Een duik in het diepe

Terugblik op een jaar onderdompeling in de pastorale praktijk

“Als je wilt leren zwemmen, spring dan in het water. Als je op het droge blijft, zal geen enkele ingesteldheid je ooit helpen.” De Chinees-Amerikaanse acteur en kungfuleraar Bruce Lee sprak uit ervaring. Als vechtkunstenaar, acteur en regisseur had hij tijdens zijn leven vele malen op een springplank gestaan. Dat hij bereid was om telkens opnieuw te springen, draagt bij aan zijn succes. Voor mijn pastorale stage dompelde ik mij een jaar lang onder in de pastorale praktijk. En ik leerde dat het inderdaad geen kwaad kan om zo af en toe de sprong in het diepe te wagen.

Kelly Keasberry

Het is zonnig als ik op dinsdag 2 november 2021 om 11.30 uur mijn fiets stal aan de Plantin Moretuslei in Antwerpen. Het is tijd voor mijn eerste stagegesprek met dominee Bert Dicou en Leendert-Jan Parlevliet, hoogleraar aan de Protestantse Theologische Faculteit in Brussel. Terwijl ik het kabelslot rond het frame draai, zit mijn hoofd vol vragen. Dominee worden, past dat wel bij mij? Als journalist heb ik jarenlang geschreven en interviews afgenomen. Hoe zou het zijn om die job vaarwel te zeggen? En om plots niet meer als een reporter, maar als pastor naar de ander te luisteren? Onder mijn voeten lonkt koud en diep water.

Springplankmomenten

Wie kent ze niet: de ‘springplankmomenten’ in het leven? Episodes waarin je plots tot het besef komt dat het roer om moet. “Als je wilt leren zwemmen, spring dan in het water”, zegt Lee. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Om de sprong te wagen, moet je je vertrouwde grond loslaten en opklimmen richting het onbekende. Heb je eindelijk de bovenste plank bereikt, dan word je al opgewacht door twee ongenode gasten: Hoogtevrees en Koudwatervrees. “Dat water is wel erg diep”, fluistert Hoogtevrees. “Stel je voor dat je tijdens je sprong iets zou bezeren!” Koudwatervrees vult aan: “Je lijkt wel gek! Waarom zou je in dat koude water springen als je thuis lekker warm bij de kachel kunt zitten?” De tweestrijd is niet van de lucht, maar de innerlijke zekerheid dat het tijd is om de sprong te wagen, wint. Bert, Leendert-Jan en ik spreken af dat ik me het komende jaar zal gaan onderdompelen in de pastorale praktijk.

Koudwatervrees

Op 11 november is het zover: tijd voor mijn eerste pastorale gesprek. Terwijl ik me op de fiets naar Antwerpen-Zuid begeef, word ik me bewust van mijn vooroordelen. “Pastorale gesprekken zijn gesprekken met mensen met problemen”, fluistert Koudwatervrees, “dat vreet energie.” En wat levert het op?”, vult Hoogtevrees aan. “Als pastor heb je niet eens een concreet behandelplan, zoals een psycholoog.” Ik snoer mijn innerlijke critici de mond met een mindful muziekje op Spotify.

Even later bel ik aan bij een sfeervol ogend huis. Binnen is het behaaglijk warm. Alle elementen in het interieur vertellen een verhaal over de bewoners. Terwijl we in gesprek raken, besef ik wat een zegen het is om voor even tot het leven van dit gezin te worden toegelaten. Zelf kom ik ook een zegen brengen. Het afsluitende gebed is een kostbaar moment. Ik ervaar de onderlinge dynamiek en synergie, maar word mij tevens bewust van Gods grote liefde voor deze mensen. Als ik even later op de fiets mijn weg zoek onder de sterrenhemel, voel ik mij helemaal opgeladen. Koudwatervrees en Hoogtevrees krijgen het nakijken.

Na deze avond volgen nog talloze mooie momenten. Tijdens mijn stagejaar vertrouwen veel mensen mij hun verhalen toe. Ze vertellen mij over de eenzaamheid die je kan overvallen wanneer je in een rusthuis een deel van je menselijke waardigheid verliest, over het gemis van kinderen en kleinkinderen, over de rouw om een geliefde, over vroegere verliefdheden en heimelijke schuldgevoelens. Ook delen ze hun hoop, vragen, twijfels en angsten. Als ik gerimpelde handen vastpak, schemert achter de grijze haren en groeven soms iets door van de man of de vrouw die de hulpbehoevende oudere ooit is geweest. En ik voel me intens dankbaar als die schemering bij ons afscheid een schittering, of zelfs een glans is geworden.

Zoektocht naar de kerk van morgen

Afgezien van de pastorale contacten maakt Bert mij deelgenoot van zijn zoektocht naar de kerk van morgen. Tijdens een interview voor Tertio merkte John van der Dussen, voorzitter van de Antwerpse Raad van Kerken (ARK), op dat een vriend tijdens een oecumenische conferentie zei: “Die protestanten pakken het wel grondig aan. Er is zelfs een advocaat aanwezig!” Het bleek een dominee in zwarte toga te zijn.

Bij veel kerken waan je je, als je er binnenkomt, een stap terug in de tijd. Ontwikkelingen als digitalisering, globalisering en multimedia hebben de afgelopen decennia een sneltreinvaart genomen. De cultuurkloof tussen generaties is daardoor groter dan ooit. Frisse initiatieven zoals bibliodrama, een schildercursus, warme wijkcontacten en samenwerking met het middenveld geven me weer het vertrouwen dat er wel degelijk een toekomst is voor de kerk, mits ze zo af en toe bereid is om in het diepe te springen, zich te vernieuwen en ruimere wateren op te zoeken.

Verjaardagsfeestje

Afgezien van Bert gunt ook ziekenhuisaalmoezenier Tünde Boelens mij een inkijkje in haar pastorale bestaan. Ik mag een tijdje meedraaien in de woonzorgcentra Sint-Maria in Berchem en Hof De Beuken in Ekeren. De warmte waarmee Tünde voor ‘haar’ cliënten klaarstaat, raakt me. In woonzorgcentra waar veel bewoners klagen over een gebrek aan aandacht, maakt Tünde dat zij zich werkelijk als mens gezien voelen.

Hoogtepunt is het verjaardagsfeestje van een Britse old lady. We halen haar op uit haar kamer en nodigen tevens een andere dame in rolstoel uit. Met zijn vieren bouwen we een feestje op het zonovergoten terras. Als Tünde happy birthday inzet, beginnen ook de andere ouderen op het terras te zingen. Mary straalt als de zon. Hoewel ik die dag ben gekomen om haar iets te geven, geeft Mary mij ook iets: een inzicht in wat werkelijk belangrijk is in het leven. Terwijl jongere generaties zich vaak druk maken om allerlei materiële en kleine dingen, kun je mensen als Mary geen groter geschenk geven dan tien minuten van je tijd.

Alles stroomt

Met plezier en dankbaarheid kijk ik terug op het afgelopen stagejaar. Nu ik dit schrijf, heb ik juist mijn handtekening gezet onder mijn nieuwe arbeidsovereenkomst als geestelijk verzorger bij AZ Monica. Mijn laatste week op de redactie ligt voor me. Afscheid doet altijd een beetje pijn, maar het is zoals Heraclitus zei: “Alles stroomt, niets blijft”. Hopelijk mag mijn duik in het diepe voor anderen een warm bad zijn.

Dit artikel verschijnt binnenkort in De Band, het magazine van de Verenigde Protestantse Kerken in Antwerpen.

Leren van ouderen

Al bij de deur van het woonzorgcentrum stond de oude man te wachten. ‘Bent u er nu pas?’, gromde hij, steunend op zijn rollator. Hij loodste me mee naar een vergaderkamer. Na wat koetjes en kalfjes kwam het hoge woord eruit: hij overwoog euthanasie, of meer nog: de formulieren lagen ingevuld klaar.

Vierentachtig was hij, en broos en breekbaar. Maar wie voorbij de rimpels en de grijze haren keek, zag een glimp van de vroegere mens. De activist die zich onvermoeibaar had ingezet voor de vredesbeweging, de jongeman die zijn geliefde ten huwelijk vroeg, de vader die zijn pasgeboren kind in zijn armen hield. Liefgehad had hij, maar ook fouten gemaakt. Vandaag was zijn bestaan versmald tot het ritme van het tehuis: opstaan, wassen, pillen, eten. ‘Ik ben een kostenpost geworden voor de maatschappij’, zei de man.

Levenswijsheid

Een bekend spreekwoord zegt dat je de beschaving van een volk kunt afmeten aan hoe het met zijn jongsten en oudsten omgaat. In veel culturen brengen ouderen hun laatste levensdagen door op pleinen in de zon, of omringd door hun familie. Ze geven hun levenswijsheid door aan volgende generaties. En het contact met jongeren houdt ze jong van geest.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Dor hout

Zo niet in West-Europa, waar de generaties nagenoeg in gescheiden werelden leven. De kloof tussen jong en oud is door de coronacrisis alleen maar verder gegroeid. De Nederlandse schrijfster Marianne Zwagerman schreef aan het begin van de crisis een column waarin ze ouderen ‘het dorre hout van de samenleving’ noemde. Ze vergat dat ook zij niet voor eeuwig een soepel twijgje zal zijn.

Voor bijna iedereen komt er een dag waarop de jaren gaan tellen. Hebben we pech, dan slijten we die in eenzaamheid, snakkend naar een goed gesprek. Dan krijgen we wegens tijdgebrek een luier om en voelen we ons niet langer een mens, maar een kostenpost.

#Fuckingeenzaam

‘In onze snel vooruitgaande samenleving blijken ouderen veel moeite te hebben om de pas bij te houden’, constateert student Redmer Stamhuis uit Leeuwarden. ‘Ze worden steeds meer vergeten en gezien als een last. Wij komen allemaal net uit de quarantaine en velen van ons voelden zich toen ook erg eenzaam. Als wij blijven denken aan onze ouderen en de afstand proberen te overbruggen kunnen we juist veel van ze leren.’

Samen met enkele medestudenten van de Academie voor Popcultuur in Leeuwarden ontwikkelde hij de animatievideo #fuckingeenzaam om studenten te attenderen op het probleem. In Doesburg onstond in de kelder van complex Grotenhuys timmerwerkplaats Houtdoe, waar vijftigplussers zich creatief kunnen uitleven. En in Amsterdam gingen oud en jong vorige maand samen op speeddate in hotel Krasnapolsky. ‘Ik denk dat het voor beiden goed is om contact te hebben. Het houdt ons beiden fris’, getuigde een vrouw op leeftijd.

Van grote waarde

Goddank dringt steeds meer het besef door dat het anders kan en moet. Ouderen met hun levenswijsheid en verhalen zijn van grote waarde voor de maatschappij. De oude Antwerpenaar had maar een uurtje onverdeelde aandacht nodig om de zon weer te zien schijnen. Bij ons afscheid glansden zijn ogen, de ineengedoken gestalte richtte zich op. Een mens was wonderwel opnieuw tot leven gekomen.

Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Deze column verscheen in het Nederlands Dagblad van 20 april 2022.