Geroepen om het juiste spoor te gaan

Een tijdje geleden waren de Nederlandse Spoorwegen op zoek naar personeel. Overal door steden hingen billboards met stralende mensen. Daaronder het bijschrift: “Opeens weet je het, je wordt conducteur.” De campagne, die als geen ander toont dat roeping een kwestie is van het juiste spoor vinden, werd een succes.

De Nederlandse Spoorwegen zetten het begrip ‘roeping’ op ludieke wijze weer in het zonnetje. Toch hoef je niet bij de spoorwegen te gaan werken om de juiste aansluiting te vinden. Vandaag staan we stil bij twee Bijbelteksten: Lucas 14:25-33 en Deuteronomium 30:15-20. Daarin laten zowel Jezus als Mozes hun licht schijnen op wat ‘roeping’ precies betekent.

De kern van roeping

Het Lucasevangelie beschrijft hoe Jezus, nadat Hij een sabbatsmaaltijd heeft bezocht, verder trekt. Een grote mensenmenigte volgt Hem. En terwijl ze samen op weg gaan, vertelt Jezus hen wat het betekent om hem te volgen. Hij spreekt niet van wonderen, bijzondere gaven of van een bepaald spiritueel niveau dat je bereikt moet hebben om Zijn leerling te kunnen zijn. Nee, Zijn boodschap is verrassend simpel: “Neem je kruis op en volg Mij.”

Dat beeld stemt overeen met de boodschap van Mozes in Deuteronomium. De eerste roeping van het volk Israël is niet een wonderlijk inzicht of het bekleden van een positie. Nee, het is de keuze voor een ‘goddelijke’ levenswandel. De keus om naar Gods geboden te leven, heeft wel gevolgen voor je beroepsleven. Het kan betekenen dat je priester of dominee wordt, maar ook dat je als heftruckchaffeur aan je collega’s de liefde van Christus laat zien. Of gewoonweg dat je er bent voor mensen die je nodig hebben.

Fulltime pelgrim

In zijn boek Fulltime Pelgrim beschrijft Bert Roebben het leven met Christus als een fulltime pelgrimstocht. Je gaat vol vertrouwen op weg, maar je weet nooit waar die weg je zal brengen. Het spoor van Christus volgen is een levenswandel vol uitdagingen en verrassingen. Je kunt die alleen maar stapje voor stapje gaan. In het vertrouwen dat we, zelfs al struikelen we nog zo vaak, door Gods genade altijd weer worden opgericht.

Maar de beslissing om dat spoor te volgen, is geen vrijheid-blijheid. Sommige predikers op YouTube beloven dat als we maar genoeg bidden en geld overmaken aan hun kerk, we automatisch gezond, gelukkig en rijk zullen zijn. Het zogenaamde ‘welvaartsevangelie’. Maar dat is slechts het halve verhaal. Het navolgen van Christus kan inderdaad grote vreugde en zegen geven, maar soms kost het ook offers. In het Lucasevangelie is Jezus daar eerlijk over.

Foto door Sassu anas op Pexels.com

Vijf aspecten van roeping

Een pelgrim (letterlijk of figuurlijk) die besluit met Christus op weg te gaan, moet dus goed voorbereid aan zijn of haar tocht beginnen. Welke bagage zou je echt in je rugzak moeten hebben? In deze Bijbelstudie zullen we kort stilstaan bij vijf aspecten van pelgrimage: luisteren, gaan, loslaten, durven & vertrouwen, loon.

1. Luisteren

In het Mattheüsevangelie zegt Jezus:

“Maar als jullie bidden, trek je dan in huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader die in het verborgene is.”

Mattheüs 6:6

Gebed is de motor van roeping. De buitenwereld kan overweldigend zijn; berichtjes, sociale media en het nieuws vragen continu onze aandacht. Roeping begint echter bij het buitensluiten van de buitenwereld, het opzoeken van de stilte of de natuur. Het is door ons hart en onze gedachten volledig op God te richten, dat er relatie ontstaat; dat Hij tot ons hart kan spreken; dat we Zijn stem kunnen verstaan. In de stilte mogen we Hem alles vragen. We mogen onze diepste zorgen en noden bij Hem brengen, of vragen of Hij wil openbaren wat Zijn wil is met ons leven.

2. Gaan

“De oogst is groot, maar er zijn te weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heer van de oogst dat Hij arbeiders stuurt om de oogst binnen te halen.”

Lucas 10:1-2

Elon Musk beseft dat er arbeidskrachten nodig zijn, daarom creëert hij robots. God had dat al veel eerder kunnen doen. Hij had een planeet kunnen maken met humanoids die feilloos Zijn wil uitvoerden. Dan zouden er geen oorlogen zijn geweest, maar liefde zou ook niet oprecht zijn. God heeft de blijmoedig gever lief (2 Kor. 9:7-8), daarom koos Hij ervoor de mens een vrije wil te geven.

Die vrije wil houdt in dat alles niet op voorhand vastligt. In Deuteronomium 30:15-20 lezen we dat God de mens zowel het goede als het kwade voorhoudt. De keuze is aan ons. Ja, er is wel degelijk een masterplan voor jouw en mijn leven, maar daar moeten we wel vanuit een oprecht verlangen in willen stappen. Gods liefde dwingt niet; we mogen uit liefde en vrijheid ‘ja’ zeggen.

3. Loslaten

“Wie Mij volgt maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan mijn leerling niet zijn. Wie zijn kruis niet draagt en op mijn weg niet volgt, kan mijn leerling niet zijn.”

Jezus in Lucas 14:15-27

‘Hé maar Jezus, wat zegt U nu?”, denk je nu misschien. In sommige vertalingen wordt het Griekse woord misei dat hier is vertaald als ‘breekt met’, zelfs weergegeven als ‘haat’. Als je je familieleden niet haat, kun je Mijn leerling niet zijn.

Is dit een Bijbelse oproep om je familie te haten of te verstoten? Dat is niet erg waarschijnlijk, want even verderop, in de Romeinenbrief, lezen we: “Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen.” (Rom. 12:18-19) Maar vrede is niet altijd de realiteit. Ook vandaag zijn die woorden van Jezus een troost aan al die mensen wereldwijd die vandaag worden vervolgd om hun geloof.

Het woord misei heeft dan ook meerdere betekenissen. Hier had het beter kunnen worden vertaald met ‘minder liefhebben’, ‘van minder waarde achten’. Jezus heeft het over een hartsgesteldheid waarbij je God de eerste plek toekent. Zelfs als dat betekent dat je dierbaren je niet meer kunnen volgen, en dat je door hen wordt verworpen.

Dat is ook waarom Jezus in het Lucasevangelie vraagt: “Weet je wel zeker dat je Mij wilt volgen? Dat je bereid bent all the way te gaan? Bereid je goed voor, neem geen overhaaste beslissingen.” Zowel Jezus als Mozes stellen het nogal zwart-wit. Of je gaat er volledig voor, of je kunt Mijn leerling niet zijn. Maar zo is het ook met een pelgrimsroute. Het is onmogelijk om die slechts een beetje te wandelen. Je blijft thuis of je zwaait je vertrouwde wereld uit en gaat op pad.

Foto door Ketut Subiyanto op Pexels.com

4. Durven en vertrouwen

Een man die zijn vrouw had verloren, besloot schoon schip te maken. Op een dag vertrok hij vanuit Maarssen te voet naar Santiago de Compostella, nadat de dominee hem zijn zegen had meegegeven. Deze man had geen idee wat hij onderweg tegen zou komen. Maar hij besloot zijn angst te overwinnen. Want hij begreep dat die sprong in het diepe, het achterlaten van je vertrouwde wereld, hem ten diepste zou verbinden met de Eeuwige. En dat was wat Hij het liefst wilde.

Wie met God wil wandelen, moet vertrouwen dat de Eeuwige met ons op pad gaat en onze weg leidt. Ons geloof wordt beproefd op de momenten dat wij onze zekerheden achterlaten, maar dat zijn ook de momenten dat we kunnen groeien en stap voor stap sterker worden.

5. Loon

Roeping is niet primair een functie, en daarom zitten er niet direct een mooi contract en goede arbeidsvoorwaarden aan vast. Maar God belooft: “De arbeider is zijn loon waard” (Lucas 10:7) en “Als God zo goed zorgt voor de bloemen, die vandaag in het veld staan en morgen weg zijn, zal Hij dan niet nog veel beter voor u zorgen?” (Mattheüs 6:30) Als we ervoor kiezen Gods pad te volgen, dan mogen we erop vertrouwen dat Hij voor ons zal zorgen.

Ga met God (en Hij zal met je zijn)

Het juiste spoor volgen begint niet bij een wonder of een functie. Het begint bij relatie. Bij de keus voor een levenswandel in overgave en in diepe verbondenheid met God. Onvoorwaardelijk, of het nu regent of de zon schijnt, of we nu tijden van voorspoed kennen of van gebrek. Of we nu door anderen worden geliefd of gehaat. Roeping is steeds opnieuw, zoals in een huwelijk, zeggen: “Hier ben ik, ik kies voor Jou”.

God heeft de mens gemaakt als relationele wezens; om in een verbond steeds opnieuw naar Hem te verlangen – en Hij naar de mens. Dat is ten volle leven van binnenuit. Het is zelfs meer dan een pelgrimstocht, je zou het kunnen vergelijken met een innige dans door het leven.

Dat neemt niet weg dat er momenten kunnen komen dat we voor de offertafels van de Eeuwige zullen staan. Het overkwam Bert Roebben toen hij zijn familieleden vaarwel kuste om te voet op een lange pelgrimsreis te gaan. En het overkwam mij toen ik onlangs op mijn werk, als journalist bij Tertio, ontslag nam om het spoor van dominee te kunnen gaan volgen. Het loslaten van mijn dierbare collega’s voelt als rouw.

In het lied Blessed Be Your Name zingt Matt Redman: “There’s pain in the offering”. Er is pijn in het offeren. Als jij op dit moment verlies ervaart of rouw, weet dan dat God met je meevoelt. Maar je mag ook weten dat Hij ons een grotere prijs in het vooruitzicht stelt. Zelfs al zijn ons verdriet en onze vertwijfeling nog zo groot, het einde zal vreugde zijn. In het Mattheüsevangelie belooft Jezus:

“Een ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen.”

Mattheüs 19:29

Ga met God en Hij zal met je zijn! In dat vertrouwen mogen we op weg gaan, het onbekende tegemoet. Amen.

Dit is de tekst van de preek door drs. Kelly Keasberry op 4 september 2022 in de protestantse kerk VPKB Denderleeuw (B).

Wijs en waardevol investeren

De ene brooddoos is de andere niet. Dat blijkt uit een fotoreportage van Lieve Blanquaert onlangs in De Morgen. Ze bezocht drie Gentse scholen en vroeg leerlingen hun brooddozen te openen. Zo ontstond een bonte verzameling foto’s. Sommige brooddozen zijn gevuld met verse broodjes van de bakker, omzoomd met druiven of komkommer. Andere bevatten slechts wat verkruimelde koekjes. “Soms is de koelkast thuis een beetje leeg”, bekent de 12-jarige Adinda.

Een foto toont de brooddoos van de 13-jarige Sarah. Zij moet haar schooldag zien door te komen met wat paprikachips. “Wij hebben niet veel eten thuis”, zegt Sarah. “Ik voel ook geen honger. Wanneer ik opsta, eet ik niets. Soms drink ik een glas water. De eerste hap eet ik ’s middags. Dan krijg ik een boterham van een vriendin. Ik weet dat het ongezond is om niets te eten, maar ik heb nooit honger en het is sterker dan mezelf. Ik wil ook graag heel mager blijven. Er is wel altijd voedsel tekort. Soms eet ik een appel of een komkommer.”

Foto door Katerina Holmes op Pexels.com

Contrast

Mager blijven, dat is Sarahs ideaal. Waarom zou dat zijn? Grote kans dat het haar niet om een schoonheidsideaal te doen is, maar dat Sarah haar ouders niet tot last wil zijn. Door letterlijk zo min mogelijk ruimte in te nemen, vraagt zij niets van hen wat ze niet kunnen betalen. Welke impact zal dat hebben op de rest van haar leven? De 13-jarige Sarah is een van de vele tragische voorbeelden van hoe armoede je leven kan tekenen.

Het contrast met de leefwereld van de superrijken kan nauwelijks groter zijn. Onlangs werd bekend dat 1.200 Belgen verdachte fiscale constructies hebben in belastingparadijzen, de zogenaamde Pandora Papers. Maar er is niets nieuws onder de zon, want al in 2015 kwamen de Panama Papers boven water. Video-opnamen van de gevangen Russische oppositieleider Aleksej Navalny tonen de exorbitante rijkdom van onder andere oud-president Demitri Mededev. Villa’s, ondergrondse ijshockeystadions, wijngaarden, wagenparken. In zo’n wereld lijken lege brooddozen eindeloos ver weg.

Zelfverrijking

Jezelf verrijken ten koste van de ander, het is een thema dat de menselijke geschiedenis doortrekt. Welke eeuw we ook onder de loep nemen, altijd stuiten we wel op voorbeelden van schandalen, zwendel of uitbuiting. Zelfverrijking is blijkbaar een neiging die diep in de mens geworteld zit. Een overlevingsdrang van the survival of the fittest. Achter de menselijke hebzucht schuilt het idee van schaarste: er is niet genoeg voor iedereen, dus als ik pak wat ik pakken kan, dan ben ik in ieder geval verzekerd van een goed bestaan.

Maar wat zegt de Bijbel daarover? Is ons economische model ook God’s Economy? In het Bijbelboek Deuteronomium bepleit Mozes een kijk op zaken die misschien zal verbazen.

Sabbatsjaar

Denk je eens in: je gaat naar de bank, want je hebt het huis van je dromen gezien en je wilt weten of je dat kunt betalen. Een financieel adviseur ontvangt je, slaat aan het rekenen en zegt: “Je hebt 270.000 euro aan hypotheek nodig en over een looptijd van 20 jaar betaal je 1,25 procent rente”. Dat is de normale gang van zaken, nietwaar? Tenzij Mozes je financieel adviseur is.

Want dit is wat Mozes tegen de Israëlieten zegt: “Elke zeven jaar moeten jullie degenen die bij je in het krijt staan, al hun schulden kwijtschelden”. Wat houdt dat concreet in? Het betekent dat als je bij de bank 270.000 euro leent en zes jaar lang keurig je maandelijkse termijnen hebt voldaan, je daarna plots een telefoontje krijgt. “Meneer of mevrouw, wij hebben goed nieuws voor u. Dank u voor de afbetaling, u hebt genoeg betaald. De rest van de hypotheek mag u vergeten; het huis is vanaf nu voor u.”

Foto door Thirdman op Pexels.com

Dat is een nogal onalledaagse manier van bankieren. Toch brengt Mozes dat als een cruciaal spiritueel principe achter de manier waarop de Israëlieten hun economie vormgeven. Het getal zeven staat in de Bijbel symbool voor de volheid, zeven jaar is de cyclus van het sabbatsjaar. Mozes belooft dat als het volk zes jaar werkt en winst maakt, en het zevende jaar alles aan de Eeuwige overdraagt, het door God Zelf gezegend zal worden.

“U zult over vele volken leningen verstrekken, maar zelf hoeft u niet te lenen. U zult over veel volken macht uitoefenen, maar zij niet over u.”

Deuteronomium 15, 6

Slaaf

Opmerkelijk is dat de wortel van het Hebreeuwse woord dat hier voor “lenen” wordt gebruikt, nauw verbonden is met de term “slaaf”. En dat is ook waar de wijze koning Salomo voor waarschuwt:

“Een rijke heeft macht over armen; wie leent, is een slaaf van wie uitleent.”

Spreuken 22, 7

Voor veel mensen is dat bittere realiteit. Juist op momenten dat het leven niet loopt zoals je had gepland, kan een lening aantrekkelijk lijken. Je koopt die wasmachine op afbetaling, en voor een klein bedrag per maand extra kun je er nog een tv bij nemen. Een nieuwe wereld opent zich en plotseling lijken de mogelijkheden eindeloos. Maar dan komen de facturen, en voor je het weet ben je zeven jaar later nog altijd spullen aan het afbetalen die inmiddels versleten zijn.

Foto door Tima Miroshnichenko op Pexels.com

Loonbeslag

Mijn vader werkte op de salarisadministratie van een grote verfproducent, zijn broer – mijn oom – was deurwaarder. Terwijl de één loonbeslagen moest uitvoeren, haalde de ander op gerechtelijk bevel huizen leeg. Beide zagen de mens in zijn grootste financiële kwetsbaarheid. En wat opviel: de grootste problemen deden zich meestal niet voor in sociale huurwoningen.

Opvallend vaak waren het de mensen met een luxe levensstijl. Zij leken alles te hebben: een dure auto, een mooi huis, driemaal per jaar een luxe vakantie. Voor de ogen van de wereld leken deze mensen rijk en succesvol. Maar vorderde de bank zijn geld terug, dan stortte hun leven als een kaartenhuis in elkaar. De levensstijl van deze mensen was niet gebouwd op wat zij hadden, maar op wat zij zo graag wilden zijn.

De buitenwereld zag de luxe, maar niet hoe deze mensen ’s nachts wakker lagen, zich afvragend hoe zij met het ene gat het andere konden dichten. Tot er onherroepelijk een moment kwam dat het niet meer lukte. Dan kwam de bank met een grote naald en prikte de zeepbel door. Wie ben je dan nog? Wat blijft er over als alles waarop je je identiteit had gebouwd, als zand onder je wegglijdt?

“Wie leent, is de slaaf van wie uitleent”, waarschuwt koning Salomo. Dat is nu precies waarom die algemene kwijtschelding zo belangrijk is; dat systeem voorkomt dat binnen het volk Israël de één teveel macht krijgt over het leven van de ander. Mozes voegt daar nog aan toe dat je niet berekenend mag denken: “het jaar van de kwijtschelding komt eraan”, en dan zes jaar lang alles voor jezelf mag houden. Als de Israëlieten een arme tegenkomen, moeten ze diep in de buidel tasten en alles geven wat die arme nodig heeft.

Foto door Jimmy Chan op Pexels.com

Jezus’ visie op economie

In het Marcusevangelie komt ook Jezus met een visie op economie. Maar terwijl we Jezus in het christendom meestal associëren met verlossing van de strikte wetten van Mozes, hanteert Hij hier regels die nog veel strenger zijn….

Een man komt bij Jezus en vraagt: “Goede meester, wat kan ik doen om het eeuwig leven te beërven?” Jezus begint de geboden op te sommen. Hij zegt: “Je kent de geboden: niet doden, niet echtbreken, niet stelen, niet vals getuigen, niemand tekort doen, je vader en moeder eren”, waarop de man antwoordt dat hij die vanaf zijn jeugd heeft onderhouden. Maar dan kijkt Jezus hem liefdevol aan en zegt:

“Een ding ontbreekt je: verkoop alles wat je bezit en geef het aan de armen, en daarmee zul je een schat bezitten in de hemel. Kom dan terug en volg mij.”

Marcus 10, 17-30

Waar de Israëlieten in Deuteronomium konden volstaan met een “algemene kwijtschelding”, vraagt Jezus hier plotseling alles. Geen 1/7 deel, maar de volle 100 procent. Niks geen genade zou je zeggen, de prijs is alleen maar hoger geworden.

Vergankelijke dingen

Hoe kan dat nu? Willen we dat begrijpen, dan moeten we dieper stilstaan bij de man om wie het gaat. Deze man is opgegroeid met de Mozaïsche wet en hij houdt zich braaf aan allerlei regeltjes. Maar Jezus kijkt dieper en ziet hoe het met zijn hart gesteld is. Het leven van deze man is niet geworteld in Gods Liefde, maar gebouwd op materie, op status, rijkdom en succes. Op vergankelijke dingen. Zijn identiteit is er zelfs zodanig mee verweven, dat hij ten diepste hoopt dat Jezus juist dat niet van hem zal vragen. Want dat is niet de prijs die hij wenst te betalen.

Je rijkdom zal je uiteindelijk niet redden, dat is wat Jezus hier duidelijk maakt. Veel mensen geloven dat de werkelijkheid louter uit materie bestaat. Als dat zo is, en als ons leven op aarde louter toeval is en geen hoger doel dient, lijkt het logisch om zoveel mogelijk materie te vergaren. Om rijkdommen te verzamelen en te genieten zolang je leeft. Dat is ook wat de superrijken in de Pandorapapers doen. Maar zelfs als je bankrekening volloopt, kan je hart pijnlijk leeg blijven.

Foto door Redrecords u00a9ufe0f op Pexels.com

Kies voor wat blijft

Door de eeuwen heen klinkt dezelfde waarschuwing: menslief, waarom steek je al je energie toch zo graag in het vergaren van rijkdom en bezit, dingen die uiteindelijk verloren gaan en die je niet kunt meenemen, terwijl je ook kunt investeren in het koninkrijk van God? In de ontwikkeling van je ziel, in het groeien in liefde en in gerechtigheid? Die dingen neem je mee en zullen voor eeuwig blijven.

In een wereld van Pandora- en Panamapapers dagen Mozes en Jezus ons uit tot een ander economisch bewustzijn. Om onszelf niet weerspiegeld te zien in de glanzende billboards van de commercie, maar daar op dat plein in de stad, waar de bedelaar zit. En in die school in Gent, waar dat meisje met schaamte haar lege brooddoos opent.

Laten wij juist in zulke situaties het verschil maken. Want door de bedelaar wat geld en onze glimlach te schenken, verlichten wij niet alleen zijn last maar ook onze eigen ziel. En door de brooddoos te vullen van een hongerig kind, voeden wij tevens ons eigen hart. Want zoals de joodse filosoof Emmanuel Levinas benadrukt: wij zijn allemaal verbonden. Het is in het aangezicht van de ander, dat wij telkens opnieuw onszelf zien.

Verlang jij ook naar een eeuwig rendement? Tel je zegeningen, en investeer in wat werkelijk wijs en waardevast is!

Foto door fauxels op Pexels.com

Meer lezen?

  • Deuteronomium 15, 1-11
  • Marcus 10, 17-31

Deze tekst is gebaseerd op de preek van zondag 10 oktober 2021 in protestantse kerk De Brabantse Olijfberg aan de Lange Winkelstraat in Antwerpen. Preken zijn online te bekijken via YouTube.