Vrede vergt de moed om tegendraads te zijn

Afgelopen woensdag was het de Internationale Dag van de Vrede. En elke vrijdag wensen joodse mensen elkaar shabbat shalom. Vrede, de wereld heeft er de mond van vol. Maar juist nu lijkt de vrede verder weg dan ooit. “Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden”, stelt Jezus in de Bergrede. Maar wat doe je als vrede ver te zoeken is? Alleen maar bidden, zegenen wie je vervolgen? Soms vergt vrede de moed om écht tegendraads te zijn.

Nog niet zo lang geleden hield Usula von der Leyen haar State of the Union-toespraak. Ze verscheen van top tot teen in geel-blauw, geflankeerd door dito Europese vlag. “Vandaag heeft moed een naam, en die naam is Oekraïne”, stelde Von der Leyen. Krachtige retoriek, maar vergat de EU-voorzitter niet iets? Moed kan ook een Russische naam dragen. Want niet alleen Oekraïners, maar ook Russen zijn slachtoffers van een uitzichtloze strijd.

Ursula von der Leyen (c) Al Arabiya

Schijnsolidariteit

De afgelopen week maakte Vladimir Poetin bekend een leger van 300.000 mensen te willen mobiliseren. “Als je opgeroepen wordt, is het vluchten of sterven”, zei een Russische jongen in de krant. Tot de ongelukkigen die zo’n oproep kregen, behoorden een 26-jarige jongeman die met een promotieonderzoek bezig was en een 63-jarige man met diabetes. Mensen die gewoon hun dagelijkse levens leidden, totdat ze werden gedwongen om hun leven te wagen in een nodeloze strijd. Wat is de naam van moed? Het zijn de namen van miljoenen mensen wereldwijd, die zich met gevaar voor eigen leven inzetten voor de vrijheid van meningsuiting. Meisjes, jongens, mannen en vrouwen die durven op te staan tegen een ontmenselijkend regime.

Von der Leyen riep ogenschijnlijk op tot solidariteit. Maar solidariteit neemt soms de vorm aan van kiezen of delen. Wie niet voor ons is, is tegen ons; wij tegen zij. Zulke schijnsolidariteit kan ontaarden in vijandsbeelden. Laten we nooit vergeten dat een oorlog alleen verliezers kent. Meedogenloze dictators hebben de neiging om alles en iedereen mee te sleuren in hun val.

Hippie met lange haren

Oorlogsdreigingen kunnen je als christen in een lastig parket brengen. De werkelijkheid staat zo vaak haaks op wat wij geloven. “Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden”, stelt Jezus in de Bergrede (Mattheüs 5:9). Maar wat doe je als vrede ver te zoeken is? Je vijand de andere wang toekeren? Op je knieën gaan, zegenen wie je vervolgen? Dat klinkt vroom, maar probeer het maar eens uit als een vijandig leger je op de hielen zit.

Soms wordt Jezus voorgesteld als een hippie met lange haren die niet helemaal van deze wereld was. Een idealist op sandalen, een beetje soft. Peace man. Hij preekte absoluut een boodschap van liefde en vergeving. Maar in het Lucasevangelie laat Hij zich ook van een andere kant zien.

“Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Jezus in Mattheüs 10:34-39; Lucas 12:52-53

Dan kun je je afvragen: wat is hier aan de hand? Roept Jezus plots op tot geweld, tot een soort christelijke jihad? Tot polarisatie? Dat is de reden dat veel mensen die tekst liever links laten liggen, en zich focussen op Bijbelverhalen die wat prettiger zijn voor onze gemoedsrust.

20th Century Fox

Geen feel good religion

Toch zijn Jezus’ woorden juist zo interessant omdat ze zo realistisch zijn. Ze maken komaf met het al te romantische beeld van Jezus als een softe hippie. Hier lezen we een hartgrondige waarschuwing: “Wéét wat je te wachten staat, dit is de realiteit!” De aard van de godsdienst die Jezus brengt, is zuiver, vredelievend en liefdevol; maar dat maakt ook dat die boodschap een tegendraads randje heeft. Het wandelen in de voetsporen van Jezus is geen feel good-religion. Het evangelie is ook confronterend. Het snijdt en het schuurt. De zuiverheid die Jezus voorstaat is zo vaak strijdig met de trots, de machtswellust en expansiedrift van mensen.

Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen maar het zwaard. Als alles lange tijd goed gegaan is, worden we misschien een beetje gezapig. We beginnen te denken dat de status quo voor altijd zal duren. Dat wij mensen alles onder controle hebben. Dat we met onze ratio de werkelijkheid kunnen verklaren, dat vooruitgang het codewoord is dat de wereld zal gaan verbeteren, ja, misschien zelfs dat we God niet langer nodig hebben.

Christenvervolging

Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen maar het zwaard. Wat moet je vandaag nog met zo’n boodschap? Wie leeft er graag in onmin met zijn familie? Wie wordt er graag verworpen of vervolgd? Maar waar naar de kerk gaan vroeger de norm was, behoor je als gelovige in Noordwest-Europa nu tot een minderheid. De tijd is gekomen dat ook wij, als we zeggen in God te geloven, iets uit te leggen hebben. “Andersheid” roept soms heftige reacties op.

Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Die ongemakkelijke woorden van Jezus zijn voor miljoenen christenen wereldwijd de dagelijkse realiteit. Soms letterlijk. In Afghanistan bijvoorbeeld, waar duizenden christenen executie vrezen onder het regime van de Taliban. Dit jaar voert dat land voor het eerst de Ranglijst Christenvervolging 2022 aan. Nummer twee is het Noord-Korea van Kim Jong-un, die geen “andere goden” naast zich duldt, laat staan boven zich. Daarna volgen Somalië, Libië en Jemen. In al die landen betalen christenen een hoge prijs voor hun geloof.

Open Doors

Zingevingscrisis

Die ongemakkelijke realiteit roept een vraag op. Wat hebben wij vandaag, in het comfortabele westen, over voor ons geloof? Welke prijs zijn we bereid te betalen? Of bewaren we ons geloof liever voor achter de voordeur, om buiten toch maar zo normaal mogelijk te lijken? Maar als we een geheim maken van ons geloof, dan zullen we de wereld nooit de kracht en de sprankeling kunnen tonen van wat ons beweegt. Psychiaters als Dirk De Wachter en Jim Van Os luiden de noodklok over de zingevingscrisis waaronder veel mensen vandaag gebukt gaan. Dat terwijl wij een boodschap van hoop te bieden hebben!

Jezus is in het Lucasevangelie dan ook niet mild voor de menigte.

“Huichelaars, het uiterlijke aanzien van de aarde en de lucht weten jullie te onderzoeken, maar hoe komt het dat jullie deze speciale tijd niet weten te onderzoeken?”

Lucas 12:5-59

De materiële wereld duiden is voor deze mensen geen enkel probleem. Maar de geestelijke tekenen, daar gaan ze aan voorbij. Vandaag zouden we misschien zeggen dat sommige mensen nu eenmaal geen religie-gen hebben, of te slim zijn om in spirituele zaken te geloven. Maar nee, Jezus is onverbiddelijk. Huichelaars! Ook de profeet Jeremia is niet bepaald mild voor de valse profeten. Blijkbaar gaan die mensen moedwillig hun eigen weg, terwijl ze beter hadden kunnen weten.

Ontkenning

“Wie zou zich voor Mij kunnen verbergen? Vervul Ik niet hemel en aarde?” klinken de woorden in Jeremia. Voor wie graag verstoppertje met God speelt, zijn die woorden onheilspellend. Een tegendraads verhaal dat maar al te vaak strijdig is met de dromen waar we graag zelf zo in geloven. En wie van ons speelt er niet graag eens verstoppertje met God? Een student zei laatst tegen me: “Ik kan me toch vlak voor mijn dood nog bekeren? Dan kan ik eerst het leven leiden dat ik graag wil.”

Maar stel nu dat juist het leven met God het goede leven is? Waarom zou je dan het mooiste uitstellen tot morgen als je het nu al kunt krijgen? Dan blijkt misschien pas als je aan het einde van je levensverhaal bent, dat je de meest kostbare episodes hebt gemist.

Innerlijke vrede

In de brief van Paulus aan de Filippenzen lezen we:

“Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw gedachten en uw harten behoeden in Christus Jezus.”

Filippenzen 4:6-7

Midden in een wereld die in oorlogsgedruis verkeert, waarin alles schudt en schommelt, oude zekerheden op de helling gaan, belooft God ons vrede. Nu vraag je je misschien af: hoe verhoudt die belofte zich tot de uitspraak van Jezus over het zwaard? Dat lijkt een tegenstelling, maar die is slechts schijn.

Jezus waarschuwt dat er, zolang we in deze wereld leven, geen vrede zal zijn. Dat is de realiteit waar we elke dag opnieuw mee geconfronteerd worden. Maar Paulus belooft ons een ander soort vrede. Een diepe innerlijke vrede die alle verstand te boven gaat; die niet kapot te krijgen is, zelfs niet in oorlogstijd.

Tegendraads

Zalig de vredestichters. We zijn geroepen om die innerlijke vrede ook naar de wereld uit te stralen. Maar hoe doe je dat? Daarover had ik onlangs een briefwisseling met een huisarts uit Roeselare naar aanleiding van mijn editoriaal in Tertio. We kwamen tot de conclusie dat christelijke vrede niet alleen ligt in lieve woorden spreken, vergeven en bidden. Dat is te passief. En christenen hoeven geen brave seuten te zijn, want dat was Jezus ook bepaald niet.

Juist in een wereld vol oorlogsretoriek en vijandbeelden zijn we geroepen om tegendraads te zijn. De liefde van Christus, die Zichzelf aan het kruis volkomen voor ons overgaf, inspireert ons om alle oorlogsslachtoffers wereldwijd de hand te reiken. Om in zowel de Russische als de Oekraïense jongeren die van hun toekomst worden beroofd, onze zonen en dochters te zien. Om alle ouders die hun kinderen verliezen in een nodeloze strijd, als onze medemens te omarmen.

Onrechtvaardige dictators gedijen op vijandsbeelden en polarisering. Wie daaraan toegeeft, werpt olie op het vuur. Maar radicale naastenliefde en medemenselijkheid zijn een krachtig wapen dat hun draagvlak verzwakt. Daar waar de medemenselijkheid bloeit, verliezen de zaden van haat grond om te ontkiemen.

“Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.”

Mattheüs 5:9

Durven wij het aan om vredestichters te zijn? Als vredestichter ben je weliswaar in de minderheid, maar je staat nooit alleen. De Eeuwige God, die het volledige universum omvat en bezielt, zal met ons zijn. Hij ziet ons echt, zoals wij ten diepste zijn. Voorbij de schilden die we proberen op te houden. Die God wil onze vrede zijn. Een vuur dat hoop brengt, zelfs al is de wereld om ons heen nog zo duister en grimmig.

God wil het koren op de akker van ons leven zijn, dat alles vruchtbaar maakt, dat zich vermeerdert en verspreidt met de wind. Hij wil de hamer zijn in onze handen die de rots vermorzelt; onze kracht die ons in staat stelt om zelfs de hardste en schijnbaar onmogelijke situaties te overwinnen. Wie de Eeuwige God aan zijn zijde heeft, hoeft niet bezorgd te zijn. Omgord door gerechtigheid staan we sterk in de strijd.

Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.

Dit is de tekst van de preek van 25 september 2022 in de Verenigde protestantse kerk Leuven.

Foto door M Venter op Pexels.com

Een ongemakkelijke Boodschap

Wie gelooft er niet graag in mooie dromen? Maar sommige Bijbelteksten kunnen je een ronduit ongemakkelijk gevoel geven. Wat te doen als het Verhaal waarin Jezus en de profeten ons oproepen te geloven, snijdt en schuurt? Een overdenking naar aanleiding van Jeremia 23:23-29 en Lucas 12:49-56.

Wat heb je de afgelopen nacht gedroomd? Misschien kun je je alles nog levendig herinneren, of misschien is de droom vervlogen. In de tijd van de Bijbelse profeet Jeremia werd er grote waarde gehecht aan dromen. “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, riepen de valse profeten. Met succes lieten ze zich raadplegen door het volk. Maar de profeet Jeremia waarschuwt voor hun praktijken. Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo.

Sommige dromen zijn bedrog

Jeremia is niet de enige. In het Mattheüsevangelie waarschuwt ook Jezus voor de valse profeten. “Aan de vruchten herkent men de boom”, stelt Hij. En de vruchten die deze boodschappers voortbrengen, zijn wrang. Ze spiegelen de mensen grote dromen voor, maar wie erop vertrouwt, raakt alleen maar verder van God verwijderd.

Niet elke droom is betrouwbaar. Dromen komen in vele gedaanten:

  • Wensdenken. Mensen die zich groter voordoen dan ze zijn, of die graag in luchtkastelen geloven, doen aan wishful thinking.
  • Psychologische processen. Dromen kunnen een afspiegeling zijn van wat zich in ons onderbewustzijn afspeelt, zoals psychiater Sigmund Freud aantoonde.
  • Mijmeringen. Soms dromen we wat weg. Mijmeren helpt om tijdelijk even aan de grillige werkelijkheid te ontsnappen.
  • Manipulatie. Droombeelden kunnen manipulatief zijn. De profeten roepen: “Een droom! Ik heb een droom gehad!”, maar intussen verkondigen ze hun eigen verzinsels.

Profetische dromen

Toch ontkent Jeremia niet dat dromen wel degelijk profetisch kunnen zijn; boodschappen van God. Maar om het verschil te weten, moet je ze wel eerst toetsen. De profeet geeft een duidelijke richtlijn mee.

Een profeet die droomt, vertelt niet meer dan een droom, maar wie mijn woorden kent, geeft mijn woorden betrouwbaar weer. Wat heeft stro met graan gemeen? – spreekt de HEER. Is mijn woord niet als een vuur, als een hamer die een rots verbrijzelt? – spreekt de HEER.

Jeremia 32:28-29

Ziedaar het grote verschil tussen de valse profeten en de ware profeten. De eerste verkondigen hun eigen verzinsels, terwijl de laatste hun dromen toetsen aan Gods woorden. Jeremia vergelijkt de valse profetieën met stro, en de betrouwbare met koren. Stro is dor en droog en levert niets op; koren is in staat zich te verspreiden, te vermeerderen en leven voort te brengen. Gods woorden zijn vruchtbaar en missen hun impact niet. Ze zijn verterend en louterend als een vuur, en in staat alles te overwinnen wat aards is, zelfs dat wat het meest stevig en ondoordringbaar lijkt (vgl. Hebreeën 4:12).

Foto door Pixabay op Pexels.com

God van dichtbij én van ver

Krachtige materie dus. Zijn we ons eigenlijk wel bewust van de kracht van Gods woorden in ons leven? Hoe vaak lopen we niet op tegen muren? Tegen mensen, structuren of situaties die we niet kunnen veranderen? En wanneer zwoegen we niet om dingen op eigen kracht voor elkaar te krijgen? Of we voelen ons verantwoordelijk voor dingen die we eigenlijk zouden mogen overdragen.

Soms lijkt het misschien alsof God zich alleen met grote zaken bezighoudt, en alsof we voor de kleine dingen zelf verantwoordelijk zijn. Maar met vier vragen zet de profeet Jeremia ons aan het denken.

“Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg? Zou iemand zich zó ver van Mij kunnen verbergen dat Ik hem niet zou zien? zegt de Heer. Ik ben toch overal in de hemel en overal op de aarde? zegt de Heer.”

Jeremia 23:23-24

Een heerser die alleen dichtbij is, ziet de details van je werk of leven, maar het totaalplaatje ontgaat hem. Een heerser die alleen van ver regeert, overziet het geheel, maar wat je vandaag gaat doen laat hem koud. De Eeuwige openbaart zich in Jeremia als een God van dichtbij én van ver. “Ben Ik niet overal, vervul Ik niet de hemel en de aarde?” God is zowel geïnteresseerd in de details van ons leven als in the big picture.  

Als God overal is, als Zijn kracht hemel en aarde vervult en Hij alle leven in stand houdt en alle planeten op hun plek, dan is er simpelweg niets dat voor Hem verborgen kan blijven. Zelfs de overleggingen van ons hart zijn Hem bekend.

Juist daarom ziet Hij wat er in het hart is van de valse profeten. Juist daarom is Hij in staat hun verborgen motieven te ontmaskeren. Die profeten vertellen de mensen wat ze graag willen horen en geloven, maar intussen doen ze hen met hun verzinsels Gods naam vergeten.

Gods Vuur

Wie van ons hoort er niet graag goed nieuws? Zeker in tijden van klimaatverandering, coronacrisis en dreigende oorlogen is een opbeurend woord wel zo fijn. Dat verklaart ook waarom de feel-good-profeten zo geliefd zijn. Ze vertellen wat de mensen graag willen horen. Maar in het Lucasevangelie gooit Jezus het over een totaal andere boeg.

“Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde!”, zegt Jezus tegen zijn leerlingen en de menigte. Met dat “vuur” verduidelijkt Jezus enerzijds dat Hij gekomen is om op aarde Gods licht te ontsteken, dat de duisternis verlicht en dat al het verborgene onthult. Anderzijds verwijst het vuur ook naar een belofte van Jezus aan de vooravond van Zijn dood. Jezus beloofde toen dat God zijn heilige Geest naar de aarde zou sturen om de gelovigen krachtig bij te staan. Met Pinksteren gaat die belofte in vervulling. De heilige Geest wordt afgebeeld als “vurige tongen” die neerdaalden op de hoofden van de apostelen. Aangestoken door dat vuur van God, begonnen ze Hem te prijzen en in vreemde talen te spreken.

Tot zover het goede nieuws. Want Jezus zegt ook dat Hij in hevige spanning verkeert omwille van een doop die Hij moet ondergaan, en dat Hij liever zou willen dat het achter de rug was. Er zal geen water maar bloed vloeien; Jezus beseft dat Hij zal moeten lijden aan het kruis. Niet bepaald zalvende woorden van rust en vrede! Maar ook voor de mensen heeft Hij geen goed nieuws: “Meent niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen maar het zwaard” (Matt. 10, 34-39, zie ook Lucas 12:52-53).

Foto door Mehmet Turgut Kirkgoz op Pexels.com

Haaks op de wereld

Wat is dat, preekt Jezus hier geweld? Roept Hij op tot verdeeldheid? Nee, Jezus’ woorden zijn veeleer een waarschuwing: “Wéét wat je te wachten staat, dit is de realiteit”. De aard van de godsdienst die Jezus brengt, is zuiver, vredelievend en liefdevol; maar dat maakt ook dat die boodschap haaks staat op deze wereld. Het wandelen in de voetsporen van Jezus kan enerzijds een diepe vreugde geven die al het aardse te boven gaat. Anderzijds is het geen feel-good-religion. Het evangelie is ook confronterend. Het snijdt en het schuurt. De zuiverheid die Jezus voorstaat is zo vaak strijdig met de trots en de begeerten van mensen.

In tijden van kerkverlating en secularisatie voelt dat soms ongemakkelijk. Wat moet je vandaag nog met zo’n boodschap? Wie leeft er graag in onmin met zijn familie? Wie wordt er graag verworpen of vervolgd? Maar waar naar de kerk gaan vroeger de norm was, behoor je als gelovige in Noordwest-Europa nu tot een minderheid. De tijd is gekomen dat ook wij, als zeggen in God te geloven, iets uit te leggen hebben. En “andersheid” roept soms heftige reacties op.

Geen vrede maar het zwaard

Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.”

Mattheüs 10:34

Die ongemakkelijke woorden van Jezus zijn voor miljoenen christenen wereldwijd de dagelijkse realiteit. Soms zelfs letterlijk. In Afghanistan bijvoorbeeld, waar duizenden christenen executie vrezen onder het regime van de Taliban. Dit jaar voert dat land voor het eerst de Ranglijst Christenvervolging 2022 aan. Nummer twee op de ranglijst is het Noord-Korea van Kim Jong-un, die geen “andere goden” naast zich duldt, laat staan boven zich. Daarna volgen respectievelijk Somalië, Libië en Jemen. In al die landen betalen christenen een hoge prijs voor hun geloof.

Die ongemakkelijke realiteit roept een vraag op. Wat hebben wij vandaag, in het comfortabele westen, over voor ons geloof? Welke prijs zijn we bereid te betalen? Of bewaren we ons geloof liever voor achter de voordeur, om buiten toch maar zo normaal mogelijk te lijken?

Ruim tien jaar geleden werkte ik bij Vluchtelingenwerk in Utrecht. Een collega vroeg me: “Kelly, ben jij eigenlijk wel een moderne meid?” Haar vraag maakte duidelijk hoe ze christenen zag: als conservatieve mensen die niet meer van deze tijd zijn. Ook media maken nogal eens een karikatuur van de kerk. Als wij een geheim maken van ons geloof, dan zullen we de wereld nooit het tegendeel kunnen bewijzen. We zullen onze medemensen nooit de kracht, de sprankeling van ons geloof kunnen tonen. En dat terwijl psychiaters als Dirk De Wachter de noodklok luiden over de zingevingscrisis waaronder veel mensen vandaag gebukt gaan.

Weersvoorspellingen

Jezus is in zijn rede niet mild voor de menigte. Als die mensen de wolken zien opkomen in het westen, weten ze precies dat er regen op komst is. En wanneer de wind uit het zuiden komt, bereiden ze zich voor op hitte. Die tekenen kunnen ze feilloos duiden. Maar Jezus is niet onder de indruk van hun kennis: “Huichelaars, het uiterlijke aanzien van de aarde en de lucht weten jullie te onderzoeken, maar hoe komt het dan dat jullie deze speciale tijd niet weten te onderzoeken?”

De materiële wereld duiden is voor deze mensen geen enkel probleem. Maar de geestelijke tekenen, daar gaan ze aan voorbij. Vandaag zouden we misschien zeggen dat sommige mensen nu eenmaal geen religie-gen hebben, of teveel kennis hebben opgedaan om nog langer in spirituele zaken te geloven. Maar nee, Jezus is onverbiddelijk. Huichelaars! Blijkbaar is er hier sprake van informatie die bewust wordt genegeerd.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Ontkenning

“Als ik niet geloof dat het coronavirus bestaat”, vroeg een vrouw me eens, “kan ik er dan ook niet ziek van worden?” Ontkenning grenst soms aan wishful-thinking. Het is dan een copingmechanisme; een manier van omgaan met een ongemakkelijke en grillige werkelijkheid. Zowel de valse profeten als de toehoorders van Jezus leven in ontkenning. “Als ik ervoor kies om niet in God te geloven, of om sommige domeinen van mijn leven voor Hem af te schermen, dan hoef ik ook geen rekenschap aan Hem af te leggen”, houden ze zichzelf voor.

Een illusie, als we de Bijbel mogen geloven.

“Wie zou zich voor Mij kunnen verbergen? Vervul Ik niet hemel en aarde?” klinken vandaag onverminderd de woorden in Jeremia. Voor wie graag verstoppertje met God speelt, zijn die woorden onheilspellend. Een tegendraads verhaal dat maar al te vaak strijdig is met de dromen waar we graag zelf zo in geloven. En wie van ons speelt er niet graag eens verstoppertje met God? Zijn er in ons leven geen domeinen die we liever voor onszelf houden?

God wil ons vuur zijn

Maar dat is wat de Bijbel zo verwonderlijk maakt: juist in die ongemakkelijke boodschap ligt het goede nieuws.

Diezelfde God, die alles omvat en alles ziet, ziet ook de noden en zorgen van ons hart aan. Hij ziet ons echt, ten diepste zoals wij zijn. Voorbij de maskers die we proberen op te houden. Die God wil ons Vuur zijn. Een vuur dat verwarmt en dat in ons een passie doet ontspringen. Een vlam die ons leven vernieuwt, verlicht en loutert. God wil het koren op de akker van ons leven zijn, dat alles vruchtbaar maakt, dat zich vermeerdert en verspreidt met de wind. Hij wil de hamer zijn in onze handen die de rots vermorzelt; onze kracht die ons in staat stelt om zelfs de hardste en schijnbaar onmogelijke situaties te overwinnen.

De God die hemel en aarde vervult, wil ook jouw en mijn hart vervullen. Hij is niet te ver weg om nabij te kunnen zijn.

Wie die uitnodiging aanneemt en ernaar leeft – voor hem of haar mag die ongemakkelijke boodschap die zo vaak haaks staat op de wereld, tot een kracht zijn. Psalm 46 belooft:

“God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in de nood. Daarom vrezen wij niet, als wankelt de aarde en storten de bergen in het diepst van de zee. (..) De HEER van de hemelse machten is met ons, onze burcht is de God van Jakob.”

Psalm 46:2-3,8

Sommige dromen zijn bedrog, maar Gods beloften houden tot in eeuwigheid stand. Amen.

Foto door Oleksandr Pidvalnyi op Pexels.com

Dit is de tekst van de preek die op 14 augustus 2022 door drs. Kelly Keasberry werd gehouden in de Protestantse Gemeente van Axel (Zeeuws-Vlaanderen).

Nooit te klein om grote dingen te doen

Een nieuw jaar staat voor de deur. Meestal is dat een tijd van verwachting en goede voornemens. Dit jaar ligt dat voor veel mensen wat anders. Is het niet een oncontroleerbaar virus dat onze plannen op losse schroeven zet, dan wel een wereld die steeds meer onbestuurbaar lijkt. In zo’n wereld slaat bij veel mensen de machteloosheid toe. Of zouden we heel misschien toch het verschil kunnen maken?

Nadat Elias en zijn familie hun land waren ontvlucht, kwamen ze terecht in een sociale huurwoning. In de ogen van velen waren ze een model-vluchtelingengezin. Elias begon als zelfstandige en al vrij snel stroomden de opdrachten binnen; na een moeilijke start lachte het leven hem toe.

Polarisatie

Tot die bewuste avond. Elias wandelde over het station, toen een groep jongens “Merry Christmas” begon te roepen. Maar hij was in gedachten verzonken, dus hij antwoordde niet. Plots hoorde hij roepen: “Jood!” Van wat er vervolgens gebeurde, herinnert hij zich weinig meer. Behalve dat hij op de grond lag; zijn bril gebroken en zijn gezicht deed pijn.

“Helemaal onbegrijpelijk is het niet”, reageerde iemand. “Kijk wat er in Israël gebeurt. Kijk hoe Palestijnen uit hun huizen worden gezet. Kijk hoe Netanjahu bezig is, kijk hoe polarisatie de mensen tot op het bot verdeelt, zou daar iets anders uit kunnen voortkomen dan haat?”

Elias betaalde die nacht in december de prijs voor een giftige onderstroom die samenlevingen doortrekt en die mensen, volkeren, talen en naties tot op het bot verdeelt.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Zal er ooit vrede komen? Dat is waarschijnlijk ook de vraag die het volk Israël zich stelde in de tijd van de profeet Micha. Het was de achtste eeuw voor Christus en Israël werd aangevallen door de Assyriërs. Een groot deel van de inwoners van Samaria werd in ballingschap afgevoerd. Maar ook de latere ballingschap van de stammen Juda en Benjamin lag al in het verschiet.

Realist

Veel mensen maken zich druk over het lot van de wereld. Toen ik eens over “hoop” preekte, zei iemand: “Ik wil het graag geloven; het klinkt te mooi om waar te zijn. Maar ik ben een realist. De meeste politici zijn niet te vertrouwen en zijn er alleen maar op uit hun eigen zakken te vullen. En de meeste mensen handelen puur uit egoïsme. “

Oprechte politici daargelaten, heeft macht inderdaad nogal eens een aantrekkingskracht op personen met zelfzuchtige motieven. Dat is een patroon dat de geschiedenis kleurt, en dat we ook door de Bijbel heen voortdurend tegenkomen:

  • Wie stond David naar het leven en was vastbesloten hem te doden? Koning Saul.
  • Wie gaf na de geboorte van Jezus opdracht tot de kindermoord? Koning Herodes de Grote.
  • Wie gaf uiteindelijk de opdracht voor de executie van Jezus Christus? De Romeinse prefect Pontius Pilatus.
Foto door Akil Mazumder op Pexels.com

Be the change

De realiteit is inderdaad vaak allesbehalve een wereld van rozengeur en maneschijn. Toch valt er van een realisme dat zich focust op de macht en dat de eigen verantwoordelijkheid minimaliseert, weinig heil te verwachten. Waarom? Een parabel om dat te illustreren:

Twee mensen komen aan het eind van hun leven aan de hemelpoort. Ze krijgen allebei de vraag om hun goede daden in te leveren.

De eerste overhandigt een keurig lijstje. De aartsengel kijkt en zegt:  “Goed gedaan, de aarde is een donkere plaats maar je hebt je hart niet laten verduisteren maar het licht aangestoken waar dat ook maar kon. Ga in tot het feest van de Eeuwige”.

Dan komt de tweede. Die rolt een lang papier uit. Daarop staan niet zijn eigen daden vermeld, maar alle misstappen van machthebbers en politici. “Zo, kijk eens!”, zegt hij tegen de engel. “Dit zijn de mensen die de aarde hadden moeten veranderen, en zij hebben het niet gedaan!”

De engel neemt het papier aan, maar tot de verbazing  van de man scheurt hij het door midden. Dan kijkt hij op en vraagt: “En wat heb jij zelf gedaan om de wereld een stukje mooier te maken?”

parabel

Het is heel menselijk op te kijken naar hoge bomen. Maar verandering begint in de Bijbel meestal in het klein. Bij een nietig zaadje, dat gemakkelijk over het hoofd wordt gezien, maar een enorme groeikracht in zich draagt. Be the change you want in this world, zei Mahatma Ghandi. God heeft deze wereld handen en voeten gegeven, en die handen en voeten, dat zijn wij.

In Micha begint de verandering bij een klein en nietig volk. In de Targum, een vrije, interpreterende vertaling van het Oude Testament in het Aramees, lezen we:

“En jij, Bethlehem Efrata, te klein was je om geteld te worden onder de duizenden van het huis van Juda; uit jou zal voor Mij de Messias uitgaan, om over Israël machthebber te zijn, en wiens naam reeds in de dagen van weleer werd genoemd.”

Micha 5,1 (vertaling door Atze Landman)

De joden zien in het kind dat wordt aangekondigd, en dat het vervallen huis van David zal herbouwen, een belofte van de komst van de Messias. Christenen zien de tekst als een voorafspiegeling van de geboorte van Jezus Christus, over wie in Efeziërs 2:14 vermeld staat: “Want hij is onze vrede”.

Gemeenschappelijk voor beide volkeren is het geloof in een Messias die, ondanks alle spanningen op aarde, een bron van vrede en verzoening zal zijn voor allen die in Hem geloven. Gemeenschappelijk is ook, dat die vrede klein begint.

Foto door Marcus Aurelius op Pexels.com

Magnificat

Het Lucasevangelie vertelt hoe Maria tijdens haar zwangerschap van Jezus, het loflied Magnificat uitspreekt.

Hoog verheft nu mijn ziel de Heer, verrukt is mijn geest om God, mijn Verlosser, Zijn keus viel op zijn eenvoudige dienstmaagd, van nu af prijst ieder geslacht mij zalig.

Wonderbaar is het wat Hij mij deed, de Machtige, groot is Zijn Naam! Barmhartig is Hij tot in lengte van dagen voor ieder die Hem erkent.

Hij doet zich gelden met krachtige arm, vermetelen drijft hij uiteen, machtigen haalt Hij omlaag van hun troon, eenvoudigen brengt Hij tot aanzien; behoeftigen schenkt Hij overvloed, maar rijken gaan heen met lege handen.

Hij trekt zich Zijn dienaar Israël aan, Zijn milde erbarming indachtig; zoals Hij de vaderen heeft beloofd, voor Abraham en zijn geslacht voor altijd.

magnificat

Slavenmoraal

Het Magnificat bevat diverse verwijzingen naar een maatschappelijke orde die wordt omgekeerd: machtigen worden van de troon gestoten, eenvoudigen krijgen aanzien, behoeftigen krijgen overvloed.

De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche kon zich vreselijk opwinden over die, zoals hij het noemde, “slavenmoraal” van het christendom. Want een lijdende, stervende man aan het kruis als symbool, welke godsdienst verzint zoiets? En dat voortdurende appel op zorg voor de zwakken? Nietzsche noemde het een “antimoraal”, want in strijd met de natuurlijke evolutie van de mens; de survival of the fittest.

Maar juist in die onverwachte baby van twee hoogbejaarde ouders school een enorme groeikracht. En zes maanden na de geboorte van Johannes de Doper kwam Jezus, al even onverwacht; een omstreden kind, een baby zonder gehuwde ouders; een kind zonder babykamer of zelfs maar een dak boven zijn hoofd. Uitgerekend Hij groeide uit tot de basis van 2.000 jaar christendom, de grootste godsdienst wereldwijd met nog altijd 2,2 miljard volgelingen.

Kracht in zwakheid

Zeg eens eerlijk: denk jij ook weleens dat je ergens te klein of te onbeduidend voor bent? Hoe vaak zeggen we niet: “Nee hoor, dat kan ik niet”, of: “Laat dat maar over aan iemand anders, die dat beter weet”. Maar de Bijbel zegt: juist als je zwak bent, ben je sterk, “de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid”.

Maria was een eenvoudige dienstmaagd, Johannes de Doper een kleine baby; Jezus een vluchtelingenkind in armoede. Zij allen maakten een groot verschil. Dat alles toont dat overweldigend leven niet bij een reusachtige boom begint, maar bij dat ene kleine zaadje.

Foto door Nita op Pexels.com

Omgaan met verschillen

Intussen leven we nog altijd in een wereld waar niet iedereen ‘s avonds veilig over straat kan. Waar kinderen worden gepest, mensen met een handicap worden afgewezen, waarin uitsluiting dreigt voor wie op de  een of andere manier niet aan de norm voldoet. Waar de verschillen die ons hadden kunnen verrijken, worden uitvergroot en tegenover elkaar geplaatst.

Zal er in zo’n wereld ooit vrede zijn? Zowel Micha als Lucas leren ons dat haat en oorlog niet het laatste woord krijgen. Dat juist de aardedonkere nacht de setting is waar het Licht krachtig kan doorbreken. En dat Gods liefde zich niet beperkt tot een toekomend heil, maar dat wij – jij en ik – daar vandaag al een kiem van in ons dragen.

Meer dan een anonieme kracht

Grote dingen beginnen klein en kwetsbaar, dát is het Koninkrijk van God. Als we wandelen in de geest van Christus, moeten we niet de fout maken te min over onszelf te denken. Heb je ooit een steentje in het water gegooid, dan heb je vast ontdekt dat een minimale kiezelsteen de rivier significant kan veranderen. Evenzo kan het zwakste schijnsel een donkere kamer verlichten, en kan zelfs het kleinste vlammetje een bos in brand zetten.

De Bijbel toont bovenal een God die zoveel meer is dan slechts een anonieme kracht in het universum. Het Nieuwe Testament verhaalt hoe Hij in Jezus Christus op een zeer persoonlijke manier naar ons toe is gekomen. Door mens te worden en mee te lijden met Zijn schepping, werd Zijn overweldigende liefde openbaar. Zou een God die Liefde is, niet geraakt worden als een onschuldige jongen in elkaar wordt geslagen? Zou Hij niet om jongeren rouwen in wiens harten haat en radicalisme heeft postgevat, zoals een Vader om zijn kind?

De reden dat God zo geduldig blijft, zwijgend in Zijn liefde, misschien zijn wij dat wel. Zolang er nog altijd mensen zijn die in staat zijn het verschil te maken; idealisten en hervormers die de kiem van de Liefde in zich dragen, is de wereld niet verloren. Zolang er mensen zijn die het Licht van Christus in hun hart blijven dragen en uitdragen, is er hoop.

Wat als één jongen het lef had gehad om op te staan voor Elias? Wat als hij, elk gevaar trotserend, een vuist had durven maken voor broederschap? De wereld zou er vandaag toch een tikkeltje mooier hebben uitgezien.

Wat anderen ook zeggen, je bent nooit te klein om grote dingen te doen.

Foto door fauxels op Pexels.com

Meer lezen?

  • Micha 5, 1-6
  • Lucas 1, 39-80

Deze preek voor de vierde zondag van Advent werd geschreven voor de Protestantse Kerk te Vilvoorde op 18 december 2021.