Bijbelgenootschap lanceert gloednieuwe NBV21

Toen ik hoorde dat het Nederlands en Vlaams Bijbelgenootschap zich bogen over een nieuwe Bijbelvertaling, was mijn eerste gedachte: “Dat meen je niet, wéér een vertaling. Wat voegt dat toe?” Met de vele Nederlandse vertalingen waarin de Bijbel verkrijgbaar is, kun je immers al een aardig stapeltje maken. Maar het ondenkbare is gebeurd: na het lezen van de eerste teksten ben ik overtuigd.

Wie een Bijbel wil kopen, zal allereerst de vraag krijgen: “Welke vertaling wilt u?” Een lastige vraag, want het aantal vertalingen rijst de pan uit. Om een indruk te geven:

  • Naardense Bijbel
  • Nederlands Bijbelgenootschap 1951 (NBG51)
  • NBV (Nieuwe Bijbelvertaling)
  • SV-J (de klassieke Statenvertaling-Jongbloed)
  • HSV (Herziene Statenvertaling)
  • Willibrordvertaling (KBS)
  • Het Boek
  • Groot Nieuws
  • Basisbijbel

Zo op het eerste gezicht genoeg om uit te kiezen. Voor wie een vlot alledaags taalgebruik prefereert, zijn de NBV, Het Boek, de Groot Nieuws- en Basisbijbel een goede keus. Gevorderde Bijbellezers die liever zo dicht mogelijk bij de Hebreeuwse en Griekse bronteksten blijven, kunnen uit de voeten met de Statenvertaling of de Naardense Bijbel. De Willibrordvertaling is dan weer een echte katholieke vertaling waarin ook de Deuterocannonieke boeken te vinden zijn, die door protestanten doorgaans niet tot de canon worden gerekend. Kortom: voor elk wat wils.

De beste Bijbelvertaling

Toen ik hoorde dat er een nieuwe vertaling op komst was, was ik dan ook niet direct enthousiast. Maar dat Dries de Bakker van het Vlaams Bijbelgenootschap zo vol overtuiging sprak van “de beste Bijbelvertaling”, intrigeerde toch. En zo zat ik een week later over de eerste teksten gebogen. En zowaar, met elke nieuwe zin raakte ik een beetje meer overtuigd. Reden om een paar voorbeelden met jullie te delen. Laten we bij het begin beginnen: Genesis 1, 1-2.

In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en doods, duisternis lag over de oervloed, en over het water zweefde Gods geest. God zei: ‘Laat er licht zijn’, en er was licht. (NBV21)

In den beginne schiep God den hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. (SV)

In het begin maakte God de hemel en de aarde. De aarde was helemaal leeg. Er was nog niets. De aarde was bedekt met water en het was er helemaal donker. De Geest van God waaide over het diepe water. En God zei: “Ik wil dat er licht is!” Toen was er licht. (Basisbijbel)

Bij de Statenvertaling (SV) lag de focus op het zo dicht mogelijk aansluiten bij de Hebreeuwse brontekst. Dat levert een accurate vertaling op en een taalgebruik dat door de ware liefhebbers wordt gekoesterd. Maar hoe schoon die taalrijkdom ook mag zijn, ze zal moderne mensen niet langer vertrouwd in de oren klinken. Pogingen om de Bijbel accuraat te vertalen, resulteert vaak in een wat archaïsch aandoend taalgebruik.

Voor veel Bijbelvertalers is dat reden om wat soepeler om te gaan met de brontekst en het zwaartepunt te leggen bij het hedendaagse taalgebruik. Een uitwas daarvan is de Bijbel in sms-taal die in 2006 verscheen. Maar ook de Basisbijbel grossiert in taal die in brieven van de Nederlandse Belastingdienst niet zou misstaan. Een uitkomst voor kinderen, anderstaligen en absolute beginners, maar zelfs het zinderende Hooglied en het huiveringwekkende Koningen willen maar niet spannend worden. Daarvoor doet het allemaal net iets te kinderlijk en te staccato aan.

Verschillen met NBV en HSV

De verschillen tussen de NBV21, de NBV en de HSV zijn zo op het oog minder groot. Maar ook daar loont een vergelijking. Laten we er voor de gelegenheid eens kijken naar de Bergrede in het Nieuwe Testament, en wel in Mattheüs 5, 43-44.

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” Dit zeg Ik daarover: heb je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen; alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (NBV21)

Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (NBV)

U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen; zodat u kinderen zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. (HSV)

Op het eerste gezicht zijn de verschillen tussen NBV21 en de oude NBV minimaal. Toch zijn er wel een paar:

  • De formule die in Mattheüs 5 zesmaal volgt nadat Jezus uit de Thora citeert, is aangepast. Staat er in de NBV “en ik zeg u”, in de NBV21 is dat: “dit zeg ik daarover”.
  • “Bid voor wie jullie vervolgen” heeft plaatsgemaakt voor “bid voor wie je vervolgen”.

Over die eerste aanpassing zeggen de vertalers: “In de NBV is die formule wisselend vertaald, in de NBV21 willen we werken met één vaste formule, net als in de brontekst. Die moet zorgvuldig gekozen worden. Het moet niet klinken als een directe tegenstelling, zoals zou kunnen met ‘Maar ik zeg u’. Bovendien moet uit de formule blijken dat Jezus er niet zomaar iets naast zet, maar dat Hij tot de kern van de zaak wil doordringen, die veel verder gaat dan men zou verwachten”. De tweede aanpassing snijdt eveneens hout, aangezien “jullie” in de NBV zowel onderwerp als lijdend voorwerp kan zijn.

Leggen we de Herziene Statenvertaling ernaast, dan valt op dat de tekst aanzienlijk langer is. Waar Jezus in de vertalingen van het Bijbelgenootschap twee geboden tegenover het Thoracitaat plaatst, zijn dat er in de HSV vier. Dat verschil is verklaarbaar: in veel Griekse manuscripten ontbreken de laatste twee geboden. De meeste vertalers gaan er daarom vanuit dat ze in de vierde of vijfde eeuw zijn ingevoegd om de tekst in overeenstemming te brengen met Lucas 6, 28. Het vertaalverschil vloeit dus voort uit een verschil van visie.

De brontekst getrouw

Dat toont meteen dat dé Nederlandse Bijbel niet bestaat, vertalen blijft bovenal mensenwerk. Elke vertaling is het resultaat van grondige reflecties op oude teksten, die een andere wereld weerspiegelen dan onze alledaagse realiteit. Bijbelvertalers staan voor de taak door hun exegetische keuzes telkens opnieuw de brug te slaan, en oude teksten inzichtelijk en begrijpelijk te maken voor de mensen van vandaag. Geen sinecure. Uit de eerste teksten van NBV21 blijkt dat de vertalers hun werk grondig, en met liefde voor taal hebben gedaan.

Hebben we daarmee “de beste Bijbelvertaling” in handen? Die vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. De stapel Bijbelvertalingen weerspiegelt bovenal een grote diversiteit aan lezers, ieder met zijn eigen instapniveau, leefwereld en voorkeuren. Er bestaat niet zoiets als een one size fits all-Bijbelvertaling. Maar wie een Bijbel zoekt die haar grondtekst trouw blijft, en waarin Genesis leest als een boeiend ontstaansverhaal, de Psalmen als poëzie en het Mattheüs-evangelie als een roman, doet er goed aan nu alvast een exemplaar te reserveren. Bij mij krijgt de NBV21 in ieder geval een ereplaats op mijn nachtkastje.

Reserveren?

De NBV21 verschijnt naar verwachting in oktober. Reserveren kan online of via de boekhandel. Meer informatie is verkrijgbaar via het Vlaams Bijbelgenootschap of het Nederlands Bijbelgenootschap.

Geroepen om vrij te zijn

Tijdens het uitwerken van een interview floept er een berichtje binnen. Het blijkt de noodkreet van een vrouw die haar leven binnen luttele weken aan diggelen heeft zien vallen. Jarenlang was ze omringd door gelijkgestemden, vandaag staat ze helemaal alleen. De kerkdeur is achter haar in het slot gevallen.

Het begon allemaal zo mooi. Een hippe stadskerk gevuld met enthousiaste jonge mensen. Geen saaie kerkdiensten maar swingende muziek, opzwepende preken en adembenemende lichtshows. De website ademt verhalen over een levensveranderende liefde. Wie wil daar nu geen onderdeel van zijn?

Maar zoals dat gaat met verliefdheid, vervaagt de betovering. Geleidelijk beginnen er dingen op te vallen. Bij de voordeur ligt dan wel de rode loper uit, maar waar is de achterdeur? En waarom ligt er zoveel nadruk op autoriteit en gehoorzaamheid aan de pastor? De agenda van deze vrouw vulde zich met activiteiten, buren en familieleden werden “vissen” die moesten worden gevangen, van Gods kind werd ze Zijn werknemer. Maar ze beet op haar tong, want wie wil er nu doorgaan voor een zwakke broeder of zuster?

Geestelijke manipulatie kent vele gezichten. In het boek Adieu. Herstel na geestelijk misbruik, hoe pak je dat aan?, stelt psycholoog Elsemarieke Kuiper dat er sprake is van manipulatie als mensen dingen doen tegen hun wil. Bij geestelijke manipulatie zijn er vaak ongeschreven regels die iedere insider kent. Eén daarvan is de “niet over praten”-regel. Ventileer je toch je ongenoegen, dan riskeer je zelf als het probleem te worden gezien. Met als gevolg dat je wordt uitgesloten van het avondmaal, verbannen uit het muziekteam of simpelweg te horen krijgt: “We zullen voor je bidden”.

Dat geestelijk misbruik vaak verhuld gaat onder mooie Bijbelcitaten, maakt het lastig te herkennen. Bezorgde kerkleden duwen vaak hun “niet pluis”-gevoel weg, in de veronderstelling dat het probleem bij hen ligt. Er gebeuren toch immers ook goede dingen? In stilte groeit intussen de geestelijke ademnood. Het boek Ooit evangelisch. De achterdeur van evangelische gemeenten van Karin Timmerman en Otto de Bruijne wemelt van de verhalen van mensen die uiteindelijk het smalle achterdeurtje wisten te vinden. Meestal kostte het hen jaren om hun leven weer op te bouwen.

” Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.” – Galaten 5, 1

In zijn brief aan de Galaten spreekt de apostel Paulus duidelijke taal. Als christenen zijn we geroepen om vrij te zijn. Als je vrije wil in het gedrang komt, moeten er alarmbellen afgaan. Dan wordt het tijd om ons af te vragen wie we ook weer volgen. Zijn dat menselijke doelstellingen, programma’s en redeneringen, of zijn we bereid het kruis op te nemen en Jezus te volgen? Zijn weg voerde niet langs de spotlights, maar door een eenzame woestijn vol beproevingen. De intense verlatenheid die Hij doormaakte, tekent ook vandaag het hart van vele kerkverlaters.

Dat terwijl de kerk bij uitstek een plek is waar je je geliefd zou moeten weten. En waar je vrij zou moeten zijn om jezelf te kunnen zijn. Pijnlijk maar waar: de weg om die vrijheid te hervinden, voert niet zelden door een nauwe achterdeur.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Niet (te snel) oordelen heeft voordelen

Over het leven van Meghan Markle wordt druk gespeculeerd. In maart 2021 besloot de echtgenote van de Britse prins Harry haar verhaal te doen tegenover Oprah Winfrey. Ze bekende tijdens haar leven in het Britse koningshuis zelfmoordgedachten te hebben gehad. Die bekentenis was koren op de molen van tv-presentator Piers Morgan, die Markle een “genadeloze social climber” noemde. Het zou haar enkel om roem en aandacht te doen geweest zijn. Oordelen, hoe gemakkelijk kan het zijn.

Onderzoek wijst uit dat we ons op basis van hooguit 30 seconden een eerste indruk vormen. Oordelen, we doen het allemaal. Want oordelen heeft voordelen. Het maakt de werkelijkheid overzichtelijk, laat zien waar we staan en kan helpen om indruk te maken. Wie oordeelt toont immers dat hij (of zij) iets te zeggen heeft, en misschien zelfs dat hij net een tikje slimmer is dan de rest.

Geen wonder dat sociale media verzamelplaatsen zijn van snelle oordelen. Maar ook dichter bij huis ligt het oordeel altijd op de loer. Aan de lopende band vormen we een mening over de mensen die we ontmoeten. Op basis van hun uiterlijk, woorden of daden ontstaat een eerste indruk, en die kan zowel positief als negatief zijn.

Mijn man Joost stond te wachten in de rij voor de kassa, toen twee vrouwen voor hem ruzie kregen. “Zij dringt voor!”, gilde de een. “Niet waar!”, verweerde de ander zich, “ik was eerst!” De ruzie escaleerde, en uiteindelijk moest het supermarktpersoneel eraan te pas komen om de dames uit elkaar te halen. Onverdraagzaamheid en onenigheid beginnen dikwijls bij een oordeel. We nemen een situatie waar, interpreteren en labelen die. Maar daarbij vergeten we nogal eens dat onze interpretatie niet per definitie juist hoeft te zijn.

Maar als oordelen zo natuurlijk is, wat kan er dan verkeerd aan zijn? In de Bijbel lezen we hoe Jezus tijdens Zijn Bergrede een opvallend scherp statement maakt over oordelen:

“Oordeel niet, opdat er niet over jullie geoordeeld wordt. Want op de grond van het oordeel dat je velt, zal over jou geoordeeld worden, en met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden. Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: ‘Laat mij de splinter uit je oog verwijderen’, zolang je nog een balk in je eigen oog niet opmerkt? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter uit het oog van je broeder of zuster te verwijderen.”

Mattheüs 7, 1-5

Woorden die er niet om liegen, maar waarmee het probleem kernachtig samenvat. Oordelen zegt meestal meer over onszelf dan over de ander. Wijzen op een splinter in het oog van de ander is een ontwijkingsmechanisme om de balk in je eigen oog niet te hoeven zien. Dat noemen we ook wel projectie. Door onze eigen onvolkomenheden op een ander te projecteren, hoeven we geen verantwoordelijkheid te nemen voor onze daden. In plaats daarvan kunnen we anderen de schuld in de schoenen schuiven, en ons getroosten met de gedachte dat wij het toch allemaal net even iets beter doen. Maar hoewel dat mechanisme tijdelijk een goed gevoel oplevert, keert het zich uiteindelijk tegen ons.

Piers Morgan misbruikte zijn macht als mediatycoon door een heksenjacht tegen Megan Markle te ontketenen. Die had evenwel een angeltje: Morgan was ooit zelf door haar afgewezen. In plaats van zijn emoties eerlijk onder ogen te zien, projecteerde hij zijn ongenoegen op Markle. Het verhaal waaraan hij schreef was bovenal zijn eigen verhaal. Met alles wat hij in zich had, probeerde Morgan aan te tonen dat Markle niet deugde. Tussen alle regels door sijpelden zijn woede en gekwetstheid. Het was slechts een kwestie van tijd totdat mensen hem zouden doorzien. Snoeiharde oordelen, gestoeld op verdraaide feiten, resulteerden er uiteindelijk in dat Morgan zijn job verloor.

Jezus stelt dat we eerst de balk uit ons eigen oog moeten verwijderen om scherp te kunnen zien. Pas als we bereid zijn onze eigen tekortkomingen onder ogen te zien en aan te pakken, ontstaat ruimte voor het verhaal van de ander. Pas dan kunnen we recht doen aan de veelkleurige werkelijkheid.