Trots en nederigheid

Overdenking

Op de redactie van Vlaams opiniemagazine Tertio hangt een spreuk: “We leggen de lat hoog, zodat je er makkelijker onderdoor kan.” De lat hoog leggen: dat klink niet altijd prettig. Maar wat zou er gebeuren als er een CEO zou binnenwandelen die zou zeggen: “We gaan de lat eens flink laag leggen”? In een wereld boordevol concurrentie belooft dat weinig goeds.

We zijn allemaal opgegroeid in een wereld waarin er maar één de wiskunde-olympiade of de marathon kan winnen. Wil je de top bereiken, dan moet je dus zorgen dat je altijd net een stapje beter bent dan de anderen. Het Lucasevangelie leert ons dat dat in de tijd van Jezus al zo is. Want Jezus vertelt een parabel die helemaal inspeelt op het concurrentiedenken.

Voorbeeld in kennis

De gelijkenis van de Tollenaar en de Farizeeër (Lucas 18:9-14) is een knap staaltje vertelkunst. Jezus zet twee figuren in scherp contrast tegen elkaar af. Twee mannen gaan naar de tempel om te bidden. De één is een tollenaar. In onze tijd zou je dat kunnen vergelijken met een deurwaarder of een belastingambtenaar (maar dan nog een beetje erger, want Israëlitische tollenaars inden belastingen voor de Romeinse bezetters).

Dan de ander. Dat is een joodse Schriftgeleerde. Binnen het christendom hebben de Schriftgeleerden en de Farizeeën een negatieve bijklank gekregen, maar in de tijd van Jezus genoten ze veel aanzien bij het volk. [1] Voor de toehoorders van Jezus is de context duidelijk: een Schriftgeleerde en een tollenaar zijn allebei welgestelde heren, maar terwijl de één staat voor rechtschapenheid en rechtvaardigheid, valt van de ander weinig goeds te verwachten.

Wending

Maar dan keert Jezus die werkelijkheid om. Radicaal. De Schriftgeleerde, de crème de la crème van de Israëlitische samenleving, blijkt plots de onrechtvaardige. Die wending wordt duidelijk in zijn gebed dat Jezus beschrijft.

‘God, ik dank u dat ik niet zo ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar daar. Ik vast tweemaal per week en geef tienden van al mijn inkomsten.’

Zelfingenomen

Je zou je kunnen afvragen: wie bidt nu zoiets? Het gebed lijkt nogal zelfingenomen en arrogant, elke zin is doorspekt met het woordje “ik”. Toch waren zulke gebeden in die tijd niet ongebruikelijk.[2] Vergelijk het maar eens met dit gebed uit de Dode Zeerollen:

 “Ik prijs u, Heer, omdat u mijn lot niet hebt laten vallen in de gemeenschap van het bedrog en mijn deel niet gesteld hebt in de kring van de huichelaars.” (1QHa 15:34)

Er is niettemin een belangrijk verschil tussen dit gebed en dat van de Farizeeër. In bovenstaande versie is het nog altijd God die de bidder in staat stelt om goed te leven. Ook trekt die laatste geen scheidslijn van: ik ben goed en de ander is fout. De Schriftgeleerde doet dat wel. Hij is zo overtuigd van zijn eigen grootsheid, dat hij met zijn woorden zelfs God denkt te kunnen imponeren: “Kijk eens Heer, hoe goed ik ben!”

Uiterlijkheden

Wat een contrast met het gebed van de tollenaar! Want die durft nauwelijks naar de hemel op te kijken, slaat zich op de borst en zegt: ‘God, wees mij, zondaar, genadig.’ Wie van de twee is uiteindelijk de rechtvaardige? Jezus is duidelijk:

Ik zeg u: deze (de tollenaar) ging gerechtvaardigd naar huis en niet die andere; want al wie zich verheft zal vernederd, maar wie zich vernedert zal verheven worden.”

Ongetwijfeld is de Schriftgeleerde ooit goed begonnen, maar naarmate zijn verstand zich vulde met kennis, raakte zijn hart verwijderd van de essentie. Nauwlettend begon hij zich te focussen op elk detail van de Levitische wet. Hij probeerde elke mogelijke overtreding uit te zuiveren. Alles moest correct zijn, alles moest kloppen. Uiteindelijk nemen die rigide uiterlijkheden hem zo in beslag, dat hij de liefde – die de essentie en de vervulling is van de Wet – uit het oog verliest.

In plaats van zijn naaste lief te hebben, sluit deze Schriftgeleerde mensen uit. Hij deelt de wereld op in zondaren en rechtvaardigen. Zichzelf beschouwt hij als het toppunt van rechtvaardigheid.

Hiërachie

Jezus is niet de enige die zich tegen zo’n houding keert. We lezen al in Jesaja 65:5:

“Er is een geslacht dat rein is in zijn eigen ogen, en toch niet gewassen is van zijn vuilheid. Deze zijn een rook in mijn neus, een vuur dat de hele dag brandt.”

De Schriftgeleerden schrikken er in de tijd van Jezus niet voor terug om elkaar de meest hoogdravende bijnamen te geven, zoals ‘De heilige’, ‘Licht van Israël’, ‘de heerlijkheid der wet’, ‘uitroeier van de bergen’.[3] God heeft hen inderdaad veel kennis toevertrouwd. Maar ze gebruiken die kennis niet langer om het volk, maar zichzelf te verheffen. Zo ontstaat een hiërarchie met een elite aan de top, en het ‘plebs’ onderaan de voet. De Schriftgeleerden beschrijven het gewone volk als ‘vervloekt’ omdat zij de wet niet kennen[4] en noemen hen ‘mensen van de aarde’ en ‘lege regenbakken’[5]

Machtsmisbruik

Daar waar elitevorming ontstaat, ligt machtsmisbruik op de loer. De mens die zichzelf als norm neemt, en die niet langer beseft dat hij aan God verantwoording moet afleggen, verkeert in de gevarenzone. Een paar recente voorbeelden: de tragische dood van Sanda Dia, veroorzaakt door de studentenvereniging Reuzegom; het machtsmisbruik dat naar buiten kwamen via #Metoo en de kerkelijke misbruikschandalen, die onherstelbare schade aanrichtten. Zowel aan de geloofwaardigheid van kerk als aan de levens van slachtoffers.

De Farizeeër in ons

Veel hoogmoed en machtsmisbruik haalt het nieuws niet. Toch is onze samenleving er op alle niveaus van doordrongen. Tijdens vergaderingen schuiven mensen zichzelf naar voren, ze werken met de ellenbogen, energiebedrijven maken woekerwinsten ten koste van noodlijdende gezinnen.

Elitevorming schuilt trouwens niet alleen in de hoogste echelons van de samenleving. Ze zit ook in ons. Wij zijn de Farizeeër in dit verhaal, telkens als we denken dat wij boven de ander staan. Omdat we meer gestudeerd hebben, omdat we een hoger inkomen hebben, omdat wij op ‘de juiste’ politieke partijen stemmen, omdat we beter dan onze buurman weten hoe alles werkt in dit land. Of omdat wij nu eenmaal veel minder domme keuzes maken dan een ander.

Laten we we eerlijk zijn: zo’n Farizeese houding is voor jezelf best prettig. Want door jezelf af te zetten tegen de ander, ga je je tijdelijk beter voelen. Maar uiteindelijk creëer je geen win-win. Want door jezelf groter te maken, maak je een ander een kopje kleiner.

“Dimming someone else’s light won’t make yours shine any brighter.”

Quote, auteur onbekend

 Het licht van een ander uitdoven, zal dat van jou niet helderder doen schijnen. Misschien denk je nu: “Ja, maar dat is wel hoe onze samenleving werkt.  Wie niet bereid is zijn tanden te laten zien en voor zijn plekje te vechten, verliest.” Dat is inderdaad precies zoals het is. Maar opvallend aan Jezus is dat Hij die gebruikelijke orde telkens weer omkeert. En dat Hij ons, zijn volgelingen, uitdaagt om hetzelfde te doen.

“Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.” (14, cf. Mattheüs 23:12)

Wat is er zo verkeerd aan trots? Trots brengt scheiding teweeg tussen mensen. De hoogmoed zegt: “Ieder voor zich, en God voor ons allen.” Maar dat is niet de boodschap van het evangelie. Die zien we belichaamd in de nederige tollenaar.

De tollenaar is een onrechtvaardige. Dat weet hij zelf maar al te goed. [6] Als de tollenaar zich naar de tempel begeeft, durft hij niet eens op te kijken naar de hemel. En eenmaal door Gods heiligheid omringd, wordt hij zich plots bewust van alle wandaden die hij heeft begaan. Hij had zich natuurlijk nog kunnen rechtvaardigen. De tollenaar had kunnen zeggen: “Ik moet toch mijn gezin toch kunnen onderhouden?” Maar in tegenstelling tot de Schriftgeleerde doet hij geen enkele poging om God te imponeren. Nee, hij buigt zich het hoofd en zegt: “God, wees mij zondaar genadig.”

En de tollenaar ontvangt genade.

Vallen en weer opstaan

Twee mensen, de tollenaar en de Farizeeër, verbeelden samen de grillige realiteit van dit leven. De tollenaar legt de lat laag, de Farizeeër legt de lat hoog. Maar hoe hoog we de lat ook optrekken, Gods normen zijn altijd hoger. De Eeuwige overstijgt ons altijd.

Zowel de tollenaar als de Farizeeër leiden een leven van wandelen, struikelen, vallen en weer opstaan. Zo goed en kwaad als het gaat. Net als wij. Ook wij maken fouten, we zeggen soms dingen waar we spijt van krijgen, maken de meest onhandige keuzes. Maar dat is het bijzondere van het Evangelie: God kent ons. En Hij neemt ons zoals we zijn, want die onvolmaakte realiteit is het vertrekpunt waar God ons tegemoetkomt. In plaats van ons een torenhoge hemelse meetlat op te leggen, zond God ons Zijn Zoon Jezus Christus, in de gestalte van een mens, om voor ons onvolmaakte mensen de weg te openen naar de ware vrijheid.

Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid” (2 Korintiërs 12:9)

Zelfs al struikelen we duizendmaal, telkens als we gevallen zijn, reikt Christus ons de hand om ons weer op te richten. Wie bereid is die hand te vatten, mag in volle vrijheid in Zijn voetsporen wandelen, lerend en groeiend, stap voor stap sterker.

We zijn allemaal geroepen. Niet om het volmaakte leven te leiden, maar om volwaardig mens te zijn. In alle vrijheid, en in liefde en verbondenheid met de Eeuwige en met elkaar.

Gods genade is ons genoeg. Amen

Dit is de tekst van de preek van zondag 23 oktober 2022 in de Christusgemeente aan de Bexstraat in Antwerpen.

Foto door Lukas op Pexels.com

[1] Joodse Oudheden 13.298; 18.15, zie ook de schrijver Flavius Josephus; De Hebreeuwse woorden Jashar (rechtschapen man) en Tsaddik (rechtvaardige) drukken uit dat de Schriftgeleerden erudiete heren waren die de hoogste idealen nastreefden. Ze golden als voorbeeld in kennis en levenswandel.

[2] zie bijvoorbeeld: Tosefta Berachot 6:18; Babylonische Talmud Berachot 28b.

[3] Debijbel.nl

[4] Johannes 7:49

[5] Lucas 5:32, Lucas 7:34, zie ook voetnoot 3.

[6]Tollenaars hadden het imago van rovers en moordenaars, en ook Lucas plaatst ze in de categorie ‘zondaren, zie: Lucas 5:27-32; 15:1-7; 19:1-10.

Een duik in het diepe

Terugblik op een jaar onderdompeling in de pastorale praktijk

“Als je wilt leren zwemmen, spring dan in het water. Als je op het droge blijft, zal geen enkele ingesteldheid je ooit helpen.” De Chinees-Amerikaanse acteur en kungfuleraar Bruce Lee sprak uit ervaring. Als vechtkunstenaar, acteur en regisseur had hij tijdens zijn leven vele malen op een springplank gestaan. Dat hij bereid was om telkens opnieuw te springen, draagt bij aan zijn succes. Voor mijn pastorale stage dompelde ik mij een jaar lang onder in de pastorale praktijk. En ik leerde dat het inderdaad geen kwaad kan om zo af en toe de sprong in het diepe te wagen.

Kelly Keasberry

Het is zonnig als ik op dinsdag 2 november 2021 om 11.30 uur mijn fiets stal aan de Plantin Moretuslei in Antwerpen. Het is tijd voor mijn eerste stagegesprek met dominee Bert Dicou en Leendert-Jan Parlevliet, hoogleraar aan de Protestantse Theologische Faculteit in Brussel. Terwijl ik het kabelslot rond het frame draai, zit mijn hoofd vol vragen. Dominee worden, past dat wel bij mij? Als journalist heb ik jarenlang geschreven en interviews afgenomen. Hoe zou het zijn om die job vaarwel te zeggen? En om plots niet meer als een reporter, maar als pastor naar de ander te luisteren? Onder mijn voeten lonkt koud en diep water.

Springplankmomenten

Wie kent ze niet: de ‘springplankmomenten’ in het leven? Episodes waarin je plots tot het besef komt dat het roer om moet. “Als je wilt leren zwemmen, spring dan in het water”, zegt Lee. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Om de sprong te wagen, moet je je vertrouwde grond loslaten en opklimmen richting het onbekende. Heb je eindelijk de bovenste plank bereikt, dan word je al opgewacht door twee ongenode gasten: Hoogtevrees en Koudwatervrees. “Dat water is wel erg diep”, fluistert Hoogtevrees. “Stel je voor dat je tijdens je sprong iets zou bezeren!” Koudwatervrees vult aan: “Je lijkt wel gek! Waarom zou je in dat koude water springen als je thuis lekker warm bij de kachel kunt zitten?” De tweestrijd is niet van de lucht, maar de innerlijke zekerheid dat het tijd is om de sprong te wagen, wint. Bert, Leendert-Jan en ik spreken af dat ik me het komende jaar zal gaan onderdompelen in de pastorale praktijk.

Koudwatervrees

Op 11 november is het zover: tijd voor mijn eerste pastorale gesprek. Terwijl ik me op de fiets naar Antwerpen-Zuid begeef, word ik me bewust van mijn vooroordelen. “Pastorale gesprekken zijn gesprekken met mensen met problemen”, fluistert Koudwatervrees, “dat vreet energie.” En wat levert het op?”, vult Hoogtevrees aan. “Als pastor heb je niet eens een concreet behandelplan, zoals een psycholoog.” Ik snoer mijn innerlijke critici de mond met een mindful muziekje op Spotify.

Even later bel ik aan bij een sfeervol ogend huis. Binnen is het behaaglijk warm. Alle elementen in het interieur vertellen een verhaal over de bewoners. Terwijl we in gesprek raken, besef ik wat een zegen het is om voor even tot het leven van dit gezin te worden toegelaten. Zelf kom ik ook een zegen brengen. Het afsluitende gebed is een kostbaar moment. Ik ervaar de onderlinge dynamiek en synergie, maar word mij tevens bewust van Gods grote liefde voor deze mensen. Als ik even later op de fiets mijn weg zoek onder de sterrenhemel, voel ik mij helemaal opgeladen. Koudwatervrees en Hoogtevrees krijgen het nakijken.

Na deze avond volgen nog talloze mooie momenten. Tijdens mijn stagejaar vertrouwen veel mensen mij hun verhalen toe. Ze vertellen mij over de eenzaamheid die je kan overvallen wanneer je in een rusthuis een deel van je menselijke waardigheid verliest, over het gemis van kinderen en kleinkinderen, over de rouw om een geliefde, over vroegere verliefdheden en heimelijke schuldgevoelens. Ook delen ze hun hoop, vragen, twijfels en angsten. Als ik gerimpelde handen vastpak, schemert achter de grijze haren en groeven soms iets door van de man of de vrouw die de hulpbehoevende oudere ooit is geweest. En ik voel me intens dankbaar als die schemering bij ons afscheid een schittering, of zelfs een glans is geworden.

Zoektocht naar de kerk van morgen

Afgezien van de pastorale contacten maakt Bert mij deelgenoot van zijn zoektocht naar de kerk van morgen. Tijdens een interview voor Tertio merkte John van der Dussen, voorzitter van de Antwerpse Raad van Kerken (ARK), op dat een vriend tijdens een oecumenische conferentie zei: “Die protestanten pakken het wel grondig aan. Er is zelfs een advocaat aanwezig!” Het bleek een dominee in zwarte toga te zijn.

Bij veel kerken waan je je, als je er binnenkomt, een stap terug in de tijd. Ontwikkelingen als digitalisering, globalisering en multimedia hebben de afgelopen decennia een sneltreinvaart genomen. De cultuurkloof tussen generaties is daardoor groter dan ooit. Frisse initiatieven zoals bibliodrama, een schildercursus, warme wijkcontacten en samenwerking met het middenveld geven me weer het vertrouwen dat er wel degelijk een toekomst is voor de kerk, mits ze zo af en toe bereid is om in het diepe te springen, zich te vernieuwen en ruimere wateren op te zoeken.

Verjaardagsfeestje

Afgezien van Bert gunt ook ziekenhuisaalmoezenier Tünde Boelens mij een inkijkje in haar pastorale bestaan. Ik mag een tijdje meedraaien in de woonzorgcentra Sint-Maria in Berchem en Hof De Beuken in Ekeren. De warmte waarmee Tünde voor ‘haar’ cliënten klaarstaat, raakt me. In woonzorgcentra waar veel bewoners klagen over een gebrek aan aandacht, maakt Tünde dat zij zich werkelijk als mens gezien voelen.

Hoogtepunt is het verjaardagsfeestje van een Britse old lady. We halen haar op uit haar kamer en nodigen tevens een andere dame in rolstoel uit. Met zijn vieren bouwen we een feestje op het zonovergoten terras. Als Tünde happy birthday inzet, beginnen ook de andere ouderen op het terras te zingen. Mary straalt als de zon. Hoewel ik die dag ben gekomen om haar iets te geven, geeft Mary mij ook iets: een inzicht in wat werkelijk belangrijk is in het leven. Terwijl jongere generaties zich vaak druk maken om allerlei materiële en kleine dingen, kun je mensen als Mary geen groter geschenk geven dan tien minuten van je tijd.

Alles stroomt

Met plezier en dankbaarheid kijk ik terug op het afgelopen stagejaar. Nu ik dit schrijf, heb ik juist mijn handtekening gezet onder mijn nieuwe arbeidsovereenkomst als geestelijk verzorger bij AZ Monica. Mijn laatste week op de redactie ligt voor me. Afscheid doet altijd een beetje pijn, maar het is zoals Heraclitus zei: “Alles stroomt, niets blijft”. Hopelijk mag mijn duik in het diepe voor anderen een warm bad zijn.

Dit artikel verschijnt binnenkort in De Band, het magazine van de Verenigde Protestantse Kerken in Antwerpen.

Teamspirit

Vol goede moed is Marc begonnen als manager bij een zorgbedrijf, maar al in de wittebroodsweken stijgen de spanningen. Medewerkers klagen over een gebrek aan structuur en duidelijkheid. Marc wijt het aan de leiderschapscultuur die zich de afgelopen jaren in het bedrijf heeft ontwikkeld. ‘Die mensen moeten hoognodig wat flexibeler worden’, constateert hij. Intussen graaft het personeel zich in in de eigen loopgraven.

Teamwork is hard werken. De gedragsdeskundige Thomas Erikson schreef er een boek over: Omringd door idioten. Hoe komt het dat afdelingen vaak stuklopen op kleine meningsverschillen? Dat collega’s, die hetzelfde doel zouden moeten nastreven, elkaar naar het leven gaan staan? En dat hele bedrijven, kerken en sociale organisaties scheuren op tweedracht? Erikson ontdekte dat zulke gebeurtenissen opvallend vaak terug te voeren zijn op verschillende persoonlijkheden binnen een team.

De vier kleuren van een team

Erikson kent vier kleuren toe aan de verschillende persoonlijkheden.: rood, geel, groen en blauw.

  • Rode persoonlijkheden zijn daadkrachtig, competitief, ambitieus en to the point. Hun communicatiestijl is direct. De rode valkuil is ongeduld. Rode mensen kunnen zo sterk doelgericht zijn dat ze aan de belangen van anderen voorbijgaan.
  • Gele persoonlijkheden zijn inspirerend, extravert, optimistisch en empathisch. Ze zitten boordevol ideeën en hebben een engagerende en overtuigende communicatiestijl. De gele valkuil is echter dat ze er niet altijd in slagen hun ideeën ook daadwerkelijk te realiseren. En ze zijn gevoelig; bij gebrek aan aandacht waant de gele medewerker zich al snel ongezien.
  • Groene persoonlijkheden zijn geduldig, betrouwbaar, behulpzaam en attent. Dit zijn de meest loyale medewerkers die een werknemer zich kan wensen. Maar de groene persoon is ook voorzichtig in zijn communicatie en houdt niet van al te snelle veranderingen. Geduld, een luisterend oor en een overzichtelijke stap-voor-stapaanpak is wat deze persoon nodig heeft.
  • Blauwe persoonlijkheden zijn onderzoekend, analytisch, precies, grondig en logisch. Ze werken systematisch en conventioneel. Blauwe mensen volgen de regels en met deze mensen in een team ben je zeker van een hoogwaardig resultaat. De blauwe mens kan evenwel afstandelijk overkomen en heeft behoefte aan orde en structuur. Bezorg hem geen onnodige stress door snelle veranderingen of chaos.

Wie Omringd door idioten gelezen heeft, raadt het al: Marc is een geelrode manager. Een man boordevol frisse ideeën, die graag direct tot actie overgaat. Snelle communicatie, korte lijnen: dat is Marc ten voeten uit. Hij verspilt niet graag zijn tijd aan vergaderingen en administratie. Dingen die in de praktijk vormkrijgen, kunnen later altijd nog op papier worden gezet, meent Marc. Omdat hij ervan overtuigd is dat die stijl werkt, wil hij er ook graag zijn team van overtuigen.

Scheuren

Maar hoe meer Marc probeert zijn team in een lossere richting te bewegen, hoe meer de leden zich vastklampen aan hun behoefte aan duidelijkheid en structuur. Ieders goede bedoelingen ten spijt, ontstaan er scheuren in het team. Waar gaat het mis? Het probleem schuilt niet alleen in de bedrijfscultuur. Marc is een geelrode manager, maar de teamleden zijn overwegend blauw en groen. Blauwe en groene mensen zijn precies, nauwgezet en hebben behoefte aan een duidelijke structuur. Bij gebrek daaraan voelen ze zich stuurloos.

Koude oorlog

Voor organisaties is dat een cruciaal punt. Als de spanningen oplopen, groeit de kans dat iedereen zich terugtrekt in zijn eigen loopgraven. De titel van Eriksons boek luidt niet voor niets Omringd door idioten. Wie rood is, beklaagt zich over de pietluttigheid van zijn blauwe collega. Wie blauw is, vindt zijn gele of rode collega nonchalant. De groene mens zwijgt om conflicten te vermijden, maar windt zich intussen op. ‘Een binnenvetter’, constateert de rode of gele manager. ‘Kom er gewoon eens mee voor de draad.’ En zo ontstaat er uiteindelijk een koude oorlog van allen tegen allen.

Zo’n houding helpt uiteindelijk niemand verder. Wil een team de toekomst hebben, dan is het zaak een koude oorlog te voorkomen door tijdig kleur te bekennen. Sterke teams bestaan uit verschillende kleuren die elkaar aanvullen. Niets rampzaliger dan een volledig geel team boordevol ideeën, waarvan uiteindelijk niets tot stand komt. Of een blauw team waarin precisie en accuratesse de boventoon voeren, maar creativiteit een stille dood sterft. Evenzo versterken rode teams elkaars explosiviteit en groene teams elkaars risicomijding.

De kunst van het combineren

Sterke teams vallen of staan bij de kunst van het combineren. Een blauwe boekhouder kan een zegen zijn, evenals een gele marketeer, een rode CEO of een groene mediator. Alleen al daarom zou het boek van Erikson verplichte kost moeten zijn voor iedere manager, leraar, predikant of CEO. De grootste fout die je kunt maken, is te denken dat je omringd bent door idioten.

Tekenen de eerste barsten zich al af in je team? Het is nog niet te laat om je te verdiepen in elkaars kleuren en verhalen. Schort het oordeel op en neem de tijd om naar elkaar te luisteren. Welke behoefte schuilt er achter de klacht van de ander? Wat heeft die persoon nodig om te voelen dat zijn werk wordt gewaardeerd, en dat hij of zij werkelijk wordt gezien?

Gemeenschappelijk draagvlak

Door de verschillende persoonlijkheden op de werkvloer te erkennen, kunnen organisaties een gemeenschappelijk draagvlak creëren waarbinnen iedereen tot bloei kan komen. Ga niet op zoek naar fouten in de ander, maar leer elkaars kracht te zien en te benutten. Dát is teamspirit.

Thomas Erikson, Omringd door idioten. Beter communiceren met collega’s, vrienden en familie, Harper Collins 2018, 320 blz.

Foto door Fox op Pexels.com

Timotheüs. Van antiheld tot overwinnaar

Tijdens zijn leven schreef de apostel Paulus meerdere brieven. Twee pastorale brieven zijn gericht aan Timotheüs. Wie was deze Timotheüs? Verdiepen we ons in zijn persoon, dan ontstaat een ambigu beeld. Timotheüs begon als het prototype van de antiheld, maar eindigde als bisschop van Efeze. Juist deze man, die vele malen zijn twijfels en angsten moest overwinnen, heeft ons vandaag veel te vertellen.

Van Timotheüs weten we dat hij geboren is als zoon van een joods-Israëlitische moeder en een Griekse vader in Klein Azië (nu Turkije). Door zijn gemengde afkomst is Timotheüs van alles een beetje, maar nergens hoort hij volledig bij. De Grieken zullen zeggen dat hij een halve Israëliet is; de Israëlieten noemen hem een halve Griek. Daarbij is Timotheüs jong, onervaren en van nature gereserveerd en verlegen. Niet iemand die graag de schijnwerpers opzoekt.

Teer plantje

Gaan we in de brieven op zoek naar aanwijzingen over Timotheüs, dan vinden we een aantal opmerkelijke dingen. Zoals dit advies van Paulus:

“Drink niet alleen water, maar ook een beetje wijn, vanwege je maag en je veelvuldige zwakheden.”

1 Timotheüs 5:23

Paulus vindt het bovendien nodig om de gemeente in Korinthe per brief te waarschuwen dat als Timotheüs hen komt bezoeken, ze ervoor moeten zorgen dat hij niets te vrezen heeft en dat niemand hem met minachting mag behandelen (1 Cor. 16:10-11). Ook aan Timotheüs zelf schrijft Paulus: “Laat niemand op je neerkijken omdat je jong bent” (1 Tim. 4:12).

Al die boodschappen lijken te zeggen: “Lieve mensen, doe een beetje voorzichtig met Timotheüs, want hij heeft nog niet zoveel weerstand.” Zo op het eerste gezicht lijkt hij in niets op de doorsnee man-met-macht. Hij heeft niets van het rijzige type dat je in bestuursraden terugvindt, de bebaarde patriarch of de CEO in maatkostuum. Timotheüs is veeleer een teer plantje; jong en groen, maar ook kwetsbaar. Iemand van wie niemand iets groots verwacht.

Foto door PhotoMIX Company op Pexels.com

Verbrijzeld vat

Maar Paulus weet wel beter. “Onderschat deze jongen niet”, waarschuwt hij telkens. Paulus spreekt uit ervaring. Ooit ging hij zelf op de knieën om God te bidden om hem van zijn zwakheden te verlossen. Toen kwam hij tot het inzicht dat Gods genade genoeg is, omdat Gods kracht zich eerst ten volle in zwakheid openbaart (2 Korinthe 12:9). Paulus beseft daarom als geen ander dat dikwijls niet de groten der aarde geroepen zijn om grote dingen te doen, maar dat Gods Zijn kracht laat wonen in kleine, broze en breekbare vaten.

Timotheüs voelt zich een verbrijzeld vat. Meer dan eens zelfs. Hij laat regelmatig een traan, gaat gebukt onder verdriet en ziekte. Tegelijk heeft Timotheüs een krachtig geloof. Die ambiguïteit doortrekt zijn leven. En hoewel hij door zijn gemengde afkomst van geen enkele groep volledig deel uitmaakt, is hij juist daardoor in staat om grenzen te overstijgen en volkeren te verenigen. En hij mag dan groen en onervaren zijn, juist daarom valt Timotheüs in de categorie ‘jong en veelbelovend.’

Niet in menselijke strekte huist kracht, maar in ontvankelijkheid en overgave.

Ambiguïteit kenmerkt de levensweg van Timotheüs. Vreugde en verdriet wisselen elkaar af, kracht en zwakte, verbinding en verlatenheid. Toch ervaart hij dwars door dat alles heen dat God hem draagt. Dat is ook de kern van zijn verhaal: niet in menselijke sterkte huist kracht, maar in ontvankelijkheid en overgave. Dit is de grondhouding die Timotheüs zijn leven lang blijft praktiseren, totdat hij in circa 97 als bisschop van Efeze (volgens een overlevering van Eusebius) de marteldood sterft.

Timotheüs heeft zoveel goeds gedaan; zo vaak zijn eigen innerlijke demonen overwonnen, en dan moet zijn leven zo tragisch eindigen. Waarom gebeuren er slechte dingen met goede mensen? Dat is de vraag waarmee zijn volgers achterblijven. Een vraag ook, die vandaag veel mensen bezighoudt. Je doet zoveel goeds, je hebt alles gegeven, en dan word je toch verkeerd begrepen. Of iemand die je liefhebt, wordt ongeneeslijk ziek.

Kruisdragers

We zeggen graag tegen elkaar: “Wie goed doet, goed ontmoet.” Als je goede daden verricht en positiviteit verspreidt, keert dat inderdaad heel vaak tot je terug. Maar niet altijd. Meer dan 360 miljoen christenen wereldwijd worden geconfronteerd met vervolging, onderdrukking en onrecht wegens hun diepste overtuigingen. Het lijden van Timotheüs is dat van Jezus Christus, en dat van vele mensen overal ter wereld die in Zijn voetsporen treden.

Evangelie komt van het Griekse euangelion, dat ‘goede boodschap’ betekent. Het evangelie brengt inderdaad blijdschap, verwachting en hoop. Tegelijk is er altijd weer die ambiguïteit. Want Christus achternagaan; in Zijn voetsporen treden, betekent óók dat je een stukje kunt meedragen van Zijn lijden en Zijn kruis.

Als een goede vader waarschuwt Paulus Timotheüs, zodat hij alvast voorbereid is op wat hem te wachten staat. “Timotheüs, je bent nog jong. Weet dat als je de weg van Christus gaat, het leven niet altijd rozengeur en maneschijn zal zijn. Mensen zullen je liefhebben en haten, bewieroken en bespotten, omhelzen en afwijzen.”

Foto door Download a pic Donate a buck! ^ op Pexels.com

Onrechtvaardig

Waarom gebeuren er slechte dingen met goede mensen? Het is die realiteit waarvoor vele Bijbelverhalen ons waarschuwen. We geloven graag in een eerlijke, logische en rechtvaardige wereld, maar de realiteit is vaak het tegenovergestelde. Jezus deed het goede. Toch eindigde Hij aan het kruis. David deed wat goed was, toch moest hij vluchten voor Saul om zijn leven te bewaren. Timotheüs deed het goede. Toch eindigde hij de marteldood.

  • Waarom kruisigde de menigte Jezus, zelfs al konden ze geen enkel verwijt tegen Hem vinden? Jezus gaf hen een ongemakkelijk gevoel. Hij zei dingen die het establishment liever niet wilde horen. Door Zijn onderwijs bevroeg Hij de gangbare orde en machtsstructuren en hield Hij mensen een spiegel voor. Mensen zagen Hem dus liever als een onruststoker dan als een heilige.
  • Waarom wilde Saul David vermoorden? Na zijn overwinning op de reus Goliath was David enorm populair geworden. Saul werd jaloers en achterdochtig. Hoe kon een eenvoudige herdersjongen zelfs een grote koning in de schaduw stellen? Hoe meer hij zag dat God met David was, hoe meer een kwaadaardige razernij bezitnam van zijn hart.
  • Waarom stierf Timotheüs naar verluidt de marteldood onder keizer Nerva? Opnieuw omdat hij een boodschap bracht en een hoop uitstraalde die haaks stond op de machtsstructuren van deze wereld, en op wat mensen graag geloven.

Het vervolgen van deze boodschappers leek voor veel mensen dé oplossing om een einde te maken aan de boodschap. Dé manier om hun wereldbeeld te redden, hun machtsposities, tradities en status quo. In het Johannesevangelie waarschuwt Jezus:

“Als de wereld jullie haat bedenk dan dat zij Mij eerder heeft gehaat dan jullie. Als je van de wereld zou zijn, zou de wereld liefhebben wat haar toebehoort. Maar omdat je niet van de wereld bent, maar Ik jullie uit de wereld heb uitgekozen, daarom haat de wereld jullie.”

Johannes 15:18-21

Wees voorbereid. Dat is feitelijk wat Jezus hier zegt. Als je Mij volgt, wees dan niet verbaasd als er brandende pijlen op je afkomen. Zolang we er braaf het zwijgen toe doen zal niemand aanstoot aan ons nemen, maar gaan we de liefde van Christus uitstralen naar de wereld, dan wekt dat reactie. Want dan zijn we ambassadeurs van een Koninkrijk dat vaak haaks staat op de wetten en de machtsstructuren van deze wereld. Toch zijn we geroepen om die ambassadeurs te zijn.

Foto door Inzmam Khan op Pexels.com

Tranen

Timotheüs was geen held van nature. De brieven van Paulus tonen een kwetsbare jongeman. Maar zoals hij is, zo wordt hij door Paulus liefgehad en aanvaard. Paulus zegt niet: “Kom op Timotheüs, verman je. Wees eens wat flinker. Je moet daar toch boven staan!” Zulke woorden worden vaak gebruikt als dooddoener, maar wat ze eigenlijk zeggen is: het is verkeerd om je zo te voelen; jouw emoties mogen er niet zijn.

Nee, Paulus toont empathie en medeleven. Vaak is hij oprecht bezorgd en als een goede vader neemt hij Timotheüs in bescherming. Hij schrijft:

“Telkens als ik je in mijn gebeden noem, dag en nacht, dank ik God (..) Als ik aan je tranen denk, verlang ik ernaar je terug te zien, dat zal me met vreugde vervullen.”

2 Timotheüs 1:3-4

Het besef van Timotheüs’ verdriet doet Paulus er innig naar verlangen hem nabij te zijn. Om te troosten en te steunen. Maar afstand scheidt hen, en daarom bemoedigt Paulus Timotheüs om ondanks zijn verdriet door te gaan:

“Houd vol, laat je niet belemmeren het vuur vast te houden dat je door God geschonken is.”

2 Timotheüs 1:6

Kinderen van de belofte

Zouden we in een rechtvaardige wereld leven, dan zou het volstrekt onbegrijpelijk zijn dat goede mensen door het kwade worden getroffen. Maar deze gebroken werkelijkheid is ambigu. Elke dag opnieuw sterven er mensen op het strijdveld, in gevangenissen, in burgeroorlogen en guerrilla’s. Levens van onschuldigen die hebben gehuild, gelachen en liefgehad, maar waar plots een streep door werd getrokken door meedogenloze regimes.

Ook ons leven kan een strijdveld zijn. Net als Timotheüs vechten we allemaal onze eigen kleine of grote strijd. Als ons het slechte overkomt, mogen de woorden van Paulus ook jou en mij inspireren om de moed niet te verliezen. Als Timotheüs een geschiedenis kon schrijven die al 2.000 jaar rondgaat, dan mogen ook wij onszelf zien als kinderen van de belofte.

Timotheüs leek niet geboren voor het succes. Toch koos God juist dit smalle twijgje om uit te groeien tot een grote boom. Sterk genoeg om stormen te doorstaan. Wat denk jij als je ’s morgens vroeg in de spiegel kijkt? “Hmmm, ik word er ook niet jonger op”, of: “Oei, weer een bad hair day“? God ziet verder dan dat. Hij ziet zoveel meer dan onze fouten en tekortkomingen. God zag Timotheüs niet zoals hij was, maar zoals hij kon zijn. Als meer dan overwinnaar!

“God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.”

2 Timotheüs 1:7

Bent je weleens bevreesd? Voel je je soms klein of onbekwaam? Paulus spoort Timotheüs aan: houd het vuur brandend. Zie niet op wie je zelf bent, op je eigen beperkingen. Richt je ogen omhoog, naar de sterren. Want zelfs al word je door een leger omsingeld, de Eeuwige en Almachtige is aan je zijde!

Gebroken vaten

In het hart van Timotheüs vindt God een welkome plaats om te wonen. De God die deze ogenschijnlijke antiheld tot een groot bisschop vormde, is vandaag ook met jou en mij. Zijn kracht wordt ten volle openbaar in kwetsbaarheid. Hij kiest de gebroken vaten van deze wereld uit om een veelkleurig mozaïek te maken. Niet de trotsen of machtigen. Niet hen die zich op de borst kloppen, want zij zijn al vol van zichzelf – in hun hart is geen plaats voor God.

Maar als wij bereid zijn op te staan en te zeggen: “God hier ben ik, zend mij!”, dan zal Hij ons verhoren. Hoe groot onze zwakheden, fouten en tekortkomingen ook zijn, God is altijd groter.

Timotheüs begon als de ultieme antiheld, maar eindigde als held. De mensen die hem het zwijgen oplegden, konden zijn geest en getuigenis niet tot zwijgen brengen. Het verhaal van Timotheüs wordt tot op vandaag nog verteld. Als we dat doen, brengen we Timotheüs telkens opnieuw tot leven. Laten we een voorbeeld aan hem nemen. Laten we leven zoals hij; soms verdrietig, onzeker, aarzelend, tastend of zoekend, maar altijd met overtuiging.

Laten we een voorbeeld nemen aan deze held en erop uitgaan. Zodat we kunnen schijnen als sterren in een donkere wereld en een groot en machtig verschil maken.

Foto door Klaus Nielsen op Pexels.com

Preek protestantse kerk Denderleeuw, zondag 2 oktober 2022 door drs. Kelly Keasberry