Een ongemakkelijke Boodschap

Wie gelooft er niet graag in mooie dromen? Maar sommige Bijbelteksten kunnen je een ronduit ongemakkelijk gevoel geven. Wat te doen als het Verhaal waarin Jezus en de profeten ons oproepen te geloven, snijdt en schuurt? Een overdenking naar aanleiding van Jeremia 23:23-29 en Lucas 12:49-56.

Wat heb je de afgelopen nacht gedroomd? Misschien kun je je alles nog levendig herinneren, of misschien is de droom vervlogen. In de tijd van de Bijbelse profeet Jeremia werd er grote waarde gehecht aan dromen. “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, riepen de valse profeten. Met succes lieten ze zich raadplegen door het volk. Maar de profeet Jeremia waarschuwt voor hun praktijken. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo.

Sommige dromen zijn bedrog

Jeremia is niet de enige. In het Mattheüsevangelie waarschuwt ook Jezus voor de valse profeten. “Aan de vruchten herkent men de boom”, stelt Hij. En de vruchten die deze boodschappers voortbrengen, zijn wrang. Ze spiegelen de mensen grote dromen voor, maar wie erop vertrouwt, raakt alleen maar verder van God verwijderd.

Niet elke droom is betrouwbaar. Dromen komen in vele gedaanten:

  • Wensdenken. Mensen die zich groter voordoen dan ze zijn, of die graag in luchtkastelen geloven, doen aan wishful thinking.
  • Psychologische processen. Dromen kunnen een afspiegeling zijn van wat zich in ons onderbewustzijn afspeelt, zoals psychiater Sigmund Freud aantoonde.
  • Mijmeringen. Soms dromen we wat weg. Mijmeren helpt om tijdelijk even aan de grillige werkelijkheid te ontsnappen.
  • Manipulatie. Droombeelden kunnen manipulatief zijn. De profeten roepen: “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, maar intussen verkondigen ze hun eigen verzinsels.

Profetische dromen

Toch ontkent Jeremia niet dat dromen wel degelijk profetisch kunnen zijn; boodschappen van God. Maar om het verschil te weten, moet je ze wel eerst toetsen. De profeet geeft een duidelijke richtlijn mee.

Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie mijn woorden kent, geeft mijn woorden betrouwbaar weer. Wat heeft stro met graan gemeen? – spreekt de HEER. Is mijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? – spreekt de HEER.

Jeremia 32:28-29

Ziedaar het grote verschil tussen de valse profeten en de ware profeten. De eerste verkondigen hun eigen verzinsels, terwijl de laatste hun dromen toetsen aan Gods woorden. Jeremia vergelijkt de valse profetieën met stro, en de betrouwbare met koren. Stro is dor en droog en levert niets op; koren is in staat zich te verspreiden, te vermeerderen en leven voort te brengen. Gods woorden zijn vruchtbaar en missen hun impact niet. Ze zijn verterend en louterend als een vuur, en in staat alles te overwinnen wat aards is, zelfs dat wat het meest stevig en ondoordringbaar lijkt (vgl. Hebreeën 4:12).

Foto door Pixabay op Pexels.com

God van dichtbij én van ver

Krachtige materie dus. Zijn we ons eigenlijk wel bewust van de kracht van Gods woorden in ons leven? Hoe vaak lopen we niet op tegen muren? Tegen mensen, structuren of situaties die we niet kunnen veranderen? En wanneer zwoegen we niet om dingen op eigen kracht voor elkaar te krijgen? Of we voelen ons verantwoordelijk voor dingen die we eigenlijk zouden mogen overdragen.

Soms lijkt het misschien alsof God zich alleen met grote zaken bezighoudt, en alsof we voor de kleine dingen zelf verantwoordelijk zijn. Maar met vier vragen zet de profeet Jeremia ons aan het denken.

“Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg? Zou iemand zich zó ver van Mij kunnen verbergen dat Ik hem niet zou zien? zegt de Heer. Ik ben toch overal in de hemel en overal op de aarde? zegt de Heer.”

Jeremia 23:23-24

Een heerser die alleen dichtbij is, ziet de details van je werk of leven, maar het totaalplaatje ontgaat hem. Een heerser die alleen van ver regeert, overziet het geheel, maar wat je vandaag gaat doen laat hem koud. De Eeuwige openbaart zich in Jeremia als een God van dichtbij én van ver. “Ben Ik niet overal, vervul Ik niet de hemel en de aarde?” God is zowel geïnteresseerd in de details van ons leven als in the big picture.  

Als God overal is, als Zijn kracht hemel en aarde vervult en Hij alle leven in stand houdt en alle planeten op hun plek, dan is er simpelweg niets dat voor Hem verborgen kan blijven. Zelfs de overleggingen van ons hart zijn Hem bekend.

Juist daarom ziet Hij wat er in het hart is van de valse profeten. Juist daarom is Hij in staat hun verborgen motieven te ontmaskeren. Die profeten vertellen de mensen wat ze graag willen horen en geloven, maar intussen doen ze hen met hun verzinsels Gods naam vergeten.

Gods Vuur

Wie van ons hoort er niet graag goed nieuws? Zeker in tijden van klimaatverandering, coronacrisis en dreigende oorlogen is een opbeurend woord wel zo fijn. Dat verklaart ook waarom de feel-good-profeten zo geliefd zijn. Ze vertellen wat de mensen graag willen horen. Maar in het Lucasevangelie gooit Jezus het over een totaal andere boeg.

“Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde!”, zegt Jezus tegen zijn leerlingen en de menigte. Met dat “vuur” verduidelijkt Jezus enerzijds dat Hij gekomen is om op aarde Gods licht te ontsteken, dat de duisternis verlicht en dat al het verborgene onthult. Anderzijds verwijst het vuur ook naar een belofte van Jezus aan de vooravond van Zijn dood. Jezus beloofde toen dat God zijn heilige Geest naar de aarde zou sturen om de gelovigen krachtig bij te staan. Met Pinksteren gaat die belofte in vervulling. De heilige Geest wordt afgebeeld als “vurige tongen” die neerdaalden op de hoofden van de apostelen. Aangestoken door dat vuur van God, begonnen ze Hem te prijzen en in vreemde talen te spreken.

Tot zover het goede nieuws. Want Jezus zegt ook dat Hij in hevige spanning verkeert omwille van een doop die Hij moet ondergaan, en dat Hij liever zou willen dat het achter de rug was. Er zal geen water maar bloed vloeien; Jezus beseft dat Hij zal moeten lijden aan het kruis. Niet bepaald zalvende woorden van rust en vrede! Maar ook voor de mensen heeft Hij geen goed nieuws: “Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen maar het zwaard” (Matt. 10, 34-39, zie ook Lucas 12:52-53).

Foto door Mehmet Turgut Kirkgoz op Pexels.com

Haaks op de wereld

Wat is dat, preekt Jezus hier geweld? Roept Hij op tot verdeeldheid? Nee, Jezus’ woorden zijn veeleer een waarschuwing: “Wéét wat je te wachten staat, dit is de realiteit”. De aard van de godsdienst die Jezus brengt, is zuiver, vredelievend en liefdevol; maar dat maakt ook dat die boodschap haaks staat op deze wereld. Het wandelen in de voetsporen van Jezus kan enerzijds een diepe vreugde geven die al het aardse te boven gaat. Anderzijds is het geen feel-good-religion. Het evangelie is ook confronterend. Het snijdt en het schuurt. De zuiverheid die Jezus voorstaat is zo vaak strijdig met de trots en de begeerten van mensen.

In tijden van kerkverlating en secularisatie voelt dat soms ongemakkelijk. Wat moet je vandaag nog met zo’n boodschap? Wie leeft er graag in onmin met zijn familie? Wie wordt er graag verworpen of vervolgd? Maar waar naar de kerk gaan vroeger de norm was, behoor je als gelovige in Noordwest-Europa nu tot een minderheid. De tijd is gekomen dat ook wij, als zeggen in God te geloven, iets uit te leggen hebben. En “andersheid” roept soms heftige reacties op.

Geen vrede maar het zwaard

Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Mattheüs 10:34

Die ongemakkelijke woorden van Jezus zijn voor miljoenen christenen wereldwijd de dagelijkse realiteit. Soms zelfs letterlijk. In Afghanistan bijvoorbeeld, waar duizenden christenen executie vrezen onder het regime van de Taliban. Dit jaar voert dat land voor het eerst de Ranglijst Christenvervolging 2022 aan. Nummer twee op de ranglijst is het Noord-Korea van Kim Jong-un, die geen “andere goden” naast zich duldt, laat staan boven zich. Daarna volgen respectievelijk Somalië, Libië en Jemen. In al die landen betalen christenen een hoge prijs voor hun geloof.

Die ongemakkelijke realiteit roept een vraag op. Wat hebben wij vandaag, in het comfortabele westen, over voor ons geloof? Welke prijs zijn we bereid te betalen? Of bewaren we ons geloof liever voor achter de voordeur, om buiten toch maar zo normaal mogelijk te lijken?

Ruim tien jaar geleden werkte ik bij Vluchtelingenwerk in Utrecht. Een collega vroeg me: “Kelly, ben jij eigenlijk wel een moderne meid?” Haar vraag maakte duidelijk hoe ze christenen zag: als conservatieve mensen die niet meer van deze tijd zijn. Ook media maken nogal eens een karikatuur van de kerk. Als wij een geheim maken van ons geloof, dan zullen we de wereld nooit het tegendeel kunnen bewijzen. We zullen onze medemensen nooit de kracht, de sprankeling van ons geloof kunnen tonen. En dat terwijl psychiaters als Dirk De Wachter de noodklok luiden over de zingevingscrisis waaronder veel mensen vandaag gebukt gaan.

Weersvoorspellingen

Jezus is in zijn rede niet mild voor de menigte. Als die mensen de wolken zien opkomen in het westen, weten ze precies dat er regen op komst is. En wanneer de wind uit het zuiden komt, bereiden ze zich voor op hitte. Die tekenen kunnen ze feilloos duiden. Maar Jezus is niet onder de indruk van hun kennis: “Huichelaars, het uiterlijke aanzien van de aarde en de lucht weten jullie te onderzoeken, maar hoe komt het dan dat jullie deze speciale tijd niet weten te onderzoeken?”

De materiële wereld duiden is voor deze mensen geen enkel probleem. Maar de geestelijke tekenen, daar gaan ze aan voorbij. Vandaag zouden we misschien zeggen dat sommige mensen nu eenmaal geen religie-gen hebben, of teveel kennis hebben opgedaan om nog langer in spirituele zaken te geloven. Maar nee, Jezus is onverbiddelijk. Huichelaars! Blijkbaar is er hier sprake van informatie die bewust wordt genegeerd.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Ontkenning

“Als ik niet geloof dat het coronavirus bestaat”, vroeg een vrouw me eens, “kan ik er dan ook niet ziek van worden?” Ontkenning grenst soms aan wishful-thinking. Het is dan een copingmechanisme; een manier van omgaan met een ongemakkelijke en grillige werkelijkheid. Zowel de valse profeten als de toehoorders van Jezus leven in ontkenning. “Als ik ervoor kies om niet in God te geloven, of om sommige domeinen van mijn leven voor Hem af te schermen, dan hoef ik ook geen rekenschap aan Hem af te leggen”, houden ze zichzelf voor.

Een illusie, als we de Bijbel mogen geloven.

“Wie zou zich voor Mij kunnen verbergen? Vervul Ik niet hemel en aarde?” klinken vandaag onverminderd de woorden in Jeremia. Voor wie graag verstoppertje met God speelt, zijn die woorden onheilspellend. Een tegendraads verhaal dat maar al te vaak strijdig is met de dromen waar we graag zelf zo in geloven. En wie van ons speelt er niet graag eens verstoppertje met God? Zijn er in ons leven geen domeinen die we liever voor onszelf houden?

God wil ons vuur zijn

Maar dat is wat de Bijbel zo verwonderlijk maakt: juist in die ongemakkelijke boodschap ligt het goede nieuws.

Diezelfde God, die alles omvat en alles ziet, ziet ook de noden en zorgen van ons hart aan. Hij ziet ons echt, ten diepste zoals wij zijn. Voorbij de maskers die we proberen op te houden. Die God wil ons Vuur zijn. Een vuur dat verwarmt en dat in ons een passie doet ontspringen. Een vlam die ons leven vernieuwt, verlicht en loutert. God wil het koren op de akker van ons leven zijn, dat alles vruchtbaar maakt, dat zich vermeerdert en verspreidt met de wind. Hij wil de hamer zijn in onze handen die de rots vermorzelt; onze kracht die ons in staat stelt om zelfs de hardste en schijnbaar onmogelijke situaties te overwinnen.

De God die hemel en aarde vervult, wil ook jouw en mijn hart vervullen. Hij is niet te ver weg om nabij te kunnen zijn.

Wie die uitnodiging aanneemt en ernaar leeft – voor hem of haar mag die ongemakkelijke boodschap die zo vaak haaks staat op de wereld, tot een kracht zijn. Psalm 46 belooft:

“God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet, als wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. (..) De HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob.”

Psalm 46:2-3,8

Sommige dromen zijn bedrog, maar Gods beloften houden tot in eeuwigheid stand. Amen.

Foto door Oleksandr Pidvalnyi op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek die op 14 augustus 2022 door drs. Kelly Keasberry werd gehouden in de Protestantse Gemeente van Axel (Zeeuws-Vlaanderen).

Je bent geroepen om groot te zijn!

In het Bijbelboek Jeremia lezen we hoe Jeremia plots wordt overvallen door een besef van roeping. Dat overweldigt hem zo, dat hij uitroept: “Nee, Heer, mijn God! Dat kan ik toch niet, ik ben veel te jong!” Denken we stiekem niet allemaal wel eens dat we ergens te klein voor zijn? Het verhaal van Jeremia daagt ons uit om groter te denken.

Dat Jeremia was voorbestemd een grote profeet te zijn, kwam voor hem letterlijk uit de lucht vallen. Niets wees erop dat hij de meest geschikte kandidaat zou zijn. Wat nu als de Eeuwige een vacature had laten opstellen?

Gezocht: profeet van het volk van Israël

Functieomschrijving: u krijgt “gezag over alle koninkrijken en volken, om ze uit te rukken en te verwoesten, te vernietigen en af te breken, of om ze op te bouwen en te planten”.

Naar: Jeremia 1, 10

Het resultaat? Waarschijnlijk zou het reacties hebben geregend van mensen die hongeren macht, invloed en een toppositie. Van elitaire heren met grijze ringbaardjes en een indrukwekkend cv tot ambitieuze CEO’s, toppolitici en snelle zakenjongens van het kaliber “jong en veelbelovend”. Maar – en dat weten we bijna zeker – geen enkele brief van Jeremia.

Want Jeremia was een jongen van zo’n 17 jaar, die zo op het eerste gezicht niets had om te kunnen matchen met het profiel van de klassieke profeet. Behalve dan misschien dat hij afkomstig was uit een priestergezin. Maar toch: als Jeremia in de spiegel keek, zag hij daar vooral die onzekere jongen. Een kind nog maar, dat nauwelijks de jeugdpuistjes was ontgroeid.

Foto door Mushtaq Hussain op Pexels.com

Machtsverlangen

De “Wille zur Macht” is volgens de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche een van de belangrijkste drijfveren van de mens. Het machtsverlangen. Veel mensen denken dat het leven op de top van de berg beter is dan aan de voet. Ze dromen van macht en invloed, omdat ze geloven dat die dingen hen gelukkiger zullen maken.

Wat vaak wordt vergeten, is dat macht en verantwoordelijkheid hand in hand moeten gaan, anders gaat het mis. De schandalen in het Nederlandse programma The Voice begin 2022 zijn een triest voorbeeld. De macht van een groepje heren was ontaard in een vrijstaat, waarin ze dachten ongezien te kunnen doen wat ze wilden. Inmiddels wordt pijnlijk duidelijk hoeveel levens ze hebben beschadigd.

Begonnen als een zaadje

Nu even terug naar het verhaal van Jeremia. Zijn vader Hilkia en zijn grootvader Sallum waren indrukwekkende bomen in Gods Koninkrijk, en waarschijnlijk keek de jonge Jeremia hoog naar hen op. Maar hij vergat dat een hoge boom niet in één dag ontstaat. Zelfs de meest reusachtige eik is ooit begonnen als een piepklein zaadje.

Nu willen veel mensen wel een machtige eik worden, maar slechts weinigen zijn bereid de bijbehorende weersomstandigheden te trotseren. Terwijl koude, hitte en droogte onontbeerlijk zijn om uit te groeien tot een grote en machtige boom. De bomen die vele generaties beschutting bieden en die kraamkamers zijn van leven, hebben al talloze stormen doorstaan.

God zag dat Jeremia daar wél toe bereid was. Hij mocht dan nog een groene scheut zijn, hij had het in zich om te kunnen uitgroeien tot een grote en machtige boom. Jeremia was bovendien niet trots en zinde niet op macht; hij had de juiste houding om zich van tijd tot tijd te laten snoeien door de hand van de Tuinman. Zijn roeping blijkt eigenlijk al uit zijn naam, die betekent: “De Heer verhoogt”.

Foto door Alexander Kovalev op Pexels.com

Profetische woorden

Dit brengt Jeremia op een keerpunt in zijn leven. Door zijn roeping wordt hij uitgedaagd om niet langer te zien op wat hij was, maar op wat hij kan zijn. “Ik ben nog maar een jongen”, zegt Jeremia over zichzelf. God weerlegt die woorden: stop met zo over jezelf te spreken! Nu is de tijd om nieuwe waarheden over jezelf aan te nemen, want als je profetische woorden wilt uitspreken over anderen, dan moet je eerst profetische woorden uitspreken over jezelf!

  • Ik ben maar een jongen
  • Ik ben een groot profeet van de Eeuwige, Bron van alle leven

Voel je het verschil? Het Bijbelboek Genesis verhaalt hoe God de materiële werkelijkheid creëert door middel van woorden. Ook onze woorden hebben creatieve kracht. “Dood en leven zijn in de macht der tong”, waarschuwt koning Salomo in Spreuken, “wie aan haar toegeeft zal haar vrucht eten”. Ook wij zijn in staat onszelf en anderen letterlijk naar beneden te praten, maar we kunnen er evenzeer voor kiezen om woorden van leven te spreken.

Vicieuze cirkel

Het probleem met negatieve woorden is dat het lijkt alsof ze even opluchten, maar uiteindelijk worden ze gemakkelijk een self fulfilling prophecy. Hoe meer we zulke boodschappen over onszelf uitspreken, hoe meer we ze gaan geloven. Totdat ons zelfbeeld verweven raakt met de waarheden die we over onszelf hebben aangenomen. Het gevolg is dat we ons somber en waardeloos gaan voelen. Als we dat vervolgens weer over onszelf gaan belijden, is het cirkeltje rond.

Gelukkig is er een uitweg uit die vicieuze cirkel. We kunnen ook kiezen voor woorden van geloof. God zegt als het ware tegen Jeremia: jij bent meer dan je verleden. Je bent niet je jeugdige voorkomen, je bent méér dan je beperkte levenservaring, je pijnlijke herinneringen, de fouten die je maakte, je afkomst, de woorden die anderen over je zeiden. Kijk nu eens naar jezelf door de ogen van mogelijkheden! Als je toch eens wist wat een groeikracht je in je draagt.

Foto door Nita op Pexels.com

Lichaam van Christus

Misschien denk je nu: maar ik ben al oud. Wat zou ik nog kunnen betekenen? Of: ik ben een vluchteling, ik spreek de taal van dit land nog niet eens.

Ook Jeremia was maar een jongen. Geen zaadje te klein om op een dag groot te kunnen zijn. In de machtige tuin van de Eeuwige staan eiken, maar ook dadelpalmen, acacia, koriander, tulpen, cactussen en sneeuwklokjes. Ook in het Nieuwe Testament lezen we dat in het Lichaam van Christus voor iedereen een plekje is. We zijn allen één, en toch zo verschillend. Als we die rijkdom aan verschillen vieren en elk op onze eigen manier tot bloei komen, worden we daar samen mooier, beter en sterker van.

Als we samen zo’n prachtige tuin vormen, waarom denken we dan soms zo min over onszelf? Een belangrijke oorzaak is dat we onszelf niet definiëren in termen van geloof, maar van beperkingen. Maar er is nog een tweede: de voortdurende neiging om onszelf met anderen te vergelijken. De tulp kijkt op naar de eik en denkt: ‘Was ik maar zo’n grote boom’.

Maar als je een tulp bent en je kijkt op naar de eik, dan voel je je al snel een waardeloze eik. Toch? Wat als de tulp nu haar doelen bijstelde, en zou zeggen: “Ik wil gewoon de mooiste tulp worden die ik kan zijn”. Wel, dát is roeping. Niets verhevens, maar gewoon de uitdaging om uit te groeien tot de mooiste versie van wie we bedoeld zijn te zijn!

Foto door Vural Yavas op Pexels.com

Zaadjes

God inspireerde Jeremia om zichzelf in een nieuw daglicht te zien. Niet door de lens van beperkingen, maar door die van mogelijkheden. En Jeremia groeide uit van een groene scheut tot een machtige boom in Gods Koninkrijk. Als 17-jarige jongen had hij onmogelijk kunnen vermoeden dat tot op de dag van vandaag zijn naam zou blijven klinken.

Het verhaal van Jeremia mag ook ons inspireren. Focus je niet op je onzekerheden en beperkingen, maar open je ogen voor de prachtige mogelijkheden die God in je heeft gelegd! Wij allen zijn zaadjes, geplant in deze wereld om haar samen een stukje mooier te maken. De God die in Jeremia geloofde en hem tot bloei bracht, gelooft ook in jou en mij.

Deze tekst is gebaseerd op de preek in de Taizédienst van 30 januari 2022 in protestantse kerk De Brabantse Olijfberg, Lange Winkelstraat in Antwerpen.

Foto door Artem Beliaikin op Pexels.com