helpen, zodat we elke dag van ons leven Zijn liefde en Zijn gerechtigheid laten zien.

Foto door Mikhail Nilov op Pexels.com

Deze tekst werd geschreven door ds. Sigfrido Hernández uit El Salvador en in het Nederlands vertaald door Kelly Keasberry. De preek is tweetalig Spaans-Nederlands voorgedragen op 20 februari 2022 in protestantse kerk De Brabantse Olijfberg in Antwerpen.

Meer lezen?

  • Marcus 8, 27-30
  • Lucas 9, 18-21

Kerk onder controle

Staat de Vlaamse godsdienstvrijheid onder druk? Het zou zomaar kunnen. Op 16 november trad het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen in werking, dat een kader moet schetsen voor de erkenning van en het toezicht op geloofsgemeenschappen. Hoogtepunt is de oprichting van een controleorgaan dat jaarlijks 3 miljoen euro krijgt om erkende religieuze instellingen te controleren, informatie te verzamelen en screenings uit te voeren. ‘Wie tegen ons maatschappijmodel ageert, verliest zijn erkenning’, klinkt het dreigend in de memorie van toelichting.

‘Waarom vindt de Vlaamse overheid het nodig om zoveel geld te investeren in de controle van geloofsgemeenschappen?’, vraagt Jelle Creemers zich af in Tertio. Hij is hoogleraar aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) in Leuven en doet onderzoek naar de wetgeving rond geloofsgemeenschappen. ‘Dit wantrouwen is onevenwichtig. Vlaanderen telt nog geen 1.700 erkende geloofsgemeenschappen, waarvan bijna 95 procent katholieke parochies. Verder zijn er 47 protestantse gemeenschappen, 27 moskeeën en opgeteld minder dan 30 orthodoxe, anglicaanse en joodse gemeenschappen.’

“Dit wantrouwen is onevenwichtig.”

Jelle Creemers, ETF Leuven

Strenge regels

Geloofsgemeenschappen krijgen voortaan strenge regels opgelegd. Zo zijn ze verplicht tot volledige transparantie over hun bestuur, boekhouding en aanverwante juridische structuren. Verder moeten ze hun maatschappelijke relevantie kunnen beargumenteren en beloven de Grondwet en het Europese mensenrechtenverdrag na te leven. Iedereen die aanzet tot discriminatie, haat of geweld dient uit de gemeenschap te worden geweerd. Religieuze instellingen mogen bovendien geen financiële steun uit het buitenland ontvangen die afbreuk doet aan hun onafhankelijkheid. ‘Maar hoe kun je bewijzen dat buitenlandse giften geen afbreuk doen aan je onafhankelijkheid?’, vraagt Creemers zich af.

Ook op giften zal worden toegezien. Geloofsgemeenschappen moeten een register opmaken, waarin iedere donateur die jaarlijks meer dan 500 euro geeft, zal worden opgenomen. Mét vermelding van naam, adres, geboortedatum en nationaliteit. ‘Dat is nog geen 50 euro per maand’, becijfert Creemers. ‘Als je meer aan de kerk geeft, dan geef je vanuit het perspectief van de overheid dus al een verdacht signaal af.’

Cultuuromslag

Op zich zijn gesubsidieerde kerken in België niet vreemd. Het land kent van oudsher een model waarbij de overheid haar steun verleent aan instanties met een meerwaarde voor mens en maatschappij. Daaronder vallen sport, cultuur en musea, maar ook religie. Het Erkenningsdecreet markeert echter een cultuuromslag. Geloofsgemeenschappen die eeuwenlang werden gezien als samenbindend element, gelden vandaag als potentiële bedreiging voor de sociaal-maatschappelijke orde.

Dat terwijl uit Nederlands onderzoek blijkt de inzet van vrijwilligers vanuit levensbeschouwelijke organisaties overweldigend is. Anders gezegd: geloofsgemeenschappen zijn van vitale waarde voor het sociaal-maatschappelijke weefsel. ‘In Nederland leidde dat tot een herwaardering van geloofsgemeenschappen, maar in Vlaanderen is dat perspectief quasi onbestaand’, betreurt Creemers.

Het decreet ademt bovenal een angst voor de invloed en de ontwikkeling van een extremistische islam, meent Creemers. Een vrees waarvoor kerkgenootschappen de prijs betalen. ‘Enerzijds kan het decreet leiden tot nieuwe en positieve erkenningen van geloofsgemeenschappen, anderzijds tot een heksenjacht op religieuze instellingen’, verwacht hij.

Ideologisch spanningsveld

Een ideologisch spanningsveld is alvast niet te vermijden. De focus van kerkgenootschappen reikt immers hoger dan braaf burgerschap alleen. Wil je werkelijk in de voetsporen treden van Mozes of Jezus, dan moet je zo af en toe kritisch kunnen zijn jegens de overheid en het politieke regime. Als ambtenaren elk moment kunnen binnenvallen om de preken op te vragen, dan wordt het in de praktijk knap lastig. ‘Het decreet mag er niet toe leiden dat de kerk haar profetische stem verliest’, waarschuwt Creemers.

Laten we hopen dat het allemaal meevalt. En dat die drie miljoen daadwerkelijk gebruikt worden om het schenden van mensenrechten tegen te gaan.

Deze column verscheen op 16 februari 2022 in het Nederlands Dagblad. Lees het volledige artikel gratis online op de website van het Vlaams christelijk opinieblad Tertio.

Foto door Ric Rodrigues op Pexels.com

Knelpunt of keerpunt?

Facebook, het miljoenenbedrijf van Mark Zuckerberg, verloor in één dag 220 miljard dollar. “Een keerpunt voor sociale media?”, vroegen kranten wereldwijd zich af. Ook de medische wetenschap kreeg te maken met een keerpunt. Drie weken geleden werd bij een 57-jarige man in de VS een varkenshart ingeplant. Volgens recente berichten maakt de man het nog altijd goed. Keerpunten, ze doortrekken de menselijke geschiedenis en ook de Bijbel staat er vol van.

Vandaag staan we stil bij de verhalen van Jesaja, Paulus en Simon. Drie verschillende mensen die, ieder in hun eigen tijd en context, hun dagelijkse leven leiden. Maar dan vindt er in hun leven een keerpunt plaats. Of zou het een knelpunt zijn?

  • Jesaja krijgt in het sterfjaar van koning Uzzia een visioen. Plots krijgt hij een glimp van de hemel te zien en van Gods grootheid.
  • Paulus – dan nog Saulus – reist van Jeruzalem naar Damascus. Hij is een felle christenvervolger, overtuigd van zijn zaak. Totdat hij onderweg plots een krachtig licht ziet en wordt getroffen door de verschijning van Jezus Christus. “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?”, klinkt het.
  • Simon Petrus staat samen met Johannes en Jakobus aan de wal van het meer van Génesareth de netten uit te spoelen. Nadat ze een nacht lang niets hebben gevangen, hebben ze hun vissersboten stilgelegd. Maar dan vraagt Jezus of Hij een stukje mee mag varen. Eerst begint Hij onderwijs te geven, daarna vraagt Hij de vissers hun netten uit te werpen. We kennen dat verhaal vandaag als de wonderbaarlijke visvangst: de netten bevatten meer vis dan twee boten kunnen bevatten.
Foto door Denniz Futalan op Pexels.com

Onreine lippen

Drie verhalen waarin de gangbare orde plots door een Godswonder wordt doorbroken. Een angstige ervaring, zo blijkt. Jesaja schreeuwt het uit: “Wee mij ik verga!” (Jes. 6, 5) Plotseling beseft hij dat zijn lippen onrein zijn. Staand tegenover de glorie van God wordt hij zich pijnlijk bewust van alle leugentjes om bestwil, alle lelijke woorden, alle vloeken en verwensingen die ooit over zijn lippen gerold zijn.

En Paulus? Die vergaat het al net zo, want hij schrijft: “Pas op het laatst is Hij aan mij verschenen, misbaksel dat ik was. Want ik ben de minste van alle apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik de gemeente heb vervolgd.” (1. Kor. 15, 8-9) Toen Paulus naar Damascus reisde om ook daar christenen te laten oppakken, bracht de verschijning van Christus hem blijkbaar tot inzicht en tot het besef waar hij mee bezig was.

Ook Simon Petrus reageert ontzet bij het zien van de wonderbaarlijke visvangst. Hij valt neer aaan Jezus’ voeten en roept: “Heer, ga weg van mij, want ik ben een zondig mens!”

Ontworteld

De Nederlandse hoogleraar missiologie Stefan Paas ziet in zijn boek Vreemdelingen en priesters de ballingschap van het volk Israël als belangrijke metafoor. “Het is juist door ontworteld te geraken en door zijn instituties en – ook mooie – verleden kwijt te geraken, dat het volk Israël leert om God opnieuw te verstaan: dat Hij verrassender en groter is dan ze dachten“, stelt hij in Tertio.

De Nederlandse schrijver wijlen Hafid Bouazza het niet méér met hem eens kunnen zijn. “‘Leve de ontworteling! Leve de thuisloosheid! Leve de ongebondenheid! Leve de verbeelding!”, schreef hij eens. Zijn ervaring was dat een mens zichzelf, door zijn zekerheden te verliezen en het nomadische te omarmen, op een verrassende manier kan heruitvinden.

Ook Jesaja, Paulus en Simon raken in zekere zin ontworteld. De vaste grond onder hun voeten begint te schuiven, ze doen ervaringen op die hun wereldbeeld aan het wankelen brengen. En in het licht van die nieuwe ervaring ontkomen ze er niet aan. Ook zij blijken nomaden te zijn in de eeuwigheid. Ze zullen zichzelf drastisch moeten heruitvinden.

Foto door cottonbro op Pexels.com

De graankorrel

In het Johannesevangelie vergelijkt Jezus dat proces met een graankorrel.

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt blijft hij alleen; maar als hij sterft brengt hij veel vrucht voort. Wie zijn leven bemint verliest het; maar wie zijn leven in deze wereld haat zal het ten eeuwigen leven bewaren.” 

Johannes 12, 24-26

Jezus opende de weg door zelf het voorbeeld te geven. Hij hechtte niet aan Zijn leven, maar gaf Zichzelf volledig over aan het kruis om anderen leven te geven. Maar ook in ons moet er soms iets sterven, opdat wij het leven kunnen doorgeven.

In christelijk vakjargon noemen we dat soms “sterven aan jezelf”. Eigenlijk betekent dat gewoon: loslaten waar je aan gehecht was. Je afkeren van alles wat je belemmert om uit te groeien tot de mooie mens die God je bedoeld heeft te zijn. Sterven aan jezelf is een oefening om nee te zeggen tegen alles wat je ervan weerhoudt een positieve impact te hebben op deze planeet en op de levens van vele anderen.

Foto door Nicola Barts op Pexels.com

Dubbelleven

Welke liefdes koesteren wij? Staat God wel op de troon van ons leven, of zijn er andere dingen waarnaar ons hart uitgaat? Jesaja, Paulus en Simon kwamen tot cruciale keerpunten in hun leven. Maar je kunt ook verstrikt raken in knelpunten.

  • Een vrouw die herhaaldelijk naar de fles greep, zag al haar relaties stukgaan. Haar kinderen werden uit huis geplaatst. “Elke keer neem ik mij voor te stoppen”, zei deze vrouw, “maar het is sterker dan mijzelf”. Niet God, maar de drank had de troon van haar leven opgeëist.
  • Een evangelisch voorganger was voor de ogen van de wereld een succesvol man. Totdat zijn vrouw en kinderen ontdekten dat hij al jaren een dubbelleven leidde. Pas nadat hij alles verloren had, besefte deze man dat zijn leven toe was aan een keerpunt. Niet zijn seksverslaving, maar God en zijn gezin moesten zijn grote liefde worden.
  • Een schooldirecteur klaagde over leerlingen die ze overdag tijdens de pandemie op geen enkele manier kon bereiken. Ondanks hun mooie talenten zag ze hun cijfers kelderen. Deze jongeren dachten niet langer aan hun toekomst, maar leefden van game tot game.

Knelpunten kunnen zoveel dingen zijn: verslavingen of verleidingen, maar ook pijn uit het verleden. Misschien wordt je leven wel bepaald door een diepe wrok jegens iemand die je maar niet kunt vergeven. Of je worstelt met een opvliegend karakter. “O, waarom zeg ik altijd weer dingen waar ik later spijt van heb?” Of je vraagt je af: “Waarom grijp ik altijd weer naar dingen die niet goed voor me zijn?”

Van knelpunt naar keerpunt

Ik kan het niet. Ik leer dit nooit! Knelpunten kunnen je wanhopig maken, zeker in een wereld waarin mensen alles doen om hun tekortkomingen te verbergen. We werken zo hard om het plaatje aan de buitenkant te laten kloppen. We poetsen sociale mediaprofielen op, we zorgen dat ons cv in orde is, we investeren veel geld en moeite in de droom van het perfecte huis, de mooie auto, het gelukkige gezinnetje, de volmaakte outfit, een goed figuur.

Misschien deden Jesaja, Paulus en Simon dat ook wel. Maar God is duidelijk niet onder de indruk. Pas als ze hun maskers laten zakken en bereid zijn hun eigen onvolkomenheid onder ogen te zien, kan Hij doorbreken in hun verhaal. Juist dan ontstaat er een keerpunt. De mens, die het allemaal dacht zo goed zelf te kunnen, buigt. Hij gaat door de knieën, strekt zijn handen uit naar de hemel. De graankorrel sterft.

Foto door Akil Mazumder op Pexels.com

Een zaadje in de hand van de Eeuwige

Jesaja wordt een groot profeet, Paulus een apostel die miljoenen mensen wereldwijd inspireert, Simon een visser van mensen. Een totale ommekeer. Tot op vandaag inspireren hun verhalen miljoenen mensen wereldwijd.

Ook wij zijn van harte uitgenodigd om in de voetsporen van Jesaja, Paulus en Simon te treden. Ook wij zijn geroepen. Niet om perfect te zijn, maar om volwaardig mens te zijn. Mét alle fouten die daarbij horen. We mogen naar hartenlust struikelen, vallen en weer opstaan. Je kunt zoveel groter zijn dan je denkt! Maar ware grootheid begint bij het besef dat niemand volmaakt is. Pas dan ontstaat ruimte om mild te zijn, naar onszelf en naar anderen.

Onvolmaaktheid is ons gedeelde lot. Een lot waarin de mensenfamilie wereldwijd verbonden is. We worden geconfronteerd met een enorme hoeveelheid problemen, en in het zoeken naar antwoorden voelen we ons soms zo ontzettend klein. Maar het goede nieuws is: er is een grote God die ons liefheeft en die ons in al Zijn genade aanvaardt. Hoe bevrijdend kan dat zijn!

Tot dat besef kwamen Jesaja, Paulus en Simon en het werd een keerpunt in hun leven. Misschien is de crisis waar onze wereld nu doorheen gaat, voor ons ook wel een keerpunt. Een kans om God opnieuw leren verstaan. En te ontdekken dat Hij zo oneindig veel verrassender en groter is dan we beseften. Die ontzagwekkende God kan ook ons, jou en mij, gebruiken om in deze wereld een verschil te maken.

Ware grootheid begint in het klein. Om precies te zijn: bij de uitdaging om onze maskers af te leggen. En simpelweg een zaadje te durven zijn in de hand van de Eeuwige.

Deze preek werd geschreven voor de Verenigde Protestantse Kerk in Leuven, zondag 6 januari 2022.

Je bent geroepen om groot te zijn!

In het Bijbelboek Jeremia lezen we hoe Jeremia plots wordt overvallen door een besef van roeping. Dat overweldigt hem zo, dat hij uitroept: “Nee, Heer, mijn God! Dat kan ik toch niet, ik ben veel te jong!” Denken we stiekem niet allemaal wel eens dat we ergens te klein voor zijn? Het verhaal van Jeremia daagt ons uit om groter te denken.

Dat Jeremia was voorbestemd een grote profeet te zijn, kwam voor hem letterlijk uit de lucht vallen. Niets wees erop dat hij de meest geschikte kandidaat zou zijn. Wat nu als de Eeuwige een vacature had laten opstellen?

Gezocht: profeet van het volk van Israël

Functieomschrijving: u krijgt “gezag over alle koninkrijken en volken, om ze uit te rukken en te verwoesten, te vernietigen en af te breken, of om ze op te bouwen en te planten”.

Naar: Jeremia 1, 10

Het resultaat? Waarschijnlijk zou het reacties hebben geregend van mensen die hongeren macht, invloed en een toppositie. Van elitaire heren met grijze ringbaardjes en een indrukwekkend cv tot ambitieuze CEO’s, toppolitici en snelle zakenjongens van het kaliber “jong en veelbelovend”. Maar – en dat weten we bijna zeker – geen enkele brief van Jeremia.

Want Jeremia was een jongen van zo’n 17 jaar, die zo op het eerste gezicht niets had om te kunnen matchen met het profiel van de klassieke profeet. Behalve dan misschien dat hij afkomstig was uit een priestergezin. Maar toch: als Jeremia in de spiegel keek, zag hij daar vooral die onzekere jongen. Een kind nog maar, dat nauwelijks de jeugdpuistjes was ontgroeid.

Foto door Mushtaq Hussain op Pexels.com

Machtsverlangen

De “Wille zur Macht” is volgens de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche een van de belangrijkste drijfveren van de mens. Het machtsverlangen. Veel mensen denken dat het leven op de top van de berg beter is dan aan de voet. Ze dromen van macht en invloed, omdat ze geloven dat die dingen hen gelukkiger zullen maken.

Wat vaak wordt vergeten, is dat macht en verantwoordelijkheid hand in hand moeten gaan, anders gaat het mis. De schandalen in het Nederlandse programma The Voice begin 2022 zijn een triest voorbeeld. De macht van een groepje heren was ontaard in een vrijstaat, waarin ze dachten ongezien te kunnen doen wat ze wilden. Inmiddels wordt pijnlijk duidelijk hoeveel levens ze hebben beschadigd.

Begonnen als een zaadje

Nu even terug naar het verhaal van Jeremia. Zijn vader Hilkia en zijn grootvader Sallum waren indrukwekkende bomen in Gods Koninkrijk, en waarschijnlijk keek de jonge Jeremia hoog naar hen op. Maar hij vergat dat een hoge boom niet in één dag ontstaat. Zelfs de meest reusachtige eik is ooit begonnen als een piepklein zaadje.

Nu willen veel mensen wel een machtige eik worden, maar slechts weinigen zijn bereid de bijbehorende weersomstandigheden te trotseren. Terwijl koude, hitte en droogte onontbeerlijk zijn om uit te groeien tot een grote en machtige boom. De bomen die vele generaties beschutting bieden en die kraamkamers zijn van leven, hebben al talloze stormen doorstaan.

God zag dat Jeremia daar wél toe bereid was. Hij mocht dan nog een groene scheut zijn, hij had het in zich om te kunnen uitgroeien tot een grote en machtige boom. Jeremia was bovendien niet trots en zinde niet op macht; hij had de juiste houding om zich van tijd tot tijd te laten snoeien door de hand van de Tuinman. Zijn roeping blijkt eigenlijk al uit zijn naam, die betekent: “De Heer verhoogt”.

Foto door Alexander Kovalev op Pexels.com

Profetische woorden

Dit brengt Jeremia op een keerpunt in zijn leven. Door zijn roeping wordt hij uitgedaagd om niet langer te zien op wat hij was, maar op wat hij kan zijn. “Ik ben nog maar een jongen”, zegt Jeremia over zichzelf. God weerlegt die woorden: stop met zo over jezelf te spreken! Nu is de tijd om nieuwe waarheden over jezelf aan te nemen, want als je profetische woorden wilt uitspreken over anderen, dan moet je eerst profetische woorden uitspreken over jezelf!

  • Ik ben maar een jongen
  • Ik ben een groot profeet van de Eeuwige, Bron van alle leven

Voel je het verschil? Het Bijbelboek Genesis verhaalt hoe God de materiële werkelijkheid creëert door middel van woorden. Ook onze woorden hebben creatieve kracht. “Dood en leven zijn in de macht der tong”, waarschuwt koning Salomo in Spreuken, “wie aan haar toegeeft zal haar vrucht eten”. Ook wij zijn in staat onszelf en anderen letterlijk naar beneden te praten, maar we kunnen er evenzeer voor kiezen om woorden van leven te spreken.

Vicieuze cirkel

Het probleem met negatieve woorden is dat het lijkt alsof ze even opluchten, maar uiteindelijk worden ze gemakkelijk een self fulfilling prophecy. Hoe meer we zulke boodschappen over onszelf uitspreken, hoe meer we ze gaan geloven. Totdat ons zelfbeeld verweven raakt met de waarheden die we over onszelf hebben aangenomen. Het gevolg is dat we ons somber en waardeloos gaan voelen. Als we dat vervolgens weer over onszelf gaan belijden, is het cirkeltje rond.

Gelukkig is er een uitweg uit die vicieuze cirkel. We kunnen ook kiezen voor woorden van geloof. God zegt als het ware tegen Jeremia: jij bent meer dan je verleden. Je bent niet je jeugdige voorkomen, je bent méér dan je beperkte levenservaring, je pijnlijke herinneringen, de fouten die je maakte, je afkomst, de woorden die anderen over je zeiden. Kijk nu eens naar jezelf door de ogen van mogelijkheden! Als je toch eens wist wat een groeikracht je in je draagt.

Foto door Nita op Pexels.com

Lichaam van Christus

Misschien denk je nu: maar ik ben al oud. Wat zou ik nog kunnen betekenen? Of: ik ben een vluchteling, ik spreek de taal van dit land nog niet eens.

Ook Jeremia was maar een jongen. Geen zaadje te klein om op een dag groot te kunnen zijn. In de machtige tuin van de Eeuwige staan eiken, maar ook dadelpalmen, acacia, koriander, tulpen, cactussen en sneeuwklokjes. Ook in het Nieuwe Testament lezen we dat in het Lichaam van Christus voor iedereen een plekje is. We zijn allen één, en toch zo verschillend. Als we die rijkdom aan verschillen vieren en elk op onze eigen manier tot bloei komen, worden we daar samen mooier, beter en sterker van.

Als we samen zo’n prachtige tuin vormen, waarom denken we dan soms zo min over onszelf? Een belangrijke oorzaak is dat we onszelf niet definiëren in termen van geloof, maar van beperkingen. Maar er is nog een tweede: de voortdurende neiging om onszelf met anderen te vergelijken. De tulp kijkt op naar de eik en denkt: ‘Was ik maar zo’n grote boom’.

Maar als je een tulp bent en je kijkt op naar de eik, dan voel je je al snel een waardeloze eik. Toch? Wat als de tulp nu haar doelen bijstelde, en zou zeggen: “Ik wil gewoon de mooiste tulp worden die ik kan zijn”. Wel, dát is roeping. Niets verhevens, maar gewoon de uitdaging om uit te groeien tot de mooiste versie van wie we bedoeld zijn te zijn!

Foto door Vural Yavas op Pexels.com

Zaadjes

God inspireerde Jeremia om zichzelf in een nieuw daglicht te zien. Niet door de lens van beperkingen, maar door die van mogelijkheden. En Jeremia groeide uit van een groene scheut tot een machtige boom in Gods Koninkrijk. Als 17-jarige jongen had hij onmogelijk kunnen vermoeden dat tot op de dag van vandaag zijn naam zou blijven klinken.

Het verhaal van Jeremia mag ook ons inspireren. Focus je niet op je onzekerheden en beperkingen, maar open je ogen voor de prachtige mogelijkheden die God in je heeft gelegd! Wij allen zijn zaadjes, geplant in deze wereld om haar samen een stukje mooier te maken. De God die in Jeremia geloofde en hem tot bloei bracht, gelooft ook in jou en mij.

Deze tekst is gebaseerd op de preek in de Taizédienst van 30 januari 2022 in protestantse kerk De Brabantse Olijfberg, Lange Winkelstraat in Antwerpen.

Foto door Artem Beliaikin op Pexels.com